Molenzorg
Hamont (Hamont-Achel), Limburg
Naam

Napoleonsmolen
Mathijsenmolen
Van Breemolen

Ligging Napoleonspad 7
3930 Hamont (Hamont-Achel)
toon op kaart
Geo positie 51.250908, 5.539665
Eigenaar Gemeente Hamont-Achel
Gebouwd 1804
Type Stenen stellingmolen
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Cilindrisch verhoogd; volledig gietijzeren molenas (fabr. Enthoven)
Gevlucht/Rad Gelaste roeden, fabr. Derckx (nrs. 837-838, 1996), vlucht binnenroede 25,80 m, buitenroede 26 m
Inrichting 2 steenkoppels, haverpletter; olieslagwerk: kollergang, vuring, slagbank, koekenbreker
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
31-03-1982
Molenaar Harry Wijnants (tel. 011-621403), Evert Meijs, Hamont (tel. 0031-6-24364125), Harry Vandeweyer (tel. 0472 704788) en Harrie Meeuwissen (tel. 0475 951176)
Openingstijden 1e zaterdag en 3e zondag van de maand: 13 - 17 u.; als de molen draait en op afspraak
Internet bron

Napoleonsmolen
Mathijsenmolen
Van Breemolen

<p>Napoleonsmolen<br />Mathijsenmolen<br />Van Breemolen</p>

Foto: Rob Simons, 20.11.2012  

Beschrijving / geschiedenis

Reeds eeuwen lagen er in Achel (dat samen met Hamont en Sint-Huibrechts-Lille) de heerlijkheid Grevenboek vormde, banmolens (d.w.z. de inwoners waren verplicht om, tegen betaling, hun graan op deze molens te laten malen. Dit waren watermolens en een stenen windmolen (de nog bestaande Tomp). De windmolen was tot einde 16de eeuw in gebruik. Hij geraakte toen beschandigd en werd niet meer hersteld. Er werd toen een houten standerdmolen gebouwd. In 1770 kochten de drie gemeenten Hamont, Achel en Sint-Huibrechts-Lille de banrechten voor de windmolen af van de heer van Grevenbroek en werden eigenaar van de molen. In 1800 waaide echter de standerdmolen om. De drie gemeenten onderhandelden nog om een nieuwe gemeenschappelijke molen op te richten, maar zagen hier toch van af. Wél stimuleerden ze particulier initiatief voor de bouw van een nieuwe molen.

Deze molen werd in 1804 gebouwd door een vennootschap van zeven ondernemers. De oprichtingsdatum wordt herinnerd in een opschrift op de romp, met de dubbele notatie: AN XII (het jaar 12) - 1804. Duidelijk is te zien dat de molen uit een rijke beurs gebouwd werd: een zeer goede kwaliteit metselwerk en gave, goed afgewerkte balklagen onder de zolders. Deze molen was een bergmolen. Naar alle waarschijnlijkheid was de berg ommuurd, en was deze muur met gemetselde bogen met intandingen verbonden met de romp. Nog steeds zichtbaar is dat deze intandingen dichtgemetseld zijn. De molen komt in vrijwel alle details overeen met de in 1806 gebouwde molen te Ophoven, we noemen er enkele:

De afmetingen van de romp in Hamont (zonder de verhoging) en Ophoven zijn dezelfde, net als de lengte van de roeden (26 meter). Uit onderzoek bleek dat de aswielen van beide molens even groot geweest moeten zijn en de steek van de kammen hetzelfde. Een fraai geprofileerd stukje hout, dat in Hamont bij de restauratie van 1997 gevonden werd, bleek overeen te komen met de profilering van een onderdeel van het aswiel in Ophoven. Ook de kapvorm kwam overeen (Limburgse kap).

De eigenaars waren zelf niet molenaar, de molen werd verhuurd. Door ovelijden van aandeelhouders en daarmee gaande vererving van de aandelen, ontstond een bijnan onoverzichtelijke situatie. De grootste aandeelhouder was mettertijd Willem Rijcken, wiens weduwe in 1844 ingeschreven staat als eigenares van de molen. In 1854 stond de molen op naam van de weduwe van Jan Rijcken en kinderen en in 1856 van de weduwe Claes-Spaas en consoorten.

In 1862 kocht molenaar-pachter Louis Matthijssen alle aandelen op voor 18.000 frnak. Hij was de broer van dokter Mathijsen, de uitvinder van het gipsverband. Voor 1863 was in de molen reeds een stoommachine geplaatst. Louis Matthijssen  liet in 1867 grote verbouwingswerken uitvoeren: de romp werd cilindrisch verhoogd (waardoor de oude kap opnieuw kon gebruikt worden), waardoor men een bijgebouw kon oprichten tegen de molen om een olieslagerij te installeren. De olieslagerij is provisorisch aangebracht en afkomstig van een rosmolen. In de steenspil van de pletstenen is namelijk een schuine keep aanwezig. Hieraan zat de trekboom waarmee de paard het olieslagwerk aandreef in de rosmolen.

Twee stijlen in de olieslagerij en een aantal zolderbalken in het motorhok zijn delen van oude houten roeden. Oorspronkelijk werd de olieslagerij aangedreven door een stoommachine. Reeds elf jaar later kon die ook op windkracht werken. Via een aparte verticale spil vanaf de luitafel (uitgevoerd als rondsel) en een haakse overbrenging onder in de molen wordt het olieslagwerk aangedreven. Door de ingewikkelde overbrenging kost het olieslaan veel kracht, waardoor er alleen met een flinke wind olie geslagen kan worden. Later kon kennelijk het olieslagwerk ook op een dieselmotor werken, die d.m.v. een riem op de tuimelas het olieslagwerk aandreef. De olieslagerij hier was een kleinschalig bedrijf, lokaal gericht. Het was seizoenswerk, voornamelijk uitgeoefend door boeren.

In 1872 werd de molen geërfd door Willem Matthijssen, zoon van Louis. Willem verkocht de molen in 1879 voor 14.000 Belgische frank aan zijn knecht Jacob Vanasten-Driesen. Deze verwijderde in 1883 de stoommachine; In 1886 verkocht molenaar Vansten de molen aan Peter Van Bree-Segers voor de som van 10.700 frank.

Gerard Verbeek uit Budel was in 1906 werkzaam op de molen. Hij moest tweemaal per jaar een emmer teer in de roeden gieten en daar naar beneden rennen opdat de afdruipende teer geen andere emmer zou bevuilen.

Na het overlijden van Peter Van Bree in 1933, kwam de molen op naam van zijn weduwe en kinderen. Door deling in 1950 werd hij het eigendom van Emmannuel Van Bree-Wouters en in het jaar daarop van Jaak Van Bree-Winkels, die de molenaarsstiel had aangeleerd op de molens van Weert (NL), Molenbeerstel en Kinrooi.

De laatste molenaar, Jaak van Bree, eigenaar sinds 1951, leerde vanaf 1929 de molenaarsstiel van zijn vader en maalde zelf van 1933 tot 1962. In 1952 werd het gevlucht en de stelling verwijderd en werd er enkel nog elektrisch gemalen met twee koppel stenen. Het luiwerk werd elektrisch aangedreven d.m.v. riemaandrijving. De olieslagerij werkte niet meer na de Tweede Wereldoorlog.

In 1968 verhuurde de familie Van Bree de molen aan A. Budé. De molen, die voorlopig water en winddicht werd gemaakt, werd omgevormd tot café "Don Quichotte". Lang overleefde dit café niet, vooral omdat de molen niet warm te stoken was in de winter. Uit deze tijd is nog overgebleven de trap naar de maalzolder.

In 1982 kreeg de molen de status van monument. Tot 1990 bleef de molen in bezit van de familie Van Bree, die de molen afstond aan de gemeente Hamont-Achel. Deze gaf opdracht tot restauratie van de molen. Ontwerpers waren de architecten A. Rijcken te Hamont, W. van Hoof te Eksel en molenspecialist Nico Jurgens uit Hoorn (voorheen uit Valkenswaard). De uitvoering gebeurde in de jaren 1996/1997 door molenmakersbedrijf Adriaens uit Weert. Op 17 mei 1997 werd de molen feestelijk in gebruik genomen. Het aswiel is een replica van dat van de molen te Ophoven (zie ook eerder), terwijl het spoorwiel een replica is van dat van de molen van De Wilde te Goirle (NL), waar zich het oorspronkelijke spoorwiel van de Hamontse molen bevindt. Van de kap waren de spanten en gordingen en het aswiel verdwenen, het overige was nog aanwezig, maar hiervan moest alles vernieuwd worden, behalve de stormbalk. Van het olieslagwerk waren de slagbank, heien, vuring en steenraam verdwenen. Deze moesten dus gereconstrueerd worden. Eén koppel stenen werd maalvaardig gemaakt op de wind; het andere elektrisch. De steenkuip enz. Hiervan zijn afkomstig uit een maalderij te Peer.

De eerste vrijwillige molenaar, tot in 2002, was Eddy Frederix uit Lommel. Hij heeft een grote bijdrage geleverd tijdens de restauratie. Zo heeft hij de bovenas geheel ontroest en geschilderd. Tevens heeft hij de kantstenen rond gemaakt.

Op zondag 29 augustus 2004 werd het 200-jarig bestaan van de molen feestelijk gevierd. De molen kreeg die dag wel 1000 bezoekers over de vloer!

In 2008 is een ploeg van vier vrijwillige molenaars actief (zie hoger hun namen). Hetzelfde jaar kreeg de molen een onderhoudsbeurt. Het elektrisch aangedreven koppel stenen werd vernieuwd, nieuwe baansteen, roeden doorhalen, een elektromotor op het olieslagwerk zodat men naar keuze op de wind of elektrisch kan slaan.
Eind oktober 2012 voerde molenmaker Adriaens uit Weert onderhoud uit: enkele scheien en klossen ingeboet en twee voorzoomdelen vervangen en flink wat scheiwiggen. Verder twee nieuwe schoren voor de galerij. Tenslotte werd de hele molen geschilderd.

De in de molen geslagen raapolie (uit raapzaad) was bedoeld voor dekking van de plaatselijke behoefte aan olie voor het bakken en braden van voedsel en als grondstof voor olielampjes. Lijnolie (geslagen uit de zaden van vlas) werd ook gebruikt als bindmiddel voor verf. Overigens werd in Limburg weinig lijnzaad verwerkt. Sloorzaad (koolzaad) werd het meest algemeen verwerkt.

De molen draagt nog maar vrij recent de naam Napoleonsmolen; vroeger werd de molen (net als de andere twee windmolens te Hamont) aangeduid naar de eigenaar.

Anekdote

Gerard Verbeek uit Budel was in 1906 als knecht werkzaam op deze molen (en later op de standerdmolen van Lozen en nog later molenaar op molen Zeldenrust in Budel). De molen had toen ijzeren roeden, wat in deze streek toen bijna niet voorkwam. De mulder was erg zuinig op zijn mooie roeden en Verbeek moest tweemaal per jaar een emmer teer in de roeden gieten. Hij moest daartoe met een emmer teer in de hoogste wiek klimmen, de teer daarin gieten en vlug naar beneden gaan om op de balie de teer in de emmer op te vangen. Een wonderlijk verhaal, zal de lezer denken. Moest de maalknecht dit doen om vlug en lenig te blijven? Dat was echter niet het geval. De baas had het zo bepaald om een geheel andere reden: de lege emmer moest beneden weer dienst doen om geen twee emmers met teer te besmeuren!

Technische gegevens

Vang: blokvang met vangtrommel
Molenas: gietijzer, fabr. inscriptie L.I. Enthoven, nr. 120 uit 1854.
Gevlucht: fabr. Derckx, Wessem, nrs. 837 en 838, 1997, vlucht binnenroede 25,80m, buitenroede 26 m.; voor 1952: fabr. Verhaeghe, Ruddervoorde, nr. 193 (1903), nr. 606 (1908), nr. 1218 (1935), allen 26 m. lang.
Kruiwerk: Engels, kruilier
Inrichting: 1 koppel 17der kunststenen, fabr. H. Van Hees, Geldern (Duitsland), 1997; 1 koppel 16der kunststenen, fabr. H. Titulaer, Plasmolen, 2008 (elektrisch aangedreven); sleepluiwerk; (bijgebouw), haverpletter, kollergang, vuring en slagbank, koekenbreker
Overbrengingsverhouding:
Aswiel: 67 kammen
Bonkelaar: 33 kammen
Kroonwiel of spoorwiel: 73 kammen
Rondsel: 27 staven
Overbrenging = 1 op 5,49
Stellinghoogte: 7,10 m.

Rob Simons, Harry Wijnants, Nico Jurgens, Lieven Denewet

<p>Napoleonsmolen<br />Mathijsenmolen<br />Van Breemolen</p>

Foto: Hans de Kroon, Veenendaal

<p>Napoleonsmolen<br />Mathijsenmolen<br />Van Breemolen</p>

Inscriptie met het jaartal van de verhoging. Foto: Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille

<p>Napoleonsmolen<br />Mathijsenmolen<br />Van Breemolen</p>

Harry Wijnants bij het olieslagwerk. Foto: Geert Vanhercke, Bredene, 03.06.2006

<p>Napoleonsmolen<br />Mathijsenmolen<br />Van Breemolen</p>

De kollergang. Foto: Geert Vanhercke, Bredene, 03.06.2006

<p>Napoleonsmolen<br />Mathijsenmolen<br />Van Breemolen</p>

Prentkaart ca. 1900. Verzameling Ons Molenheem

Aanvullende informatie

Aantal asomwentelingen
2010: 42 309 (vanaf april)
2011: 81 891
2012: 58 500

----------
Krantenartikel van begin jaren 1960

DE DRIE WINDMOLENS VAN HAMONT - Gebouwd door uitvinder van gipsverband
EEN MISREKENING
Hamont, de Limburgse gemeente nabij de Nederlandse grens, telt drie windmolens, waarvan er nog twee in werking zijn. Zij zijn niet zeer oud, de eerste werd gebouwd in 1804 en de laatste in 1903, maar zij vormen toch een toeristische aantrekkelijkheid.
De oudste windmolen is deze in de Bosstraat, thans eigendom van Jac. Van Bree. Deze typische molen met draaiende torenkap, is in 1804 gebouwd door de Nederlander dr. Matthijssen, uit Budel, die beroemd bleef omdat hij de uitvinder is geworden van het gipsverband. Hij is te Hamont gestorven en begraven. Vandaar dat het steegje naar de molen zijn naam draagt.
Toen dr. Matthijssen in 1804 te Hamont de eerste molen bouwde, heeft hij zich wellicht misrekend. Hij bouwde de molen achter een huizenrij, dicht tegen het drukke centrum. De lage molen kon daardoor weinig wind opvangen, zodat de bouwer in 1868 de molen met een verdiep verhoogde. De gaanderij, die ongeveer een vijftal meter van de grond het typisch uitzicht van de molen kenmerkte, werd weggenomen. Zo kreeg de molen een heel ander uitzicht en is om zijn bijzonder bouwtrant zeker een zeldzaamheid in het land van de windmolens.
EEN STILLE GETUIGE
De eerste maalder was vermoedelijk een Nederlander. Wij kunnen toch ook niet veronderstellen dat dr. Matthijssen het witte pak heeft gedragen.
Jacobus van Asten, uit Leende, heeft de molen een tijdlang bediend en hem in 1884 verkocht aan Jan van Bree, uit Hamont. In 1950 ging hij over naar diens zoon Jac. Van Bree, thans nog eigenaar.
De molen is vele jaren een oliemolen geweest, waar boeren hun zaad tot olie lieten slaan. De stenen voor de olieslagerij zijn er nog, maar worden sinds verscheidene jaren niet meer gebruikt. In 1952 werden de wieken weggenomen. Zo blijft de molen nog enkel een stille getuigenis uit het verleden, een molen waaraan de naam van dr. Matthijssen, de uitvinder van het gipsverband, nog immer verbonden blijft.

NOG IN WERKING

De tweede windreus staat dicht bij het station. Hij werd in 1897 gebouwd door de gebroeders Simons uit Hamont, die een sigarenfabriek op die plaats wilden bouwen.
De molen ging achtereenvolgens over aan Leysen, uit Overpelt, Van Naken, uit Neeroeteren, Coolen uit Hamont, en is ten slotte eigendom van Gerard Beliën geworden, die hem nog steeds in gebruik heeft.
HET TORENTYPE
De derde windmolen staat op het Loo en werd gebouwd in 1903. Hij is dus de jongste van de drie. De molen is een torentype, ook “wipmolen” genoemd. Hij werd gebouwd door Sanders. Pieter Sevens nam hem in 1910 over, waarna Gerard Sevens hem van 1924 af in gebruik heeft.
De eigenaar gaat naar de fabriek werken en slechts als er wat te malen valt in zijn vrije uren zal hij de rem op de molenas loslaten. – Nx
Noot: Sommige historische gegevens van bovenstaand krantenbericht zijn achterhaald.

-----------------

Persbericht. Hamont - De twee Hamonter molenaars mogen zondag, samen met de gemeente, 200 jaar Napoleonsmolen vieren. Harry Wijnants en Evert Meijs staan al meer dan een jaar in voor onderhoud van de oude windmolen. ,,Wij houden een monument in stand''.
Al twee jaar mag Wijnants zich mulder van de Napoleonsmolen noemen. Meijs volgde een jaar later. Heel wat theorie- en praktijklessen gingen eraan vooraf.
,,Vroeger ging dit beroep over van vader op zoon'', vertelt Wijnants. ,,Toen de beroepsmulders ermee stopten, zijn fanatiekelingen lessen gaan geven om het beroep te laten voortbestaan.'' De lessen zijn noodzakelijk om een goede molenaar te worden. ,,Heel belangrijk zijn de lessen over veiligheid, zeker als je publiek in de molen ontvangt, zoals hier.''
De laatste beroepsmolenaar van de Napoleonsmolen stopte ermee in de jaren zestig. In 1982 werd de molen beschermd als monument. ,,De gemeente kocht de molen in 1990 en gaf hem de naam Napoleonsmolen'', vertelt Wijnants.
,,De molen is geschiedkundig de belangrijkste van de omgeving. Vroeger was een molen eigendom van de kerk. De boeren waren verplicht hun graan in die molen te laten malen en een gedeelte van de opbrengst af te staan. Napoleon schafte dat af; de molen in Hamont werd de eerste vrije molen, daarom heeft de gemeente de molen naar Napoleon genoemd'', weet Wijnants.
Stilstaan is lijden
Van midden de jaren zestig tot na de restauratie in 1997 is er niet meer gemaald in de molen. De molen lijdt als hij stil staat. Het is de taak van de molenaars om dit te voorkomen.
,,We kunnen nog malen, maar dan hebben we graan nodig'', aldus Meijs. ,,Ook bevat de molen olieslagwerk om olie te persen, wat heel bijzonder is. Er is in Vlaanderen nog slechts één andere molen met olieslagwerk.''
Het enige probleem is dat het malen en persen veel graan en wind kost. Toch zijn de mulders van plan om op termijn de molen weer te laten malen. ,,We hebben er geen tijdstip op geplakt, maar na wat onderhoud, is hij er helemaal klaar voor.''
De molenaars zijn sowieso verplicht een aantal keren per maand de molen te laten draaien. De mannen werken nog volledig als vrijwilligers. ,,In andere provincies werken de molens met een teller. Hoe meer rondjes de molen op een jaar heeft gedraaid, hoe meer subsidie de molenaars krijgen. Limburg is de enige provincie waar er geen molensubsidies bestaan. Er is wel sprake om met het tellersysteem te starten. We zijn benieuwd'', besluiten de molenaars.

-----------------

Molenkrant. September 2015. Nr 2.
Aan buren en vrienden van de Napoleonsmolen 
Buitengewoon onderhoud: vernieuwing van de stellingplanken en verfwerken.

Bij de restauratie in 1996-1997 werd gekozen om op de stelling planken te plaatsen van inlandse eik met een dikte van 3 cm. Na 19 jaar en verschillende behandelingen met carbolineum en later polyester producten zijn de planken aan vervanging toe.
Aan de onderzijde zit er de eikenzwam stevig in en dan gaat het verrottingsproces snel.
Twee jaar geleden werden de problemen vastgesteld en na de nodige dossiervorming voor subsidies van de Vlaamse overheid is het vandaag hoogtijd om de werken uit te voeren.
Na prijsvraag werden de werken toegewezen aan de firma Adriaens, molenmakers uit Weert. Zij voerden de werken uit in september 2015. Er werd gekozen om de beplanking uit te voeren in bilinga hout van 23 cm breedte en 4 cm dik.
Bilinga is afkomstig uit midden- en west-Afrika en is een zeer duurzame en harde houtsoort.
In Nederland heeft men al heel wat ervaring met de toepassing ervan op stellingen en ander (buiten)houtwerk van molens.
Een gebruik van enkele decennia is niet uitzonderlijk en bewijst dat het hout na die periode nog perfect is.
Elke drie tot vier jaar een reiniging van het mos en opnieuw grondig behandelen met beits.
Het nodige hout voor deze werken werd door Adriaens in het voorjaar gekocht en na een goede droogperiode tweemaal gebeitst met Wijzonol. Na plaatsing wordt een derde laag uitgevoerd, gevolgd door een bestrooiing met grof wit zand om de stroefheid te bevorderen. Een gladde stelling is immers niet veilig om te werken of te bezoeken.
In hetzelfde onderhoudswerk krijgen ook de ramen en deuren van het gelijkvloers, de steenzolder, de meelzolder en de luizolder aan de buitenzijde een laag verf.
De werken kosten 30.000 euro en worden uitgevoerd met 80% toelage van de Vlaamse overheid. De overige 20% wordt betaald door de eigenaar, de stad Hamont-Achel.
De molen blijft tijdens de werken binnen toegankelijk, de stelling is maar beperkt toegankelijk.
Wij houden u verder de hoogte.
De molenaars, Harry Wijnants, Evert Meijs, Harry Vandeweyer, Harrie Meeuwissen
Harry Wijnants, tel. 00 32 11 62 14 03; gsm 00 32 496  32 20 53; Harry_wijnants@telenet.be
Evert Meijs, tel. 00 32 11 63 51 15; gsm 00 31 653  47 52 97; Meijs.evert@gmail.com
Harry Vandeweyer, tel. 00 32 11 62 14 88; gsm 00 32 472 70 47 88; Harry.vandeweyer@skynet.be
Harrie Meeuwissen, tel. 00 32 11 44 58 76; gsm 00 32 475 95 11 76; harrie@meeuwissen.be

Bij de foto’s:
De eikenzwam hecht zich op de natte plekken en zuigt het hout leeg.  
De nieuwe bilinga planken 23/4 zijn  geleverd op de stelling
Na korte tijd is het hout gewoon poreus.   
De eerste planken zijn geplaatst.

Molenkrant. September 2015. Nr 2.
Aan buren en vrienden van de Napoleonsmolen
Buitengewoon onderhoud: vernieuwing van de stellingplanken en verfwerken.

Literatuur

Werken
L. Van de Sijpe, "Millenniumboek Hamont-Achel", Hamont-Achel, Geschied- en Heemkundige Kring: “De Goede Stede Hamont” 1999.
M. Degeest, Ontmoeting met Hamont-Achel, ons stadje vandaag, Hamont-Achel, 2001.
J. Gerits, Historische steden in Limburg, Brussel, 1989, p. 97-111.
J. Moris, Bijdrage tot de geschiedenis van Hamont, Hamont, 1976.
Werner Smet & Herman Holemans, "Limburgse windmolens in heden en verleden", Nieuwkerken-Waas, Uitgeverij Ten Bos / Studiekring Ons Molenheem, 1981, p. 59-62.
H. Van de Broek, "Hamont in oude prentkaarten", Zaltbommel, 1972.
Lieven Denewet, "Drie Vlaamse windmolens vierden in 2004 hun 200-jarig bestaan", Molenecho's, XXXII, 2004, 4, p. 329;
M. Bussels, "De molens van Grevenbroek", Limburg, XXIII, 1941-42, p. 128-135.
H. Van de Broek, De Napoleonsmolen of de windmolen an XII-1804 te Hamont, in: Limburg, LI, 1972, p. 193-216, overgenomen in: Molenecho's, VIII, 1980, p. 50-53 en 58-59;
R. Van Lent, "De molens van Grevenbroek in het graafschap Loon", Verzamelde Opstellen, V, 1929, p. 89-99.
Nico Jurgens, "De olieslagerij van de "Napoleonsmolen" te Hamont (Limburg), in: Molenecho's, XXIII, 1995, 3, p. 121-130.
Nico Jurgens, "De oorspronkelijke bouw van de molen van Hamont’" in: Grevenbroeker Echo’s(Geschied- en heemkundige kring ‘De Goede Stede Hamont’) 1993 nr. 5, p. 19-25.
Herman Vanhoutte, "De terugkeer van "Napoleon" als "De Grote Macht" in Hamont!, Molenecho's, XXV, 1997, p. 22.
L. Van de Sijpe, "Een grootse toekomst voor de Napoleonsmolen te Hamont", in: Molenecho's, XIX, 1991, p. 60-64.
J. Gerits, "De windmolen van Hamont", in: Ons Heem, XXIX, 1975, p. 157-158.
Bert Van Doorslaer, "Met de stroom mee of tegen de wind in? Molens in Limburg", Borgloon/Rijkel, Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed, 1996.
L. Van de Sijpe, "200 jaar Napoleonsmolen te Hamont. 1804-2004", Hamont-Achel, 2004, 67 p.
J. Spruyt, "Napoleonsmolen herboren!", in: Natuur- en Stedenschoon, LXVII, 1998, nr. 4, p. 19-21.
F. Dirks, "Restauratie van de 'Napoleon-windmolen', met nieuwe gaanderij te Hamont-Achel", in: Natuur- en Stedenschoon, LXV, 1997, nr. 2, p. 30-31.L. W(ante), "Hamont: Napoleonsmolen", in: VVIA-Nieuws, Industrieel Erfgoed in Vl. Tijdschr. Vlaamse Vereniging Ind. Archeologie, jg. 5, nr. 29 (1992), p. 10.
F. Dirks, "Restauratie van de 'Napoleonwindmolen' te Hamont-Achel", in: Natuur- en Stedeschoon, Antwerpen, jg. 63 (1994), nr. 1, p. 30.
N. Jurgens, "Krijgt 'Napoleonsmolen' weer een Limburgse kap?", in: "Levende Molens", jg. 12, 1990, nr. 7, p. 53-55.
L. Stevens, "Van ambacht tot nijverheid te Hamont", in: Van vrueger joâren, Documenten en herinneringen van de Noorderkempen, Genootschap voor Geschied- en Oudheidkunde, Achel, nr. 7, 1984, p. 27-42.
E. Meijs, "Volop leven in de bijna 200-jarige Napoleonsmolen te Hamont", Molenecho's, XXXI, 2003, 4, p. 305-306.
Van de Sijpe Luc, Hamontse molen van 1804 (An XII): de Napoleonsmolen, Grevenbroeker Echo’s (Geschied- en Heemkundige Kring ‘De Goede Stede Hamont”, 2004, nr. 48, p. 3 e.v.
L. Van de Sijpe, G. Tijskens e.a., 200 jaar Napoleonsmolen te Hamont 1804-2004. Grevenbroeker Echo’s, nr. 48, 2004, 68 p.
A. Bicker Caarten, "De Molens in de Volskunde".
Mailberichten
- mevr. Wendy Beliën, kleindochter van de laatste molenaar Gerard Beliën van de verdwenen stenen windmolen bij het station van Hamont, 22.09.2010.

Persberichten
C.H., "Windmolens verdwijnen in Hamont", Het Volk, 07.03.1964.
L. Cops, "Jacob Van Bree mijmert over zijn windmolen te Hamont", Het Belang van Limburg, 07.03.1964.
Hs., "Windmolens in Limburg", Het Laatste Nieuws, 05.04.1953.
Hw., "Gaat Hamonts laatste windmolen over in vreemde handen?" Het Belang van Limburg, 23.12.1976.
J.C., "Jacob van Bree, stoere telg uit een oude molenaarsfamilie", Het Laatste Nieuws, 22.02.1977.
Kerkuil, "Van zwaaiende wieken en tuimelende raderen in de Kempen en Haspengouw", Moeder van Goeden Raad, september 1954, p. 205-208.
"Hamont: Meer dan 100 jaar oude molen", Volksgazet, 25.02.1968.
"Hamont wenst voorkeur aankoop oude windmolen", het Belang van Limburg, 21.01.1977.
"Koopt Hamont windmolen?" Gazet van Antwerpen, 21.01.1977.
KVH, "Molen moet meer malen", in: Het Nieuwsblad, 24.08.2004.
KVH, "Molenaar", in: Het Nieuwsblad, 12.03.2008.
Rudi Smeets, "Schooldirecteur houdt bed & breakfast
Noord-Zuid doorheen de provincie: Limburg", in: Het Nieuwsblad, 04.07.2007.
KVH, "Napoleonsmolen", in: Het Nieuwsblad, 13.10.2007.
KVH, "Napoleonsmolen", in: Het Nieuwsblad, 19.02.2009KVH, "Napoleonsmolen", in: Het Nieuwsblad, 27.05.2009
"Napoleonsmolen", in: Het Belang van Limburg, 05.08.2009.
"Elektrische motor in Napoleonsmolen", in: Het Belang van Limburg, 04.10.2007.
"Woon- en winkelproject Bernard Kemp open", Het Belang van Limburg, 25.03.2010.
Kizzy Van Horne, "Hamont-Achel wil meer sociale huurwoningen bouwen. Dure grensgemeente steunt betaalbaar wonen", Het Nieuwsblad, 07.10.2010.
Mailbericht Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille, 01.10.2013.
J. Driessen / LiTh, "Oude watertoren aan Napoleonsmolen", Het Belang van Limburg, 22.03.2011.

Mailberichten
Evert Meijs, Hamont, vrijwillig molenaar, 21.05.2017.


Laatst bijgewerkt: zaterdag 24 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens