Molenzorg
Denderwindeke (Ninove), Oost-Vlaanderen
<p>Molen ter Zeven Wegen<br />Stenemolen<br />Stenen Molen</p>
Foto: Johan Allard
Naam

Molen ter Zeven Wegen
Stenemolen
Stenen Molen

Ligging Molenstraat 1
9400 Denderwindeke (Ninove)

nabij de Heirebaan
1,7 km W v.d. kerk
kadasterperceel A994
50° 47' 56.73" N
  4° 0' 2.82" E


toon op kaart
Geo positie 50.800091, 4.000256
Eigenaar Weduwe Jos? De Leeuw-Vernaillen, in erfpacht aan de stad Ninove
Gebouwd 1807 (hout) / 1863 (steen)
Type Stenen bergmolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Verhoogde romp; zetelkap met staartoversteek
Gevlucht/Rad Geklinknageld, ca. 24 meter
Inrichting 4 steenkoppels, haverbreker, graankuiser,
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
12.06.1986
Molenaar Jozef De Vuyst (tel.: 0473/647524, e-mail: jozef.devuyst@telenet.be), Jan De Bou (tel. 02/784 20 95); Gilbert Nieuwborg; Mark Vanden Houte
Openingstijden Iedere laatste zondag van de maand, tussen 14 en 18 u, het hele jaar door, op molendagen en op afspraak

Beschrijving / geschiedenis

De Molen ter Zeven Wegen of de Stenen Molen is een stenen korenwindmolen, type bergmolen, aan de Molenstraat 1, nabij de Heirebaan, op 1,7 km ten westen van de kerk van Denderwindeke. De molen staat mooi ingeplant in een licht glooiend landschap.

We zien de molen aangeduid als een staakmolen op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1845) met de benaming "Ter Zeven Wegen, Moulin", op de topografische kaart van Vandermaelen (ca. 1850) en als een stenen molen op de kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1860) onder de benaming "Moulin dit Te zeven wegen".  Soms werd ook wel eens "ter Zeven Weeën" vermeld, naar de devotie voor O.L.V. van Zeven Weeën. Deze traditie zou evenwel recenter zijn  dan de oprichting van de molen.

De molen werd in 1807 opgericht als staakmolen, waarbij men het wiekenkruis van op de vlakke grond bediende. De molenkap bevond zich toen ter hoogte van de huidige "muizentandfries".

De oprichters waren Maximilianus d’Hauwer (zoon van Emanuel), en Judocus van Snick, beide landbouwers te Denderwindeke. Ze stichtten daartoe voor 5 jaar een vereniging. De molen zou komen op het "Walborreveld" of "Apelteerenveld" (= "Appelterreveld") (akte verleden voor notaris Ferdinand Sebastiaan van Oudenhove, Ninove, 20.04.1807).

De molen maakte in 1811 deel uit van één de drie windmolens van Denderwindeke. Uit het proces-verbaal van afpaling van deze gemeente in 1811: "il existe 3 moulins à vent et un à eau. L'expert n'a pas pu s'en procurer les baux, il estime qu'en raison de leur grandeur et de leur situation, ils doivent être divisés en deux classes. La première classe donne un produit brut de f. 400, 1/3 déduit, reste en produit net de f. 266. La deuxième classe donne un produit net de f. 300, 1/3 déduit, reste un produit net de f. 200."

Maximilianus d'Hauwer, één van beide oprichters, overleed echter al in 1811 tijdens de hoogmis te Denderwindeke. Hij woonde dan in Nijken. De weduwe, Petronella Derdelincx, bleef met vele schulden achter.

Op 21 augustus 1813 vond een gerechtelijke verkoop plaats van de molen, op verzoek van o.m. Petronella Derdelincx weduwe van Maximiliaan d'Hauwer te Denderwindeke en kinderen en inwoners van Beveren.
Een tweede verhoging vond plaats op 7 oktober 1813 en werd gevolgd door een verhoging door Pieter Jan de Smet (molenaar te Denderwindeke) voor 3528 frank. De definitieve toewijzing gebeurdeop 20 oktober 1813 voor 4200 frank aan de genoemde Pieter Jan de Smet? Molenaar Adriaan d'Hauwer, broer van Maximiliaan, was bij deze verkoop aanwezig.

De molen werd in 1834 ondergebracht in klasse 1, met een kadastraal inkomen van 266 frank.

Eigenaar-molenaar in 1834 was nog steeds Pieter Jan De Smet, molenaar op "Appelterreveld". Hij was eigenaar van 3.78.00 hectaren met de windmolen op het Appelterreveld op het perceel A994. en het huis op het perceel A110. Na zjin dood geberude een verdeling tussen:
1. Joannes Evens , landbouwer in Denderwindeke
2. Petrus Van Wilder , onderwijzer in Denderwindeke
3. Petrus De Smet , mulder in Aalst
4. Petrus en Antonius De Smet , mulders in Denderwindeke
5. Karel en Louis De Smet , herbergiers in Denderwindeke
6. Pieter Jozef De Smet , molenaar in Wambeke

Na een brand in 1863 werd de molen herbouwd als een stenen bergmolen. Later besloot de molenaar de molen te verhogen. De kegelvormige molenromp zo maar opmetselen kon niet vermits de top dan te smal zou geweest zijn voor de kap. Dus maakte men de diameter groter door bij het leggen van de eerste rij bakstenen om de andere steen er één te laten uitspringen: "de uitkragende muizentandfries". Door het optrekken van de molenromp kon men de kap echter niet meer bedienen vanop de begane grond en diende men een molenberg op te werpen. Zo kreeg de molen zijn huidige uitzicht: een ronde stenen bergkorenmolen staande op een berg voorzien van een bakstenen toegangspoort die de boeren de mogelijkheid gaf onder de molen door te rijden.

In 1872 werd een stoommachine in gebruik genomen, maar deze werd in 1921-1922 uitgebroken. Sinds ca. 1955 maalt de molen niet meer met windkracht. De laatste beroepsmolenaars waren Leon en zijn zoon José De Leeuw. Vanaf de jaren 1970 geraakte de molen sterk in verval. De romp vertoonde grote doorgaande barsten. Deze molen werd op 12 juli 1986 beschermd als monument. Uit veiligheidsoverwegingen werd het wiekenkruis in 1991 verwijderd.

De stad Ninove verwierf de molen in 1993 in erfpacht. In 2002-2005 liet ze een zeer grondige restauratie uitvoeren, waarbij de gehele molen gesloopt en herbouwd werd. Ook de knik in de romp (dat wijst op de verhoging) werd weer aangebracht. De firma Nijs nv uit Deinze stond in voor de romp, terwijl het molentechnisch werk werd uitgevoerd door Thomaes Molenbouw nv uit Beveren-Roeselare (met molenbouwer Ronny Demol uit Reninge). Op zaterdag 29 april 2006 werd de molen feestelijk ingehuldigd. De stad gaf de molen in concessie aan de vrijwillige molenaars Jozef De Vuyst en Wim De Cooman, die ook de Wildermolen van Appelterre in concessie houden. Zij worden bijgestaan door Paul Verschelden en Jan De Bou, die in de plaats kwam van Wim De Cooman. Thans zijn ook Gilbert Nieuwborg en Mark Vanden Houte er actief als vrijwillig molenaar.

Het woonhuis naast de molen, nu bewoond door Ots-Neuckermans, kreeg in 2012 een zadeldak dat voorheen ontbrak.

Eigenaars:

- 1807, oprichting: d’Hauwer Maximilianus (zoon van Emanuel), landbouwer te Denderwindeke en van Snick Judocus, landbouwer te Denderwindeke (vereniging voor 5 jaar)
- 1811, erfenis: Derdelincx Petronilla (weduwe van Maximilaan d'Hauwer), Denderwindeke (overlijden van Maximilianus d'Hauwer)
- 19.10.1813, verkoop: De Smet-Fontaine Pieter Jan, molenaar te Denderwindeke
- later, erfenis: de erfgenamen (overlijden van het echtpaar De Smet-Fontaine)
- 03.07.1854, deling: De Smet-Van Cauter Louis August, molenaar te Denderwindeke (notaris Roman)
- 19.07.1864, verkoop: Mertens-Langendries Charles Marie Hypolite, molenaar te Denderwindeke (notaris Roman)
- 23.10.1884, verkoop: a) Maes Frans, molenaar te Denderwindeke, b) Maes Hortensia, zonder beroep te Denderwindeke en c) Maes Désiré, molenaar te Dendewindeke (notaris Van Impe)
- 13.12.1900, deling: a) Maes Frans, molenaar te Denderwindeke en b) Maes Hortensia, zonder beroep te Denderwindeke (notaris Van Impe - deel van Désiré Maes)
- 20.10.1921, erfenis: Maes Hortensia, huishoudster te Denderwindeke (overlijden van Frans Maes)
- 21.08.1923, erfenis: de erfgenamen (overlijden van Hortensia Maes)
- 04.10.1923, verkoop: Beurms-Van Hoeke Jozef, molenaar te Denderwindeke (notaris Van den Berghe)
- 01.10.1932, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Jozef Beurms)
- 15.10.1934, verkoop: Vanderhaute-De Bleecker Leon Charles Louis Marie Joseph, molenaar te Denderwindeke (notaris Van OUdenhove)
- 25.09.1947, verkoop: De Bleecker-Goubert Albert Oscar, landbouwer te Elst (notaris Van Rossom)
- 06.07.1948, verkoop: De Leeuw-Verpaelst Leon, werkman te Moerbeke (notaris Van Rossom)
- 20.04.1975, verkoop: De Leeuw-Verlaillen José Jozef, handelaar te Denderwindeke (notaris Van Rossom)
- 20.07.1991, erfenis: de weduwe Vernaillen (overlijden van JOsé De Leeuw)
- 14.09.1993, verkoop: stad Ninove, met als erfpachtster de weduwe Vernaillen van De leeuw José

Lieven DENEWET, Georges SOUFFREAU & Herman HOLEMANS

<p>Molen ter Zeven Wegen<br />Stenemolen<br />Stenen Molen</p>

Foto: Damien De Leeuw, Herzele (23.04.2006)

<p>Molen ter Zeven Wegen<br />Stenemolen<br />Stenen Molen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Molen ter Zeven Wegen<br />Stenemolen<br />Stenen Molen</p>

Foto: Maarten Osstyn, Adegem, 16.03.2014

<p>Molen ter Zeven Wegen<br />Stenemolen<br />Stenen Molen</p>

Foto: Maarten Osstyn, 16.03.2014

<p>Molen ter Zeven Wegen<br />Stenemolen<br />Stenen Molen</p>

Foto John Verpaalen, Roosendaal, 1979

Aanvullende informatie

Jaarlijks aantal asomwentelingen
2006:    1.800
2007:  25.764
2009: 120.432
2010: 110.544
2011:     3.157

Intekendatum: 27.04.2001   11 u. / 11 u. 15 (heraanbesteding van 17.12.1999, 11 u.)
Molen: Denderwindeke (Ninove), Molen Ter Zeven Wegen - stenen bergmolen
Bouwheer: Stad Ninove
Ontwerper: Architectenbureau P. Gevers, Kasterlee
Opdracht: Restauratie - perceel 1: bouwkundige werken; o/cat. D24, kl. 3; 220 werkdagen; perceel 2: molenbouwkundige werken; o/cat. D23, kl. 2; 220 werkdagen
Plaats aanbesteding: Vergaderzaal van het stadhuis, Centrumlaan 100, Ninove
Offertes: Perceel 1: Denys nv, Wondelgem, €455.772,70; Nijs P. nv, Deinze, €470.206,05; Aquastra bvba, Wevelgem, €520.232,40; perceel 2: Thomaes Molenbouw nv,  Roeselare, €365.189,80
Toewijzing: Perceel 1: Nijs P. nv, Deinze; perceel 2: Thomaes Molenbouw nv, Roeselare

---------------------------------
Vlaams Parlement. Schriftelijke Vragen. Zittingsjaar 201-2012.
Vraag nr. 537 van 22 juni 2012 van Dirk Van Mechelen aan Geert Bourgeois,
Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van bestuurszaken, binnenlands bestuur, inburgering, toerisme en Vlaamse rand

Molen Ter Zeven Wegen Denderwindeke   -   Renovatie

Vlaanderen is de bakermat van de windmolens. Een groot aantal van de nog bewaarde windmolens heeft dan ook een beschermd statuut. Die bescherming voorziet in een aantal erfdienstbaarheden die erop gericht zijn om de molen goed te beheren, niet te ontsieren of te vernielen. Een windmolen is in feite een machine en de beste manier om in het onderhoud te voorzien is regelmatig gebruik. Het is dan ook van essentieel belang dat een molen maalvaardig is en dat er ook kan worden gemalen.
Enkele jaren geleden werd de molen Ter Zeven Wegen in Denderwindeke vanuit die optiek grondig gerestaureerd. Recentelijk werd immers na positief advies van de administratie onroerend erfgoed voorzien in de renovatie van het nabijgelegen molenhuis. Deze renovatie heeft echter een bijzonder negatief effect, want het vergrote dakvolume zorgt ervoor dat de wieken niet meer kunnen draaien.
Naar aanleiding van die vaststellingen had ik graag een antwoord gekregen op volgende vragen.

1. Op basis van welke argumenten werd gunstig advies gegeven voor de uitgevoerde renovatiewerken?
2. Op welke manier werd bij de beoordeling van het dossier rekening gehouden met de maalvaardigheid van de molen en met de opgelegde erfdienstbaarheid om de molen maalvaardig te houden?
3. Welke maatregelen zal de minister nemen om ervoor te zorgen dat deze situatie ongedaan kan worden gemaakt, zodat de molen terug kan draaien?
4. Wie zal de kosten moeten betalen die gepaard gaan met het opnieuw creëren van een situatie waardoor de molen kan draaien?
5. Werd het dossier beoordeeld door een erfgoedconsulent gespecialiseerd in molens of gebeurde de beoordeling door iemand anders? Zal dat systeem in de toekomst ook nog blijven bestaan?
6. Bestaat er een afwegingskader of aftoetsingslijst waarop erfgoedconsulenten zich kunnen baseren bij de beoordeling van dossiers? Is dat afwegingskader globaal of per type (bijvoorbeeld windmolens)?
7. Welke maatregelen zal de minister nemen om ervoor te zorgen dat in de toekomst adviezen worden uitgereikt waarbij rekening wordt gehouden met de door de Vlaamse overheid opgelegde erfdienstbaarheden?

--------------
Geert Bourgeois
Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van bestuurszaken, binnenlands bestuur, inburgering, toerisme en Vlaamse rand
Antwoord op 31.08.2012 op vraag nr. 537 van 22 juni 2012 van Dirk Van Mechelen

1. Op 3 juni 2007 verleende Onroerend Erfgoed een gunstig advies op de stedenbouwkundige aanvraag voor de verbouwing van het molenhuis waarbij de woning zou heropgebouwd worden in een sobere hedendaagse architectuur onder plat dak. Ruimtelijke Ordening weigerde diezelfde stedenbouwkundige aanvraag op 19 september 2007, onder andere omwille van het plat dak.
Een nieuw ontwerp met een zadeldak werd door de aanvrager voor preadvies aan zowel Ruimtelijke Ordening als Onroerend Erfgoed voorgelegd. Om tegemoet te komen aan de voorwaarden van ruimtelijke ordening alsook aan de vraag van de aanvrager, werd met het toenmalige ontwerp inclusief zadeldak ingestemd, waarbij de impact van dit dakvolume op de windvang werd onderschat op basis van de voorgelegde plannen. Op 25 november 2008 bracht Onroerend Erfgoed vooralsnog een ongunstig advies uit omdat het toenmalig voorgelegde ontwerp zich typologisch niet integreerde in de omgevende context. Door het voorzien van korfbogen boven de grote raam- en poortopeningen, oeil-de-boeufs, dakkapellen, verschillende raamtypes en metselwerk in visgraatmotief was er geen eenheid in stijl meer en al helemaal geen sprake meer van een sobere architectuur, zoals voordien gevraagd.
Toen op 9 maart 2009 een nieuwe stedenbouwkundige aanvraag werd ingediend waarin tegemoet werd gekomen aan de eerder gegeven opmerkingen, gaf Onroerend Erfgoed een gunstig advies.
2. Bij het herbouwen van de molenaarswoning zijn er twee knelpunten ontstaan die het maalvaardig houden van de molen verhinderen. Enerzijds belemmert het dakvolume bij de overheersende zuidwestenwind een optimale windvang en anderzijds ook het draaien van de wieken, die dan immers de dakrand zouden raken en dus schade aan zowel de woning als aan de molen zou toebrengen. Bij het beoordelen van de verschillende bouwaanvragen werd op basis van de voorgelegde plannen te weinig rekening gehouden met de nadelige gevolgen van het aanbrengen van het zadeldak op de windvang voor de molen. Er werd verkeerdelijk vanuit gegaan dat bij het uittekenen van het dakvolume de architect voldoende rekening had gehouden met de lengte, de aerodynamische vorm en de stand van de wieken.
3. Sinds mei 2011 had mijn administratie al enkele keren overleg met de eigenaars van de woning, de architect en de gemeente om een oplossing te vinden voor het probleem. Ondertussen hebben de eigenaars van de woning mee ingestemd om op eigen kosten een beperkt deel van het dak af te breken zodat de wieken van de molen weer kunnen draaien. Wanneer de molen weer kan draaien bij zuidwesten wind zal gemonitord worden of de beperkte windvang al dan niet voldoende is om de molen te laten malen. Indien blijkt dat malen niet meer mogelijk is, zal bekeken worden welke oplossing het meest geschikt is. Er wordt daarbij gedacht aan het aanpassen van het wiekensysteem, dan wel aan het uitbreiden van de gebruiksmogelijkheden van de al aanwezige dieselmotor of eventueel aan het bijplaatsen van een elektromotor.
4. Zoals al vermeld zullen de kosten voor het gedeeltelijk afbreken voor het dakvolume worden gedragen door de eigenaars van de woning. De Vlaamse overheid kan via premies tegemoet komen in de  kosten voor het optimaliseren van de motoren.
5. Bij de technisch-inhoudelijke beoordeling van beheersvragen is voldoende geregeld dat erfgoedconsulenten zich laten begeleiden door vakspecialisten.
6. De technisch-inhoudelijke beoordeling van beheersvragen wordt onderling afgestemd aan de hand van richtlijnen en aftoetsingskaders.
7. Zoals al vermeld zal mijn administratie werken aan een beheersinstrumentarium om de adviesverleningen te optimaliseren.

-----------------------

Jimmy Godaert, "Nieuwe wind voor de molens van Ninove", Editiepajot, 23.09.2014.
Ingezonden foto
Op vraag van de erfgoedraad besliste de gemeenteraad van 25 april 2013 een molencommissie op te richten. Na anderhalf jaar worden de resultaten van de nieuwe molenpolitiek stilaan zichtbaar.
Ninove bezit op dit moment twee windmolens: de Wildermolen van Appelterre-Eichem en de Molen ter Zeven Wegen van Denderwindeke (via erfpacht). Een aantal vrijwillige molenaars zorgt er voor dat de molens regelmatig draaien en bezocht kunnen worden. Zij waren vragende partij voor de oprichting van een molencommissie. “Er was nood aan duidelijke afspraken voor een beter en veiliger beheer en onderhoud van de molens”, vertelt schepen van Patrimonium Henri Evenepoel. “Door de deskundigheid van de leden van de molencommissie hopen we dat onze windmolens meer bezoekers zullen aantrekken en een toeristische meerwaarde voor onze stad kunnen bieden.”
Een grote slokop in het stadsbudget zijn de windmolens niet, maar elk jaar dienen er toch een aantal onderhoudswerken te gebeuren. “Af en toe moet al eens een onderdeel vervangen worden”, verduidelijkt Jo Bracke, woordvoerder van de molenaars. In de molen van Appelterre bijvoorbeeld dienen binnenkort alle spieën van de askop en alle teerlingblokken vervangen te worden. In de molen van Denderwindeke is de molenvang (molenrem) aan een onderhoudsbeurt toe. Deze werken zullen gefinancierd worden met de onderhoudspremie van het Vlaamse Gewest. Met advies en begeleiding van Mola (het provinciaal molencentrum) voert het stadsbestuur dit jaar een wettelijk verplichte risicoanalyse op de beide windmolens uit. Daarnaast werden de molens lid van Monumentenwacht Oost-Vlaanderen.
Er komt ook een nieuwe vorm van beheer voor de beide windmolens. Tot nu toe had elke windmolen zijn eigen molenaars. Voortaan wordt een pool van molenaars verantwoordelijk voor de twee molens samen. Zo zullen ze beter onderhouden worden, vaker draaien en makkelijker toegankelijk zijn. Met elke molenaar die lid is van de pool zal een afsprakennota, met rechten en plichten, opgesteld worden. De stad hoopt de pool de komende jaren te kunnen uitbreiden met  nieuwe molenaars en lanceert daarom een oproep naar mensen die het eeuwenoude ambacht willen leren. Op 18 oktober 2014 starten nieuwe cursussen meester-molenaar en molengids, georganiseerd door Molenforum Vlaanderen. “De stad zal de kostprijs van deze cursussen, respectievelijk 150 euro en 120 euro, terugbetalen aan wie slaagt en toetreedt tot de pool van molenaars”, promoot schepen van Cultuur Veerle Cosyns de molenaarsstiel.
De twee volgende zondagen is er opendeurdag in de Ninoofse windmolens. Zondag 28 september wordt in samenwerking met VVV Ninove een nieuwe editie van de ‘Tabaksroute’, een ruiter- en menroute van 36 km langs Ninoofse deelgemeenten, georganiseerd, met start op de weide rechtover de Wildermolen in Appelterre. Om 14 uur kan je gratis deelnemen aan de Molenwandeling met gids. Vertrekken doe je aan de Wildermolen in Appelterre. Via Pollare gaat het naar de Molen ter Zeven Wegen in Denderwindeke en terug, een fikse tocht van 12 km door prachtige (molen)landschappen. Zondag 5 oktober zijn de twee windmolens open in het kader van de Oost- en West-Vlaamse Molendag. De opendeurdagen vinden telkens plaats van 10 uur tot 18 uur. Wie meer uitleg wil over de hogergenoemde termen zoals teerlingblokken en molenvang is van harte welkom.
Meer info?
- dienst cultuur, cultuur @ ninove.be, 054 313291
- Jo Bracke (molenaar), 0496 35 39 55

----------------------------

Rijksarchief Gent, Notariaat Henrij G.J. Beuers (Ninove), NOT303 (21) min. 2204, 2213 en 2215 (21.08.1813, 07.10.1813)
Verkoop via de rechtbank (21 augustus 1813) van een windmolen te Denderwindeke (Renderstede) op verzoek van o.m. Petronilla Derdelincx, weduwe Maximiliaan d'Hauwer te Denderwindeke en kinderen en inwoners van Beveren.
Tweede verhoging op 7 oktober 1813: aan Pieter Jan de Smet (molenaar te Denderwindeke) voor 3528 frank. Verdere verhogingen tot 4200 frank. Aan Pieter Jan de Smet.

Aankondiging
Moulin à vent à vendre
Le notaire Beuers, résidant à Ninove, commis par jugement rendu par le tribunal civil à Audenaerde du quatorze juillet 1813, procédéra le 2. octobre 1813 à une heure de relevée, à la maison et cabaret de JB Roosens, sur la place à Denderwindeke, à l'adjudication définitive d'un moulin à vent sis audit Denderwinde, au hameua Renderstede.
A la requête d'Anne-Marie van Snick, particulière, domiciliée à Beveren; et Pierre Bardaens, boulanger, aussi demeurant à Beveren, ce dernier en qualité de tuteur de Marie-Jeanne, Bernardine et David van Snick, enfans mineurs de feus Josse et de Catherine Warlocqui, décédés à Denderwindeke; et en présence d'Egide Thienpont, culitvateur, demeurant audit Denderwindeke, leur subrogé-tuteur, ensemble pousuivans de la vente;
Et de Petronille Derdelinckx, veuve de Maximilien D'hauwer, cultivatrice, demeurant audit Denderwindeke, tant en nom propre que continue mère et tutrice de ses enfans mineurs, nommés Marie-Thérèse, Victoire et Lucie D'hauwer, procréés pendant son mariage avec ledit Maxilien D'hauwer, et en présence de sieur Adrien D'hauwer, meunier, demeurant à Appelterren, leur subrogé-tuteur, ensemble co-licitans de ladite vente.
Uit: "Affiches, annonces et avis divers de Gand, département de l'Escaut", 19 oktober 1813 (stak bij de minuut).

-------------------

Volksverhalen

Molenaar hoort hemelschone muziek tussen twee windmolens

Wantjen de Mulder kwam eens op een helderen nacht van zijn steenen molen naar den “Schoonen God” (houten molen). Als hij ten halven van d’Heirestraat (huidige Heirebaan) was, hoorde hij in eens een hemelschoone muziek boven zijn hoofd in de lucht, als of er vele vrouwen en meisjes samen zongen. Hij was door den zang zoodanig meegesleept, dat hij, zonder het te weten, zijn huis voorbijging tot in den Rottenbosch. Hier hield het gezang plotseling op, en er werden wel honderd manden meel over zijn hoofd gegoten en rond hem dansten wel duizend katten, die allen miauwden en schreeuwden.

Zegspersoon: de kleinzoon van “Wantjen de Mulder”, molenaar op de Stenen Molen te Denderwindeke. Opgetekend door M. Van Wilder in 1888-’90. Aangezien “Wantjen de  Mulder” een volkse bijnaam is, is zijn ware identiteit - en dus ook die van zijn kleinzoon - nog moeilijk te achterhalen. Nochtans kennen we de namen van de eigenaars-molenaars vanaf 1830: Pieter-Jan De Smet-Fontaine (tot ca. 1850); Louis De Smet-Van Cauter (tot 1864); Charles Mertens-Langendries (tot 1878); Remy Mertens (tot 1884); Frans Maes (tot 1921).

Bron: A. De Cock, Vlaamsche sagen uit den volksmond, Amsterdam, 1921, p. 25.

Sagenmotieven: geestenwereld - luchtgeesten - wilde jacht met muziek.

Molengegevens: 1) Molen ter Zeven Wegen, Stenen Molen, stenen bergmolen, korenmolen, Heirebaan 24, gebouwd in 1790, bestaat nog; 2) Schonen God-molen, staakmolen, korenmolen, Schonen God, gebouwd in 1788 en gesloopt in 1931.

Literatuur

Archieven
Rijksarchief Gent, Notaris Ferdinand Sebastiaan van Oudenhove (Ninove), 20.04.1807.
Rijksarchief Gent, Notariaat Henrij G.J. Beuers (Ninove), NOT303 (21) min. 2204, 2213 en 2215 (21.08.1813, 07.10.1813)

Uitgegeven bronnen
"Affiches, annonces et avis divers de Gand, département de l'Escaut", 19 oktober 1813 (exempllaar in: Rijksarchief Gent, Notariaat Henrij G.J. Beuers (Ninove), NOT303 (21) min. 2204, 2213 en 2215 (21.08.1813, 07.10.1813)

Werken
Georges Souffreau, "Geschiedenis van de twee houten korenwindmolens Oude Molen (voor 1257-1919) en Wildermolen (1802-vandaag) en van de vroegere pachthoeve Hof ter Klei (voor 1226-1902) te Appelterre-Eichem", Woubrechtgegem, 2017, 160 p.
De Meyer Andre, De Ville Bart, Herremans Clement, Vande Winkel Georges & Vande Winkel Roel & Van Waeijenberge Frederic, "Denderwindeke in beeld: twee eeuwen dorpsgeschiedenis 1796-1996", Denderwindeke, Davidsfonds Denderwindeke, 1997, 365 p. (met een 10-tal pagina's over de Winnikse molens).
Lieven Denewet, "Vijf Oost-Vlaamse moleninhuldigingen in 2006", Molenecho's, XXXIV, 2006, 4, p. 236-245.
G. Vande Winkel, "Molen ter Zeven Wegen of Stenemolen te Denderwindeke (van bouw einde 18e eeuw tot demontage en herbouw)", in: "Het Land van Aalst", Aalst, 2006, nr. 2, p. 139-146.
Lieven Denewet, "Vijf ontmantelingen als aanloop tot restauratie (Ramskapelle, Mullem, Bikschote, Denderwindeke, Herkenrode)", in: Molenecho's, XXIX, 2001, 3, p. 118-123.
Lieven Denewet, "Ontmantelingen als aanloop tot restauratie - 2" (Bikschote, Boechout, Denderwindeke, Geel, Harelbeke, Pittem, Zarren), in: Molenecho's, XXX, 2002, nr. 3, p. 83-89.
E. D(e) K(inderen), "De stenen molen van Denderwindeke en de watermolen 't Fonteintje te Meerbeke", in: De Belgische Molenaar, LXXII, 1977, p. 22-23.
Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985.
Lieven Denewet, Honderd Bespookte Molens in Vlaanderen. Honderd molensagen van de Kuststreek tot het Maasland, in: Molenecho’s, XX, 1992, nr. 2-3.
Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25). 
"Bij het overlijden van Leon De Leeuw", in: De Belgische Molenaar, LXXVIII, 1983, p. 292, 309.
G. Van de Winkel, "Stenemolen in weer en wind", in: 't Klokzjiël: dweis mor welgesinjd, 1982, nr. 9, p. 8.
J. Verpaalen, "Waar geen hulp nog baat", in: Levende Molens, IV, 1981, nr. 24, p. 336.
"Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Eerste aflevering. De arrondissementen Aalst en Dendermonde", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XIV, 1960, 3 (Gent, 1962).
Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 2. Gemeenten D-E", Rotem, Studiekring Ons Molenheem, 1998, p. 25-26.
John Verpaalen, "Problemen rond de klassering van de Stenemolen te Denderwindeke", in: De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 3 (maart), p. 61-62.
Werkgroep Oost-Vlaanderen, "Twee Oost-Vlaamse bovenenkruiers worden plechtig ingedraaid, Molen Ter Zeven Wegen van Denderwindeke - Witte Molen van Sint-Niklaas, in: "Levende Molens", jg. 28, nr. 3, maart 2006, p. 30-31.
Mola, "Aantal asomwentelingen van Oost-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 51.
Lieven Denewet, "Honderd bespookte molens in Vlaanderen. Een verzameling molensagen van de kuststreek tot het Maasland", Molenecho's, XX, 1992, nr. 3-4.
Mailbericht Paul De Meulemeester, 03.06.2012.

Persberichten
"De stenen molen in Denderwindeke", in: Ninove-Info, V, 1982, nr. 5, p. 9-10; nr. 6, p. 12;
Nele Vermoesen, "Molen maalt weer. Restauratie van 1 miljoen euro afgerond", in: Het Nieuwsblad, 21.04.2006; "Vier Oost-Vlaamse moleninhuldigingen in 2006", in: Molenecho's, XXXIV, 2006, 3; "Voor en na. Molen ter Zeven Wegen te Denderwindeke opnieuw maalklaar", in: Ninove-Info, april 2006, p. 4.
Marc Lion, ,,Deze molen moet binnen twee jaar terug maalvaardig zijn''. Volledige restauratie Winnikse ,,Molen ter Zeven Wegen'' gestart", in: Het Nieuwsblad, 11.04.2002 
Marino Verbeken, "Molen draait weer wekelijks", in: Het Laatste Nieuws, 16.01.2009, p. 15.
"Molen Ter Zeven Wegen draait weer wekelijks", De Streekkrant, 05.02.2009.
Hans Vanopdenbosch, "Open Monumentendag 2009... 'Zorg' dat u er zeker bij bent", in: Het Nieuwsblad, 08.09.2009.
Claudia Van den Houte, "Nieuw dak molenaarswoning staat in de weg. Stenenmolen draait al half jaar niet", Het Laatste Nieuws, 18.06.2012, p. 19.
HVN, "Molentochten in Denderwindeke", 18.05.2013.
HVN, "Open Monumentendag met het beste van de voorbije 24 jaar", Het Nieuwsblad, 08.09.2013 (dig.).
Jimmy Godaert, "Nieuwe wind voor de molens van Ninove", Editiepajot, 23.09.2014.
VMD, "Molencommissie zet windmolens in kijker", Het Nieuwsblad, 24.09.2014.
HVN, "10 jaar Tabaksroute", Het Nieuwsblad, 26.09.2014.
Rudi De Koker, "Kwieke molens voor leerlingen derde graad", Het Nieuwsblad, 16.05.2016.

Mededelingen
Georges Vande Winkel, heemkundige te Denderwindeke
Georges Souffreau, Woubrechtegem, 17.10.2016 (van de verkoopsadvertentie van 1813)


Laatst bijgewerkt: zaterdag 24 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens