Molenzorg
Rupelmonde (Kruibeke), Oost-Vlaanderen
<p>Getijdenmolen<br />Spaanse Molen</p>
Foto: Jo Bral
Naam

Getijdenmolen
Spaanse Molen

Ligging Nederstraat 2
9150 Rupelmonde (Kruibeke)

200 m Z v.d. kerk
op de Vliet
kadasterperceel A537bis 


toon op kaart
Geo positie 51.125221, 4.290097
Eigenaar Gemeente Kruibeke
Gebouwd voor 1187 / 1516 / 1562
Type Getijwatermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Getijdenmolen
Gevlucht/Rad Houten middenslagrad, type Poncelet, ca. 6 m diameter en 1 m breed
Inrichting 4 maalstoelen
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
30 juli 1982
Molenaar Jo Bral, Marc Vereecken, Wylly de Ryck
Openingstijden Van Pasen t./m. oktober: di. tot vr.: 13-17 u., weekends en feestdagen: 11-17 u. Info: Dienst Toerisme Kruibeke, tel. 03/744.10.13, e-mail: toerisme.kruibeke@skynet.be
Internet bron

Getijdenmolen
Spaanse Molen

Beschrijving / geschiedenis

De Getijmolen, Watermolen of Spaanse Molen is een getijmolen op de monding van de Vliet in de Schelde, aan de huidige Nederstraat nr. 2-4, op 200 meter ten zuiden van de kerk van RUpelmonde.

In zijn hoedanigheid is hij de enige overgebleven complete getijdenmolen in Vlaanderen. Tot het begin van deze eeuw waren er nog maalvaardige getijdenmolens in Temse en Hamme. De gebouwde restgetuigen zijn in deze twee gemeenten nog te bekijken. Andere restanten van vroegere getijdenmolens op de beneden Schelde, tot in Gent, zijn er niet meer. Het gebouw in Hamme is niet beschermd, in tegenstelling tot de gebouwen in Temse en in Rupelmonde, dat sinds 1982 een wettelijk beschermd gebouw is.

De eerste getijdenmolens werden zeker reeds in de elfde eeuw gebruikt, meestal op die plaatsen waar een inham gemakkelijk kon afgedamd worden. Een steile beekvallei kan zich daartoe uiteraard ook lenen. Anders werd er, zoals in Hamme, achter de molen een wachtbekken uitgegraven. Dat bekwam men door van een achterliggend beekje een spaarvijver te maken, zoals ook bij gewone watermolens veelvuldig werd gedaan. Bij vloed werd een spaarkolk vol water gelaten. Bij ebbe werd het water naar het middenslagrad geleid. Wanneer de vloed wegtrok werden de sluisdeuren dichtgedraaid en wanneer de ebstand laag genoeg was liet de molenaar het opgespaarde water weglopen. Afhankelijk van de vijvergrootte kon men verschillende uren malen. De molen werkte niet bij vloed. Het was dus een enkelvoudige getijdemolen. Als Vlaams unicum is de getijdenmolen van Rupelmonde uniek omdat de bedrijfsgebouwen en de uitrusting behouden bleven.

Reeds in 1187 bevond zich een watermolen op deze plaats. De watermolen was oorspronkelijk eigendom van de graaf van Vlaanderen en bleef dat tot in 1516. Het water van de Schelde stroomde in en uit de grachten die rond het grafelijk kasteel lagen. Van die grachten stroomde het verder naar de vijver waaraan de watermolen stond gebouwd, om vandaar bij ebbe weer af te vloeien naar de Schelde. De vijver waarbij de molen stond, werd het Molenbroek genaamd. Door de kerende getijen geraakten grachten en vijver na enkele jaren meer en meer verzand. Maar de graaf van Vlaanderen, die eigenaar was van de molen en van het kasteel, vond wel een goedkoop middel om te voorkomen dat grachten en vijver totaal verzandden. Alle eigenaars van het Land van Waas, die op hun gronden aan de graaf een jaarlijkse penningrente moesten betalen, werden verplicht het aangeslibde zand uit grachten en vijver om de zeven jaar weg te ruimen, op eigen kosten. In ruil voor die karwei werden hun dan zekere vrijheden toegekend.

Maar in 1388 onder Filips de Stoute, hertog van Boergondië, was het al meer dan 14 jaar geleden dat de Wase boeren de grachten en het Molenbroek hadden gekuist. Dat was niet naar de zin van de kastelein Guyot van Lompré, schildknaap van Filips de Stoute. Hij eiste van de boeren dat ze hun verplichting zouden nakomen en dreigde met zware straffen vanwege de hertog. Maar de boeren wezen op de grote verliezen en de schade die ze de laatste jaren hadden geleden van de opeenvolgende oorlogen. En het kuisen van de grachten en het Molenbroek belette hen eigen land te bewerken. Het kwam wel tot een akkoord. De boeren, hun erfgenamen en opvolgers zouden voortaan de grachten en het Molenbroek niet meer moeten kuisen. Ze moesten wel voor het verzuimen van hun plicht 2.000 pond van 42 groten Vlaams boete betalen. En verder moesten ze om de zeven jaar op elk bunder land dat ze bezaten 3 groten Vlaamse munt betalen. Het kwam neer op geven en nemen zoals het nu nog dikwijls gaat inzake belastingen.

Bij octrooi van 7 februari van 1516 werd de helft ervan in eigendom toegekend aan de stad Rupelmonde. De huidige watermolen mocht dan gebouwd De bouw kostte toen 7545 pond parisis, waarvan de helft ten laste genomen werd door de graaf en de andere helft voor rekening van Rupelmonde was.

In 1543 was die helft in pacht bij Andries van Santvoerde, die waarschijnlijk de andere helft die de graaf van Vlaanderen toekwam, ook in pacht had.

In 1562 brandde de watermolen af bij ongeval. De stad was niet bij kas om de helft ervan op haar kosten te herbouwen. Het geheel werd dan herbouwd op kosten van de graaf, die zo weer alleen eigenaar werd. Bij de heropbouw werd de stenen onderbouw en een groot gedeelte van het metselwerk van de bovenbouw herbruikt.

In 1670 werden molen en kasteel met de hele heerlijkheid Rupelmonde verkocht aan Filip van Licques, heer van Wissekerke.

In deze toestand kwam er geen verandering tot de molen na de eerste wereldoorlog gemoderniseerd werd. Het gebouw zelf bleef grotendeels intact en behield zijn 16de-eeuws uitzicht. De watermolen werd gebruikt om tarwe, rogge en schors te malen. In oude documenten wordt hij dan ook afwisselend tarwemolen, roggemolen en schorsmolen genaamd.

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Vilain XIIII, graaf te Bazel
- 01.07.1858, deling: Vilain XIIII-d'Espiennes Alfred François Louis, burggraaf te Bazel (notaris Van Bogaert)
- 23.02.1886, erfenis: de kinderen (overlijden van Alfred Vilain XIII)
- 19.07.1887, deling: Vilain XIIII Charlotte Marie Mathilde Eulalie, eigenares te Bazel (notaris Le Cocq)
- 26.09.1919, gift: Vilain XIIII-Legrelle Philippe Gérard Florimond Stanislas Marie Joseph, eigenaar te Bazel (notaris Ingeveld)
- 11.07.1964, gift: Vilain XIIII-Stas de Richelle Jean Charles Marie Joseph Ghislena, handelsagent te Bazel (notaris Pien)
- 01.06.1970, eigenaar: Gemeente Rupelmonde (beslissing burgemeester - watermolen en Mercatoreiland)
- 1976, wet: Gemeente Kruibeke (gemeentefusies)

In 1924 werd een groot ijzeren Poncelet-waterrad geplaatst: 1 meter breed en met een diameter van 6 meter. Deze verving de vroegere twee houten waterraderen. Ook het vroegere gaande werk van kamwiel en schijfloop werden toen vervangen door een dubbele gietijzeren overbrenging: een unicum in Oost-Vlaanderen. De as- of maalput werd gedeeltelijk gedempt en er kwamen nieuwe steenkoppels (waarvan één gedateerd 'april 1921'). Volgens mondelinge overlevering zou het nieuwe gaande werk tweedehands aangevoerd zijn vanuit de molens van Ruisbroek (bij Brussel). Er liggen nu vier steenkoppels, waarvan twee Franse en 1 Duitse. Op de rechteroever werd vroeger rogge en schors gemalen, terwijl de linker maalsluis een tarwemolen bediende. De molen was lange jaren eigendom van de familie Vilain XIIII.

In 1963 werd het beroepsmatig malen gestopt. Het gebouw met zijn bijzondere geschiedenis werd ten tijde van Bert Peleman een toeristische trekpleister, waar ook het internationaal Reinaert De Vos-museum gevestigd was. De gemeente Kruibeke kocht de molen en het molenaarshuis aan. Deze werden op 30 juli 1982 beschermd als monument en samen met de omgeving als dorpsgezicht. In 1996-1997 gebeurde een grondige restauratie (inhuldiging 10 mei 1997). In 1998 werd de getijdenmolen erkend als gerestaureerd monument.

Het molenrad is, met zijn doorsnede van 6 m en een breedte van 1,5 m, het grootste binnenrad van België. Het mechanisme heeft een zeer groot rendement en kan vier molenstenen tegelijk aandrijven. Het werd ontworpen door Poncelet, een waterbouwkundig ingenieur uit het leger van Napoleon. De watermolen werkt met de getijden van de Schelde en is één van de Iaatste complete en nog maalvaardige getijdenmolens in Europa.

In elk land met een valabele getijdenwerking zijn er getijdenmolens geweest en in verschillende gevallen is het gebouw nog bewaard gebleven, gerestaureerd en opnieuw maalvaardig gemaakt. De meeste zijn natuurlijk te vinden op de Britse eilanden, zoals ook de architect van de restauratie laat uitschijnen. De oudste Europese vermelding is te vinden in het Engelse Domesday Book uit 1086 met een getijdenmolen in Dover. In totaal werden er voor Engeland en Wales 168 getijdenmolens geteld, waarvan de helft dateert van na de 16de eeuw. Zo telde Cornwall er bijvoorbeeld minstens dertig. Schotland heeft elf getijdenmolens gehad, de oudste werd er opgericht in 1526. Drie restanten zijn er nog te vinden. Enkele tientallen sites zijn in een of andere vorm bewaard gebleven. In Frankrijk en Portugal zijn er eveneens restanten van getijdenmolens te vinden. Aangezien er van cultuurtoerisme steeds meer verwacht wordt is er een grote bereidheid te vinden om nog degelijke restanten te gaan restaureren en toeristisch te gaan ontsluiten. Een aantal eigenaars van getijdenmolens zijn ondertussen trouwens met de voorbereidingen bezig om een Europees netwerk van getijdenmolens op te zetten.

Om de cultuurtoeristische waarde van de Rupelmondse getijdenmolen te onderstrepen werd er door het Kruibeekse gemeentebestuur een boekje over de geschiedenis van de molen samengesteld. Vanuit geologisch standpunt bekeken krijgt men een wetenschappelijke uitleg over het ontstaan van de getijdenwerking op de Schelde, die tussen het einde van de veertiende en negentiende eeuw ongeveer hetzelfde bleef en pas deze eeuw sterker beginnen toenemen is door de verdieping van de Westerschelde. De Rupelmondse getijdenmolen is enkel tijdens het toeristisch seizoen (of na afspraak), tussen dinsdag en zondag, te bezoeken. Men kan er ook de begeleidende brochure en de maalkalender bekomen.

Van april (Pasen) tot en met oktober (Allerheiligen) is de molen van dinsdag tot en met zondag te bezoeken en in werking.
In 2009 plaatste 't Gebinte Molenbouw een nieuw waterrad.

<p>Getijdenmolen<br />Spaanse Molen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Getijdenmolen<br />Spaanse Molen</p>

De spuikom waar het water bij hoogtij verzameld wordt. Foto: Eddy De Strooper, 29.08.2010

<p>Getijdenmolen<br />Spaanse Molen</p>

Het nieuw waterrad. Foto: Mike Ekelschot, 9 juni 2009.

<p>Getijdenmolen<br />Spaanse Molen</p>

De asput. Foto: Eddy De Strooper, 29.08.2010

<p>Getijdenmolen<br />Spaanse Molen</p>

Prentkaart Albert, ca. 1900. Verzameling Ons Molenheem

Literatuur

Archieven
Algemeen Rijksarchief Brussel, Rekenkamer nr. 7935 (rekening van 1409).

Werken
Adrie de Kraker & Frans Weemaes, "Malen in moeilijke tijden. De geschiedenis van de grafelijke ros-, wind- en watermolens in Noord-Vlaanderen en aangrenzend Zeeland tussen 1450 en 1610", Kloosterzande, Duerinck, 1995, 263 p.
A. Tutein-Nolthenius, "Getij- en watermolens in Vlaanderen", in: Tijdschrift van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, LXXIII, 1956, 2, p. 162-166.
Hugo Lejon, "De getijmolen te Rupelmonde", in: Molenecho's, XV, 1987, p. 17-33.
Lieven Denewet, "Zes Belgische molens ingehuldigd in 1998 (Rupelmonde, Oelegem, Lommel, Koekelare, Eggewaartskapelle en Opprebais)", in: Molenecho's, XXVI, 1998, nr. 4, p. 180-190.
Jozef Weyns, "Reacties van lezers. 4. Watermolen van Rupelmonde", in: Annalen van de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas, 1970, p. 288.
A. Maris, "De molens van Rupelmonde", in: Heemkundige Kring Wissekerke, 1985, nr. 3, p. 77.
Jeroom De Jonghe, "De watermolen van Rupelmonde: een verantwoorde restauratie", in: Heemkundige Kring Wisekerke, XXII, 1997, nr. 2, p. 14-31.
P. Bauters & R. Buysse, "De Oostvlaamse watermolens. Inventaris 1980", Gent, 1980 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 11).
P. Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1985 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25).
J. Spruyt, "Getijdenmolen van Rupelmonde", Natuur- en Stedenschoon, LXVIII, 1999, nr. 3, p. 16-19;
F.J.B. Dirks, "De herstelling van de 'Enige' getijmolen van Rupelmonde (o.-Vl.)", in: Natuur- en Stedeschoon, 60, 1991, nr. 5, p. 19-23.
Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Derde aflevering. De arrondissementen Oudenaarde en Sint-Niklaas", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XVI, 1962, 2 (Gent, 1963).
Els De Kinderen, "Nabeschouwing Oostvlaamse Molendag [Rupelmonde, Sint-Niklaas, Evergem-Wippelgem, Westermolen, Ertvelde], in: Levende Molens, jg. 8 (1986), nr. 10, p. 73-74.
Robert Desart, "Les Moulins à Eau du Hainaut et des Flandres", Soignies, Lemaire, 1968, p. 134;
"Op reis met Gijs: een zoektocht naar molens en hun verhaal (20)", in: De Gildebrief, Het Gilde van Vrijwillige Molenaars, jg. 25, nr. 4, december 2006, p. 15-18.
H. Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 6. Gemeenten O-R", Opwijk, 2006.
Mola, "Aantal asomwentelingen van Oost-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 51.
J. Weyts, F. Brouwers, J. De Punt, "Getijdenwatermolens van Rupelmonde en Bergen op Zoom", in: M&L, Monumenten, Landschappen en Archeologie, jg. 32, 2013, nr.6, november-december, p. 4-21.
M. van Strydonck en G. de Mulder, "De Schelde: verhaal van een rivier", Leuven, Davidsfonds, 2000, p. 118-120.
Luc Goeminne, "Herstellingen aan de grafelijke windmolen te Rupelmonde in de 14e eeuw", Het Land van Beveren, jg. 24, 1981, p. 68-84.

Persberichten
Giovanni Van Avermaet, "Getijdenmolen uniek in Vlaanderen''. Spaanse molen Rupelmonde maalt op eb en vloed van Schelde", in: Het Nieuwsblad, 15.04.2002.
Michaël Temmerman, "Bed & breakfast in oude molenaarswoning. Rupelmonde. Verblijf met vijf kamers klaar tegen zomervakantie", in: Het Nieuwsblad, 01.03.2007. 
"Aannemer voor molenaarshuis gezocht", in: Gazet van Antwerpen, 22.11.2006.
Rolf Duchamps, "Uitbating bed en breakfast in Watermolen krijgt vorm", in: Waaskrant.be, 04.06.2008.
STB, "Molen", in: Het Nieuwsblad, 28.10.2008.
"Kruibeke zoekt molenaar", in: Gazet van Antwerpen, 09.04.2009.
MBB, "Molenhotel blijft leeg staan", Het Nieuwsblad, 23.10.2010.
Paul Van Landeghem, "Evenementenplein wordt volledig heringericht. Vlaamse subsidies voor facelift Mercatoreilandje", Het Nieuwsblad, 04.02.2014.
PKM, "Rupelmonde. Molenaar mag langer blijven in molenflat", Het Laatste Nieuws, 03.01.2017.
PKM, "Rupelmonde. 500 jaar oude getijdenmolen opnieuw 'gewijd'", Het Laatste Nieuws, 18.01.2017.
MGB, “Getijdenmolen met ‘bloem’ gedoopt voor vijfhonderdste verjaardag”, Het Nieuwsblad, 18.01.2017.


Laatst bijgewerkt: woensdag 14 juni 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens