Molenzorg
Lommel, Limburg
Naam

Rosmolen van de Groote Hoef

Ligging Hoeverdijk 11
3920 Lommel

hoek Ringlaan
Domein de Groote Hoef


toon op kaart
Geo positie 51.220490, 5.325327
Eigenaar vzw Levende Molens Noord-Limburg
Gebouwd 1995-1997
Type Buitenrosmolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Vierkant houten gebouw met afgeschuinde hoeken, pannendak
Gevlucht/Rad Aanwezig
Inrichting 1 steenkoppel, haverpletter
Toestand Maalvaardig
Bescherming ---,
Niet beschermd
Molenaar Leden van de vzw Levende Molens Noord-Limburg
Openingstijden Op aanvraag (Gilbert Ledegen, tel.: 011-642361)
Internet bron

Rosmolen van de Groote Hoef

<p>Rosmolen van de Groote Hoef</p>

Foto: Lieven Denewet  

Beschrijving / geschiedenis

Deze vierkante houten rosmolen met afgeschuinde hoeken is van het West-Vlaams type en werd hier in 1995-1997 opgetrokken op initiatief van voorzitter Gilbert Ledegen van de vzw Levende Molens Noord-Limburg. Eerder, op 8 mei 1994, was in de vroegere schaapsstal van de "Groote Hoef" een molenmuseum geopend. Het museum heeft drie werkende maquettes van een papiermolen, een rosmolen en een paltrokzaagmolen, alles gebouwd op schaal 1/16 en werkingsklaar.

Op 12 oktober 1995 stuurde de vzw Levende Molens Noord-Limburg een aanvraag naar de gemeente Lommel om de rosmolen te bouwen op het domein "Groote Hoef", tussen de schaapstal en de potstal. Zoals gemeld had deze vzw voorheen de toelating gekregen om in de schaapstal een molenmuseum uit te bouwen De toestemming voor de rosmolen werd uiteindeljik op 11 maart 1996 bekomen.

De betonnen vloerplaat werd door de gemeente Lommel geplaatst. Alle andere werken werden uitgevoerd door bestuursleden van de vzw Levende Molens Noord-Limburg. Architect Theo Theuwissen van Lommel stond in voor het bouwdossier en de plannen. Hij baseerde zich vooral op de rosmolen in het Tillegembos bij Brugge, maar ook op afbeeldingen en beschrijvingen van andere (verdwenen) rosmolens.  Jef Diepvens, aannemer en schrijnwerker, stond in voor de houten constructie. Hij stelde niet enkel zijn kennis maar ook zijn machines ter beschikking. Jos Brouwers zaliger was een utistekend lasser. Jos Nijs nam het schilderwerk voor zich en voorzitter Gilbert Ledegen stond in voor het molentechnisch gedeelte.

Voor de funderingen en opgaande muren kon in 1995 een beroep gedaan worden op de Limburgse "molenwachters" in het kader van het Jeugdwerkgarantieplan. Er kon gebruik gemaakt worden van onderdelen van de maalderij van Willy Loenders uit Eksel in het centrum van Lommel. De hele inboedel werd geschonken aan de vzw Levende Molens  Noord-Limburg.

Stenen voor de buitenmuren werdenn gerecupereerd uit een oude hoeve die de vzw gratis mocht afbreken. Ook de dakpannen kwamen van de oude boerderij. Uit de hoofdkerk van Lommel mocht de vzw een partij echte leisteentegels gebruiken.

De opstaande muren weden 0,8 meter hoog gemetseld. Hoperop is het een netwerk van eikenhouten kepers, bezet met klikplanken aan de buitenkant. De deuren en de ramen werden in eigen regie gebouwd.

De staart vormde het grootste probleem. Hij moest 8,5 meter lang zijn en een doosnede hebben van 30x30 cm aan de top en 20x10 cm onderaan. De zagerij kon slechts bomen zagen met een lengte van 7,5 meter. De rest van het zaagwerk moest met de hand gebeuren. De koningsspil wordt gesteund door een taats, door de vzw gefabriceerd. Hij bestaat uit een metalen bak met een conisch rollager van 18 cm diameter. Alles draait in motorolie.

Het spoorwiel, met zijn 121 kammen, vormde weinig problemen. Zeer nauwkeurige meetapparatuur, door de vzw ontworpen, liet toe de omtrek van het wiel te verdelen in 121 gelijke delen. De velg, gemaakt van olmenhout, werd in 12 delen verdeeld en door de lintzaag in boogvorm utigezaagd. De 12 delen werden overlaps gemonteerd tot een wiel van 34,5 cm diameter. Het frezen van de sleuven voor de kammen lukte goed. Een zelfgemaakte mal liet de vzw toe de juiste ligging en de juiste richting door het centrum van het wiel te bepalen.

De bijpassende bonkelaar, met een diameter van 41 cm en met 14 spillen, zorgde voor een overzetverhouding van 8,54. Via platte riemen wordt de ligger aangedreven. De overzetverhouding is hier, door het gebruik van houten wielen, 1/3, zodat de totale overzetverhouding ongeveer 26 is.

De bevestiging van de staart gebeurt met staalplaat. De technische dienst van de gemeente Lommel zorgde voor hand- en spandiensten. De afkapping gebeurde met redwood beplanking. Dit zijn handgekloven plankjes van 10x20 cm. Een plaatselijke dakdekker toonde de vzw hoe ze te plaatsen.
Het pannendak werd winddicht gemaakt met stropoppen.  Een oud boek over bouwtechnieken allerhande bracht de oplossing. Architect Theo Theuwissen zette zich aan het werk en maakte en vijftigtal poppen per uur. Na twintig jaar waren nog slechts enkele poppen uitgezakt.

Het paard (ros) vormde een groot probleem. Het kleine ponypaardje, eigendom van de vroeger uitbaters van de "Groote Hoef" bracht de oplossing. Het beest trok met het grootste gemak de molen tot groot jolijt van de omstaanders. Fijn malen was echter niet mogelijk, wegens te weinig "paardenkracht". Nadien heeft Chris met zijn zware Ardenner de klus geklaard. Ze werd "dikke Bertha" genoemd en ze was zeer kindvriendelijk. Chris liet zelfs kinderen die op bezoek kwamen op haar brede rug mee rondjes maken. Spijtig genoeg overleed Bertha inmiddels aan buikkolieken.

De rosmolen is zo opgevat dat de hoofdtaats (waarop de koningsspil rust) niet in het midden van de vloer staat, maar op een stevige dwarsbalk. Aldus kwam er binnen meer ruimte vrij. De oude metalen maalstoel werd tegen de zijwand gemonteerd en aangedreven door een lederen platte riem van 12 cm breedte. Om de spanning van de riem constant te houden, werd een riemspanner geplaatst. Er zijn houten riemschijven op de drijfas en de maalstoel van respectievelijk 80 en 40 cm diameter, zodat de snelheid van de steen verdubbelt. Alles is ingekleed met een houten verhoog en trap, zodat het vullen van de kaar gemakkelijk verloopt.
Een elektrische zakkenelevator en een zelfgemaakte haverpletter vervolledigen het inteiruer van de molen. Ook een mooie reeks vallen voor het vangen van vossen, hermelijnen en dergelijke versieren één van de zijwanden.

Op een bakstenen voet ligt een muurplaat, waarop met pen- en gatverbindingen de stijlen ingelaten zijn. De grondvorm is vierkant met afgeschuinde hoeken. De buitenmaat is 5,4 meter. Tegen de stijlen is, aan de buitenkant, een horizontale beplanking geslagen, met uitsparingen voor de toegangsdeur en vier smalle ramen. Op de stijlen bevindt zich de stijlplaat waarop de dakkepers steunen.
Bovenaan zijn de kepers en de vier noorbalken vastgemaakt aan een vierkant stuk, het eindstuk. Daarop ligt het kransstuk, waarin de koningsspil draait. Deze spil heeft een sectie 40 x 40 cm, is ter plaatste rond gemaakt en voorzien van metalen schenen.
De koning loopt niet door tot beneden, maar rust met een zware taats op de horizontale ankerbalk. De koning draagt het zwaar kroonwiel met een diameter van 4,5 meter en voorzien van 120 kammen. Hierin grijpt een schijfloop met 13 spillen. Via een zware riem wordt de loper en/of de haverpletter aangedreven. Het paard dat rond het gebouw loopt trekt de staartbalk. Deze is boven het dak aan de koning vastgemaakt. De staart meet bovenaan 30 x 30 cm en is 8 meter lang.
Het balkwerk is van inlandse eik. De beplanking is van grenenhout. De wielen zijn van iepenhout, met kammen van beuk en spillen van acasia.

Gilbert LEDEGEN

<p>Rosmolen van de Groote Hoef</p>

Foto: Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille

<p>Rosmolen van de Groote Hoef</p>

Foto: Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille, 06.01.2007

Literatuur

Lieven Denewet, "Zes Belgische molens ingehuldigd in 1998" (Rupelmonde, Oelegem, Lommel, Koekelare, Eggewaartskapelle en Opprebais), in: Molenecho's, XXVI, 1998, nr. 4, p. 180-190;
Molenecho's, XXII, 1994, 1, p. 16.
Gilbert Ledegen, "Onze rosmolen in Lommel", Een verhaal over Water en Wind, jg. 28, nr. 107, maart 2016, p. 5-9; jg. 28, nr. 108, juni 2016, p. 19-20.
Bert Van Doorslaer, "Met de stroom mee of tegen de wind in? Molens in Limburg", Borgloon/Rijkel, Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed, 1996;
F. Dirks, "Een rosmolen in domein 'Groote Hoef' te Lommel" in: Natuur- en Stedenschoon, LXIV, 1995, nr. 5, p. 30;
F. Dirks, 'De Grote Hoef' te Lommel Molenmuseum, in: Natuur- en Stedeschoon, Antwerpen, jg. 63 (1994), nr. 5, blz. 37-38.


Laatst bijgewerkt: maandag 18 juli 2016
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens