|
Beschrijving
/ geschiedenis
In Brugge bestond al in de 13de eeuw een ondergronds waterleidingnet van loden buizen (zgn. moerbuizen), dat de openbare waterputten en sommige bedrijven bevoorraadde. Het water was oorspronkelijk afkomstig uit een stadsvijver, gelegen in de Sint-Baafsparochie. Na de aanleg van de tweede omwalling vanaf 1297 werden ook de walgrachten als waterreservoir gebruikt. Door het verbreden en uitdiepen van de omwalling werd in 1382-1384 de waterreserve vergroot en beter gewaarborgd. Ten laatste vanaf 1386 stond er op de Boeverievest een scheprad waarmee het water in het leidingnet werd overgebracht. Het stenen gebouwtje waarin het rad opgesteld was, werd in 1394-1398 volledig herbouwd. Het zou in 1466 nogmaals grondig herbouwd worden. Het scheprad, aangedreven door paardenkracht, bracht het water over naar een loden vergaarbak van waaruit de moerbuis vertrok. Na de bouw van het nieuw waterhuis aan de Buiten Boeverievest in 1759-1760 werd het oude waterhuis enkel nog gebruikt als reservoir voor het opgepompte water. Het 15de-eeuwse, bakstenen waterhuis bleef bewaard, maar de inrichting ging grotendeels verloren. De gevel aan stadszijde heeft een uitkragende verdieping die rust op een spitsboogfries, versierd met mannen- en vrouwenhoofdjes. Het jarenlang verwaarloosde gebouw werd in 1994 volledig gerestaureerd. Er werden een glazen deur en een panoramiche spiegel geplaatst, zodat voorbijgangers de resten van het herstelde waterdistributiesysteem kunnen bekijken.

Het oude Waterhuis rechts; het nieuwe links. Foto: Maarten Osstyn, Adegem
Bijlagen
Chris Weymeis, "Brugges eerste waterleiding vertrok aan de Hendrik Consciencelaan. De thuisbasis van kanunnik Duclos", Brugsch Handesblad, 05.02.2010. BRUGGE Er wordt wel eens beweerd dat elke steen, elk huis in Brugge zijn geschiedenis heeft. Dat is misschien wat overdreven, maar zeker is dat er over elke straat in de binnenstad wel iets te vertellen valt. In de rubriek Stroateloper gaan we op zoek naar die specifieke elementen die elke straat zo apart maakt. De eerste in de rij is de Hendrik Consciencelaan. De Hendrik Consciencelaan ligt langs de stadsvestingen en verbindt de Smedenpoort met de nu grotendeels verdwenen Boeveriepoort. De laan werd pas in de jaren 1870 aangelegd en om dat mogelijk te maken, werden de molenwallen van de Hoogmolen, de Altena, het Groot Waterhuis en de Hazelare afgraven, alsook een deel van de stadsvestingen. Het wegwerken van de overtollige aarde stelde geen problemen. Integendeel zelfs, want die aarde werd gebruikt om het terrein tussen het Begijnhof en de Begijnenvest op te vullen waardoor men er later de Minnewaterkliniek kon bouwen. Standaardboek De reden waarom we als eerste bijdrage kiezen voor de Hendrik Consciencelaan is het feit dat in het huis nummer 23 kanunnik Adolf Duclos (1841-1925) overleed. Van zijn hand verscheen precies 100 jaar geleden het boek Bruges Histoire et Souvenirs, zowat hét standaardwerk voor elke Bruggeling die interesse heeft voor de geschiedenis van de straten en de pleinen in Brugge. Sinds het verschijnen van het boek evenwel zijn er honderden boeken en artikelen verschenen die Duclos' werk aanvullen of verbeteren, maar ondanks staat het boek nog altijd overeind. We treden in Stroateloper dan ook met enige schroom in zijn voetsporen om Brugge te (her)ontdekken. Waterhuis Het oudste gebouw aan de Hendrik Consciencelaan is het Oud Waterhuis, dat is gebouwd aan de voet van de stadsvestingen. Het dateert van het einde van de 15de eeuw en vormde een onontbeerlijke schakel in de drinkwatervoorziening van Brugge. Vanuit het Oud Waterhuis liepen er ondergronds loden buizen naar de binnenstad om daar onder andere de openbare waterputten van drinkwater te voorzien. Dat water kwam oorspronkelijk uit een vijver gelegen op de huidige Sint-Baafsparochie. Later werd water geput uit de buitengracht. Daarvoor werd in 1759-1760 het Nieuw Waterhuis gebouwd dat zich aan de Buiten Boeverievest bevindt. Godshuis Reyphins We kunnen de Hendrik Consciencelaan niet verlaten zonder aandacht te besteden aan het Godshuis Reyphins, ook wel Reyphens of De Tientjes genoemd (nummers 2 tot 11). Dit godshuis werd in 1905 gebouwd, maar de geschiedenis ervan gaat terug tot 1627. Toen stichtte Joos Reyphins op de hoek van de Nieuwe Gentweg en de Drie Kroezenstraat een godshuis voor tien ongehuwde mannen of weduwnaars. Nu is daar het godhuis Sint-Jozef gevestigd. Dat stond oorspronkelijk dan weer in de Oostmeers, maar moest daar plaats ruimen voor het nieuwe moederhuis van het Sint-Janshospitaal.
Literatuur
E. Vandevyvere, "De watervoorziening te Brugge van de 13de tot de 20ste eeuw", Brugge, 1983, p. 43-56; K. Broes, "Pompwatermolens", in: Molenecho's, XXXII, 2004, nr. 3. Chris Weymeis, "Brugges eerste waterleiding vertrok aan de Hendrik Consciencelaan. De thuisbasis van kanunnik Duclos", Brugsch Handesblad, 05.02.2010.
|