zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <p>Watermolen van Asbeek<br />Campomolen<br />Compomolen</p>, Assehomevorige pagina Naar Verdwenen Molens Asse, Vlaams-Brabant
Foto: Niels Wennekes
Naam

Watermolen van Asbeek
Campomolen
Compomolen

Ligging Asbeekstraat 12
1730 Asse

50°54°23"N
4°10'10"O
op de Asbeek


toon op kaart
Eigenaar Erven Kaat Tilley
Bouwjaar Voor 1160 / 17de eeuw
Type Bovenslag watermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Bakstenen gebouw, steile dakhelling
Gevlucht/Rad Girard-turbine, merk Hercule-Progrès
Inrichting Twee maalstoelen, buil, ...
Toestand Thans woning
Bescherming M: monument,
07.07.1998
Molenaar Geen
Openingstijden Niet toegankelijk

Beschrijving / geschiedenis

De Campomolen was vroeger de Onderste Watermolen, vermoedelijk gebouwd ter vervanging van de Overste Watermolen. Laatstgenoemde was een  leen van de hertogen van Brabant, gehouden door Macharius de Bracna en zijn drie zonen met hun neef, die hem later schonken aan de abdij van Affligem. Hertog Godfried bevestigde in 1160 de schenking van de molen "apud Hasbeca cum duobus domistratiis et curtulibus", cf. gehuchtsinleiding.
Na de godsdiensttroebelen (1614) kwam de onderste watermolen in handen van de familie de Cotereau, heren van Asse.
Markiezin Catharina liet de lemen bijgebouwen verstenen in de loop van de tweede helft van de achttiende eeuw. Op het einde van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende werd de molen uitgebaat door Simon Orinx, die behoorde tot een in de regio belangrijke molenaarsfamilie.
Rond 1880 - andere bronnen melden het begin van de 20ste eeuw - werd een Girard-turbine (merk Hercule-Progrès) geplaatst: heel zeldzaam in Vlaanderen. Kenmerkend voor deze turbine zijn de aanvoerbuis die 1000 liter per seconde aanvoert, de waterkamer in gietijzer en plaatstaal, het ingebouwd regelmechanisme en de gietijzeren stator en rotor. Het verval bij de molen bedraagt ongeveer 5 meter.
Rond 1900 werd de molen voorzien van een gietijzeren raderwerk. Er werd een elektromotor van Heemaf uit Hengelo (NL) geplaatst.
Blijven nog bewaard: twee maalstoelen, een buil, ...
Het gebouw vertoont vertoont nog zijn uiterlijke kenmerken als watermolengebouw.
De watermolen met inbegrip van het molengebouw, de volledige uitrusting, het woonhuis, het bakhuis, de bypass met toebehoren inzonderheid de verdeel- en sluiswerken werden als monument beschermd bij Besluit van 7 juli 1998.
Thans gerenoveerd tot woning. Deze werd bewoond door de bekende modeontwerpster Kaat Tilley (1959-2012). De beekbedding bezijden het huis werd omgeleid doch de waterkering bleef behouden.

Niels Wennekes, Dirk Vansintjan, Lieven Denewet

Architectuur

Voormalige watermolen, later boerderij en thans woonhuis met gebouwen van baksteen onder zadeldaken (pannen), uit 19de-20ste eeuw, opgesteld rondom een geplaveid erf; slechts het voormalig molenaarshuis, vergroot met bijgebouwen tegen de langsgevels, behoudt een oudere traditionele kern (17de-18de eeuw), aangegeven door de steile dakhelling en door de zijpuntgevel met vlechtingen, top- en schouderstuk.

Thans bestaat het complex uit een ten dele gekasseid erf met ten zuiden het haaks ingeplante, voormalige woonhuis met aansluitend molenhuis achteraan en vergroot met negentiende-eeuwse bijgebouwen tegen de langsgevels, ten westen de tot atelier ingerichte stal, uitgebreid in de loop van de twintigste eeuw, cf. bouwnaden; de schuur ligt ten noordoosten en een ruim bakhuis ligt ten zuidwesten van het woon- en molenhuis; de beekbedding ten zuiden werd gedeeltelijk omgeleid maar de waterkering, verdeel- en sluiswerk bleven behouden.
Verankerde bakstenen gebouwen, met uitzondering van de schuur volledig okerkleurig beschilderd, onder pannen zadeldaken. Enkel het haaks op het erf ingeplante woon- en molenhuis van één à twee bouwlagen heeft een traditionele kern uit de zeventiende of de achttiende eeuw, cf. de steile dakhelling met aandak, verweerd topstuk, vlechtingen en schouderstuk aan erfzijde. Overwegend aangepaste, rechthoekige muuropeningen onder houten lateien en voorzien van vernieuwd schrijnwerk. De puntgevel aan erfzijde vertoont links een lage steunbeer. De zwaar verankerde travee achteraan, het eigenlijke molenhuis op de plaats waar voorheen het bovenslagrad lag, is het resultaat van een verbouwing uit het begin van de twintigste eeuw toen de molen werd omgebouwd tot turbinemolen en vertoont, in tegenstelling tot elders, getraliede steekboogvensters, ten dele met bewaard schrijnwerk met ijzeren roeden. De verbouwing werd kadastraal ingetekend in 1906.
Inwendig omvat dit gedeelte de turbinemolen, uitgerust met een supplementaire electrische aandrijving en andere hulpwerktuigen.
Rechts aansluitend een parallelle negentiende-eeuwse uitbreiding van twee en vier traveeën en twee bouwlagen; voorheen gewitte baksteenbouw op gepikte plint, thans eveneens okerkleurig beschilderd en voorzien van rechthoekige vensters onder houten latei met vernieuwd schrijnwerk.
Rechthoekige deur in sobere omlijsting van blauwe hardsteen aan erfzijde.
Haaks aangebouwde kleine stal aan de oostzijde, kadastraal ingetekend in 1871.
De tot atelier omgebouwde negentiende-eeuwse stal vertoont overwegend rechthoekige, deels aangepaste muuropeningen en nieuwe dakkapellen; inwendig gemarkeerd door troggewelfjes op gietijzeren zuiltjes.
Negentiende-eeuwse, tweebeukige langsschuur opgetrokken uit baksteen, mogelijk als resultaat van de verstening van een oorspronkelijke vakwerkschuur, cf. ouder gebint. Constructie van drie traveeën, aan erfzijde gemarkeerd door een okerkleurig beschilderde gevel met centraal heiligennisje in een omlijsting van gesinterde baksteen met dito bekronend kruisje. Rechthoekige muuropeningen onder houten latei. Bewaard ouder gebint en graffiti met initialen en negentiende-eeuwse jaartallen waaronder onder meer "1806".
Ruim bakhuis van drie traveeën met lagere oven aan zuidwestzijde, minstens opklimmend tot het begin van de negentiende eeuw; rechthoekige deur en venster onder houten latei.

H. Kennes


Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 24.03.2010


Foto: Frans Ringoot, Opwijk, 2009

Bijlagen

"Uit Oude Papieren. Verhuring van den watermolen te Asseliers, te Assche (1568)", in: Eigen Schoon en De Brabander", jg. 26 (nieuwe reeks: 18), 1943, nr. 1-2.
Op 13 september 1568 verhuurde Mr. Willem van Overbeke, "secretaris ordinaris ons genedichs heeren des Conincs in sijnen Grooten Raede van Mechelen", uit naam van zijn moeder, "Jouffrouwe Margriete van Selleke, weduwe wijlen Mr. Jaspar van Overbeke", zijn watermolen gelegen te Aschbeek, geheeten te Asseliers, aan "Nicolaes Smet sone wijlen Merttens" en dezes huisvrouw, Wouburge Verburch, voor een termijn van negen jaar. Huurvoorwaarden: 40 kar. gulden 's jaars en "te Bamesse, een vercken van 6 kar. guld., te leveren te Mechelen" (Schepengriffie Assche, nr. 213, f° 190.)

Julie Huon, "La patte de Kaat. Mode. La styliste Kaat Tilley ouvre les portes de son atelier", Le Soir, 07.06.2007, p. 36.
Pour la première fois, la créatrice, à Bruxelles depuis 18 ans, dévoile carnets de dessins et robes inédites.
Sur la terrasse ombragée du Markten, place du Vieux Marché aux Grains, à Bruxelles, Kaat Tilley sirote un petit ballon de rouge, de la même couleur exactement que sa crinière insolente. Sur la chaise d'à côté, sa fille (une bombe brune de 23 ans en robe de soie H&M by Madonna). Sur la table, son PC portable avec des photos des précieux cahiers de dessins qu'elle présentera pour la première fois au public, ce week-end. Au coeur de son moulin à eau médiéval.
« Je n'ouvre pas réellement ma maison mais, dans tout le domaine qui l'entoure, il y aura une promenade avec dix étapes : dans l'atelier, la grange, le four, la petite maison des poissons... En tout, 800 vêtements seront exposés et mis en scène, des pièces uniques, des prototypes d'avant production et même des modèles qui n'ont jamais été produits. »
Des pièces rares mises en vente, comme les peintures à l'huile de la styliste malinoise, des dessins et des tirages limités de ses cahiers. Au fil du parcours, une visiteuse qui se sera mariée un jour en Kaat Tilley pourra donc - avec un peu de chance et pas mal de perspicacité - remettre la main sur sa robe au moment de son ébauche, quand elle n'était même pas un croquis, mais un détail griffonné sur une page des fameux cahiers qui servent à la confection d'une collection.
L'idée de cet événement, baptisé « Zonnevlecht » (« Plexus solaire »), est venue à la créatrice suite aux demandes croissantes, via son site web surtout, d'en savoir un peu plus sur son univers. Elle avoue : « Me séparer de tout ce travail, il y a deux ans, ça m'aurait fait mal. Mais aujourd'hui, je veux aller de l'avant. Et puis, des vêtements, chez moi, il commençait vraiment à y en avoir de trop ! »
Les 9 et 10 juin de 14 à 19 heures, Asbeekstraat 12, 1730 Asse.
Boutique : Galerie du Roi 6, 1000 Bruxelles (depuis 18 ans). A Anvers depuis deux ans. www.kaattilley.com

Claire Coljon, "Au velours et au moulin Créatrice de mode pour fées urbaines, la styliste belge Kaat Tilley hante, au coeur du Pajotteland, un moulin à eau aux lumineux tons d'ocre et de terre", Le Soir, 30.11.2001.
Au velours et au moulin Créatrice de mode pour fées urbaines, la styliste belge Kaat Tilley hante, au coeur du Pajotteland, un moulin à eau aux lumineux tons d'ocre et de terre.
Peintre et styliste, Kaat Tilley avoue avoir craqué pour ce vieux moulin et ses nombreuses dépendances achetés il y a cinq ans sur un coup de coeur. Je cherchais un endroit particulier pour m'installer avec ma famille, poser mon bureau et ouvrir les ateliers. Une habitation spacieuse originale mais dont la restauration et l'aménagement restaient financièrement supportables. Les herbes folles avaient tout envahi, les toits du moulin étaient percés et il avait tout l'air d'une ruine... Pourtant, cela peut paraître contradictoire, l'intérieur de la meunerie était intact. le locataire s'était contenté d'isoler les murs, protégeant et conservant ainsi l'authenticité du lieu. Cerce, battant, blutoir, meule, huche, trémie... Tout était là, comme autrefois. Et comme aujourd'hui, puisque c'est dans cette meunerie que Kaat Tilley a choisi de vivre avec ses filles.
Domaine avec vue
Les toitures des bâtiments ont été refaites, des fenêtres ont été percées et les murs des bâtiments badigeonnés de ces étonnants tons d'ocre. C'est le résultat d'un mélange de pigments, de sulfate de fer et... de babeurre. La propriété a fleuré le petit lait pendant des semaines
Propriété? Quatre hectares, pas moins. Et un tracteur pour tout entretenir. Je n'ai pas besoin d'un beau jardin, mais d'un espace où la nature reste sauvage. Balade au bord des étangs où s'ébrouent des canards, découverte de la maison du meunier (tout le confort moderne!) avec son four à pain et de la petite serre, comme une maison d'été. Elles accueillent les enfants et leurs copains, les amis, peintres ou écrivains de passage.
Plus loin, un impressionnant tas de bois attend l'hiver pour réchauffer de ses flambées. Hommage à Gaudi, la courette colorée que surveille jalousement le chien est une mosaïque d'éclats de verres, de céramiques et de porcelaines. Ce sont les vestiges des carrelages de la cuisine et de la salle de bain, des petits bouts d'assiettes et de verres cassés... Puis, une immense grange à rénover encore, une étable aménagée en un atelier où des couturières réalisent les prototypes de la créatrice - les voûtes ont été restaurées, les mangeoires de pierre bleue se sont transformées en classeurs pour les fardes d'esquisses et de projets -, un bureau-bibliothèque lumineux et enfin la meunerie, transformée en habitation où il fait bon vivre.
A l'origine, une succession de petites pièces plutôt sombres. Pour plus de clarté, Kaat Tilley a transformé les portes en haies vitrées - et rêve de percer le toit afin de créer un nouveau puits de lumière. Elle a aussi fait abattre tous les murs afin de créer une seule grande pièce. Une seule pièce, mais qui conserve les caractéristiques du lieu d'origine. C'est ainsi que le plafond retient encore les rouages d'une aube disparue et que les murs se souviennent d'une ancienne porte ou d'une injonction à l'abstinence: Verboden te roken. Que le coin télévision est installé au ras du sol, sous la mezzanine où trône encore la trémie du meunier. C'est ainsi que le sol se décline en briques, en plancher, puis en carrelage pour la cuisine. Que la cheminée, agrandie et ouverte sur ses quatre côtés, chauffe désormais toute la maison - qui n'en est pas moins équipée d'un chauffage central.
C'est notre soleil d'hiver! Car, il faut l'admettre, la pièce manque de lumière dès l'automne. C'est une maison d'été. Et tellement grande qu'elle est idéale pour les fêtes partagées avec de nombreux amis. Ce qui est certain, c'est que, si elle est adorable à vivre, elle ne convient pas à ceux qui sont précieux et redoutent la poussière. Les murs, les plafonds, les bois sont encore tellement empreints de farine...
Entre passé et présent
La maison est pleine d'histoires. Celles de son histoire ancienne, conservée et mise en valeur par Kaat Tilley, soulignée par ces confortables marquises et ces châles au charme d'antan jetés sur les fauteuils. Ou encore ce lustre étrange créé par la maîtresse des lieux, ces tables basses chargées de bougies et la vaste bibliothèque prêtée par un ami. J'adore chiner, je suis toujours touchée par toutes ces petites choses qui ne valent rien mais sont chargées de souvenirs et créent une atmosphère. C'est pour moi l'essentiel: l'ambiance d'un espace né du mélange entre le passé et le présent, la vie aujourd'hui dans un décor d'autrefois.
Aujourd'hui, ce sont ces collections qui, elles aussi, semblent s'inspirer des robes des dames du temps jadis et les projets pour demain. Les chapeaux de mon premier défilé se sont transformés en abat-jour et les croquis de mes carnets de route deviendront la fresque que je peindrai sur les murs aujourd'hui simplement plâtrés. Carnets de route? Ce sont de vieux livrets trouvés aux Puces ou ailleurs, des partitions d'opéra ou de Bel Canto dans lesquels je peins, dessine, lance des idées, croque des moments de la vie... Des livres appelés à vivre dans la réalité. Tout ici évoque un temps suspendu et l'on se surprend à croire que l'adolescente à la chevelure rouge flamboyant qui vient de surgir est peut-être bien un elfe...

"La nuit, quand tout est silencieux, la maison craque de partout", Le Soir, 19.06.2010.
Dans une ancienne ferme-moulin nichée au cœur du Brabant flamand, la styliste Kaat Tilley a façonné un univers hors du temps, tout à son image. Les meubles, les objets et les accessoires y jouent un jeu d'ombres et de lumières qui invite à un voyage immobile.
Vous venez de lancer une ligne de mobilier, de quelle envie est-elle née ?
Depuis presque vingt-cinq ans, j'essaie dans mes dessins, mes peintures, mais aussi dans mes vêtements, de donner vie à un univers féminin personnel. C'est un univers qui n'a jamais été fini ou limité. Il y a dix ans, j'avais déjà dessiné une chaise longue pour mon atelier. Dans mon entourage, des gens m'encourageaient à développer cet aspect de ma créativité.
L'intérêt pour le mobilier d'intérieur n'est pas nouveau. La rencontre avec un fabricant de Hasselt a créé un déclic et, depuis un an et demi, on travaille sur une ligne qui compte déjà cinq meubles. Il y a deux ans, au salon Première Vision à Paris, j'ai rencontré un couple d'Ingelmunster, qui m'a proposé de me lancer dans une ligne de tissus d'intérieur. J'avais aussi, depuis quelques années, une ligne de luminaires et, petit à petit, des choses se sont mises en place. J'ai mis tous ces gens ensemble pour travailler à un Kaat Tilley's world qui continuera avec d'autres objets, pas nécessairement des meubles, et qui intégrera aussi les vêtements.

Literatuur

D. De Grave, "Geschiedenis der gemeente Assche", Gent 1900, p. 330;
Jaak Ockeley, Historiek der straten van Asse, Asse, 1967.
Jaak Ockeley, Leven aan de bron. Een inleiding tot de geschiedenis van Asse, Asse, 1965.
De watermolens van Asse, in Ons Molenheem, 1997, nr. 4, p. 109.
Jan Lindemans, "Toponymie van Asse", Brussel, 1952.
P. Viaene, Industriële archeologie in België, Gent, 1990;
J. Van der Hameyde, "Het Landschap onder Asse", in: Eigen Schoon en de Brabander, XI, 1928, p. 88-96;
J. Van Overstraeten, "De watermolens van Asse", in: De Galm, 1 en 8 februari 1947;
J. Verbesselt, "Het ontstaan en de ontwikkeling van Asse", Pittem, 1966;
"Asse in oude prentkaarten waarin tevens afbeeldingen uit Asbeek, Asse-Terheiden, Terlinden, Waarbeek en Walfergem", Zaltbommel, 1973;
Herman Holemans, "Kadastergegevens: 1835-1985. Brabantse wind- en watermolens. Deel 2: arrondissement Halle-Vilvoorde (A-L)", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem", 1991;
M.A. Duwaerts e.a., "De molens in Brabant", Brussel, Dienst voor Geschiedkundige en Folkloristische Opzoekingen van de Provincie Brabant, 1961;
F. Ringoot, "Wind- en Watermolens te Asse (Brabant)", in: Ons Molenheem, jg. 6 (1986), nr. 1 (maart), p. 17-18;
home.tiscali.be/pajottenland/orinx/molen/molen.htm (in 2004)
[Jozef van Overstraeten], "De molens uit onze streek; de molens van Assche [door] Jozef van der Meulen", in: De Galm, weekblad voor West-Brabant, Asse, II, 5, 1.2.1947; II, 6, 8.2.1947; II, 7, 15.2.1947 en II, 8, 22.2.1947. [Geschiedenis, beschrijving en iconografie van alle molens die in Asse staan of stonden].
Joris Spanhove, "De molen van Pissote te Asbeek", in Ascania, Tijdschrift over Asse, zijn streek en zijn mensen, Asse, Heemkring Ascania, jg. 37, 1994, nr. 2, p. 74-75.
(Aimé Smeyers, Alsemberg)
P. Sablon, "Over hoeven en molens", in: Ascania, XXIII, 1980, 3, p. 75-79.
C. De Maegd & S. Van Aerschot, "Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2N", Gent, 1975.
H. Kennes, "Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Asse, Deelgemeenten Asse, Bekkerzeel, Kobbegem, Mollem, Relegem en Zellik. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB6", 2005.
Kadaster Vlaams-Brabant, mutatieschetsen Asse, afdeling I, 1868/18, 1871/33, 1906/36.
"Asse: verleden in woord, heden in beeld", Asse, 1978, p. 144-145.
"De watermolens van Asse", in Ons Molenheem, 1997, nr. 4, p. 109-112.
"Uit Oude Papieren. Verhuring van den watermolen te Asseliers, te Assche (1568)", in: Eigen Schoon en De Brabander", jg. 26 (nieuwe reeks: 18), 1943, nr. 1-2.
Mailbericht A. Smeyers, Alsemberg, 15.02.2012.

Persberichten
Julie Huon, "La patte de Kaat. Mode. La styliste Kaat Tilley ouvre les portes de son atelier", Le Soir, 07.06.2007, p. 36.
Claire Coljon, "Au velours et au moulin Créatrice de mode pour fées urbaines, la styliste belge Kaat Tilley hante, au coeur du Pajotteland, un moulin à eau aux lumineux tons d'ocre et de terre", Le Soir, 30.11.2001.
"La nuit, quand tout est silencieux, la maison craque de partout", Le Soir, 19.06.2010.
"Photos Kaat Tilley", Le Soir, 19.06.2010.


Laatst bijgewerkt: zaterdag 15 september 2012
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen

bovenzijde