Molenzorg
Appelterre-Eichem (Ninove), Oost-Vlaandere...
Naam

Wildermolen

Ligging Wilderstraat 97
9400 Appelterre-Eichem (Ninove)

900 m O v.d. kerk
kadasterperceel B1006


toon op kaart
Geo positie 50.818794, 3.979810
Eigenaar Stad Ninove
Gebouwd 1802, overgebracht uit Elingen
Type Staakmolen met open voet
Functie Korenmolen
Kenmerken Metalen geklinknagelde kruisplaten
Gevlucht/Rad Geklinknageld, 21 m.
Inrichting 3 koppels maalstenen, buil, haverpletter
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
4 mei 1973
Molenaar Jozef De Vuyst (tel.: 0473 647524; e-mail: jozef.devuyst@telenet.be), Jan De Bou (tel. 02 784 20 95)
Openingstijden Vanaf april tot eind oktober: elke 2de zondag van de maand, 14-18 u., op molendagen en op afspraak
<p>Wildermolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden  

Beschrijving / geschiedenis

De fraai gerestaureerde " Wildermolen", de trots van Appelterre , is een houten korenwindmolen op de Wilderkouter, op het einde van de Wilderstraat (nr. 97), vandaar uiteraard de benaming.

De molen heeft drie koppels maalstenen, een buil en een haverpletter. Er zijn metalen geklinknagelde kruisplaten en geklinknagelde roeden van 21 meter. De molen heeft een kapelledak, bedekt met leien.

Vanaf de oprichting in 1802, na zijn overbrenging uit Elingen, bleef de molen, door erfenis of koop, steeds in handen van verwante families.

De staakmolen stond oorspronkelijk te Elingen (Pepingen, Vlaams-Brabant), war hij bij octrooi van 30 juni 1779 was opgericht door Ferdinand Van der Noot, heer van Vreckem, die in 1802 nog steeds de eigenaar van was. In dat jaar verving hij de standaardmolen door een stenen windmolen, waarvan het onderste gedeelte nog bestaat (zie bij: Elingen, Zwarte Molen).

De gebroeders Maximiliaan (1764-1811) en Adriaan (1776-1862) d'Hauwer uit Denderwindeke kochten op 10 juni 1802 van Matthijs de Cock (zoon van Judocus) uit Appelterre, een partij land te Appelterre, gelegen aan het "losgat" (toegang) van de Wilderkouter, groot 2 are 64 centiare of tien roeden. Ze betaalden 100 gulden Brabants courant. Ze mochten dadelijk over de grond beschikken.

Ze hadden een goede plek uitgekozen om er nadien een windmolen op te richten. Ze hielden rekening met de ligging van het stuk land. Het was ver genoeg verwijded van de andere windmolen in de parochie, de Oude Molen (en van de watermolen te Vreckem-Denderwindeke) en met kans op genoeg klanten. Misschien zijn ze na de koop al begonnen met het opwerpen van de molenberg.

Dezelfde twee gebroeders, Maximiliaan en Adriaan d'Hauwer uit Denderwindeke (departement van de Schelde) kochten op 3 thermidor jaar 10 (22 juli 1802) van Ferdinandus van der Noot uit Brussel, "eenen schoonen graenwindmolen met alle syne appendentien ende dependentien" te Elingen (departement van de Dijle), "met sijn drijende, staende ende roerende werck", bij akte verleden voor notaris Egidius Martinus Roosens (Denderwindeke). Ze betaalden 4232,80 (Franse) frank of 2000 gulden Brabants wisselgeld. De kopers gingen bij de verkoper een lening aan van (dezelfde) 2000 gulden wisselgeld. Deze lening zou ingang nemen op 16 juni 1802, met een jaarlijkse aflossing van 100 gulden courant geld of 181,40 frank.
In de overeenkomst volgden nog een aantal voorwaarden. Indien de kopers deze aflossing niet zouden voldoen, stond het de verkoper vrij de verkochte windmolen andermaal te verkopen of aan hem te behouden, samen met het nieuwe perceel waarop de molen staat. Indien de verkoper de molen behield, moest de molen door twee verschillende "prijsers" geprezen worden. Samen met windmolen verkocht Van der Noot og een "stenen block" die aan zijn watermolen te Vreckem in Denderwindeke (de zgn. Schoreelsmolen) was gelegen. De kopers moesten zelf de windmolen afbreken en naar zijn toekomstige standplaats voeren. Die plaats moest op minstens een mijl afstand van de genoemde watermolen van de verkoper liggen. Onder de akte volgden de handtekeningen en merktekens, waaronder "dit is t'mercq van x adriaen dhauwer die verclaert niet te connen schryven".

Vanaf 1803 werd Adriaan d'Hauwer genoemd als molenaar te Appelterre-Eichem. Hij huwde aldaar op 1 juni 1803 met Maria Anna van der Schueren, spinster. Hijzelf en zijn broer Maximiliaan d'Hauwer, molenaar te Denderwindeke leenden op 19 december 1809 van Jacques van der Schueren, eigenaar te Gent, voor dire jaar de som van 756 frank 9 centiemen.

Uit het proces-verbaal van afpaling van de gemeente Appelterre-Eichem in 1811:
"il y a deux moulins à vent, ils servent à moudre du grain et sont occupés par les propriétaires; ils sont construits en bois et situés près du chef-lieu; ils ont susceptibles d'une même location".
De molen behoorde in 1834 tot de tweede klas, met een kadastraal inkomen van 228 frank.

De overeenkomst over de rente van de graanwindmolen van Appelterre-Eichem werd op 12 augustus 1823 vernieuwd. Het waren dan de dochters Van der Noot (Theresia, Maria, Catharina en Antoinette), renteniers te Brussel, die hier optraden. De graanwindmolen in het gehucht te WIlder was dan 27 roeden groot. Als waarborg werden de draaiende en staande werken van de molen, het woonhuis, de schuur en de stallingen ingebracht. Die moesten na het huwelijk van Adriaan d'Hauwer in juni 1803 zijn opgetrokken. In de minuut had de notaris (of zijn klerk) de voornamen van de gebroeders d'Hauwer verwisseld. Maximiliaan was ondertussen in 1811 al overleden ("den voorseyden debiteur, Maximilianus Dehauwer verclaert hebbende niet te connen schryven nogte tekenen"), terwijl het Adriaan was die niet kon schrijven.

Bij akte van 9 juli 1832, verleden voor notaris Karel Dauw uit Ninove, kocht molenaar Adriaan d'Hauwer, samen met Florentinus Torrekens, landbouwer te Appelterre-Eichem, de oosthelft van een bunder vijf roeden 40 ellen "polder en ten deele meers en bos, genaamd Kromwiel", gelegen te Appelterre-Eigchem, voor 640 Nederlandse gulden van Adolph Marie Ghislenus de Lauw, grondeigenaar te Meerbeke. Het was dochter Regina d'Hauwer die in de plaats van haar vader tekende.

Adriaan d'Hauwer overleed op 8 juni 1862 te Appelterre-Eichem en op 10 november 1862 volgde de verdeling van zijn goederen onder zijn kinderen, Charles, Regina en Joanna d'Hauwer. Charles en Regina d'Hauwer kregen elk de helft van artikel vier: 8 a 36 ca grond te Appelterre-Eichem met "eenen windmolen genoemd den WIidermolen er opstaende, palende oost de weduwe Van der Schueren, zuid de hofstede, noord de straat."

Josephus Van der Haeghen overleed te Appelterre-Eichem op 9 januari 1880 en zijn vrouw Regina d'Hauwer overleed er enkele maanden later, op 10 november 1880. In het bevolkingsboek van Appelterre-Eichem van 1880 zien we hen dan ook niet meer als de bewoners van het molenhuis.

Bij de verdeling van hun goederen, viel de helft van de graanwindmolen met medegaande molenberg (die aan Regian d'Hauwer toebehoorde) dan toe aan hun zoon, Benedictus van der Haeghen, samen met de hofstede, groot 13 a 6 ca. De andere helft van de windmolen was eigendom van de ervan van Carolus d'Hauwer (overleden te Appelterre-Eichem op 27 decmeber 1878): zin vrouw Joanna Catharina de Backer en haar kinderen.

Op 10 april 1889 werd de windmolen volledig eigendom van Benedictus van der Haeghen, die al de helft in zijn bezit had. Joanna Catharina de Backer, weduwe van Charles d'Hauwer en haar kinderen Francis en Leonie (gehuwd met Franciscus Cosijns), landbouwers te Appelterre-Eichem, verkochten aan Benedictus van der Haeghen (gehuwd met Elodie Mertens), molenaars te Appelterre-Eichem, de helft van een graanwindmolen met de draaiende en liggende werken met de molenberg sectie B 1006 en 1007, groot 13 a 66 ca, mits de som van 2800 frank.

Benedictus van der Haeghen overleed in Appelterre-Eichem op 26 januari 1908 en de kinderen erfden huis en windmolen.

Op 13 februari 1921 volgde een verdeling van de goederen. René van der Haeghen, die dan molenaar was, verwierf de windmolen te Appelterre, samen met een deel van het woonhuis en van de stallingen. Zijn jongste broer, Benedctus Josephus, kreeg het resterende deel van het huis met de bakoven en de boomgaard. René moest wel nog 5920 frank opleggen. De gebroeders Van der Haehen waren de molenaars in 1923.

Opeenvolgende eigenaars:
- 1802, opbouw: gebroeders D'Hauwer Adriaan & Maximiliaan, te Denderwindeke
- 1811, erfenis: D'Hauwer-Van der Schueren Adriaan, molenaar te Appelterre-Eigem (overljiden van Maximiiaan D'Hauwer)
- 10.11.1862, verkoop: a) D'Hauwer Karel (voor 1/2), molenaar te Appelterre-Eigem en b) Vanderhaeghen-D'Hauwer Jan Jozef (voor 1/2), landbouwer te Appelterre-Eigem (notaris Leenaert)
- later, erfenis: a) D'Hauwer Karel (voor 1/2), molenaar te Appelterre-Eigem en b) Vanderhaeghen-D'Hauwer Jan Jozef, de weduwe (voor 1/2), landbouwster te Appelterre-Eigem (overlijden van Jan Jozef Vanderhaeghen)
- 10.11.1880, erfenis: a) D'Hauwer Karel (voor 1/2), molenaar te Appelterre-Eigem en b) Vanderhaeghen-D'Hauwer Jan Jozef, de kinderen (voor 1/2), landbouwers te Appelterre-Eigem (overlijden van de weduwe D'Hauwer van Jan Jozef Vanderhaeghen)
- 29.06.1881, deling: a) Vanderhaeghen Benedikt (voor 1/2), molenaar te Appelterre-Eichem en b) D'Hauwer Karel (voor 1/2), molenaar te Appelterre-Eigem (notaris Vanham)
- later, erfenis: a) Vanderhaeghen Benedikt (voor 1/2) en b) D'Hauwer Karel, de weduwe en de kinderen (voor 1/2), molenaar te Appelterre-Eichem (overlijden van Karel D'Hauwer)
- 10.04.1889, verkoop: Vanderhaeghen-Mertens Benedikt, molenaar te Appelterre-Eigem (notaris Van Impe)
- 26.01.1908, erfenis: de kinderen (overlijden van Benedikt Vanderhaeghen)
- 13.02.1921, deling: Vanderhaeghen-Steenhout René, molenaar te Appelterre-Eichem (notaris Vandevelde)
- 17.06.1976, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van René Vanderhaeghen)
- 30.10.1979, gift: Stad Ninove (notaris Van Rossem).

In 1953 legde de laatste beroepsmolenaar René Vanderhaeghen de molen stil. De molen geraakte in verval. De molen werd bij koninklijk besluit van 4 mei 1973 beschermd als monument. In 1979 werd de molen door de toenmalige eigenaars, Rufina Vanderhaegen en Marie-José Meganck-Vanderhaeghen, aan het Ninoofse stadsbestuur geschonken.

De molen takelde in de jaren 1980 sterk af. Het gevlucht werd in 1981 uit veiligheidsoverwegingen verwijderd. In 1990 ging een openbare aanbesteding door voor een maalvaardige restauratie. Het dossier, opgesteld door architect Fernand Weyers uit Sint-Niklaas (1920-1991), kende een lange en moeilijke lijdensweg. De restauratie werd uitgevoerd door molenbouwer Roland Wieme uit Deinze, die zoveel als mogelijk de oorspronkelijke constructie heeft gerespecteerd, o.a. geklinknagelde Verhaeghe-roeden en de metalen kruisplaten. Op 26 september 1993 werd de eindelijk herstelde molen feestelijk ingehuldigd.

De Wildermolen is voorzien van een balkon en heeft een kapeldak bedekt met leien. Het aanleunende molenaarshuisje is lager gelegen dan het straatniveau en bestond oorspronkelijk uit een langgestrekt hoevetje met aanleunende stal.

In 2001 werd, ter gelegenheid van zijn 200-jarige aanwezigheid op de gemeente, een verbroedering gehouden met Appeltern in Nederland.

Zie ook: Elingen

Georges SOUFFREAU & Lieven DENEWET

<p>Wildermolen</p>

Foto: Marnix Demoor, 25.08.2010

<p>Wildermolen</p>

Foto: Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille

<p>Wildermolen</p>

Toestand jaren 1970. Foto coll. R. Van Ryckeghem, Koolkerke

<p>Wildermolen</p>

Verzameling Ons Molenheem

<p>Wildermolen</p>

De regulator. Foto Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille

Literatuur

Archieven
Algemeen Rijksarchief Brussel, Financiële Raad, nr. 1909. Octrooi aan Frederik Van der Noot, heer van Vreckem, om in Elingen op het "appaers veld" een graanwindmolen op te richten, 30.06.1779.
Rijksarchief Gent, Notariaat Egidius Martinus Roosens (Denderwindeke) NOT307 (1) minuut nr 94, 22 juli 1802 (transcriptie: Georges Souffreau, Woubrechtgem)
Rijksarchief Gent, Notariaat Egidius Martinus Roosens (Denderwindeke) NOT307 (1) minuut nr 71 (aankoop grond, 10 juni 1802)
Rijksarchief Gent, Notariaat Egidius Martinus Roosens (Denderwindeke) NOT307 (1) minuut nr 94 (aankoop molen te Elingen, 22 juli 1802)
Rijksarchief Gent, Notariaat Petrus Franciscus de Buysscher (Ninove) NOT305 (5) minuut nr 318 (12 augustus 1823)
Rijksarchief Gent, Notariaat Henrij GJ Beuers (Ninove) NOT303 (19 minuut 1690)(lening, 19 december 1809)
Rijksarchief Gent, Notariaat Petrus Franciscus de Buysscher (Ninove) NOT305 (5) minnuut 318 (hernieuwing rente, 12 augustus 1823)
Rijksarchief Gent, Notariaat Karel Dauw (Ninove) NOT318 (6) minuut 545 (verkoop, 9 juli 1832)
Stadsarchief Ninove, Bevolkingsboek van Appelterre-Eichem, 1847.
Rijksarchief Gent, Notariaat Petrus Josephus Augustus Leenaert (Meerbeke) NOT461 (8)(verdeling, 10 november 1862)
Rijksarchief Gent, Notariaat Jan Frederik van Ham (Ninove) NOT257 (26), minuut 7386 (verdeling, 1880)
Rijksarchief Gent, Notariaat Victor Vanimpe (Ninove) NOT546, minuut 2042 (verkoop, 10 april 1889)
Rijksarchief Gent, Notariaat Jules van de Velde NOT59, minuut 6708 (verdeling, 13 februari 1921)
Stadsarchief Ninove, nr. 2.073.515.1 (buiten- en binnenfoto's van de Wildermolen, genomenn door architect Ferdinand Weyers uit Sint-Niklaas, 12.01.1984)

Gedrukte bronnen
Affiches, annonces et avis divers de Gand, département de l'Escaut, 19 oktober 1813 (verkoopsadvertentie van de molen van Denderwindeke, 1813).

Werken
Georges Souffreau, "Geschiedenis van de twee houten korenwindmolens Oude Molen (voor 1257-1919) en Wildermolen (1802-vandaag) en van de vroegere pachthoeve Hof ter Klei (voor 1226-1902) te Appelterre-Eichem", Woubrechtegem, 2017, 160 p.
Lieven Denewet, "Na 40 jaar stilstand. De Wildermolen van Appelterre kan weer malen", in: Molenecho's, XXI, 1993, nr. 4, p. 174;
Lieven Denewet, "Honderd bespookte molens in Vlaanderen. Een verzameling molensagen van de kuststreek tot het Maasland", Molenecho's, XX, 1992, 3-4, p. 174-175, 219;
Lieven Denewet, "Vlaamse molens in volksverhalen  (deel 2)", in: Vlaamse Molens, V, 2011, 4, p. 38-39.
E. D(e) K(inderen), "De windmolens. Appelterre", in: De Belgische Molenaar, LXXI, 1976, p. 239-240;
Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985;
Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25);
A. François, "De restauratie van de Wildermolen", in: Voor Allen, XLIII, 1981, nr. 13, p. 1 en 2;
J. De Schepper, "Restauraties. De 'Wildermolen' te Ninove-Appelterre", in: M&L, Monumenten en Landschappen, Binnenkrant, nr. 55. Bijlage bij M&L, jg. 11 (1992), nr. 1, p. 4-5, ill;
"Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Eerste aflevering. De arrondissementen Aalst en Dendermonde", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XIV, 1960, 3 (Gent, 1962);
Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 1. Gemeenten A-B", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1996.
Mola, "Aantal asomwentelingen van Oost-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 51.

Persberichten
Hans Vanopdenbosch, "De molenwandeling, derde geleide wandeling georganiseerd door VVV-Ninove en de dienst toerisme Ninove. Mooie plekjes", Het Nieuwsblad, 25.08.2009.
HVN, "Open Monumentendag met het beste van de voorbije 24 jaar", Het Nieuwsblad, 08.09.2013 (dig.).
Jimmy Godaert, "Nieuwe wind voor de molens van Ninove", Editiepajot, 23.09.2014.
VMD, "Molencommissie zet windmolens in kijker", Het Nieuwsblad, 24.09.2014.
HVN, "10 jaar Tabaksroute", Het Nieuwsblad, 26.09.2014.

Genealogische opzoekingen van de familie d'Hauwer
- Georges Souffreau
- Guy Borighem


Laatst bijgewerkt: dinsdag 11 juli 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens