|
Beschrijving
/ geschiedenis
Jan Baptist Van Damme begon in 1789 aan de bouw van de molen. Vrij spoedig liep de financiële situatie uit de hand en Van Damme geraakte in de schulden. Was hij een onfortuinlijke of overmoedige man? Had deze boerenzoon uit een groot gezin voor wie op het ouderlijk hof geen plaats was, het te groots gezien? In ieder geval stapelden de schulden zich op tot onoverkomelijke grootte en werd de inboedel verkocht. In de staart van de molen staat de datum 1803 gebeiteld: dat is wellicht de afwerkingsdatum. Door de omwenteling en de financiële moeilijkheden heeft de bouw jarenlang aangesleept. In 1919 werd in de molen een elektrische motor in werking gesteld en in 1927 werd Remi Roman- Dusong eigenaar-molenaar. In 1938 viel de molen voorgoed stil. De jarenlange aftakeling begon. In 1946 werd de molen verkocht aan André Doncker-Wolcke, die in 1953 de kap en het gevlucht verwijderde. De molen werd in 1972 verkocht aan Raphaël De Moor, die instandhoudingswerken uitvoerde. Bij koninklijk besluit van 27.11.1978 wordt de molen beschermd als monument en de onmiddelijke omgeving als dorpsgezicht. Tijdens de beruchte storm van 27 november 1983 werden de noodkap, de daklijsten, de staart en de eg afgerukt. De huidige eigenaar, het echtpaar Frank De Moor - Els Lecluse, liet de molen in 1996-1997 maalvaardig herstellen. Daartoe werd de vochtige romp eerst geheel afgebroken. De nieuwe romp werd gebouwd door de firma BAM Construct uit Wilrijk. In 2002 moest deze nieuwe kuip al in het wit worden gezet, omdat er zich al vochtproblemen stelden! Het molengedeelte werd uitgevoerd door de firma 't Gebinte Molenbouw uit Erpe-Mere. De molen is getooid met de voor de streek typische saracenenkap, belegd met handbewerkte eikenhouten schaliën. Het malen van het graan gebeurt met twee volledig uitgeruste koppels Engelse natuurstenen uit de groeven van La-Ferté-sous-Jouarre (F). Ze zijn gescherpt met een excentrisch recht pandbilsel. Dat resulteert in een zeer voortreffelijk eindproduct, nl. 100 % kwaliteitsmeel van zowel tarwe rogge als spelt. Het derde koppel stenen wordt uitsluitend gebruik voor de vermaling van graan en veevoeders. De molen is tevens voorzien van een graanzuiveraar, een maïsbreker, een pletmolen en een cilinderbuil. Dat laatste laat toe verschillende soorten meel en een fijne kwaliteitsbloem te vervaardigen. Op het gelijkvloers bevindt zich een elektische aangedreven maalkoppel. Deze prachtige Verrebeekmolen is iedere laatste zondag van de maand tussen 14 en 18 uur aan het werk te zien. In de molen is er verkoop van allerlei bio-meelproducten. In 2005 werd de molen opnieuw grondig hersteld, waarbij het nodig was de roeden te verwijderen en zelfs de kap te lichten (zie bijlage). Dit keer werden de werken uitgevoerd door molenmaker Roland Wieme uit Deinze. Op 15 december 2005 werden de kap en de roeden opnieuw geplaatst. Tot in 2008 was Paul Verschelden uit Brakel de vrijwillige molenaar; thans is dit ondergetekende.
Johnny Carbonnelle, Brakel.

Foto: Lieven Denewet

Foto: Donald Vandenbulcke, 19.09.2008

Foto: Donald Vandenbulcke, 19.09.2008

Plaatsing van de kap en roeden. Foto: Johnny Carbonnelle, 15.12.2005.

In de kap. Foto: Johnny Carbonnelle, 15.12.2005.
Bijlagen
1. Jaarlijks aantal asomwentelingen 1997: 28785 1998: 103105 1999: 108023 2000: 102217 2001: 89797 2002: 56334 2003: 4399 2004: 52041 2005: 31356 2006: 100388 2007: 101159 2009: 40168 2. Nieuwe restauratiewerken in 2005. Molenmaker Wieme uit Deinze diende in 2005 een hele reeks nieuwe herstellingen uit te voeren. Hij verwijderde de roeden en de staart. De lantaarns van alle drie de steenkoppels werden meegenomen naar het atelier omdat de spanringen volledig los zaten, aangezien ze gewoon maar aaneengelast waren en niet roodgloeiend gemaakt en dan op de lantaarn bevestigd. Op die wijze spant het zich op bij afkoeling, zoals dat ook toegepast werd bij karrenwielen. Nu de werken toch bezig zijn, werden de molenstenen opengelegd om ze te scherpen. Het spillenwiel op de koningsspil met rechtstaande spillen werd vervangen door een een exemplaar met schuingeplaatste spillen (karbonkelwiel). Gevolg van het huidige wiel was dat de kammen van het vangwiel niet zo mooi in het spillenwiel draaiden, zodat nu en dan een spil stuk werd gedraaid. Er werd een volledig nieuw vangwiel gemaakt, nu de molenkap er toch werd afgenomen. De molenkap werd 10 cm naar voren gebracht in de richting van de windpulm omdat de baard van de kap bijna tegen de molenomp schuurde en ook om zoveel mogelijk gewicht naar de wiekenkant over te brengen om de staart te ontlasten. Die staart was te zwaar. Door zijn doorzakking was het kruien moeilijk geworden. Bij dit type van bovenkruiers kwam dit probleem regelmatig voor omdat er maar één spruitbalk is. Op 15 december 2005 kon molenbouwer Wieme uit Deinze de kap en de roeden opnieuw plaatsen. Johnny Carbonnelle, Brakel.
3. Persbericht. EDP, "Restauratie Verrebeekmolen start in september", in: Het Nieuwsblad, 22.06.2004. OPBRAKEL - Twee zware doorbuigende balken in de kap van de Verrebeekmolen in Opbrakel dienen spoedig vervangen te worden. De werken zullen starten in september en worden geraamd op 104.000 euro, waarvan de gemeente Brakel twintig procent dient te betalen voor één van haar toeristische trekpleisters. ,,Misschien werd bij de restauratie in 1996 de kracht die de balken dienden te torsen te nauw bemeten en waarschijnlijk was het hout niet voldoende gedroogd'', ziet molenaar en gepensioneerd rijkswachter Paul Verschelden (57) uit Sint-Goriks-Oudenhove als belangrijkste oorzaken dat twee zware balken vervaarlijk doorbuigen en dienen vervangen te worden. De molen is eigendom van Frank en Els De Moor-Lecluse uit Leefdaal. ,,De Verrebeekmolen is een zetelkruier waarvan je de wieken altijd naar de wind kan draaien. Door die doorbuiging kan het zijn dat het gewicht op de wielen komt, waardoor de kap niet meer wendbaar zou worden. De kap zal moeten worden gehesen, maar hierbij zal geen kraan van pas komen. Ondertussen blijven we zeker verder malen.'' ,,Omdat alle granen die ik aankoop het biogarantielabel dragen, biedt dit een enorme meerwaarde aan mijn eindproducten. Samen met stagiair Karsten Mainz uit Erwetegem maal ik vooral tarwe, rogge en spelt, maar ook amaranth en quinoa, twee granen afkomstig uit de cultuur van de Azteken en de oude Egyptische tarwesoort kamut.'' ,,Een koppel stenen maalt ongeveer tweehonderdvijftig kilogram per uur, bij een windsterkte van 3 tot 7 Beaufort. Net die wisselende windsnelheden maken het produceren van kwaliteitsmeel tot een moeilijke ambacht. De unieke cilinderbuil in de molen laat ons toe verschillende soorten meel en zelfs fijne kwaliteitsbloem te vervaardigen'', besluit Paul Verschelden. Elke laatste zondag van de maand worden tussen 14 en 18 uur de biomeelproducten verkocht aan particulieren.
4. Persbericht. EDP, "Wandelen langs pittoreske hoekjes en weidse panorama's", Het Nieuwsblad, 21.04.2009. BRAKEL - Wandelaars moeten zondag vooral hun ogen de kost geven. Van op de glooiende hellingen worden ze telkens weer getrakteerd op schitterende panorama's, monumenten en andere bezienswaardigheden. (...) In Opbrakel kan je dan weer niet langs de Verrebeekmolen. Deze molen in werking is zelfs te bezoeken. In 1789 bouwde Jean-Baptist Van Damme hier een windmolen die in werking bleef tot in 1939. In 1996 werd een kopie van de vroegere molen opgetrokken: de conisch geconstrueerde, bakstenen grondzeiler heeft een gevlucht van 24,4meter. De voor Zuid-Oost-Vlaanderen zo typische ajuinkap is met handbewerkte eikenhouten schaliën bedekt. De kap weegt 130ton. (...)
Literatuur
(L. Smet), "Brakel. Verrebeekmolen", in: Molenecho's, II, 1974, p. 43; Herman Vanhoutte, "Laatste beelden van de afgebroken Verrebeekmolen te Opbrakel", in: Molenecho's, XXIII, 1995, nr. 1, p. 28-29; H. Vanhoutte, "Een nieuwe saracenerkap voor de Verrebeekmolen van Brakel", in: Molenecho's, XXIV, 1996, nr. 2, p. 58, 65-67; F. De Potter, "Ambachtelijk windgemaal voor biomeel in Opbrakel", in: Molenecho's, XXVII, 1999, nr. 4, p. 182; Victor Morre, "De stenen molen van Verrebeke te Opbrakel", in: Triverius, V, 1975, nr. 1, p. 8-12; Frans Van de Mergel, "Windmolenwandeling", in: Triverius, VII, 1977, nr. 1, p. 18-; Victor Morre, "De molens van Opbrakel", in: Triverius, XVI, 1986, nr. 4, p. 6-36; Sylvain De Lange, "De molens van Opbrakel: de windmolens", in: "Triverius", driemaandelijks tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige Kring Triverius (Brakel), 2006, nr. 2, p. 36. Victor Morre, "De molens van Opbrakel (Errata)", in: Triverius, XVII, 1987, nr. 1, p. 27; Paul Baguet, "Beschermde stenen Verrebekemolen te Opbrakel heropgebouwd", in: Triverius, 1996, nr. 3, p. 47; Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985; Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25); L. De Winne, "Wachten op het eerste brood... De Verrebeekmolen te Opbrakel", in: Toerisme Oost-Vlaanderen, jg. 40, 1991, nr. 4, p. 10-13, ill.; Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Derde aflevering. De arrondissementen Oudenaarde en Sint-Niklaas", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XVI, 1962, 2 (Gent, 1963); Jan Bauwens, "Zuid Oostvlaams molennieuws [Klepmolen van Balegem, De Guillotine te Balegem, Windekemolen te Balegem, Opbrakel, Nederbrakel, Nederzwalm, Velzeke]", in: Levende Molens, jg. 6 (1984), nr. 3, p. 20 en 24. SylvaninDe Lange, "Jan-Baptist Van Damme: de flamboyante handelaar-molenbouwer-olieslager wiens liberale opvattingen hem fataal zijn geworden (1)", in: Triverius, Driemaandelijks tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige Kring Triverius (Brakel), 2006, nr. 3, p. 21. EDP, "Restauratie Verrebeekmolen start in september", in: Het Nieuwsblad, 22.06.2004. EDP, "Wandelen langs pittoreske hoekjes en weidse panorama's", Het Nieuwsblad, 21.04.2009.
|