|
Beschrijving
/ geschiedenis
In 966 verkocht ridder van Cotthem een lap grond naast de Cottemmolen aan de Sint-Pietersabdij te Gent, In 1216 werd de molen vermeld als "molendinum de cotthem". Hij behoorde toen toe aan het "Hof te Cottem". In 1220 was Andre van Cotthem schepen van Lennik en noemde zich ook Kottenheem. Er is een pachtovereenkomst uit 1572 bekend waarbij Cornelis de Smet de molen in pacht hield "metten berghe ende vivere ende eenen cleenen hoplochtinck". Destijds was het een dubbelmolen: op de andere beekoever stond van de 16de eeuw tot in 1935 een oliemolen. In het gebouw van de graanmolen was destijds ook een pelmolen ondergebracht. De molen heeft een typisch dak met wolfseinden aan de beekzijde. Zoals de meeste molens zijn er in de loop der tijden heel wat verbouwingen gebeurd. De huidige gevel draagt het jaartal 1796. Boven het metalen bovenslagrad is de gevel gedeeltelijk met hout beschoten. De molen heeft binnenin nog een archaïsche opstelling met halfzolder en 2 koppel maalstenen. De molen draaide tot in 1982. De molen werd op 3 juni 1986 beschermd als monument (met inbegrip van het woonhuis, de stallingen, het bedrijfsgebouw en het sluiswerk) en samen met zijn omgeving als dorpsgezicht. Hij werd maalvaardig hersteld in 1996-1997 door 't Gebinte Molenbouw uit Erpe-Mere. De private eigenaar-bewoner, Dr. Jan Steelant, is een gediplomeerd vrijwillige molenaar Johan De Punt, Lieven Denewet & André van Cotthem

Zijgevel molen (Foto: Johan de Punt)

Foto: Wouter Peerlings, 14.10.2007

Foto: Maarten Osstyn, 2007

Oude prentkaart (coll. Gaston De Clippel)
Bijlagen
1. Jaarlijks aantal asomwentelingen 1997: 0 1998: 225.237 1999: 58.508 2000: 22.211 2001: 99.476 2002: 165.931 2003: 74.575 2004: 77.986 2005: 125.955 2006: 23.403 2007: 56.901 2009: 6.639
Literatuur
Lieven Denewet, "Erpe-Mere: de grootste molengemeente in Vlaanderen!", in: Molenecho's, XXI, 1993, nr. 2, p. 72-87; Raymond De Mol, "De Cottemmolen te Mere", in: Mededelingen van de Heemkundige Kring Erpe-Mere, 1993, nr. 3, p. 56-; nr. 4, p. 65-, 1994, nr. 1, p. 12-; nr. 2, p. 25-; nr. 3, p. 43-; 1995, nr. 1, p. 1 e.v.; J. De Punt, "Erpe-Mere, molendorp", in: Verbond van de Kringen voor Heemkunde in Oost-Vlaanderen, 1999, nr. 2, p. 3 e.v.; P. Bauters & R. Buysse, "De Oostvlaamse watermolens. Inventaris 1980", Gent, 1980 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 11); P. Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1985 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25); (L. Smet), "Erpe: watermolen "Cottem": molenaar viert gouden bruiloft", in: Molenecho's, IV, 1976, p. 35; "Watermolen te Erpe-Mere", in: Molenecho's, XI, 1983, p. 261; G. Spitaels, "Op bezoek bij 72-jarige molenaar Alfons Blondeel uit Erpe", in: Voor Allen, XXVII, 1975, nr. 28, p. 8; "Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Eerste aflevering. De arrondissementen Aalst en Dendermonde", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XIV, 1960, 3 (Gent, 1962); Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 2. Gemeenten D-E", Rotem, Studiekring Ons Molenheem, 1998; Robert Desart, "Les Moulins à Eau du Hainaut et des Flandres", Soignies, Lemaire, 1968, p. 88; Johan De Punt, "De watermolens te Erpe-Mere", in: Molinologie, Periodieke uitgave van TIMS-Nederland/Vlaanderen, nr. 14, 2000, p. 22-28, ill., krt. Info André van Cotthem, Merksem, 24.02.2010.
|