Molenzorg
Lembeke (Kaprijke), Oost-Vlaanderen
Naam

Westermolen
Westmolen
Abeel (vroeger)

Ligging Windgatstraat
9971 Lembeke (Kaprijke)

hoek met de Westermolenstraat
51° 11' 35.23" N  3° 36' 39.37" E
kadasterperceel B57


toon op kaart
Geo positie 51.191360, 3.612283
Eigenaar Gemeente Kaprijke
Gebouwd Voor 1372 / 1785
Type Staakmolen met open voet
Functie Korenmolen
Kenmerken Kapelledak
Gevlucht/Rad Gelaste stalen roeden, ca. 23 m
Inrichting Twee Franse natuursteenkoppels van 1,40 en 1,50 m diameter
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
02.01.1973
Molenaar Erik Caeckaert (tel. 09/378 2495); vacant vanaf 2015
Openingstijden Op afspraak, molen- en monumentendagen
<p>Westermolen<br />Westmolen<br />Abeel (vroeger)</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden  

Beschrijving / geschiedenis

De Westermolen is een houten korenwindmolen in de Windgatstraat, op de hoek met de Westermolenstraat, op 1 km ten westen van de kerk. Naast de molen stond van voor 1780 tot na 1863 een rosmolen, type buitenrosmolen, om ook in windstille periodes te kunnen malen.

Zijn benaming Westermolen verwijst naar een tweede staakmolen in Lembeke, de nu verdwenen Oostermolen.

De Westermolen werd voor 1372 gebouwd. Hij was dan in het bezit van de heer van Aveschoot, Eustach Hauweel. Men had een nieuwe kruisplaat in de molenvoet geplaatst en daartoe diende de molen gestut te worden met schoren. Deze schoren werden in 1372 vervoerd naar de molen van Waarschoot. We lezen dat in een rolrekening (nr. 2068) van het Algemeen Rijksarchief te Brussel: "Item van den scoren van der molen daermede dat soe was ghescoort als men de plate in dede. Dat si costen te voerene van Eustaes Auweels (Ingelrams) molen toten Waerscoot molene xij gr". De molen van Lembeke was in het bezit van de heren van Aveschoot. De familie Auweel, later Houweel geschreven, was eeuwenlang in het bezit van de heerlijkheden van Aveschoot en Bardelaere.

In de stadsrekeningen van Eeklo van 1453 treffen wij volgende tekst aan, onder de rubriek 554/34/31: "Item al noch XIJ in lauwe (= 12 januari) waren ghesonde te Capric de burchmeester Pieter de Munster ende Alaert Wante omme met Jan Hauweel te sprekene van zijnder molene ende van den onsen". Jan Hauweel was de bezitter van de heerlijkheid Aveschoot, waar hij het recht had van vrije molen en wind.

De wethouders van Eeklo troffen in 1454 een regeling met Jan Hauweel, heer van Aveschoot en bezitter van de molen van Lembeke. De Eeklose molens lagen immers in puin sinds de verwoesting van hun stad in 1452 door de opstand van de Gentenaren tegen hertog Filips de Goede naar aanleiding van het invoeren van een zoutbelasting. Bij de heropbouw van de stad was het niet mogelijk om de Eeklose molens op korte tijd opnieuw op te richten. De wethouders van Eeklo troffen in 1454 een regeling met Jan Hauweel. Laatstgenoemde stelde zijn molen toegankelijk voor de Eeklonaren en de stad Eeko verleende de toelating aan de bewones van Aveschoot om hun laken op de markt van Eeklo te komen verkopen; "Item xxviij in Maerte was ghesonden Vincent Munster met Jan Hauweel te Rijsele voor den groten raet omme consent te doene buter name vandie van Eeclo dat de selve Jan soude moeghen vercrighen dat ziin laten van zinen herscepe van Avescot  hier souden mueghen commen ter merct met  hueren laekene". In 1455 noteerde men in de rekening een ontvangst van 6 pond parisis "vandie van Avescot van zeker appointementen ghemaect tusschen ons ende hemlieden van dat zij hier ter merct commen met hueren lakene".

Naar het einde van de 16e eeuw begint de deemstering van de welvaart met de godsdienstberoerten.  Marten Hauweel, heer van Aveschoot, humanist, dichter en vriend van Oranje, werd verbannen en al zijn goederen werden verbeurd verklaard, zodat zijn nazaten hier in armoede verkwijnden.  Ook hadden de beeldstormers hier lelijk huis gehouden en de kerk van Lembeke werd grondig verwoest.  Men had vijfentwintig jaar nodig om ze een beetje op te lappen. Ook de Westermolen werd in die periode vernield. Het duurde ook een eind in de 17de eeuw vooraleer de heropbouw een feit was.

We zien hem aangeduid op de Ferrariskaart (ca. 1775) met het bruin symbool van een staakmolen, op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1844) met de benaming "Moulin à Vent", op de topografische kaart van Vandermaelen (ca. 1850) met de gehuchtnaam "Meulen Hoek" en op de kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1860) eveneens met de gehuchtnaam "Meulenhoek" en "Meulenstraatje" voor de huidige Westermolenstraat. 

De heerlijkheid Aveschoot, met de molen, van de 13de eeuw tot 1712 toe aan de familie Hauweel, later aan de familie Ameye, in 1774 aan Lodewijk Zannequin die alles in 1781 moest verkopen aan  en in 1781 aan de Gentse zakenman Willem-Lucas Schamp. Laatstgenoemdewas zaakgelastigde voor de buitenlandse handel, met kantoren in Spanje en een hotel in de Veldstraat te Gent. Hij liet het huidige kasteel (Kasteeldreef 1) rond 1785 bouwen als buitengoed, zijn stadswoning bevond zich in de Gentse Veldstraat. Door het huwelijk van Ernestine Schamp met graaf Pierre Octave d’Alcantara in 1837 kwam het zomerhuis later in eigendom van de familie d’Alcantara, die thans nog steeds in bezit heeft en bewoont.

In de Gazette van Gend van 13 april 1780 verscheen de volgende verkoopsadvertentie: "Te koop eenen koornwindmolen, genaemd den Abeel ofte Westmolen. Met den rosmolen".

In 1785 gebeurde een heroprichting. Hierbij werden vele balken hergebruikt: die zijn nu nog herkenbaar.

In 1807 gebeurde een herstelling met een pinnebalk uit de vroegere molen.

De Westermolen behoorde onder het oud regime aan de heer van Aveschoot (zie hoger) en in het begin van de 19de eeuw aan de familie Braeckman. De kinderen verkochten in 1837 de molen aan Francies-Bernard De Busscher, zoon van Pieter en van Barbara Rombaut, geboren te Maldegem in 1798. Hij vestigde zich in de Meulenhoek op 5 februari 1828, en was afkomstig uit Waarschoot. Hij nam onmiddellijk een meid en een knecht in dienst en de zaken evolueerden zo gunstig dat in 1835 een tweede helper werd aangeworven. De molenaar overleed te Lembeke op 6 februari 1862, als weduwnaar van Maria-Theresia Cauwels (geboren te Maldegem in 1792) en echtgenoot in tweede huwelijk van Marie-Catherine Stevesijns.

Volgens de kadastrale gegevens, gedateerd 31 mei 1865, stond deze molen bekend onder sectie B nr 57 en was eigendom van de weduwe Frans De Busschere en kinderen. Het was "een windmolen in hout gebouwd, in goeden staet van onderhoud, werkende met twee koppel steenen, beurtelings gebruykende tot het malen van graen", kadastraal geschat op 200 frank per jaar. In de onmiddellijke nabijheid stond nog een rosmolen, door paarden bewogen en bij het kadaster gekend onder sectie B nr 129b. Dat was een "gebouw in hout, dienende tot het malen van graen, in geval van windloos weer", kadastraal geschat op 20 frank per jaar.

Om eventuele vermindering te bekomen schreef voornoemde De Busschere op 18 juli 1854 een brief aan de ontvanger der directe belastingen, waarin hij betoogde dat hij - bij gebrek aan wind - niet had kunnen malen met zijn korenwindmolen en dat hij daardoor verplicht was geweest gebruik te maken van zijn paardenroskot, deel uitmakend van zijn molen, hoewel er niet aangebouwd.

We vinden in die periode nog twee andere molens te Lembeke: de stenen graanwindmolen, gelegen in de Akkerheide en oorspronkelijk toebehorend aan de kinderen Augustin De Poortere (sectie B nr 718); en de houten graanwindmolen in de Akker, in eerste instantie eigendom van Jeanne-Marie Vermeire, landbouwster te Merendree (sectie C nr 677). Deze laatste molen werd gesloopt in 1921-22.

In 1921-22 behoorde de Westermolen toe aan de kinderen Emiel De Busschere - August en Mathilde - en bleef hun eigendom tot in 1933. In dit jaar werd de staakmolen afgekocht door Jozef Vervinckt, die ermee draaide tot de grote storm van 1953 er definitief een einde aan stelde.

De molen werd in 1944 geteisterd door een storm en een afgerukte wiek van de buitenroede werd vervangen door een geklinknagelde Verhaegheroede, aangekocht voor 5000 frank en afkomstig van de molen van Lieven Schinck te Zeveneken (zie: Zeveneken, Stadsmolen). In 1947 werd de Westermolen opnieuw zwaar geteisterd en brak ook de andere houten roede. Deze werd toen vervangen door aankoop van een geklinknagelde Verhaegheroede bij mulder Sorgeloose uit Oostakker (zie: Oostakker, Wittewallemolen, gesloopt in 1946). De herkomst van de twee verschillende molens, was de reden dat de buitenroede ongeveer een meter langer was dan de binnenroede! Sinds 1979 is er een ijzeren gelast wiekenkruis dat 29 scheden heeft en ca. 23 meter lang is.

De Westermolen werd in 1945 verkocht aan Graaf Gonzales Marie d'Alcantara. Hij bleef echter verder in gebruik genomen door mulder Vervinckt. Het graan werd opgehaald in Lembeke, maar vooral in het nabije Eeklo. Dit gebeurde door ketsers: hun taak bestond er verder in het graan op te hijsen in de molenkap en het - na het malen - terug te brengen op de plaats van herkomst. In de oorlogsperiode werd hoofdzakelijk rogge gemalen, in mindere mate gerst en sporadisch tarwe, praktisch uitsluitend voor de bakkers. De normale productie was 300 kg per uur, door het in werking stellen van de twee steenkoppels: van 1,40 m en 1,50 m. Het gewicht per steen bedroeg ongeveer 1000 kg.

Het totale gewicht van de molen beliep circa 70.000 kg. Meer dan eens gebeurde het dat de molen op de "vlucht" sloeg. Dan werd voortgemalen - nadat hij uit de wind was gestoken - op halve kracht: met één koppel stenen en met vier halve zeilen:

"Krimpende winden
"En uitgaande vrouwen,
"Zijn niet te vertrouwen !"

In oorlogstijd was het malen beperkt of "gerantsoeneerd" tot bepaalde dagen en uren. Toch werd er dan 's nachts gedraaid met gesloten deuren en zonder licht. Men zegde dat de wind dan veel regelmatiger was... Wanneer er toch onvoldoende wind was, werd er gemalen met een motor. Elke mulder hoedde er zich voor op zondag de molen in werking te stellen. Inderdaad, lange tijd bleef het "zondagsmalen" verboden, zowel door de wereldlijke als geestelijke overheid. In sommige streken werd hiervan afgezien bij langdurige periodes van windstilte, doch ook dan bleef het verbod gelden de zondagmorgen tussen 6 en 11 uur, met name onder de uren van de missen. Dit gebruik verdween in 1757 doch de mulders houden dit nog steeds in eer, uit traditie:

"Het molenaarsleven
"Heeft God ons gegeven;
"Maar het malen bij nacht,
"Dat heeft de duivel bedacht !"

De laatste beroepsmolenaar was Jozef Vervinckt, gehuwd met Delie Cocquyt. Hij was 8 jaar pachter en 12 jaar eigenaar van de Westermolen. Hij was oudstrijder 1940-1945 en overleed te Lembeke op 21 augustus 1978 op 70-jarige leeftijd.

Dat de molen er vandaag nog staat, is eigenlijk een gevolg van de tweede wereldoorlog. Het verzet tegen de Duitsers gebruikte de Westermolen als een locatie van waaruit berichten naar Engeland verzonden werden. De molen was toen eigendom van de familie D'Alcantara. Een van de familieleden was betrokken bij de verzetsdaden en werd later doodgeschoten door de bezetter. De molen is steeds blijven staan om de omgekomen verzetsstrijder te herdenken.

Na een periode van "minder goed voor de wind gaan", werd in 1965 besloten de wieken af te nemen. Dit gebeurde door de mulder zelf, samen met Alfons De Cabooter en Noël De Sutter.

In 1967 werden tevergeefs stappen ondernomen om de houten windmolen van Lembeke te klasseren. Mede door toedoen van de plaatselijke VVV Warande vzw werd het dossier op 30 juni 1971 aan de Gouverneur van Oost-Vlaanderen voorgelegd.

Bij Koninklijk Besluit van 5 januari 1973 - verschenen in het Belgisch Staatsblad van 20 juni 1973 - werd de molen beschermd als monument. De molen werd in 1973 door de kinderen d'Alcantara officieel overgedragen aan de gemeente en wachtte sindsdien, in erg vervallen toestand, op restauratie.

Het voorontwerp en de definitieve plannen voor de restauratie werden door architect Paul Goethals uit Brugge (1933-2011) getekend, op 20-12-1976 aan Stedebouw doorgestuurd en op 7 maart 1977 werden deze overgemaakt aan het Ministerie van Nederlandse Kultuur, afd. Monumentenzorg. Na enkele aanpassingen aan het bestaande plan, werd het definitief akkoord tot restauratie bekomen op 16 maart 1978 en bij koninklijk besluit van 19 april 1978 werd machtiging verleend tot het uitvoeren van restauratiewerken.
De officiële aanbesteding had plaats op 26 oktober van hetzelfde jaar te Gent. Het gemeentebestuur besliste de restauratiewerken toe te vertrouwen aan de PVBA Cottenier te Aalbeke, voor de som van 4.555.790 frank (exclusief 16% BTW). Nadat aan de laatste opmerkingen van het dossier gevolg was gegeven werd het bundel terug aan het provinciebestuur overgemaakt die het doorzond aan het Ministerie van Nederlandse Kultuur per 13-04-1979. Nu diende nog enkel gewacht op de definitieve vastlegging van de staatstussenkomst. Op 27 juni werd op de begroting jaar 1979, sektie 33, art. 6303 een bedrag voorbehouden van 3.307.504 fr. zijnde 60% van de totale te investeren kosten. De resterende 40 % zijn respektievelijk ten laste van de Provincie en de gemeente elk voor 20%.
Onmiddellijk werd nu contact opgenomen met de molenbouwer en werd hem als aanvangsdatum 20 augustus vooropgesteld. De termijn van uitvoering werd bepaald op 170 werkdagen. Tussen de periode van 7 en 11 september 1979 werd de Westermolen ontmanteld en naar het atelier van de P.V.B.A. Cottenier te Aalbeke overgebracht. De restauratiewerken hadden aldaar in hun eigen atelier plaats. De nieuwe "staak"
was al terug ter plaats voor de aanvang van de molenfeesten in mei 1980. Op 13 juni werden dan de molenromp, de kap, de staart en de trap naar Lembeke overgebracht. Na een tiental dagen van hard werken werden het binnenwerk en de wieken gemonteerd. De officiële overdracht aan de gemeente en de wijding ervan gebeurden op de Molenfeesten van 17 mei 1981.
Helaas was mulder Vervinckt ondertussen overleden en heeft "zijn" molen waarnaar hij zozeer verlangde niet meer draaiende gezien.

De molen, eens hersteld en bedrijfsklaar, moest daardoor een nieuwe mulder krijgen. Veldwachter Raf. Dhuyvetter was bereid de molencursus te volgen en in zijn navolging Eric Cackaert, kleinzoon van een Kleitse mulder, maar wonende in de Westermolenstraat. Er werd proefgedraaid op 27-08-1980, de voorlopige oplevering geschiedde op 19-10-1980 en de inzegening op 17-05-1981. Het contract van exploitatie werd door de nieuwe mulder Eric Cackaert met het gemeentebestuur ondertekend op 8 september 1981.

't Gebinte Molenbouw bvba (met zaakvoerder Johan De Punt) uit Erpe-Mere voerde in 1999 onderhoudswerken uit, onder leiding van architect Albert Verbeurgt uit Maarkedal.

In 2010 waren er nieuwe herstellingen nodig: onder andere aan de buitentrap en het balkon. Molenaar Eric Caeckaert laat de molen draaien op sommige zondagnamiddagen tijdens de zomermaanden en tijdens de molendagen.

De molen onderging in 2016 een nieuwe onderhoudsbeurt. Uitvoerder is de Adriaens Molenbouw bv uit Weert (NL). De demontage gebeurde in januari 2016 (opeenvolgend: de wieken, de trap, de buitenbeplanking, de kap, de assen en de stenen en tot slot weeg per weeg.  In de werkplaats werd een nieuwe molenkast gemaakt. De heropbouw ter plaatse gebeurde in juli-oktober 2016. De huidige molenaar zoekt samen met het gemeentebestuur voor een of meer opvolgers.

Op de steenbalk, die in 2016 vervangen werd, stond ingegrift: "M D W 1804" en op de eveneens dan vervangen weegband links "P V D B 1807" Verder F. De Clercq 1844, Ivo Vellemans 1865, Désiré De Busscher 1881 enz.
Aan de vangzijde las men het volgend versje:
"Op den zeven meulen
Zoo men ziet
Zonder verdriet
Vandage geld
Morgen niet."
Bernaerd Bauwens 1844.

Het molenaarshuis staat aan de overkant van de straat op de hoek met de Westermolenstraat. Voorheen stond eveneens een houten rosmolen op het erf. Het huis werd na vernieling door brand heropgebouwd in 1944.

Enkele technische aspecten voor de laatste restauratie van 2016

Houten staakmolen met open voet op vier vrij hoge bakstenen teerlingen gelegen op een molenwal. Molenkot met twee verdiepingen, met graan- en steenzolder onder zadeldak met kapelledak met eiken leien, bekroond met windwijzer. Molenkot bezet met eikenhouten leien tegen de windweeg, rest van schuddeberd met oregon.
Steile trap met 26 treden met balkon, naar rechts openzwaaiende deur, en lui onder luikapje in top. Houten kruishaspel van het traditionele Oost-Vlaamse type, met haaks op elkaar staande handspaken. Het geklinknageld stalen Verhaeghegevlucht van het wiekenkruis werd bij de restauratie van 1978 vervangen door een gelast stalen gevlucht.
Gietijzeren askop van de Kempische IJzergieterij en Smederij Van Aerschot uit Herentals, versierd met een stervormig ornament en gedateerd 1877. Hij is één van de weinige in ons land die een jaartal draagt, nl. 1877. De asgaten zijn: 71x45x38 cm.
Het gelast stalen gevlucht van de molen bedraagt 23 m. Voor de restauratie van 1978 had de molen een geklinknageld stalen gevlucht van Verhaeghe uit Ruddervoorde.
Op de steenzolder twee Franse natuursteenkoppels. Het ene koppel van de voormolen is een 16der (1?40 m), terwijl dat van de achtermolen een 18der (1,60 m) is. Er zijn telkens tweetakrijnen met een ijzeren hoed op het peerijzer.
De eerdere lichte vangbalk vertoont vele vierkante gaten, het gaat hier om een hergebruikte pestel van de vroegere pestelroeden. Wipvang.

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Braeckman Gillis, de kinderen te Lembeke
- 04.01.1837, erfenis: Braeckman Colette, zonder beroep te Lovendegem (overlijden van Marie Jeanne Braeckman)
- 18.05.1837, verkoop: De Busscher-Cauwels (elders De Busscher-Stevesijns) François Bernard, molenaar te Lembeke (notaris Dauwe)
- 17.04.1840, erfenis: en de kinderen (overlijden van vrouw Stevesijns)
- 16.09.1863, verkoop: De Busscher-Velleman Pierre, molenaar te Lembeke (notaris Taelman - windmolen met rosmolen op perceel B129b)
- 02.07.1898, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Pierre De Busscher)
- 21.12.1921, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Velleman van Pierre De Busscher)
- 15.07.1922, deling: a) De Busscher Maria Mathilde, landbouwster te Lembeke, b) De Busscher August, brouwer te Lembeke, c) De Busscher Emiel, landbouwer te Lembeke (notaris Dauwe)
- 30.11.1933, verkoop: Vervynckt-Cocquyt Joseph Charles, molenaar te Lembeke (notaris Dauwe)
- 01.09.1945, verkoop: d'Alcantara-de Saint Gilles Gonzales Marie Alberic, te Lembeke (notaris Dhane)
- 19.06.1953, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Gonzales Marie Alberic d'Alcantara)
- 20.12.1961, erfenis: de kinderen (overlijden van de wedeuwe de Saint Gilles van Gonzales Marie ALberic d'Alcantara)
- 23.06.1975, verkoop: gemeente Lembeke (beslissing burgemeester)
- 1977: gemeente Kaprijke (fusie van gemeenten)

Lieven DENEWET, Eric CAECKAERT & Herman HOLEMANS

<p>Westermolen<br />Westmolen<br />Abeel (vroeger)</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Westermolen<br />Westmolen<br />Abeel (vroeger)</p>

Vrijwillig molenaar Eric Caeckaert. Foto R. Van Ryckeghem, 16.10.2005

<p>Westermolen<br />Westmolen<br />Abeel (vroeger)</p>

Rond 1975. Verzameling Ons Molenheem

<p>Westermolen<br />Westmolen<br />Abeel (vroeger)</p>

Toestand jaren 1960. Foto coll. Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille

<p>Westermolen<br />Westmolen<br />Abeel (vroeger)</p>

Verzameling Ons Molenheem

Literatuur

Archieven
Algemeen Rijksarchief Brussel, rolrekening nr. 2068 (1372)
Algemeen Rijksarchief Brussel, Rekenkamer, nr. 34389, f° 2 v°, 11 r° (1454)
Stadarchief Eeklo, Stadsrekeningen 1452, rubriek 554/34/31 (1453)

Gedrukte bronnen
Gazette van Gend, 13.04.1780 (verkoopsadvertentie)

Werken
Neelemans, "Geschiedenis van de gemeente Lembeke en der Vrije Heerlijkheid van Aveschoot", Gent, Boekhandel C. Vyt, 1872.
Luc Stockman, "De grafelijke molens te Eeklo, Kaprijke en Waarschoot (1357-1456), Appeltjes van het Meetjesland (Jaarboek van het Heemkundig Gennootschap van het Meetjesland), nr. 18, 1967, p. 219-233.
N. Kerckhaert, Op bezoek te Lembeke: museum, duiventoren en een windmolen, in: Toerisme Oost-Vlaanderen, jg. 43 (1994), nr. 3, p. 53-56.
D.R., "De molen te Lembeke", in: Ons Meetjesland, III, 1970, nr. 4, p. 1.
E. D(e) K(inderen), "De Westermolen te Lembeke", in: De Belgische Molenaar, LXX, 1975, p. 174-175.
Achiel Devos, Oscar Lievens, Alfons Ryserhove, "Lembeke in het hart van het Meetjesland", Ons Meetjesland, XV, 1982, nr. 1.
O. Lippens, "Kroniek: De Westermolen - Lembeke gerestaureerd", in: Appeltjes van het Meetjesland, Jaarboek nr. 32, 1981, p. 257-259.
Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985, p. 162-165.
Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25).
R. Tondat, "De laatste houten windmolens in het Meetjesland", in: Ons Meetjesland, I, 1968, p. 4.
F. Dirks, "Portret van een draaiende molen: de Westermolen te Lembeke", in: Natuur- en Stedeschoon, Antwerpen, jg. 63 (1994), nr. 1, blz. 31.
"Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Tweede aflevering. De arrondissementen Eeklo en Gent", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XV, 1961, 2 (Gent, 1962).
Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 4. Gemeenten K-L", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2002, p. 52-53.
Els De Kinderen, "Nabeschouwing Oostvlaamse Molendag [Rupelmonde, Sint-Niklaas, Evergem-Wippelgem, Westermolen, Ertvelde], in: Levende Molens, jg. 8 (1986), nr. 10, p. 73-74.
Els De Kinderen, "Feest rond de herstelde Westermolen te Lembeke" in: Levende Molens, jg. 4 (1981), nr. 9 (7 mei), p. 127-128.
Els De Kinderen, "De kijker op Oost-Vlaanderen - Lembeke", in: De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 2 (februari), p. 37-38.
(L. Smet), "In memoriam" (Jozef Vervinckt), Molenecho's, VI, 1978, nr. 9, p. 71.
Mola, "Aantal asomwentelingen van Oost-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 51.

Persoonlijke mededelingen
Pat Martens, kleinzoon van molenaar Camillus Martens, molenaar te Lembeke.
Mailbericht Erik Caeckaert, 06.07.2016 (over de heropbouw ter plaatse in juli-augustus 2016)

Persberichten
RED, "Molen belangrijk voor verzet tijdens WO II. Westermolen is aan opknapbeurt toe", Het Nieuwsblad, 30.03.2013.
EMT, "Architect voor  restauratie van Westermolen", 19.07.2013.
Emiel Tack, "Vlaamse premie voor restauratie Lembeekse Westermolen", Het Nieuwsblad, 18.05.2015.
Foto: www. kaprijke. be
JSA, "Kaprijke. Subsidie voor Westermolen", Het Laatste Nieuws, 08.04.2015.
JSA, "Westermolen krijgt opknapbeurt", Het Laatse Nieuws, 20.11.2015.
JSA, "Westermolen (tijdelijk) weg", Het Laatste Nieuws, 05.02.2016.
Emiel Tack, "Molen 'van het verzet' staat terug op vertrouwde plek", Het Nieuwsblad, 07.10.2016.

Online berichten Gemeentebestuur Kaprijke
- Kaprijke. Gemeenteraadszitting van 28 februari 2013. Memorie van toelichting. 3. Goedkeuren van de wijze van gunnen en bepalen van de voorwaarden van de aanstelling van een ontwerper voor de restauratie van de Westermolen te Lembeke
- "Restauratie van de Westermolen te Kaprijke", Gemeente Kaprijke. Infoblad mei-juni 2013, nr. 3, p. 1-3.
- Kaprijke. Gemeenteraadszitting van 18 september 2014. Memorie van toelichting. 3. Goedkeuren aanbestedingsdossier restauratie Westermolen te Kaprijke.
- Kaprijke, Gemeenteraadszitting van 18 september 2014 om 20.00 uur in de raadzaal van het Administratief Centrum te Kaprijke.
- "Lembeekse Westermolen wordt gerestaureerd", www.  kaprijke.be (26.09.2014)
- "Vlaamse premie voor restauratie Westermolen", kaprijke.be (15.05.2015)
- "Restauratie van Westermolen in Windgatstraat Lembeke", kaprijke.be (13.11.2015)
- Gemeenteraad van 17 december 2015 om 20.00 uur in de raadzaal van het Administratief Centrum te Kaprijke. Lijst met beknopte omschrijving van besluiten van de gemeenteraad.


Laatst bijgewerkt: zaterdag 20 mei 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens