|
Beschrijving
/ geschiedenis
In 1804 werd in Knesselare, op de Drieswijk, een staakmolen gebouwd. Dit was eigenlijk strategisch, want de molen lag centraal tussen Aalter, Ursel, Knesselare en Aalter-Brug. De Pietendriesmolen (ook wel: Pietenmolen, Molen Ter Piete of Driesmolen) dankt zijn naam aan het uitgebreide goed Ter Pieten (een kloosterorde); tevens stond de molen vlakbij de thans verdwenen grote Pietkapel. In de volksmond wordt de molen naar de laatste beroepsmolenaar Henri Taets ook "Toatse Meuln" genoemd.
In een leenboek uit 1563 wordt al melding gemaakt van de molen, die op zijn beurt de vroegere Oostmolen van het nabijgelegen Aalter opvolgde. De grond en de molen waren in het Ancien Regime eigendom van de heer van het Land van Woestijne. In 1804 werd de molen herbouwd. Enkele gekende molenaars: Jan Braet (1645), weduwe Christiaan Braet (1665), Karel Heytens (1667), Martijn Dhaenens (1668), Mathijs Serlippens (1669), Servaas De Poorter (1676), Jan Goethals, afkomstig uit Sijsele (1707), Joannes Kerckaert (1730-32), Pieter-Jacob Hertschap (1741), Pieter Herschap (1777), familie de Weirt (1782-1794), familie Gernaeys (1818-1867), Pieter-Bernardus De Bruyckere (1867-1877), Petrus Taets-Martens (1880-1920), Henri Taets (1922-1965). De laatste beroepsmolenaar was Henri Taets. Oudere mensen gebruiken daarom nu nog de molennaam "Toatse Meuln". Henri was een zeer godsvruchtig persoon. Hij hield buitengewoon veel van zijn molen en stond tot ver buiten Knesselare bekend om zijn schrandeere geest en buitengewone vakmanschap. Molenaars die een probleem hadden met hun molen deden nooit tevergeefs een beroep op Henri. Hij had ook een grote kennis van weer en wind en hield een "weer-dagboek" bij, dat spijtig genoeg verloren is gegaan. Hij voerde vele herstellingen zelf uit. Op het einde van zijn leven deed het hem veel pijn te zijn dat steun van hogerhand uitbleef om de molen grondig te restaureren. Henri Taets overleed op 84-jarige leeftijd op 31 december 1965. Hij had gemalen tot zijn 83ste jaar en moest wegens ziekte in zijn laatste levensjaar toezien hoe de molen stil bleef staan. Zowel zijn weduwe en dochter wilden de hoge kosten voor de windmolen niet meer dragen. De molen verviel vlug. Gelukkig werd de molen in 1968 beschermd als monument, zodat afbraak verhinderd werd. De gemeente Knesselare kocht de molen aan en liet hem in 1983 grondig herstellen. De molen kreeg toen geklinknagelde Verhaegheroeden, nrs. 1302 en 1303. Het zijn ongebiljoende roeden. (van het model zoals ze in 1897-1906 gemaakt werden). Ze waren oorspronkelijk bedoeld voor de Prinsenmolen in Baaigem (ze hebben nog bij deze molen gelegen), maar omdat de restauratie daar vroegtijdig stopgezet werd, nam molenmaker Mariman de roeden mee naar Knesselare en stak ze in de Pietendriesmolen. Na de vrijwillige molenaars Marc Verheughe, Marc De Vliegher (tot 2008) en Amaat Degroote (tot aug. 2009) malen thans Mike Ekelschot en Maarten Osstyn met de molen. De molen is toegankelijk elke tweede en vierde zondag van de maand van 11u00 tot 17u00., op molen-, feest- en monumentendagen en op afspraak. De molenaars verkopen een uitgebreid assortiment meelproducten waaronder speltmeel/bloem, roggemeel/bloem, tarwemeel/bloem, gebuilde tarwe, diverse meelmixen en een eigen échte Meergranen Molenmix waar een drietal regionale bakkerijen Meergranen Molenbrood van bakken. Eind maart 2010 ging de molen opnieuw in restauratie. Het hekwerk,windborden en aswiggen werden vervangen.
Enkele technische aspecten
De molen is een staakmolen met gesloten voet. Het teerlingkot is thans herbedekt met metaalplaat (sinds de restauratie van 1983 met dakpannen). Door Henri Taets werd het kot gebruikt als werkplaats om zelf herstellingen uit te voeren, hiervan is nog een draaibank overgebleven. Zij is niet compleet en bij de restauratie van 1983 niet gecompleteerd. De Pietendriesmolen is de enige Oost-Vlaamse houten molen met een iepenhouten of olmen staak. Het kruiwerk bestaat uit een houten kruihaspel met vier (haspel)armen omheen de kruias. De molen is voorzien van een geklinknageld gevlucht, lengte 24 meter, met klassieke windborden. Op de maalzolder zien we één meelbak, waarin de meelgoten van twee steenkoppels samenkomen. Tevens staat er een elektrische buil (afkomstig uit een maalderij in Tielt). Op de houten bovenas met gietijzeren assekop zijn er drie aswielen: het voorwiel, vangviel en achterwiel welke respectievelijk voormolen, achtermolen en havercilinder aandrijven. Het vangwiel heeft een houten vangplank. Het vangsysteem is voorzien van vangtrommel en een houten sabel gelegd (dit systeem is nieuw gebouwd tijdens de restauratie van 1983). Het voorwiel drijft een Frans natuursteenkoppel aan via een spillegeloop. De klauw en de viertaksrijn zijn van gietijzer. Het vangwiel drijft een tweede, groter Frans natuursteenkoppel aan. Dat spillegeloop is voorzien van houten spillen en schietstaven met metalen hulsen.
De havercilinder op de steenzolder heeft een houten buitenkader met twee ijzeren rollen. Om het graan er gelijkmatig door te sturen wordt met een doseerrol gewerkt. De aandrijving gebeurd via een drijfriem. De luias met varkenswiel op het voorwiel drijft een binnen- en buitenluiwerk aan. Lieven Denewet, Mike Ekelschot, Maarten Osstyn & Ronny Van Landschoot

Foto: Christiaan Debusschere, Kortemark

Foto R. Van Ryckeghem, Koolkerke

Vrijwillig molenaar Marc De Vlieger (tot 2008). Foto: Ronny Van Landschoot, 2005

Foto: Mike Ekelschot, Aalter, 18.10.2008

Foto voor 1965 (coll. R. Van Ryckeghem, Koolkerke)
Bijlagen
Jaarlijks aantal asomwentelingen: 1997: 37069 1998: 70516 1999: 18422 2000: 22603 2001: 43911 2002: 30463 2003: 34240 2004: 60878 2005: 36112 2006: 41153 2007: 47164 2009: 53157
Persbericht. BVK, "Trots van de Drieswijk heeft nieuwe molenaar", in: Het Nieuwsblad, 30.12.2008. KNESSELARE - Na het ontslag van Marc De Vlieger zag het er eventjes naar uit dat de Pietendriesmolen verder moest zonder molenaar. Maar Amaat Degroote uit Sint-Laureins bood zich aan om de trots van de Drieswijk maalvaardig te houden. Sinds 1974 is het gemeentebestuur eigenaar van de geklasseerde Pietendriesmolen, de oudste windmolen uit de streek. Al die tijd kon de molen draaiende gehouden worden in samenwerking met een vrijwillige molenaar. Na het ontslag van Marc De Vlieger moest de gemeente echter op zoek gaan naar een nieuwe molenaar. Amaat Degroote uit Sint-Laureins is nu de derde molenaar die zich over het monument ontfermt. 'Het gaat om een vrijwilligersovereenkomst, en dus onbetaald. Maar de molenaar heeft wel recht op de draaipremie die het provinciebestuur uitkeert', verduidelijkt burgemeester Fredy Tanghe (Groep9910). 'We stellen ook kredieten ter beschikking voor kleine onderhoudswerken. Binnenkort worden zo het dak en de muren van het molenkot aangepakt en ook aan het hekwerk van de wieken dringen zich enkele herstellingen op.' Amaat Degroote is in het dagelijkse leven zelfstandig aannemer en sinds oktober meester-molenaar. 'Een molen moet draaien, anders gaat hij stuk', zegt Amaat. 'Ik ben technieker van opleiding en geïntrigeerd door de speciale technieken waarover een molen beschikt. Ik wil dan ook dit erfgoed in ere houden voor de komende generaties. Eenmaal je gebeten bent door deze microbe, geraak je er niet meer vanaf.' Elke laatste zondag van de maand zal Amaat aanwezig zijn en dan kan je van 10 tot 16uur de molen bezoeken. 'Ik kan niet beloven dat de molen dan effectief zal draaien, omdat we afhankelijk zijn van de wispelturigheid van de wind', voegt Amaat er nog aan toe. (bvk)
Persbericht. Erwin Mynsberghe, "Pietendries in al zijn glorie hersteld. Restauratieproject maakt drie Oost-Vlaamse molens weer maalvaardig", in: Het Nieuwsblad, 25.06.2009. KNESSELARE - De restauratie van de Pietendriesmolen kadert in een project dat drie Oost-Vlaamse molens weer maalvaardig maakt. Na maanden hard werk is het een pareltje geworden. De restauratie van de Pietendriesmolen maakt deel uit van het project 'Malende Molens', dat molens weer operationeel wil maken en hun toeristisch potentieel wil uitbouwen, met als hoofdpromotor het Plattelandscentrum in Sint-Laureins. 'Met nog tien andere partners hadden we als doel om een aantal molens in Oost-Vlaanderen, meer bepaald de Schelderomolen in Merelbeke, de Stenen Molen in Ertvelde en de Pietendriesmolen in Knesselare, weer maalvaardig te maken en ze tegelijk meer in de omgeving en de gemeente te betrekken', legt Sven De Wever van het Plattelandscentrum uit. Een van die partners was de sociale werkplaats van Groep Intro in Maldegem. Zij kregen de opdracht om de historische molen van wiek tot voet terug in zijn oorspronkelijke glorie te herstellen. 'Dit project, dat de vele molens in Vlaanderen graag weer ziet spelen met wind en water, is echt onze lieveling geworden', vertelt projectverantwoordelijke Walter Buysse. 'De diversiteit van taken, de kick van al dat geheimzinnig tuig op de zolders en de confrontatie van heden en verleden hebben een onbeschrijflijk enthousiasme doen ontstaan in de verschillende ploegen.' De gasten van de sociale werkplaats gingen werken in de achttiende-eeuwse Stenen Molen in Ertvelde en de Pietendriesmolen in Knesselare. 'Het was voor onze gasten een eer, soms een gunst, een beloning zelfs. En eerlijk, ook voor onze begeleiders was het een uitdaging en best wel indrukwekkend: je voelt je klein in zo'n groots monument. Molenkuip, steenzolder, luizolder, kapzolder, windluiken, fokken, wieken, kruipalen... Nooit van gehoord? Wij ondertussen wel!' Ook bij het gemeentebestuur niets dan tevreden gezichten na de restauratie. 'Na de noodzakelijke herstellingswerken is onze staakmolen uit 1804 weer maalvaardig en zal hij iedere laatste zondag van de maand draaien', vertelt cultuurschepen Herlinde Trenson (Groep 9910). 'Het educatief programma 'Van graan tot brood' is perfect op het lijf van onze gemeente geschreven: in de Pietendries kan je zien hoe graan gemalen wordt, hoe met een kleine handmolen graan meel wordt en via een folder krijg je meer info over de molen. In de Drongengoedhoeve wordt dan het brood gebakken in een houtoven.' Een fietstocht in de prachtige natuur verbindt de molen en de hoeve. Het volledige aanbod wordt tegen volgend toeristisch seizoen nauwkeuriger uitgewerkt.
Erwin Mynsberghe, "Pietendries heeft opnieuw molenaars. Legendarische maalder Henri Taets heeft eindelijk opvolgers", Het Nieuwsblad, 02.02.2010. Mike Ekelschot en Maarten Osstyn zijn de nieuwe molenaars van de Pietendriesmolen. © Erwin Mynsberghe KNESSELARE - De wieken van de eeuwenoude Pietendriesmolen, op de grens tussen Aalter en Knesselare, draaien sinds kort opnieuw. Dankzij twee molenaars kan je er terecht voor ambachtelijk gemalen meelsoorten. De Pietendriesmolen heeft er een lange geschiedenis opzitten. De eerste vermelding van dit imposante bouwwerk dateert al uit 1563 waarin de molen beschreven wordt als de opvolger van de vroegere Oostmolen in het nabijgelegen Aalter. Na het omverwaaien van de molen tijdens een storm werd hij 1804 herbouwd met de stukken van zijn verongelukte voorganger. De molen werd in 1968 beschermd als monument en de gemeente Knesselare liet hem in 1983 grondig herstellen. Vorig jaar werd de molen weer maalvaardig gemaakt en sinds kort huizen er weer twee molenaars in de 'Toatse Meuln', de naam die in volksmond gebruikt wordt en die refereert naar de laatste legendarische beroepsmaalder Henri Taets. Op de tweede en vierde zondag van de maand zorgen Mike Ekelschot uit Sint-Maria-Aalter en Maarten Osstyn uit Adegem ervoor dat de Pietendriesmolen opnieuw z'n taak vervult waar hij oorspronkelijk voor gebouwd werd, namelijk het malen van allerlei graansoorten tot meel. Opmerkelijk is de jonge leeftijd van de molenaars: Maarten is er 20 en Mike 29. 'Toen ik 12 jaar was, passeerde ik onderweg naar mijn tante steeds een molen in Zwijnaarde en daar is de fascinatie voor die draaiende wieken ontstaan', vertelt Maarten, die studeert voor leraar. 'Ik ben dan molens beginnen fotograferen en ook een cursus tot molenaar gevolgd en via via kreeg ik dan de kans om hier in de Pietendriesmolen aan de slag te gaan. Ik vind een draaiende molen iets heel ontspannends hebben.' Mike is van beroep molenrestaurateur. 'Ik ben opgegroeid met het molendraaien, dus voor mij was het vrij logisch dat ik hier ben terechtgekomen.' Hoe ziet hun gemiddelde werkdag eruit? 'We zeilen de wieken op en doen de molen draaien. Verder doen we onderhouds- en restauratiewerken en ontvangen we bezoekers. En we malen natuurlijk allerlei graansoorten zoals tarwe, rogge en spelt tot diverse meelproducten die hier dan kunnen aangekocht worden. Gemalen spelt is bijvoorbeeld zeer geschikt om pannenkoeken te maken.' Worden ze betaald voor hun molenaarscapaciteiten? 'In feite gaat het om vrijwilligerswerk', vertelt Maarten. 'Maar we krijgen van de provincie subsidies naargelang het aantal omwentelingen. Vorig jaar waren er dat er bijvoorbeeld 53.000.' In deze hoogtechnologische tijden lijkt molenaar zijn niet echt iets waar je mee kan uitpakken in de vriendenkring, maar schijn bedriegt ook ditmaal. 'We krijgen heel wat positieve reacties', is te horen. 'Als mensen horen dat we molenaar zijn, dan moeten we altijd heel wat vragen beantwoorden. Zo vroeg een vriend eens of we de hele dag aan een hendeltje staan te draaien.'
Literatuur
L. Smet, "De Pietendriesmolen te Knesselare werd verlaten", in: Molenecho's, XVII, 1989, p. 72-74; A. Ryserhove, "Molens van Knesselare", in: Appeltjes van het Meetjesland, I, 1950, 2, p. 49-59; A. Ryserhove, "Driesmolen" (Knesselare), in: De Vrijheid, 22 en 29 oktober 1944; A. Verhoustraete, "Molens binnen het maalgebied van het Land van de Woestijne", in: Appeltjes van het Meetjesland, I, 1950, nr. 2, p. 32-48; Roger Moelaert, "De Pietendries en zijn molen te Knesselare", in: Land van de Woestijne (Aalter), 1986, nr. 1, p. 4-; R. Moelaert, "Kronijk: Pietendriesmolen herrezen", in: Appeltjes van het Meetjesland, 1983, nr. 34, p. 236; Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985; Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25); A. Ryserhove, "Oud-Knesselare", in: Appeltjes van het Meetjesland, XXVI, 1975, p. 202-331; R. Tondat, "De laatste houten windmolens in het Meetjesland", in: Ons Meetjesland, I, 1968, p. 4; Info Amaat Degroote, Sint-Laureins, vrjiwillige molenaar in 2008-2009 (e-mail: degroote.verdonck@telenet.be) "Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Tweede aflevering. De arrondissementen Eeklo en Gent", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XV, 1961, 2 (Gent, 1962); Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 4. Gemeenten K-L", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2002; J. D(ruyts), "15 september. Oostvlaamse Molendag", in: Levende Molens, jg. 7 (1985), nr. 11, p. 81-84, ill.; A. Ryserhove, "De Pietendriesmolen te Knesselare is herrezen", in: Appeltjes van het Meetjesland, XVI, 1983, p. 196-201, ill.; J. Camerlinckx, "De laatste windmolen uit het land van de Woestijne: de Pietendriesmolen te Knesselare", in: Land van de Woestijne, Zesmaandelijks tijdschrift van de Heemkundige Kring "Arthur Verhoustraete", Aalter, jg. 6 (1983), nr. 2, p. 3-7, ill., plan; M. Verheughe, "De Pietendriesmolen te Knesselare herleeft", in : Levende Molens, jg. 5 (1983), nr. 9, p. 210-211, ill.; Marc Verheughe, "De geschiedenis van de Knesselaarse 'Pietendriesmolen' vanaf 1965 tot op heden ten dage", in De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 7 (juli), p. 147-148, ill.; A. Ryserhove, "Molen Knesselare gered", in: Ons Heem, jg. XX, 1966, nr. 6 (slachtmaand), p. 260. BVK, "Trots van de Drieswijk heeft nieuwe molenaar", in: Het Nieuwsblad, 30.12.2008. Erwin Mynsberghe, "Pietendries in al zijn glorie hersteld. Restauratieproject maakt drie Oost-Vlaamse molens weer maalvaardig", in: Het Nieuwsblad, 25.06.2009. Erwin Mynsberghe, "Pietendries heeft opnieuw molenaars. Legendarische maalder Henri Taets heeft eindelijk opvolgers", Het Nieuwsblad, 02.02.2010.
|