Molenzorg
Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek (Roosdaal), Vlaam...
Naam

Hertboommolen
Tragische Molen
Zepposmolen
Molen van Lombeek

Ligging Molenkauter 9
1760 Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek (Roosdaal)

hoek met Molenstraat 20


toon op kaart
Geo positie 50.823109, 4.094329
Eigenaar Cofic n.v., Roosdaal
Gebouwd voor 1345 / 1727 / 1760 / 2002
Type Staakmolen met open voet
Functie Korenmolen
Kenmerken Buik op de windweeg
Gevlucht/Rad Gerestaureerde gelaste roeden, 24 m
Inrichting Drie steenkoppels
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
04.04.1944 / 10.12.2003
Molenaar Leden van de vzw Windmolen Hertboom
Openingstijden Op afspraak; het gehele jaar: in principe elke zondag, 11-17 uur; 1 mei-30 sept.: ook op feestdagen, 11-17 u. Contact: info@windmolen.be
Internet bron

Hertboommolen
Tragische Molen
Zepposmolen
Molen van Lombeek

<p>Hertboommolen<br />Tragische Molen<br />Zepposmolen<br />Molen van Lombeek</p>

Foto: Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille  

Beschrijving / geschiedenis

De Hertboommolen (huidige officiële naam), Molen van Lombeek (andere historische naam), Tragische Molen of Zepposmolen (bijnamen) is een houten korenwindmolen op de hoek van de Molenkauter (nr. 9) en de Molenstraat (nr. 20) in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek.

De standaardmolen draagt thans opnieuw zijn oorspronkelijke naam "Hertboommolen". In de 20ste eeuw drongen twee bijnamen (de Tragische Molen en de Zepposmolen) de oorspronkelijke naam naar de achtergrond. Met de laatste grote restauratie (rond 2000) werd de historische naam in eer hersteld.

De oorspronkelijke naam voor de molen is Hertboommolen. De naam verwijst naar het grote open weiland waaraan de molen grenst. Meteen duidt de naam ook de afgelegen ligging van de molen, in de open velden, aan de kruising van vier wegen: de huidige Molenkauter (vroeger Hertboem!), Windmolenstraat, Vossenbunderstraat en de huidige Hertboomstraat. Op de beroemde Ferrariskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, circa 1775, zijn duidelijk de molen, molenhuis en stallingen getekend. De aanduiding erbij: 'Le Moulin Herdt Boom'.

De oudste aantekeningen over de molen komen voor in een cijnsboek van 1391. Het betreft een vercijnsd stuk grond, rechtover de molen. We citeren: "Item heere dieric oer van walcourt van 1 bunre op hertboem biden wyntmolen…. tenet jans wijf van den stalle". De vroegere eigenaar was Diederik van Walcourt, heer van Lombeek, Lennik en Anderlecht. Later kwam het perceel in het bezit van zijn erfgenamen en nog later van Jan van Stalle en zijn vrouw Ida van Gaasbeek.

Bovenstaande archieftekst laat blijken dat de molen al bestond toen de Lombeekse leenheer Diederik van Walcourt nog leefde, Aldus mogen we de oprichting situeren vóór 1345.

In 1381 kwam de heerlijkheid Lombeek, en dus ook de windmolen, in het bezit van de heren van Gaasbeek.

In het cijnsboek van 1491 werd hetzelfde perceel op Hertboom vermeld als precies 100 jaar eerder: "Tcloester van cleynen bigaerden over de wede van stalle, over dierick oer van waelcourt van 1 bunre lant op hertboem bijden wintmolen". Het stuk grond bij de molen behoorde dan toe, door een schenking van Jan van Stalle en zijn vrouw, aan het nonnenklooster van Klein-Bijgaarden te Sint-Pieters-Leeuw.

Daarna zijn we het spoor bijster. Het is niet ondenkbaar dat de Hertboommolen, net zoals zovele andere molens, zijn ondergang vond tijdens de godsdiensttroebelen op het einde van de 16de eeuw.

In 1655 liet Alexander de Renesse, graaf van Warfusée en baron van Gaasbeek, een nieuwe windmolen bouwen. Om de grote schuldenlast van zijn onbesuisde vader in te lossen, was hij verplicht zijn pas opgerichte molen slechts enkele maanden later, op 2 augustus 1655, te verkopen aan ridder Gabriël le Febvre, heer van Tiercelet.

De nieuwe eigenaar blijkt er geen geluk mee gehad te hebben, want volgens een inventaris van het Land van Gaasbeek liet hij een nieuwe molen bouwen: "Item alsoo onder de voorschreven Heerlyckheidt sedert den jaere 1657 onbegrepen, bij den heer Gabriël Le Febvre is opgerecht sekeren windt-molen". Dit gebeurde dus (kort?) na 1657.

In 1658 werd gemeld dat de molen een banmolen ("Bantmolen") was. Dit werd angehaald in de huercedulle van 1762 (zie in bijlage). De huurder van 1762 was evenwel niet gehouden de molen "voor eenen Bantmolen te moeten doen volghen".

In 1689 werd procureur Jan Dors de nieuwe eigenaar.

In 1690 maakten Franse troepen de streek onveilig. De "regeerders" te Lombeek konden de steeds wederkerende contributien niet meer betalen. Ter vergelding werd op 14 december 1690 "den wintmolen des supl(ean)ts met het molenhuijs en(de) noch een ander huijsken daer ontrent wesende" door de troepen van Louis XIV afgebrand.

Lombeek kon de door de Fransen opgelegde "contributien" niet betalen Jan Dors eiste nu van deze regeerders te Lombeek dat zij de wederopbouw van de verbrande molen financierden en bracht de hele zaak voor het hoogste gerechtsorgaan, de Raad van Brabant. Tussen beide partijen gingen menigvuldige processen door die bijna 35 jaar lang gevoerd werden. De uitbetaling van de vergoedingen sleepte jaren aan. Ook het verjaarde molenpuin bleef, overgeleverd aan de grillen van regen en wind, tientallen jaren onaangeroerd op de molenberg achter.

Na het overlijden van de procureur zetten diens erfgenamen in 1714 de procedures verder. Er werd op de inwoners van Lombeek zelfs een bijzondere belasting geheven om de heropbouw van de molen mogelijk te maken. Uiteindelijk werd op 10 juli 1725 de laatste van de vijf gelijke schijven afbetaald. De moeilijkheden hadden precies 35 jaar aangesleept.

Op 18 juni 1716 verkochten de erfgenamen Dors (de dochters Barbara, Josepha en Maria-Anna) "den affgebranden wintmolen met alle de gerechtigheden daer toe behoorende" aan de Brusselaar Egidius De Mesmaecker, "gesworen Meeder deser Stadt" (gezworen schatter bij de stad Brussel voor 4000 gulden. De schepenbank bekrachtigde officieel deze aankoop op 16 mei 1720.Deze transactie werd door de schepenbank van Lombeek slechts 4 jaar later, op 16 mei 1720 ten goede gemaakt. We vernemen eveneens dat het verbrande molenpuin nog steeds niet was opgeruimd, dat regen en wind er al 31 jaar hun vernietigend werk botvierden.

Teneinde een zicht te krijgen op de situatie van de molenberg in de periode na 1720 kunnen wij ons enkel steunen op de toenmalige heffing der beden, aides of subsides.

Het ontvangstboek over de jaren 1722 en ‘23 is bewaard gebleven: de molenberg bleef aanvankelijk met puin bezaaid en er werden om die reden geen bijdragen geheven! In het fragmentarisch archief van O.-L.-V.-Lombeek vonden wij voor het jaar 1724 geen gegevens.

Na het plotse overlijden (ab intestato) in 1721 van de gezworen schatter Egidius De Mesmaecker liet zijn zoon Andreas omstreeks 1725-‘27 een nieuwe windreus bouwen. In de loop van 1727 werd Peeter Van Lierde (jr.) er molenaar. Wanneer de eerder genoemde erfgenaam Andreas de molen in 1732 verkocht aan Henricus De Bruyn bleek de eerste huurovereenkomst van molenaar Peeter Van Lierde (jr.) reeds spoorloos.

Peeter Van Lierde (jr.), in 1704 te Gooik geboren, de jongste zoon uit het gezin van Peeter (sr)2 en Anna De Neve, was de eerste molenaar. Peeter Van Lierde (sr.) was meester stampmeulder op de slagmolen Ten Berg onder Meerbeke.Wanneer de jonge Peeter Van Lierde (jr.) te Lombeek verscheen was hij reeds een ervaren molenaar die de stiel met de moedermelk had meegekregen en … vier van zijn vijf oudere broers waren – op Adriaen na – allen molenaars: Jan, te Dilbeek; Francis, op de watermolen te Voorde onder Sint-Martens-Bodegem; Michiel, op de watermolen van Opalfene onder Ternat en Nicolaes, te Meerbeke.

Alhoewel Peeter Van Lierde jr. in de zijweeg “P.V.L. 1727” kerfde, blijft elke bewijsvoering achterwege:
- De huurcedulle tussen Egidius De Mesmaecker en de molenaar werd niet teruggevonden.
- In de verkoopakte van 1732 weet Peeter Van Lierde zelfs niet meer te vertellen door wie en waar de huurbrief verleden werd.

Vóór 1740 had de Lombeekse molen slechts één steenkoppel: de Franse witte steenen tot het malen van graan. In 1740 liet het begijntje Anna Margareta De Bruyn een tweede steenkoppel bijplaatsen: een coppel grouw steenen tot het maelen van bouckweyde. In 1762, na de brand, had de molen nog altijd twee maalstoelen (zie de huercedulle van Petrus Vanden Bossche, in bijlage). Pas in de 19de eeuw kwam er een derde steenkoppel en kreeg de molen een “buik” op de windweeg.

Op nieuwjaarsdag 1745, tegen de achtergrond van de Oostenrijkse Successieoorlog, overvielen latere leden van de bende van Jan De Lichte het molenhuis. Molenaar Peeter van Lierde werd vermoord. Door de connectie met de legendarische figuur van Jan De Lichte bleef de roofmoord generaties lang herinnerd.

De zettingen van de 20e-penningen uit de periode 1749-1773 geeft ons een beeld van het belang van de werken, die op de molenberg tussen 1758 en 1760 werden uitgevoerd. De belastingen die molenaar Peeter Van Den Bossche (1745-1777) jaarlijks voor synen wintmolen moest betalen, laten ons toe de situatie jaar na jaar nauwkeurig te volgen.

De beden die omstreeks 1758-‘59 nog enkel 42 gulden 3 stuivers bedroegen, werden in 1760 her- zien en klommen naar een ongeziene hoogte van 51 gulden 18 stuivers: dit was een plotse toename van 22 %. (Het bedrag van de beden voor de zaailanden bleef onveranderd. Het is ons zondermeer duidelijk dat er niet alleen de nodige herstellingen, maar ook andere belangrijke molenwerken uitgevoerd waren, die de uitzonderlijke toename der beden rechtvaardigden.

De oorzaak van al deze werken is ons minder duidelijk. Wij kunnen alleen de omvang raden van een catastrofe die zich in 1758 afspeelde. Waaide de molen omver of brak er brand uit? De aanwijzingen – “P.V.L. 1727” en brandsporen op enkele hergebruikte onderdelen van de molen uit 1727 – die wij terugvonden bij de herbouwde windreus van 1760, bevestigen ons een ernstige brand.

Overzicht van de belastingen die molenaar Peeter Van Den Bossche betaalde, 1751-1764:

1752  1753  1754  1755  1756  1757  1758  1759  1760  1761  1762  1763
  32      33      35     36      38      40       42       42      51       51      51       51

Bemerk de grote stijging tussen 1759 en 1760: een indicatie van uitgevoerde grote molenwerken.
Bron: Rijksarchief Beveren, Oud gemeentearchief O.L.Vr.-Lombeek en Strijtem, nr. 47. Zettingen.

Een onderzoek van de vroegere talrijke houtinscripties in de molen leidde in 1982 tot de volgende vaststellingen:

1) Op de zijweeg vonden wij in rode bolusverf de verbrande aanduiding “P.V.L. 1727”. Onmiskenbaar ging het hier om Peeter Van Lierde die in 1727 molenaar werd. Boven deze inkerving tekende Peeter een vrouwenfiguur met hoepelrok en met de armen in de heupen. Logischerwijze kraste de jonge man zijn initialen in één van de beste balken van de zijweeg, zeker niet in een verbrand stuk: alle brandsporen moeten derhalve van een later tijdstip dateren.

2) Op de steenbalk stonden de initialen “M.D.M. 1760”, wat stond voor “Meester De Man 1760” of nog voor “Molen De Man 1760”. Molenbouwer De Man voltooide in 1760 de volledige heropbouw. Men weet dat de steenbalk rust op de standaard, die de gehele molen draagt.

3) Op een zijbalk stond “F.V.L.D. 1760”. Het ging hier wellicht over Francis Van Lierde, die van 1750 tot 1782 molenaar was op de watermolen te Voorde onder St.-Martens-Bodegem.

4) Nog op een zijbalk “P.D.M. 1793” (?)

5) Trap naar de steenzolder: “J.B. JACOBS 1840 – 1850”, “JACOBUS DE LEEUW 1862”, “WASTIELS”, “J.W.D.”.

6) In een dwarsbalk stond “J. VAN DE VELDE”, molenaar vanaf 1828/1829.

7) In een zijbalk stond “THEO EN EMIEL WALRAVENS”, de laatste molenaars.

8) Op de noordelijke teerling staat het jaartal 1785.

Wij merken op dat er tussen 1727 en 1760 geen enkele inkerving werd teruggevonden. In een tijdsverloop van 33 jaren werden nergens inscripties aangebracht! Merkwaardig, niet?

Bij de eigendomswissel van 1720 was het molenpuin nog altijd op de molenberg aanwezig en dat bleef zo minstens tot en met 1723-‘24. Het complex werd nog niet heropgebouwd en er werd geen bewoning vastgesteld. De erfgenamen van Egidius De Mesmaecker lieten genoemd puin uiterlijk in 1724-‘25 ruimen.

Wanneer Peeter Van Lierde (jr.) voor het eerst in 1727 als molenaar verscheen kon de windreus bezwaarlijk in 1723 gebouwd zijn:

- een nieuwe molen verkwijnt geen 4 jaar lang

- Van Lierde kan als eerste molenaar – in geen enkele akte bestaat daarover enige twijfel - onmogelijk in 1722-‘23 als dusdanig fungeren: hij was dan een jongeling van 17-18 jaar.

Op de verbrande aanduiding “P.V.L. 1727” na, dateerden alle inkervingen ten vroegste van 1760. Het is voorbarig zich aan één enkele aanduiding vast te klampen en zonder enig bewijs te beweren dat de Tragische Molen uit 1723 dateerde: zowel het archief- als het bouwkundig onderzoek waren in contradictie met deze stelling.

De windreus uit 1725-‘27 werd als gevolg van brand, minstens grotendeels of in zijn geheel herbouwd: de steenbalk, de steenkuipen, een groot deel van het molenkot, het balkon, de molentrap, enz. werden nieuw aangebracht.

Het is de herbouwde molen van 1758-’60 die vanaf 1917 de trieste bijnaam de Tragische Molen kreeg en die in 2001 geheel werd gedemonteerd als voorbereiding van een maalvaardige restauratie.

Het is onjuist te beweren dat er van 1758 tot 1760 aan de molen slechts kleine werken werden doorgevoerd omdat de totale bede – op grond van de bovenstaande criteria – niet volledig werd ingetrokken. De toenmalige reglementering – of beter de toepassing ervan, de repartisie (verdelen, naar verhouding omslaan) – is daar zeker niet vreemd aan. De sterke discontinuïteit van de ordinaire bede kan alleen een gevolg zijn van de ingrijpende en vernieuwende molenwerken, die door de brand van 1758 veroorzaakt waren!

Slechts twee jaar later was de herbouw van de windmolen te Lombeek volledig voltooid: aanduiding van het jaartal 1760 op de steenbalk.

Rond 1830 was de molen in het bezit van Ernest Deman-de Lennick en compagnie te Brussel. Bij akte verleden voor notaris Van den Eeckhoudt werd de molen op 16 januari 1835 verkocht aan Jan-Baptist Vandevelde (°Sint-Martens-Lierde 1789 - + O.L.Vrouw-Lombeek 1859), gehuwd te Vollezele in 1819 met Petronelle Claes (Vollezele, 1795 - +O.L.Vrouw-Lombeek 1870). Beiden waren telgen van molenaarsfamilies: de man van de Molen te Vele te Nederbrakel, de vrouw te Vollezele.
Een dochter (+1900) huwde met Jan-Baptist Walravens (+1909), landbouwer te O.L.Vr.-Lombeek, die in 1870 de nieuwe eigenaar werd (akte notaris Hap, 21.04.1870). Na hun overlijden kwam de molen toe aan hun kinderen: Celestine (+1929), Leonia, Constant Theophiel (+1950) en Cyriel Emiel.

Begin 20ste eeuw kreeg de windmolen een lugubere bijnaam door een reeks van inderdaad tragische gebeurtenissen, met vooral de twee roofmoorden van 1745 (zie hoger) en van 1917. Sindsdien sprak men in de volksmond van "Tragische Molen"; een benaming die vaak in de literatuur en moleninventarissen terug te vinden is. 

Tijdens de eerste wereldoorlog bewoonden zes ongehuwde personen het molenhuis: Clementine, Leonie, Theofiel en Emiel Walravens, de jonge neef Jozef Wastiels en knecht Emiel Vervenne.

Op zondag 22 mei 1917 waren twee onder hen waren gaan 'ontsteken', Jozef Wastiels op het Negenbunder en Emiel Walravens in Borchtlombeek. De overige vier bleven thuis. De vrouwen zijn aan de wafelbak. Theofiel Walravens, molenaar, zit achterovergeleund op zijn stoel onder de Vlaamse schouw.

Bij valavond, om zeven uur kwamen vier, vijf ongekende kerels  binnen en vroegen naar meel. Dat kon niet en al vlug wordt hun eigenlijke bedoeling duidelijk, ze waren gekomen om een grote slag te slaan en voor niks terug te deinzen.
Op het ogenblik dat Theofiel wilde rechtstaan, sloegen ze toe... Knecht Emiel Vervenne en molenaarszus Leonie Walravens werden brutaal de keel overgesneden.
Een nog jonge overvaller sprong op Theofiel toe, fluisterde hem toe zich voor dood te houden, zoniet zou hij hetzelfde lot ondergaan. Hij werd vastgebonden aan een tafelpoot. De oudste zus Clementine werd gedwongen voor te gaan naar de kelder, waar vlees en spek lag, en verder van kamer tot kamer, om geld en kostbaarheden aan te wijzen.
Op een bepaald moment zag ze de kans een slaapkamer binnen te springen, de deur toe te slaan, op slot te doen en te barricaderen. Aan het venster schreeuwde ze om hulp, om dan met panische angst onder bed te kruipen.
De daders gingen op de loop, maar het duurde nog een hele tijd, vooraleer de twee overlevenden naar elkaar toe durfden gaan. Buren werden op de hoogte gebracht en een kwartier later kende het hele dorp de vreselijke geschiedenis. Tientallen mensen liepen naar het molenhuis. Ze zagen er alleen twee lijken, veel bloed, en twee doorschokte mensen.

De vermoorde vrouw was de 60-jarige Leonie-Petronella Walravens. Zij was de kleindochter van Jean-Baptist Vandevelde. Haar ouders Jean-Baptist Walravens (+1909) en Catherine Vandevelde, alsook haar broer Theophile Walravens waren er molenaar. Emiel Vervenne was er de molenaarsknecht.

Zo vertelde men in Lombeek de tweede moordhistorie. Lang zouden de daders niet op vrije voeten lopen.
Dank zij de speurzin van de "Kommandant van gendarmerie" Liedekerke en de Lombeekse schepen Jozef Appelmans werden ze na enkelen dagen ingerekend. Vier kregen levenslang, twee anderen 20 jaar. Deze mildere straffen waren voor de man die buiten op wacht had gestaan en voor hem die Theofiel spaarde. Onder alle ziekelijke nevenverschijnselen waartoe een te lange oorlogsperiode in de streek aanleiding gaf, was de roofmoord te Lombeek een schandelijk hoogtepunt.
Ze deed gruwelen door de driestheid en onmenselijkheid waarmee ze was voltrokken. Niet alleen het dorp werd erdoor beroerd, de hele omgeving was opgeschrikt.
En zoals het toen de mode was, droegen liedjeszangers het verhaal uit van kerk tot kerk en verkochten hun vliegende blaadjes in de kring van toehoorders.

Na zoveel jaren zijn er in Lombeek nog mensen die het moordlied kennen, misschien niet helemaal vrij van onjuistheden, maar toch geldend als typisch voorbeeld van toenmalige volkse vertel - en rijmtrant.

Ten teken van rouw waren de stormplanken aan de molenwieken zwart geschilderd.

Tot in 1940 hield molenaar Constant Theophiel Walravens de molen in gebruik. Op 4 april 1944, dus tijdens de tweede wereldoorlog, werd de standaardmolen beschermd als monument bij besluit van secretaris-generaal Marcel Nyns, maar het verval greep steeds verder om zich heen.

Bij akte verleden voor notaris Cosyns op 31 mei 1954 werd Leopold Rooselaers (+1965), gehuwd met mevr. Heremans (+1998), bediende te Anderlecht, de nieuwe eigenaar. Ze lieten de molen in 1957 herstellen, waarbij vrij veel ijzerwerk ter versteviging werd gebruikt, zoals aan de middenlijsten. Voorlopig werd hij evenwel niet meer in werking gebracht.

De bijnaam "Zepposmolen" roept meer aangename herinneringen op. In de jaren 1960 worden de meeste scènes van het klassieke jeugdfeuilleton van de toenmalige BRT (Belgische Radio en Televisie) Kapitein Zeppos gedraaid op en rond de molen. Kapitein Zeppos, het alter ego van acteur Senne Rouffaer, is de intrigerende bewoner van Molenhoeve. Niet verwonderlijk droeg de populariteit van de tv-reeks bij tot de bekendheid van de molen. De jongere generaties zegt het label "Molen van Kapitein Zeppos" nog weinig.

Na de restauratie van 1975 werd de molen opnieuw in werking gesteld door Henri Van Nuffel  (1910-1999) uit Meerbeke. Voorheen was hij molenaar te Liedekerke (staakmolen) en later in Neigem-Ninove (elektrische maalderij).

Alhoewel Henri Van Nuffel de molen tot in 1999 de molen liet draaien, werd duidelijk dat er zich structurele werken opdrongen: de molenkast was doorheen de eeuwen helemaal verwrongen geraakt, de steenbalk diende door ijzeren U-profielen ondersteund te worden, de standaard splijtte en werd door metalen banden samengehouden, een teerling zakte weg waardoor de molen lichtelijk overhelde, er lagen I-profielen op de middenlijsten... Eind juni-begin juli 2000 werd de molen volledig gedemonteerd.

De huidige eigenaar, de n.v. Cofic uit Roosdaal met de heer Jozef Van Waeyenberge, liet de molen in 2001-2002 maalvaardig herstellen door molenbouwer Wieme Roland & Kris bvba uit Machelen (Zulte). Een hoogtepunt vormde het intrekken van het gerestaureerd gelast gevlucht op 9 oktober 2002. Op 1 december 2002 werd de molen onder massale belangstelling ingehuldigd. De molen prijkt sinds 2002 ook op een Belgische en Portugese postzegel. In 2003 werd de prijs "Europa Nostra Award" overhandigd door Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins Gemaal van de Koningin van Denemarken in zijn hoedanigheid van voorzitter van Europa Nostra samen met de Europese Commissaris de heer Jan Figel. In hetzelfde jaar was het molenproject de uitverkorene van de Provincie Vlaams-Brabant voor de prijs van de beste restauraties. We wensen hier uitdrukkelijk de private eigenaar te feliciteren voor zijn initiatief. Op 10.12.2003 werd de ruime omgeving, een prachtig golvend agrarisch landschap, beschermd als dorpsgezicht.

In het najaar 2007 werd in de schuur van het Molenhof het Hertboommolenmuseum en een onthaalruimte voor bezoekers geopend.
In 2011 verleende Vlaams minister Geert Bourgeois een restauratiepremie van exact 111.000 euro voor de restauratie van de voormalige molenaarswoning. Daarnaast komen er drie kleine vakantiewoningen.

Tijdens het hoogseizoen, van 1 mei tot en met 30 september is de Hertboomwindmolen ook toegankelijk voor het publiek op alle officiële feestdagen van 11 uur tot 17 uur.
Informatie: Jozef Van Waeyenberge, Molenkauter 9, B 1760 Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek, tel.: 054/51 87 07, fax: 054/51 87 17, e-mail: info @windmolen.be

Op zaterdag 27 april 2013 kreeg de molen in het Provinciehuis Boeverbos te Brugge het kenteken “Actieve Molen 2013” uitgereikt uit handen van Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois (of zijn kabinetschef bij verlet). Deze nominatie gebeurde door het Molenforum Vlaanderen vzw (www. molenforumvlaanderen.be)  op basis van de volgende criteria: de molen als gebouw (uitzicht, toestand), de werking als molen (draaien en malen) & de inzet van de molenaar, de toeristische ontsluiting en de gelegenheidsactiviteiten.

De Hertboomwindmolen is op afspraak toegankelijk voor het publiek en in principe elke zondag gedurende het hele jaar telkens van 11 uur tot 17 uur.

Herman HERPELINCK, Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

<p>Hertboommolen<br />Tragische Molen<br />Zepposmolen<br />Molen van Lombeek</p>

Foto Donald Vandenbulcke, Staden, 05.09.2010

<p>Hertboommolen<br />Tragische Molen<br />Zepposmolen<br />Molen van Lombeek</p>

Tijdens de heropbouw in 2002. Foto Lieven Denewet, Hooglede

<p>Hertboommolen<br />Tragische Molen<br />Zepposmolen<br />Molen van Lombeek</p>

Prentkaart Stichting Levende Molens Roosendaal, jaren 1980

<p>Hertboommolen<br />Tragische Molen<br />Zepposmolen<br />Molen van Lombeek</p>

Prentkaart uitg. De Kroon, O.L.Vr.-Lombeek, kort voor 1940 (Coll. H.J. Herpelinck, Ternat)

<p>Hertboommolen<br />Tragische Molen<br />Zepposmolen<br />Molen van Lombeek</p>

Foto ca. 1900. Coll. Stichting Levende Molens, Roosendaal

Literatuur

Archieven

- Algemeen Rijksarchief Brussel, Archief de Merode, nr. Ca. 2265, p. 2 (cijnsboek, 1391)
- Algemeen Rijksarchief Brussel, Archief de Merode, nr. Ca. 2771, p. 18 e.v. (cijnsboek, 1491)- Algemeen Rijksarchief Brussel, Notariaat van Brabant, nr. 4102 (verkoopakte van 1732; Andreas De Mesmaecker aan Henricus De Bruyn)
- Rijksarchief Beveren, Oud gemeente- en griffiearchief van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek en Strijtem, nr. 236 (voorheen Schepengriffies arr. Brussel, nr. 8942) (verkoopakte, 02.08.1655)
- Rijksarchief Beveren, Oud gemeente- en griffiearchief van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek en Strijtem, nr. 13. Onkosten, schaden en lasten. Processen 1691-1697 (met melding brandstichting op 14.12.1690).
- Rijksarchief Beveren, Oud gemeente- en griffiearchief van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek en Strijtem, nr. 14. Onkosten, schade en lasten. Processen van de regeerders van O.L.Vr.-Lombeek tegen Dors, 1710-’14 (met: belasting inwoners O.L.Vr.-Lombeek voor de heropbouw van de molen, 1714).
- Rijkarchief Beveren, Oud gemeente- en griffiearchief van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek en Strijtem, nr. 47. Zettingen (belastingen, 1749-1773).
- Rijksarchief Beveren, Oud gemeente- en griffiearchief van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek en Strijtem, nr. 129. Rekeningen van de onkostboeken (met: verkoopsakte, 18.06.1716 en met Afsluit van alle vergoedingen voor de afgebrande windmolen: afbetaling laatste schijf van de verschuldigde 2600 gulden, 10 juli 1725).
- Rijkarchief Beveren, Oud gemeente- en griffiearchief van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek en Strijtem, nr. 87. Beden, Belastingsrekeningen 1723-1724 (o.m.  tot het vinden van de somme van 178 gulden 16 stuyvers op de prochie ende heerlijkheyd van Onse Lieve Vrauwe Lombeke).
- Rijkarchief Beveren, Parochiearchief Gooik. Volledige afstamming. Microfilm nr. 0286511 (met: geboorte van Pieter van Lierde jr. in Gooik in 1704).

Werken

- Carlier B., Opening Hertboommolenmuseum te Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek, Molenecho's, XXXV, 2007, 2, p. 321.
- Derideaux L., Streekgebonden, Roosdaal/Pajottenland, 2.19 of p. 132
- De Roeck R., De molen van O.L.V. Lombeek, in: Brabant, VIII, 1956, p. 8-9.
- De Stercke Bruno, Notities over "De molen te Vele" te Nederbrakel, Triverius, XL, 2010, 4, p. 8-12.
- De Stercke Bruno, Omtrent "De molen te Vele" en zijn molenaar Francies Vandevelde te Nederbrakel, in: Triverius, XLI, 2011, nr. 2.
- De 'tragische molen' te O.-L.-Vrouw-Lombeek, in: Het Pajottenland - Landschap en Monument, Culturele Kring "Andreas Masius", 1971, p. 24-25.
- De Vuyst H., Hout werkt, in: M&L, Monumenten, Landschappen & archeologie, tweemaandelijks tijdschrift van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel jg. 24, nr. 4, p.-8-21.
- dewindmolen.be, Kapitein Zeppos op DVD en VHS bij de molen van O.-L.-Vr.-Lombeek, Molenecho's, XXXI, 2003, 4, p. 322.
- Duwaerts M.A. e.a., De molens in Brabant, Brussel, Dienst voor Geschiedkundige en Folkloristische Opzoekingen van de Provincie Brabant, 1961, p. 29-32.
- DVD, Poort op het Pajottenland - Breedbeeld, productie: Centrum Agrarische Geschiedenis VZW - Provincie Vlaams-Brabant.
- Herpelinck H.J., De historische molen van O.-L.-Vrouw-Lombeek, in: Molenecho's, XI, 1983, 6, p. 286-300.
- Herpelinck H.J., "De bouw van de Hertboommolen: literair, archivalisch en epigrafisch onderzoek", Molenecho's, XXXVII, 2009, 2, p. 95-104.
- Herpelinck H.J., Op bezoek bij Henri Van Nuffel: mulder op de "Molen van Kapitein Zeppos, in: Molenecho's, XXVI, 1998, nr. 1, p. 7.
- Herpelinck H.J., Historische molen van O.L.Vrouw-Lombeek openbaar verkocht, in: Molenecho's, XXVII, 1999, nr. 1, p. 17.
- Herpelinck H.J., Restauratie van de "Tragische Molen" te O.L.Vr.-Lombeek, in: Molenecho's, XXVIII, 2000, nr. 3, p. 131-132.
- Herpelinck H.J., In memoriam Mevr. Heremans, Molenecho's XXVI, 1998, p. 174.
- Herpelinck H.J., De "Hertboommolen" verdringt de "Tragische Molen" te Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek, in: Molenecho's, XXX, 2002, nr. 4, p. 186-195.
- Holemans Herman, Kadastergegevens: 1835-1985. Brabantse wind- en watermolens. Deel 3: arrondissement Halle-Vilvoorde (M-Z), Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1992.
- Lindemans P., Oude Brabantse geslachten: Van Lierde, Brussel 1952, p. 2 e.v.
- Molenzorg vzw, Windmolenaar Henri Van Nuffel (°1910) overleden, in: Molenecho's, XXVII, 1999, nr. 4, p. 174.
- Peetermans Frans, "Liedjes op de actualiteit van toen", Heemkundige Kring Gooik, nr. 43, 14de jg., maart 1999 (met op p. 28-29 over "De moord op de molen te Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek in 1917")
- Renson G., Pertinente Beschrijvinge, Gasebeca, 1971, p. 50.
- Roose W., De tragische demontage van de "Tragische Molen" in O.L.Vr.-Lombeek, in: Molenecho's, XXVIII, 2000, nr. 3, p. 133-138.
- (Smet L.), De Tragische Molen van Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek, in: Molenecho's, III, 1975, p. 83.
- Struyf Jan, Archivalisch, bibliografisch en kadastraal onderzoek van het windmolencomplex te Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek: Verkenningen", Heverlee, 1999 (onuitgegeven).
- Van Herreweghen Gerard, De Tragische molen van Lombeek, in: DF-Klokje (Davidsfonds Roosdaal), jg. 1982, extranummer,95 p. (www. vanherreweghen. be)
- Van Stalle P., "Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek: de Tragische Molen", Eigen Schoon en De Brabander, XIII, 1930-1931, p. 300-303. (Inleiding p. 199 gedateerd St.-Kwintens-Lennik 24 augustus 1929).
- Van Stappen A., Portret van een draaiende molen: de tragische molen van O.-L.-V.-Lombeek, in: Natuur- en Stedenschoon, Antwerpen, 63, 1994, nr. 3, p. 34-35.
- Vennekens F., La Seigneurie de Gaesbeek, Affligem, 1935, p. 112.
- Vinckx J., De molen van O.L.Vrouw-Lombeek, in: Eigen Schoon en de Brabander, XIII, 1930, p. 300-303, overgenomen in: J.F. Vincx, De molens van 't Payottenland, Merchtem, 1931.

Persberichten

N.B., De Tragische molen van Lombeek, Het Laatste Nieuws, 17 april 1984.
Rudy De Sadeleir, "Roosdaal - Zepposmolen heeft fraai museum", Het Nieuwsblad, 09.11.2007.
RDS, "Windmolen", in: Het Nieuwsblad, 09.02.2008.
RDS, "Molen", in: Het Nieuwsblad, 28.03.2007.
Jos Huwaert, "Molenkot op Zepposmolen. Feestelijke opening Lombeekse molen in december", in: Het Nieuwsblad, 14.06.2002.
"Monumentenprijs voor Zepposmolen", in: Het Belang van Limburg, 25.02.2004.
"Zepposmolen heeft brasserie", Het Nieuwsblad, 22.11.2008.
RDS, "Windmolen", in: Het Nieuwsblad, 19.01.2009.
RDS, "Molenaars gezocht", in: Het Nieuwsblad, 23.07.2009
Sarah Vankersschaever, "Betoverende locaties. De helden van het dorp", De Standaard, 28.07.2009, p. 29.
RDS, "Rosmolen", in: Het Nieuwsblad, 16.06.2009.
Rudy De Saedeleir, "Nederlandse molenkenner bezoekt Zepposmolen", Het Nieuwsblad, 27.07.2010.
Rudy De Saedeleir, "Etienne van Ginderdeuren verbreekt stilte met novelle", in: Het Nieuwsnblad, 18.09.2010.
"Molen in Lombeek maalt voortaan elk weekend. Zestien voor Zepposmolen", Het Nieuwsblad, 07.04.2004.
Luc Schoonjans, "Wrede geschiedenis krijgt Zepposmolen niet klein", Het Nieuwsblad, 14.07.2011.
Luc Schoonjans, "Minister Geert Bourgeois wil historisch karakter bewaren. Geld voor restauratie molen Kapitein Zeppos", Het Nieuwsblad, 06.08.2011.
"Molenaarswoning 'Kapitein Zeppos' krijgt restauratiepremie", Gazet van Antwerpen/Het Belang van Limburg, 05.08.2011.
LSG, "Radioamateurs activeren Zepposmolen", Het Nieuwsblad, 08.09.2012.
DBS, "Windmolen krijgt nieuwe zeilen", Het Nieuwsblad, 26.06.2013.
DBS, "Molen krijgt geel-zwart kleurtje", Het Nieuwsblad, 16.07.2013.
LSG, "Pajottenlandpas voor drie musea", Het Nieuwsblad, 19.07.2013.
DBS, "Rommelmarkt aan windmolen", Het Nieuwsblad, 13.09.2013.
Sanne De Backer, "Foto. Pajottenlandse radioamateurs activeerden Zepposmolen", Het Nieuwsblad (dig.), 18.09.2013.
DBH, PUT, VRT, "Gebroeders Devos openen café in Hertboommolen in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek. Kapitein Zeppos schenkt pintjes in zijn molen", Het Nieuwsblad, 16.01.2015.
Michiel Elinckx, "Nachtje slapen in schaduw van Zepposmolen. B&B opent eind 2017 in molenaarswoning", Het Laatste Nieuws, 26.08.2016.
Dieter Hautman, "Logeren aan molen van Kapitein Zeppos? Binnenkort kan het!", Het Nieuwsblad, 05.05.2017.

Websites
www. windmolen.be

Mailberichten
Stefaan Denewet, 12.12.2002 (getuigenis van Henri Van Nuffel uit 1980)


Laatst bijgewerkt: zondag 1 oktober 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens