Molenzorg
Tongerlo (Bree), Limburg
<p>Galdermansmolen<br />Dorpermolen<br />Dorpsmolen</p>
Foto: Frans Van Bruaene, Laakdal, 11.10.2006
Naam

Galdermansmolen
Dorpermolen
Dorpsmolen

Ligging Solterweg 16 .
3960 Tongerlo (Bree)

op de Itterbeek
kadasterperceel B874


toon op kaart
Geo positie 51.124836, 5.662333
Eigenaar Jan Simons-Clijsters
Gebouwd 1633 / 1850
Type Onderslag watermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Vroeger oliemolen
Gevlucht/Rad Metalen onderslagrad, diameter 5,60 m
Inrichting Nog aanwezig: twee steenkoppels (kunststenen), haverpletter, elevator, mengketel, elektromotor
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
19.03.1996
Molenaar Jan Simons
Openingstijden Op afspraak (tel. 089 864350, J. Simons)

Beschrijving / geschiedenis

De Dorpsmolen, Dorpermolen of Galdermansmolen is gelegen aan de rechterzijde van de Itterbeek langs de Solterweg vlag tegen de dorpskern van Tongerlo.

De molen werd in 1633 gebouwd als een oliemolen.  Rond 1700 was Peter Galdermans alias "van de slaghmoelen" eigenaar, vandaar de molennaam. De molen ging over op  zijn zoon Servatius (1708-1774) die schepen was van Opitter en Tongerlo. Na diens dood kwam de molen in het bezit van Peter Galdermans (1735-1810). Dit blijkt onder meer uit de gerechtsstukken van 1 februari 1776: "alhier voor recht comparerende Peter Galdermans reponderende voor de meerig absente broeders denw., heeft opgehalden en gereliveert Galdermans goedt en renthen onder deese justitie sorterende en sulx naar dood en aflijvigheid van Servaes Galdermans lesten tochtenaar en diensvolgens is aan hem Peter Galdermans beneffens zijne absente broeders die ophellinge verleent en is in hoede van de wet gekeert."

Zijn zoon Nicolaas (1787-1870) nam de molen over en op 1 februari 1841 diende deze een verzoek in bij het gemeentebestuur van Tongerlo dat al volgt luidde: "verandering te doen aan het binnenwerk van zijner oliemolen en aldus ten doel hebbende eene graanmolen ervan te maken, daar ze door 't afgestane land aan Holland bijna geheel zonder werk is en aan de adressant omtrend geene voordelen meer oplevert. Ook zijn er drie oliemolens in deze gemeente en slechts eene graanmolen en meer dan halfschijd (de helft) der vruchten wordt buiten de gemeente gemalen."

Het verzoek leverde blijkbaar geen bezwaren op want in 1850 heeft de splitsing in olie- en graanmolen plaatsgevonden, beide door hetzelfde rad aangedreven.
Nicolaas bleef ongehuwd, evenals de meeste van zijn broers, zodat de eigendom van de molen via vererving overging naar de kinderen van Christiaan Galdermans. (Arnold, Lenonardus Hubertus, Margaretha Helena, Peter Hubertus, Maria Helena Hubertina). Leonard (Nardje van de molen) was de molenaar. In 1900 was de molen in het bezit van Maria Anna Alina Thevissen, weduwe van Peter Hubertus Galdermans alsmede van Jozef en Margaretha Galdermans. (In 1908: enkel de twee laatstgenoemden).

Eigenaars na 1840 volgens het kadaster:
- voor 1844, eigenaar: Galdermans Christiaan en co, renteniers te Tongerlo
- 1857, erfenis: Galdermans Christiaan, de kinderen en co, landbouwers te Tongerlo
- 1873, erfenis: Galdermans Leonardus (broer en 2 zussen), molenaar te Tongerlo
- 1879, deling: a) Galdermans, de erfgenamen, b) Ballings-Galdermans Jan, koopman te Tongerlo
- 1895, deling: a) Galdermans, de erfgenamen, b) Ballings-Galdermans Jan, de vrouw
- 1900, begin vruchtgebruik: a) Galdermans-Thevissen Petrus, de weduwe en kinderen (1/2), b) Galdermans Jozef, molenaar te Tongerlo (1/2 naakte eigendom), c) Galdermans Margaretha, huishoudster te Tongerlo (1/2 vruchtgebruik)
- 1908, deling: a) Galdermans-Geutjens Jozef, molenaar te Tongerlo (1/2 vruchtgebruik en 1/2 naakte eigendom), b) Galdermans Margaretha, huishoudster te Tongerlo (1/2 vruchtebruik)
- 1910, einde vruchtgebruik: Galdermans-Geutjens Jozef, molenaar te Tongerlo
- 1930: de weduwe en kinderen
- 1946, deling: Galdermans-Malcolm Wilhelmus, rustend territoriaal administrateur te Brussel
- 1950, december, onderhandse verkoop: Simons-Berghs Jacob, landbouwer te Tongerlo
- 1976, erfenis: Simons-Clijsters Jan, te Bree

Het molenaarshuis werd gebouwd of herbouwd in 1735, zoals de ijzeren muurankers dat aanduiden. De molensite staat aangeduid op de Ferrariskaart (1771-77), in grosso modo in zijn huidige vorm, met name het molenhuis haaks op de Itter, aan straatzijde het woonhuis, en een losstaand dienstgebouw ten zuiden van het erf. In de Atlas van de Buurtwegen (1845) wordt de molen op ongeveer dezelfde wijze weergegeven; naast het woonhuis en in het verlengde ervan bevind zich nu een tweede dienstgebouw. In vergelijking met deze situatie onderging de huidige molen volgende wijzigingen: het losstaande dienstgebouw in het verlengde van het woonhuis verdween, naast het molenhuis en aansluitend ermee ontstond in de 19de eeuw een nieuw dienstgebouw, en het oorspronkelijke dienstgebouw ten zuiden van het erf werd uitgebreid met recente, grootschalige hoevegebouwen.

De oliemolen werd in 1905 afgeschaft, vanaf dan werd enkel nog graan gemalen. De olie-inrichting werd vervangen door een tweede maalstoel waarmee boekweit kon gemalen worden. Via een lange as dreef het molenrad tevens een dorsmachine aan.

Het houten onderslagrad werd in 1920 vervangen door het huidige metalen onderslagrad. Het werd door Jan Hindrix (Jan Venner) met paard en kar gehaald in Achel, waar het reeds jaren dienst had gedaan op de Grevenbroekmolen (zie aldaar). Kort daarna werd de boekweitmolen weer afgebroken en vervangen door een graanmolen die werd aangedreven door een ééncilinder dieselmotor afkomstig van de naburige Keyartmolen.
Na de dood van Joseph (Jef) Galdermans werden de goederen verdeeld en kwam de Galdermansmolen, evenals de Keyartmolen, in het bezit van Willem Jozef Jubert Antoon Galdermans. Deze rustte de molen verder uit met een elevator, haverpletter, builmolen enh amermolen, maar deze investeringen konden toch niet voorkomen dat de concurrentieslag met diesel- en elektromotoren werd verloren.
Van 1926 tot 1938 maalde de familie Aegten op de molen en van 1938 tot 1947  de familie Franken.

In december 1950 werd de molen door Willem Galdermans middels onderhandse verkoop afgestaan aan Jaak Simons, die sinds maart 1947 de molen bewoonde en in bedrijf hield. In 1976 droeg deze Jaak de molen over aan zijn oudste zoon Jan, die ze ook heden nog in zijn bezit heeft. Jan Simons heeft de molen nog een laatste opknapbeurt gegeven. Het dak, houten vloer en zolder werden vernieuwd. De plaatselijke houtbewerker Jozef Verslegers vernieuwde de versleten kammen en staven van het spoorwiel en ronsel, zodat tot de molen nog steeds maalvaardig is. Toch wordt nog slechts met mondjesmaat graan gemalen.
In 1996 werd de molen beschermd als monument en samen met de omgeving als dorpsgezicht. Hij wordt door de private eigenaar goed onderhouden.

Technische beschrijving

Het huidige molenhuis dateert van ca. 1841, en is de verstening van een vakwerkgebouw. Het is een breedhuis van vier traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen). De afmetingen van het rechthoekig gebouw zijn 8,57 x 12,90 meter. Bakstenen gebouw met sterk verhoogde begane grond. Als versiering zijn er tuitgevels met vlechtingen. Baksteenfries onder de dakrand. Smeedijzeren muurankers, plat en met krullen. Getoogde benedenvensters; rondboogvormige bovenvensters; lage rondboogpoort. Zijgevels met aandak, topstuk en schouderstukken. In de linerzijgevel een rechthoekige deur onder houten latei en een getoogd zoldervenster.

Metalen molenrad van het onderslagtype tegen de rechter zijgevel. Het rad is van staal met gietijzeren rozetten en 2x8 radiale spaken. De diameter bedraagt 5,60 meter. (De doorsnede van het vroegere houten rad kon aan de hand van het nog aanwezige gat van de vroegere houten wateras worden gereconstrueerd en bedroeg ongeveer 4,75 meter.) De omwentelingssnelheid bedraagt ca. 9 omwentelingen per minuut. Het rad telt 40 stalen schoepen (voormalig houten rad 32) met een breedte van 63 cm en een hoogte van 40 cm, aan de zijkant tussen stalen velgen bevestigd.
De stuwhooge is 66 cm, de waterdorpel 105 cm boven de vloedbaan. De ark is van beton gemaakt, gedateerd J G 1920. Er zijn twee sluizen, de maalsluis is 110 cm breed en de lossluis 145 cm. Deze kunnen van binnenuit worden bediend via haaks werk en langs de as.

De wateras is van gietijzer. Het kamrad is van hout, zogenaamd eenstapswerk, en telt 68 kammen. Het steenwiel heeft 15 staven. De overbrengingsverhouding is 4,53. Op de wateras is achter het kamrad een spoorwiel met 56 kammen aangebracht, wat een ronsel met 22 staven aandrijft op een lange secundaire as. Deze as diende o.a. voor de aandrijving van een dorsmachine en een haverpletter.
De molen bezit twee koppels 16der kunststenen waarvan 1 koppel thans uitsluitend elektrisch kan worden aangedreven. Oorspronkelijk werd dit koppel aangedreven via een zgn. lijnaandrijving: een horizontale as haaks op de wateras, aangedreven door het kamrad met een haakse overbrenging naar de stenen.
De maalstenen worden gedragen door een houten steenbed.
Het luiwerk wordt aangedreven middels poelies en drijfriem. Het zakkentransport gaat via glijbaan en klapluiken.
De geschatte productiecapaciteit bedraagt 200 kg rogge per uur.
Tot de hulpapparatuur behoort de haverpletter, hamermolen, mengketel, elevator en de elektromotor voor de aandrijving van een koppel stenen.

Inscripties en verdere bijzonderheden
Op het spoorwel en op de wateras staat vermeld "ANNO 1800 P.L.". Er staat een stijl in de molen die vermoedelijk de secundaire as naar het tweede koppel is geweest. Het spoorwiel was uitgevoerd als zogenaamd armwiel. Vanwege een wettelijke regeling in verband met het malen van bakrogge werd omstreeks 1947 een graanreiniger geplaatst.

Het woonhuis uit 1735 is een langgestrekt gebouw van acht traveeën, met vroegere stal in de twee linker traveeën. Witgekalkte baksteenbouw onder gebogen zadeldak (mechanische pannen), op een gepikte plint. Dropmotief en muizentandfries onder de dakrand. Smeedijzeren muurankers; datering door middel van muurankers in de voorgevel. Het woonhuis is een dubbelhuis van zes traveeën. Rechthoekige, beluikte vensters in een beschilderde omlijsting; de twee rechter vensters zijn geprofileerd en van hardsteen. Rechthoekige deur in een hardstenen omlijsting op neuten. De rechterzijgevel en de achtergevel zijn vrij recent.

Het linker aansluitende dienstgedeelte is iets lager. Witgekalkt bakstenen gebouw onder zadeldak (Vlaamse pannen). Recente vensters; twee thans gedichte korfboogpoorten. Het bij de molen aansluitende dienstgebouw dateert uit de 19de eeuw en omvat een dwarsschuur. Bakstenen gebouw onder zadeldak (Vlaamse pannen). Korfboogpoort en getoogd venster; de overige muuropeningen zijn recent. Linkerzijgevel met aandak, topstuk en schouderstukken.

<p>Galdermansmolen<br />Dorpermolen<br />Dorpsmolen</p>

De molenaarswoning. Foto: Frans Van Bruaene, Laakdal, 11.10.2006

<p>Galdermansmolen<br />Dorpermolen<br />Dorpsmolen</p>

Foto: Robert Van Ryckeghem, 14.09.2002

<p>Galdermansmolen<br />Dorpermolen<br />Dorpsmolen</p>

Foto: J.A.C. de Kroon

<p>Galdermansmolen<br />Dorpermolen<br />Dorpsmolen</p>

Coll. Koninklijk Instituut van het Kunstpatrimonium, Brussel

<p>Galdermansmolen<br />Dorpermolen<br />Dorpsmolen</p>

Coll. Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, Brussel

Aanvullende informatie

1. Beschrijving uit 1830 (uit het Kadasterarchief van Hassselt)
Een houten enlemen gebouw, 1 kamrad, 1 paar kleine stenen tot het pletten van zaad, 2 stampers, alles in redelijke staat van onderhoud. Is zes maanden per jaar in gebruik.

2. Verslag van molenbezoek op 29.08.2006 door Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille.
Onze pa moest in een winkel in Bree zijn, dus had ik er maar van geprofiteerd om een molen in de buurt te bezoeken, namelijk de Galdermansmolen in de deelgemeente Tongerlo.
We hadden aangebeld bij het molenaarshuis met de vraag of ik enkele foto’s mocht maken en dat mocht van de vrouw die open deed. Toen we achterom liepen kwam de sympathieke eigenaar/molenaar Jan Simons (die nog “om den brode” heeft gemalen met deze molen) ook achterom gefietst en mochten we binnen kijken. De molen maalt nog geregeld, getuige de zakken die er gestapeld stonden. Vaak wordt ook de haverpletter gebruikt, om graan te pletten voor de paarden.
Eén steenkoppel wordt aangedreven door het water, het andere door een elektromotor.
Verder staat er ook een elevator, die beide steenkoppels van graan kan voorzien en een mengketel. Ik had de indruk dat er meer met elektriciteit gemalen wordt dan met het water, maar het waterrad draait toch regelmatig.

Literatuur

Herman Holemans & Werner Smet, "Limburgse watermolens. Kadastergegevens: 1844-1980", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1985;
Bert Van Doorslaer, "Met de stroom mee of tegen de wind in? Molens in Limburg", Borgloon/Rijkel, Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed, 1996, p. 32;
Jacq Manders & Daan Verheijen, "Koren op de molen. Langs de Itter", Hunsel, Heemkundevereniging Hunsel, 1992, p. 84-86;
P.B. Simons, "Tongerlo, vroeger en nu", in: Het Ezendröke, nr. 17 (uitgave Geschied- en Heemkundige Kring Groot-Bree);
Pierre Clijsters, "De familie Galdermans en de molens te Tongerlo", in: Het Ezendröpke, nr. 3, 1982 (uitgave Geschied- en Heemkundige Kring Groot-Bree), p. 26-35;
Werner Smet, "Langs de Itter in Limburg. Een tocht langs de Itterbeek, met bezoek aan de vele watermolens en andere monumenten van natuurschoon", Kinrooi, 1986, p. 14-19 (Hartenvier, nr. 6)
H. Cuppens & W. Smet, "Limburgse watermolens. Molens op de Aabeek-Bosbeek & Itterbeek", Sint-Niklaas, 1980.
T. Guffens, "Pollismolen Opitter-Bree", 1987, p. 136.


Laatst bijgewerkt: zaterdag 24 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens