Molenzorg
Weerde (Zemst), Vlaams-Brabant
<p>Weerdemolen<br />Molen van Weerde</p>
Prentkaart ca. 1910
Naam

Weerdemolen
Molen van Weerde

Ligging Watermolenstraat
1982 Weerde (Zemst)

op de Zenne
700 m NW v.d. kerk
LC 157.25 0 - 184.17 N
bij de ruïnes van de sluistoren
kadasterperceel C112 en C113


toon op kaart
Gebouwd 1242-1259 (eerste molen) / 1591 / 1639 / 1769
Type Onderslag watermolen
Functie Volmolen, korenmolen

Beschrijving / geschiedenis

Watermolens in de huidige Watermolenstraat op de Zenne, bij de ruïnes van de in 1914 vernielde Sluistoren, nabij de grens met Eppegem.

De eerste watermolen (kadasterperceel C113) werd gebouwd in 1242-1259 door Rodolphus van Wilre, heer van Elewijt. De sluis, waarvan nog een restant overblijft, werd gebouwd in 1296.

Dit werd bevestigd door een akte van hertog Jan I van Brabant in 1297, bij de verkoop van de watermolen door Walterus de (Wouter van) Hollaken die hem in leen had van de hertog, aan Daniël de Bouchout en Balduinus (Boudewijn) de Echove, zoon van wijlen Geeraert van Echove, ridder. Daarin wordt melding gemaakt van het voorrecht een sluis op de Zenne te bouwen. Tegelijk verkregen ze het visrecht tot aan de plaats gewoonlijk genoemd "Paridaens werc" en de toelating te bouwen op beide oevers.

De sluis werd gebouwd om het water op te houden en een omleiding werd gegraven om het naar het molenrad te stuwen, dat zich bevond aan de noordwestkant van het molenhuis en daarbij horende herenhuis. Er moest bestendig worden opgelet om de sluisschoven op de juiste hoogte te zetten om overstromingen zowel op de bovenloop als op de benedenloop te voorkomen.

Later kwam heel het goed aan de familie Bouchout, door het afkopen van het gedeelte van Boudewijn van Echove. De Bouchouts gaven de molen met sluis in leen aan Jan Wijtvliet, heer van Blesvelt, die het in 1360 schonk aan de abdij van Grimbergen.

Op 20 oktober 1369 gaven "Godevert van Sinte Gorincx ende Jan geheten Clutinc, zone Reineers Clutings, scepene van Bruesele (schepen van Brussel)" een brief ter bevestiging van de gift van "den moelen alse geleghen sijn te Werde metter slusen, renten, metten vysscheryen enso".

Sluis en molen behoorden in 1410 onbetwistbaar tot de abdij van Grimbergen. Toch moest de abt enkele jaren nadien zijn beklag doen bij de algemene ontvanger van Brabant omdat de bootslieden van Brussel weigerden de tol te betalen die zij verschuldigd waren bij het doorvaren van de sluis. Om dit tolgeld te compenseren eisten ze de opening van de sluis op maandag, woensdag en zaterdag. Een overkomst werd gesloten op 25 juli 1414 in de Vredeshuizen van Brussel en deze schonk voldoening voor beide partijen.

De abdij van Grimbergen verkocht de molenn in 1513 aan de stad Brussel. Een bul van paus Leo X gaf hiertoe de toelating, dat samen met andnere goederen, maar in het bijzonder de molen en het visrecht te Weerde werd vermeld.

Rond 1591 werd de molen verbouwd door Jerome Baers. Hij maakte hem geschikt voor een vollerij. Het vervaardigen van laken werd in Brussel in de volmolens van Paepsem te Anderlecht en deze van de Hallepoort bedreven. Ze waren ontoereikend en de Mechelse volmolens voldeden evenmin zodat de Mechelse fabrikanten de Weerdemolen wensten te gebruiken.

De volmolen op de andere over van de Zenne (kadasterperceel C112) werd gebouwd in 1639 door de stad Brussel. Op 28 februari 1639 gaf de stad Brussel de toestemming aan de pachter van de graanmolen om een volmolen bij te bouwen. Het bleek immers dat de twee volwatermolens die de stad Brussel reeds te Anderlechten Sint-Gillis bezat, onvoldoende waren. De Brusselse lakenmakers dienden soms zelfs naar de Leuvense volmolen te reizen.

Ook de Mechelse fabrikanten waren geïnteresseerd om de nabijgelegen Weerdse molen in hun bezit te nemen, aangezien de Mechelse volmolen ook ontoereikend was. Ze maakten kort voor 1638 echter de vergissing door in het verre Zaventem een volmolen in te richten, die na de installatie van de Weerdse vollerij noodgedwongen afgeschreven moest worden. De Mechelaar Sebastiaan Van den Brande vestigde zich in 1639 te Weerde. Hij had de volmolen van Sint-Michiel aan de Diegemzenne afgebroken en hem opnieuw opgebouwd te Weerde. Hij deed verbouwingen aan de volmolen om de Brusselse lakenwevers beter te kunnen bedienen.

Na 1654 werd het mechanisme overgebracht naar Neder-Overheembeek omdat deze watermolen dichter bij Brussel gelegen was.

In 1679 besliste de stad Brussel evenwel opnieuw om de volmolen van Neder-Overheembeek af te stoten en de inrichting opnieuw te plaatsen in de molen van Weerde! De volmolen van Heembeek bleek immers, door watergebrek, niet goed te werken. De stad gaf op 20 april 1679 toestemming aan de Mechelse volder Sebastiaan Vandenbrande om deze inrichting te voltrekken.

De volkstelling van 1702 vermeldt onder de rubriek "Handwerkers" voor Weerde één maalder en één herbergier. De molenaar Meersmans-Verhaeghen was ook de officier ("Officier-molder").

Het molengebouw werd in 1769 herbouwd, wellicht vanwege de bouwvallige staat.

Naast het vollen van wollen stoffen werd vanaf voor 1745 ook zeemleder gevold. De volinrichting bestond van voor 1703 tot tussen 1761/1771 uit 1 komblok met 6 kommen en 12 hamers. Tussen 1761 en 1771 werd een "creupelmolen" toegevoegd met 4 stampers en 2 volkommen. In 1788 waren er 12 volhamers en 4 stampers voor 1 komblok; 2 paar hamers voor een "quaertens back" of "kleyne volbak", met een afzonderlijke "vorstboom". De pachtvoorwaarden van 1703 tot 1788 vermelden het vollen van lakerns op de "Hollandse manier". Uit de nijverheidstelling van 1762 blijkt dat er 2 werknemers waren voor "dégraisser les manufactures de laine".

De stad Brussel liet de molens in 1818 openbaar verkopen. De opbrengst moest dienen om de onkosten te dekken van de heropbouw van de Muntschouwburg die door brand vernield was. Koper, voor 19.500 frank was bouwkundige  Henri François Stellemans (Brussel, 14 maart 1794 - 24 april 1871), een zoon van Henri Stiellemans en van Marie-Catherine T'Serstevens en gehuwd met Pauline Deneck. Hij schafte de volmolen af en bouwde de watermolen uit tot een bloemmolen. Hij was burgemeeste van Weerde van 1836 tot aan zijn dood en werd liberaal senator voor het arrondissement Brussel, van 1847 tot 1848 en van 1857 tot 1870.

De molen met al zijn aanhorigheden werden in 1872 gekocht door Joannes Baptist Coenen, afkomstig van Wommersom.  Zijn zoon Petrus-Augustinus Coenen, burgemeester van Weerde van 1880 tot 1897, was zijn opvolger. Zijn kleinzoon Leon Coenen, burgemeester van Weerde van 1902 tot 1921, staakte de activiteiten van de molen rond 1910. 

Opeenvolgende bestemmingen & molencomplex:
- 1242-1259 - : graanmolen
- voor 1306: graan- en moutmolen
- voor 1526 - na 1548: graan-, mout- en schorsmolen
- voor 1565 - : koren- en schorsmolen; ernstig beschadigd tijdens de godsdienstoorlogen en versgterkt
- 1591 (heroprichting) - voor 1910 (buiten bedrijf): graanmolen
- 1639-na 1654 (mechanisme verwijderd): ook volmolen
- 1679 (heroprichting) - 1769: ook volmolen
- 1769 (herbouwd) - ca. 1818: ook volmolen

Eigenaars
- 1242-2359, oprichting: Rudophus van Wilre, heer van Elewijt
- tot 1297: Walterus de Hollaken, in leen van hertog Jan I van Brabant
- 1297- : Daniel de Bouchout en Balduinus de Echove, zoon van wijlen Geeraert van Echove, ridder
- tussen 1300 en 1350: enkel de familie Bouchout, door afkoop van het deel van Boudewijn van Echove; in leen gegeven aan Jan Wijtfliet, heer van Blesvelt
- 1360-1515: abdij van Grimbergenn
- 1513 - 1818: stad Brussel
- 1818: schepen uit Brussel, die de volmolen afschafte
- voor 1834, eigenaar: Stiellemans-Deneck Henri François, burgemeester te Weerde
- 02.11.1872, verkoop: Coenen-Van Hoof Jan-Baptist, de weduwe, molenarin te Zétrud-Lumay (notaris Mostinck)
- 14.04.1895, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Van Hoof van Jan-Baptist Coenen)

Het molengebouw op C112 werd in 1872 omgevormd in een landgebouw; deze op C113 kreeg in 1881 een stoommachine, maar er werd ook nog op waterkracht gemalen. De stoommachine werd al in 1895 verwijderd, zodat opnieuw enkel met het waterrad werd gemalen. In 1910 werd de molen afgeschaft en werd het gebouw een magazijn.

In augustus 1914 werden de verlaten molengebouwen vernield door de beschietingen van de Duitsers. De herenwoning werd helemaal stuk geschoten, ook de korenmolen en de schuur. De voormalige volmolen en de stallingen bleven overeind. Ook de sluis betaalde de oorlogstol: een van de beide schoven werd vernield, zodat het water zijn vrije loop kon nemen. De vroeger uitgegraven bijloop verzandde. 

De gronden, landerijen enn weiden werden in 1943 openbaar verkocht. Het deel tussen de Zenne en de bijloop, het eilandje werd samen met de ruÏnes van de stalling en de schuur in 1949 verkocht.

Gelukkig werd de overgebleven ruïne van de middeleeuwse sluis in 1979 beschermd als monument en gerestaureerd in 2008-2011.

Lieven DENEWET, Karel LEMMENS & Herman HOLEMANS

---------------

Over de middeleeuwse sluistoren (Christiane DE MAEGD - Agentschap Onroerend Erfgoed)

Overblijfsel van een middeleeuwse sluistoren uit de laatste jaren van de 13de of begin 14de eeuw, gebouwd op een sterke bocht van de Zenne.
De zandstenen constructie werd gebouwd op de plaats waar de getijdenwerking van de Zenne ophield. De sluis regelde het waterpeil door middel van schuiven die bij elke doorvaart moesten opgehaald en teruggezet worden. In de 14de eeuw werd de tol voor voorbijvarende schepen vastgelegd op één brood per geladen schip.

Tot circa 1900 toont de iconografie een vierkante, door steunberen gestutte toren van zandsteen afgedekt met een steil tentdak (leien). Heden staat slechts één gevel overeind en van het overige rest de onderbouw. Met klimop begroeide zandsteenbouw in vrij klein regelmatig verband. Bij de linkerarmoevers, bewaarde muren met sleuven voor de sluisdeuren, en waterpoort: afgeschuinde rondboog met geprofileerde gestrekte puilijst over de hele lengte; in de bovenbouw, een centraal gotisch drielobvenstertje, afgewerkt met een spitsboogvormig druiplijstje, een vierkant venstertje, steigergaten en een geprofileerde kroonlijst.

Iets meer stroomafwaarts, met groen begroeide ruïnes, van de watermolen die erbij hoorde. Hij maakte deel uit van een groot watermolencomplex, bestaande uit: graanmolen, oliemolen, volmolen (voor de Brusselse lakennijverheid). Deze molens konden vrijwel permanent draaien. Daardoor was hij belangrijk voor een ruimere regio. In 1585 werd de molen vernietigd door de Spanjaarden maar later heropgebouwd. De laatste molenaar was August Coenen. Hij was van 1880 tot 1884 nog burgemeester van Weerde.

Het geheel werd tijdens WOI nagenoeg geheel vernield. Enkel de zandstenen ruïne bewaard.

De eigenaar van de Weerdemolen, Waterwegen en Zeekanaal, besloot tot een renovatie. Na een inspectie door Monumentenzorg Vlaams-Brabant en in nauwe samenwerking met de gemeente Zemst werden in 2008-2011 de volgende werken uitgevoerd:
- Afsluiten van de doorgang in de westelijke gevel zodat de achtergelegen trap niet meer bereikbaar is.
- Verwijderen van de klimopbegroeiing en de plantengroei om verdere aftakeling van het muurwerk tegen te gaan.
- De overblijvende muren van de sluistoren en de oeverversterkingen aan de bovenzijde werden voorzien van dekstenen zodat er geen water meer kan infiltreren.
- De verzakkingen en het ontbrekende voegwerk en het uitgevallen metselwerk in het muurwerk van de oeverversterkingen werden hersteld of terug aangebracht.
- Het voegwerk in de overblijvende muren van de torensluis werden hersteld
- De metalen onderdelen werden ontroest en geschilderd

Op Open Monumentendag 11 september 2011 werd de herstelde sluistoren in beperkte kring ingehuldigd.

<p>Weerdemolen<br />Molen van Weerde</p>

Prentkaart ca. 1910

<p>Weerdemolen<br />Molen van Weerde</p>

Foto: Arthur Cosyn 1911

<p>Weerdemolen<br />Molen van Weerde</p>

Prentkaart Nels voor 1914

<p>Weerdemolen<br />Molen van Weerde</p>

Prentkaart ca. 1920, na de vernieling

<p>Weerdemolen<br />Molen van Weerde</p>

De Sluistoren. Foto: Kris Vandevorst, 2006

Literatuur

Archieven
Algemeen Rijksarchief Brussel, Kaarten en Plannen, handschrift, nr. 2406. C.J. Everaert, Caerte figuratief der prochie van Weerde, 1786.

Uitgegeven bronnen
“Supplément au N° 331 de L’Oracle” (Brussels dagblad), vrijdag 27 november 1818, p. 3.

Werken
Lieven Denewet, "Volmolens voor wol en zeemleder in Vlaanderen en Waals-Brabant. Deel 1. Geografische en chronologische inventaris", Molenecho's, jg. 15, 1987, nrs. 2-3, 158 p. (themanummer).
D.J. Delestré, "Van den molen van Weerde", in: Eigen Schoon en de Brabander.
C.L. Spillemaeckers, "De molen en de sluis van Weerde", Eigen Schoon en de Brabander, LXIII, 1988, 7-8-9, p. 308-310.
André Ver Elst, "Nieuw-Zemst bi Leven en Welzijn: een nostalgisch spiegelbeeld van Elewijt, Eppegem, Hofstade, Weerde, Zemst en Zemst-Laar", Nieuwkerken-Waas, Het Streekboek, 1990.
"Herinneringen 1914-1918: Elewijt, Eppegem, Hofstade, Weerde, Zemst", Zemst, De Semse, 1986.
"Herinneringen aan dorpen in de gemeente Zemst", Ljubljana, Hisstory, 2001.
André Ver Elst, "Kleine encyclopedie van Groot-Zemst", Nieuwkerken-Waas, Het Streekboek, 1995.
André Ver Elst, "Nieuw-Zemst in oude prenten", Zaltbommel, Europese Bibliotheek, 1980, foto nr. 37.
André Ver Elst, "Ons Zemst: vroeger en nu", Zaltbommel, Europese Bibliohteek, 1995.
Herman Holemans, "Kadastergegevens: 1835-1985. Brabantse wind- en watermolens. Deel 3: arrondissement Halle-Vilvoorde (M-Z)", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem", 1992;
M.A. Duwaerts e.a., "De molens in Brabant", Brussel, Dienst voor Geschiedkundige en Folkloristische Opzoekingen van de Provincie Brabant, 1961.
C. De Maegd & S. Van Aerschot, "Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2N", Gent. 1975.
Karel Lemmens, "De molens te Zemst en omstreken", De Semse kroniek, X, 1995, nrs. 3 e, 4.
Roger Debroeck, Molens in Groot-Zemst, Zemst, Heemkundige Kring De Semse, 2010, 71 p.£
Albert Van Asbroeck, "Geschiedenis van Weerde", Jaarboek 2006 van de Heemkring "de Semse", p. 19-21 (Nederlandse vertaling van de tekst van Alphonse Wauters)
Roger Van Kerckhoven, "Water in al zijn aspecten te Groot-Zemst", in: Heemkring "de Semse", 1999, p. 183-184 (themanummer)(vertaling van Alphonse Wauters met aanvullingen)
Alphonse Wauters, Historie des environs de Bruxelles, Tome deuxième. Bruxelles, Edition Van der Auwera, 1855, p. 546-548.
Marc Alcide, "Volkstelling van het jaar 1796 van enkele gemeenten ten zuiden van Mechelen" (website)
Paul Huys, "Advertenties van industriemolens in het Brussels dagblad "L'Oracle" (1818)", Molenecho's, XXX, 2002, 4, p. 227.
Arthur Cosyn, "Le Brabant inconnu", Bruxelles, Bulens, 1911 (met eigen foto).

Persberichten
Raf Bonte, " Eind volgend jaar is het complex klaar. Weerdemolen krijgt eindelijk opknapbeurt", Het Nieuwsblad, 12.01.2008.
Koen Merens, "Officiële opening Weerdemolen op Monumentendag", Het Nieuwsblad, 08.09.2011.
Koen Merens, "Weerdemolen beschermd tegen weer en wind", Het Nieuwsblad, 13.09.2011.
J.D., "Weerdemolen weer zichtbaar", Gazet van Antwerpen, 21.09.2011.


Laatst bijgewerkt: zondag 18 december 2016
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens