|
Beschrijving
/ geschiedenis
De Jezuïetenmolen stond tot 1921 in Nieuwerkerken (Aalst). Daar werd hij al vermeld in 1384 (A.R.A. Brussel, Kerk. Fonds Vorst, 7392, anno 1384). Ook in de penningkohieren van 1571 wordt melding gemaakt van een windmolen (R.A. Gent, Penningkohieren 1571, 108 r°). De molen was lange tijd in het bezit van de adellijke familie de Liedekerke tot deze hem in de 17de eeuw verkochten aan de paters Jezuïeten van Aalst (vandaar de molennaam). Zij hadden zich in 1620 in Aalst gevestigd en hadden bezittingen in Nieuwerkerken en Lede. Of zij de molen zelf hebben laten optrekken, of er door schenking eigenaar van zijn geworden, is niet duidelijk. Deze archieven werden niet teruggevonden. Op het staakijzer van de achtermolen staat het jaartal 1632, maar er kon tot nog toe niet achterhaald worden of dit ook de datum van een heroprichting is. Rond 1773 wordt de geschiedenis van de Jezuietenmolen duidelijker. In dat jaar, onder het bewind van keizerin Maria-Theresia, werd de Jezuietenorde in de Zuidelijke Nederlanden opgeheven. De goederen van de Jezuieten werden aangeslagen en tussen 1774 en 1780 openbaar verkocht. “ Een hofstede met aanhorigheden en molen ter grootte van 1 bunder, 3 dagwanden en 5 roeden “ werd op 4 januari 1780 door Simon Van Landuyt uit Nieuwerkerken aangekocht voor de prijs van 9835 florijnen.¨ De molen stond toen rechts van de weg naar Haaltert. In 1784 verplaatste de nieuwe eigenaar de molen naar de overkant van de weg op het Kleinkorenveld. Het jaartal 1784 op de oosterteerling getuigt van deze verplaatsing. De molen bleef ca 141 jaar eigendom van dezelfde molenaarsfamilie. In 1835 was Bernard Van Landuyt de eigenaar, in 1865 was dit Philemon Van Landuyt-Callebaut. Zijn weduwe en zijn kinderen traden in zijn rechten in 1878 en in 1892 werd de molen geschonken aan Cyrille Van Landuyt-Vanden Brulle en aan de weduwe van Philemon Van Landuyt, die het vruchtgebruik had. Van 1910 tot de overbrenging naar Mere in 1922 waren de naakte eigendom en het vruchtgebruik in de hand van Cyrille Van Landuyt, die dus de enige rechthebbende bleef. In 1910 werden de houten pestelroeden vervangen door geklinknagelde roeden van het type Verhaegen. Op de plaats van het huidige kombuis was een balkon met leuning. De zijwegen en voorweeg hadden een brede houten beplanking, die onderaan recht afgewerkt was. Het materiaal van kap en zijwegen is moeilijker zichtbaar, maar waren vermoedelijk houten leien. De steekbanden waren omkast. Er was ook maar één trapleuning. In 1921 werd de molen ontmanteld en voor 40.000 fr. verkocht aan Jozef Van der Haegen, geboren in Mere in 1889 en afkomstig uit een landbouwersgezin. In de loop van 1922 werd de molen overgebracht naar de nieuwe molensite in Mere, waar hij in 1923 heropgebouwd werd door de eigenaar, die wagenmaker was.Hij werd geholpen door zijn 2 broers en door molenmaker Frans Van de Velde uit Haaltert. Van 1924 tot 1952 was de molen in bedrijf. Om de molen ook elektrisch te laten malen, werd tegen de windweeg achteraan, links op de steenzolder, een afzonderlijk conisch, gedeeltelijk houten aandrijfwerk voorzien. Via dit supplementaire drijfwerk dreef een op de meelzolder opgestelde elektromotor door middel van drijfriemen de twee achterste steenkoppels aan. Daartoe diende de molenaar enkel de riemen te leggen op de houten riemschijven waarmee de staakijzers van beide koppels onder de schijfloop waren uitgerust. In 1952 brak tijdens een storm de verticaal staande buitenroede af en bleef zij geplooid naast de molenkap hangen. In de daaropvolgende jaren liep de molen verdere stormschade op. De beplanking van voor- & zijwegen is identiek aan de huidige beplanking, eerder smal & voorzien van een profilering onderaan. Voor de restauratie van 1961 waren er ruitvormige leien op windweeg en buik. Ook het kombuis was aanwezig voor 1952. Er was nog steeds maar één trapleuning. De molen werd als monument beschermd bij KB van 28 maart 1956. Op het einde van de jaren 1950 werd een bestek voor de restauratie opgemaakt, mede onder impuls van de Heemkundige Kring van Mere. In 1961-1962 werden deze werken uitgevoerd door Walter Mariman uit Zele onder toezicht van Marcel Braet uit Sint-Andries. Er werd onder meer een nieuw gelast en verbusseld gevlucht aangebracht. Op 26 augustus 1962 werd de herstelde molen ingehuldigd met een druk bijgewoond molenfeest georganiseerd door de Heemkundige Kring van Mere. Tussen 1962 & 1970 liet de molenaar de molen af en toe draaien, er werd echter noch nauwelijks gemalen. In 1969 werd een dossier voor herstellingswerken goedgekeurd. Dit omvatte onder meer het aanbrengen van verbeteringen aan de wiekenas, de trap en de builmolen, het ontroesten en schilderen van het gevlucht, het leveren van nieuwe zeilen en een grondig nazicht en onderhoud. De werken werden pas in 1971 uitgevoerd door de gebroeders Peel uit Gistel. In de stormnacht van 12-13 november 1972 ging het gevlucht aan het draaien, niettegenstaande de vang oplag. De gietijzeren insteekaskop brak af voor de schichten en zakte lichtjes door. Het gevlucht kwam tot stilstand toen één van de buitenroeden tegen een teerling vastliep. Door de sterke wrijving was ook brand ontstaan aan het vangwiel, de brandweer van Aalst slaagde er echter in om deze tijdig te blussen. Om verder onheil te voorkomen werden de twee einden van de horizontaal staande binnenroede met 2 kabels aan de staart bevestigd. Onder impuls van de Heemkundige Kring van Mere werd bij de Rijksdienst voor Monumenten en Landschapszorg aangedrongen op een restauratie. De kosten hiervoor zouden ongeveer 837.000 bfr. bedragen. Hiervan zouden de gemeente en de eigenaar elk 15% betalen, de overige 70 % zou door de staat betaald worden. In het voorjaar van 1975 werd hiervoor de principiele goedkeuring verleend. Op 4 maart 1976 overleed de molenaar & eigenaar Jozef Van der Haegen. Zijn zonen Valere en Frans Van der Haegen erfden de molen, maar geraakten het onderling oneens. In 1976 werden de restauratiewerken aanbesteed en toegewezen aan de laagste bieder, de firma Peel uit Gistel. Maar omwille van onenigheid tussen beide eigenaars werden de werken niet uitgevoerd. Tijdens een storm in januari 1978 werd de molen verder beschadigd. De gebroken molenas werd uit de baansteen gelicht, de askop en het gevlucht kwamen op de kap terecht, die hierdoor zwaar beschadigd werd. Bij een volgende storm sloeg het gevlucht op de grond te pletter. In december van datzelfde jaar wees de gemeentelijke culturele raad van Erpe-Mere op de zorgwekkende toestand van de molen en drong zij aan op restauratie. Na een schrijven van de Rijksdienst voor Monumenten en Landschapszorg, met de mededeling dat niet werd voldaan aan de wettelijke onderhoudsplicht, maakte één van beide eigenaars het achterkeuvelende met beplanking dicht. In de jaren ’80 dienden de eigenaars een verkavelingsaanvraag in voor het terrein waarop de molen en het verkrotte molenaarshuis zich bevonden. Het gemeentebestuur weigerde de vergunning af te leveren. In de periode 1990 – 1997 verwaarloosden de eigenaars de molen verder, ondanks herhaaldelijke aanmaningen. In 1991 werd het gat in de kap gedicht door vrijwillig molenaars, buiten weten van de eigenaars. De toegang tot de molensite werd hen nadien door de eigenaar verboden. Intussen groeide in de gemeente het idee om de molen aan te kopen. De eigenaars hadden echter niet de intentie om de molen aan de gemeente te verkopen, maar wel om de grond als dure bouwgrond te verkopen. In 1991 werd de omgeving van de molen op de voorontwerplijst van voor bescherming vatbare dorpsgezichten geplaatst. Dit zou echter niet gevolgd worden door een plaatsing op de ontwerplijst. Omwille van de hoge vraagprijs voor de grond rond de molen, werd in 1993 overwogen om alleen de molen aan te kopen en deze te verplaatsen naar het gemeentelijk domein Steenberg. Deze inplantingsplaats bood voldoende windvang, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen gaf hiervoor nochtans een principiële goedkeuring. Frans Van der Haegen overleed in september 1994, waarmee tevens een einde kwam aan de toestand van onverdeeldheid. Voor zijn overlijden werd een overeenkomst tussen beide broers getekend, waarbij Valère als toekomstige eigenaar werd aangeduid. Maar ook hij toonde weinig interesse in de molen en in het voorstel om de molen en een stuk bijhorende grond in erfpacht aan een vzw te geven. Deze vzw zou dan de molen laten restaureren en hem openstellen en onderhouden. In 1997 werden zowel de molen als het terrein onteigend en werd de gemeente eigenaar. In 2000 werden met een onderhoudspremie de meest dringende werkzaamheden uitgevoerd, zoals het uithalen van as en wielen, het aanbrengen van een nooddak, het uitvoeren van een preventieve en curatieve houtbehandeling en het plaatsen van een afsluiting rond het terrein. Deze werken werden uitgevoerd door 't Gebinte Molenbouw uit Erpe-Mere. Een maalvaardige restauratie werd voorbereid, onder leiding van ir.-arch. Sabine Okkerse uit Horebeke. Op 30 september 2004 werd de molen gedemonteerd en vervoerd naar het atelier van Molenbouw Thomaes in Beveren-Roeselare. Er werd geoordeeld dat een nieuwe staak moest gemaakt worden. Het was niet eenvoudig daartoe een geschikte eikenboom te vinden: de staak is 8,5 meter lang, met een omtrek van 2,50 meter. Op 10 juni 2006 's avonds werden de molenkast, de roeden en de kap vervoerd vanuit het atelier naar Mere. De volledige montage (kast en roeden) gebeurde op 29 april. Op 3 juni 2006 werd de Kruiskoutermolen officieel ingehuldigd. De staakmolen is van het zeldzame type driezolder. Vele inscripties staan in de balken gesneden. Op een staakijzer staat 1632 en een ijzerbalk bevat de tekst "Doet Elck U werck, ick 't myne, J. De Backer wou mij alsoo stellen". Deze tekst verwijst naar 1768 (en niet naar 1771, zoals eerder gedacht). De molen heeft drie koppels maalstenen aangedreven door drie kamwielen op de molenas. Vroeger was de molen uitgerust met een steekstaart.
In het terrein rond de molen, dat via een lange onteigenings- en aankoopprocedure verworven is door de gemeente Erpe-Mere, wordt de oprichting van een educatief centrum voorzien. Johan De Punt, Sabine Okkerse, Lieven Denewet

Bij de inhuldiging op 03.06.2006. Foto: Damien De Leeuw, Herzele

Montage op 29.04.2006. Foto: Damien De Leeuw, Herzele

Foto: Damien De Leeuw, Herzele, 20.04.2006

Demontage op 30.09.2004. Foto: Thomas Piens, Zingem

Foto: Robert Van Ryckeghem; 2001
Bijlagen
1. Jaarlijks aantal asomwentelingen. 2006: 24618 2007: 62989 2009: 94511
2. Feestprogramma van de inhuldiging Ter gelegenheid van de inwerking stelling van de Kruiskoutermolen organiseert het gemeentebestuur van Erpe-Mere op 3 en 4 juni, telkens van 14.00 u. tot 18.00 u, een feestweekend. Programma: - Infostandjes/degustaties verzorgd door verenigingen van Erpe-Mere - Molententoonstelling - Zendamateurs LARA - Kindermolen - Schminkstand - Ballonnenclown - Oude ambachten - Deskundige uitleg molenaars - Wandeling - Vandelzwaaiers Flago - Bezoek molen - Dixieland Streetband in samenwerking met volgende verenigingen/personen : Gezinsbond Mere, Streekspiegel, De Heemkundige Kring, Koninklijke Harmonie St. Cecilia Erpe, Wijngilde , Davidsfonds Mere, Radioamateurs Lara, Majoretten Erondegem, postzegelkring Erpa, vzw Levende Molens, KAV Mere en ereschepen Herman Van Wilder.
3. Persbericht. Herman Laneau, "Kruiskoutermolen in volle glorie Houten staakmolen dit weekend feestelijk ingehuldigd", in: Het Nieuwsblad, 03.06.2006. MERE - Na dertig jaar verloedering en een opknapbeurt van ruim een jaar in een West-Vlaams atelier staat hij in volle glorie terug op zijn heuvel in de Schoolstraat: de Kruiskoutermolen. Zaterdag en zondag wordt de houten staakmolen in Mere feestelijk (her)ingehuldigd. Weinig dingen hebben zo'n emotionele waarde voor de Merenaren als de houten molen op de Kruiskouter. Hij werd bezongen door plaatselijke dichters en talloze malen geschilderd door kunstenaars van overal te lande. Na een jarenlange administratieve en juridische strijd van de gemeente Erpe-Mere om hem te verwerven, werd de molen of wat er toen nog van overbleef, vorig jaar naar molenbouwer Thomaes in Roeselare overgebracht voor restauratie. Een paar weken geleden kwam hij met een speciaal transport terug naar Mere waar hij verder werd afgewerkt. Hij is nu helemaal maalvaardig, net zo stoer en sterk als in de tijd van Merenaar Jozef Van der Haegen, de laatste molenaar die hem tot halfweg vorige eeuw bemaalde. Het gemeentebestuur, de cultuurdienst en tal van verenigingen organiseren zaterdag en zondag een feestelijk molenweekend op de site. Zaterdag om 14 uur opent de molententoonstelling en geven de molenaars uitleg over de ,,Jezuïetenmolen'' zoals hij ook werd genoemd. Er is kinderanimatie en een ambachtenmarkt en om 16.30 uur start het wagenspel ,,De slag van de molen.'' Zondag gaan de activiteiten van 14 tot 18 uur verder: degustatiestandjes van verenigingen, een Dixieland Streetband, een begeleide molenwandeling (start 14 uur), vendelzwaaien en een tweede voorstelling van het wagenspel.
4. HLS, "Molenwiel", in: Het Nieuwsblad, 31.05.2008. ERPE-MERE - De oorspronkelijke molenstaak en het molenwiel van de Kruiskoutermolen die momenteel liggen te verkommeren naast de heropgebouwde molen krijgen een overkapping om ze als historische herinnering te conserveren. Er komt ook een sanitair blok. Het gemeentebestuur reserveert 8000 euro voor de ingreep.
5. Geert Houck, "Erpe-Mere: Zieziek in een windmolen", in: Het Nieuwsblad, 08.07.2009. Natuurgebied Den Dotter in Erpe-Mere bulkt van de landelijke authenticiteit. De vallei van de Molenbeek is een ideaal fietsgebied te midden van het groen en de akkers. Op fietsknooppunt 41, aan de Gotegemstraat staat er een kleine picknickbank naast een historische bakkersoven. Het bakstenen gebouwtje staat er al van omstreeks 1600 en is een tijdje geleden gerestaureerd. Eeuwen lang kwamen de families van het gehucht Gotegem hier hun brood bakken. Nu worden alleen op speciale gelegenheden nog ovenkoeken gebakken. Erpe-Mere is een echte molengemeente: het is de gemeente met de meeste watermolens van België, negen in totaal. En in 2006 werd de Kruiskoutermolen helemaal gerestaureerd. Die bevindt zich op ongeveer een kilometer van de picknickplek aan de Schoolstraat. Ik heb er afspraak met vrijwillige molenaar Johan De Punt. Gelukkig staat er een flinke wind, de wieken slaan aan een gezwind tempo rond. Aangezien ik geen slag van de molen wil, blijf ik op veilige afstand. Johan vertelt met dat de toppen van de wieken bij felle wind wel tot 100 km per uur voorbij kunnen razen. Hij neemt me mee naar de zolders van de molen. De kruiskoutermolen is een staakmolen met drie zolders. De onderste heet ‘de hel'. Daar zat altijd veel ongedierte, vandaar de naam. De trap langs de buitenkant beweegt een beetje mee, wanneer ik ‘m beklim. Hij zweeft namelijk en moet mee kunnen draaien, wanneer de molen in een andere richting wordt gezet. Eenmaal binnen in de molen, ben ik onder de indruk van het mechanisme. Bijna alles is gemaakt van hout. De timmerlui uit de Middeleeuwen waren de ingenieurs van hun tijd. In de hoek van de bovenste zolder, waar alle tandwielen samenkomen, zie ik repen varkenshuid aan een touw hangen. Het blijkt een oeroud smeermiddel te zijn: varkensliesvet. Smeerbaar zowel in de zomer als in de winter. Ideaal om het molenmechanisme vlot te laten draaien. Met de sterke wind draaien de wieken op volle toeren. Dat voel je wanneer je in de bovenste zolder staat. Ik word er zelfs een beetje zeeziek van. En ik ben de enige niet, blijkbaar. Want ook molenaar Johan komt wel 's dronken thuis. En dat is niet van de drank! Je kunt de kruiskoutermolen gratis bezoeken op de momenten dat er molenaars aanwezig zijn. Neem 's een kijkje op hun website.
Herman Laneau, "Gemeente betaalt 206.000 euro meer voor Kruiskoutermolen", Het Nieuwsblad, 01.04.2010. ERPE-MERE - Opschudding dinsdagavond op de gemeenteraad in Erpe-Mere. Schepen van Financiën Johan Van Vaerenbergh (CD&V) haalde een extra prijskaartje van 206.457 euro boven voor de Meerse Kruiskoutermolen. ‘We ontvingen een vonnis van het hof van beroep in Gent waarin staat dat we in 1997 te weinig hebben betaald voor de onteigening van de grond waarop de vervallen molen stond', verduidelijkte de schepen. ‘We begrijpen de uitspraak niet. De gemeente betaalde toen 15.000euro, de juiste waarde van de grond. We hadden een officieel attest waarop stond dat de grond waarop de historische molen stond, geen bouwgrond was. We hadden daarover een discussie met de eigenaars en de vrederechter gaf de gemeente toen gelijk.' ‘De eigenaars spanden echter een proces in om meer geld te eisen. Dat werd uiteindelijk beslecht voor het hof van beroep. De gemeente moet nu een hogere prijs betalen, vermeerderd met de intresten en de gerechtskosten. Dat moet snel gebeuren, want elke dag komt er ruim tieneuro bij, vervolgde de schepen. De oppositiepartijen Vlaamse Belang en SP.A/Groen reageerden verontwaardigd. ‘Waarom heeft de gemeente niet eerder ingestemd met de besluiten van de burgerlijke rechtbank?' vroeg raadslid Reinold De Vuyst. ‘Nu betalen we maar liefst 37.000euro aan intresten.' De schepen oordeelde dat gedane zaken geen keer nemen en de gemeenteraad keurde de betaling goed. De Kruiskoutermolen is het toeristisch paradepaardje van Erpe-Mere. De gemeente kocht de molen via een onteigeningsprocedure aan in 1997, nadat een storm in 1978 het waardevol erfgoed bijna volledig vernield had. De Kruiskoutermolen werd vanaf 2004 volledig herbouwd en in 2006 in operationele staat opengesteld. De molen wordt ook de Vanderhaegenmolen genoemd, naar de Meerse molenaar Jef Vanderhaegen die tot halfweg vorige eeuw de molen in gebruik hield. De gemeente wil er nu een educatief centrum bouwen en gaat koopt daarom bijkomende grond aan.
Literatuur
Lieven Denewet, "Erpe-Mere: de grootste molengemeente in Vlaanderen!", in: Molenecho's, XXI, 1993, nr. 2, p. 72-87; Lieven Denewet, "Vijf Oost-Vlaamse moleninhuldigingen in 2006", Molenecho's, XXXIV, 2006, 4, p. 236-245; (L. Smet), "In memoriam" (Jozef Van der Haegen), in: Molenecho's, IV, 1976, p. 26; (L. Smet), "In memoriam" (René Van der Haegen), in: Molenecho's, IV, 1976, p. 43; A. D'Hoker, "Wind- en Watermolens. De Molens te Mere", in: Het Land van Aalst, XI, 1959 en in: Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere, I, 1961, p. 17-; A. D'Hoker & R. Van Impe, "De windmolen Van der Haegen", in: Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere, II, 1962, nr. 3, p. 38-40; "Standaardmolen te Mere", in: Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere, 1978, nr. 2, p. 24; J. De Punt, "Erpe-Mere, molendorp", in: Verbond van de Kringen voor Heemkunde in Oost-Vlaanderen, 1999, nr. 2, p. 3 e.v.; T. Piens & A. Goublomme, "Molenaar gezocht voor de Kruiskoutermolen-in-oprichting te Mere", Molenecho's, XXXIII, 2005, 4, p. 214; Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985, p. 176; Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25); E. D(e) K(inderen), "De windmolen van Mere ook Jezuïtenmolen genoemd", in: Levende Molens, II, 1979, nr. 9, p. 105-106; nr. 11, p. 137, ill. [foto zoals de molen erbij staat sinds 16 maart 1978]; (L. Smet), "De molen "Van Der Haegen" in de storm", in: Molenecho's, VI, 1978, nr. 3, p. 18; (L. Smet), "Mere. Molen Van Der Haegen", Molenecho's, VII, 1979, nr. 7, p. 54, 56; Y. Suys, "De windmolen van Mere blijft in 't nieuws", in: Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere, XIX, 1979, nr. 4, p. 46; VIM., "De windmolen van "Mere" of wat de administratieve molen vermag", in: Voorpost, XXXI, 1978, nr. 52, p. 20; J. De Vuyst, "Meerse molen Van Der Haegen verrot: "'t kost teveel", in: Voorpost, XXXV, 1982, nr. 1, p. 10; "Feestelijke dag in het verschiet te Mere. Driehonderdjarige molen hersteld", in: Latomus, 23 augustus 1962; "Molen te Mere", in: Levende Molens, II, 1979, nr. 2, p. 22; "De molen in de storm", in: Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere, XIII, 1973, nr. 7, p. 7; "Molennieuws", in: Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere, IX, 1969, nr. 2, p. 19; "Molennieuws", in: Mededelingen van de Heemkundige Kring van Mere, XVII, 1977, nr. 1, p. 12; XVIII, 1978, nr. 2, p. 23; S.J., "Staakmolen te Mere begaf het", in: Voorpost, XXXI, 1978, nr. 12, p. 1; L.H., "De molen "Van der Haegen" te Mere", in: Voorpost, XXXI, 1978, nr. 25, p. 10; "Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Eerste aflevering. De arrondissementen Aalst en Dendermonde", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XIV, 1960, 3 (Gent, 1962); Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 5. Gemeenten M-N", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2004; "Heemschut: Instandhoudingswerken aan de windmolen van Erpe", in: Driemaandelijks mededelingenblad van de Heemkundige Kring van Erpe-Mere V.Z.W., 2001, nr. 1, p. 22 e.v., ill.; David Van Waeyenberghe, "Kruiskoutermolen stat weer op zijn plaats. Restauratie nam anderhalf jaar in belsag. Begin juni officiële opening", in: Het Nieuwsblad, ed. Denderstreek, 12.04.2006, p. 13; Alain Goublomme, "Kruiskoutermolen van Erpe-Mere werd feestelijk in gebruik genomen", in: Levende Molens, 28ste jg., 2006, nr. 6, p. 61, 66-67; Herman Laneau, "Kruiskoutermolen in volle glorie Houten staakmolen dit weekend feestelijk ingehuldigd", in: Het Nieuwsblad, 03.06.2006; DVM, "Kruiskoutermolen in Mere. Ingehuldigd en ingewijd", in: De Beiaard, 9 juni 2006, p. 6; Johan de Punt, "Bouwhistorische nota van de windmolen van Mere", in: Molinologie, Tijdschrift voor molenstudie, TIMS - Nederland/Vlaanderen, 2006, nr. 25, p. 36-43, ill. Johan De Punt, "De Kruiskoutermolen draait, de Kruiskoutermolen maalt", in: Mededelingen van de Heemkundige Kring van Erpe-Mere, 2006, nr. 3, p. 45, ill. HLS, "Molenwiel", in: Het Nieuwsblad, 31.05.2008. Geert Houck, "Erpe-Mere: Zieziek in een windmolen", in: Het Nieuwsblad, 08.07.2009. "Kruiskoutermolen wacht op verfraaiing", De Beiaard, 05.02.2010. Herman Laneau, "Gemeente betaalt 206.000 euro meer voor Kruiskoutermolen", Het Nieuwsblad, 01.04.2010.
|