Molenzorg
Wannegem-Lede (Kruishoutem), Oost-Vlaander...
Naam

Molen van Wannegem
Grote Molen
Houtavemolen
Schietsjampettermolen

Ligging Huisepontweg
9772 Wannegem-Lede (Kruishoutem)

noordzijde
hoek Molenstraat
Wannegemkouter
kadasterperceel B26


toon op kaart
Eigenaar Etienne Van Hoe, Wannegem-Lede
Gebouwd voor 1571 / 1763 / 1981
Type Staakmolen met open voet
Functie Korenmolen
Kenmerken West-Vlaamse staakmolen van het kusttype
Gevlucht/Rad Gelijmde houten pestelroeden (prototype)
Inrichting 2 koppels maalstenen, haverpletter
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
14.04.1944 / 15.12.1982
Molenaar Thomas Piens, Willy De Schuyter, John Monsecour
Openingstijden Op afspraak, tel. 0472 91 41 92 (T. Piens), e-mail: tpiens@hotmail.com en als de molen draait
<p>Molen van Wannegem<br />Grote Molen<br />Houtavemolen<br />Schietsjampettermolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden   

Beschrijving / geschiedenis

De Molen van Wannegem, Grote Molen, Houtavemolen (tijdelijk ook Steyaertsmolen, naar de vroegere molenaars) is een houten korenwindmolen op Wannegemkouter, op de hoek van de Huisepontweg (noordzijde) en de Molenstraat, op een halve kilometer ten noordoosten van de kerk van Wannegem-Lede.

Oorspronkelijk was de benaming "Molen van Wannegem". De benaming "Grote Molen" kwam er pas na de oprichting van de "Kleine Molen" aan de noordzijde van de Nokerepontweg (zie aldaar). De benamingen "Houtavemolen" en "Schietchampetter(molen)" kwamen er pas na de overbrenging van een staakmolen van het West-Vlaamse type uit Houtave in 1981.

Al in de 16de eeuw stond hier een staakmolen, in het bezit van de heren van Wannegem. Volgens de penningkohieren van Wannegem van 1571 huurde molenaar Joos Steuperaert de molen van jonkheer Anthonis van Quickelberghe, heer van Wannegem, voor 31 ponden 4 schellingen grooten. 

Molenaar in 1742 was Guillaume Vanden Abeele, zoon van Adriaen.

Er volgde een heropbouw in 1763. In het Ancien Regime behoorde de molen toe aan de heren van Wannegem. Ook na de Franse revolutie bleef de molen in het bezit van de kasteelheren van Wannegem.

We vinden hem aangeduid op de Fricxkaart (1712), op de Ferrariskaart (ca. 1775) met het bruin symbool van eens taakmolen en met de benaming "Moulin de Wanneghem", in de Altas der Buurtwegen (ca. 1844), op de topografische kaart van Vandermaelen (ca. 1850) met de benaming "Grooten Molen" en op de kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1860).

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Baut de Rasemond, baron te Wannegem-Lede. In 1834 was Jan Francies Vandenabeele pachter van de molen op de hofstede met 3 bunderen 19 roeden en 2 ellen Nederalndse grond.
- 1838, erfenis: Vandenhecke-Baut Charles, rentenier te Gent
- later, erfenis: de weduwe (overlijden van Charles Vandenhecke)
- 21.11.1860, deling: de Roye de Wichem Richard Hubert Jan Joseph Ghislain en consoorten (consoorten: a) de Roye de Wichem Leon Jean François Auguste, eigenaar te Brussel, b) de Roye de Wichem Hortense Marie Ghislaine Françoise Xavière Joséphine, echtgenote de Villegas de Clercamp Balthazar Charles Joseph Ghislain, eigenaar te Brussel en c) de Roye de Wichem Edmond Joseph Ghislain, militair te Brussel) (notarissen Lammens en Eggermont)
- 15.06.1861, deling: de Roye de Wichem Edmond Joseph Ghislain, militair te Brussel (notaris Lammens)
- 27.11.1861, verkoop: de Ghellinck d'Elseghem-Surmont ridder Jean-Baptist Anicet Marie Ghislain, eigenaar te Wannegem-Lede (notaris Lammens)
- 05.01.1880, erfenis: a) de Ghellinck d'Elseghem Jean Anicet (voor 1/2 naakte eigendom), eigenaar te Wannegem-Lede en b) de Ghellinck d'Elseghem Jean-Baptist, de weduwe (voor 1/2 vruchtgebruik), eigenares te Wannegem-Lede (overlijden van Jean-Baptist de Ghellinck d'Elseghem)
- 10.05.1912, einde vruchtgebruik: de Ghellinck d'Elseghem-Surmont de Volsberghe Jean-Baptiste Anicet Marie Ghislain, eigenaar te Wannegem-Lede (overlijden van de weduwe)
- later, erfenis: de erfgenamen (overlijden van de weduwe)
- 18.11.1913, deling: de Ghellinck d'Elseghem-Delebecque Jean-Baptsit (zoon van Jean-Baptist), eigenaar te Wannegem-Lede (notaris Fobe)
- 23.02.1927, erfenis: de kinderen (overlijden van Jean-Baptist sr. de Ghellinck d'Elseghem)
- 24.12.1931, deling: de Ghellinck d'Elseghem-de la Bourdonnage Jean-Baptiste Antoine, ingenieur en burgemeester te Wannegme-Lede (notaris Fobe)
- 29.06.1969, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Jean-Baptiste de Ghellinck d'Elseghem)(o.a. de molenwal)
- 09.10.1995, verkoop: Van Hoe-Libbrecht Etienne Jules, te Wannegem-Lede (notaris Deforce)

Rond 1850 werd de staakmolen gerekend tot klasse 1 en werd belast met een kadastraal inkomen van 286 frank. De molen werd steeds verpacht: o.m. aan de molenaars Van Hecke en Steyaert.

Op 2 mei 1868 werd een verhuringsoproep gedaan: "Eenen goeden koorn windmolen te Wannegem-Lede, met omtrent 5 hectaren land en meersch zich te vervoegen bij J.B. De Ghellinck-d'Elseghem op het kasteel te Wannegem-Lede of bij den notaris d'Huyvetter".

In 1936 werd de molen stilgelegd. Na jarenlang verval waaide de molen om op 27 oktober 1959. De molenwal bleef echter bestaan. De wettelijke bescherming werd op 15 april 1965 opgeheven.

De huidige molen is afkomstig uit Houtave in West-Vlaanderen, vandaar de benaming Houtavemolen. Hij stond er aan de noordzijde van de Oostendse Steenweg.

De molen werd, zonder de grond, begin 1981 verkocht aan molenliefebber Etienne Van Hoe uit Wannegem-Lede. Hij bekwam op 18 februari 1981 een principiële toestemming van staatssecretaris Rika De Backer. Het ging enkel nog maar om het in gang stellen van de procedure voor het uitvaardigen van het daartoe nodige Koninklijk Besluit, omdat het om een beschermd monument ging. Het was dus nog geen toestemming tot verplaatsing. Eigenaar Van Hoe achtte dit blijkbaar slechts als een onbeduidende formaliteit, want hij besliste meteen op te treden. Zo verscheen hij met molenbouwer Walter Mariman uit Zele, een tiental arbeiders, een kraan van 65 ton en drie opleggers, op dinsdagmorgen 9 maart 1981 om 9 uur in Houtave. Er werd meteen begonnen met het ontmantelen van de molen. Maar dit kwam ter ore van de Zuienkerkse gemeenteraadsleden Meuleman en Van Besien. Zij alarmeerden ie de West-Vlaamse provinciale diensten. Ook inspecteur Jo De Schepper, belast met molenzorg bij de toenmalige Rijksdienst voor Monumenten en Landschapszorg (voorloper van het huidige Agentschap Onroerend Erfgoed) werd  in de arm genomen. De politie werd er bijgehaald en zo verscheen de plaatselijke veldwachter Joël De Cloedt ten tonele.

Er werd druk getelefoneerd met de topambtenaren te Brussel. Vrederechter Paul Bauters uit Etterbeek (Brussel), die ter plaatse aanwezig was als lid van de provinciale Oost-Vlaamse molencommissie, poogde te bemiddelen en maakte gebruik van zijn functies om het transport naar Wannegem-Lede toch te laten doorgaan. Niets mocht baten. De ambtenaren konden hun zegen niet geven en de veldwachter was zeker niet te vermurwen. Rond 15 uur was de molen helemaal ontmanteld en dan pas gingen de poppen aan het dansen, want Etienne Van Hoe zette door. Hij kon maar niet aanvaarden, dat hem wel de toelating werd verleend om de molen te ontmantelen, maar niet om hem weg te voeren.
De reden lag in het feit dat het monument in verval was en dus wel mocht ontmanteld worden om het te beschermen en later wellicht te restaureren... al dan niet ter plaatse.
Er werd aanstalten gemaakt om de molenkast op één van de opleggers neer te leggen. De veldwachter sprong echter op het voertuig, terwijl het gevaarte boven zijn hoofd bengelde. Omdat geen gevolg werd gegeven de werken te staken, trok hij zijn dienstrevolver en vuurde tweemaal in de lucht, waarbij een schot de molenkast raakte. Daarna gaf hij, met het wapen in de hand, het bevel aan de kraanman om de molenkast weer op de grond te zetten. De geschrokken arbeider zag dat het menens was en deed wat hem gevraagd werd. Dit gebeuren vormt de verklaring van de bijnaam "Schietsjampettermolen", voorkomend uit de spottende benaming "de molen van de Schietchampetter" die door de genoemde Paul Bauters werd gelanceerd.
Uiteraard was de "molenoorlog" van Houtave nog niet achter de rug. De toenmalige rijkswacht (voorloper van de huidige federale politie) werd ter versterking geroepen en vermits er schoten vielen, werd ook het parket gewaarschuwd. Alle betrokkenen werden verhoord. Ondertussen bleek dat het provinciebestuur van West-Vlaanderen toen ook beslangstelling had voor de molen en deze in extemis eveneens zou willen kopen. Wel wat laat...

De Bestendige Deputatie van de provincie West-Vlaanderen nam op 2 juli 1981 het besluit de molen te onteigenen. Op advies van de genoemde Paul Bauters, tevens vrederechter, leidde eigenaar Etienne Vanhoe de zaak voor de rechtbank van Brussel. In kortgeding verleende deze rechtbank op 10 juli 1981 aan de eigenaar de toelating om de molenonderdelen voorlopig in veiligheid te brengen in Kruishoutem. Nog dezelfde avond werd de molen weggehaald, alhoewel er geen slopingsvergunning was en het Koninkljik Besluit van 14 april 1944, dat de molen beschermd als monument, niet gewijzigd op opgeheven was.
De officële toelatingen werden pas achteraf verleend: op 15 december 1982 (wijziging beschermingsbesluit van 14 april 1944 en aanwijzing op de nieuwe lokatie) en op 4 mei 1983.
Inmiddels was de molenkast al op het nieuwe gebinte te Wannegem-Lede geplaatst.
De Provincie West-Vlaanderen vroeg aan de Raad van State de vernietiging van deze twee besluiten. Op 6 februari 1984 beval de Correctionele Rechtbank te Brugge het herstel van de molen ter plaatse, met name te Houtave. De molen bleef evenwel te Wannegem-Lede staan. De restauratie aldaar, uitgevoerd door molenmaker Walter Mariman, geraakte pas in 1987 voltooid.

In Houtave resteren enkel nog de vier verbrokkelde teerlingen. Ze werden op 5 oktober 2009 vastgesteld als bouwkundig erfgoed.

In Wannegem-Lede werden er opnieuw (net zoals in Houtave) houten pestelroeden aangebracht, hetgeen een aantal keren geleid heeft tot roedebreuk. In 2003 werd een nieuw prototype houten gevlucht aangebracht: tropisch hardhout (bilinga), versterkt met inox staven en epoxyhars. Gevolg: een veel te zwaar wiekenkruis! De molen kreeg in 2003 ook een nieuw gebint (kruisplaten, schoren, zetel), maar de staak dateert nog van 1796. De gietijzeren askop is nog afkomstig van de molen te Houtave en werd gegoten door Joseph Van Aerschot uit Herentals. Er zijn zeer diepe ashuizen, dit in verband met de pestelroeden die de molen steeds gehad heeft (melding Nico Jurgens, Hoorn).

De molen was opnieuw draaivaardig en werd in 2006 ook maalvaardig gemaakt. Na het plotse overlijden van vrijwillige molenaar Amand Fauconnier uit Melle op 22 mei 2006 wordt de molen nu aan het draaien gebracht door Thomas Piens, Willy De Schuyter en John Monsecour. Voor info en reservaties:
Thomas Piens, Voordestraat 8, 9750 Zingem, tel. 0472 91 41 92, e-mail: tpiens@ hotmail.com

Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

<p>Molen van Wannegem<br />Grote Molen<br />Houtavemolen<br />Schietsjampettermolen</p>

Foto: Marnix Demoor, 20.05.2010

<p>Molen van Wannegem<br />Grote Molen<br />Houtavemolen<br />Schietsjampettermolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, 02.11.2011

<p>Molen van Wannegem<br />Grote Molen<br />Houtavemolen<br />Schietsjampettermolen</p>

Foto: Lieven Denewet, Hooglede

<p>Molen van Wannegem<br />Grote Molen<br />Houtavemolen<br />Schietsjampettermolen</p>

Tijdens de restauratie in 2002. Foto: Robert Van Ryckeghem

<p>Molen van Wannegem<br />Grote Molen<br />Houtavemolen<br />Schietsjampettermolen</p>

De vorige molen, omgewaaid in 1959. Foto jaren 1950. Verzameling Ons Molenheem

Bijlagen

Jaarlijks aantal asomwentelingen:

1997:         0
1998:         0
1999:         0
2000:         0
2001:         0
2002:         0
2003:         0
2004:   34637
2005: 113778
2006: 105586
2007:   20007
2009:   23879
2010:   35588
2011:

Torie Mulders (pseudoniem van Hector Vindevogel), "De windmolens tussen Schelde en Leie", in: Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XXII, 1946-1948, p. 46-107 (78)(handschrift uit de jaren 1930).
Wanneghem
Heden prijkt toch nog op haren schoonen dam, de wel onderhouden houten staakmolen van de We Steyaert, zijnde de Groote Molen.
Ze staat Noord-Noord Oostweerd van 't dorp op d'hoogte, en beheerscht de gansche streek.

Intekendatum: 20.12.2002
Molen: Wannegem-Lede (Kruishoutem, O.-Vl.), Houtavemolen, Schietsjampettermolen - staakmolen met bijzondere pestelroeden
Bouwheer: Etienne Vanhoe, Wannegem-Lede
Ontwerper: Architect Patrick Vanroy, Meerhout
Opdracht: Aanvragen tot deelneming aan de beperkte aanbesteding voor de restauratie, fase 1: nieuwe pestelroeden in bilinga, met verlijmde einden in de pestel en met epoxyhars vastgemaakte roestvrije stalen staven in de pestel; o/cat. D23, kl. 2; 80 werkdagen
Plaats aanbesteding: Patrick Vanroy, Oude Baan 65, Meerhout
Toewijzing: Thomaes Molenbouw nv, Roeselare

Intekendatum: 14.10.2005
Molen: Wannegem-Lede (Kruishoutem, O.-Vl.), Houtavemolen, Schietsjampettermolen - staakmolen met pestelroeden
Bouwheer: Etienne Vanhoe, Wannegem-Lede
Ontwerper: Architect Patrick Vanroy, 2450 Meerhout
Opdracht: Opstellen van een lijst van gegadigden voor de restauratie, fase II, maalvaardigheid; o/cat. D23, kl. 2
Plaats aanbesteding: Patrick Vanroy, Oude Baan 65, Meerhout
Toewijzing: Thomaes Molenbouw nv, Roeselare

Persbericht. PD, "Schietsjampettermolen", in: Het Nieuwsblad, 19.12.2007.
Kruishoutem - Bijkomende restauratiewerken aan de Schietsjampettermolen in Wannegem-Lede worden op 18.970 euro geraamd. De eigenaar kan hiervoor rekenen op een gemeentelijke steun van 3.787 euro. Eerder al  betaalde de gemeente een premie van 42.894 euro als tussenkomst voor het opnieuw maalvaardig maken van de molen. Deze werken werden destijds op 214.848 euro geraamd.

Persbericht. Paul Darragas, "Schietsjampettermolen torent weer over Wannegem-Lede. Nieuwe wieken uit tropische houtsoort moeten breuken vermijden", in: Het Nieuwsblad, 18.12.2003.
Wannegem-Lede - Met het fototoestel in aanslag volgde Etienne Van Hoe gisteren hoe nieuwe wieken op zijn Schietsjampettermolen in de Huisepontweg in Wannegem-Lede werden geplaatst. Een klus die door molenbouwer Peter Thomaes en zijn ploeg werd geklaard. Eind deze week zullen de wieken weer draaien en als de planning naar wens verloopt, moet de achttiende-eeuwse houten staakmolen in 2005 maalvaardig zijn.
In 1980 kocht Etienne Van Hoe de molen in Houtave, een gemeente bij Brugge. Het was zijn bedoeling om de molen, die toen niet meer dan een wrak was, af te breken en rechtover zijn woning in de Huisepontweg in Wannegem-Lede weer op te bouwen. Maar dat was zonder de veldwachter van Houtave gerekend. ,,Tot twee keer toe schoot de man in de lucht om het transport van de molen tegen te houden. Vandaar de naam Schietsjampettermolen '', vertelt Etienne Van Hoe. ,,Na een juridisch gevecht van tien jaar mocht de beschermde molen uiteindelijk definitief in Wannegem-Lede blijven.''
Eind 1999 liep de intussen volledig gerestaureerde molen tijdens de beruchte kerststorm zware averij op. De voorflank en het dak werden beschadigd en een wiek werd tientallen meters de kouter ingeslingerd. Ook het binnenwerk werd vernield.
,,Met het aanbrengen van de nieuwe wieken is het uiterlijk van de molen weer volledig gerenoveerd'', zegt Etienne Van Hoe. ,,De molen zal weer kunnen draaien, maar nog niet malen omdat nu nog het binnenwerk moet hersteld worden. Bedoeling is dat de molen in 2005 weer maalvaardig is.''µ
Uniek procédé
Het bedrijf NV Molenbouw Thomaes uit Roeselare werkte zo'n zes maanden aan de nieuwe wieken. ,,Maar eerst hadden de molenverenigingen een jarenlange discussie met de overheid'', vertelt Peter Thomaes. ,,Monumenten en Landschappen wou dat houten wieken behouden bleven, terwijl de molenverenigingen om veiligheidsredenen metalen wieken wilden. Met eikenhouten wieken zijn breuken immers niet te vermijden.''
Uiteindelijk maakte Peter Thomaes en zijn team een uniek prototype: wieken gemaakt uit de tropische houtsoort bilinga en nog eens versterkt met epoxyhars. ,,De Schietsjampettermolen wordt als eerste in ons land met dergelijke wieken uitgerust. Bilinga is een houtsoort die dubbel zo sterk als eik is. Dit betekent dat breuken voortaan uitgesloten zijn en dat de veiligheid voor de bezoekers kan verzekerd worden.''

Lieven Denewet, "De experimentele bilingaroeden van de Houtavemolen".
Op 17 december 2003 plaatste molenbouwer Peter Thomaes met zijn ploeg nieuwe roeden in de Houtavemolen van Wannegem-Lede, ook bekend onder zijn roepnaam Schietsjampettermolen. De plaatsing was uniek: de houten roeden werden op dezelfde manier als metalen roeden geplaatst, dus in één stuk! De ene wiekhelft had al zijn hekwerk, maar bij de andere helft kwamen eerst de windborden en pas dan het hekwerk! Verklaring? Het nieuw type houten roeden!

Toen de molen nog in Houtave stond, had hij steeds een eikenhouten gevlucht. Ook na zijn tumultueuze overbrenging naar Wannegem-Lede (in 1981) kreeg hij dat opnieuw (in 1987). Maar het brak tweemaal: de ene roede in 1994 (vervangen door een niet-streekeigen Kempense borstroede), de andere in de storm van kerstnacht 1999 (werd zelfs tientallen meter de kouter ingeslingerd). Het Vakgebied Industrieel Erfgoed van de Afdeling Monumenten en Landschappen richtte op 15.12.1999 een studievoorstel aan Studiebureau Meyns en Provoost bvba uit Ledeberg (Gent) over de opbouw van een homogeen houten gevlucht. Aanleiding voor deze studie was een andere pestelbreuk, nl. te Gistel.

De oplossing die het Studiebureau voorstelde was tropisch hardhout, bilinga, en sterke houtlijmen en epoxyharsen voor de bevestiging van de einden aan de pestels, aangezien gebleken was dat de gaten voor de pestelbouten de verwering sterk in de hand werken. De windplanken of het voorhek zouden met een pen en gat-constructie bevestigd worden op de roeden in plaats van met klampen op de doorgaande scheden. Een groot aantal inox staven, opgevuld met epoxyharsen, dienen de schedegaten op de gewenste helling te brengen.

In bouwhistorisch opzicht is de aanbreng van een houten gevlucht te Wannegem-Lede te verantwoorden, aangezien deze molen er steeds mee was uitgerust. Daarin verschilt het wezenlijk van de Oostmolen van Gistel, die al kort na 1900 zijn eerste ijzeren roede kreeg. Verder zou dit "houten wiekverbeteringssysteem" veiliger zijn dan de klassieke pestelroeden. Wel bestaat er, ook in vakmiddens, twijfel bij de duurzaamheid van epoxyharsen bij niet-statische onderdelen. Een wiekenkruis draait niet enkel, maar maakt tijdens zijn rotatie ook vele schuddende bewegingen. Is daarmee rekening gehouden in de tests? En het veel te zware gewicht van dat bilingakruis zorgt ervoor dat de molen heel traag aanloopt.

De werken voor de Houtavemolen gebeurden onder leiding van architect Patrick Vanroy uit Meerhout, op basis van een beperkte aanbesteding met 20 december 2002 als uiterste ontvangstdatum van de aanvragen tot deelneming. De uitvoeringstermijn was bepaald op 80 werkdagen. De inschrijvers moesten niet enkel de erkenning D23 - klasse 2 hebben, maar ook getuigschriften van goede uitvoering kunnen voorleggen van minstens 3 relevante restauraties van houten staakmolens tijdens de laatste drie jaar! (Bouwkroniek, 29.11.2002, p. 46, 110).

T. Van Kerschaver, "Ten dode opgeschreven", Ons Heem, XIX, 1965, nr. 5, p. 214.
Ten dode opgeschreven? Of misschien reeds gesloopt? Aldus luidt de titel: "Deklassering als monument. Bij koninklijk besluit van 15 april 1965 worden gedeklasseerd, als monument overeenkomstig de bepalingen van artikel 14 der wet van 7 augustus 1931: 1° De houten windmolen te Wannegem-Lede, provincie Oost-Vlaanderen, eigendom van Ridder Jan Baptiste de Ghellinck d'Elseghem, 2) De houten windmolen genaamd Meuleke te Veel te Balegem, provincie Oost-Vlaanderen, eigendom van gravin Ghislaine Bousies, weduwe van graaf Alfred de Marchant et d'Alsembourg, 3) De houten windmolen te Melsen, provincie Oost-Vlaanderen, eigendom van weduwe Arthur Van Oostende.

Literatuur

Archieven

Stadsarchief Gent, Penningkohieren Wannegem-Lede 1571, f° 10v°.

Werken

Dhondt Oscar, De molens te Wannegem en omgeving, Jaarboek 2004. Heem- en Geschiedkundige Kring “Hultheim” - Kruishoutem, p. 187-199.
Lieven Denewet, "Exotische houten roeden voor de Houtavemole van Wannegem-Lede", Molenecho's, XXXI, 2003, nr. 4, p. 276.
E. Dotselaere, "Molens in de aktualiteit. Houtave. Westmolen", in: Molenecho's, IX, 1981, 3, p. 22 (Overdruk uit: Het Laatste Nieuws, 11 maart 1981);
Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985.
Lieven Kinds e.a., "Acht eeuwen Nokere", s.l., 1996, p. 164.
Torie Mulders (pseudoniem van Hector Vindevogel), "De windmolens tussen Schelde en Leie", in: Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XXII, 1946-1948, p. 46-107 (78).
Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25);
S. Bellens, "De molenoorlog in Zuienkerke", in: Panorama, 17 mei 1981;
Da., "Westmolen van Houtave staat nu... op krukken", in: Het Nieuwsblad, 16 oktober 1973;
E. D(e) K(inderen), "De molen van Houtave overgebracht naar Wannegem-Lede", in: De Belgische Molenaar, LXXVI, 1981, p. 205-206;
"De molen van de schietsjampetter", in: De Belgische Molenaar, LXXVI, 1981, p. 95-96;
Julien Vandeputte, "De molens van het arrondissement Oudenaarde uit hun geschiedenis", Oudenaarde, 1974, p. 202-204;
Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Derde aflevering. De arrondissementen Oudenaarde en Sint-Niklaas", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XVI, 1962, 2 (Gent, 1963): Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 422-423 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
Els De Kinderen, "Onze mening aangaande de omstreden molen van 'Houtave-Wannegem-Lede' ", in: Levende Molens, jg. 6 (1984) nr. 3, p. 1;
H. De Vuyst, "Hout werkt", in: M&L, Monumenten, Landschappen & archeologie, tweemaandelijks tijdschrift van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel jg. 24, nr. 4, p. 8-21, ill.;
Oscar Dhondt, "De molens te Wannegem-Lede en omgeving", in: Jaarboek 2004, een uitgave van Heem- en Geschiedkundige Kring Hultheim, Kruishoutem, p. 187 e.v., ill.;
"In memoriam Amand Fauconnier", in: Levende Molens, 28ste jg., 2006, nr. 6, p. 63.
J. Boussemaere, "De Westmolen van Houtave", in Heemstede, jg. 6, nr. 3, 2001, p. 402-403.
H. Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 8. Gemeenten U-Z", Opwijk, Studiekring "Ons Molenheem", Opwijk, 2008.
Mola, "Aantal asomwentelingen van Oost-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 51.
T. Van Kerschaver, "Ten dode opgeschreven", Ons Heem, XIX, 1965, nr. 5, p. 214.
Jacques Lorthiois, "Flandre Occidentale. Meuniers et moulins de West-Flandre", L'Intermédiaire des Généalogistes, n° 170, XXIX, 1974, 2, p. 116-126 (119).

Persberichten
P. D(arragas), "Schietsjampettermolen", in: Het Nieuwsblad, 19.12.2007.
Paul Darragas, "Schietsjampettermolen torent weer over Wannegem-Lede. Nieuwe wieken uit tropische houtsoort moeten breuken vermijden", in: Het Nieuwsblad, 18.12.2003.


Laatst bijgewerkt: maandag 20 maart 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens