Molenzorg
Balen, Antwerpen
<p>Hoolstmolen</p>
Foto: Frans Van Bruaene, Laakdal, 2007
Naam

Hoolstmolen

Ligging Hoolstmolenstraat 1
2490 Balen

op de Grote Nete
kadasterperceel E688 (graanmolen)
E 689 (oliemolen)


toon op kaart
Geo positie 51.152905, 5.153632
Eigenaar August Huybrechts
Gebouwd Voor 1289 / voor 1573 / 1919
Type Onderslag watermolen
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Wolfsdak aan de beekzijde
Gevlucht/Rad Plaatstalen onderslagrad, diameter 5,8 m, br. 0,9 m, 48 schoepen
Inrichting Hetzelfde waterrad drijft de graan- en de oliemolen aan.
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
12 januari 1987
Molenaar August en Maarten Huybrechts
Openingstijden Op molendagen en op afspraak, tel. 014 811 974 (August Huybrechts)

Beschrijving / geschiedenis

De Hoolstmolen (genoemd naar de plaatsnaam Hoolst) is gelegen op de Grote Nete, nabij de grens met Olmen.
Hij werd voor het eerst vermeld in een schepenakte uit ca. 1289 waarin de molen als grenspunt werd aangeduid van het voogdijgebied Balen, Mol, Dessel. Mogelijk bestond de molen reeds in 1223, vermits in een overeenkomst de abdij van Corbie een niet n ader beplaade watermolen toevertrouwde aan de voogd. Deze Franse abdij bezat reeds in de achtste en negende eeuw uitgebreide goederen in de Kempen. Uit andere documenten blijkt dat deze molen (evenals de watermolen van Scheps) een banmolen was, d.w.z. dat de omwonenden verplicht waren hun graan op deze molen te laten malen. Vanaf de Middeleeuwen tot ongeveer 1780 is de geschiedenis van Hoolstmolen vrij duister. Wel zijn vanaf 1472 de opeenvolgende eigenaars en pachters vrij goed gekend.

In 1565 werd de molen door brand vernield, maar werd voor 1573 weer opgericht. 
De houten dakconstructie dateert samen met het oorspronkelijk houten, nu bakstenen molengebouw met pannendak uit de 18de eeuw of vroeger. Uit die periode dateert ook grotendeels het nog complete roerende werk met de houten raderen, het olieslagwerk en de graanmolen met frontale opstelling van de twee koppels maalstenen. Recenter zijn het ijzeren waterrad, van 1914, en het betonnen sluiswerk, van omstreeks 1940.

Kadasterbeschrijvingen:

- 1816: "2 moulins à eau. Le premier est à deux tournants, d'ont l'un à huile et l'autre à grains. Il est affermé et appartient à la Société des Moulins. Compris sous le n° 440 de la section E, il est en très bon état, il est situé sur la grosse Nèthe et affermé au sieur Bogaerts, par bail passé sous seing privé pour le prix de 168 rasières de seigle par année, plus les contributions qui s'élèvent, d'après le rôle de 1813, à la somme de 357,07 fr."

- ca. 1829: (korenmolen) "deze watermolen staat op de rivier de groote Nethe, welke des zomers met de groote droogten gebrek aan water heeft. Hij is geplaets in een houten gebouw met schalien gedekt en niet zeer goed onderhouden. Heeft slechts een draaiwerk met twee paer steenen welke niet gelijktijdig kunnen werken en is verhuert aan Van Peel Petrus met den oliewatermolen geplaets in het zelfde gebouw"
(oliemolen): "deze molen is geplaets in het zelfde gebouw op de rivier de Nethe als van de graen water molen van de eerste klasse. Heeft slechts een draaiwerk en een paar steenen van middelbaar groote. Werkt slechts twee à drie maanden in het jaar voor de omliggende gemeenten en is verhuert met de gemelde graen water molen aan de heer Van Peel Petrus.

Eigenaars na 1800:
- 1812, eigenaar: Norbertinessenklooster van Herentals (1/2) en armenbestuur van Balen (1/2)
- 1816, eigenaar: Société des Moulins; huurder-molenaar sinds 1813 is Bogaerts
- 1829, verkoop (door armenbestuur van Balen): Swinnen-Boons Henri Joseph, zonder beroep te Balen en b) Swinnen Andreas, zonder beroep te Balen; huurder: Van Peel Petrus, molenaar te Balen
- 13.09.1842, erfenis: a) Swinnen-Boons Henricus Josephus, de weduwe en haar zeven minderjarige kinderen (kinderen: Swinnen Josepha, Swinnen Regina, Swinnen Ferdinandus, Swinnen Petrus, Swinnen Justina, Swinnen Virginia en Swinnen Melania) en b) Swinnen Andreas, zonder beroep te Balen (overlijden van Henri Joseph Swinnen)
- 27.01.1859, deling: Swinnen-Boons Henri Joseph, de weduwe en de kinderen  (kinderen: Swinnen Josepha, Swinnen Regina, Swinnen Ferdinandus, Swinnen Petrus, Swinnen Justina, Swinnen Virginia en Swinnen Melania) (notaris Dierckx)
- later, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Boons van Henri Swinnen)
- 21.06.1890, deling: Swinnen  Maria Melania, zonder beroep te Mechelen (onderhandse akte)
- 14.04.1902, erfenis: a) Swinnen Elisabeth Justine (voor 1/2), zonder beroep te Mechelen, b) Vaes-Meyten Ferdinand Edmond (voor 1/4), handelaar te Olmen en c) Vaes Albert Gustaaf (voor 1/4), pastoor te Gestel (overlijden van Maria Melania Swinnen)
- 09.01.1911, erfenis: a) Swinnen Elisabeth Justine (voor 1/2), zonder beroep te Mechelen, b) Vaes-Meyten Ferdinand Edmond (voor 1/4), de weduwe en de kinderen en c) Vaes Albert Gustaaf (voor 1/4), pastoor te Gestel (overlijden van Ferdinand Vaes)
- 13.11.1911, erfenis: a) Vaes Albert Gustaaf, pastoor te Gestel en later te Costa-Rica en b) deelhebbers (broers en zusters van Albert) (overlijden van Elisabeth Swinnen of vrouw Meyten)
- 15.04.1962, deling: Vaes-Van Elsen Achilles Edmond, zonder beroep te Omen (notaris Wouters)
- 13.05.1980, erfenis: a) Huybrechts Marleen Leonia Achilles, minderjarige te Balen en b) Huybrechts Maarten, minderjarige te Balen (overlijden van Achilels Vaes)

In 1812 was de Hoolstmolen voor de helft eigendom van het Norbertinessenklooster van Herentals en voor de andere helft van het armenbestuur van Balen. Deze laatste verkocht de molen in 1829 aan Henri Jospeh Swinnen-Boons. De molen blieef in handen van deze familie tot hij door erfenis toekwam aan de familie Swinnen. Later ging de molen, eveneens door erfenis, over in het bezit van de familie Vaes. In 1848 zou de molen verbouwd zijn maar er kon nog niet achterhaald worden welke herstellingswerken toen werden uitgevoerd.

In de periode 1800-1861 werd de molen opeenvolgend verpacht aan verschillende molenaars die echter, gezien de minder goede gang van zaken, nooit voor langere perioden de molen bemaalden.

Sinds 1861 kwam de familie Van Elsen in het bezit van de molen, met als eerste Petrus Van Elsen, geboren te Westerlo. Bij zijn dood in februari 1894 volgde zijn zoon Karel hem op. De zonen van Karel stonden hem bij in zijn werk tot hij rond de eeuwwisseling stopte met malen. Vanaf dan zetten Karels zonen Fons, Jef en Vic het werk verder. Fons trok na zijn huwelijk met Leonie Cuypers naar de windmolen (Koningsmolen) te Lommel en vandaar naar de watermolen te Meerhout. In 1930 overleed Karel Van Elsen. Vic Van Elsen bleef op Hoolstmolen tot 1994, dan vertrok hij naar Straalmolen samen met zijn vrouw Isabelle Geyskens. Isabelle kookte het potje voor Vic op Straalmolen en hielp vrijgezel Jef Van Elsen bij het malen op Hoolstmolen. In 1957 kreeg Isabelle echter last van het meelstof en werd alzo gedwongen om met haar werk te stoppen; hierdoor stopte Jef Van Elsen eveneens met het malen op de molen en trok mee naar Straalmolen. Bij het vertrek van Jef heeft Karel Van Elsen, een zoon van Fons Van Elsen, de molen nog een tijdje bemalen. In 1967 werd er echter volledig gestopt met malen op de molen.

Dan bleef het een hele tijd rustig rond Hoolstmolen tot in 1982 een groep vrijwilligers werk begon te maken met de restauratie van de molen, zowel de graanmolen als de slagmolen. Op 27 februari 1983 werd door deze groep de vereniging "Molenvrienden Balen - Olmen" opgericht, die de molen weer volledig maalvaardig maakte.

Tot 1911 waren er nog twee houten waterraderen in gebruik. Dan werden ze vervangen door plaatstalen exemplaren. Rond 1919 werd het tweede rad (van de oliemolen) verwijderd en de tweede arm van de Grote Nete gedempt. Dat tweede rad was niet meer nodig, aangezien de oliemolen niet meer gebruikt werd. De olieslagerij bleef echter behouden. Thans is nog steeds het plaatstalen onderslagrad (zijde korenmolen) in gebruik, maar die kan eveneens de oliemolen aandrijven,

In de jaren 1914-1919 werd het houten gebouw vervangen door het huidige stenen gebouw.

Het beroepsmatig malen werd gestopt in 1967. Na diverse herstellingswerken werd de molen grondig gerestaureerd in 1987-1988 naar een  ontwerp van architect P. Gevers (Kasterlee) en is sindsdien regelmatig opnieuw in werking. De restauratie omvatte onder meer het herstel van het gewapend beton, het vervangen van de schotten in de sluizen met inbegrip van de twee ophaalmechanismen, herstel van het waterrad met vervanging van de doorgeroeste delen.

De molen werd op 12 januari 1987 beschermd als monument en samen met de omgeving als dorpsgezicht.
Een hoogtepunt vormde ongetwijfeld het bezoek door koning Boudewijn aan de Hoolstmolen in 1984. In zijn kersttoespraak van 1983 had hij aandacht gevraagd voor het vrijwilligerswerk. Hierop werd gereageerd door één van de Balense molenvrienden. Prompt kwam er een antwoord en bracht de koning de molen in juli 1984 een bezoek.

Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

Architectuur en techniek (Agentschap Onroerend Erfgoed)

De huidige bakstenen constructie omvat enkel een molenhuis zonder woning en dateert van 1914-1919. Verankerde baksteenbouw op rechthoekige plattegrond, vier traveeën en één bouwlaag onder afgewolfd zadeldak (nok parallel aan aarden weg, pannen). Symmetrisch opgebouwde voor- en achtergevel met betraliede steekboogvensters en rechthoekige deuren onder betonnen latei. Bewaard gebint; inscriptie in moerbalk "Fr. Van Elsen 1850".
Omwille van de dubbele functie waren er aanvankelijk twee houten raderen; de slagmolen had een afzonderlijk waterwiel oostwaarts op een tweede Netearm, die later werd gedempt. Na 1911 werd overgeschakeld op één rad. Molenrad (plaatstalen onderslagrad) met bijhorend sluizenstelsel tegen linkerzijgevel en molenvijver achteraan.
Het betonnen sluiswerk met maal- en regelsluizen dateert van circa 1940.
Het huidige ijzeren onderslagrad dateert uit de periode 1911-1914. Het heeft een diameter van 1,8 meter, een breedte van 0,9 meter en telt 48 schoepen. Het drijft nu zowel de koren- als de oliemolen aan. 
Het roerende werk (uit de 18de eeuw) omvat het olieslagwerk en de graanmolen met frontale opstelling van twee steenkoppels: een koppel kunststenen van 1,4 meter en een koppel kunststenen (motoraandrijving) van 1,2 meter, beide met zwaaipandscherpsel. Verder is er een sleepluiwerk en een haverpletter.
De olieslagerij bestaat uit een kollergang, fornuis (vuister) en een slagbank.

<p>Hoolstmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 01.04.2009

<p>Hoolstmolen</p>

Foto: Urbain Radelet, Holsbeek, 03.10.2010

<p>Hoolstmolen</p>

Kollergang oliemolen. Foto: Luk Van Elsen.

<p>Hoolstmolen</p>

Foto: Archief Gazet van Antwerpen (anno 1954)

<p>Hoolstmolen</p>

Toestand rond 1900. Verzameling Ons Molenheem

Bijlagen

Jaarlijks aantal asomwentelingen
2003: 95.299

 

Literatuur

J. Michiels & R. Vermeulen, "Van Baenle tot Balen", Balen, 1987.
V. Wouters, "Balen in oude prentkaarten", Zaltbommel, 1973 / 1986².
Herman Holemans, "Wind- en watermolens in de provinice Antwerpen. Kadastergegevens 1835-1990, Deel 1. Gemeenten A-G", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2009.
H. Holemans & P.J. Lemmens, "Molens der Noorder- en Oosterkempen", Nieuwkerken, 1980, p. 18, 20;
Frans J.B. Dirks, "Watermolens van de provincie Antwerpen", Antwerpen, 1990, p. 20-26;
F. Kemps, "De Balensche Molens", Balen, 1937, p. 5-10;
F. Kemps, "De molens van Balen: de watermolen van Hoolst", in: De Zuiderkempen, IX, 1940, nr. 2-3, p. 19-29;
F. Kemps, "De watermolen van Hoolst te Balen", in: De Belgische Molenaar, jg. 52, nr. 4 (13 febr. 1957), p. 50-52; jg. 52, nr. 5 (25 febr. 1957), p. 73-74; jg. 52, nr. 6 (9 maart 1957), p. 92-94;
Roger Knaepen, "Mol-Balen-Dessel 1559-1795", Mol, Lions Mol-Geel, 1982, p. 384-390;
André De Craen, Louis van Genechten & Luc Snijders, "Balense Geschiedenis - De molens van Balen", Balen, 1985;
Lieven Denewet, "Drie werkende watermolens in Balen (prov. Antw.): een unicum in België", in: Molenecho's, XVII, 1989, p. 157;
F. Brouwers, "De toekomst van een verleden. Levende molens in de provincie Antwerpen", s.l., Levende Molens Werkgroep Kempen-Antwerpen, (1997);
Frans Keersmaekers, "Molens in het Land van Ham. De geschiedenis der wind-, water-, stoom-, vuur- en elektrische molens in het Land van Ham en omliggende", Ham, Heemkunde Ham, 1998, p. 49-50;
François Jennen, "Geschiedenis van Hoolst: deel 1", in: 't Schreneel, Jaarboek 9, 1992, p. 99-105); deel 2, in: 't Schreneel, Jaarboek 10, 1993, p. 129-147).
F. Jennen & W. Sannen, "Restauratiewerken aan Hoolstmolen van 1987 tot 1991", in: 't Schreneel, Jaarboek 9, 1992, p. 125-128.
W. Sannen, "Restauratiewerken aan Hoolstmolen van 1979 tot 1987", in: 't Schreneel, VIII, 1991, p. 107-114
Lucien Van Craenendonck, "Molens", p. 15-20;
Paul Hendriks, "De watermolens. 2. Balen", in: P. Hendriks & R. Hoeben, "Provincie Antwerpen wind- en watermolens", p. 26;
"De Hoolstmolen te Balen bedreigd", in: Natuur- en Stedenschoon, jg. 18, nr. 7, juli 1939, p. 105-106;
E. D(e) K(inderen), "Onze aandacht ten volle waard: de Hoolstmolen en het Topmolentje te Balen", in: De Belgische Molenaar, jg. 75, 1980, nr. 4 (22 febr.), p. 53-55;
Bert Raeymaekers, "Molenbrochure Balen-Olmen", Balen, Heemkundige kring Balen-Olmen, 1980;
"De watermolen te Baelen", in: Natuur- en Stedenschoon, jg. 18, nr. 8-9 (aug.-sept. 1939), p. 119-120;
"Hoolstmolenfeesten 1986", in: "Levende Molens", jg. 8 (1986), nr. 6, p. 41;
F. Dirks: "De Hoolstwatermolen te Balen (prov. Antwerpen). (Portret van een draaiende molen)", in: Natuur- en Stedeschoon, jg. 54 (1985), nr. 6 (nov.-dec.), p. 21-22, ill.;
"Molenhoogdagen in het verschiet", in: Levende Molens, jg. 6 (1984), nr. 3, p. 19-20, ill.;
Els De Kinderen, "Koning Boudewijn bezocht Hoolstmolen te Balen-Olmen", in: Levende Molens, jg. 6 (1984), nr. 7, p. 49-50; nr. 8, p. 59; nr. 11, p. 81, ill.;
B. Raeymaekers, "Reconstructie van Hoolstmolen omstreeks 1845", in: 't Schreneel, Uitgegeven door de Olmense Vereniging voor Heemkunde en Geschiedenis m.m.v. de Molenvrienden Balen-Olmen, Olmen, nr. 2, Sinte-Cecilia (1984), p. 50-60, ill.;
J. Swinnen, "De slagmolen van Hoolst, situatie na de restauratie", in: 't Schreneel, Uitgegeven door de Olmense Vereniging voor Heemkunde en Geschiedenis m.m.v. de Molenvrienden Balen-Olmen, Olmen, nr. 2, Sinte-Cecilia (1984), p. 65-67, ill.;
B. Raeymakers, "Jaarverslag van de Vereniging 'Molenvrienden Balen-Olmen' 1982-1983, in: 't Schreneel, Uitgegeven door de Olmense Vereniging voor Heemkunde en Geschiedenis, m.m.v. de Molenvrienden Balen-Olmen, Olmen, nr. 1 , Kerstmis 1983, p. 64-66;
"Hoolstmolen te Balen maalvaardig!", in: Levende Molens, jg.5 (1983), nr. 4, p. 81-82, ill.;
"Tentoonstelling Hoolstmolen: enig", in De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 8 (augustus), p. 164-165, ill.;
F. Kemps, "De Hoolstmolen te Balen", in: "Ons Molenheem", jg.31, 2006, nr. 2, april-juni, p.35-43.
Els De Kinderen, "Heden en verleden: unieke Hoolstmolen te Balen", in: De molenaar, weekblad voor de graanverwerkende en veevoederindustrie, CIV, 2001, nr. 24, p. 63.
V. Wouters, "Balen in oude prentkaarten", Zaltbommel, 1973
H. Kennes & R. Steyaert R., "Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Mol, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N5", Brussel - Turnhout, 2002.

Persberichten
"Water- en windmolens in Balen-Neet", in: Het Nieuwsblad, 31 juli en 9 augustus 1950;
"De negen molens van Balen", in: De Standaard, 14 september 1950;
"De molens van Balen", in: Het Nieuwsblad, 25 maart 1963


Laatst bijgewerkt: woensdag 8 juli 2015
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens