Molenzorg
Tongeren, Limburg
<p>Motmolen</p>
Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 18.04.2010
Naam

Motmolen

Ligging Dijk 116
3700 Tongeren

op de Overslag of Aldemoeder, een Jekerarm
kadasterperceel B155


toon op kaart
Geo positie 50.777176, 5.470716
Eigenaar Vlaamse Water Maatschappij (VMM)
Gebouwd Voor 1240 / 1830 / 1903
Type Middenslag watermolen
Functie Wateropvoermolen met zuigerpomp
Kenmerken Bakstenen gebouw
Gevlucht/Rad Middenslagrad, type Sagebien
Inrichting Zuigerpompen, generator
Toestand Maalvaardig hersteld
Bescherming M: monument,
02.07.1986
Molenaar Gelegenheidsmolenaar
Openingstijden Op molendagen en op afspraak (Toerisme Tongeren, tel. 012-390255)

Beschrijving / geschiedenis

Rond 1240 is er reeds sprake van een banale of heerlijke molen. Deze banale molen is de oudste molen van de stad en diende uitsluitend om de mout van de brouwers te malen, vandaar de naam Moutmolen of Motmolen. Ook deze molen behoorde aanvankelijk toe aan de bisschop van Luik. De oudste vermeldingen dateren van 4 juni 1260 waar het kapittel van St.Lambertus van Luik een jaarlijkse rente van 10 Luikse Marken toekende aan Ridder Arnold de Rixe, maarschalk van het Luiker Land. Op 27 maar 1618 geeft de Prins-Bisschop de molen in erfpacht aan de stad Tongeren.

In 1830 werd de Motmolen als een gewone graanmolen heropgericht. De Bestendige Deputatie keurde op 25 maart 1846 de vastgestelde pegelhoogte van 1 m goed. De toenmalige eigenaar was Guillaume Tournaye, die ook eigenaar was van de Sint-Jansmolen in de Looiersstraat en het complex van de Kruikens- of Lakenmakersmolen en de Moutmolen of Onderste Molen of Aldemoeder bij de Moerenpoort te Tongeren.

Eigenaars na 1840:
- voor 1844, eigenaar: Tournaye Guillaume, griffier vredegerecht te Tongeren
- 1864: de weduwe en de kinderen
- 1884, erfenis: a) Daris-Tournaye Constant, rechter te Tongeren, b) Tournaye Alfons, nijveraar te Tongeren
- 1894, erfenis: Daris-Tournaye Constant, de weduwe, te Tongeren
- 1903, verkoop: stad Tongeren

De stad Tongeren kocht de Motmolen in 1903 aan. De stad richtte hem in als drinkwaterpompmolen die het bronwater van de Daalbron te Lauw in het Tongerse waterleidingsnet pompte. Deze pompinstallatie, daterend van 1903 werd gebouwd door J. Heinrichs, Hodimont-Verviers. Tot in 1978 werd gewerkt met het grote Sagebien-onderslagrad, later als een waterwinningspompstation met elektrische pompen. De molen is sinds 2 juli 1986 beschermd als monument. Hij onderging in de jaren 2000 een grondige restauratie. Het was de bedoeling om groene stroom op te wekken, maar dit is (nog) niet gerealiseerd. De stad Tongeren droeg de molen over aan de Vlaamse Water Maatschappij (VMM).

Henri Baillien & Lieven Denewet

-------------------------------------

In het zuidwesten van Tongeren ligt de Motten, een van oudsher moerassig gebied. In de Middeleeuwen werd hier een grote vijver uitgegraven, de Brede Vijver geheten, die de stadsbewoners van vis voorzag. Een dijk (thans een gelijknamige straat) moest het water van de Brede Vijver en de gegraven “overslagbeek” van de Jeker scheiden. Aldaar werd in 1830 watergraanmolen de Motmolen gebouwd die tot in 1898 in werking bleef. De stad Tongeren kocht de molen aan in 1903 en bouwde hem om tot een pompmolen voor het stedelijk drinkwaternet. Sinds 1903 vormt de Motmolen een belangrijke schakel in de watervoorziening van het Tongerse stadsdeel en sinds 1973 ook van het industrieterrein Overhaem, onder beheer van een eigen waterregie.  

Onderdelen: waterrad, radsluis, lossluis, groot kamrad, vliegwiel met drijfstang, zuigerpomp (1903), expansievat, zuigerpomp, controlebord, elektrische pomp.

Het water wordt vanuit de Daalbron te Lauw, even ten oosten van de Daalmolen, opgepompt uit de waterhoudende Maastichtiaan krijtlagen, die hier op geringe diepte onder de Jekerafzettingen aanwezig zijn. Hierdoor wordt meteen het hoge kalkgehalte van het drinkwater verklaard, maar afgezien hiervan is dit water van nature uit erg zuiver.

Door het natuurlijk verval van het terrein of voortgestuwd door een krachtige aanjaagpomp stroomt dit water via een ondergrondse leiding naar een buffervat bij de Motmolen. Toen de aanvoer van water uit de Daalbron (ca. 150 m³ per uur) bij piekverbruik onvoldoende bleek, werd bij de Motmolen in 1972 een nieuwe put geboord tot op 60 m diepte. Deze put is goed voor een debied van 80 m³ per uur.

Vanuit deze Motmolen wordt het drinkwater nu verder gepompt naar 2, later 3, watertorens, die voor een constante druk op het leidingnet moeten instaan.

watertoren           bouwjaar        inhoud
Watertorenstraat  1903              200 m3
Berg                    1903 / 1950   800 m³
Overheem            1973            1100 m³

Om het drinkwater vanuit de Motmolen naar de watertorens te pompen werd gedurende zowat 70 jaar waterkracht gebruikt. Het radhuis herbergt een groot Sagebien-middenslagrad uit 1903, met een diameter van 6,60 meter. De 6 paar zware gietijzeren armen leiden naar de rand van het rad waarop 60 eikenhouten (thans lariks) schoepen gemonteerd staan met een breedte van 1,22 m. Het hoogteverschil tussen in- en uitstromend water bedraagt zowat 2 meter. Met dit rad kan een vermogen van 30 pk bereikt worden of netto na transmissie: 20 pk. Het waterpeil wordt geregeld aan de hand van een lossluis en de  radsluis. Bij zeer hoge waterstanden kan het water via 2 overstroomkanalen vóór de molen overlopen, die dan weer voorbij de molen in de Jeker uitmonden.

In het ruime pompgebouw brengt een kamwiel (diameter 4,2 m) de beweging van het rad over naar 2 zuigerpompen, die het drinkwater voort-stuwen naar een 2,75 m hoog expansievat, dat de voorkomende drukverschillen moet opvangen. Vanuit dit expansievat vertrekt het water via een ondergrondse leiding naar de watertorens. Deze pompinstallatie werd gebouwd door: Jos Heinrichs, Constructeur, Hodimont-Verviers, Belgique.

De installatie haalt een debiet van 70 m³ per uur. In 1958 werd nog een derde zuigerpomp geïnstalleerd tusen de twee originele.

Sinds 1936 begon stilaan de elektrificatie, waarbij een groter vermogen werd bekomen

jaar       vermogen   debiet       bestemming
1936      20 pk         110 m³/u  stad
1958      36 pk         150 m³/u  stad
1970      50 pk         120 m³/u  industrieterrein Overheem

Doordat de watertoren van Overhaem 10 m hoger gelegen is dan de andere, moet het water ook hoger gepompt worden. Dit verklaart waarom de krachtige pompen van 1970 toch een lager debiet halen dan de oudere pompen.

Rechts van de hoofdingang bemerkt men een peil-lat. Deze geeft de waterstand aan in de bufferbak. Het pompdebiet naar de watertorens moet in evenredigheid blijven met het aanvoerdebiet vanuit de bronnen. Wanneer een maximum overschreden wordt, treedt automatisch een alarm in werking. Verder kan op het controlebord o.a. de waterstand in de watertorens worden afgelezen, overgeseind via een telefoonlijn.

De pompinstallatie draaide voor de laatste maal op waterkracht in 1978. Op 2 juli 1986 werd de Motmolen beschermd als monument en samen met zijn onmiddellijke omgeving als stadsgezicht (Belgisch Staatsblad, 18.09.1986). Door zijn jarenlange inactiviteit was de molengeul volledig dichtgeslibd waardoor draaien onmogelijk was geworden. De jarenlange kalkaanslag op het metalen rad was verschillende centimeters dik geworden en de houten schoepen (60 x 7 planken) waren zo goed als allemaal aangetast, gebroken of verdwenen. Het metalen waterrad was daaren-boven, mede omwille van het vochtig klimat aan de molen, aan het oproesten

Sinds 2001 wordt de molen, nog steeds eigendom van stad Tongeren, gerestaureerd. In een eerste fase, afgerond in 2002, werden het rad en de schuiven hersteld door de vzw Europees Centrum voor Restauratie (ECR) uit Heusden-Zolder. Het rad werd, na grondige reiniging, voorzien van een roestwerende primer en vervolgens 3-laags afgewerkt met de zwarte coating. Voor de nieuwe schoepen werd gekozen voor lariks in plaats van de vroegere eik. Larikshout wordt in water uiteindelijk steenhard en het is ongevoelig voor houtworm. In tegenstelling tot het halve overleg bij de eiken schoepen werd bij de restauratie de lork alternerend met omgekeerde nerf koud tegen elkaar gelegd. De planken sluiten zich na enige tijd door uitzetting in het water vanzelf. Het rad draait momenteel een drietal omwentelingen per minuut. De molen krijgt bovendien een nieuwe functie voor de opwekking van groene energie, als stroombron (15 KW per uur) voor de voorziening van een tiental huizen op de Motten.76

Architectuur en techniek

Het eind 19de-eeuws molenhuis van twee traveeën en een bouwlaag bevat zijn volledige installatie: een ijzeren middenslagrad, type Sagebien, met houten schoepen (1903), een kamwiel, dat de beweging van het rad overbrengt naar twee zuigerpomen, die het drinkwater voortstuwen naar het expansievat, waaruit het water via een ondergrondse leiding naar de watertorens gaat.  Vanaf 1936 begon de electrificatie, met twee electropompen (Ateliers de construction Pepinster d'Ensival). In 1958 werd tussen de eerste twee pompen een nieuwe zuigerpomp geplaatst (BAMAG-MEGUIN A.G. Berlin NW 67, jaren 1930). In 1957-1958 werden electropompen ACEC geplaatst. Ook het sluiswerk bleef bewaard. In het verlengde van het molenhuis, een woonhuis van twee traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak.

<p>Motmolen</p>

Foto: Robert Van Ryckeghem, Koolkerke

<p>Motmolen</p>

Foto: Robert Van Ryckeghem, 04.12.2001

<p>Motmolen</p>

Foto: © Michel Lemaire, Tongeren

<p>Motmolen</p>

Foto: Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille

<p>Motmolen</p>

Prentkaart ca. 1900 (coll. J. Verpaalen, Roosendaal)

Literatuur

Lieven Denewet, "Inventaris van de Limburgse watermolens met hun pegelhoogtes (1846-1849)", Molenecho's, 39, 2011, nr. 2;
Herman Holemans & Werner Smet, "Limburgse watermolens. Kadastergegevens: 1844-1980", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1985, p. 83-84;
Bert Van Doorslaer, "Met de stroom mee of tegen de wind in? Molens in Limburg", Borgloon/Rijkel, Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed, 1996, p. 47;
"Watermolens Zuid-Limburg", Tongeren, Werkgroep Molenzorg Zuid-Limburg, s.d., p. 18-20; 
K. Broes, "Pompwatermolens", in: Molenecho's, XXXII, 2004, nr. 3;
F. Dirks, De 'Motwatermolen' te Tongeren, in: Natuur- en Stedeschoon, Antwerpen, jg. 63 (1994), nr. 1, blz. 31.
Levende Molens, 2003/1, p. 8-10.
Lucien Simon, "Moulins de chez nous", Dison, Fondation Adolphe Hardy, 1992, p. 92.
Info Dirk Vansintjan, 11.02.2010.

Persberichten
"Tongers waterrad wordt hersteld", Het Belang van Limburg, 20.12.2001.
"Jeker kleurt wit aan Ruttermolen", Het Belang van Limburg, 26.09.2005
"Lek zet buurt even zonder drinkwater", Het Belang van Limburg, 12.02.2007.
VT, "Stadspomp", in: Het Nieuwsblad, 14.07.2007.
"Opnieuw stadspompjes in centrum", Het Belang van Limburg, 05.07.2007.
VRS, VT, "Erfgoed aan de Jeker moet op volle toeren draaien. Extra subsidies voor restauratie watermolens", De Standaard, 30.05.2012.
STT, "Tongerse Motmolen herbergt grootste waterrad van Limburg", Het Nieuwsblad, 28.06.2012.
VRS, "Motmolen te bezichtingen tijdens Limburgse Molendag", Het Nieuwsblad (dig.), 11.06.2013.


Laatst bijgewerkt: zondag 26 februari 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens