Molenzorg
Gierle (Lille), Antwerpen
Naam

In Stormen Sterk

Ligging Molenstraat
2275 Gierle (Lille)

kadasterperceel C706
coördinaten: 51°16'9.31 N 4°51'53.46


toon op kaart
Eigenaar vzw Kempens Landschap, in erfpacht aan de gemeente Lille
Gebouwd 1499 / 1614 / 1710 (hout) / 1837 (steen)
Type Stenen grondzeiler
Functie Korenmolen
Kenmerken Tot in 2008 met een potroede
Gevlucht/Rad Binnenroede potroede (Vaags Molenwerken, Aalten, NL, 2013, 26,50 m; voorheen: Pot, NL, nr. 1965, uit 1903, hier gestoken in 1940): 26,3 m; gelaste buitenroede (Peel, 1977): 26,5 m.
Inrichting Twee steenkoppels, haverpletter, koekbreker (Vandevelde & Arras, Lier)
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
06.11.1981
Molenaar Gust Smits (Gierle), Jef De Walsche (Wechelderzande), Marc Peeters (Lille), Theo Goos (Lille)
Openingstijden Op afspraak, tel. 014 55 17 56 (Gust Smits, Gierle). Geleide bezoeken: ook via vzw Toerisme Lille, tel. 014 44 82 33
<p>In Stormen Sterk</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 24.11.2013  

Beschrijving / geschiedenis

Op deze plek bestond al een standaardmolen die in 1499 werd opgericht voor rekening van de heer van Turnhout en op last van Filips de Schone. Het optimmeren werd uitgevoerd door Gijsbrecht Schaluynen en de molenstenen werden gehaald te Dordrecht. De molen draaide voor het eerst op 25 december 1500.

Kerstmis van het jaar ons Heeren 1500 (1). Voor Gierle geen Kerstfeest zoals  andere jaren, want er was die dag iets te beleven geweest waarvan de late  middeleeuwer, in zijn kleine gemeenschap, maar eenmaal getuige kon zijn. 

Na jaren van vragen, aandringen en wachten was het dan zover: die dag werd  voor het eerst 'hun' molen ingemalen. Zij waren hun Heer en Meester Philips  de Schone, Hertog van Bourgondië, dankbaar voor het verleende octrooi. De  middernachtmis had feestelijker geleken dan andere jaren en nu, na de  plechtige hoogmis, stonden de inwoners bijeen rond het gevaarte. Vanaf de  kerk was een processie gekomen om, naar de gebruiken van die tijd, de molen  in te zegenen. Vol devotie was het volk uiteen geweken om hun dorpsherder met een gevolg van vooraanstaanden doorgang te verlenen tot aan de voet van  de molen, waar de ceremonie plaatshad. Onderaan de molentrap stond de  molenaar, zijn muts in de hand, te wachten tot hij na het 'amen' van de pastoor  naar boven kon om de vang (2) op vrij te stellen. Zeer uitzonderlijk was toe- lating verleend om op een kerkelijke feestdag te malen (3). 

Het hele gebeuren moet, tot in detail, geleken hebben op een tafereel zoals de  grote Breugel dat een goede halve eeuw later zou borstelen. Eindelijk was voor de mensen van Gierle de tijd en de verplichting voorbij om met hun  graan tot de molen van Lille te gaan, langs paden waar men of stikte van het  stof of vaststak in de modder (4). Ook al was er, ter verbetering van het  transport, in 1471 een stenen brug over de Haarlebeek gebouwd.

Heel de gemeente had met meer dan een gewone belangstelling de  bedrijvigheid rond de opbouw van de molen gevolgd. Wekenlang was het een  aan- en afrijden geweest van voerlui die de onderdelen en het benodigde hout aansleepten. Men had toegekeken hoe stilaan de molen, beetje bij beetje,  boven het dorp was uitgegroeid. Nooit had het op de bouwwerf aan  belangstelling ontbroken en al die tijd was binnen de gemeenschap de molen het gespreksthema van de dag geweest. Her en der was zelfs het werk erdoor  verwaarloosd want het mansvolk had, mondeling althans, flink deelgenomen  aan het timmerwerk. Het was toch hun molen, of niet soms? 

Maar bij al hun fierheid en vreugde was er, voor de bevolking, toch het  wrange bijsmaakje dat ze de helft van 75 ponden, 19 stuivers, 8 deniers en  221/2 mijten - zijnde de bouwkosten van de molen - te dragen kregen. Daarbij kwam nog de verplichting de molen voor een termijn van 20 jaar, '...offte  alsoo langhe sijnen genaedigben heeren sal gelieven...' in eigen beheer te  houden. Dit kwam neer op een verplichte levering van 31 mudde rogge per  jaar. Bovendien zou de molen malen onder de Turnhoutse banaliteit.  Gysbrecht van Schaluynen had als supervisor de hele operatie in handen  gehad. Hij was telg uit een geslacht van timmerlieden-molenmakers, die generaties lang, in opdracht van de rekenkamer, allerhande grote - ook onderhoudswerken - opgedragen kregen. Bij hem vonden dan ook heel wat mensen  werk als 'onderaannemers'. 

Zo werd het wagenschot geleverd door Claes Avonts; het touwwerk en de  zelen, alles samen een gewicht van 138 pond, kwam van de Herentalse  zeeldraaier Peter. Als smid had Heinrich Tenwairts gezorgd voor het maken van het groot ijzer, de rijn, de hals en de band van de standaard (5) en Gijsken  Mertens vervaardigde 2 paar rosselschijnen (6). Te Dordrecht had men bij  Willem Vander Lynden 2 molenstenen gekocht die per schip tot Breda waren  gebracht van waaruit het vervoer naar Gierle per kar gebeurde. Eens daar  aangekomen, werden ze door Jan Soys maalvaardig gemaakt. Als koren- kuipen werden oude wijnvaten gebruikt, afkomstig uit de kelders van Jan de  Keyser. 

Het overgrote deel van het gebruikte hout kwam uit het 'Grootenhoudt' (7).  Het was de gewoonte dat daar uitgezocht, gekapt en bereid werd wat aan hout  nodig was voor onderhoud en/of restauratie van het Turnhoutse kasteel, de  molens en de openbare gebouwen. Zo lag er altijd, in de Turnhoutse  magazijnen, een molenstandaard, een steenbalk en ander direct bruikbaar  hout in voorraad om, bij elke eventuele (storm)schade die de molens zouden  oplopen, de stilstand tot een minimum te kunnen beperken. Het kan dus niet  anders of alle molens in het land van Turnhout moeten qua uitzicht en  afmetingen haast identiek zijn geweest. Of de eerste molen van Gierle op een  'berg' stond, is niet geweten, al is dat niet uitgesloten omdat heel dikwijls de gemeentenaren, als een soort sport, bereid gevonden werden om de molenberg op te werpen in ruil voor een drinkgelag of een andere tegemoetkoming (8). 

Een eerste eis van de landheer (9) gold het onderhoud en de instandhouding  van de molen, omdat een niet gering deel van zijn globaal inkomen voort- kwam uit het rendement van zijn molen(s). Vandaar ook dat gedurende heel  het Ancien Regime alles in. het werk werd gesteld om de banaliteit, met alle ver- en gebodsbepalingen, strikt te doen naleven. 

De verplichting, opgelegd aan de inwoners van Gierle, om ten minste voor  een periode van 20 jaar de vooropgestelde hoeveelheid graan in te brengen,  maakte de opgave voor hen extra zwaar. Zij zijn er dan ook niet altijd in  gelukt om aan de eis te voldoen, niet uit slechte wil of contestatie - wat hen  zuur zou hebben opgebroken - maar omdat zoveel niet te voorziene invloeden  nadelig inwerkten op hun samenleving. 

Het ging al ernstig mis in 1518. De pest die in de XIVde eeuw, volgens  sommige bronnen, de europese bevolking tot de helft reduceerde, had een  lange nasleep (10). Met tussenpozen stak de ziekte op de meest onverwachte  ogenblikken en plaatsen de kop weer op. Rentmeester Frederick Dergent  noteerde in zijn jaarverslag (1518) dat sinds Pasen van dat jaar de 'pestilentie'  weer erg had huisgehouden. Het leven moet zo goed als stil hebben gestaan. 

Er was geen bier gebrouwen, geen brood gebakken, geen herberg open  gehouden. Van handel was geen sprake geweest, ook al omdat in tijden  wanneer de 'haestighe sieckte' het land geselde, men het liefst uit de besmette  gebieden wegbleef, als het er naartoe gaan dan al niet verboden was. Te tellen  vanaf Sinksen tot Bamis (11) hadden de molens haast geen klandizie meer  gehad. Jan Ruts, die toen molenaar was te Gierle, kreeg als gevolg van de  algemene armoede een deel van zijn pacht terugbetaald. Hij was trouwens niet  de enige, want binnen het Turnhoutse bangebied werd niet minder dan 269  gulden korting toegestaan. 

En de ellende duurde voort. Zowel tijdens de winter 1518-1519 als tijdens de  daaropvolgende zomer bleef de pest zijn tol eisen. Dat een dergelijke situatie  ernstige gevolgen had, is duidelijk. De sterfte, voelbaar in alle gewesten, had  zijn weerslag op de landbouw. Gedurende een aantal jaren bleven een deel  van de akkers braak liggen en de graanopbrengst liep dermate terug dat men  af te rekenen kreeg met een ernstig tekort. 

In 1529 had Wouter Tymermans de molen ingepacht voor 29 sister rogge per  jaar (12). Of dit nog het geval was toen Arnoldt Avonts, in 1532, voor drie  jaar op de molen kwam, blijft een open vraag. Wel werd door de rentmeester  met nadruk vermeld dat de prijs van het rogge van 18 stuivers het veertel (13)  tot 36 stuivers gestegen was. Hij hield rekening met de mogelijkheid van  verdere prijsstijging, aangezien.nog steeds weinig graan op de markt te koop  werd geboden. Ook stelde hij vast dat steeds meer boekweit en gerst te malen werd gebracht om er brood van te bakken. Zelfs gemalen eikels werden door  de bevolking onder het bakmeel gemengd. Het kan niet anders of het verschijnsel heeft een weerslag gehad op de pachtprijs. 

Aan de molenaar werd een mindering, gelijk aan de helft van zijn pachtprijs, toegestaan, vooral ook omdat hij datzelfde jaar getroffen was geworden door een windstilte die negen weken had geduurd. Graangebrek en windstilte  betekende immers dat het inkomen van de mulder sterk terugliep, aangezien  zijn loon enkel bestond uit het molster. Als molsterrecht genoten de  molenaars, binnen de Turnhoutse ban, het 1/24ste deel van het te malen graan. 

Bij een 'stilte van winds'. die langer dan drie dagen aanhield, voorzag het  pachtcontract dat men zijn graan op een watermolen mocht laten malen (14). In dergelijke omstandigheid was het ook toegelaten om het graan, dat al op  een windmolen lag, daar terug weg te halen om het op een watermolen te laten verwerken. De archieven vermelden dat er, in soortgelijke situaties, vanuit Gierle soms tot Testelt bij Diest werd 'gevaeren'. De watermolen van Tielen zal onder dergelijke omstandigheden ook ziin graantje wel hebben meegepikt (15). 

Na Arnoldt Avondts vinden we op de molen Henri Claes. Ook hem werd voor  zijn derde pachtjaar, om niet vermelde reden, een vermindering van huur toegestaan. 

Henrich Schots, die in oktober 1538 met zijn bod van 43 mudde per iaar (16)  pachter werd, volgde Claes op. Onder zijn bewind werden ingrijpende werken aan de molen uitgevoerd, die heel wat nieuwsgierigen zouden lokken. Bij nazicht van de molenbouw was gebleken dat de standaard aan vervanging toe was. Dit spectaculaire gebeuren was zeker niet zonder risico, vandaar de  massale belangstelling. Men wilde het mee beleven hoe eerst de molenkast  langs alle zijden met behulp van lange bomen, zwepen genoemd, stevig werd geschraagd en daarna opgevijzeld om haar vrij te stellen. Het kruiswerk onderaan werd dan weggenomen, waarna midden onder de molen een diepe  kuil werd gegraven waarin men de versleten standaard, nadat hij was vrijgemaakt, kon laten neerdalen. Na verwijdering werd dan de nieuwe langs  dezelfde weg ingebracht en verankerd. Eens men zo ver was, werd de kuil  terug opgevuld, liet men de molen terug neer op zijn nieuw, of gerestaureerde  kruiswerk, en nam men de schoren weg. Het vernieuwen van kruiswerk en standaard was een riskant werk, dat enkel werd uitgevoerd wanneer voor grote  schade en/of totaal verlies van de molen werd gevreesd. De hele operatie had 12 dagen geduurd, 12 dagen van angstige spanning en grote hoop, dat geen stormwind het tonnenzware gevaarte zou komen omwerpen. Maar alles verliep naar wens: de werklui kregen hun extra rantsoen jenever en de molenaar 1  mudde en 3 loopen afslag voor zijn stilstand (17).

In de jaarrekening (1544-1545) vermeldde rentmeester Ambrosius van  Kintschot, dat jasper Schildemans, molenaar te Gierle, vrij werd gesteld van  zijn pacht. Dit ingevolge de brief van 16 november 1545, uitgaande van de rekenkamer en ondertekend J. Wedinx. Welke de reden van die vrijstelling was, werd niet vermeld.

Meteorologisch gezien was de zomer van 1565 een extreme uitzondering. De  maanden juni, juli, augustus en september van dat jaar werden gekenmerkt  door een ongekende 'groote stilte van weder offte wint'. Ongetwiifeld moet dit het geval geweest zijn in een groot deel van onze gewesten, vandaar dat de  molenaars de inwoners maar 'luttel ende seer qualijck en hebben connen gerieven'. De banaliteit verbood de ingezetenen zelf te malen, dus werd andermaal beroep gedaan op de eventuele paraatheid van de watermolen(s), in zoverre dat over een voldoende watervoorraad kon beschikt worden. De lange  windstilte is ongetwijfeld met een periode van droogte samengegaan.

Gevolg: de magistratuur werd verplicht toelating te verlenen tot de invoer van meel, tegengesteld aan de bestaande verordeningen. Dit langdurig, gedwongen doorbreken van de gevestigde regel was misschien mede oorzaak dat stilaan het invoeren van meel toenam; heel dikwijls zelfs zonder toelating. Het zou aanleiding geven tot menig proces en scherpe tegenstellingen tussen de stads- en/of dorpsmagistraten en de 'admodiateur' (18) van de windmolens binnen  het land van Turnhout. Als gevolg van de lange windstilte werd ook nu de molenaar gratie verleend op zijn achterstallige pacht. 

Figuurlijk althans was het het jaar van de 'stilte voor de storm' geweest, want  in 1566 mondde de op de spits gedreven godsdienstige tegenstellingen uit in  de beeldenstorm die ook door onze streek een spoor van vernieling trok (19). Ondanks die troebele tijden bood molenaar Aert Pauwels tot 35 sister  rogge/jaar om de molen te mogen huren. Na hem kwam Jan Wouters, die meende voldoende omzet te krijgen om per jaar 40 sister rogge over te  houden om aan pacht te kunnen voldoen. De duurtijd van Pauwels' en  Wouters' pachttermijn komt uit de rekeningen niet duidelijk naar voor (20).  Een kleine nota wijst erop dat rond die tijd de molen werd 'opgewonden ende  te lootgestelt' omdat hij verzakt was. Omwaaien bij stormweer was in een dergelijke onstabiele toestand niet denkbeeldig. 

Onrust en tegenspoed bleef de Kempen teisteren. De bevolking werd geterroriseerd door benden van diverse pluimage: huurlingen, deserteurs, rovers. Tot overmaat van ramp kwam opnieuw de 'contagieuse sieckte der peste' haar  tol eisen. Geen familie werd gespaard, ook niet die van de molenaar. Vandaar  misschien de daaropvolgende, opvallend snelle wisseling van pachters. 

Adriaen Nuyts, die de plaats van een overleden molder (N.N.) was gaan innemen, kwam helemaal niet aan de kost. Hem werd op zijn pacht een  korting verleend van niet minder dan 92 Carolus gulden. Het was zijn tekort  aan graanlevering, waarmee hij zijn pacht had moeten voldoen, die hier in een  geldelijke tegenwaarde werd uitgedrukt. 

In juni 1570 was eens te meer de pest uitgebroken die in alle hevigheid had  doorgewoed tot maart van het daaropvolgende jaar. Gierle werd vooral  getroffen 'aent kerckbof (21) maer oock in sijne gehugten'. 

Gedwongen door de trieste omstandigheden, besloot de rekenkamer anno 1572 om, voorlopig, de molens opnieuw per jaar te verpachten. Ondanks de  'magere jaren' ging de verpachting, die altijd te Turnhout werd gehouden, gepaard met een maaltijd waaraan niet minder dan 36 personen deelnamen. De  kostprijs van het etentje bedroeg 28 pond 2 stuivers. 

Jan Aerts Corneliss(one) huurde in 1572 de molen voor 34 sister; het  daaropvolgende jaar pachtte Anthonis Wynen voor 38 sister. 

Hun opvolger, Adriaen Jan Dierick, ging het niet voor de wind. Hij bleef met  zijn pacht flink ten achter en hem werd een periode van 2 jaar verleend om  zijn tekort aan te zuiveren. Men oordeelde hier dat niet zozeer de tiidsomstandigheden dan wel een slecht beheer aan de basis lagen van zijn tekortkoming. 

Mogelijks zag de toekomst er in 1576 wat rooskleuriger uit, want men besloot  om voor de molens de pachttijd terug op 3 jaar te brengen. De Gierlemolen  komt nu in handen van Jacob Luyten voor een hoeveelheid van 37 sister  rogge/jaar, maar de man heeft al evenmin geluk. Niet minder dan 300 pond  afslag werd hem in 1579 toegestaan, een bedrag dat procentsgewijs was  uitgesmeerd over de hele duur van zijn pacht. 

De troepen van Burggraaf van Gendt waren met rond de 8.000 paarden en een 'groote menighte voetvolck' in  het dorp komen logeren. Leeggeplunderd en beroofd door het Spaanse  krijgsvolk, dat zelfs de zeilen van zijn molen had meegenomen, moest Jacob  de molen verlaten. Maar nog was de beker bitterheid niet tot de rand gevuld. 

In de zomer van dat jaar werd het dorp opnieuw geteisterd door de pest. Niet  minder dan 350 mensen stierven. Eén van hen was de vrouw van de molenaar. 

Ook voor opvolger Symon G(r)ielens had het lot een verrassing in petto. Beducht voor de soldateske stroperijen, poogde hij graan in veiligheid te  brengen. De vestingstad Antwerpen leek hem daartoe de meest geschikte  plaats, maar onderweg werd de man overvallen door in Herentals gelegerde  troepen, en uitgerekend voor hen wilde hij zijn lading veilig stellen. Waren  het niet de 'Spaensen' die roofden, dan wisten in dit geval de 'Staetsen' hun  kans te benutten (22). Symons'pacht, die 32 sister/jaar bedroeg, werd daarop  gekort met een tegenwaarde van 30 pond, 17 schelling, 6 pence. 

Onder het rentmeesterschap van Augustyn van Lyere zien we dat, voor een  ongekende periode, een oud gebruik opnieuw in de pachtvoorwaarden werd  opgenomen. Buiten zijn huurprijs, die per 1 oktober 1580 voor 3 jaar begon te  lopen, moest Adriaen Aerts ook nog 20 pond 'was' leveren. De levering mocht  gebeuren uit de opbrengst van zijn eigen bijenstal. Was de molenaar echter  geen imker, dan kon hij aan zijn verplichting voldoen tegen betaling. Gerekend aan 4 stuivers per pond (23). Dit 'wasgeldt' goldt als een bijdrage in de  kosten van kaarsen voor kerkelijke broederschappen, enz. (24). Voor slechts  20 sister/jaar was Aerts pachter gebleven, een duidelijk dieptepunt voor wat  de biedingen betrof. Het moet een gevolg geweest zijn van de penibele situatie die onze streken tekende tijdens sommige periodes van de 100-jarige  oorlog. Onder zijn molenaarsschap kreeg de molen een nieuw kruiswerk  aangemeten, wat een stilstand van 9 dagen tot gevolg had. De molen moest  immers, net als bij het vervangen van een standaard, opnieuw worden  geschoord en opgevijzeld. 

Twee jaar later, in 1583, kwam er een eind aan wat we zouden kunnen  noemen de eerste periode in het bestaan van een windmolen binnen Gierle.  Muitende onderdelen van de 'Staetse' troepen, soldaten en huurlingen van  Oranje, zwermden schuimend door de omgeving, verkrachtten Gierle als dorp  en staken er de molen in brand. 

Hoe erg het er, buiten het afstoken van de molen, was aan toegegaan, vond de  rentmeester niet eens het vermelden waard. Het is wachten tot 1591 voordat  één enkele zin van de hand van Anthonis Boudewyns, rentmeester, ons een  vaag idee geeft van hoe zwaar de gemeente getroffen was. Hij schreef:  '...ende waer wel grootel(ijck) van noode dat den selve (molen) wederomme  gemaeckt waer omme die ingesetenen ende gemeynte te gherieven die nu  beghinne weder omme te coomen en haer landt te cultiveeren.' Gierle was zo goed als verlaten geweest! 

Anno 1594. werd aan de rekenkamer toelating gevraagd om de molen te her-bouwen. Om hem te financieren zouden uit het 'Grootenboudt' niet minder  dan 600 eiken worden verkocht. Er werd vooropgesteld dat de molen aan  Zijne Majesteit, Philips II, Koning van Spanje, plus-minus 40 sister rogge/jaar  zou opbrengen, zonder dat de rebellen de helft daarvan zouden genieten (25).  Maar op het voorstel werd voorlopig niet ingegaan.

De nieuwe molen met het spektakel van de bouw liet op zich wachten tot  1614. Het was Hendrick Donckers die als eerste de nieuwe molen pachtte  voor een periode van 5 jaar. jaarlijkse huur: 425 gulden. Sinds enkele jaren was men, en dit voor alle molens binnen het Turnhoutse bangebied, afgestapt  van de gewoonte de molens te verpachten tegen een bepaalde hoeveelheid  graan. De huur zou voortaan te betalen zijn in 'ganghbaere specien'. Samen met het nieuwe gebruik veranderde ook de datum waarop de pachttijd begon te lopen. Waar vroeger het pachtjaar inging op 1 oktober en eindigde op 30  september, veranderde dit met de nieuwe beschikking in 1 januari - 31  december. De duurtijd kon variëren van 1 jaar tot 3 jaar of een veelvoud daarvan.

Met ups en downs bleef de pest verder tussen de inwoners 'zeisen', nu schijnbaar met minder dramatische gevolgen (26). Het leek erop of, in vergelijking met oudere gegevens, de ziekte aan kracht had ingeboet.

Het lijkt erop dat, met de voortgang der jaren, de rentmeesters in hun jaarrekeningen stilaan minder aandacht gingen besteden aan gebeurtenissen en voorvallen die niet direct op de molens waren terug te voeren. Wel bleef men  (soms) vrij gedetailleerd daar waar het onkosten, materiaal en werklui betrof. 

Midden de XVIIde eeuw werd een nieuw artikel aan de pachtvoorwaarden  toegevoegd. Vanaf 1659 werd elke molenaar verplicht zich van eigen maalstenen te voorzien. Tot dan toe waren die altijd 'geleverd' geworden door de  landheer die ze als zijn eigendom bleef beschouwen (27). Desondanks hadden  de molenaars de stenen volledig te betalen onder de vorm van periodieke  afbetalingen. De grootte van dat bedrag was afhankelijk van de sleet die als  gevolg van het malen optrad. Voordat een molensteen op de molen werd  gelegd, ging men de dikte ervan opmeten. Als eenheid hanteerde men de  duim. Om de drie jaar, of wanneer de molen van pachter veranderde, werden  de stenen op hun dikte nagemeten. Men ging dan na hoeveel van de steendikte  door het gebruik verloren was gegaan. Voor de sleet betaalde de molenaar een  vooraf contractueel vastgesteld bedrag. Sleet aan de steen ontstond niet alleen  als gevolg van de wrijving tijdens het malen, ook bij het scherpen (28) ging  een gering deel aan dikte verloren. 

Deze nieuwe gang van zaken is mogelijk een gevolg geweest van de  omstandigheden tijdens de 80-jarige oorlog, toen molenstenen moeilijk te  vinden waren. Diverse rekeningen van rentmeesters, die in opdracht van de landheer voor de aankoop instonden, vermelden gemaakte onkosten tijdens  hun soms dagen durende reis op zoek naar stenen. Door het aankopen geheel  op de molenaar over te dragen, verviel voor de heer de verplichting afslag op  het pachtgeld te moeten toestaan omdat bij gebrek aan stenen de molen kwam  stil te staan. De mulder ging daarom ook trachten van minstens 1 steen in  voorraad te hebben. Vanaf nu zal de afgaande pachter zijn stenen verkopen  aan de opkomende. Al hadden de pachters nu zelf voor hun maalstenen te  zorgen, toch bleef de rentmeester de aankoop ervan voor zich opeisen. 

Persoonlijk profijt zal daaraan niet vreemd geweest zijn.  Voor Gierle was de eerste maalder die met het fenomeen geconfronteerd werd  Adriaen Wyndrix, een ingezetene van Wechelderzande. Die had, met ingang van 1 januari, voor 3 jaar ingepacht voor een bedrag van 675 rinsgulden/jaar. 

Een verwisseling van molenaar noteren we op 1 januari 1663. Voor een  termijn van 3 jaar huurde Dierck Adriaenss(on)e de molen voor een jaarprijs  van 825 gulden. Dit vrij hoge bedrag laat ons vermoeden dat de graanprijs op  dat moment vrij gunstig lag en men op dat vlak een zekere stabiliteit meende in het vooruitzicht te hebben. Daartegenover stond dat hoge graanprijzen tot  op zekere hoogte vrijwel altijd wezen in de richting van een tekort. 

Het was de gewoonte dat om de drie jaar, of wanneer een nieuwe pachter aankwam, de molens door twee gezworen timmerlieden-molenmakers op hun  algemene toestand werden nagekeken. In het geval van Dierick Adriaensse fungeerden daarbij de gebroeders Adriaen en Hendrick Celen. Om de tegen- sprekelijkheid van hun nazicht te garanderen, trad als afgevaardigde voor de  toenmalige landsvrouwe, de weduwe van Oranje, Adriaen Celen op; terwijl  zijn broer Hendrick voor de belangen van de molenaar instond. Zij stelden  vast dat qua algemene toestand en ondanks het nodige onderhoud de molen  voor een bedrag van 23 gulden aan waarde had ingeboet. In geval van  ‘verergering’ zoals dat werd genoemd, had de afgaande pachter, in dit geval

Adriaen Wyndrix, het bedrag te voldoen aan de eigenaar. Het  tegenovergestelde kon ook voorkomen. Had bijvoorbeeld een molenaar op  eigen kosten ingrijpende werken laten uitvoeren waardoor de molen  verbeterde en in waarde toenam, dan kreeg hij het verschil - de  waardevermeerdering dus - terugbetaald door de nieuw aankomende pachter, en niet zoals men zou mogen verwachten, door de eigenaar (29). Te noteren valt dat in het pachtcontract, ongeacht of de molen in waarde steeg of daalde,  een clausule was opgenomen die bepaalde dat elke molenaar, per jaar, een  vast bedrag van 25 gulden te betalen had voor onderhoud en reparatie van de  staande werken. Een dubbelzinnigheid die - bij schadegevallen - dikwijls  aanleiding heeft gegeven tot felle disputen tussen de mulders en de  rekenkamer. 

Met het aantreden van Jan Cornelis van Eesendael als molenaar, brak vanaf  1666 een periode aan waarbinnen de molen om de drie jaar van huurder  wisselde. Was Jan Cornleis met zijn bod van 631 gulden/jaar pachter  gebleven, dan komt de molen in 1669 voor een bedrag van 460 gulden/jaar  toe aan Jan Kiebooms, die hem in 1672 aan Adriaen Dils moet laten voor 640  gulden/jaar. 

Jan Poels (30) schijnt, in de range rij van molenaars, de eerste geweest te zijn  die de Gierlemolen voor een tijd van 12 jaar in handen wist te houden (31).  Hij had ingepacht met ingang van 1 januari 1675 voor de prijs van 605 gulden/jaar. Voor zijn laatste termijn afliep (31 december 1686), wist hij zich  op de herverpachtingen nog driemaal financieel de sterkste te tonen. Deze  man kwam op een pikante manier in het nieuws, door een affaire waarvan hij  voorzeker heeft wakker gelegen.
Als 'maerte' werkte bij Jan Poels ene Maria Eyckens. Ergens in de herfst,  oktober of begin november van het jaar 1684, hadden die twee een  onenigheid waarvan de reden in het gevonden verslag niet duidelijk uit de  verf komt. In haar verklaring zegde Eyckens dat de molenaar ‘haar,sonder redenen ende met grammoedighe woorden heeft bespronghen’- Dat hii haar  nadien was blijven aanstoten waardoor ze in een 'siedende heete koyketel staende op den heirt' was terechtgekomen. Daardoor was ze verbrand geworden, 'haer geheel lijff lanck', met een range bedlegerigheid tot gevolg.  Poels daarentegen beweerde dat zij erin was gevallen, hii vond de aanklacht  niet 'gefundeert' en zegde de gevraagde schadevergoeding niet te zullen betalen (32). Het is tot een proces gekomen, maar helaas, zoals het zo  dikwijls gebeurt, zijn de documenten met betrekking tot het verloop en de  uitspraak van het geding schijnbaar verloren gegaan. Misschien is in dit  gebeuren de oorzaak te zoeken waarom Jan Poels geen vijfde maal inpachtte,  maar uit Gierle verdween. 

Na hem was het Constant Meulemaeckers die met ingang van 1 januari 1687,  voor een prijs van 615 gulden/jaar, de molen voor een eerste termijn kwam  bemalen. Naar zijn vader gekerstend werd Constant in diverse akten 'de  ionghe' genoemd. Hij was waarschijnlijk afkomstig van Wortel, waar zijn  vader ingezetene was. Zijn vrouw, Elisabeth Mertens, schonk hem 10  kinderen. Het echtpaar ging geen gunstige periode tegemoet. In het begin van  zijn tweede termijn - de man bleef 12 jaar in Gierle - kwam het tot een oorlog tussen de geallieerden en de legers van de Franse koning, Lodewijk XIV (33). 

De gevolgen lieten niet op zich wachten. Troepen van beide partijen zouden al  snel het platteland terroriseren, plunderen en brandschatten. Ook de Kempen  viel ten offer aan hun vrijbuiterij. Er ontstond al spoedig een tekort aan  granen, wat een ernstige prijsstijging en een terugval van het gemaal tot  gevolg had. Door de omstandigheden gedwongen, moest Philips 11, Koning  van Spanje, toestaan dat meel in het bangebied Turnhout werd ingevoerd. Dit  besluit zou het banrecht dermate ondermijnen dat het nooit meer helemaal in  de plooi viel.

Het is niet onvoorstelbaar dat, als gevoig van die benarde omstandigheden en  een achteruitgang van het molenaarsinkomen, er bij de eventuele kandidaat- pachters weinig belangstelling bestond, waardoor Meulemaeckers al die tijd  zijn molen tegen pen comfortabele prijs heeft kunnen behouden. Zowel voor  1697 als 1698 werd hem telkens een bedrag geliik aan 3 maanden huur  terugbetaald (34). Hij heeft wel even mocten wachten op dat geld, want tegen  de tijd dat het hem werd uitbetaald, maalde hii al niet meer in Gierle, maar was, met zijn vader als borg, overgestapt op de molen van Lille (35). 

Tijdens het laatste jaar van Meulemaeckers pacht (1698), had Anthoni  Peeters, meester-molenmaker, het stormeind (36) van de molen opnieuw  schubsgewijze beplankt. Het daartoe benodigde hout was door Cornelis Loycx vanuit het 'Grootenhoudt' aangevoerd. Bovendien had de molenaar zelf voor  28 gulden verbeteringswerken laten uirvoeren. Ondanks de gedane kosten  meende de visitator, Anthoni Peeters, in opdracht van de eigenaar en Adriaen  Corstiaensen als sprekende voor de pachter, toch een verslechtering van de molensituatie te moeten constateren. Het kostte de molenaar 26 gulden. Jasper  Storms kreeg opdracht de zaken in orde te stellen. Samen met de herstel- lingswerken gaf hij het 'molenhuyscken' een opknapbeurt en ontving daarvoor,  als loon, de som van 28 gulden en 12 stuivers, materiaal inbegrepen. 

Op de verpachting van december 1698 bleek Nicolaes Clopmans met een bod  van 825 gulden/jaar als nieuwe huurder van de Gierlemolen uit de bus te  komen. Het kan er best eens lustig aan toe gegaan zijn, die bepaalde dag. De  rentmeester had besloten de kandidaat-pachters op een drinkgelag te onthalen,  '...om deselve beter te doen bieden', zo noteerde hij later in zijn jaarrekening. Het grapje ging door bij Peter van Walderen, waard in de warandeherberg achter het kasteel van Turnhout, en kostte de rentmeester Frans Pauly de  ronde som van 10 gulden. 

Die Nicolaes Clopmans had een niet onbesproken verleden. In 1672, toen hij  als knecht werkzaam was op de watermolen van Tielen, werd hij ervan verdacht deelgenomen te hebben aan plundering en roof op de persoon van Mundeleers, een inwoner van Herentals (37). Eens te meer een zaak waarvan de afloop in het duister blijft. Op 1 januari 1702 draagt Clopmans de molen over aan Jan Engelen, terwijl hijzelf de molen van Lille in pacht neemt voor een bedrag van 1.053 gulden/jaar. Door de dood van Constant Meulemaeckers (38) was die vrijgekomen (39). Het is trouwens niet uitgesloten dat tijdens de laatste jaren van diens molenaarschap in Gierle Clopmans bij hem in dienst was. 

Niettegenstaande het in 1697 tot de vrede van Rijswijck was gekomen, waardoor er een eind kwam aan de oorlog tussen de geallieerden en Frankrijk, bleven er naweeën. Er heerste overal armoede en de bevolking had last van stroperijen en vagebondisme dat veroorzaakt werd door achtergebleven en op de dool geraakte huurlingen. Chynsen en huurgelden waren door de collecteurs niet of onvoldoende kunnen ontvangen worden. Het afdragen van de XXste penning aan de Koning van Spanje liep ook helemaal in het honderd (40), omdat zij die de belasting hadden te voldoen, weigerden die te betalen (41). Bovendien was na de slag van Landen (1693) nog een 'Franse Contributie' ingevoerd (42): een extra aderlating voor de bevolking. 

Het economisch bestel zou slechts langzaam, en dan niet eens voor lang, terug op gang komen. Eind 1707 was er bij de molenverpachting onder de kandidaten opnieuw strijd om de molen van Gierle in handen te krijgen. Op de zitting beet Adriaen Diels de spits af met een bod van 405 gulden, dat hij onmiddellijk verhoogde met 5 'hoogen' (verdieren). Elk 'hoog' had een jaarwaarde van 10 gulden en moest dus geteld worden bij de 405 al geboden guldens. Merten Govers wilde niet ten achter blijven en waagde zijn kans door 5 'hoogen' bij te stellen, waarop Diels de inzet met nog 1 'hoog' optrok en uiteindelijk de molen toegewezen kreeg. Hij bleek echter command te zijn voor Lambertus Lambrechts, die aanvaardde. Als borg fungeerde voor hem één van de schepenen van Gierle (43). 

Deze keer was het Lambrechts gelukt, want bij de vorige verpachting had hij de molen moeten laten aan Clopmans. Bij de aanvang van zijn huur had Lambertus geen vermoeden van wat hem boven het hoofd hing. Hij had vrij gunstig ingepacht, er was voldoende graan en de prijs lag gunstig. Al spoedig echter kwam opnieuw een tekort om de hoek kijken met het gevolg dat op de Turnhoutse markt, in de maand februari 1709, de granen het dubbel moesten betaald worden van enkele weken voordien. De prijs was van rond de 3 gulden gestegen tot 6 gulden 10 stuivers het veertel. Maar daar bleef het niet bij. 

Op 1 maart 1709 voltrok zich de ramp waar elke molenaar doodsbenauwd voor was, maar, levend tussen hoop en vrees geloofde dat het juist hem niet overkomen zou. Maar het gebeurde toch! De molen ging branden, en met hem ging de gehele voorraad graan, het kapitaal van Lambrechts, in het vuur verloren. Wat de precieze oorzaak van het onheil geweest was, komt nergens duidelijk naar voren, maar we mogen aannemen, uit wat volgde, dat de molenaar in geen enkel opzicht schuld trof (44). 

Als het enigszins mogelijk was, werd nooit lang met het heroprichten gewacht. In de maand mei van 1710 kwam het tot een aanbesteding waarop Hendrick Willems aanvaardde de molen nieuw te bouwen voor een bedrag van 698 gulden. De molen moest 'gangbaer ende veerdigh' afgeleverd worden op 28 september van datzelfde jaar. In het contract was voor elke dag dat de werken vertraging opliepen, een boete voorzien van 6 Carolus gulden. 

Voor de aannemer werd het een fiasco. Door diverse tegenslagen liep hij een achterstand op van niet minder dan 23 dagen. Ondertussen bleef het pachtcontract van Lambrechts van kracht en werd hem voor de periode van 1 maart tot 28 deptember een eerste korting van 377-3- 3/4 gulden toegestaan (45). De rentmeester meende voor de 23 bijkomende dagen - omdat het werk pas klaar kwam op 21 oktober - nog een bijkomende som van 31-10-3/4 te moeten voorzien. Daar kon de rekenkamer evenwel niet achterstaan. Zij meende dat de molenaar die som maar moest verhalen op de in gebreke gebleven Willems. Mogelijks was bij de rekenkamer ook achterdocht ontstaan rond de formulering van de rentmeester. Hij had gesteld dat de 377… gulden stonden voor een gedwongen stilstand gelijk aan 2/3 van de pachttijd. Dat kwam grosso modo overeen met de periode, te tellen van 1 maart tot 21 oktober, maar niet van 1 maart tot 28 deptember. Die bijkomende 31... gulden leken dus als met 'dubbel krijt' geschreven. Men wist uit ondervinding dat ook sommige rentmeesters hun vorm van 'bijverdiensten' hadden. Vandaar hun weigering? 

Toch werd een gul gebaar gesteld tegenover Lambrechts. Men liet hem, omdat al zijn graan bij de brand was verloren gegaan, de molen aan dezelfde pachtprijs bemalen tot 31 december 1715. Bovendien kreeg hij, tegengesteld aan de geldende gebruiken, in 1712 toelating om tezelfdertijd de molen van Wechelderzande te bemalen. Daar was molenaar Michiel Lambrechts in gevolge de 'sleghte ende troebefe' tijden failliet gegaan (46). 

Niet minder dan 136 potten olie, voor een waarde van 88-14-0 gulden, waren opgebruikt om de molen te schilderen. De verf werd geleverd door Adriaen Hermans, die daarvoor 26-16-0 gulden rekende. Het werkloon om de molen te behandelen, bedroeg slechts 35 gulden. Jan Haeykens (ook Huygens) is de volgende die in 1716 aantrad met achter zich, als borg, Nicolaes Druyts (47), een man uit Gierle. Zijn bod bedroeg 520 gulden/jaar. Bij het driejaarlijkse nazicht bleek de molen, als onroerend goed, slechts een waardevermindering te hebben ondergaan van 2 gulden. Haeykens, die getrouwd was met Joanna Laureys, bleef maar drie jaar molenaar te Gierle. 

Opnieuw stond men voor een crisisperiode, die zich uitte in de snelle wisseling van pachters in de eerstvolgende jaren. Eerst kwam vanaf 1 januari 1719 Andries van Asbroeck (48). In oktober 1721 herpachtte hij voor een tijd, die bepaald was op 6 jaar. Misschien had hij zich daarbij vergallopeerd of was er iets anders misgegaan; we weten het niet. Feit is dat reeds op 17 december 1721, enkele dagen voor. datum dat de nieuwe pacht een aanvang nam, hij de molen overdroeg aan Peter (van) Couwenbergh(s), die er in slaagde het zesjarig contract na te komen tegen betaling van 702 gulden/jaar (49). 

Voor drie jaar was het nu de beurt aan Arnold Eggers (50). Zijn lage huurpriis van 550 gulden/jaar bewees eens te meer dat er maar weinig belangstelling was voor de molens. Het was zelfs zo erg dat, in vergelijking met enkele jaren voordien, binnen de stad Turnhout maar de helft van de huurwaarde werd geboden, een trend die zich doorzette naar de andere banmolens. Bovendien waren er algemeen klachten over de slechte toestand van de molens, waaraan de laatste jaren enkel het hoogst nodige onderhoud was gedaan. Hoe moeilijk het wel was om een goede molenaar te behouden, mag blijken uit het feit dat voor Eggers, die uit Tielen kwam, te Gierle een huis werd gehuurd, wat 40 gulden kostte. Toch wilde of kon Eggers niet op de molen blijven, omdat de bestuurders van Gierle hem hadden 'affgepandt' (51). Hij had namelijk geweigerd zijn XXste penningen te betalen. 

Om zo goed mogelijk verzekerd te zijn dat de molens bezet bleven, verkoos men, op een nog onduidelijk moment, de molens van Gierle, Lille en Wechelderzande opnieuw te verhuren voor een periode van 6 jaar. Voor Gierle althans bleek dit een gelukkig besluit te zijn geweest. 

Per 1 januari 1749 trad Gerardus van Hooghten als molenaar aan voor een jaarhuur van 610 gulden. Hij genoot het vertrouwen van Frans Druyts, borgemeester van Gierle, en van Dielis Leysen, want het duo stelde zich borg. De eerste opmerkelijke gebeurtenis die daarna schijnt voor te vallen, is een lange periode van windstilte, die duurde van augustus tot oktober 1752. 

Dat jaar vinden we ook Gerardus van Hooghten op de watermolen van Tielen (52). In 1753 bleef bij de herverpachting Gerardus molenaar met een bod van 729 gulden/jaar. Ondertussen waren ook een reeks herstellingen aan de molen uitgevoerd. Zo werd onder andere een nieuwe steenbalk ingevoerd (53), een niet gering werk dat opnieuw het schoren en opvijzelen van de molen noodzakelijk maakte. Jan Baptist Peeters zorgde ervoor dat alles in de beste orde verliep; bovendien voorzag hij, daar waar nodig, de molen van nieuwe schaliën (54). Smid Jan Peeters kreeg opdracht een ijzeren band te smeden om steenbalk en standaard met elkaar te verbinden. Van de gelegenheid werd ook gebruik gemaakt om het kruiswerk van een nieuwe laag teer te voorzien. Het werkje werd opgeknapt door Frans Suller, die daarvoor 22-13-0 gulden ontving, kostprijs van de teer inbegrepen. De oude steenbalk werd daarna, samen met nog wat andere 'affval', verkocht, wat 53- 5-3/4 opbracht. 

Anno 1755 waren er nieuwe onderhoudswerken noodzakelijk. Op aandringen van Gerardus was na controle gebleken dat dringend iets moest gedaan worden aan de teerlingen (55), wilde men voorkomen dat de molen bij stormweer ging omwaaien. Niet minder dan 5.000 'hard' gebakken brikken en waren nodig om de reparatie uit te voeren. De inwoners van Gierle hadden aangeboden het transport van de grondstoffen gratis uit te voeren, wat ze beschouwden als 'une petite recreation'. zoals rentmeester van Gastel het uitdrukte in zijn brief, gericht aan de toenmalige heer van Turnhout, Sylva Tarouca.

Vier jaar later zijn andere werken nodig. Een wand van de molen moest nieuw worden beplankt en de molenstaart (56), die gebroken was, besloot men toch maar te herstellen, alhoewel er bij Frans van Astbergh een nieuwe was gekocht. Om de nieuwe staart niet te laten verloren gaan, werd deze in het water gelegd om hem te 'conserveren'.

Eind december 1760 liep Gerardus van Hooghtens' pacht af De man zou het echter niet meer beleven. Hij overleed op 9 juli 1759 en liet zijn vrouw, Maria Theresia Dionys, achter met 11 kinderen. Maar een maalderij kan niet stilstaan en Jos van Duppen - misschien was hij wel Gerardus knecht - nam het vaandel over. En niet alleen dat! Reeds op 1 december 1759, minder dan 6 maanden na de dood van Gerardus, huwde hij diens weduwe. De vrouw is dan 16 jaar ouder dan Jos. Hun werd in 1762 nog een dochter geboren. 

Van Duppen begon een eerste driejarige periode als pachter op 1 januari 1761. Huurprijs: 720 gulden/jaar. Van de Turnhoutse molenbaas Henricus Me(i)rmans (57) kocht van Duppen 2 kleine molensteentjes, zogenaamde wolfkens, omdat ze in Turnhout op de rosmolen niet meer te gebruiken waren. Al was één van de stenen gebroken, toch liet de rentmeester er nog 49-10-00 gulden (58) voor betalen. Tijdens het laatste jaar van Van Duppens' pacht was het noodzakelijk dat de molenberg werd opgehoogd. Het was een werk dat in de loop der jaren wel eens meer diende te gebeuren. De motte waarop een molen stond, was dikwijls van een zodanige omvang dat het mogelijk was om met paard en kar tot onder de molentrap te rijden, waar dan door middel van het luiwerk (59) de graanzakken konden worden opgetrokken en neergelaten.

Door al dat op- en afrijden ging de berg stilaan uitzakken waardoor de stabiliteit van de molen in gevaar kwam. Dergelijk werk werd dikwijls opgeknapt door de mannelijke ingezetenen van het dorp, die daarvoor als beloning een drinkgelag kregen aangeboden. Te Gierle kostte wat na dit werk bij Frans Cornelissen werd opgedronken, niet minder dan 6 gulden. Ook aan het 'molenhuysken' werden een reeks reparaties uitgevoerd. Aan timmerman, smid en houtzagers betaalde men samen 18-15- 3/4. Met mulder van Duppen was overeengekomen dat hijzelf het werkvolk van spijs en drank zou voorzien. 

Op 31 december 1769 (60) eindigde het laatste pachtcontract van Jos van Duppen. Voor 3 jaar gaat de molen nu over op Hendrick van Zeir, een te Paal geboren Limburger die in Turnhout gehuwd was met Anna Catharina van Beve(r)loo (61). Mogelijk had Hendrick ook daar op één van de molens zijn vakmanschap verworven. Tot 939 gulden/jaar had hij moeten bieden om te kunnen huren. 

Zijn opvolger, Christiaen Smolders, die toekomst meende te zien in het bedrijf, had er 955 gulden/jaar voor over. Ook hij is één van de pachters met wie het lot 48 veertelen kalk niks goeds voorhad. Zijn handel verliep minder florissant dan hij verhoopt had. Bij de afrekening van zijn 2de jaar huur bleek dat hij die niet kon voldoen. Een jaar later, op 17 december 1775, komt hij door ongeval te overlijden (62). 

De molen gaat nu naar de 31-jarige Cornelius Gerardus van Hooghten, zoon van Gerard, die we al kennen van vroeger. Het jaar waarin Cornelius als zelfstandige molenaar begon, was de winter zo hard dat op de toegevroren Schelde kermis werd gehouden. Waar enerzijds de harde winter ook de Kempenaars kippevel bezorgde, was anderzijds het economisch klimaat niet ongunstig. Buiten het subjectieve ongenoegen, dat veroorzaakt werd door allerlei hervormingen die met de 'eeuw der verlichting' gepaard gingen, hadden de mensen het niet zo slecht. 

Jaar na jaar weet Cornelius zich als molenaar te handhaven, al stijgt zijn pachtprijs tot 4.029 gulden/jaar. Geen van de noodzakelijke onderhoudswerken werden verwaarloosd. Zo kreeg de molen een nieuwe zolder; verrichtte Frans Coninckx, metser, reparaties aan de teerlingen; werd de trap en het kruiwiel (63) hersteld en was het kruiswerk nog maar eens van een verse laag teer voorzien. Als grondlasten op zijn molen betaalde Cornelius in 1786 een bedrag van 30-9-0 gulden. 

Ondertussen stond de samenleving aan de vooravond van een omwenteling die een einde zou maken aan een staatsvorm die eeuwenlang de samenleving had beheerst. Tijdens de XVIIIde eeuw waren in versneld tempo nieuwe filosofieën ontwikkeld. Drastische veranderingen, opgelegd aan kerk en samenleving, waren een voedingsbodem geworden voor onrust en ongenoegen. De industriële revolutie, die langzaam op gang begon te komen, bracht nog geen wezenlijke verbetering in de economische situatie. In Frankrijk waren, na Engeland, de tegenstellingen tussen de standen dermate toegenomen dat een onoverbrugbare kloof was ontstaan. Ongenoegen, armoede en zeker honger deden te Parijs, op 14 juli 1789, de vlam in de pan slaan. Deze gebeurtenis zou heel Europa tot in het diepst van zijn eigenheid schokken. Eens te meer zou alles ontaarden in een strijd die, niet in het minst, ook om onze gewesten werd gevoerd. In het zog van de Franse gebeurtenissen brak bij ons de Brabantse Omwenteling uit, die zichzelf in onderlinge twisten smoorde. De oorlog die met wisselende kansen gevoerd werd tussen Frankrijk en Oostenrijk, bracht ons, na de slag van Fleurus (26 juni 1794), een definitieve Franse bezetting, die later werd omgebogen tot annexatie. Parallel met de griezel van de oorlog marcheerden als altijd de spoken van armoe en terreur. Er kwam de kerkvervolging, de militaire dienstplicht, de boerenkrijg, de gedwongen leningen, de muntontwaarding, de assignaties, enz. Al spoedig was er opnieuw een ernstig tekort aan granen, en het brood trok ook toen nog altijd de spreekwoordelijke kar. In alle lagen van de bevolking broedde een onderhuids ongenoegen. Ook bij vele molenaars! 

Hoe anders moet het pamflet, door de Fransen verspreid op 9 nivose jaar 3 (29 december 1794), worden verklaard? Het volk werd ervan verwittigd dat 'qualijcke molders' het graan half gemalen lieten en zich andere kwaadwilligheden veroorloofden, waardoor slecht meel werd afgeleverd. Bij betrapping zou hen een boete van 3.000 livres worden opgelegd, waarvan de helft de 'aanbrenger' toekwam. Bakkers die het slechte meel verwerkten, zouden aanzien worden als medeplichtig en met dezelfde som bestraft worden indien ze de oorsprong en/of de leverancier van het meel niet bekendmaakten. 

Eens België door de Franse republiek was geannexeerd, werden de assignaten, ook bij ons, nog slechts als enig betaalmiddel erkend. Voortaan zou ook de huur van de molens met die 'geldbons' moeten worden voldaan (64). 

Omdat het tekort aan graan nijpend bleef - er werd aardig wat gesmokkeld richting Holland -, was de overheid gedwongen een wet uit te vaardigen waardoor alle transport van granen binnen het kanton Turnhout verboden werd (65). Op diverse plaatsen in de Kempen werden douaneposten ingericht om op de naleving van de nieuwe wet toe te zien. 

Rond diezelfde tijd, namelijk op 24 pluviose jaar 7 van de republikeinse kalender (12 februari 1799), werd de affiche met het nummer 104 verspreid, waarop als 28ste koop de molen van Gierle voorkwam. Deze was als eigendom van de vóór de revolutie gevluchtte edelman Joseph François Xavier de Pestre (66) onder sequester geplaatst en bij de Nationale Goederen gevoegd (67). De omschrijving van het te koop gestelde luidde als volgt: 'Eenen windmolen gelegen tot Gierle, in gebruyk door Gerardus van Hooghten, mits 1500£ (livres) (68), door huerceel van 3, 6 en 9 jaeren, ingegaan den 11sten nivose, jaer 7, geschat op eene inkomste van 1300£, de welke vermeerderd door 40 een capitael uytmaeken van 52000£.' 

Op de definitieve toewijs van eind februari 1799 bleef Henri van Roy, een Leuvens industrieel, eigenaar met zijn bod van 400.000 fr. Daarmee begon, in de nieuwste tijd, voor molen en molenaar een heel nieuwe vorm van bestaan. Tot op zekere hoogte althans. Al was in 1795, na de annexatie, door Louis Ghilaine de Bouteville in België het feodale regime met al zijn geplogenheden afgeschaft, toch bleven een aantal gebruiken, zeker in de pachtvoorwaarden, nog een tijdlang voortleven. Een voorbeeld: het molsterrecht bleef als enige vergoeding voor het malen in gebruik. Het duurde nog enkele jaren voor het werd afgeschaft. Vanaf dan moest de molenaar in klinkende munt worden betaald. 

Pas na Waterloo (1815) kwam een nieuwe economische heropleving tot stand, en vanaf dan kregen de molenpachters af te rekenen met een voor hen quasi onbekend fenomeen: dat van de concurrentie. Vanaf het begin van de 19de eeuw verschenen overal nieuwe molens, nu niet meer in het bezit van de landheer, maar als eigendom van vrije ondernemers. Op sommige plaatsen kon haast van wildbouw worden gesproken. Waar twee molens in een kleine gemeente nog kon, was een derde er al gauw te veel. Tezelfdertijd werden in verschillende gemeenten extra taksen geheven op de invoer van graan, tot groot nadeel van de molenaars. Gedurende anderhalve eeuw zou rond het gemaal een soms scherpe concurrentiestrijd worden gevoerd, waarbij alleen zij die financieel het sterkst waren, zich konden handhaven. 

Her en der zag men het aantal windmolens teruglopen. Ze werden verkocht, afgebroken, verplaatst. Aldus kwam een herverdeling tot stand. Toch wist de windmolen zich nog ruim 100 jaar te handhaven, tot uiteindelijk ook hij doorde mechanische evolutie uit de markt zou worden geprijsd. De 'vooruitgang' deed wind- en watermolen, na een lange doodstrijd, definitief de das om. De periode vanaf 1800 tot na Wereldoorlog II werd een geschiedenis op zich. 

Kadastrale beschrijving uit ca. 1830: "deze houten standaart molen van een sterke constructie h ebbende twee paer steenen welke n iet gelijktijdig kunnen gebruikt worden, deselve is wel gesitueert bij het dorp".

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: De Backer-Jacobs Jan Franciscus, molenaar te Gierle
- 01.06.1850, erfenis: de weduwe en de kinderen (kinderen: a) De Backer Joannes Josephus, molenaar te Gierle, b) De Backer Joannes Baptista, landbouwer te Gierle, c) De Backer Theresia, echtgenote Eyskens Athanasius, zonder beroep te Gierle, d) De Backer Catherina Sophia, echtgenote Bosch Joannes Baptista, timmerman te Gierle, f) De Backer Constantina, landbouwster te Gierle, g) De Backer Augustinus, molenaar te Antwerpen, h) De Backer Maria Anna, echtgenote Janssens Joannes, molenaar te Herenthout, i) De Backer Maria Anna, echtgenote Janssens Joannes, molenaar te Herenthout, i) De Backer Joannes Franciscus, moelnaar te Schijndel (NL) en j) De Backer Ludovicus, schoenmaker te Gierle (overlijden van Joannes Franciscus De Backer)
- 24.12.1853, deling: De Backer-Eyskens Joannes Josephus, molenaar te Gierle (notaris Dierckx - verklaring van Joannes, d.d. 24.12.1853à
- later, erfenis: de erfgenamen (overlijden van Joannes De Backer)
- 12.05.1873, deling: Peeters-De Backer Joseph, molenaar te Gierle (notaris Dierckx)
- 24.05.1903, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Jospeh Peeters)
- 24.08.1906, deling: a) de weduwe (voor vruchtgebruik), molenarin te Gierle en b) Peeters Josephus (voor naakte eigendom), molenaar te Gierle (notaris Jansen)
- 31.12.1911, verkoop: Van Heyst-Roten Jozef, handelaar te Gierle (notaris Jansen)
- 06.05.1919, verkoop: De Kinderen-Hofkens Victor Lambert Jan, molenaar te Merksplas (notaris Jansen)
- 03.12.1945, verkoop: a) Rombouts Emile Jozef ALbert, landbouwer te Gierle, b) Rombouts Frans, landbouwer te Gierle, cà Rombouts Jozef Frans, landbouwer te Gierle en d) Rombouts Maria Coleta, landbouwster te Gierle (notairs Jansen)
- 12.07.1956, verkoop: Rombouts-Eyskens Emiel Jozef Albert, werkman te Gierle (notaris Jansen - "verouderde windmolen met bouwland en gebouwen met draaiende en loopende werken met dieselmotor, haverpletmolen en meachinale maalderij")
- 2006, verkoop: vzw Kempens Landschap (in erfpacht voor 99 jaar aan de Gemeente Lille)

Een zware storm wierp deze molen om op 29 november 1836. Eigenaar was toen Jan Frans De Backer. Op 16 mei 1837 verleende de Bestendige Deputatie van de provincie Antwerpen de toelating aan Jan Frans De Backer tot het oprichten van een nieuwe molen: de huidige stenen grondzeiler. In een steen boven de toegangspoort lezen we het jaartal 1837 en de initialen van de bouwheer-molenaar en zijn vrouw: "I.F.D.B. - A.M.I.". Hierbij zijn veel houten onderdelen in de stenen molen hergebruikt.

Van deze molen wordt verteld dat op 15 november 1844 een vijftigtal personen op de gaanderij stond, om de begrafenisstoet te volgen van volksvertegenwoordiger De Nef. Door het gewicht van deze personen stortte deze stelling in, met als gevolg: vijf doden en zestien gewonden. Door dit feit wordt de molen ook de Tragische Molen genoemd.  In de jaren 1970 werd dit voorval echter ontkend: het zou gebeurd zijn op de Lokerenmolen van Turnhout die  in 1927 werd gesloopt. Verder onderzoek zal dit nader kunnen uitwijzen. Feit is wel dat erin de huidige romp een deur aanwezig is, die als voormalige stellingdeur kan aangewezen worden.

Later kwam de molen door erfenis aan Jacob De Backer, dan aan Jos Peeters-De Backer en nog later aan Jef Van Heyst. Vanaf 1919 werd de molen uitgebaat door Victor De Kinderen die de molen ongeveer dertig jaar in bezit heeft gehad.

Op 21 april 1931 werd Maria Joanna Peeters (°Gierle 20.06.1927), dochtertje van handelaar Lodewijk Peeters en Hortensia Theresia Proost uit Gierle, dodelijk getroffen door een draaiende molenwiek.  Het bijna vierjarig meisje was er gaan spelen samen met haar vijfjarige broer René (Gierle, 1925-1999). Marietje overleed rond 15 uur terwijl men haar van de molen naar de molenaarswoning droeg (meer gegevens in bijlage).

Tijdens de orkaan van 14 november 1940 liep de molen door de vang: de verdekkerde wieken draaiden heel snel en de voortdurende wrijving van de vangband veroorzaakte brand. In april 1941 was de molen echter weer in bedrijf. In 1946 verkocht Victor De Kinderen de molen aan Emiel Rombouts. Hij maalde tot in 1958, maar liet ook daarna de molen nog af en toe draaien.

In 1976 werd de molen grondig hersteld door molenmaker Caers uit Retie. De molen kreeg nieuw hekwerk op beide roeden. De kap, de beide schorenparen en de korte spruit werden vernieuwd. De molenromp werd opgeknapt. De lange spruit - een oude roede - kon behouden blijven. Ook werd de staart hersteld.

Ondanks de molennaam was de molen toch niet sterk genoeg: in 1977 brak tijdens het malen (met vier volle zeilen) de geklinknagelde buitenroede (fabrikaat Verhaeghe, nr. 1211, 26,50 m, geplaatst op 23.10.1934). De gebroken roede werd vervangen door een gelaste stalen roede gemaakt door Peel (uit het West-Vlaamse Gistel) en meet 26,5 m. De binnenroede (26,3 m lang) is een geklonken potroede, genoemd naar de Nederlandse fabrikant Pot. Hij is afkomstig van een poldermolen van de Purmer in Nederland, is 26,3 m lang en werd in 1903 gestoken in de Oude Molen in Balen (afgebrand op 25 mei 1938) en in 1940 te Gierle (roedenummer 1965).

Er is nog een koekenbreker aanwezig van het constructieatelier Vandevelde & Arras uit Lier.
De molen maalde nog tot in 2003 (vrijwillig molenaar Leo Struyven). De toestand van de molen liet toen niet meer toe om nog te draaien. De bebouwing in de omgeving (ondanks de bescherming als dorpsgezicht in 1981!) zorgt voor een ernstige windbelemmering.

De laatste beroepsmolenaar Emiel Rombouts overleed op 18 december 2008. Twee jaar voordien had de familie Rombouts de molen en het omliggende grasplein verkocht aan de vzw Kempens Landschap voor € 99.997. Deze gaf de molen voor 99 jaar in erfpacht aan de gemeente Lille.

Architectenbureau Sabine Okkerse bvba uit Oudenaarde stelde in 2007-‘08 een restauratiedossier samen. In 2009 werden de roeden en de staart gedemonteerd.

Vlaams minister voor Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois kende in april 2011 een restauratiepremie van 451.475 euro toe. De totale kostprijs van de restauratie bedroeg zo’n 695.000 euro, incl. 21% BTW, De gemeente Lille betaalde 20%, de vzw Kempens Landschap eveneens 20%. De Vlaamse overheid subsidieerde de rest van het bedrag.

De aanbesteding voor de restauratie ging door op 1 juni 2011. De werken gebeurde in twee fasen. Eerst nam Renotec nv uit Geel de romp onder handen en daarna volgde de molentechnische restauratie door Boers & Peusens bvba (Dirk Peusens) uit Merelbeke. Op 25 april 2012 werd de kap afgenomen en de molen leeggemaakt. Alle draaiende werk werd afgevoerd naar het atelier van deze molenbouwer.

De molenkap, het draaiende werk, het gevlucht en de binnenvloeren werden vernieuwd. De binnenroede was een potroede (fabr. Pot, NL, nr. 1965, uit 1903, hier gestoken in 1940) met een lengte van 26,3 m; de buitenroede was gelast (fabr. Peel, Gistel, 1977) en was 26,5 m lang. De oude Peelroede werd gerestaureerd en de oude Potroede werd integraal vernieuwd, in onderaanneming door Vaags Molenwerken uit Aalten, NL. De roeden kregen opnieuw verbusseling als stroomlijnprofiel. Het vangwiel en spoorwiel kregen nieuwe kammen, de drie rondsels werden nieuw gemaakt. Twee steenkoppels werden werkingsklaar gemaakt. De vernieuwde kap werd op 26 september 2013 geplaatst. De roeden volgden op 29 oktober. De gemeente Lille plaatste buitenverlichting.

De molen werd op zondag 3 augustus 2014 tijdens "Giel Met" ingewijd en voor het groot publiek opengesteld.

De molen wordt bemalen door vier vrijwillige molenaars: Jef De Walsche, Gust Smits, Theo Ghoos (van de Slagmolen Lille) en Marc Peeters. Ze voeren ook kleine onderhoudswerken uit. Ze zijn opgenomen in een beheersovereenkomst met vzw Toerisme Lille. De molen zal geopend zijn elke laatste zondag van de maand (het hele jaar door), van 13 tot 17 uur. Contacten voor geleide bezoeken gebeuren ook via vzw Toerisme Lille op telefoonnummer 014 44 82 33.

De gemeente Lille leverde in november 2014 een vegunning af voor de bouw van een woonzorgcentrum op de site van melkerij Kempico in Gierle. Het complex telt 69 wooneenheden en 24 assistentiewoningen. De molenaars van 'In Stormen Sterk' vrezen dat de nieuwbouw de wind zal wegnemen en gingen in beroep. De provincie beslist over de bouwhoogte.

Adolf VERDEGEM (*), Lieven DENEWET & Gust SMITS

(*) Auteur van de periode tot 1800

VOETNOTEN 

(1) Om een te lange lijst van voetnoten te omzeilen, volgt hier een opsomming van de rentmeesters uit wiens jaarrekeningen de gegevens werden geput waarop deze bijdrage steunt. Valt te noteren dat de rekeningen geen continue reeks vormen.
A.R.A.: Reymert vander Beelen, Willem vander Aa, Frederick Dergent, Ambrosius van Kintschot, Anthonie van Lyere, Jeronimus Vekens, Anthoni Boudewijns, Hendrick vander Schoot.
R.A.A.: Guillium Proost, Johan Pauly, Marcus Pauly, Frans Pauly, Joseph Veughs, Jan Anthonius Lombaerts, Johan Frans Stuers, Jan Baptista van Gastel, Joannes de Fierlant.

(2) J. CORNELISSEN en P. VAN HAL, 'Molentermen' – Vang = prang. Soort van brede band die rond het prangwiel (ook vangwiel) sluit om de gang van de molen te stuiten.

(3) In het bangebied van Turnhout was het zelfs verboden om op een zondag te malen. Voor een dergelijke overtreding werden anno 1691 de molenaars J.B. van Broeckhoven en Dirk Casteleyns beboet.

(4) Deze verplichting was een gevolg van de banaliteit.

(5) J. CORNELISSEN en P. VAN HAL, (o.c.), Groot ijzer = staalijzer. Is rechtstaand ijzer met bovenaan het ronsel (dat in het prangwiel grijpt) en onderaan de rijn, een kruisvormig ijzer dat langs onder in de loper grijpt. De loper is de bovenste molensteen. Ronsel en prangwiel grijpen in elkaar en brengen, wanneer de molen draait, de loper in beweging. De hals bevindt zich tussen het prangwiel en de kruiskop, die met de wieken uit de kap van de molen steekt.

(6) Hier werd wellicht ronselschijven bedoeld.

(7) Wat nog van het 'Grootenhoudt' rest, heet nu het 'Giels bos'.

(8)Pas vele jaren later is er voor het eerst sprake van een molenberg. Veel van de eerste molens, zeker wanneer ze op de (rand van een) heide waren gebouwd, stonden op zware houten blokken en niet op een verhoging. De allereerste molens waren waarschijnlijk niet eens wendbaar en stonden vast naar de overheersende windrichting gekeerd.

(9) H. DE KOK en E. VAN AUTENBOER, 'Turnhout, groei van een stad'- R. PEETERS, '750 jaar Turnhout, Stad en Vriiheid'. Heren en Vrouwen van Turnhout (1500-1794): Filips de Schone (1494-1506); De Spaanse Habsburgers, Karel V minderjarig (1506-1515); Karel V (1515-1546); Maria van Hongarije (1546- 1555); Philips II, Koning van Spanje (1555-1598); Albrecht en Isabella (1598-1612); Philip Willem van Oranje (1612-1618); Albrecht en Isabella (1618-1621); Philips IV, Koning van Spanje (1621-1648); AmaliaVan Solms (1648-1675); Willem III van Nassau (1675-1702); Prins Friso van Nassau (1702-1713); Frederick Willem van Pruisen (1713-1740); Frederick II van Pruisen (1740-1745); Keizerin Maria Theresia (1745); Frederick II van Pruisen (1745-1753); Keizerin Maria Theresia (1753); Graaf Sylva Tarouca (1753-1768); juliaan Gysleen de Pestre (1768-...); Isabella Clara Cogels, zijn weduwe; Jozef Frans Xavier de Pestre, zijn zoon (...-1794).

(10) Al de ernstige besmetteliike ziekten met een grote sterfte tot gevolg werden onder de noemer 'pest', 'haestighe sieckte', 'contagieuse sieckte, enz, gekwalifiseerd. Door gebrek aan voldoende medische kennis werd zelden een duidelijk onderscheid gemaakt. Ook de 'rode loop' werd dikwijls geduid als pest.

(11) 1 oktober, feest van Sint-Bavo.

(12) J. BOEN, 'Maten en gewichten v.d. Provincie Antwerpen' - 1 Sister = 3 hl, 53 1, 8 dl, 99 cl; Turnhoutse maat.

(13) J. BOEN, (o.c.) - 1 Veertel = 88 liter, 4 deciliter, 74 centiliter; Turnhoutse maat.

(14) Ook graan dat reeds 3 dagen ongemalen op een windmolen lag, mocht in gelijkaardige omstandigheden terug worden opgehaald en naar een watermolen gevoerd.

(15) A. VERDEGEM, 'De watermolen van Tielen en zijn molenaars'. Tielen was tot 1612 verenigd met Gierle.

(16) S.A.T.: Diverse pachtcontracten uit de XVIde eeuw geven volgende verhouding: 1 mudde = 3 veertelen.

(17) In een veertel gaan 4 loopen.

(18) Verbasterd Frans, komt van 'amodiateur': verhuurder.

(19) E. DE SEYN, 'Geschied- en Aardrijkskundig Woordenboek der Belgische Gemeenten'. In 1569 werden er in de kerk van Gierle 5 altaren verwoest.

(20) De rentmeesterrekening maakt geen melding van verwoestingen in het dorp.

(21) Daarmee wordt bedoeld: de krans van huizen rond de kerk.

(22) Tijdens de gehele duur van de 80-jarige oorlog (1568-1648) had de Kempen regelmatig af te rekenen met plunderende legerbenden.

(23) Was: het produkt dat de bijen in de honingraten afscheiden. Indien de molenaar zelf geen bijen hield, kon hij de te leveren hoeveelheid afkopen.

(24) VERWIJS en VERDAM, 'Middelnederlandsch Woordenboek’ Tome IX, f°1781.

(25) Wat hiermee precies bedoeld werd, is nergens duidelijk uit af te leiden. Misschien werd Gierle gebrandschat door de 'Staatsen'.

(26) Dr. P.A. JANSSENS en W. VAN DEN BRANDEN,'De pest in het algemeen en in het bijzonder te Poederlee... Gierle... in de XVIIde eeuw', Jaarboek Heemkundige Kring 'Norbert de Vrijter' van Lille, blz. 53.

(27) De heer kocht, met tussenkomst van zijn rentmeester, de stenen en leverde die af aan de voet van de molen. Het 'indoen' was tot last en kost van de pachter.

(28) Scherpen = de molensteen voorzien van groeven. Deze inkervingen verschillen al naargelang er zachte of harde graansoorten werden gemalen.

(29) Volgens aloud gebruik bestond de molen, juridisch, uit twee delen: de staande en de draaiende werken. 1) Onder staande werken verstond men de teerlingen, bet kruiswerk, de molenkast, de trap, de molensteert, enz. Het hele pakket viel voor wat tet onderhoud betrof ten laste van de eigenaar. 2) Tot de draaiende of roerende werken werd gerekend al wat in beweging kwam bij het malen. Al deze onderdelen waren qua onderhoud ten laste van de pachter.

(30) K. NEEFS, Alfabetische lijst, opgemaakt aan de hand van de oude Parochieregisters van Gierle, (geboorten en overlijdens).

(31) De juiste duurtijd van hun pacht kon voor alle molenaars niet gevonden worden.

(32) R.A.A.-G.A. Gierle, nr. 612.

(33) De Duitse Staten, Spanje, Holland en Engeland.

(34) Hier werd duidelijk vermeld dat het om een terugbetaling ging. De molenaar had dus zijn pacht al voldaan voor hij om korting verzocht. In beginsel kon enkel pas dan om terugbetaling worden gevraagd, omdat het pachtcontract bepaalde dat de duur, bv. om de drie maand, strikt moest worden voldaan. In de praktijk was dat niet altijd mogelijk. Vandaar dat de Rekenkamer, na ruggespraak met de rentmeester, dikwijls 'korting'v erleende.

(35) Niemand kon een molen pachten zonder 1 of 2 als solvabel aanvaardbare borgen achter zich te hebben.

(36) De zijde van de molen die naar de wind gekeerd wordt, m.a.w. de achterkant, waar zich de wieken bevinden.

(37) A. VERDEGEM, 'De watermolen van Tielen', (o.c.), f° 8.

(38) K. NEEFS, (o.c.) † Gierle 7.3.1701.

(39) Het is niet duidelijk wie de molen van Lille bemalen heeft van juli 1701 tot januari 1702.

(40) In 1701 was Constant Meulemaeckers 626-19-00 gulden ten achter in de betaling van zijn XXste penning.

(41) W.C. MEES, 'Alva'. Tegen de XXste penning (5% van de waarde van een onroerend goed) die hier door Alva werd ingevoerd, kwam felle tegenstand. Niet alleen omdat ze nadelig was voor de handel, maar ook omdat dit eigenmachtig optreden in strijd was met de geldende privileges. Deze voorzagen dat in de Nederlanden de vorst alleen dan een belasting kon opleggen wanneer hij in eigen persoon in de Staten der Provincie verschenen was en zijn bede werd ingewilligd.

(42) Op de molen van Gierle bedroeg de belasting 35-3-1/8 gulden.

(43) Zijn naam werd in de akte niet vermeld.

(44) Naar de oorzaak van een brand werd toen, net als nu, een grondig onderzoek ingesteld.

(45) 1 gulden = 20 stuivers - 1 stuiver = 4 oorden - 1 oord = 8 duiten.

(46) Mogelijk verwantschap blijft te bewijzen.

(47) Hij was borgemeester van Gierle en tevens ontvanger van de Franse Contributie.

(48) Pachtprijs: 588 gulden/jaar. K. NEEFS, (o.c.). Andries van Asbroeck was gehuwd met Adriana Diercx.

(49) Een molen overdragen kon alleen mits toestemming van de rekenkamer.

(50) S.A.T.: pachtcontract 1728-1730.

(51) Er werd beslag gelegd omdat de 'gemeentekas' de achterstallige XXste penning van Eggers had 'voorgeschoten'.

(52) A. VERDEGEM, (o.c.), 'De Watermolen...', f°24.

(53) De steenbalk die horizontaal boven op de standaard rust, draagt de gehele romp van de molen.

(54) Schaliën werden gemaakt van gekloven eikenhout.

(55) De vier gemetste blokken waarop een molen rust.

(56) J. CORNELISSEN en P. VAN HAL, (o.c.), De (molen)staart van een windmolen bestaat uit zware lange balken, onderaan de molen vast, die schuin door de trap neerdalen tot bij de grond, waar zij gesteund worden door de loophouten.

(57) Meirmans was door van Gastel aangesteld als supervisor van de vier Turnhoutse molens.

(58) Vermeldingen dat op de molens met 'breukelingen' werd gemalen, komen meermaals voor.

(59) J. CORNELISSEN en P. VAN HAL, o.c., Windas, bestaande uit de luias en dienende om de zakken in de molen te trekken of uit de molen neer te laten.

(60) R.A.A.-G.A.T., nr. 80. In 1768 waren volgens verslag nog eens voor 124-12-1/2 gulden aan werken op de molen uitgevoerd.

 (61) A. VERDEGEM,(o.c.) 'De Watermolen...', f° 33.

(62) Rekening anno 1776. Aard en oorzaak van het ongeval worden niet vermeld.

(63) J. CORNELISSEN en P. VAN HAL, (o.c.), Windas waar een ketting of kabel op loopt om de molen in de wind te zetten.

(64) Assignaten hadden dezelfde waarde als munten.

(65) S.A.T., Briefwisseling Franse Tijd

(66) X. DUQUENNE, Le chateau de Seneffe: Jozef Frans Xavier de Pestre, laatste Heer van Turnhout, was om aan de guillotine te ontsnappen naar Italië gevlucht. Ondanks al zijn latere pogingen is hij er niet in gelukt amnestie te verkrijgen en zijn eigendommen voor verkoop te vrijwaren.

(67) Niet alle door de Fransen aangeslagen goederen zijn verkocht geworden. Vooral goederen van kerken, abdijen, kloosters, begijnhoven kwamen onder de hamer. Ook heel wat eigendommen van de gilden gingen op die manier verloren.

(68) Pas vanaf 23 september 1799 werd de hele openbare boekhouding bijgehouden in franken en centiemen.

<p>In Stormen Sterk</p>

Foto: H. Noot

<p>In Stormen Sterk</p>

Foto: H. Noot

<p>In Stormen Sterk</p>

De wiekzijde. Foto: Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille

<p>In Stormen Sterk</p>

Na de breuk van de buitenroede, 1977. Foto coll. Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille

<p>In Stormen Sterk</p>

Links op de achtergrond de Spekmolen. Prentkaart Nels. Verzameling Ons Molenheem

Bijlagen

Jaarlijks aantal asomwentelingen
2003:  5.194
2004:        0
2005:        0
2006:        0
2007:        0
2008:        0
2009:        0
2010:        0
2011:        0
2012:        0
2013:        0

Niet-openbare aanbesteding voor de restauratie
Intekendatum: 01.06.2011, 11 u.
Molen: Gierle (Lille), In Stormen Sterk - stenen grondzeiler
Opdrachtgever: Gemeente Lille
Ontwerper: Architectenbureau Sabine Okkerse bvba, Horebeke
Opdracht: Restauratie, perceel 1: restauratie molenromp, o/cat. D24, kl. 2; perceel 2: molentechnische restauratie, o/cat. D23, kl. 3
Plaats aanbesteding: Gemeentehuis Lille, Rechtestraat 44, 2275 Lille
Uitslag: Perceel 1: Renotec NV, Geel, €249.671,69; Pit Antwerpen NV, Kapellen (Antwerpen), €270.685,66; Goedleven François Bouwonderneming NV, Brasschaat, €317.084,87

Algemene bouwwerken - Antwerpen
1/06/11 11:00:
Gierle
bij het gemeentebestuur Lille, Rechtestraat 44 te 2275 Lille
niet-openbare aanbesteding voor de restauratie windmolen In stormen sterk, perceel 2: molentechnische restauratie.
Vakbekwaamheid
Inlichtingen en formaliteiten om na te gaan of aan de vereisten is voldaan:
* referenties : lijst van qua schaal en techniciteit vergelijkbare restauratiewerkzaamheden aan beschermde windmolens, uitgevoerd tijdens de laatste 5 jaar en gestaafd door getuigschriften van goede uitvoering voor de belangrijkste werken, minimum 3 & maximum 5
* studie- en beroepskwalificaties
* verklaring betreffende de werktuigen, het materieel en de technische uitrusting waarover de aannemer zal beschikken voor de uitvoering van het werk
* verklaring waarin de technici of technische diensten vermeld worden die, al dan niet deel uitmakend van de onderneming, ter beschikking zullen staan van de uitvoerder voor de uitvoering van de restauratiewerkzaamheden
Eventueel vereiste minimumeisen:
* ondercategorie D 23 klasse 3
* de referenties dienen relevant te zijn voor het uit te voeren restauratieproject en dienen dus voor deze aanneming volgende werkzaamheden te omvatten :
- restauratie van een molenkap waarbij belangrijke balken zoals daklijsten, pinnebalk, spruiten, ... vernieuwd werden
- maalvaardige restauratie van de maalinrichting, waarbij belangrijke onderdelen zoals bijv molenas, vangwiel, spoor- of kroonwiel vernieuwd of gerestaureerd werden
- leveren en plaatsen van een nieuw geklinknageld gevlucht
Bestek prijs 90,00 EUR (incl. btw & verzendingskosten) te storen op rekeningnummer BE18 7370 1106 0265 van architectenbureau Sabine Okkerse bvba, Ommegangstraat 2, 9667 Horebeke, tel. 0496 80 77 60, fax 055 33 06 58, e-mail: sabine.okkerse@scarlet.be.
o/cat. D23, kl. 3
Toewijzing:
Aannemer: Dirk Peusens BVBA

Persbericht. Ronny Van Den Ackerveken, "Molen maalt weer in 2008. VZW Kempens landschap koopt In Stormen Sterk", in: Het Nieuwsblad, 15/12/2006
Gierle - De vzw Kempens Landschap heeft de windmolen In Stormen Sterk in Gierle aangekocht. Het gebouw was jarenlang eigendom van de familie Rombouts en zal volgend jaar grondig gerestaureerd worden.
Vzw Kempens Landschap wordt voor 99.997 euro eigenaar van de molen en het omliggende grasplein. In Stormen Sterk is een stenen graanwindmolen die in 1837 werd gebouwd. Het is een beschermd monument dat dertig jaar geleden volledig gerenoveerd werd. Bovendien werd er tot drie jaar geleden nog graan gemalen door windkracht.
,,Molens zijn historisch karakteristieke gebouwen die het landschap mee bepalen'', zegt Ludo Helsen van Kempens Landschap. ,,Vlaanderen is vroeger een echt molenland geweest. De molen in Gierle is de eerste die onze vereniging aankoopt.'
,,Toch is het niet het eerste wapenfeit van onze vzw. In 2005 heeft Kempens Landschap een perceel gekocht om de windvang van de Scherpenbergmolen in Malle te verzekeren.''
De gemeente Lille betaalt 10 percent van het aankoopbedrag en gaat de molen beheren. Burgemeester Jef Van Duppen (CD&V) sprak van een historische dag.
,,We hebben al langer de intentie om de molen als dorpspatrimonium op te waarderen. Met de aankoop door Kempens Landschap kunnen we een restauratiedossier starten. Een van de volgende maanden gaan we daarvoor een plan opmaken in samenspraak met de vzw.'' ,,De kosten voor de restauratie worden gedragen door de gemeente en de subsidiërende overheid. Voor de familie Rombouts, die vlakbij de molen blijft wonen, zal er een weg behouden blijven. Het is de bedoeling om de molen vanaf 2008 weer te laten draaien met medewerking van de Lilse Molenvrienden. Zij zullen ervoor zorgen dat In Stormen Sterk regelmatig voor het publiek opengesteld zal worden.'' 

2. Persbericht. "Molen krijgt opknapbeurt", in: Gazet Van Antwerpen, 14-12-2006
De stenen graanwindmolen In Stormen Sterk in het centrum van Gierle (Lille) krijgt een grondige restauratiebeurt. De vzw Kempens Landschap kocht het beschermd monument over van de familie Rombouts. Het gemeentebestuur van Lille wil de molen toegankelijk maken voor het publiek.
Emiel Rombouts (90) uit de Schoolstraat in Gierle was een van de laatste molenaars van de windmolen In Stormen Sterk. Zijn zonen Paul en Jos ondertekenden woensdag de verkoopsakte van de molen aan de vzw Kempens Landschap en de gemeente. De vzw staat in voor de aankoop en bescherming van het Kempens landschap. De organisatie kreeg de molen voor net geen 100.000 euro in handen. Het gemeentebestuur van Lille droeg tien procent van de aankoopprijs bij en staat in voor het beheer van de windmolen.
"De molen draaide nog tot een drietal jaar geleden", vertelt Jos Rombouts. "Onze familie is tevreden dat de molen in handen komt van de gemeente en dat het een molen blijft."
De molen In Stormen Sterk zag het levenslicht in 1837 nadat een orkaan in 1836 een houten exemplaar had verwoest. De laatste restauratie dateert van 1976. In 1981 zijn de molen en de omgeving geklasseerd als dorpsgezicht.
"Dit is de eerste molen die de vzw Kempens Landschap aankocht", zegt gedeputeerde Ludo Helsen, voorzitter van de vzw. "Molens zijn de meest karakteristieke gebouwen die het historisch landschap mee bepalen."
Een grondige opknapbeurt van de molen staat op het programma. "De gemeente Lille en de overheid dragen de restauratiekosten", legt de Lilse burgemeester Jef Van Duppen (CD&V) uit. "De uitbating en het gebruik van de molen gebeurt door vereniging De Molenvrienden. We willen van de molen een toeristische trekpleister maken. De molen moet regelmatig openstaan voor het publiek."
Het grasveld in de omgeving van de molen maakt ook deel uit van het restauratiedossier.

3. Persbericht. RAM, "Windmolen", in: Het Nieuwsblad, 23.06.2007.
Lille - Eind vorig jaar kocht de vzw Kempens Landschap de windmolen 'In Stormen Sterk' in Gierle met de bedoeling het monument uit 1837 te restaureren. Het gemeentebestuur krijgt de molen in erfpacht voor een periode van 54 jaar. De gemeenteraad geeft woensdag goedkeuring.

4. Persbericht. RAM, "Molen", in: Het Nieuwsblad, 04.10.2007.
De gemeenteraad heeft de lastvoorwaarden voor de restauratie van molen 'In Stormen Sterk' in Gierle goedgekeurd. Voor de renovatie wordt een bedrag voorzien van 15.000 euro, waarvan 88% gesubsidieerd wordt. Het is de bedoeling om de molen minstens een dag in de week te laten malen.

5. Persbericht. RAM, "Molen", in: Het Nieuwsblad, 08.03.2007.
Molen. LILLE - In december heeft de Stichting Kempens Landschap de molen in de Molenstraat in Gierle gekocht. Het gemeentebestuur betaalt een tiende van het aankoopbedrag, 11.244 euro, terug. Op 15 maart zitten beide partijen samen om het restauratiedossier te bespreken. De molen zou na de herstelling een keer maand in werking worden gesteld. (ram)

6. Persbericht. "Restauratie molen", in: Gazet van Antwerpen, 31.07.2007.
De gemeente reserveert 44.000 euro voor de kosten van de architect voor de restauratie van de windmolen In Stormen Sterk in Gierle. De vzw Kempens Landschap kocht het beschermd monument vorig jaar aan van de familie Rombouts. De gemeente staat in voor het beheer van de molen. Het gemeentebestuur rekent op subsidies om de restauratiekosten grotendeels op te vangen.

7. "Molen krijgt opknapbeurt", in: Gazet van Antwerpen, 14.12.2006.
De stenen graanwindmolen In Stormen Sterk in het centrum van Gierle (Lille) krijgt een grondige restauratiebeurt. De vzw Kempens Landschap kocht het beschermd monument over van de familie Rombouts. Het gemeentebestuur van Lille wil de molen toegankelijk maken voor het publiek.
Emiel Rombouts (90) uit de Schoolstraat in Gierle was een van de laatste molenaars van de windmolen In Stormen Sterk. Zijn zonen Paul en Jos ondertekenden woensdag de verkoopsakte van de molen aan de vzw Kempens Landschap en de gemeente. De vzw staat in voor de aankoop en bescherming van het Kempens landschap. De organisatie kreeg de molen voor net geen 100.000 euro in handen. Het gemeentebestuur van Lille droeg tien procent van de aankoopprijs bij en staat in voor het beheer van de windmolen.
"De molen draaide nog tot een drietal jaar geleden", vertelt Jos Rombouts. "Onze familie is tevreden dat de molen in handen komt van de gemeente en dat het een molen blijft."
De molen In Stormen Sterk zag het levenslicht in 1837 nadat een orkaan in 1836 een houten exemplaar had verwoest. De laatste restauratie dateert van 1976. In 1981 zijn de molen en de omgeving geklasseerd als dorpsgezicht.
"Dit is de eerste molen die de vzw Kempens Landschap aankocht", zegt gedeputeerde Ludo Helsen, voorzitter van de vzw. "Molens zijn de meest karakteristieke gebouwen die het historisch landschap mee bepalen."
Een grondige opknapbeurt van de molen staat op het programma. "De gemeente Lille en de overheid dragen de restauratiekosten", legt de Lilse burgemeester Jef Van Duppen (CD&V) uit. "De uitbating en het gebruik van de molen gebeurt door vereniging De Molenvrienden. We willen van de molen een toeristische trekpleister maken. De molen moet regelmatig openstaan voor het publiek."
Het grasveld in de omgeving van de molen maakt ook deel uit van het restauratiedossier.

8. RAM, "Molenaars", in: Het Nieuwsblad, 27.03.2008.
Molenaars. LILLE - De windmolen in Gierle wordt binnenkort gerestaureerd. Wie interesse heeft in het ambacht van molenaar kan deelnemen aan een cursus van tien zaterdagen. Na afloop volgt een theoretisch en praktisch examen. Info: na 17 uur bij Theo Goos, 014-88.16.36.

9. RAM, "Molen", in: Het Nieuwsblad, 09.06.2008.
LILLE - De Stichting Kempens Landschap kocht eind 2006 de molen in Gierle om te restaureren. De gemeente Lille voorziet in 35.000 euro om de architectkosten te betalen. (ram)

10. RAM, "Molen", in: Het Nieuwsblad, 18.11.2008.
LILLE - Twee jaar geleden kocht de Stichting Kempens Landschap de molen In Stormen Sterk in Gierle. Voor de restauratie van de windmolen heeft het gemeentebestuur het totale budget op 92.700 euro gebracht. Men wil de molen na de renovatie een paar keer per jaar openstellen voor het publiek. (ram)

11. Lieven Denewet, "In memoriam Emiel Rombouts", Molenecho's, jg. 2009, nr. 1.
Op donderdag 18 december overleed in Gierle op 92-jarige leeftijd Emiel Rombouts. Miel was jarenlang molenaar op de windmolen In Stormen Sterk in Gierle. Hij was één van de laatste professionele molenaars van de Antwerpse Kempen.
De laatste jaren was het voor Miel niet meer zo vanzelfsprekend om nog op zijn molen te komen. Hij was dan ook tevreden dat de molen in 2006 aangekocht werd door het Kempisch Landschap en in erfpacht werd gegeven aan de gemeente Lille.

12. Persbericht. RAM, "Restauratie molen", in: Het Nieuwsblad, 24.08.2009.
LILLE - Het ontwerpdossier voor de restauratie van molen In Stormen Sterk in Gierle is klaar. Op de gemeenteraad woensdag moeten de raadsleden goedkeuring geven. (ram)

13. Persbericht. RAM, "Restauratie molen", in: Het Nieuwsblad, 08.09.2009.
LILLE - De gemeenteraad heeft het ontwerpdossier voor de restauratie van de molen In Stormen Sterk in Gierle goedgekeurd. De totale kosten bedragen 690.000euro, waarvan een groot deel wordt gesubsidieerd. Tegen 2011 zou de restauratie klaar moeten zijn en wil men de molen een keer per maand openstellen.

"Gegarandeerd Kempens", in: SKL (Stichting Kempens Landschap) nieuwsbrief september 2006, nr. 2
Dit zijn de eigendommen van de vzw Kempens Landschap, aangekocht in het belang van het behoud van ons erfgoed,
aangekocht voor u en de generaties na ons. Er is beslist een interessant domein bij u in de buurt te vinden. Ga er eens kijken! (...) In Stormen Sterk' - Gierle
De vroegere molen dateerde uit 1499 maar werd helaas tijdens een orkaan verwoest. Op dezelfde plek verrees in 1837 de huidige stenen korenmolen.
Inmiddels is die beschermd als monument en gelegen binnen een beschermd dorpsgezicht.
Enige tijd geleden werd onze landschapsstichting gecontacteerd door de burgermeester van Lille, de heer Van Duppen, of een mogelijke aankoop van deze molen onderzocht kon worden. De eigenaar overwoog immers de verkoop van de molen. De molen maakt reeds lang deel uit van het dorpspatrimonium van Gierle en heeft, vanuit landschappelijk oogpunt, een absolute meerwaarde.
Mede dankzij de bereidheid van de gemeente Lille om een substantieel deel van de kosten op zich te nemen, zullen wij de molen kunnen verwerven.
De vzw ‘Levende Molens' zal de uitbating gaan verzorgen. Het is - met recht - een primeur: onze eerste molen en de eerste aankoop in de gemeente Lille. Waarvan acte!

RAM, "Lille investeert 5,3 miljoen euro in 2011", Het Nieuwsblad, 28.12.2010.
Lille - De gemeenteraad heeft de begroting van 2011 goedgekeurd. De restauratie van de molen in Gierle en de bouw van het sociaal huis van het OCMW vallen op.
Voor burgemeester Jef Van Duppen (CD&V) was het zijn 178ste en laatste gemeenteraadszitting. Voor het agendapunt van de begroting ter sprake kwam, vroeg raadslid Jan Stevens (VLD+Anders) of nieuwe burgemeester Paul Diels de toelichting wilde geven.
‘Financiën blijft nog mijn bevoegdheid tot 31 december', reageerde Jef Van Duppen. ‘In totaal zal de gemeente volgend jaar 5,34 miljoen euro investeren. We verwachten wel dat het bedrag met 1,7 miljoen euro subsidies kan gefinancierd worden. (...) Voor de restauratie van de molen in Gierle is een bedrag van 695.000 euro ingeschreven. Daarvoor kan een toelage van 573.000 euro verkregen worden.'

Gemeente Lille. Gemeenteraad 22.12.2010, in het gemeentehuis te Wechelderzande.
Dagorde.
Openbare zitting.
5. Vaststelling van het beleidsprogramma 2008-2012, de beleidsnota 2011, de financiële nota 2011 en het financieel meerjarenplan 2011-2016.

Ronny van den Ackerveken, "Vlaamse subsidies voor restauratie molen", Het Nieuwsblad, 29.04.2011.
Lille - Vlaams minister voor Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois (N-VA) heeft een subsidie van 451.475 euro toegekend voor de restauratie van de windmolen In Stormen Sterk in Gierle. De stenen graanwindmolen in de Molenstraat werd vijf jaar geleden door de Stichting Kempens Landschap aangekocht van de familie Rombouts en in erfpacht gegeven aan het gemeentebestuur van Lille. De bedoeling van de aankoop is om het gebouw te restaureren en open te stellen voor het publiek. De kosten voor de restauratie worden geraamd op ongeveer 700.000 euro, waarvan 300.000 euro voor de molenromp en de rest voor de molentechnische restauratie. De windmolen dateert uit 1837 en de naam verwijst naar zijn houten voorganger die een jaar eerder werd verwoest door een orkaan. De molen prijkt sinds 1981 op de lijst van beschermde monumenten en maalde tot in 2003. De bebouwing in de omgeving zorgt voor een ernstige windbelemmering. Twee jaar geleden zijn het gevlucht en de staart gedemonteerd. Stichting Kempens Landschap gaat binnenkort met de gemeente Lille een planning opmaken wanneer de werken kunnen uitgevoerd worden.

RAM, "Subsidie voor restauratie molen Gierle", in: Het Nieuwsblad, 29.04.2011
Lille - Minister voor Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois (N-VA) heeft een subsidie van 451.475 euro toegekend voor de restauratie van de windmolen In Stormen Sterk in Gierle. De graanwindmolen werd vijf jaar geleden door de Stichting Kempens Landschap aangekocht en in erfpacht gegeven aan Lille. De kosten voor de restauratie worden geraamd op ongeveer 700.000 euro, waarvan 300.000 euro voor de molenromp en de rest voor de technische herstelling. De molen dateert uit 1837 en de naam verwijst naar zijn houten voorganger die een jaar eerder werd verwoest door een orkaan. De molen staat sinds 1981 op de lijst van beschermde monumenten en maalde tot in 2003.

RAM, "Restauratie molen zal twee jaar duren", Het Nieuwsblad, 05.11.2011.
Lille - De windmolen In Stormen Sterk in het centrum van Gierle zal vanaf volgend jaar gerestaureerd worden.
De molen uit 1837 werd vijf jaar geleden aangekocht door de vzw Kempens Landschap en in erfpacht gegeven aan de gemeente. Intussen zijn de wieken verwijderd en is de directe omgeving van de windmolen afgesloten uit gevaar voor vallende brokstukken.
De restauratie zal in twee fasen gebeuren. Eerst wordt de romp onder handen genomen en daarna volgt de technische restauratie. De molenkap, het draaiwerk, het gevlucht en de binnenvloeren worden dan vernieuwd.
De kostprijs van de restauratie bedraagt 643.000 euro, waarvan zestig procent wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid en twintig procent door de provincie.
De gemeente Lille betaalt de overige twintig procent. De werkzaamheden aan de molen zullen twee jaar in beslag nemen. Daarna zal In Stormen Sterk regelmatig voor het algemene publiek worden opengesteld door een aantal vrijwillige molenaars, die ook kleine onderhoudswerken zullen uitvoeren.

RAM, "Restauratie windmolen start dit voorjaar", Het Nieuwsblad, 22.02.2012.
Lille - De restauratie van de windmolen ‘In Stormen Sterk' in Gierle komt dichterbij.
Het bouwwerk uit 1837 werd enkele jaren geleden aangekocht door de Stichting Kempens Landschap, die het in erfpacht heeft gegeven aan het gemeentebestuur. De molen verkeert in slechte staat. Daarom zijn de wieken verwijderd en is de omgeving afgesloten wegens gevaar voor vallende brokstukken. ‘De kostprijs van de renovatie bedraagt 645.000 euro', zegt Philippe De Backer van Kempens Landschap. ‘Sinds vorige week hebben we zekerheid over de toekenning van 420.000 euro aan Vlaamse en provinciale steun. Verwacht wordt dat de werken dit voorjaar zullen aanvangen en tegen de zomer van 2013 afgerond zijn.' Eerst wordt de romp onder handen genomen en daarna volgt de technische restauratie. De gemeente Lille betaalt ongeveer twintig procent van het restauratiebedrag.

Dorien Van Gorp, "Molen in Gierle zonder kap", Het Nieuwsblad, 01.05.2012.
Lille - Begin dit jaar zijn de restauratiewerkzaamheden aan de molen van Gierle gestart. Vorige week is de molenkap en het moleninterieur gedemonteerd. De molenkap werd in zijn geheel verwijderd.
Onder begeleiding van de architect, de gemeente Lille, de vzw Kempens Landschap, de provincie Antwerpen en de Vlaamse Overheid, zullen de aannemers Renotec en bvba Dirk Peusens respectievelijk de buiten- en binnenkant van de molen restaureren.
De kostprijs van de restauratie bedraagt 645.000 euro incl BTW, waarvan zo’n zestig procent wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid en twintig procent door de provincie Antwerpen. De gemeente Lille als erfpachtnemer betaalt het overige bedrag.
Verwacht wordt dat de werken tegen de zomer van 2013 afgerond zijn. Vervolgens zal de molen dan opnieuw kunnen draaien en zijn rol als toeristisch-recreatieve trekpleister in de gemeente Lille weer op zich nemen.

"Restauratie molen Gierle gestart - foto's", in: www. nnieuws.be
De restauratie van de molen van Gierle is gestart. Dankzij de Vlaamse en provinciale steun (420.000 euro) konden de gemeente Lille en de vzw Kempens Landschap beginnen met de restauratie van de molen in Gierle.
De stenen molen met de naam "In Stormen Sterk" werd gebouwd in 1837 op de plaats waar een vroeger (1499) gebouwde houten molen stond. Deze molen werd door een orkaan verwoest.
De vzw Kempens Landschap is de eigenaar sinds 2007 en de gemeente Lille heeft deze in erfpacht.
Als alles volgens plan verloopt zal de molen in de zomer van 2013 terug in zijn vroegere pracht kunnen werken. Foto's : Frans Geens / ThalsFM Nnieuws.

"Restauratie van de windmolen in Gierle van start", bouwenenwonen.net (21.02.2012)
Sinds 2007 is de vzw Kempens Landschap eigenaar van de stenen windmolen ‘In stormen Sterk’ te Gierle. De gemeente Lille, die de molen in erfpacht heeft genomen, heeft de voorbije jaren werk gemaakt van een restauratiedossier ter heropwaardering van de molen. Dergelijke dossiers dienen evenwel steeds goedgekeurd te worden door de Vlaamse overheid, die de werken dan eveneens subsidieert. De beide partijen waren dan ook blij toen ze op 14 februari het nieuws mochten vernemen dat de steun werd verleend en de werken kunnen aanvangen.
Monument en landschapsbaken
De molen ‘In Stormen Sterk’, die in de volksmond gekend is als ‘de molen van Gierle’, is een stenen windmolen die gebouwd werd in 1837 nadat de vorige molen, die op dezelfde plek reeds in 1499 werd opgetrokken, in een orkaan werd verwoest. Doordat de molen een uitzonderlijke cultuurhistorische waarde bezit, werd hij in 1981 beschermd als monument. Ook de omgeving van de molen kreeg de nodige bescherming, zijnde dan als dorpsgezicht. Immers, de molen ‘In Stormen Sterk’ is, net als elke molen, sterk bepalend voor het landschapsbeeld. Reden genoeg dus om hem veilig te stellen en in stand te houden. 
Heropwaardering door partnerschap
Toen de gemeente Lille in 2006 vernam dat de toenmalige eigenaars, de familie Rombouts, de molen wenste te verkopen, wilden ze dan ook meteen laten onderzoeken of het behoud ervan in gemeenschapshanden mogelijk was. Gezien de gemeente op de hoogte was van de uitgebreide expertise die de vzw Kempens Landschap bezit op het gebied van erfgoed en openstelling ervan voor de gemeenschap, namen zij contact met hen op met de vraag om het dossier te onderzoeken. In 2007 ging Kempens Landschap over tot de aankoop van de molen van Gierle. De gemeente Lille was bereid om de molen vervolgens in erfpacht te nemen en de restauratie op te nemen.
Start van de restauratiewerken
De molen ‘In Stormen Sterk’ was bij het moment van de aankoop reeds in relatief slechte toestand, waardoor een restauratie aan de orde was. Door de gemeente Lille werden dan ook de nodige stappen ondernomen naar het aanstellen van een architect. Aangezien deze vaststelde dat bepaalde molenonderdelen, waaronder de wieken, een gevaar vormden voor de veiligheid, werden deze in 2008 reeds preventief verwijderd.
Tijdens de afgelopen jaren maakte de aangestelde architect het restauratiedossier op. Met het oog op het verkrijgen van 80% restauratiepremies werd dit vervolgens ingediend bij de Vlaamse Overheid. Recent gaven zij groen licht aan het dossier, waardoor weldra met de werken begonnen zal worden.
Peter Bellens, gedeputeerde voor cultuur en plattelandsbeleid, is blij met de toekenning. “Weinig landschapselementen zijn zo kenmerkend voor een plaats als een windmolen. Dat de molen in Gierle binnenkort opnieuw in vol ornaat zal draaien, betekent een extra troef voor de streek. Ik wil hierbij trouwens een pluim geven aan het gemeentebestuur, voor de uitstekende manier waarop het dit dossier samen met Kempens Landschap heeft aangepakt.”
Onder begeleiding van de architect, de gemeente Lille, de vzw Kempens Landschap, de provincie Antwerpen en de Vlaamse Overheid, zullen de aannemers Renotec en bvba Dirk Peusens respectievelijk de buiten- en binnenkant van de molen restaureren.  De kostprijs van de restauratie bedraagt 645.000 euro incl BTW, waarvan zo’n zestig procent wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid en twintig procent door de provincie Antwerpen. De gemeente Lille als erfpachtnemer betaalt het overige bedrag. Verwacht wordt dat de werken dit voorjaar zullen aanvangen en tegen de zomer van 2013 afgerond zijn. Vervolgens zal de molen dan opnieuw kunnen draaien en zijn rol als toeristisch-recreatieve trekpleister in de gemeente Lille kunnen vervullen. Bron: Kempens Landschap

Ronny van den Ackerveken, "Vanaf volgend jaar een zondag per maand geopend. Gerestaureerde kap op molen In Stormen Sterk geplaatst", Het Nieuwsblad, 27.09.2013.
Foto RAM (Ronny van den Ackerveken), Luc Van de Weerd (links) en molenaars Gust Smits, Jef De Walsche, Theo Ghoos en Marc Peeters bij de gerestaureerde molenkap
Lille - Donderdagvoormiddag is de gerestaureerde kap op de windmolen In Stormen Sterk in Gierle geplaatst. Daarmee is de renovatie van de molen uit 1837 bijna afgerond.
De vervallen molen werd eind 2006 aangekocht door de Stichting Kempens Landschap, die het gebouw in erfpacht heeft gegeven aan het gemeentebestuur van Lille. Anderhalf jaar geleden werd de kap verwijderd en sindsdien heeft de windmolen een grondige restauratie ondergaan.
'Er zijn zo veel mogelijk dingen van de molenkap bewaard', zegt voorzitter Luc Van de Weerd van Toerisme Lille, dat de molen beheert. 'Bij de restauratie is nieuw hout gebruikt omdat de kap te lijden had onder houtrot. Er moeten in de molenromp nog enkele zaken in orde gebracht worden om de molen weer maalvaardig te maken. De bedoeling is om vanaf volgend jaar elke laatste zondag van de maand de molen open te stellen voor het publiek. Als alles volgens plan verloopt, dan kan begin februari de gerestaureerde molen officieel geopend worden.'
De restauratie heeft 660.000 euro gekost, waarvan 60 procent is betaald door Stichting Kempens Landschap en 20 procent door de provincie. De overige 20 procent is gefinancierd door de gemeente. Het plaatsen van de molenkap lokte veel kijklustigen en ook de vier molenaars waren aanwezig.
Een van hen is Theo Ghoos, die ook De Slagmolen in de Broekzijstraat in Lille openhoudt. 'In Stormen Sterk heeft een uniek wiekensysteem dat geen enkele andere molen in de provincie Antwerpen heeft.  Het gaat om het zogenaamde Van Busselsysteem en is bedoeld om de windvang te verbeteren. Je kan het een beetje vergelijken met de vleugels van een vliegtuig. De twee roeden, die aan de molenas in de kap worden bevestigd, krijgen zoals elke molen aan de ene kant een hekwerk. Tegenover dat hekwerk worden aluminium profielen aangebracht met aerodynamische eigenschappen. Een goede windvang is nodig omdat In Stormen Sterk een beetje ingesloten ligt tussen de huizen', zegt Theo Ghoos.

"Molen krijgt kap en wieken terug", rtv (Regionale Televisie Kempen - Mechelen), 26.09.2013.De kap van de gerestaureerde windmolen ‘In Stormen Sterk’ in het centrum van Gierle wordt vandaag teruggeplaatst. Waarschijnlijk worden ook de wieken vandaag nog geplaatst. Deze spectaculaire onderneming is het voorlopige sluitstuk van de restauratie.

"Molen van Gierle bijna opnieuw klaar om te malen", rtv.be (Regionale Televesie Kempen -Mechelen), donderdag 26.09.2013. Reportage: Tobias Daneels.
In Gierle bij Lille heeft de windmolen in het centrum van het dorp zijn oude molenkap teruggekregen. Een gespecialiseerde firma werkte bijna anderhalf jaar aan de restauratie van de molen die nu in een laatste fase zit. Na de afwerking en het proefdraaien zullen 4 molenaars maandelijks een demonstratie geven aan het publiek.   "Windmolen 'In Stormen Sterk' in Gierle draait weer", archeonet.be, 01.04.2014.
Na een volledige restauratie van het interieur en exterieur is de beschermde windmolen ‘In Stormen Sterk’ in Gierle (Lille) vandaag opnieuw plechtig ingehuldigd. Met wieken die een spanwijdte van 26,5 meter hebben, is de molen in Gierle een van de grootste windmolens in ons land. Tijdens de komende jaren zal de molen minstens één maal per maand draaien. Daarvoor kunnen Kempens Landschap en de gemeente Lille rekenen op een samenwerking met de vzw Levende Molens.
De molen van Gierle, genaamd In Stormen Sterk is een stenen grondzeiler, type buitenkruier. De wieken worden aan op de begane grond opgezeild en langs buiten door middel van een kruishaspel naar de wind gezet.
In 1499 werd op deze plek een volledig houten standaard- of staakmolen opgericht op last van Filips de Schone, hertog van Brabant. Huurlingen van Oranje staken hem in brand en in de 18de eeuw werd hij nogmaals geteisterd door brand. Steeds herrees hij. Op 29 november 1836 werd de houten molen omgeworpen door een orkaan. Op 16 mei 1837 werd toelating verleend tot het oprichten van een nieuwe molen, de huidige stenen grondzeiler.
De molen maalde tot in 2003. In 2006 besloot Kempens Landschap de molen veilig te stellen en aan te kopen. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met de gemeente Lille, die de molen in erfpacht nam. Tijdens de jaren die volgden werden het interieur en exterieur van de molen volledig gerestaureerd. Recent werden deze werken opgeleverd.
Bron en foto's: Kempens Landschap   PKK ¨(Paul Keyenberg), "Molen ‘In Stormen’ sterk’ maakt naam opnieuw waar", Het Nieuwsblad, 03.04.2014.
Gierle  - De windmolen ‘In Stormen Sterk’ is na een grondige restauratie opnieuw klaar om zijn naam waar te maken. Op 3 augustus zijn er weer molenfeesten in Gierle.
De ‘windkorenmolen’ in de Molenstraat in Gierle werd opgericht in 1837 en erkend als beschermd monument in 1981. De laatste molenaar Emiel Rombouts maalde er nog tot in 2003. De vzw Kempens landschap kocht de molen in 2006 en gaf ze in erfpacht aan het gemeentebestuur van Lille.
‘In Stormen Sterk’ werd in de loop der jaren niet van onheil gespaard. Windhozen richtten schade aan of veroorzaakten brand, en in een andere periode had bebouwing in de buurt tot gevolg dat de molen te weinig windvang had.
De constructie was bovendien aan restauratie toe, zowel aan de kap als aan de wieken en het interieur. De restauratiewerken begonnen in 2008 en werden dit jaar afgerond. De kosten voor deze werken, 695.000 euro, worden verdeeld onder de vzw Kempens Landschap en het gemeentebestuur van Lille (beide voor 20 procent) en de Vlaamse Gemeenschap.
Namens het Antwerpse provinciebestuur mochten gedeputeerden Inga Verhaert en Peter Bellens de maalvaardige molen opnieuw ‘in gang trekken’. Dat er ook weer gemalen wordt, is een kolfje naar de hand van de vier molenaars die ‘In Stormen Sterk’ draaiende zullen houden: Theo Ghoos, Jef De Walsche, Gust Smits en Marc Peters. Zij zullen elke laatste zondag van de maand met veel plezier de bezoekers laten kennismaken met de werking van de molen. Op zondag 3 augustus kunnen inwoners van Gierle en alle andere molenliefhebbers tijdens de Molenfeesten kennismaken met de prachtig gerestaureerde molen.   Bart Van den Langenbergh, "Molen In Stormen Sterk draait opnieuw", Gazet van Antwerpen, 02.04.2014. De historische molen In Stormen Sterk in het centrum van Gierle (Lille) draait opnieuw in volle glorie. De volledige gerenoveerde stenen molen ging dinsdag officieel open. Elke laatste zondag van de maand is de molen toegankelijk voor het publiek.
De molen In Stormen Sterk in de Molenstraat in Gierle doet zijn naam opnieuw alle eer aan. De molen draaide voor het eerst in 1500 maar is daarna meermaals geteisterd door storm en brand. Aanvankelijk was de molen uit hout opgetrokken maar na een orkaan in 1836 verscheen een bakstenen exemplaar. De vzw Kempens Landschap kocht de molen in 2006 aan om het gebouw daarna in erfpacht te geven aan het gemeentebestuur van Lille. De voorbije jaren kreeg de historische molen een grondige restauratiebeurt. Niet alleen de binnenkant werd onder handen genomen. Ook de buitenzijde en de kap van de molen is vernieuwd en er kwamen gloednieuwe wieken. Molenaars Theo Ghoos, Jef De Walsche, Gust Smits en Marc Peeters van de vzw Levende Molens laten de molen vanaf nu geregeld draaien en ook graan malen.
Het is de bedoeling om vanaf nu de molen elke laatste zondag van de maand en bij evenementen te openen. Ook tijdens de jaarlijkse molenfeesten van begin augustus in Gierle krijgt de molen opnieuw een prominente plaats.
Foto Joren De Weerdt   DVGT, "Molen 'In Stormen Sterk' is klaar om te malen", Het Laatste Nieuws, 03.04.2014.
Foto Ton Wiggenraad
Jef De Walsche, Marc Peeters, Theo Ghoos en Gust Smits kunnen eindelijk malen in een gerenoveerde molen. De vzw Kempens Landschap en de gemeente Lille hebben de stenen buitenkruier opgeknapt. Hij draait nu minstens één maal per maand.
De windmolen van Gierle draagt de naam 'In Stormen Sterk', naar de eerste molen uit 1499 die het na een windhoos begaf. Op 29 november 1836 begaf eveneens de houten opvolger het, deze keer onder de kracht van een orkaan. Op 16 mei 1837 kwam dan de toelating voor de bouw van een nieuwe, de huidige stenen grondzeiler. Op de grond kan je de wieken in de wind zetten. De huidige molen maalde tot in 2003. Molenaar Theo Ghoos herinnert zich nog de laatste maalopdrachten begin jaren 80. "Ik heb in het begin als liefhebber en vrijwilliger nog geholpen bij de vroegere molenaar", lacht Theo. "Toen de man stopte, heeft de molen lange tijd stilgelegen." Daarna stegen de onderhoudskosten van In Stormen Sterk voor de toenmalige eigenaar, aangezien de molen een beschermd monument was. Tot enkele molenaars bij de gemeente en de vzw Kempens Landschap het geld vonden voor een restauratie. Die begon in 2006 en is begin dit jaar afgewerkt. (DVGT)   Ludo Coenen, "In Stormen Sterk Gierle: molen draait sinds dinsdag opnieuw", nnieuws.be (02.04.2014)
De molen In Stormen Sterk in Gierle is sinds dinsdag officieel opnieuw opgestart. De molen werd volledig gerenoveerd/gerestaureerd en daar hing een kostenplaatje aan van 650.000 euro. De gemeente Lille betaalde 20%, de vzw Kempens Landschap eveneens 20%. De Vlaamse overheid subsidieerde de rest van het bedrag.
De gerestaureerde molen draaide al proef op de laatste zondag van februari en maart. Voortaan zal de molen elke laatste zondag van de maand draaien en toegankelijk zijn voor het publiek. Foto's Mil Cambré / Nnieuws.- See more at: http:// nnieuws.be/artikel/ stormen-sterk-gierle-molen-draait-sinds-dinsdag-opnieuw#sthash.IBAWrVd9.dpuf   Wendy Luyks, "Uitstap - Lille. Feestelijke opening van de Gielse Molen", Het Nieuwsblad, 21.07.2014.
Wat? De molen ‘In Stormen Sterk’ van Gierle zal officieel geopend worden. Dit gebeurt met een kleine happening waarna iedereen de kans krijgt de molen te bezoeken. Elke aanwezige wordt bovendien verrast met een kleine en lekkere attentie. De opening wordt het hoogtepunt van de Gielse Molenfeesten.
Wanneer? 3 augustus, vanaf 12 uur.
Waar? Molenplein, Molenstraat 9, Gierle.
Info? molenfeesten.gierle @ hotmail.com.   Dirk Van Gorp, "Molenaars in beroep. Provincie beslist over bouwhoogte. Melkerij wijkt voor bejaardencampus", Het Laatste Nieuws, 22.11.2014.
Een toekomstbeeld van het nieuwe woonzorgcentrum. - Ton Wiggenraad repro.
De gemeente Lille heeft een vergunning afgeleverd voor de bouw van een woonzorgcentrum op de site van melkerij Kempico in Gierle. Het complex telt 69 wooneenheden en 24 assistentiewoningen. De molenaars van 'In Stormen Sterk' vrezen dat de nieuwbouw de wind zal wegnemen en gingen in beroep. De provincie beslist over de bouwhoogte.
Molenaars Theo Ghoos, Jef De Walse, Gust Smits en Marc Peeters poseren voor 'In Stormen Sterk'. - Foto Ton Wiggenraad
Op het terrein van ruim 9.000 vierkante meter staan nu nog de gebouwen van de melkerij, maar op termijn maken die plaats voor een rustoord. Vennootschap De Oude Melkerij plant er in totaal 93 wooneenheden voor senioren in het centrum van Gierle. Het gebouw is getekend op de tafels van het bureau Archipro Architecten uit Gent die het zoveel mogelijk wilen inpassen in de bestaande woonomgeving. "De woonzorgfunctie past beter in de bestaande woonomgeving dan de vroegere industriële activiteit", zegt Marc Claeys van Archipro Architecten.
Leveranciers bereiken straks het woonzorgcentrum via een leveringszone in de Melkerijstraat en er komt een ingang voor voetgangers langs de Molenstraat. De achterliggende assistentiewoningen zullen toegankelijk zijn vanuit de Molenstraat. Het complex krijgt in totaal 65 extra parkeerplaatsen en het gebouw zal afwisselend één, twee tot maximum drie bouwlagen tellen.
Net die bouwlagen vormen voor de molenaars van de nabijgelegen molen 'In Stormen Sterk' mogelijk een probleem. De windmolen is net gerestaureerd en draait weer vlot, maar een hoog gebouw als het woonzorgcentrum zou wel eens de wind kunnen wegnemen. "De gemeenschap heeft rond de 650.000 euro geïnvesteerd in de restauratie van de molen", begint molenaar Theo Goos. "Er zijn speciale wieken geïnstalleerd omdat de molen nu al weinig wind vangt. Wij hebben niets tegen de komst van een woonzorgcentrum, maar ze moeten de bouwhoogte respecteren."
Het schepencollege is van mening dat die bouwhoogte wel gerespecteerd is. Het Lilse college leverde een vergunning af. "Het gebouw en de silo's van de melkerij zijn hoger dan het woonzorgcentrum zal worden. We hebben een windstudie laten uitvoeren en het gebouw zou geen invloed hebben op de molen", reageert burgemeester Paul Diels (CD&V). De molenaars geloven de burgemeester niet en tekenden beroep aan tegen de vergunning. De provincie Antwerpen moet nu beslissen: levert ze een vergunning af of wordt de bouwhoogte aangepast. Eerst mogen in januari de molenaars hun standpunt toelichten in Antwerpen.   Bart Van den Langenbergh, "Molenaars van Gierle onthullen geheimen", Het Nieuwsblad, 23.03.2015.
De molenaars van In Stormen Sterk in Gierle geven dinsdag tijdens de Nacht van de Geschiedenis meer uitleg over het molenaarsbestaan. Foto: Bart Van den Langenbergh
Lille - Het Davidsfonds van Gierle (Lille) organiseert op dinsdag 24 maart voor de dertiende keer de Nacht van de Geschiedenis. De molenaars van de windmolen In Stormen Sterk geven meer uitleg over het molenaarsbestaan.           
De Nacht van de Geschiedenis van het Davidsfonds focust op dinsdag 24 maart op de landbouw en de visserij. In Gierle brengt het Davidsfonds de recent gerestaureerde molen In Stormen Sterk tot leven. Alle vragen over het molenaarsbestaan van vroeger worden er beantwoord. "De molenaars leiden iedereen rond en vertellen over het aloude molenaarsberoep. Ze onthullen wat dat beroep inhield en met welke moeilijkheden de molenaar te kampen kreeg", zegt Hilde Verbercht van het Davidsfonds van Gierle. "Molenaars Jef De Walsche, Theo Ghoos, Marc Peeters en Gust Smits zorgen ervoor dat de bezoekers alles te weten komt over de molen en het molenaarsbestaan vroeger, maar ook van nu.
Luc Van de Weerd brengt met volkse molenvertellingen allerlei weetjes over In Stormen Sterk. Hij verduidelijkt bekende termen zoals een slag van de molen, tegen windmolens vechten en op eigen wieken drijven. Kinderen worden uitgedaagd met een tochtje op klompen en iedereen kan proeven van molenkoekjes en Kempens brood. Een biertje mag ook niet ontbreken. Het evenement vindt plaats vanaf 19u aan de molen in de Molenstraat in Gierle. Info: http://www.gierle. davidsfonds.be   Bart Van den Langenbergh, "Gierle feest bij de molen", Het Nieuwsblad, 31.07.2015.
Ook de molenaars zijn zondag tijdens de molenfeesten in Gierle opnieuw paraat. Foto: Joren De Weerdt. Lille - Aan het plein van de molen In Stormen Sterk in Gierle (Lille) vinden op zondag 2 augustus de molenfeesten plaats. Dat gaat gepaard met een eucharistieviering in open lucht, de jaarmarkt en een barbecue.
In de schaduw van de pas gerestaureerde molen In Stormen Sterk in Gierle vinden zondag opnieuw de molenfeesten plaats. Zoals elk jaar gaat de opbrengst van de Molenfeesten naar projecten in de derde wereld die vanuit Gierle worden gesteund. Dit jaar gaat het om de organisaties Bikas (Nepal), Balavikas (India) en Hourra !! (Burkina Faso).
Het evenement start om 9.30u met de oogstmis in open lucht. De eucharistieviering wordt opgeluisterd door het Ceciliakoor. Om 10.15u staat de jaarmarkt Giel Mert centraal. Heel wat verenigingen en andere standhouders bieden allerlei producten te koop aan op het gezellige plein aan de molen.
De circusschool uit Herentals staat in voor de kinderanimatie tijdens de molenfeesten. Om 11u is er een begeleide workshop diabolo. Een uurtje later kunnen kinderen deelnemen aan een workshop evenwicht op een koord. De djembégroep Nokoos Percu geeft een optreden op het plein.
De molen zelf is vanaf 11.30u door iedereen te bezichtigen. Zondagmiddag kan iedereen die zich daarvoor heeft ingeschreven ook nog deelnemen aan een barbecue.   Bart Van den Langhenbergh, "Molenfeesten profiteren van zomers weer", Het Nieuwsblad, 02.08.2015. De jaarlijkse molenfeesten in Gierle (Lille) startten zondagochtend in zonovergoten omstandigheden. Heel wat bezoekers zakten af naar de jaarmarkt en brachten een bezoekje aan de molen.
De molenfeesten gingen zondagochtend van start in zomerse omstandigheden. De jaarmarkt lokte heel wat bezoekers.Foto: Bart Van den Langenbergh Het plein aan de pas gerestaureerde molen In Stormen Sterk was zondagochtend omgetoverd tot een gezellig marktplein. De jaarlijkse molenfeesten profiteerden volop van het zomerse weer.
Na de eucharistieviering in open lucht startte Giel Mert, een jaarmarkt met enkele plaatselijke verenigingen. De opbrengst van de markt gaat naar ontwikkelingsprojecten. De molenaars ontvingen heel wat bezoekers voor een rondleiding in het monument.
De molenfeesten gingen zondagochtend van start in zomerse omstandigheden. De jaarmarkt lokte heel wat bezoekers.Foto: Bart Van den Langenbergh
Het plein aan de pas gerestaureerde molen In Stormen Sterk was zondagochtend omgetoverd tot een gezellig marktplein. De jaarlijkse molenfeesten profiteerden volop van het zomerse weer.
Na de eucharistieviering in open lucht startte Giel Mert, een jaarmarkt met enkele plaatselijke verenigingen. De opbrengst van de markt gaat naar ontwikkelingsprojecten. De molenaars ontvingen heel wat bezoekers voor een rondleiding in het monument.   ------------   André Pluym, "Slag van de molen!", Heemkundige Kring Norbert De Vrijter-Lille. Contactblad nr. 130/2015, p. 3-5.   Draaiende, wiekende windmolens zijn fascinerend en ervaren velen als een streling voor het oog.
Dat is heden zo en dat was vroeger niet anders. Deze “roterende schoonheid” draagt echter (zoals zovele mooie en lekkere “dinges des levens”) steeds een latent gevaar in zich. Dat wisten onze voorouders maar al te goed, want zij werden met dit fenomeen regelmatig geconfronteerd. Hun taalgebruik was dan ook “doorspekt” met gezegdes die verwezen naar molens. Ook vandaag gebruiken we (zeker in onze dialecten) nog dergelijke uitdrukkingen. Denk maar aan : “n’n halve slag” of “iemand die ne slag van de molen heeft gehad”. Een aanvaring met een molenwiek kwam hard aan en had soms levenslange gevolgen (verwondingen) voor de persoon in kwestie: mentaal (“de kluts kwijt”) of fysiek (gebrekkig). In het ergste geval liep het zelfs fataal af en eindigde een molenbezoek in het graf.

Ook in Lille gebeurde in 1915 een dodelijk ongeval aan de molen op het Akker, eigendom van de familie Embrechts. In het Lilse soldatenblaadje ’t Krawaatje verscheen in oktober 1980 een interview met oud molenaar (*) Karel Embrechts, alias “Charel Meulder” en daarin vertelde hij : “ Samen met Sus Ridder was ik getuige van een ernstig ongeval aan mijn molen. Ik was ongeveer 25 jaar, vertelde Charel, en de zuster van Charel Peeters, Marie, kwam met de kruiwagen de molen binnengegaan. Plots kreeg zij één van de wieken recht op haren kop en, ondanks alle zorgen, overleed Marie (die enkele dagen nadien zou trouwen) ter plaatse. Gelukkig is dit het enige ongeval geweest dat ik ooit meemaakte, aldus Charel.”

Welke Marie Peeters kreeg in Lille een dodelijke slag van de molen ? Genealogisch speurwerk maakt duidelijk om wie het hier precies ging.

Peeters Joannes Augustinus °Lille, 11.7.1858 +Lille, 29.3.1940
Landbouwer
x De Koninck Julia °Oostmalle, 17.4.1857 +Lille, 14.3.1896
1° x Gehuwd : Lille, 25.1.1884
Adres : Houtzijde, nr. 2 / Borze, nr. 3 Lille
Kinderen :
- Maria °Lille, 21.7.1885 +Lille, 26.8.1915
Landbouwster, ongehuwd
- Frans Karel °Lille, 25.2.1896 +Herentals, 20.3.1976
Landbouwer
x Wouters Cornelia Stephania °Lille, 15.12.1889 +Lille, 5.6.1968
Gehuwd : Lille, 26.10.1918
Adres : Borze, nr. 2 Lille
x Seeuws Cornelia °Rijkevorsel, 9.8.1855 +Wechelderzande, 20.8.1940
2° x Gehuwd : Lille, 13.1.1897

Uit haar “Akte van overlijden” (zie hierna) blijkt dat Marie nog is binnengedragen in het nabij gelegen woonhuis van de molenaar en daar stierf. De doodsoorzaak, de noodlottige aanvaring met een molenwiek, werd echter niet vermeld in deze wettelijke overlijdensakte.

Akte Nr. 18
26.8.1915 overleden (datum en uur van aangifte : 26 Augustus 1915, te 6 uur namiddag)
Peeters Maria °Lille, 21.7.1885 *
Landbouwster, wonende te Lille, ongehuwd
dochter van Joannes Augustinus, den eersten verschyner en wijlen De Koninck Julia
* “Overleed heden, om 3 uur namiddag, in het huis gelegen Akkerstraat Nr. 1, te Lille.”
Verschenen voor ons:
- Peeters Joannes Augustinus, oud 57 j, landbouwer, vader van de overledene
- Peeters Josephus Ludovicus, oud 35 j, landbouwer, oom van de overledene
(beiden wonende te Lille)
“Wij hebben ons van voormeld overlijden verzekerd. Waarvan akte, in dubbel, door Ons ten Gemeentehuize opgemaakt, en na voorlezing geteekend door Ons en de beide verschyners.”
Goetschalckx Emilius,
Burgemeester, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Lille, provincie Antwerpen.

In 1931 gebeurde er te Gierle eveneens een dodelijk ongeval aan de Witte Molen (nu ‘In Stormen Sterk’, pas gerestaureerd). Maria Peeters, een kindje van bijna 4 jaar, stierf er na een slag van een molenwiek.
In “Beelden uit mijn kinderjaren” schrijft haar broer Jos: “In onze familie blijft de dodelijke wiekslag, waarvan ons vierjarig zusje op 21 april 1931 het slachtoffer werd, een ongeneesbare herinnering. Dit feit en de geschiedenis van deze molen werden door drie molenaars verteld in het radioprogramma “Te bed of niet te bed” van Jos Gheysen in het jaar 1988. Een opname op cassette blijft beschikbaar!”

Verder schrijft hij over zijn moeder: “De zwaarste beproeving in haar leven, die haar getekend heeft en waardoor zij ook het zingen verleerde, was ongetwijfeld de dood van onze zuster Maria.
Zij werd geboren op 20 juni 1927. Maria overleed op 21 april 1931 ingevolge een slag van de molenwiek. René en Maria waren daar gaan spelen. Deze witte en nu geklasseerde molen in Gierle werd uitgebaat door Vic De Kinderen, onze naaste gebuur!”

In de overlijdingsakte van Maria Peeters (zie hierna) staat enkel vermeld dat ze aan de woning van haar ouders is overleden, ter streke Molenvelden. Blijkbaar is het meisje gestorven terwijl men haar van de molen naar huis droeg.

Akte van Overlijden nr. 19
21.4.1931 overleden (datum en uur van aangifte : 21 April 1931, om 5 uur ‘s namiddags)
Peeters Maria Joanna Aloysia °Gierle, 20.6.1927 *
Kind, woonachtig te Gierle
d.v. Ludovicus, den eersten verklaarder (+Gierle, 27.9.1960)
en Proost Hortensia Theresia , oud 40 j, winkelierster (+Gierle, 4.3.1951)
“alhier woonachtig”
* Gestorven op heden, om 3 uur ‘s namiddags, alhier aan de woning der ouders, ter streke Molenvelden
Verschenen voor ons:
- Peeters Lodewijk, oud 40 j, handelaar, vader van het overleden kind
- Proost Lodewijk Wilhelm, oud 55 j, beenhouwer, oom van het overleden kind
“beiden te Gierle woonachtig”
Wij hebben ons van voormeld overlijden verzekerd. Waarvan akte, door ons ten gemeentehuize in
dubbel opgemaakt, en na voorlezing geteekend met beide verklaarders.
Smolderen Juliaan,
Burgemeester, Ambtenaar van den Burgerlijke Stand van de gemeente Gierle, arrondissement van Turnhout, provincie Antwerpen

Samenstelling van het gezin Peeters-Proost :
Peeters Ludovicus (Louis) °Gierle, 4.5.1890 +Gierle, 27.9.1960
Handelaar (boter en eieren)
x Proost Hortensia Theresia °Gierle, 31.1.1891 +Gierle, 4.3.1951
Winkelierster
Gehuwd : Gierle, 24.1.1922
Adres : Dorp, 19 (later Het Smeel / Molenstraat, 4 / Schoolstraat 10 ) Gierle
Kinderen :
- Jozef (Jos) Stanislas °Gierle, 4.8.1925 +Leuven, 16.1.2014
x Peeters Bertha Gabriëlla (Gaby) °Tielen, 14.11.1922 +Leuven, 6.6.2003
Gehuwd : Tielen, 22.4.1949
- Renatus (René) Joannes Maria °Gierle, 4.8.1925 +Gierle, 7.2.1999
x Otten Paula Francisca Josephina °Kasterlee, 6.2.1928 +Turnhout, 4.5.2004
Gehuwd : Kasterlee, 15.2.1955
- Maria Joanna Aloysia °Gierle, 20.6.1927 +Gierle, 21.4.1931
- Paula Maria Josepha °Gierle, 15.4.1930 +Antwerpen, 1.10.2001 (ongehuwd)
- Lodewijk (Louis) Clement Jozef °Gierle, 11.10.1931 +Antwerpen, 21.5.2013
x Bogaert Magda °Diest, 1935
Gehuwd: Leuven, 1959

-----------------------

"Restauratie molen 'In Stormen Sterk' te Gierle”. Heemkundige kring – Norbert De Vrijter – Contactblad, jg. 7, nr. 26, maart 1989.
De buitenstaander merkt het niet zo gauw, maar de ‘ingewijde’ weet het: de honderdvijftig jaar oude Gielse windmolen is dringend aan herstelling toe. De v.z.w. Levende Molens die zich actief inzet voor de vrijwaring van de ambachtelijke moelns en de familie Rombouts hebben vorig jaar tijdens de Gielse molenfeesten met de medewerking van onze kring en verscheidene Gielse verenigingen actie gevoerd om voldoende centen bijeen te garen om een uitgebreide restauratie van de molen door te voeren. En inderdaad kon met behulp van architect Paul Gevers een gedetailleerde kostenraming opgemaakt worden en mag men eerlang “In Stormen Sterk” in de steigers verwachten. Ondertussen heeft het gemeentebestuur al gezorgd voor dringende onderhoudswerken.
Bezoek aan onze Lilse molens.
Onze gemeente heeft twee prachtige en unieke molens die de moeite waard zijn om bezocht te worden. De graanwindmolen ‘In Stormen Sterk’ draait in lente-zomer-herfsttijd elke zondagvoormiddag – als er wind is natuurlijk of voor groepen op afspraak.
‘De Slagmolen” kan men als oliemolen elke donderdag van 17 uur tot 19.30 à 20 uur in werking zien. Elke bezoeker is welkom wanneer de blauwe wimpel buiten hangt. Groepen kunnen ook op afspraak in de molen terecht.
Beide molens zijn bovendien elke laatste zondag van mei tot en met september toegankelijk voor het publiek.
Contactadresseen:
‘In Stotrmen Sterk’ te Gierle: Emile Rombouts, Schoolstraat 34, te 2452 Gierle, Tel. 014/55.60.05.
De Slagmolen’ te Lille: Theo Ghoos, Broekzijstraat 28 te 2418 Lille. Tel. 014/55.25.66.

-----------------------

“De Gielse molen 'In Stormen Sterk' eindelijk gerestaureerd !”, Heemkundige Kring – Norbert de Vrijter – Lille – Contactblad nr. 31 / 1990, p. 4.
Dat de mooie Gielse molen dringend herstelling behoefde, hebben we al meer dan eens duidelijk gemaakt in dit Mededelingenblad. Sinds een viertal jaren waren  enkele actieve leden van onze Kring tijdens de jaarlijkse Molenfeesten druk in de  weer om in een gelegenheidsherberg de nodige centen te verzamelen om een  restauratie mogelijk te maken. Natuurlijk werd er gerekend op de overheid om de uit  te voeren werken te subsidiëren aangezien de molen sinds 1981 de titel mag dragen  van beschermd monument. Helaas toont de bevoegde minister zich weigerachtig,  maar de Koning Boudewijnstichting zag de noodzaak van de dringende restauratie  in en presenteerde ons een sponsor: de Nationale Loterij. Beide sponsors maakten ook de restauratie en werking mogelijk van ;'De Slagmolen', ondertussen  uitgegroeid tot een ware publiekstrekker.
Voornaamste werken waren het vernieuwen van de "kap", het "kruiwerk", de "grote  spruit", de "korte schoren", de "baard" en de "vang". Achteraf bleek ook het  "hekwerk" aan vervanging toe, maar onze geldelijke middelen bleken uitgeput. Het  gemeentebestuur sprong gelukkig onmiddellijk bij na een gemotiveerd schrijven van  onze vereniging (in samenwerking met de vzw Levende Molens) en keurde een  eenmalige subsidie goed van 70.000,- frank. Toeziend architect Paul Gevers uit  Kasterlee en molenmaker Rik Caers uit Retie beloofden dat de molen in december  terug maalvaardig zou zijn. Het moet dus gezegd worden dat de werken, die op 16  oktober aangevat werden, snel maar ook degelijk uitgevoerd worden.
Weet je niet wat "kap" en "baard" en "spruit" betekenen ? Wel, kom dan eens langs  de molen 'In Stormen Sterk' wanneer de wieken opgezeild zijn en door de Gielse  lucht klieven: de aanwezige molenaars onder leiding van Lil Rombouts geven met  alle plezier de nodige uitleg !
Langs deze weg danken onze Heemkundige Kring en Levende Molens, en natuurlijk  eigenaar Mil Rombouts, alle sympathisanten die hoe dan ook tot de restauratie en  dus het behoud van dit monument van eerste rang hebben bijgedragen !!!!!!

-----------------------

Gust Smits, “‘In Stormen Sterk’ de aanloop naar een nieuw begin”, Heemkundige Kring Norbert De Vrijter – Lille. Contactblad nr. 108 / 2010, p. 5-7.
Na lange onderhandelingen werd de verkoop van de Gielse molen in december 2006 afgerond  en kwam de molen in handen van vzw Het Kempens Landschap.
De molen werd in erfpacht gegeven aan de gemeente Lille met de bedoeling hem, na  restauratie, een aantal dagen per jaar open te stellen voor het publiek. Om de molen open te  houden waren er dus nieuwe molenaars nodig.
Hiervoor werd er door Theo Ghoos, molenaar op de Slagmolen in Lille en zelf lid van de vzw  Levende Molens Kempen (de vereniging van vrijwillige molenaars in de Kempen), een oproep  gedaan in de “Info Lille” en in enkele dagbladen. De bedoeling was om geïnteresseerden  bijeen te brengen om de molen van Gierle te bemannen. Er gaven zich 7 kandidaten op om  deze cursus te volgen. Ze vormden toch een ferm deel van het totaal aantal van 55 cursisten.
De kandidaten even op een rijtje:  Marc Peeters, Stijn Matthé, Andries en Dorien Ghoos (zoon en dochter van Theo), allen uit  Lille, Gust Smits uit Gierle, Wim Verboven uit Turnhout; en Jef De Walsche uit Wechel- derzande,
Ook Leo Struyven uit Beerse, de laatste molenaar op de Gielse molen zou de nieuwe ploeg   mee versterken (niet op de foto).
Foto genomen tijdens bezoek van de cursisten aan de Slagmolen in januari 2009.

----------------------

Jef De Walsche, molenaar, "Windmolen “In Stormen Sterk” te Gierle : een overzicht van de restauratiewerken", Heemkundige Kring Norbert De Vrijter - Lille. Contactblad nr. 116/2012, p. 7-10.

De voorgeschiedenis

De huidige stenen molen dateert van 1837. Hij werd gebouwd op dezelfde plaats waar reeds vanaf 1499 een houten standaardmolen stond, die door een orkaan vernield werd in 1836.
Emiel Rombouts, de laatste molenaar, maalde tot in 1958, maar liet daarna ook nog regelmatig de molen draaien. Een laatste herstelling werd uitgevoerd in 1976. De molen en zijn omgeving werden in 1981 beschermd als monument.
In 2006 verkocht de familie Rombouts de molen en het omliggende grasveld aan de vzw Kempens Landschap. De gemeente Lille nam de molen in erfpacht en stelde in 2007 een architect aan om een volledig restauratiedossier uit te werken. Met dit dossier werd in april 2009 een restauratie- premie aangevraagd bij de Vlaamse Overheid, die op 28/04/2011 goedgekeurd werd. Daarna kon het dossier aanbesteed worden.
De opdracht bestaat uit 2 loten: de restauratie van de molenromp en de molentechnische restau- ratie. De kostprijs bedraagt ongeveer 645.000 euro incl. BTW, waarvan zestig procent wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid en twintig procent door de provincie Antwerpen. Het gemeentebestuur betaalt als erfpachtnemer het overige bedrag.
De restauratie begint in het voorjaar van 2012. Het einde van de werken is voorzien tegen de zomer van 2013.

De molenromp

De restauratie begint met het wegnemen van de molenkap en het plaatsen van een noodkap. De molentechnische uitrusting wordt opgemeten, geïnventariseerd en afgevoerd naar het atelier van de molenbouwer, waar de diverse onderdelen gerestaureerd worden. Wanneer de noodkap geplaatst is, kan het werk aan de molenromp beginnen.
Bij het begin van de werken werd de fundering onderzocht. Op 4 plaatsen langs de omtrek werd ze bloot gegraven, waarbij er geen beschadigingen vastgesteld werden. De grondlaag waarop ze rust heeft voldoende draagkracht. Onder de fundering werden ook geen resten teruggevonden van de teerlingen van de vroegere standaardmolen die op dezelfde plaats stond. De bestaande fundering blijkt voldoende stevig en kan dus behouden blijven.
Het verder verloop van de werken wordt daarna wat minder zichtbaar, want er komt een stelling rondom de molen. Men begint met grondige reiniging van de buitenzijde van de molenromp, en het weghalen van de oude verflagen. Alle beschadigd metselwerk wordt verwijderd en opnieuw gemetseld. De scheuren worden voorzien van een extra wapening. Ook het metselwerk van de raam- en deurdorpels en de rollagen boven de ramen en de poorten wordt volledig vernieuwd.
Daarna wordt alles opnieuw gevoegd en tenslotte wordt de molen opnieuw gewit met een ademend afwerkingssysteem om het metselwerk maximaal tegen vocht te beschermen. Het resultaat van al deze werken is pas te bewonderen wanneer de stelling weggehaald wordt.
Door de beschadiging van het metselwerk aan de buitenkant is de binnenkant van de molenromp zeer vochtig geworden, sommige delen zijn zelfs met mos bedekt. Ook hier wordt eerst alles grondig gereinigd en de bestaande pleisterlagen worden weggenomen. Waar nodig wordt het metselwerk vernieuwd en daarna gekaleid en geschilderd. Onderaan wordt de molenromp rondom rond geïnjecteerd tegen opstijgend vocht.
De 2 toegangspoorten op het gelijkvloers worden vernieuwd. In de planken van de noordelijke poort worden sleuven gemaakt voor een continue verluchting van de molen. Alle kleine raampjes worden vernieuwd, waarbij de historische uitvoering met kleine ruitjes behouden blijft. De twee deuren op de meelzolder blijven behouden. Ze konden bij het malen opengezet worden tegen het stof en ook om wat meer licht te krijgen. De molenaar kon langs de buitenkant een trapje van zowat 3 meter vasthaken aan de molenromp en zo rechtstreeks van de molenberm naar de maalzolder gaan. Er komt een nieuw trapje, identiek aan het oude. De overige trappen binnen zijn nog in goede staat en worden opnieuw gebruikt.
Bij de bouw van de molen werden verschillende balken gebruikt die afkomstig waren van een houten standaardmolen, waarschijnlijk de molen die daarvoor op dezelfde plaats stond en die door een orkaan werd omvergeworpen in 1836. De balkkoppen van bijna alle moerbalken zijn ingerot door contact met de vochtige molenromp. Vele draagbalken zijn gebarsten. Het was daarom in het verleden al noodzakelijk om voorlopige stutten te plaatsen.
Bij de restauratie worden eerst alle draagbalken weggenomen en dan wordt er onderzocht welke delen, ook van de oudste balken, nog bruikbaar zijn bij de heropbouw. Waar dit niet mogelijk is worden nieuwe eiken draagbalken geplaatst. Alle houten zoldervloeren worden volledig vernieuwd.

De molenkap en de staart

Alhoewel er een lage molenberg is wordt de molen van Gierle toch beschouwd als een stenen grondzeiler : de molenaar kan vanaf de grond de wieken opzeilen. De wieken moeten ook naar de wind kunnen gezet worden en daarvoor is de kap draaibaar opgesteld. Tussen de kap en de romp is er een rollenkruiwerk met ijzeren rollen, waarop de kap over 360° kan draaien. Verschillende delen van dit kruiwerk zijn versleten of beschadigd. De verschillende onderdelen worden gereinigd, nagezien en opnieuw uitgelijnd. Alle versleten of beschadigde delen worden vervangen. Ook de verankering van het rollenkruiwerk aan de molenromp wordt hersteld. Ten slotte wordt de noodkap weggenomen en de grotendeels vernieuwde molenkap opnieuw geplaatst.
In de molenkap bevindt zich de houten molenas, met aan de voorkant de gietijzeren askop waarin “het gevlucht” (de twee roeden met ieder 2 wieken) , bevestigd is. Deze askop werd gemaakt door de ijzergieterij Van Aerschot in Herentals en weegt ongeveer 1200 kg. De molenas dateert van 1837, het bouwjaar van de molen. Ze is nog in goede staat en blijft behouden. Zoals bij alle windmolens draait deze as op twee lagers uit arduinsteen. De voorste steen, langs de kant van de wieken, is de “baansteen”. Die is gebarsten en wordt dus vervangen. De achterste steen, de “pinnensteen”, is nog intact. De baansteen rust op een zware eiken balk, de windpulm. Aan de achterzijde draagt de pinnenbalk de pinnensteen. Beide balken worden vernieuwd, evenals de twee voeghouten die rusten op de boventafel van het rollenkruiwerk en die in feite heel de kap dragen.
Op de molenas is het vangwiel bevestigd, met een diameter van 270 cm en 56 kammen. Het vangwiel vormt samen met de houten blokvang die er omheen kan aangespannen worden, de reminrichting van de molen. Het huidige vangwiel blijft, enkel de achtervelg, die sterk verweerd is, wordt vervangen. Ook de aangetaste kammen en het beleg aan de buitenomtrek, het remopper- vlak, worden vernieuwd. De houten delen van de blokvang worden eveneens vernieuwd.
De staart is aan de achterzijde bevestigd aan de molenkap en dient om de kap vanaf de grond te draaien. Hij is opgehangen via de schuine lange en korte zwepen aan de horizontale lange en korte spruit aan de onderkant van de kap. De korte spruit is nog in goede staat, de lange spruit wordt vernieuwd. Alle andere houten onderdelen van de staart worden vernieuwd. Onderaan de staart is het kruiwerk, een lier waarmee de staart met een ketting naar een kruipaal kan getrokken worden om de molen in de wind te zetten. De tandwielen van de lier zijn versleten en verroest, daarom worden ze vernieuwd.

Het gevlucht

Op dit ogenblik zijn de molenroeden uit de askop genomen. De buitenroede is een gelaste roede, vervaardigd in 1977 door de firma Peel uit Gistel, met een lengte van 26 meter. Ze wordt ontroest, herschilderd en dan opnieuw geplaatst. De binnenroede is een geklonken potroede, in 1903 gemaakt door de gebroeders Pot in Nederland. Ze is zeer roestig, op sommige plaatsen zelfs volledig doorgeroest en wellicht niet meer te herstellen. Omwille van het unieke karakter (potroeden zijn zeldzaam!) en uitzicht (verzonken klinknagels!) wordt een nieuwe potroede geconstrueerd.
Na restauratie heeft de molen dus een Peel-roede en een Pot-roede. Het houten hekwerk van het gevlucht en de vier zeilen worden volledig vernieuwd.Aanvankelijk stond de molen op een open plek, daarna verkleinde stilaan de windvang door de toenemende bebouwing in de onmiddellijke omgeving. Om toch nog met voldoende kracht te kunnen draaien werd de molen in de periode tussen 1946 en 1958 voorzien van een “verbusseling”. Dit is een wiekverbeteringssysteem waarbij de houten voorzoom van de wieken vervangen wordt door smalle gestroomlijnde metalen platen. De verbusseling verdween bij de vorige restauratie in 1976, maar bij de huidige restauratie wordt ze opnieuw geplaatst. Er worden ook automatische remkleppen voorzien om overmatige snelheden te voorkomen.

De koning en het luiwerk

De “koning” is de verticale hoofdas in de molen, die de beweging van de horizontale molenas overbrengt naar de molenstenen. De koning wordt gedemonteerd en krijgt in het atelier een grondige dieptebehandeling tegen verschillende soorten houtworm. Daarna wordt hij opnieuw geplaatst.
Aan de bovenkant is de koning gelagerd in de ijzerbalk, geplaatst in de onderzijde van de kap.
Deze ijzerbalk wordt vervangen. Onderaan rust de koning op een eiken draagbalk. Dit is zowat de zwaarste balk van de molen : lengte 5.5 m, hoogte 0.5 m en breedte 0.4 m. De huidige draagbalk is in slechte toestand en wordt daarom vervangen.
De koning heeft bovenaan een kroonwiel, een spillengeloop waarvan de staven ingrijpen in de kammen van het vangwiel. Onderaan is de koning voorzien van een spoorwiel, dat via een lantaarn en een staakijzer de loper van de beide steenkoppels aandrijft.
De kop van het staakijzer draait in een ijzerbalk. Het kroonwiel is in slechte staat en wordt vernieuwd. Het spoorwiel onderaan krijgt een opknapbeurt en kan behouden blijven. Beide lantaarns en de ijzerbalk van het oostelijk koppel worden vernieuwd
Het luiwerk is de inrichting om de zakken met windkracht of met de hand naar boven te trekken.
Het bestaat uit een houten as op de luizolder, waarop aan beide zijden een wiel is vastgemaakt, het gaffelwiel en het luiwiel. De zak wordt opgetrokken of neergelaten met een touw dat om de houten as wordt gewikkeld. Wanneer de molen draait gebeurt de aandrijving via het luiwiel en de luitafel, dit is een houten schijf die bevestigd is op de koning. Wanneer er geen wind is kunnen de zakken met de hand opgetrokken worden via een ca 5 cm dik touw zonder einde dat op het gaffelwiel is gelegd. De luitafel kan na herstelling opnieuw gebruikt worden. Er komt een nieuw gaffelwiel en het houten luiwiel krijgt een ijzeren band waardoor het slipvrij kan aangedreven worden door de luitafel.

De molenstenen

Op de steenzolder zijn er twee steenkoppels, elk met een loper en een ligger. De bovenste steen is de loper, die bij het malen draait op de onderste steen, de ligger, die vastligt op de vloer van de steenzolder. Het zijn kunststenen met een diameter van 1,5 m. De molenstenen zijn in goede staat maar de stalen banden rond de stenen moeten vernieuwd worden. Ze worden ook opnieuw “gescherpt” : de vlak gesleten groeven in het maaloppervlak worden dieper uitgekapt.

(Molentermen bij de tekening:) molenas / kap / vangwiel / kroonwiel / luizolder / luitafel / koning / steenzolder / meelzolder / spoorwiel / lantaarn / loper / ligger /staakiizer / rollenkruiwerk / gaffelwiel / vang / kaar

De steenkoppels zijn geplaatst in een houten omhulsel, de steenkist. De steenkist van het oostelijk steenkoppel wordt hersteld, het westelijk steenkoppel krijgt een nieuwe. De verdere uitrusting voor graantoevoer naar de molenstenen zoals het kaar, de schuddebak en de bedieningstouwen wordt volledig vernieuwd.
Bij het malen zijn de lopers in hoogte verstelbaar met een dubbel hefboomsysteem, dat telkens bestaat uit een pasbrug en een lichtvlegel. De lichtvlegels zijn geplaatst op de vloer van de steenzolder, de pasbruggen juist onder het plafond van de meelzolder. De molenaar kan hiermee vanop de meelzolder tijdens het malen de afstand regelen tussen de loper en de ligger. De beide lichtvlegels en de pasbrug van het oostelijk steenkoppel worden vernieuwd. Bepaalde delen van de ophanging blijven zeker behouden omwille van de fraaie versiering. De meelgoten en meelbakken worden vernieuwd. De oostelijke meelbak heeft een plank met authentieke inscripties aan de zijkant. Deze plank wordt opnieuw gemonteerd tegen de nieuwe meelbak.
De graansilo op het gelijkvloers wordt vernieuwd. De koekenbreker op de steenzolder en de haverpletter op de meelzolder worden gedemonteerd , gereinigd en opnieuw opgesteld, maar (nog) niet gerestaureerd. Er zal onderzocht worden hoe de aandrijving van deze toestellen vroeger gebeurde en hoe deze eventueel kan aangepast worden.

De buitenaanleg

Voor iedere toegangspoort komen er gekasseide opritten. Er komt een houten omheining met 2 toegangspoorten. Om te zorgen voor een veilige toegang van de bezoekers kunnen de molenaars één van beide poorten sluiten, afhankelijk van de positie van de wieken.
En nu maar hopen dat alles naar wens verloopt en dat er veel bezoekers komen om de molen in werking te zien, wanneer alles klaar is.

---------------------------------

Jef De Walsche, molenaar, "Windmolen “In Stormen Sterk“ te Gierle: hoe ver staat het met de restauratie?", Heemkundige Kring Norbert De Vrijter - Lille. Contactblad nr. 120/2013, p. 7-10.

Zowat een jaar geleden gaven we u een overzicht van de geplande restauratiewerken. Ondertussen zijn de werken begonnen en is er al heel wat gebeurd. In dit artikel geven we daar wat meer uitleg over.

Het afnemen van de kap

Na enkele dagen voorbereiding, opmeten en fotograferen van het oorspronkelijke interieur werd op 25 april 2012 de kap afgenomen. In de voormiddag kwam een hydraulische 120-tons kraan op de werf om de kap te lichten.
De kap werd voorlopig naast de molen op het terrein geplaatst. Alle onderdelen van “het gaande werk” van de molen werden losgemaakt en met dezelfde kraan uit de molen genomen.
Eerst kwam het rollenkruiwerk, de koning met de bovenlantaarn en het luiwiel, de luias met het gaffelwiel, het spoorwiel, dan de beide staakijzers met hun lantaarns, de beide steen- koppels, en tenslotte nog de haver- pletter en de koekenbreker. In de namiddag werd de noodkap geplaatst. Enkele dagen later werden al deze onderdelen afgevoerd naar het atelier van molenmaker Dirk Peusens in Merelbeke. De kap zou nog enkele maanden op de werf blijven.

De restauratie van de molenromp

De fundering werd vooraf reeds onderzocht en die bleek vrijwel onbeschadigd te zijn en voldoende stevig. Na de installatie van de noodkap werd een stelling rond de molenromp geplaatst en kon het onderzoek voor de verdere behandeling van de molenromp beginnen. De romp werd ingesmeerd met een afbijtmiddel om de bestaande verflagen te verwijderen, maar dit gaf niet het gewenste resultaat. Toen bleek ook dat grote delen van het buitenoppervlak er zeer slecht uitzagen, vooral het gevolg van vorstschade in het verleden. Op advies van de dienst Onroerend Erfgoed werd dan beslist om gans het buitenoppervlak te vernieuwen door van het bestaande metselwerk een halve steendikte af te kappen en opnieuw te metselen met nieuwe bakstenen en kalkmortel. Dit voor de hele molenromp, over de hele omtrek en van boven tot onder. Er werd gewerkt met verticale touwtjes om het bestaande kegelvormige profiel van de romp te behouden. Om de vier lagen wordt het nieuwe metselwerk “ingeboet” met het bestaande : daar wordt dan een hele baksteen gebruikt voor de verbinding met het bestaande metselwerk. In de voegen van het nieuwe metselwerk wordt een metalen wapening voorzien. Dit alles om ervoor te zorgen dat de nieuwe buitenlaag zo hecht mogelijk verbonden blijft met het bestaande metselwerk.
Ook de binnenkant van de molenromp werd ondertussen grondig aangepakt : de oude verf- en kalklagen werden verwijderd. Op het gelijkvloers werd de scheur in de muur langs de westkant hersteld.
De kap werd voorlopig naast de molen op het terrein geplaatst.
Het metselwerk van de poortbogen werd volledig vernieuwd.

De moerbalken

Vrijwel alle moerbalken die bij de bouw van de molen in 1837 gebruikt werden, waren afkomstig van een standaardmolen die voordien op dezelfde plaats stond. Op die manier bleven deze balken, die waardevol zijn omwille van hun ouderdom en de vroegere toepassing, bewaard tot nu.
Vooral de twee langste moerbalken onder de steenzolder zijn waardevol: het waren de twee middenlijsten van de oude standaardmolen. Het zijn balken met een doorsnede van 30 x 50 cm en een oorspronkelijke lengte van zowat 5,8 m. Dit geeft ons een idee van de afmetingen van de oude standaardmolen. Het was zeker geen kleine molen, zowat te vergelijken met “Keeses Molen” in Kasterlee, die nu wacht op zijn restauratie.
Deze oude middenlijsten werden door de technische dienst van de gemeente afgevoerd naar het gemeentemagazijn. Ze worden daar gereinigd door de vrijwillige molenaars en na de restauratie krijgen ze een plaats op het gelijkvloers van de gerestaureerde molen, samen met nog enkele andere bewaarde onderdelen.
Om een eeuwenoude traditie verder te zetten was er een voorstel van de vrijwillige molenaars om een plaatselijke eik te gebruiken voor de nieuwe draagbalk van de koning, een imposante balk metdoorsnede 40 x 50 cm en lengte 5.5 m. Dit voorstel kreeg de steun van de architect, het gemeentebestuur, de aannemer en het Agentschap voor Natuur en Bos. Er werd al snel een geschikte 140-jarige eik gevonden in het Grotenhoutbos. Toeval, maar op de dezelfde dag dat de kap werd afgenomen werd ook deze eik geveld.
Dit initiatief eindigde echter in mineur: toen de stam werd verzaagd in zagerij Vervloet, bleek hij onbruikbaar wegens talrijke scheuren in de lengterichting, vermoedelijk het gevolg van een vroegere blikseminslag.Helaas kon slechts één oude moerbalk opnieuw gebruikt worden. Alle andere werden ongeschikt geacht voor hergebruik in de gerestaureerde molen, vooral omdat de ingemetste balkkoppen zwaar aangetast waren en vroeger afgedichte uitsparingen vermolmd. Bij de huidige restauratie werden eerst de vier moerbalken onder de maalzolder weggenomen, daarna deze onder de luizolder en de steenzolder. Op dat ogenblik was de molen helemaal leeg van onder tot boven, wat zorgde voor een nogal spectaculair binnenzicht.
Rond half september werden de nieuwe moerbalken geplaatst. Om deze balken te kunnen plaatsen werd er langs één zijde een opening gemaakt doorheen de molenromp. De restauratie van de molenromp kon daardoor pas verder gaan na plaatsing van de balken, wanneer deze openingen gedicht konden worden. De kinderbalken werden geplaatst en daarop de voorlopige vloerplaten. Ook de oude trappen werden voorlopig terug geplaatst.

De molentechnische uitrusting

In oktober werd de kap afgevoerd naar het atelier van de molenmaker. Daar was ondertussen het kruiwerk al volledig gedemonteerd en gereinigd en lagen alle anderen onderdelen klaar voor verder onderzoek en behandeling. Tijdens de winterperiode werd hieraan verder gewerkt.
Het vangwiel heeft een buitendiameter van ongeveer 2.75 m. Het werd volledig gedemonteerd, gereinigd en opnieuw in elkaar gestoken. Alle 56 kammen worden vernieuwd en ook het vangbeleg aan de buitenzijde van het vangwiel, het eigenlijke remoppervlak, is volledig nieuw.
Het spoorwiel, met een diameter van ongeveer 2.4 m werd op dezelfde manier behandeld. Dit wiel kreeg 80 nieuwe kammen. Op de foto is ook de vernieuwde luitafel te zien.
De gietijzeren askop werd opnieuw stevig vastgezet in de bestaande molenas.
Alles ligt nu al klaar voor de vernieuwde draagconstructie van de kap. Van onder naar boven zien we de onderring, het engels kruiwerk, de bovenring en de twee voeghouten. Daarop liggen de bestaande korte spruit, de windpulm, de ijzerbalk en de pinnenbalk. Alles wordt later met de traditionele houtverbindingen van de molenmakerij op een ambachtelijke manier aan elkaar bevestigd.
De nieuwe potroede wordt vervaardigd door de firma Vaags in Nederland. De productie is al ver gevorderd. De bouten zijn voorlopig, want alle onderdelen worden zoals vroeger met klinknagels aan elkaar bevestigd.

Na de winterstop

Alle metselwerk gebeurt met kalkmortel, die ook na verwerking nog enkele weken zeer vorstgevoelig blijft. Om alle risico op vorstschade aan het nieuwe metselwerk te vermijden werd beslist om hiermee te stoppen vanaf begin november. Alle openingen werden afgedicht met gaas om de duiven buiten te houden en om toch zoveel mogelijk te verluchten. Na de onverwacht lange winterperiode van dit jaar kan de aannemer vanaf half april verder werken aan de restauratie van de molenromp.
Wanneer het metselwerk helemaal klaar is, kan de molenmaker aan het werk. De nieuwe zoldervloeren worden geplaatst en alle onderdelen die ondertussen in het atelier werden hersteld of vernieuwd, worden naar de werf gebracht en krijgen opnieuw hun plaats in de molen. De poorten, ramen en deuren worden geplaatst en wanneer het metselwerk voldoende droog is kan de molenromp geschilderd worden.
Na de schilderwerken kan de stelling eindelijk weg en krijgen we de witte molenromp opnieuw te zien.
De nieuwe staart en het gevlucht moeten dan nog geplaatst worden. Hopelijk hebben we daarna snel een gunstige wind voor het proefdraaien, waarbij alles nog eens gecontroleerd en afgeregeld wordt.
Daarna is het eindelijk zover. De molenaars kunnen eindelijk terug malen en ze zullen klaarstaan om alle bezoekers te ontvangen in de gerestaureerde molen.

-------------------------

Bijschriften bij de afbeeldingen van het artikel van A.C.J. Verdegem.

Houten standaardmolen. De molen van Gierle die in 1836 vernield werd door een  storm, was van dit type. De molen die hier afgebeeld wordt, is de molen van de familie Hermans die langs de  Denefstraat draaide tot hij in 1940 door een storm werd geveld. De molen stond waar  nu de moderne maalderij Jos Hermans zich bevindt. In de verte is de stenen molen 'In  Stormen Sterk' merkbaar. Uit de verzameling van Jos Aerts.

Vanaf het prille begin van de standaardwindmolens (12de eeuw) tot in de 16de eeuw  waren de wieken 'dwarsgetuigd', d.w.z. dat het 'hekwerk' van de wieken zich langs  beide zijden van de roeden bevindt. Dat is merkbaar op dit schilderij van Jan Breugel  (1568- 1625). De eerste molen van Gierle moet er gelijkaardig uitgezien hebben.  Foto: P. Bauters, Brussel. Mag met toelating van de auteur gepubliceerd worden.

Detail van de kadasterkaart van Gierle van 1824. Hier staat nog de houten standaardmolen afgebeeld, die in 1836 zou vernield worden. Merkwaardig detail is wel de verhevenheid, duidelijk kunstmatig opgeworpen, waarop de molen staat. Gemeentehuis Lille, kadasterkaart Gierle 1824.

Ondanks het mindere rendement vinden we nog dwarsgetuigde wieken in Frankrijk, en de zuiderse landen, zoals deze molen in de Beauce in Frankrijk. Foto: P. Bauters, Brussel. Mag met toelating van de auteur gepubliceerd worden. 

Literatuur

H. Holemans & P.J. Lemmens, "Molens der Noorder- en Oosterkempen", Nieuwkerken, Ten Bos, 1980, p. 31-33.
Herman Holemans, "Wind- en watermolens ivan de provincie Antwerpen. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 1. Gemeenten A-G", Opwijk, Studiekring "Ons Molenheem, 2009.
E. D(e) K(inderen), "De molen "In Stormen Sterk" te Gierle", in: De Belgische Molenaar, LXXI, 1976, nr. 12 (22 juni), p. 182-183;
"De eerste windmolen van Gierle", in: Kempisch Museum, I, 1890, p. 236;
A.C.J. Verdegem, "De banmolen van Gierle", "Jaarboek Norbert de Vrijter", 7 (1989), blz. 5-26, ill.; overgenomen in: "Levende Molens", jg. 12, 1990, nr. 12, p.96-97, ill.; en jg. 13, 1991, nr. 3, p. 23-24; nr. 4, p. 30-32; nr. 8, p. 63-64; nr. 9, p. 72; en nr. 10, p. 80;
W. Van den Branden, " 'In Stormen Sterk' van Gierle in de steigers. Restauratie in kader 'Bouwkundig Erfgoed' ", in: "Levende Molens", jg. 12, 1990, nr. 12, p. 95-96, ill.;
J. Aerts, "Molens in de aktualiteit: Gierle, de Tragische Molen", in: Molenecho's, II, 1974, nr. 11, p. 82;
(E. De Kinderen), "Een blik op molenwerking in de Kempen: Gierle een tevreden eigenaar", in: De Belgische Molenaar, LXXV, 1980, nr. 14-15 (7-22 aug.), p. 220-221;
Paul Hendriks, "De windmolens. 13. Gierle", in: P. Hendriks & R. Hoeben, "Provincie Antwerpen. Wind- en watermolens", p. 15.
(L. Smet), "Tragische molen - restauratie - toestand 12.10.'75", in: Molenecho's, III, 1975, nr. 10 (okt.), p. 75;
Els De Kinderen, "Gierle: molenfeesten en hoe het niet hoort", in: Levende Molens, jg. 8 (1986), nr. 9, p. 71, ill.;
H. Van Averbeke, "In Stormen Sterk (Gierle - prov. Antwerpen). (Portret van een draaiende molen).", in: Natuur- en Stedeschoon, jg. 55 (1986), nr. 3 (mei-juni), p. 23, ill.;
H. Holemans en K. Lemmens, "De windmolen op de Molenakker in 1804", in: Ons Molenheem, jg. 7 (1987), nr. 4, 26-27;
P.J. Lemmens, "Molenoverzicht uit het Arrondissement Turnhout van 1830 tot heden", Heemkundig Handboekje voor de Antwerpse Randgemeenten, Kwartaalschrift, Borgerhout, Gitschotel Buurschap, jg. 12, [1964], nr. 3, p. 8-9;
W. V(an) d(en) B(randen), "Bij het overlijden van Gust Wynants (1917-1991)...", Levende Molens, XIII, 1991, 5, p. 34.
Lieven Denewet, "In memoriam Emiel Rombouts", in: Molenecho's, jg. 2009, nr. 1.
De Kok Harry, Gids voor het oude Turnhout en omgeving. 2/De omliggende gemeenten,Antwerpen-Amsterdam, 1980, p. 98, 100-102.
Heemkundige Kring "Norbert de Vrijter".Driemaandelijks contactblad, 1983 e.v.
Van den Branden W., Toponymie of verklaring van de plaatsnamen Lille, Gierle, Poederlee en Wechelderzande, Heemkundige Kring "Norbert de Vrijter", Jaarboek 1993, XI, p. 99-116.
"Restauratie molen 'In Stormen Sterk' te Gierle”. Heemkundige kring – Norbert De Vrijter – Contactblad, jg. 7, nr. 26, maart 1989.
De Gielse molen 'In Stormen Sterk' eindelijk gerestaureerd !”, Heemkundige Kring – Norbert de Vrijter – Lille – Contactblad nr. 31 / 1990, p. 4.
Red., De Gielse molen "In Stormen Sterk" eindelijk gerestaureerd!, Heemkundige Kring "Norbert de Vrijter". Driemaandelijks contactblad,1990, VIII, nr. 31, p. 3).
Gust Smits, “‘In Stormen Sterk’ de aanloop naar een nieuw begin”, Heemkundige Kring Norbert De Vrijter – Lille. Contactblad nr. 108 / 2010, p. 5-7.
Jef De Walsche, molenaar, "Windmolen “In Stormen Sterk” te Gierle : een overzicht van de restauratiewerken", Heemkundige Kring Norbert De Vrijter - Lille. Contactblad nr. 116/2012, p. 7-10.
Jef De Walsche, molenaar, "Windmolen “In Stormen Sterk“ te Gierle: hoe ver staat het met de restauratie?", Heemkundige Kring Norbert De Vrijter - Lille. Contactblad nr. 120/2013, p. 7-10.
André Pluym, "Slag van de molen!", Heemkundige Kring Norbert De Vrijter-Lille. Contactblad nr. 130/2015, p. 3-5.

Persberichten
Ronny Van Den Ackerveken, "Molen maalt weer in 2008", Het Nieuwsblad, 15.12.2006.
"Molen krijgt opknapbeurt", in: Gazet Van Antwerpen, 14-12-2006.
RAM, "Windmolen", in: Het Nieuwsblad, 23.06.2007.
RAM, "Molen", in: Het Nieuwsblad, 08.03.2007.
"Restauratie molen", in: Gazet van Antwerpen, 31.07.2007.
"Molen krijgt opknapbeurt", in: Gazet van Antwerpen, 14.12.2006.
RAM, "Molenaars", in: Het Nieuwsblad, 27.03.2008.
RAM, "Molen", in: Het Nieuwsblad, 09.06.2008.
RAM, "Molen", in: Het Nieuwsblad, 18.11.2008.
Red., "De Gielse molen "In Stormen Sterk" eindelijk gerestaureerd!", in: Heemkundige Kring "Norbert de Vrijter". Driemaandelijks contactblad,1990, VIII, nr. 31, p. 3).
H. De Kok, "Gids voor het oude Turnhout en omgeving. 2. De omliggende gemeenten", Antwerpen-Amsterdam, 1980, p. 98.
Frans Ringoot, "De Molens van Gierle", in: Ons Molenheem, Opwijk, jg. 34, 2009, nr. 2, april-juni, p.35-38, ill.
RAM, "Restauratie molen", in: Het Nieuwsblad, 24.08.2009.
RAM, "Restauratie molen", in: Het Nieuwsblad, 08.09.2009.
"Gegarandeerd Kempens", in: SKL (Stichting Kempens Landschap) nieuwsbrief september 2006, nr. 2
RAM, "Lille investeert 5,3 miljoen euro in 2011", Het Nieuwsblad, 28.12.2010.
Ronny van den Ackerveken, "Vlaamse subsidies voor restauratie molen", Het Nieuwsblad, 29.04.2011.
RAM, "Subsidie voor restauratie molen Gierle", in: Het Nieuwsblad, 29.04.2011.
RAM, "Restauratie molen zal twee jaar duren", Het Nieuwsblad, 05.11.2011.
Dorien Van Gorp, "Molen in Gierle zonder kap", Het Nieuwsblad, 01.05.2012.
RAM (Ronny van den Ackerveken), "Restauratie windmolen start dit voorjaar", Het Nieuwsblad, 22.02.2012.
"Restauratie molen Gierle gestart - foto's", in: www. nnieuws.be
"Restauratie van de windmolen in Gierle van start", bouwenenwonen.net (21.02.2012)
Ronny van den Ackerveken, "Vanaf volgend jaar een zondag per maand geopend. Gerestaureerde kap op molen In Stormen Sterk geplaatst", Het Nieuwsblad, 27.09.2013.
"Molen krijgt kap en weiken terug", rtv (Regionale Televisie Kempen - Mechelen), 26.09.2013.
"Molen van Gierle bijna opnieuw klaar om te malen", rtv.be (Regionale Televesie Kempen -Mechelen), donderdag 26.09.2013. Reportage: Tobias Daneels.
"Windmolen 'In Stormen Sterk' in Gierle draait weer", archeonet.be, 01.04.2014.
PKK (Paul Keyenberg), "Molen ‘In Stormen’ sterk’ maakt naam opnieuw waar", Het Nieuwsblad, 03.04.2014.
Bart Van den Langenbergh, "Molen In Stormen Sterk draait opnieuw", Gazet van Antwerpen, 02.04.2014.
DVGT, "Molen 'In Stormen Sterk' is klaar om te malen", Het Laatste Nieuws, 03.04.2014.
Ludo Coenen, "In Stormen Sterk Gierle: molen draait sinds dinsdag opnieuw", nnieuws.be (02.04.2014)
Wendy Luyks, "Uitstap - Lille. Feestelijke opening van de Gielse Molen", Het Nieuwsblad, 021.07.2014.
Dirk Van Gorp, "Molenaars in beroep. Provincie beslist over bouwhoogte. Melkerij wijkt voor bejaardencampus", Het Laatste Nieuws, 22.11.2014.
Bart Van den Langenbergh, "Molenaars van Gierle onthullen geheimen", Het Nieuwsblad, 23.03.2015.
Bart Van den Langenbergh, "Gierle feest bij de molen", Het Nieuwsblad, 31.07.2015.
Bart Van den Langhenbergh, "Molenfeesten profiteren van zomers weer", Het Nieuwsblad, 02.08.2015.


Laatst bijgewerkt: maandag 20 maart 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens