|
Beschrijving
/ geschiedenis
Op de Passemaregracht, juist aan de grens met Velzeke en Zwalm, staat het Pedes molentje. De naam is afkomstig van Benjamin Pede-De Clercq die in 1938 eigenaar geworden was. Op de Ferrariskaart (ca. 1775) lezen we de benaming Bistmolen. In de muurankering van het gebouwtje komt, net boven het waterrad, het jaartal 1775 voor, hetgeen wijst op een herbouw.
Op 16 oktober 1664 kreeg Jan van Lierde (zoon van Jan) het octrooi van Jacques de Bernaige, Watergraaf en Moermeester van Vlaanderen, om binnen de parochie Hundelgem een watermolen op te richten om daarmee alle soorten van granen te malen, zowel voor de inwoners van Hundelgem als voor de omliggende plaatsen. De jaarlijkse cijns bedroeg 1 mud tarwe (volgens de maat van Aalst).
Voor 1718 werd de molen verkocht aan Jan Verhaegen en in 1770 aan Frans van der Beken. Regelmatig was er watergebrek. Dat vormde trouwens de motivatie voor Jan Baptiste Cnudde om in 1770 de bouw van een windmolen in Hundelgem aan te vragen. Hij had immers vernomen "dat binnen de prochie van Hundelghem maer en bevindt een coorenwaetermeuleken seer dykmaels onvoorsien van ghenoeghsaem waeter om de insetenen deser prochie te bedienen" (zie in deze database onder: Hundelgem, de Oude Madrienne).
In 1817 was J. Vanderstraeten er molenaar. Na het overlijden van J. Vanderstraeten in 1883 kwam de molen toe aan zijn twee kinderen: Lodewijk en Vincent Vanderstraeten. Vincent verzette zich in 1858 tegen de oprichting van een watermolen voor het dorsen en malen van graan te Velzeke-Ruddershove door landbouwster Maria Anna De Paepe, weduwe van Norbertus Buysse. Deze watermolen zou op dezelfde beek komen, gelegen op amper 400 meter afstand en de beek heeft een onvoldoende watercapaciteit. Uit het onderzoek bleek evenwel dat de molens niet op dezelfde beek gelegen waren. Vincent stierf in 1891, Lodewijk in 1900. Door erfenis kwam de molen dan in het bezit van Adolphine Baele, bijzondere uit Hundelgem. In 1903 werd de molen verkocht aan Emile (gehuwd met een dochter Leyman) en Lodewijk De Geyter. De eerste was molenaar, de tweede een landbouwer uit Nederzwalm. Lodewijk trok zich in 1907 uit de gemeenschap van bezit terug. In 1933 kwam het goed op naam van Ivo Dujardin-Haegeman en in 1938 werd Benjamin Pede-De Clercq de eigenaar.
Het molenbedrijf viel stil in 1965. Het gebouwtje stond een tijdlang onbeheerd, zodat enkele kleine voorwerpen zoals scherphamers e.d. werden ontvreemd.
De molen is uitgerust met drie steenkopels, een graanlift, een haverbreker en een buil. Het ijzeren bovenslagrad heeft een diameter van 2,20 m en het sluiswerk is van hout. Door het vrij klein debiet van de Passemaregracht moest de molenaar het water eerst lang genoeg stuwen, tot er genoeg water was om de molen enkele uren te laten draaien. In 1981 werden de molen met zijn omgeving beschermd als monument en als dorpsgezicht. Eigenaar Willy Van Laethem, apotheker uit Oudenaarde liet een maalvaardige restauratie uitvoeren door de firma Verstraete uit Rumbeke. Deze restauratie werd in 2001 voltooid. Het resultaat mag gezien worden.
Van 9 november tot 8 december 2009 gebeurde een openbaar onderzoek naar de bescherming van de twee linden aan de Pedesmolen in de Zwalmstraat in Velzeke tot "monument van het houtig erfgoed" (voorlopig beschermd op 16.06.2009). Ook het gebied in een straal van 25 meter rond de bomen wordt beschermd. De molen zelf, aan de andere kant van de Passemaeregracht, staat op grondgebied Hundelgem en is al beschermd als monument sinds 1981. Deze bomen hebben een bijzondere functie. Ze werden zo geplant dat ze het houten sluiswerk van de molen beschermen tegen de zon. De bomen moesten van Onroerend Erfgoed geknot worden want de takken lagen op het dak en die zouden schade berokkenen.
Lieven Denewet

Foto: Johnny Carbonnelle, Brakel

Foto: John Verpaalen ©, prentkaart Molencentrum Roosendaal

Foto: Thomas Piens, Zingem

Foto: Thomas Piens, Zingem

Foto: Thomas Piens, Zingem
Bijlagen
Oprichtingsoctrooi uit 1664 (Rijksarchief Gent, Vorstelijke Domeinen van Oost-Vlaanderen, nr. 134). Ander octroijen vuijt= =gegeven bij heer ende Meester Jaeq[ue]s de Bernaige Licentiaet in de rech= =ten, waetergrave, ende moerm[eest]re van Vlaenderen. [in de marge] 1718, 1719, 1720, 1721, 1722, 1723 1724 1726, 1770 Fran[iscu]s van der Beken by coope Hundelghem Jan Verhaegen bij coope te voren Jan van Lierde f[iliu]s Jans heeft vercre= =gen octroij van[den] bovenschreven heer Waetergraeve in daten 16 8bre [= oktober] 1664 om te mogen erigeren eenen waetermeulen binnen de prochie van Hundelghem, om daer mede te maelen alle sorten van graenen soo voor d'insetenen aldaer, als de omliggende plaetsen daer ontrent, mits 16 8bre [= oktober] 1664 in= =gaende, 1 hoet terwe t'jaers Aelst Auden boeck f° 263
Jaarlijks aantal asomwentelingen: 2001: 108000 2002: 71970 2003: 137135 2004: 144765 2005: 154541 2006: 112624 2007: 86878 2008: 65007 2009: 89013
"Openbaar onderzoek naar lindebomen", in: Webnieuws Regio Zottegem, 10.11.2009. Het openbaar onderzoek naar de bescherming van de twee linden aan de Pedesmolen in de Zwalmstraat in Velzeke tot "monument van het houtig erfgoed" startte op 9 november en duurt tot 8 december. Ook het gebied in een straal van 25 meter rond de bomen wordt beschermd. De molen zelf, aan de andere kant van de Passemaeregracht, staat op grondgebied Hundelgem en is al beschermd als monument sinds 1981. Deze bomen hebben een bijzondere functie. Ze werden zo geplant dat ze het houten sluiswerk van de molen beschermen tegen de zon. De bomen moesten van Monumenten en Landschappen geknot worden want de takken lagen op het dak en die zouden schade berokkenen.
Proces-verbaal bij afpaling van de gemeentegrens van Hundelgem, 1817. Il se trouwe dans la commune deux moulins, l'un à vent et l'autre à eau. Le moulin à vent situé canton dit Den Drigt n° 243 et appartenant à ... ne sert qu'à moudre des grains. Quoique bâti en briques, il n'a qu'une construction médiocre. Il est situé dans un endroit peu élevé, ce qui le rend presque inaccessible aux vents et empêche qu'on en retire tout l'avantage que procure la proximité des habitations. D'après ces considérations et de bons renseignements pri sur la valeur locative, l'expert en a porté le revenu brut à f. 180.00. Déduction du tiers pour frais d'entretien, reste en produit net f. 120,00. Le moulin à eau sert également à moudre des grains. Il est situé canton dit Steenveld n ° 271, sur un ruisseau qui est souvent dépourvu d'eau en été. Il n'y a qu'une Roue à canal de bois (bakwiel). L'expert n'a pu s'en procurer le bail, mais suivant les informations prises à cet égard, il estime son revenu brut à f. 135 et net à f. 90,00.
Literatuur
P. Bauters & R. Buysse, "De Oostvlaamse watermolens. Inventaris 1980", Gent, 1980 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 11); P. Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1985 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25); Julien Th. Vandeputte, "De molens van het arrondissement Oudenaarde uit hun geschiedenis", Oudenaarde, 1974; (L. Smet), "Hundelgem. 'Pede's molentje'", in: Molenecho's, VI, 1978, nr. 1, p. 2; (P. Bauters), "Kleine kroniek van een grote schande", in: Levende Molens, I, 1978, nr. 1, p. 46; III, 1980, nr. 17, p. 270; Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Derde aflevering. De arrondissementen Oudenaarde en Sint-Niklaas", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XVI, 1962, 2 (Gent, 1963); Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 3. Gemeenten G-H-I", Rotem, Studiekring Ons Molenheem, 2000; Robert Desart, "Les Moulins à Eau du Hainaut et des Flandres", Soignies, Lemaire, 1968, p. 108. "Openbaar onderzoek naar lindebomen", in: Webnieuws Regio Zottegem, 10.11.2009. "Zwalm, Het twaalf dorpenparadijs", blz. 44 Paul Huys, "Molen en molenaar te kijk gesteld. Molinologische opstellen II, Gent, Provinciebestuur, 1996, p. 342.
|