|
Beschrijving
/ geschiedenis
De Bostmolen, ook wel gekend als de Machelgemmolen, kan je vinden in een zijstraat van de weg tussen Munkzwalm en Zottegem (vlak voor de spoorwegovergang naar rechts). Aanvankelijk blijken hier twee molens te zijn geweest: een graanmolen en een oliemolen, een combinatie die wel vaker voorkomt bij de Zwalmmolens. In 1571 werden de beide molens door Kerstiaen Keymeulen in pacht gehouden van jonkheer Joos van Courtewijle, gouverneur van Oudenaarde. De oliemolen stond aan de overzijde van de beek. Het gebouw was gedateerd "1630" door middel van muurankers in de geveltop en werd kort na 1933 afgebroken. In 1630 vond een herbouw plaats. Bij de schutbalken aan de beek staat op een gemetselde steen het jaartal 1782. In het begin vande 19e eeuw waren de Machelgemmolens eigendom van de familie Moreels. De koopman in olie Livinus Moreels ging in 1849 rentenieren en door de stopzetting van zijn bedrijf zijn de watermolens en de boerderij "separaat of gesamentlijk te pagten - Inlichtingen en conditien zijn te bevragen bij Notaris de Mulder te Oudenaarde". De inrichting is als volgt beschreven: "Eenen graenwaetermolen en een stampkot gelegen op de Swalm met dry koppels maelstenen, stampharnas en een koppel pletterssteenen, alles in besten staet van conservatie en tot heden in werksaemheid." In 1866 werd de molen openbaar verkocht na het overlijden van Livinus Moreels. Nieuwe eigenaar werd landbouwer Karel van Wittenberghe, die in 1877 een zeer grote stoommachine plaatste. Een succes is het blijkbaar niet geworden, want in 1899 werd de molen openbaar verkocht "uit oorzaak van Failliet". De molen werd dan eigendom van de familie Plasman. De molen wordt aangedreven door een ijzeren bovenslagrad dat oorspronkelijk was ingebouwd onder een soort afdak met lessenaarsdak. De molen werd in 1966 stilgelegd en ingericht als café. De molenuitrusting werd herbestemd als café. Omwille van de jazz-optredens die er een tijdlang werden georganiseerd, werd de molen ook bekend als de Tootsmolen.
Het sluiswerk met woelrol met pal en twee zwengels is afgedekt met een ijzeren kapje; er zijn een klein en een groot tandrad. Er is ook een getrapte strekdam met loopbrugje. Sedert 1981 wordt het bovenwaterpeil automatisch beheerst door een klepstuw. Het bakstenen molenhuis van vier traveeën en twee bouwlagen staat onder een zadeldak (van pannen, naast de Zwalmrivier); het huis is gedateerd 1630 in vermoedelijk hergebruikte muurankers in de noordgevel en 1785 in een ingemetselde zandsteen van de hoekketting aan de watergevel, die vermoedelijk vergroot werd rond 1875. Er zijn licht getoogde vensters met ijzeren roedeverdeling. Tegen de westelijke watergevel met natuurstenen onderbouw is het ijzeren bovenslagrad bewaard gebleven. Binnenin kan men nog de diepe asput met arduinen ringmuur en op de meelzolder vier koppels maalstenen, sleepluiwerk en haverbreker zien.
Langs het rad wordt het peil geregeld door een klepstuw die een verval creëert van 2,1 meter. Stroomafwaarts is een bodemval aanwezig met twee vervallen van 0,2 meter. Er is geen bypass. Het gebouw is thans nog steeds ingericht als horecazaak (restaurant-taverne), maar werd in 2000/2003 beschermd als monument en samen met zijn omgeving als dorpsgezicht. Het molengebouw werd hersteld en in een latere fase wordt de molen weer maalvaardig gemaakt, naar een ontwerp van architect Sabine Okkerse uit Horebeke.
Lieven Denewet & Paul Bauters

Foto: Marnix Demoor, 12.05.2010

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 2003

Foto: Frans Declercq, Harelbeke, 05.06.2010

Foto Geert Vanhercke, Bredene, 25.06.2007

Foto: Geert Vanhercke, Bredene, 25.06.2007
Bijlagen
Dieter Herregodts, "Restauratie wenkt voor Bostmolen Eigenaars willen watermolen in Roborst weer doen draaien", in: Het Nieuwsblad, 06.03.2003. De Bostmolen, zowat de mooiste van de vijf watermolens op de Zwalmrivier, moet binnen een aantal jaren opnieuw maalvaardig zijn. De eigenaars dienden een aanvraag in om de molen in de Machelgemstraat in Roborst als monument te beschermen. De bestendige deputatie adviseerde het dossier positief. Als ook andere instanties, waaronder het Zwalmse gemeentebestuur, geen bezwaar hebben, kan de watermolen definitief beschermd worden. Het is mede-eigenaar Alain Goublomme menens met de renovatie van de Bostmolen in de Zwalmse deelgemeente Roborst. Niet verwonderlijk als je voorzitter bent van de vzw Levende Molens Oost-Vlaanderen en bovendien eigenaar bent van de nog werkende windmolen te Rullegem in Herzele. De Bostmolen, die eind jaren zestig eigendom werd van schoonvader Paul Maryns, is al decennia lang bekend als restaurant of café. ,,De nadruk lag steeds op de horeca-gelegenheid. Dat ging van een jazzclub tot een uitstekend restaurant'', weet Alain Goublomme. De opeenvolgende huurders verwaarloosden echter de watermolen. Eind jaren zestig werkte de Bostmolen nog, maar daarna viel hij definitief stil.'' De familie Maryns, die eigenaar is van de Bostmolen, zal nu zelf de handen uit de mouwen steken. ,,Het restaurant is dicht sinds november vorig jaar. Mijn schoonbroer Olav Maryns knapt het gebouw op, zodat het tegen begin mei of begin juni weer open kan. Als de Bostmolen definitief als beschermd monument erkend wordt, kunnen we hiervoor rekenen op een subsidie van veertig procent'', vervolgt Alain Goublomme. Werk van lange adem Voor de restauratie van de watermolen zelf kan de subsidie oplopen tot tachtig procent van de kostprijs. De molen opnieuw maalvaardig maken, wordt echter een werk van lange adem. De Bostmolen is na de Boembekemolen de tweede watermolen op de Zwalm. De eerste vermeldingen dateren al uit 1571, maar de molen is waarschijnlijk nog een stuk ouder. ,,Als alles vlot verloopt, kunnen wij tegen 2005 met de restauratie van de molen beginnen. De combinatie van een restaurant met een draaiende watermolen trekt altijd volk aan. Olav Maryns en zijn vriendin volgen op dit ogenblik zelfs een molenaarscursus.'' ,,Het heeft altijd in de familie gezeten. Mijn overgrootvader was de laatste molenaar ten brode van de Windmolen te Rullegem in Herzele. Het is de bedoeling om de gerestaureerde Bostmolen regelmatig te doen draaien'', besluit Alain Goublomme.
Uitspraak door de Raad van Vlaanderen in een zaak tussen Lieven Bettens, molenaar te Roborst, Jan-Baptist van der Donckt (Zottegem) en de procureur-generaal, tegen de schepenen van Aalst, gedaagde. Betreft saisissement en verkoop van hoornvee tot verhaal van niet betaald "bestiaelgeld", 14 mei 1729. Ghesien t'proces hanghen(de) hier t'hove in rechte tusschen Jacq(ue)s vander Donckt tot Sotteghem h(eessche)re resint den procur(eur) g(ener)ael van Vlaenderen, met hem ghevought ter eender sijden, Burghm(eest)re en(de) schepen(en) der stede van Aelst ghed(aeghd)e, ende Lieven Bettens tot Rooborst gheinth(imeerd)en verw(eerder)rs ter andere. Thof seght, wijst, ende over recht dat den h(eessche)re resint hem ter quaeder causen becraint ende beclaeght heeft van(den) verw(eerde)rs, en(de) van(de) senten(tie) dies questie, dienvolghen(de) sal de selve sorteren haer vol effect sonder correctie, ofte reformae(tie), cond(ioneer)t den selven reformant over sijn frivol appel, inde boete van xxx carolus gul(den)s s'keijsers, ende s'coninghs ons ghedughs heeren proffijte, en(de) inde costen van(den) betrecke ter tauxae(tie) van(den) hove, onder stont pro: den XIIIIen Meije XVIIc neghenentwintich. Naer collatie ghedaen jeghens de sententie rolle berustende ter greffie van(den) Raede van Vlaenderen is de voorenstaende copie daermede bevonden t'accorderen. Toorconden den onderschreven ghesworen clercq van(den) voors(eide) greffie desen XV oust XVIIc eenendertich. (Get.) Denijs Huijsmans Bron: Rijksarchief Gent, Raad van Vlaanderen, nr. 29.838.
Literatuur
P. Bauters & R. Buysse, "De Oostvlaamse watermolens. Inventaris 1980", Gent, 1980, p. 133-135 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 11); A. ver Elst, "De watermolens van Antwerpen en Vlaanderen in beeld", Zaltbommel, 1979; P. Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1985 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25); Julien Th. Vandeputte, "De molens van het arrondissement Oudenaarde uit hun geschiedenis", Oudenaarde, 1974; Lieven Denewet, "De Bostmolen van Roborst zal na 40 jaar horeca-uitbating opnieuw maalvaardig worden", in: Molenecho's, XXXI, 2003, nr. 2, p. 73; G. De Noyette - M. Hoebeke, "Dorpsbeelden uit het verleden, Zwalm", Nazareth, 1994, p. 31; Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Derde aflevering. De arrondissementen Oudenaarde en Sint-Niklaas", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XVI, 1962, 2 (Gent, 1963); Robert Desart, "Les Moulins à Eau du Hainaut et des Flandres", Soignies, Lemaire, 1968, p. 121; "Zwervend doorheen de Zwalmvallei bij het ruisen der watermolens", in: Ons Volk, Weekblad voor het gezin, jg. XLVIII, 1965, nr. 33, 19 augustus, p.20-23, ill., krt. Dieter Herregodts, "Restauratie wenkt voor Bostmolen Eigenaars willen watermolen in Roborst weer doen draaien", in: Het Nieuwsblad, 06.03.2003. H. Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 6. Gemeenten O-R", Opwijk, 2006.
|