Molenzorg
Leupegem (Oudenaarde), Oost-Vlaanderen
<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>
Foto: Frans Van Bruaene, Laakdal, 13.07.2013
Naam

Nonnenmolen
Nonnemolen
Grote Molen
Middelste molen

Ligging Watermolenstraat 3
9700 Leupegem (Oudenaarde)

zuidzijde
op de Maarkebeek
50° 49' 39.72" N  3° 36' 17.89" E


toon op kaart
Geo positie 50.827587, 3.605394
Eigenaar Carlie De Maeseneire en Nicole Vandeputte, De Pinte
Gebouwd voor 1296 / 1586
Type Bovenslag watermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Vroeger ook olie- en schorsmolen, nu nog dubbel waterrad
Gevlucht/Rad Metalen onderslagrad (0,70 x 5,60 m) en metalen bovenslagrad (1,80 x 3,40 m)
Inrichting Nog 1 steenkoppel, walsenstoel, graankuiser, plansichter, buil
Toestand Maalvaardig hersteld met nieuw onderslagrad
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
02.03.1990
Molenaar Carlie De Maeseneire
Openingstijden Tijdens de weekends, tel. 09 282 62 26, 0495 162556, e-mail: weekendtaverne@dennonnenmolen.be
Internet bron

Nonnenmolen
Nonnemolen
Grote Molen
Middelste molen

Beschrijving / geschiedenis

De Nonnenmolen is een watermolen met twee waterraderen aan de zuidzijde van de Watermolenstraat (nr. 3), gelegen op de Maarkebeek. De molen heeft zowel een onderslagrad als een bovenslagrad om zo bij hoog en bij laag water te kunnen functioneren.

De Nonnenmolen was vroeger de belangrijkste en grootste van de drie watermolens te Leupegem. Op de stadsplattegrond van Oudenaarde, maar ook op de kaart van Vincennes uit de 18de eeuw staat ze als een heus gebouw afgebeeld. Op het eerste zicht lijkt het op de kaart van van Deventer (midden 16de eeuw) een kasteel met een toren te zijn. Na enig zoek- en vergelijkingswerk blijkt dat het de fameuze Nonnemolen is.

Op de Ferrariskaart van ca. 1775  staat ze getekend met twee waterraderen en als benaming "Magdendaele Meulen". Ze werd dan ook niet voor niets de “middelste”, maar ook de “Groten” molen genoemd.

De Nonnenmolen kent een lange geschiedenis. Bij akte van 6 september 1296 kochten de nonnen van het klooster van Maagdendale te Oudenaarde de molen aan. Dat verklaart ook de molennaam. Destijds waren hier drie molens: een schors-, een olie- en een graanmolen. Enkel de graanmolen bestaat nog: de middelste van de drie.

In 1580, tijdens de opstand of de troebelen, werden Leupegem vernield door de Hugenoten en Malcontenten. Ook de molen bleef niet gespaard. Ook in 1582 wordt ons dorp andermaal vernield, nu door de troepen van Alexander Farnese. Alle inwoners zijn toen gevlucht uit Leupegem.

In 1586 volgde de heroprichting als graan- en oliemolen.

In de 19de eeuw werd het houten raderwerk vervangen door een ijzeren en werd een ringmuur gemetseld rond de asput. De doorgang langs de molen heeft een verval van 0,2 meter. Er is een bypass aanwezig.

In het proces-verbaal van afpaling van de gemeente Leupegem uit 1821 werden de twee resterende watermolens (de Nederste Watermolen was al verdwenen) als volgt beschreven: "Il y a deux mouliins à eau. L'un a moudre de la farine Son A353 appartenant à Jean François Damarrez, l'autre tourdoire (sic) à l'huile, n° 408 appartenant à la veuve Albert Foureau (?). Par leur situation et construction de même valeur l'expert estime qu'ils doivent être évalués à 120.00 florins. Un tiers déduit pour entretien et réparations florins 40.00, reste en produit net florins 80.00".

Eigenaars na 1820:
- 1821, eigenaar: Demarez Pierre François
- voor 1834, eigenaar: a) Demarez-Pannecoucke Pierre François (Pannecoucke is weduwe uit haar eerste huwelijk met Van Damme Jan Baptiste), molenaar te Leupegem en b) en anderen
- 27.02.1845, verkoop: Van Damme-Blommaert Napoléon, handelaar te Oudenaarde (notaris Platteau)
- 03.03.1873, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Napoléon Van Damme)
- 17.05.1876, verkoop: de weduwe Blommaert Marie-Thérèse, landbouwster te Leupegem (notaris Vandermeersch - koopt het deel van haar kinderen)
- later, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Marie-Thérèse Blommaert)
- 11.06.1889, verkoop: Delcoigne-Van Damme Charles, gemeentesecretaris te Leupegem (notaris Declercq)
- 17.10.1899, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Charles Delcoigne)
- 28.09.1911, gift: a) Delcoigne-Van Damme Charles, de weduwe (voor vruchtgebruik), zonder beroep te Leupegem en b) Delcoigne Robert (voor naakte eigendom), zonder beroep te Leupegem (notaris Van de Velde - hofstede met watermolen)
- 26.09.1921, verkoop: De Maeseneire-Verstraeten Richard Emiel, landbouwer te Maarke-Kerkem (notaris De Beer - hofstede met watermolen Nonnenmolen)
- later, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Richard De Maeseneire)
- 06.02.1946, deling: a) De Maeseneire August (voor 1/2 naakte eigendom), handelaar te Leupegem, b) De Maeseneire Octaf (voor 1/2 naakte eigendom), handelaar te Leupegem en c) De Maeseneire-Verstraeten Richard, de weduwe (voor vruchtgebruk), landbouwster te Maarke-Kerkem (notaris De Beer)
- 08.05.1977, einde vruchtgebruik: a) De Maeseneire-De Vos August, handelaar te Leuepgem en b) De Maeseneire-De Coninck Octaaf, handelaar te Leupegem (overlijden van de weduwe Verstraeten van Richard De Maeseneire)
- 30.06.1983, testament: De Maesenaeire-De Coninck Octaaf Remi, zonder beroep te Leupegem (notaris Van Ongeval - overlijden van August De Maeseneire op 9 november 1988)
- 2014, eigenaar: Carlie De Maeseneire & Nicole Vandeputte, De Pinte

Een verkoopsaankondiging uit 1845 vermeldt ondermeer "dat er een continuele abondantie van water voor de exploitatie van de watermolen is", en "de inboedel te koop aangeboden wordt, bestaande uit... melkkoeien, toog, 20 tafels, secretaire en 8 tonnen goed oud bier....".

In 1921-22 werd de molen verkocht aan Richard De Maeseneire-Vanderstraeten van de Eikenberg. In 1946 werd de molen eigendom van August en Octaaf De Maeseneire, zonen van Richard. De huidige eigenaar is Carlie De Maeseneire.

Tot begin 1970 was de molen nog maalvaardig. Langzamerhand trad er verval op en renovatie drong zich op.

De molen werd op 2 maart 1990 beschermd als monument, met inbegrip van het molengebouw, het sluiswerk, de waterraderen en de bakoven.

De restauratieplannen werden in 1990 getekend door het architektenbureau Van Wassenhove uit Zwijnaarde. In 2000-2001 onderging de molen een maalvaardige restauratie, waarbij het onderslagrad vernieuwd werd. Het ijzeren bovenslagrad ligt er evenwel nog vervallen bij. Dank zij de inrichting van een landelijke herberg in het vroegere woonhuis, is de Nonnenmolen ieder weekend toegankelijk.

Bouwkundige beschrijving

Molengebouw van drie en twee traveeën en twee bouwlagen, Westelijke deel wellicht  de tweede helft van de 19de eeuw hoger opgetrokken, confer muurvlechtingen op rechterzijgevel. Licht  getoogde en rechthoekige muuropeningen, kleine vensters met stenen latei, links  laaddeur op verdieping.

De waterraderen: een onderslagrad bestaande uit aaneengeboute  profielen en met stalen as en gietijzeren hart, een geklonken  bovenslagrad, op grotere afstand van de molen, is thans in verval. Dankzij  de combinatie van een onder- en een bovenslagrad kende deze molensite een  bijzonder hoog rendement door een maximale benutting van zowel een hoge-  als lage waterstand.

Twee asputten met een uitzonderlijk aantal radaren, het roerend  werk kon zowel door het bovenslag- als door het onderslagrad in werking  worden gezet. Tussen de twee asputten treft men een indrukwekkend  overbrengingssysteem op een horizontale as.

Molentechnisch is de multifunctionaliteit van de installaties  opvallend: onder meer oliepletmolen, meelproductie, graankuiser, plansichter, slijpsteen, houtzaag, haverpletter en andere die hydraulisch werden  aangedreven. Het sluiswerk bestaat uit houten schotten met eiken planken  in arduinen geleiders. Bijzonder is het Zuidelijk gelegen 'eiland', gevormd  tussen de hoofdbeek en de bijpas, dat afgeboord is met 17de-eeuwse natuurstenen  damwanden. Het herbergt een hoogstamboomgaard, kaplinden, een oude  moestuin en een bakoven.

Het sluizensysteem is indrukwekkend. Het onderslagrad met een diameter van 5,40 meter kan twee steenkoppels aandrijven. Het bovenslagrad is veel kleiner. Verder nog een walsenstoel, een lintzaag, een slijpsteen op waterkracht, een krielmolen, een graankuiser, een plansichter en een builmolen. 
Af en toe wordt de watermolen met een overstroming geconfronteerd, een laatste maal op zaterdag 13 november 2010. Het water stond binnen wel 1,20 meter hoog. Nochtans waren de maal- en lossluis volledig geopend. De te nauwe doorgang onder de

Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>

Foto: Jean-Paul Vingerhoed

<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>

Het verweerde bovenslagrad. Foto: Thomas Piens, Zingem, 02.06.2006

<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>

De kollergang. Foto: Eric Plovyt, Ursel, 22.02.2014

<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>

Foto: Thomas Piens, Zingem, 02.06.2006

<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>

Prentkaart LAB, ca. 1937 (coll. Gaston De Clippel)

Literatuur

Lieven Denewet, "Gecombineerde onder- & bovenslagmolen in Leupegem hersteld", in: Molenecho's, XXVIII, 2000, nr. 1, p. 17-20.
P. Bauters & R. Buysse, "De Oostvlaamse watermolens. Inventaris 1980", Gent, 1980 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 11).
P. Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1985 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25).
Julien Th. Vandeputte, "De molens van het arrondissement Oudenaarde uit hun geschiedenis", Oudenaarde, 1974.
J.V., "De water- en windmolens van Etikhove en Leupegem", in: Het Volk, 26.9.1960.
L. Vandevelde, "Leupegem in woord en beeld. De geschiedenis, het uitzicht, de mensen", Oudenaarde, V.V.V.M., 1978, 143 p.
"De geklasseerde Nonnemolen", in: "Het Leupegems Kroniekske", Oudenaarde, driemaandelijks tijdschrift Heemkundige Kring Leupegem, jg. 1 (1990-1991), p. 51-55, ill.
Het Land van Aalst, 1959.
Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Derde aflevering. De arrondissementen Oudenaarde en Sint-Niklaas", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XVI, 1962, 2 (Gent, 1963).
Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 4. Gemeenten K-L", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2002.
Robert Desart, "Les Moulins à Eau du Hainaut et des Flandres", Soignies, Lemaire, 1968, p. 110.
Julien Vandeputte, "De molens van Leupegem", in: Ons Molenheem, XXXV, 2010, 1, p. 7-12.
Mola, "Aantal asomwentelingen van Oost-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 51.
Lieven Denewet, "Honderd bespookte molens in Vlaanderen. Een verzameling molensagen van de kuststreek tot het Maasland", Molenecho's, XX, 1992, nr. 3-4.
Cyril Carton, "Oudenaarde op kaart. Een grondige analyse van de 16de-eeuwse kaart van Oudenaarde van Jacob van Deventer", Masterthesis Universiteit Gent, 2009-2010.

Persberichten
Paul Darragas, "Maalvaardige Nonnenmolen weer toegankelijk. Eigenaars zoeken landbouwers die gerst kunnen leveren", in: Het Nieuwsblad, 08.06.2005.
Peter Malaise, "Ook historische watermolen loopt helemaal onder", Het Nieuwsblad, 18.11.2010.
Paul Darragas, "Ook de Watermolenstraat in Leupegem kreeg de volle laag", Het Nieuwsblad, 16.11.2010.
 Paul Darragas, "Inwoner Watermolenstraat reageert. 'Te smalle duiker Maarkebeek aan N60 is een oud zeer'", Het Nieuwsblad, 26.11.2010.
Peter Malaise, "Beschermde molen verhindert maatregelen tegen wateroverlast. 'Ons huis zal als enige blijven overstromen", Het Nieuwsblad, 20.06.2015.
FEL, "Wateroverlast rond Maarkebeek wordt aangepakt", Het Laatste Nieuws, 15.06.2015.


Laatst bijgewerkt: donderdag 5 januari 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens