Molenzorg
Leupegem (Oudenaarde), Oost-Vlaanderen
<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>
Foto: Frans Van Bruaene, Laakdal, 13.07.2013
Naam

Nonnenmolen
Nonnemolen
Grote Molen
Middelste molen

Ligging Watermolenstraat 3
9700 Leupegem (Oudenaarde)

zuidzijde
op de Maarkebeek
50° 49' 39.72" N  3° 36' 17.89" E


toon op kaart
Geo positie 50.827587, 3.605394
Eigenaar Carlie De Maeseneire en Nicole Vandeputte, De Pinte
Gebouwd voor 1296 / 1586
Type Bovenslag watermolen
Functie Korenmolen
Kenmerken Vroeger ook olie- en schorsmolen, nu nog dubbel waterrad
Gevlucht/Rad Metalen onderslagrad (0,70 x 5,60 m) en metalen bovenslagrad (1,80 x 3,40 m)
Inrichting Nog 1 steenkoppel, walsenstoel, graankuiser, plansichter, buil
Toestand Maalvaardig hersteld met nieuw onderslagrad
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
02.03.1990
Molenaar Carlie De Maeseneire
Openingstijden Tijdens de weekends, tel. 09 282 62 26, 0495 162556, e-mail: weekendtaverne@dennonnenmolen.be
Internet bron

Nonnenmolen
Nonnemolen
Grote Molen
Middelste molen

Beschrijving / geschiedenis

De Nonnenmolen is een watermolen met twee waterraderen aan de zuidzijde van de Watermolenstraat (nr. 3), gelegen op de Maarkebeek. De molen heeft zowel een onderslagrad als een bovenslagrad om zo bij hoog en bij laag water te kunnen functioneren.

De Nonnenmolen was vroeger de belangrijkste en grootste van de drie watermolens te Leupegem. Op de stadsplattegrond van Oudenaarde, maar ook op de kaart van Vincennes uit de 18de eeuw staat ze als een heus gebouw afgebeeld. Op het eerste zicht lijkt het op de kaart van van Deventer (midden 16de eeuw) een kasteel met een toren te zijn. Na enig zoek- en vergelijkingswerk blijkt dat het de fameuze Nonnemolen is.

Op de Ferrariskaart van ca. 1775  staat ze getekend met twee waterraderen en als benaming "Magdendaele Meulen". Ze werd dan ook niet voor niets de “middelste”, maar ook de “Groten” molen genoemd.

De Nonnenmolen kent een lange geschiedenis. Bij akte van 6 september 1296 kochten de nonnen van het klooster van Maagdendale te Oudenaarde de molen aan. Dat verklaart ook de molennaam. Destijds waren hier drie molens: een schors-, een olie- en een graanmolen. Enkel de graanmolen bestaat nog: de middelste van de drie.

In 1580, tijdens de opstand of de troebelen, werden Leupegem vernield door de Hugenoten en Malcontenten. Ook de molen bleef niet gespaard. Ook in 1582 wordt ons dorp andermaal vernield, nu door de troepen van Alexander Farnese. Alle inwoners zijn toen gevlucht uit Leupegem.

In 1586 volgde de heroprichting als graan- en oliemolen.

In de 19de eeuw werd het houten raderwerk vervangen door een ijzeren en werd een ringmuur gemetseld rond de asput. De doorgang langs de molen heeft een verval van 0,2 meter. Er is een bypass aanwezig.

In het proces-verbaal van afpaling van de gemeente Leupegem uit 1821 werden de twee resterende watermolens (de Nederste Watermolen was al verdwenen) als volgt beschreven: "Il y a deux mouliins à eau. L'un a moudre de la farine Son A353 appartenant à Jean François Damarrez, l'autre tourdoire (sic) à l'huile, n° 408 appartenant à la veuve Albert Foureau (?). Par leur situation et construction de même valeur l'expert estime qu'ils doivent être évalués à 120.00 florins. Un tiers déduit pour entretien et réparations florins 40.00, reste en produit net florins 80.00".

Eigenaars na 1820:
- 1821, eigenaar: Demarez Pierre François
- voor 1834, eigenaar: a) Demarez-Pannecoucke Pierre François (Pannecoucke is weduwe uit haar eerste huwelijk met Van Damme Jan Baptiste), molenaar te Leupegem en b) en anderen
- 27.02.1845, verkoop: Van Damme-Blommaert Napoléon, handelaar te Oudenaarde (notaris Platteau)
- 03.03.1873, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Napoléon Van Damme)
- 17.05.1876, verkoop: de weduwe Blommaert Marie-Thérèse, landbouwster te Leupegem (notaris Vandermeersch - koopt het deel van haar kinderen)
- later, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Marie-Thérèse Blommaert)
- 11.06.1889, verkoop: Delcoigne-Van Damme Charles, gemeentesecretaris te Leupegem (notaris Declercq)
- 17.10.1899, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Charles Delcoigne)
- 28.09.1911, gift: a) Delcoigne-Van Damme Charles, de weduwe (voor vruchtgebruik), zonder beroep te Leupegem en b) Delcoigne Robert (voor naakte eigendom), zonder beroep te Leupegem (notaris Van de Velde - hofstede met watermolen)
- 26.09.1921, verkoop: De Maeseneire-Verstraeten Richard Emiel, landbouwer te Maarke-Kerkem (notaris De Beer - hofstede met watermolen Nonnenmolen)
- later, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Richard De Maeseneire)
- 06.02.1946, deling: a) De Maeseneire August (voor 1/2 naakte eigendom), handelaar te Leupegem, b) De Maeseneire Octaf (voor 1/2 naakte eigendom), handelaar te Leupegem en c) De Maeseneire-Verstraeten Richard, de weduwe (voor vruchtgebruk), landbouwster te Maarke-Kerkem (notaris De Beer)
- 08.05.1977, einde vruchtgebruik: a) De Maeseneire-De Vos August, handelaar te Leuepgem en b) De Maeseneire-De Coninck Octaaf, handelaar te Leupegem (overlijden van de weduwe Verstraeten van Richard De Maeseneire)
- 30.06.1983, testament: De Maesenaeire-De Coninck Octaaf Remi, zonder beroep te Leupegem (notaris Van Ongeval - overlijden van August De Maeseneire op 9 november 1988)
- 2014, eigenaar: Carlie De Maeseneire & Nicole Vandeputte, De Pinte

Een verkoopsaankondiging uit 1845 vermeldt ondermeer "dat er een continuele abondantie van water voor de exploitatie van de watermolen is", en "de inboedel te koop aangeboden wordt, bestaande uit... melkkoeien, toog, 20 tafels, secretaire en 8 tonnen goed oud bier....".

In 1921-22 werd de molen verkocht aan Richard De Maeseneire-Vanderstraeten van de Eikenberg. In 1946 werd de molen eigendom van August en Octaaf De Maeseneire, zonen van Richard. De huidige eigenaar is Carlie De Maeseneire.

Tot begin 1970 was de molen nog maalvaardig. Langzamerhand trad er verval op en renovatie drong zich op.

De molen werd op 2 maart 1990 beschermd als monument, met inbegrip van het molengebouw, het sluiswerk, de waterraderen en de bakoven.

De restauratieplannen werden in 1990 getekend door het architektenbureau Van Wassenhove uit Zwijnaarde. In 2000-2001 onderging de molen een maalvaardige restauratie, waarbij het onderslagrad vernieuwd werd. Het ijzeren bovenslagrad ligt er evenwel nog vervallen bij. Dank zij de inrichting van een landelijke herberg in het vroegere woonhuis, is de Nonnenmolen ieder weekend toegankelijk.

Bouwkundige beschrijving

Molengebouw van drie en twee traveeën en twee bouwlagen, Westelijke deel wellicht  de tweede helft van de 19de eeuw hoger opgetrokken, confer muurvlechtingen op rechterzijgevel. Licht  getoogde en rechthoekige muuropeningen, kleine vensters met stenen latei, links  laaddeur op verdieping.

De waterraderen: een onderslagrad bestaande uit aaneengeboute  profielen en met stalen as en gietijzeren hart, een geklonken  bovenslagrad, op grotere afstand van de molen, is thans in verval. Dankzij  de combinatie van een onder- en een bovenslagrad kende deze molensite een  bijzonder hoog rendement door een maximale benutting van zowel een hoge-  als lage waterstand.

Twee asputten met een uitzonderlijk aantal radaren, het roerend  werk kon zowel door het bovenslag- als door het onderslagrad in werking  worden gezet. Tussen de twee asputten treft men een indrukwekkend  overbrengingssysteem op een horizontale as.

Molentechnisch is de multifunctionaliteit van de installaties  opvallend: onder meer oliepletmolen, meelproductie, graankuiser, plansichter, slijpsteen, houtzaag, haverpletter en andere die hydraulisch werden  aangedreven. Het sluiswerk bestaat uit houten schotten met eiken planken  in arduinen geleiders. Bijzonder is het Zuidelijk gelegen 'eiland', gevormd  tussen de hoofdbeek en de bijpas, dat afgeboord is met 17de-eeuwse natuurstenen  damwanden. Het herbergt een hoogstamboomgaard, kaplinden, een oude  moestuin en een bakoven.

Het sluizensysteem is indrukwekkend. Het onderslagrad met een diameter van 5,40 meter kan twee steenkoppels aandrijven. Het bovenslagrad is veel kleiner. Verder nog een walsenstoel, een lintzaag, een slijpsteen op waterkracht, een krielmolen, een graankuiser, een plansichter en een builmolen. 
Af en toe wordt de watermolen met een overstroming geconfronteerd, een laatste maal op zaterdag 13 november 2010. Het water stond binnen wel 1,20 meter hoog. Nochtans waren de maal- en lossluis volledig geopend. De te nauwe doorgang onder de

Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>

Foto: Jean-Paul Vingerhoed

<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>

Het verweerde bovenslagrad. Foto: Thomas Piens, Zingem, 02.06.2006

<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>

De kollergang. Foto: Eric Plovyt, Ursel, 22.02.2014

<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>

Foto: Thomas Piens, Zingem, 02.06.2006

<p>Nonnenmolen<br />Nonnemolen<br />Grote Molen<br />Middelste molen</p>

Prentkaart LAB, ca. 1937 (coll. Gaston De Clippel)

Aanvullende informatie

Jaarlijks aantal asomwentelingen
2003:   61168
2004: 721050
2005: 442225
2006: 591664
2007: 728483 
2009: 140423
2010:   82812
2011:

Intekendatum: 22.06.2007, 10 u.
Molen: Leupegem (Oudenaarde, 0.-Vl.), Nonnenmolen - watermolen met metalen onder- en bovenslagrad
Bouwheer & ontwerper: Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), afdeling Water, Brussel
Opdracht: Opmaak ontwerpdossiers voor het oplossen van vismigratieknelpunten op de benedenloop Maarkebeek ter hoogte van de Watermolenstraat; 8 maanden
Plaats aanbesteding: VMM, afd. Water, Ferraris-gebouw, Koning AlbertII-laan 20 b16, 1000 Brussel
Offertes: Haskoning Belgium, Mechelen, €28.805,26; Technum nv, Borgerhout, €42.567,80; SBE nv, Sint-Niklaas, €44.897,05; Libost Groep nv, Hasselt, €54.759,76
Toewijzing: Haskoning Belgium, Mechelen

Intekendatum: 03.12.2009, 11 u.
Molen: Leupegem  (Oudenaarde),  Nonnenmolen - watermolen met metalen onder- en bovenslagrad
Bouwheer: Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), afdeling Operationeel Waterbeheer, Gent (Ronny De Keer)
Ontwerper: Haskoning Belgium, Mechelen
Opdracht: Oplossen van vismigratieknelpunten op de Maarkebeek te Leupegem, ter hoogte van de molen
Herstel van de vismigratie langs de nevengeul aan de Nonnenmolen, o.a. aanleg 13 V-vormige drempels.
Stabiliseren  verzakte  rechteroever  stroomafwaarts  de molen (incl. stabiliseren scheefstaande kapel)
Herstel vismgratie ter hoogte van bodemval ca 400 m stroomopwaarts de molen (o.a. plaatsen stroomdeflectoren ter vervanging van bodemval)
cat. B of o/cat. G3; 40 dagen
Plaats aanbesteding: VMM, afd. Operationeel Waterbeheer, Elfjulistraat 43, 9000 Gent
Offertes: Cocquyt A. bvba, Beervelde, €98.624,95; De Mol Grondwerken bvba, Lochristi, €135.692,95; Alonco nv, Verrebroek, €144.741,84; Quintelier Gebroeders nv, Dendermonde, €330.643,64
Toewijzing: Cocquyt A. bvba, Beervelde

--------------------

De Nonnenmolen in volksverhalen

De spokende nonnen van de Nonnenmolen…

Van de Nonnemolen worden toch ook histories verteld. Ja, ik heb dat nog horen zeggen. Er liepen hier ’s nachts nonnen buiten in het wit, om twaalf uur ’s nachts. Ze liepen gewoon daar rond. Daarom heet dat nu nog: de Nonnemolen.

Ge kent hier de Nonnemolen hé? Dat is een watermolen. In de tijd, als er veel water was, stak de molen het water erop (waar nu gebouwen zijn) en ze noemden dat de vijver. Er was daar een plek waar geen water op kwam. En ze zeggen dat het daar was dat de nonnen spookten. Ze willen hebben dat het daar gespookt heeft. En er was een knecht van bij ons, bij Devereyns, hij was van Kruishoutem, en hij ging somwijlen naar Leupegem, wat pinten drinken. En die, iedere keer dat hij naar huis kwam, van aan de brug tot aan het Appelke, werd hij gevolgd door die nonnen tot hij aan het Appelke was. Hij durfde niet meer langs daar komen. Hij ging rond opdat hij er niet zou moeten passeren hebben. En hij zag altijd die nonnen. En ik ben daar geboren op de Schapendries, ik heb nooits iets gezien. Daarvoor heet dat de Nonnemolen.

Op een zekere keer was de mulder bezig met te malen en plots zag hij kaarsen dansen. En ze gingen de voordeur binnen en de achterdeur buiten. En dat waren standvastig kaarsen die dansten. En hij zegt: “Ik ga eens naderbij.” En hij keek en het waren allemaal nonnen die met een kaars binnen en buiten gingen…

Ik heb nog horen zeggen dat ze in de Nonnemolen binnengingen en dat ze daar aten: alle soorten goed dings. En als ze buiten kwamen hadden ze niets gegeten. Dat heb ik altijd gehoord. Daar is toch iets gebeurd.

Er is hier, mijn moeder heeft dat verteld, een watermolen, en de mulder hiervan had honger. Hij kwam binnen in de keuken en de tafel was zeer mooi gedekt met borden en met verscheidene kaarsen. En hij zegt plots: “Jamaar, als de tafel hier mooi gedekt is, ‘k ga mij bijzetten… ‘k Mag toch hé?” En hij had niemand gezien en uit de kamer riep er een stem: “Jaja, eet maar zoveel ge wilt.” En hij at en eer hij buitenkwam zei hij: “Nu heb ik toch mijn buikske vol gegeten voor twee dagen…” En hij kwam buiten en hij had niets meer, en hij had honger als van te voren..

De nonnen hier op de molen waren soms bezig met boter te maken en normaal is dat men een karn en een staf. Maar dit was met een wegwijzer en ze zetten die wegwijzer scheef in die karn en zo maakten ze boter. Maar op de duur kregen ze geen boter, dat was betoverd.

In Leupegem aan de Nonnenmolen wandelden alle nachten twee  nonnen. Ze hebben daar dan een kapelletje gezet en ’t was gedaan. Die molen heet daarvoor de Nonnenmolen.

An de Nonnemeulen sta de grote fabrieke, ‘k weet nie as g’al daar geweest he’t, hier sta de fabrieke en hier es de strate die beneen loopt, staat er daar e wit kapellek’è, an de Nonnemeulen te Leupegem, ‘k weet niet hoe dat dat nui noemt, maar vroeger noemdege dat de Nonnemeulen, enne, ’t sta der e kapelleke en da kapelleke es daar gezet eientlijk veur de speuken, è, dat was enen die ter pesseerdege, vroeger was dat nie per auto, ’t was mee een feture mee een peird, è, en enen die ter pesseerdege, die om nen dokteur geweest ha, ‘k weet nie ast om d’Oeterlinck nie en was, hier naar Oudenaarde, da kik nog horen vertellen he, zille. Da was ne mens van Etikhove, e vrouwmens die moeste moeder werden newaar, en waar dat ’t wree slecht ging en ie hij was naar Oudenaarde om nen dokteur komen en ie wierd, veur der naartoe te gane, en ie wierd daar gearreteerd an de Nonnemeuln, allez, se ze zei’n zilder dat van spoken was, ik en hee ’t niet zien, ze; en ie hee beloofd ast ie most gerust naar huis gaan dat ie daar zoe e kapelleke doen zet’n he’n, è, en ie es hij naar huis gegaan en alles es goe gepasseerd en ie hij hee daar da kapelleke doen zet’n; he’k altijd mijn moeder heuren vertellen, zen.

[Omzetting in het Algemeen Nederlands]
Aan de Nonnenmolen staat de grote fabriek (= de vroegere wolspinnerij). Ik weet niet of je daar al geweest bent. Hier staat de fabriek en hier is de straat die naar beneden loopt. Aan de Nonnenmolen te Leupegem (ik weet niet hoe deze molen nu heet, maar vroeger was dat de Nonnenmolen) staat een wit kapelletje.
Deze kapel is er eigenlijk gebouwd omwille van de spoken. Een man uit Etikhove, wiens zwangere vrouw het zeer moeilijk had, passeerde daar om naar de dokter in Oudenaarde (misschien Dr. Oeterlinck) te gaan. Dat was toen nog niet per auto, maar met paard en kar. En aan de Nonnenmolen werd hij tegengehouden door spoken, zoals de mensen zeiden. De man beloofde om daar een kapelletje te doen bouwen, indien hij zonder problemen naar huis kon gaan. En hij ging naar huis en alles is goed verlopen en hij liet daar dat kapelletje oprichten. Dat heb ik mijn moeder altijd horen vertellen.

Toelichtingen en bronnen

Zegspersoon: 1) Hector Van Assche, °Oudenaarde 11.10.1904, zonder beroep, Ronseweg 36, Leupegem; 2) Albert Penninck, °Melden 10.03.1898, gepensioneerde brouwersgast, Georges Lobertstraat 26, Leupegem; 3), 5) en 6) Maria De Coninck, °Volkegem 25.04.1912, huisvrouw, Watermolenstraat 3, Leupegem (bewoonster van de Nonnenmolen); 4) Julien De Coninck, °Bevere-Oudenaarde 13.03.1901, landbouwer, Boembeek 19, Volkegem; 7) Julia Brutyn, °Nukerke 1905, fabriekswerkster, Oudestraat, Ronse; 8) Maria Theresia De Vos, °Bevere-Oudenaarde 05.07.1904, weefster, Mgr. Lambrechtstraat 30, Oudenaarde.

Bronnen: 1)-6) L. D’Haeze, “Sagenverzameling in vijftien Zuid-Oostvlaamse gemeenten”, Leuven, 1975 (licentiaatsverhandeling), p. 50, 43, 46, 249, 46, 47 (publ.: L. D’Haeze, “Spoken en heksen uit het Oudenaardse”, Oudenaarde, 1984, p. 37-38 - aldaar zonder de zegspersonen); 7)  M.P. Kesteleyn, “Verzameling van sagen uit de Vlaamse Ardennen (Ronse en omgeving)”, Leuven, 1964 (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), p. 106; 8) A. Desmyter, “Bijdrage tot de studie van de volkssagen in Zuid-Oostvlaanderen: Oudenaarde en Bevere”, Gent, 1954-1955 (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), p. 210.

Sagenmotieven: geestenwereld – bespookte plaatsen: molen

Beschouwing: De Nonnenmolen was in de 13de-18de eeuw eigendom van de kloosterzusters van Maagdendale uit Oudenaarde, vandaar de volkse benaming “Nonnenmolen”. Dat kloosterlijk bezit gaf dus aanleiding tot vele sagen.

 

Literatuur

Lieven Denewet, "Gecombineerde onder- & bovenslagmolen in Leupegem hersteld", in: Molenecho's, XXVIII, 2000, nr. 1, p. 17-20.
P. Bauters & R. Buysse, "De Oostvlaamse watermolens. Inventaris 1980", Gent, 1980 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 11).
P. Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1985 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25).
Julien Th. Vandeputte, "De molens van het arrondissement Oudenaarde uit hun geschiedenis", Oudenaarde, 1974.
J.V., "De water- en windmolens van Etikhove en Leupegem", in: Het Volk, 26.9.1960.
L. Vandevelde, "Leupegem in woord en beeld. De geschiedenis, het uitzicht, de mensen", Oudenaarde, V.V.V.M., 1978, 143 p.
"De geklasseerde Nonnemolen", in: "Het Leupegems Kroniekske", Oudenaarde, driemaandelijks tijdschrift Heemkundige Kring Leupegem, jg. 1 (1990-1991), p. 51-55, ill.
Het Land van Aalst, 1959.
Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Derde aflevering. De arrondissementen Oudenaarde en Sint-Niklaas", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XVI, 1962, 2 (Gent, 1963).
Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 4. Gemeenten K-L", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2002.
Robert Desart, "Les Moulins à Eau du Hainaut et des Flandres", Soignies, Lemaire, 1968, p. 110.
Julien Vandeputte, "De molens van Leupegem", in: Ons Molenheem, XXXV, 2010, 1, p. 7-12.
Mola, "Aantal asomwentelingen van Oost-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 51.
Lieven Denewet, "Honderd bespookte molens in Vlaanderen. Een verzameling molensagen van de kuststreek tot het Maasland", Molenecho's, XX, 1992, nr. 3-4.
Cyril Carton, "Oudenaarde op kaart. Een grondige analyse van de 16de-eeuwse kaart van Oudenaarde van Jacob van Deventer", Masterthesis Universiteit Gent, 2009-2010.

Persberichten
Paul Darragas, "Maalvaardige Nonnenmolen weer toegankelijk. Eigenaars zoeken landbouwers die gerst kunnen leveren", in: Het Nieuwsblad, 08.06.2005.
Peter Malaise, "Ook historische watermolen loopt helemaal onder", Het Nieuwsblad, 18.11.2010.
Paul Darragas, "Ook de Watermolenstraat in Leupegem kreeg de volle laag", Het Nieuwsblad, 16.11.2010.
 Paul Darragas, "Inwoner Watermolenstraat reageert. 'Te smalle duiker Maarkebeek aan N60 is een oud zeer'", Het Nieuwsblad, 26.11.2010.
Peter Malaise, "Beschermde molen verhindert maatregelen tegen wateroverlast. 'Ons huis zal als enige blijven overstromen", Het Nieuwsblad, 20.06.2015.
FEL, "Wateroverlast rond Maarkebeek wordt aangepakt", Het Laatste Nieuws, 15.06.2015.


Laatst bijgewerkt: zaterdag 24 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens