|
Beschrijving
/ geschiedenis
Maarkedal ontleende zijn naam aan de Maarkebeek, op het grondgebied van Schorisse noemt men deze echter de Meulebeek. Het op deze beek dat men de Kasteelmolen vindt. Hij staat zo'n 400 m ten zuidoosten van de kerk. Ze werd voor het eerst vermeld in 1456, toen ze behoorde tot de lenen van de baronie van Schorisse. In 1574 werd de molen door de heer van Lalaing verhuurd aan Pieter Maelbrancke voor 10,5 mnd koren van 12 halster elk per jaar een anderhalf mnd koren per jaar voor het onderhoud. Tijdens de Franse Revolutie droeg men op de steenzolder de H. Mis op. Uit die tijd dateren de muurschilderingen. Na de Revolutie komt de familie in het bezit van de molenaar en wordt ze uitgebaat door de familie Vanderdonckt die nu reeds 5 generaties de molen uitbaat. De walsmaalderij werkt nog met waterdracht. Het betreft een zelfstandige handelsuitbating zonder boerderij. De watermolen is nog steeds maalvaardig en is te bezoeken. Thans zijn er plannen om het dak te vernieuwen.
Lieven Denewet
Architecturale en technische beschrijving Woonhuis en maalruimte, opgetrokken in Balegemse steen, staan rechtstreeks met elkaar in verbinding. De binnenruimte is nog gaat gebleven. Op de ingangsdeur kan men het jaartal "1768" aflezen. Het ijzeren bovenslagrad heeft een diameter van 4,85 m, dit is groot want de meeste molens hebben een rad van rond de 2,5 m. Dit grote rad was hier mogelijk vanwege het grote verval van de beek op deze plaats. Het rad is slechts 77 cm breed. De sluismonding is diep trapsgewijze uitgebouwd. De doorgang naar het waterrad heeft een verval van ongeveer 5 meter. Er is een bypass rond de molen. Binnenin is alles vrij gaaf gebleven. Er is een gietijzeren overbrenging, maar er is geen asput. Naast het koppel Jaspers-maalstenen ligt er nog een Frans koppel maalstenen (uit La Ferté). Er zijn twee haverbrekers, een graankuiser en een walsenstoel die werkt met een elektromotor maar ook met waterkracht.

Foto: Guy Jacobs, 2007

Foto: Lieven Denewet

Foto: Donald Vandenbulcke, 11.10.2008

Foto: Donald Vandenbulcke, 11.10.2008

Molenaar Rufin Vanderdonckt. Foto Donald Vandenbulcke, 11.10.2008
Bijlagen
Jaarlijks aantal asomwentelingen 1997: 166342 1998: 196541 1999: 201156 2000: 204656 2001: 201419 2002: 200241 2003: 209621 2004: 228365 2005: 244859 2006: 226339 2007: 239333 2009: 228089
Literatuur
(L. Smet), "Schorisse, de Kasteelmolen", in: Molenecho's, I, 1973, p. 29; E. D(e) K(inderen), "Kasteelmolen te Schorisse", in: De Belgische Molenaar, LXXIII, 1978, p. 155-156; P. Bauters & R. Buysse, "De Oostvlaamse watermolens. Inventaris 1980", Gent, 1980 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 11); P. Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1985 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25); Julien Th. Vandeputte, "De molens van het arrondissement Oudenaarde uit hun geschiedenis", Oudenaarde, 1974; A. Van Stappen, "De watermolen te Schorisse", in: Natuur- en Stedenschoon, Antwerpen, 63, 1994, nr. 2, blz. 30, ill.; Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Derde aflevering. De arrondissementen Oudenaarde en Sint-Niklaas", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XVI, 1962, 2 (Gent, 1963); Robert Desart, "Les Moulins à Eau du Hainaut et des Flandres", Soignies, Lemaire, 1968, p. 122. H. Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 7. Gemeenten S-T", Opwijk, 2007. Frans Ringoot, "De Molens van Schorisse", in: Ons Molenheem, driemaandelijks tijdschrift van de Studiekring voor Wind- en Watermolens, jg. 33, 2008, nr. 3, juli - september, p.61-62, ill.
|