Molenzorg
Ertvelde (Evergem), Oost-Vlaanderen
Naam

Stenen Molen

Ligging Stenenmolenstraat 21
9940 Ertvelde (Evergem)

51° 11' 0.05" N  3° 44' 46.50" E


toon op kaart
Geo positie 51.184200, 3.746964
Eigenaar Johan Van Holle
Gebouwd 1798
Type Stenen grondzeiler
Functie Korenmolen
Kenmerken Verhoogde romp, boven elkaar geplaatste vensters
Gevlucht/Rad Gelaste roeden, 24 m (Derckx - Wessem, nr. 456-457), fokwieken
Inrichting 2 koppels maalstenen, haverpletter
Toestand maalvaardig
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
08.07.1970 / 30.05.1986
Molenaar Johan Van Holle, tel.: 0485 139083, e-mail: johan.van.holle@telenet.be
Openingstijden Op afspraak, molen- en monumentendagen
Ten Bruggencatenummer 05384
Internet bron

Stenen Molen

<p>Stenen Molen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 27.04.2014  

Beschrijving / geschiedenis

De Stenen Molen van Ertvelde is een stenen korenwindmolen, type grondzeiler, in de Stenenmolenstraat 21, in het noorden van de dorpskern.

In 1798 gaf Pieter Cornelis Genbrugge, zoon van Lieven en echtgenoot van Anna Cornelia Goethals, opdracht tot het bouwen van een windmolen, rosmolen en woonhuis te Ertvelde, "achter het dorp aan de driehoek". De naam P.C. Genbrugge komt voor op een zandsteen op de rosmolen. Molenbouwer was Fredericus Pisonier van Sleidinge uit een bekend molenmakersgeslacht waartoe ook Augustinus, Petrus, Victor en Edmond Pisonier behoren. Dit leidt men af uit de vermelding "F P 1799" in de zijkant van de maalgoot. 

Ondanks de woelige tijden (Franse bezetting, boerenkrijg) ging het molenaar Genbrugge blijkbaar "voor de wind".  De zaken liepen goed en Anna schonk hem vijf zonen: Charles-Louis, Ferdinand, Jan-Bernard, Theodoor en Jan-Baptiste.

Hij kwam echter in 1832 in geldnood en zag zich genoodzaakt een lening aan te gaan. Hij leende een bedrag van 600 gulden bij Juffrouw Livine Wille, een begijntje van het groothof van Sint-Elisabeth-ter-Engelen in Gent. De akte werd betekend in herberg "Den Grooten Spiegel" aan de St.-Jacobsnieuwstraat. Genbrugge moest een jaarlijkse rente van 30 Nederlandse gulden betalen. Als borg stonden de molen, roskot, woonhuis, zaailand en "lochting" (groententuin). Op 24 mei 1842 stierf de molenarin en 10 jaar later, op 9 september 1852, de molenaar.

Enkele maanden voordien hadden de kinderen Genbrugge een sociëteit gesticht waarbij alle roerende en onroerende goederen in de gemeenschap bleven. De vijf broers zetten samen het mulders- en landbouwbedrijf verder. In maart 1853 werd Jan-Baptiste door zijn huwelijk verplicht uit de gemeenschap te treden en de "gemene" woning te verlaten. Daarbij werd hem 2114 frank uitbetaald voor deafstand van zijn erfdeel.

In 1862 kwamen er zware kosten aan de molen. Zo moest een nieuwe molenas geplaatst worden. De werken werden uitgevoerd door Charles Rombout uit Wachtebeke (initialen CR 1862 op de as), een bekende telg uit het Rombout-molenmakersgeslacht. Waarschijnlijk door de hoge kosten kwam het tot een verdeling onder de vier resterende broers. Jan-Bernard en Ferdinand bleven molenaar. Zij kregen woonhuis, stalling, oven, graanwindmolen met alle draaiende en lopende werken, rosmolen en alle verdere afhankelijkheden, droge en groene katelen, de grond, boomgaard, groenselhof en medegaande zaailand, samen 1 ha 91 a 80 ca.  Daarbij ook de mobilaire voorwerpen van huishouden en deze benodigd voor de molenaarsstiel. Comparant Charles-Louis kreeg de mobilaire voorwerpen benodigd tot de landbouw (waaronder kuipen, emmers, trog, twee pikken enz.). Comparant Theodoor kreeg tevoren al 2100 frank bij zijn huwelijk en kreeg nog de gerede gelden ten belope van 650 frank, daarbij ook de granen namelijk rogge, tarwe en haver in de hopers. Bij de betekening van de akte voor notaris Vermeersch te Ertvelde verklaarde Ferdinand "niet te kunnen schrijven ofte teekenen".

Jan-Bernard en Ferdinand Genbrugge maalden lustig verder en pachtten in 1863 zelfs nog een stuk land bij.  Daarbij werden wel strenge bepalingen opgelegd wat de vruchten op het land betrof: "de pachter zal zijnen akkerbouw zodanig moeten schikken dat hij het laatste van de pachttermijn niet meer dan één derde der bezaaibare grootte met boekweit zaaye en nooit geenen tweeden boekweit, even noch gediepveurde wortels, mede ook geen loof of groensels in aardappelland en boekweitstoppels."

Enkele jaren later overleed Ferdinand en Jan-Bernard verpachtte de molen, samen met de helft van het woonhuis, schuur, stallingen, hof, boomgaard en moestuin, in 1871 aan Eugenius Neyt uit Assenede, voor de som van 520 frank per jaar.  De draaiende en roerende werken van de molen werden op prijzij overgelaten. De pachter mocht verbeteringen aanbrengen aan de molen, Anderzijds mocht hij geen maalstenen plaatsen of leggen zonder dat molenmaker Karel Rombout uit Wachtebeke deze goedgekeurd had.

Jan-Bernard Genbrugge overleed op 13 januari 1873 en de comparanten Genbrugge samen met Victoria van de Rostijne (weduwe van Jan-Bernard) besloten het hele bedrijf openbaar te verkopen. Dat gebeurde op 2 april om 3 uur 's namiddags, in de herberg van Charles-Louis Genbrugge te Ertvelde "achter het dorp". De verkoping werd gedaan met keersbranding. De beslissende toewijzing zou maar uitgesproken worden na het uitdoven van twee vuren zonder tussengeboden. Er werd bepaald dat de kopers nooit hoogstammige wilde bomen op, rond en aan hunne gekochte goederen mocchten planten. Dit om de windvang van de molen te vrijwaren. De te verkopen goederen waren, na verscheidene verhogen en uitbranden van twee vuren, bij samenvoeging toegewezen aan Eugeen De Rijcke, landbouwer te Assenede, mits de som van 13.360 frank. Deze laatste kocht het hof in naam van Eugenius Neyt, de molenaar. De betaling moet geschieden in goede gangbare geldspeciën van ten minste vijf franken binnen de 14 dagen.

De molenaar, thans ook eigenaar, bracht gedurende zijn muldersloopbaan heel wat vernieuwingen aan.  Zo werden in 1898 nieuwe kammen gestoken; in 1904 werd een ander sterrewiel geplaatst; in 1906 een andere vang (rem). De stenen werden meermaals opgegoten hetgeen wijst op veel maalwerk.

Vanaf 1914 kan ook elektrisch gewerkt worden bij windstilte.

Tot 1925 draaide Eugenius volop met de molen.  Dan deed hij er afstand van aan zijn kinderen Helena, Joannes, Marie en Cyriel. Deze werken met de molen vooral onder impuls van Cyriel die tijdens W.O. I veel kennis opgedaan had in de Nederlandse Zaanstreek. In de jaren 1920 werden tweedehandse ijzeren geklinknagelde roeden aangekocht: de binnenroe van de molen van Eksaarde en de buitenroe van deze van Assebroek. Tevens bracht Cyriel in die jaren een wiekverbeteringssysteem aan om beter te kunnen draaien. De molen gold in die tijd dan ook als één van de bestlopende van het Meetjesland.

In 1953 verwierf Cyriel Neyt (1889-1978) het hele bedrijf door erfenis. Hij maalde nog door tot 1965. Na die tijd draaide de molen nog slechts sporadisch en verviel zienderogen. De wettelijke bescherming als monument op 8 juli 1970 kon dat niet verhinderen. Na de dood van Cyrielke Neyt in 1978 duurde het nog tot 1980 vooraleer de erfgenamen besloten tot de verkoop. Johan Van Holle uit Assenede kocht de molen, roskot, woonhuis en schuur en ging onmiddellijk over tot een voorlopige herstelling van de erg gehavende molen. Deze werken omvatten: herstellen van de verdwenen en verrotte dakstructuur, vervangen van het schalieberd, aanbrengen van roofing, plaatsen van vensters, aanbrengen van nieuwe windplanken aan de roeden en herstellen van het hekwerk, oplichten van de liggende as, herstellen van het kruiwerk, scherpen van de stenen en tenslotte een algemene schilderbeurt.

Daardoor is de molen opnieuw maalvaardig. Een grondige restauratie drong zich echter op. De procedure daartoe werd ingezet bij de toenmalige Rijksdienst voor Monumenten- en Landschapszorg te Brussel in oktober 1980. Op 6 november 1981 kwam al het Koninklijk Besluit ter goedkeuring. Op 21 januari 1982 werden de werken aan de molen aanbesteed.  De restauratie zelf ving aan in de loop van 1982. De romp werd in 1985 met een halve meter verhoogd. Het wiekverbeteringssysteem Faüel (fokwieken) werd aangebracht, zodat een betere windvang gegarandeerd is.

Naast de molen is een molenherberg met degustatie van eigen molenproducten.
De rosmolen (ros = paard) werd in de loop van de komende jaren eveneens hersteld. Er schoot echter zeer weinig van over.  Sedert meer dan 100 jaar was alle binnenwerk verdwenen en de muren stonden slecht.  Eerst werd het achtkantig dak voorlopig hersteld. De rosmolen dateerde evenals de windmolen van 1798.  Getuige daarvan is een steen in de zuidgevel met de vermelding "Pieter Cornelis Genbrugge - 1798".  Hem laten verdwijnen zou onverantwoord geweest zijn, temeer daar hij samen met de windmolen een unicum vormt.

De combinatie maalvaardige windmolen & rosmolen is nu een unicum in Vlaanderen. In 2009 onderging de molen grote onderhoudswerken.

Bouwkundige beschrijving
Technische kenmerken voor de restauratie van 1980

De molen is een stenen grondzeiler op een lage heuvel.

Ronde stenen korenwindmolen op lage molenberg type grondzeiler.

 Witte konische molenkuip:
- hoogte 12 m.
- diameter aan de grond 6,10 m.
- diameter aan de rolring 4,26 m.
Typische Oostvlaamse kap.
Geklinknagelde ijzeren roeden van Gebr. Verhaeghe te Ruddervoorde binnenroe nr 976 (1912) buitenroe nr 1080 (1926). De roeden kregen bij de restauratie van 1995 het verbeteringssysteem Fauël (fokwieken).
Vlucht: 23,40 m.
Gietijzeren askop zonder randen, walpin in rozetvorm (geen naamvermelding).
Staart, korte spruit en schoren in eik, lange spruit in ijzer.
Het kruien gebeurt aan de hand van een kruilier. Deze hangt aan houten schoren.
Gietijzeren kruilier (13 kruipalen).
Vier zolders:
1. Kapzolder
eikenhouten molenas (1862)
vangwiel 2,90 m, 48 tanden
ijzeren hoepelvang met olmen beleg (voor de restauratie) thans houten vangband, bediend met buitenwipstok en vangketting
lantaarn met 24 staven
paternosterring met olmenhouten rollen (voor de restauratie), thans metalen rollen. 
2. Luizolder
luiwerk, type sleeplui - sleeprol voor haverpletter - koppeling voor de koning. Het groot luiwiel op de luizolder werd bij de laatste restauratie vernieuwd
3. Steenzolder
spoorwiel in gietijzer, diameter 2,06 m., 102 kammen - sterrewielen, diameter 0,98 m., 51 kammen - staakijzers met houten beslag - twee steenkoppels van 1,50 m. met viertakrijnen en houten bossen - haverpletter - galg voor het optrekken van de stenen.Hetzelfde spoorwiel drijft een derde varkenswieltje aan. Een klein asje drijft een wiel aan dat via een transportband een kleine haverbreker aandrijft. Op deze verdieping staat ook een kleine oude elektromotor.
4. Maalzolder
brede meelpijpen en grote meelbakken - pasbruggen - weegschaal tot 300 kg - elektrische bediening,  klein slijpsteentje en een graankuiser
Overbrengingsverhouding:
vangwiel --- lantaarn: 48 --- 24         2---1
totaal: 4 --- 1
sterrewiel: 51 ---  1
bij 80 einden loopt de steen dus 80 toeren

De molen draait en maalt regelmatig. Een specialiteit van molenaar Johan Van Holle is het malen van speltmeel.

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Genbrugge Petrus Cornelis, molenaar te Ertvelde
- 30.04.1862, deling: a) Genbrugge Jan Bernard, molenaar te Ertvelde, b) Genbrugge Ferdinand, molenaar te Ertvelde en c) en anderen (notaris Vermeersch)
- 02.01.1873, verkoop: Neyt-Van Kerckhove Eugeen, molenaar te Ertvelde (notaris Vermeersch - stenen windmolen en roskot)
- 27.03.1924, erfenis: en de kinderen (ovelrijden van vrouw Van Kerckhove)
- 15.07.1924, afstand: a) Neyt Hilma Ludovica, b) Neyt Maria Ludovica, c) Neyt Joannes Emilius, molenaar te Ertvelde en d) Neyt Cyriel, molenaar te Ertvelde (notaris Vermeersch)
- 14.01.1940, erfenis: a) Neyt Joannes Emilius, molenaar te Ertvelde, b) Neyt Maria Ludovica en c) Neyt Cyriel, molenaar te Ertvelde (overlijden van Hilma Neyt)
- 16.04.1943, erfenis: a) Neyt Joannes Emilius, molenaar te Ertvelde, b) Neyt Cyriel, molenaar te Ertvelde (overlijden van Maria Ludovica Neyt)
- 07.08.1952, erfenis: Neyt Cyriel Jan, molenaar te Ertvelde (overlijden van Joannes Emilius Neyt)
- 14.06.1978, erfenis: de erfgenamen (overlijden van Cyriel Neyt)
- 02.09.1980, verkoop: Van Holle-Van Eykeren Johan Maurice Pharaïlde, bediende te Ertvelde (notaris Lefevere)

Johan VAN HOLLE & Herman HOLEMANS

<p>Stenen Molen</p>

Foto: John Verpaalen, prentkaart Molencentrum Roosendaal

<p>Stenen Molen</p>

Foto: Ronny Van Landschoot,2005

<p>Stenen Molen</p>

Foto: Michel Vanhouche, Denderleeuw

<p>Stenen Molen</p>

Foto: Michel Vanhouche, Denderleeuw

<p>Stenen Molen</p>

Molenaar Cyriel Neyt voor de molen. Foto André ver Elst, 1976 (copyright en uitgave als prentkaart door Stichting Levende Molens, Roosendaal)

Literatuur

Archieven
Rijksarchief Gent, Notariaat. Archief van notaris Le Fevere de Ten Hove, Ertvelde. Archief notaris Verstraeten te Assenede.

Werken
A. De Vos, "Geschiedenis van Ertvelde", Ertvelde, 1971.
Vanacker D. & Hendryckx M., "Langs Het Kanaal", Gent, 1982.
Wolfaert G., "Oude Prentbriefkaarten van Evergem", Evergem, 1982.
E. D(e) K(inderen), "De Stenen Molen van Ertvelde", in: De Belgische Molenaar, LXXI, 1976, p. 86-87;
Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985.
Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25).
"Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Tweede aflevering. De arrondissementen Eeklo en Gent", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XV, 1961, 2 (Gent, 1962).
Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 2. Gemeenten D-E", Rotem, Studiekring Ons Molenheem, 1998.
Luc Neyt, "De Familie Neyt. 1560-1988", in: De Eik (Driemaandelijks Gewestelijk Tijdschrift voor Familiekunde - Eeklo), XIII, 1988, kwartaal II, p. 48-208.
G. Kockelberg, "Op bezoek te Ertvelde (Oost-Vlaanderen)", Ons Molenheem, jg. 6 (1986), nr. 1 (maart), p. 14-16.
Els De Kinderen, "Nabeschouwing Oostvlaamse Molendag [Rupelmonde, Sint-Niklaas, Evergem-Wippelgem, Westermolen, Ertvelde], in: Levende Molens, jg. 8 (1986), nr. 10, p. 73-74.
John Verpaalen, "Molennieuws van her en der [Harelbeke-Stasegem, Berendrecht Buitenmolen, Brugge Bonne Chiere, rosmolens te Izenberge en te Ertvelde), in: "Levende Molens, jg. 9 (1987), nr. 3, p. 21-22, ill; en nr. 4, p.29-30.
J. D(ruyts), "15 september. Oostvlaamse Molendag", in: Levende Molens, jg. 7 (1985), nr. 11, p. 81-84.
John Verpaalen, "Restauratie in Ertvelde vordert", in : Levende Molens, jg. 5 (1983), p. 211-212.
Johan Van Holle, "De kijker op Oost-Vlaanderen III - Historiek van de stenen molen te Ertvelde", in: De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 4 (april), p. 82-83.
J. Van Holle, "Historiek van de stenen molen te Ertvelde", in: Ons Meetjesland, Eeklo, jg 10 (1982), p. 102-110.
J. Van Holle, "Historiek van de Stenen Molen te Ertvelde", Molenecho's, XIII, 1985, p. 232-235. 
Els De kinderen, "Molen lief en leed [Ravels: Nachtegaal der Maatvennen; Ertvelde; Tessenderlo; Geel: Gansakker; Retie], in: Levende Molens, jg. 4 (1981), nr. 23 (7 december), p. 317-318.
Els De Kinderen, "Allerlei - Cultuur: meer sponsors, selectiever betoelaging [Kasterlee; Mol-Ezaart; Diest; Sint-Maria-Latem; Ertvelde]", in De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 10 (oktober), p. 217-218.
Mola, "Aantal asomwentelingen van Oost-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 51.

Persberichten
IVH, "Feesten om restauratie molensite te financieren", in: Het Nieuwsblad, 23.04.2009.
Chris Thienpondt, "Mmm...eetjesland vernieuwt. Bier van spelt", Het Nieuwsblad, 17.04.2010.
IVH, "Straffe molen-verhalen in Stenenmolen", in: De Standaard / Het Nieuwsblad, 23.04.2010.
IVH, "Poëzie, muziek en kunst op molensite", Het Nieuwsblad, 19.06.2010.
Ivan Vanhove, "Molenaar Johan Van Holle geeft maaldemonstraties", in: Het Nieuwsblad, 29.09.2010.
06.2010.
IVH, "Molenaar zet  zijn deuren open", Het Nieuwsblad, 23.05.2013.
Ivan Vanhove, "Maaldemonstraties en producten te proeven met spelt. Molenfeest help om restauratie te betalen", Het Nieuwsblad, 21.05.2014.
Ivan Vanhove, "Bekende brasserie aan voet van molen te koop: "Tijd voor iets anders", Het Nieuwsblad, 21.03.2017.


Laatst bijgewerkt: zaterdag 8 april 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens