Molenzorg
Tiegem (Anzegem), West-Vlaanderen
Naam

Bergmolen
Stampersmolen

Ligging Meuleberg 2
8573 Tiegem (Anzegem)

50° 49' 1.28" N  3° 27' 36.27" E
kadasterperceel A1232
1,3 km NW van de kerk


toon op kaart
Eigenaar Rudy Koch-Ohier
Gebouwd 1735, herbouwd in 1880 en 1986
Type Stenen grondzeiler
Functie Korenmolen
Kenmerken Vroeger een oliemolen
Gevlucht/Rad Gelaste stalen roeden
Inrichting Twee steenkoppels
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
23 juni 1960
Molenaar Geen
Openingstijden Op afspraak
<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden  

Beschrijving / geschiedenis

De Stenen Molen is een stenen korenwindmolen (oorspronkelijk een oliemolen), type stenen grondzeiler, op Tiegemberg, Meuleberg 2, op 1?3 km ten noordwesten van de kerk van Tiegem.

Aanvankelijk werd hier in 1735 een houten oliewindmolen met stampers gebouwd. Deze stampers werden in 1865 vervangen door een koppel pletstenen aan de trapzijde. Aangezien de eerder kleine molenkast ("kort ieneengedrongen kot") te slap gebouwd was, leunde die op de staart ("hurkte ze gruwelijk op haren steert").

We zien hem aangeduid op de Ferrariskaart (ca. 1775) met het bruin symbool van een staakmolen, op de topografische kaart van Vandermaelen (ca. 1850) met de benaming "Stampmolen" en op de kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1860) met het symbool van een staakmolen op teerlingen en met eveneens de benaming "Stamp molen". We vinden hem evenwel niet terug op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1844), terwijl de nabijgelegen Bergmolen wel staat aangeduid.

Antonius Verriest betrok de molen in 1813. De familie Verriest kreeg als bijnaam "Stampers".  Eigenaar in 1834 was olieslager Marcel Antoon Verriest-Decock.

Een anekdote uit de periode 1846-1850 toen Verriest de molen beheerde. Louis Bossuyt was er stampersknecht en hij werd door zijn baas aangesteld om het stampkot te Yveghem (Ijvegem, Ingooigem) te begaan. "Goed en wel baas", zei Louis, "maar zonder wijf of zonder geld, wat kan ik daar gaan uitmeten?... "Ik zorge voor geld en alaam, zoekt gij naar 't ander!" (genoteerd door Hector Vindevogel alias Torie Mulders in "De windmolens tussen Schelde en Leie"). Lang moest de muldersknecht blijkbaar niet zoeken. Hij trok zijn stoute schoenen aan en vroeg de meid van zijn baas ("de muldersmaarte"), nl. Therese Vanderschelden ten huwelijk. De houten oliemolen op de wijk Hulstbos te Ingooigem werd al in 1874 gesloopt.

In opdracht van zijn zoon Pieter Jacobus Verriest werd de staakmolen in 1880 in steen herbouwd, als een stenen oliewindmolen, type grondzeiler. Er waren twee koppels pletstenen of kollergangen, een lijnmeelbuil ("oliebrood of lijnmeelbuilder") en vier heien (voorslag en naslag of "opwerk")

Olieslagers of "stampers" in de periode 1880-1900 waren Ivo Debaene en Leo Vanmarcke. Hector Vindevogel, molenaarszoon op de nabije houten Bergmolen, beter bekend als "Torie Mulders", mocht er in zijn tienerjaren af en toe een handje meehelpen, zoals "de roerder opsnukken uit het warme meel", zoals hij dat zelf schreef in 1931.

Rond 1900 werd het olieslagen opgeheven. Sederdien dienden de pletstenen enkel nog als lijnkoekbrekers. De heien bleven opgetrokken en de stoofplaten lagen te beroesten. Ivo Debaene was blind geworden en Leo Vanmarcke kwam weer naar het stampkot om oliebrood te breken.  Leo Vanmarcke was toen al meer dan 70 jaar geworden en deed soms een beroep op Hector Vindevogel om de as op te sluiten (wiggen in de askop) of om een of ander karwei aan de molen uit te voeren.

Na het overlijden van Pieter Verriest in 1908 kwam de molen toe aan juffrouw Pauline Desutter (+1910) en daarna nog alleen aan juffrouw Justien Dezutter "Stiene Stampers" (+1916). Daarna kwam de eerste wereldoorlog en het was aanvankelijk gedaan met draaien. Francisca Dezutter ("Siska Stampers"), die op Tiegem-plaats woonde en gehuwd was met Karel Vermeeren (ontvanger van de belastingen) stierf in 1916 en acht dagen later overleed ook Justien Dezutter ("Stiene Stampers"). De molen kwam dan in handen van de kinderen van Pieter ("Pier") Dezutter van de Kruisweg te Anzegem, met name Petrus, Gaston, Maria en Germanine Dezutter.

De molen werd in 1915 omgevormd in een korenmolen en verpacht aan molenaar Gustaaf Derijcke, die van molen de "Zwijnsteert" te Anzegem kwam. Gedurende vele oorlogsnachten werd voor de mensen in het geheim gemalen.

De Stampersmolen werd zwaar beschoten en beschadigd in de kuip en in het binnewerk in oktober 1918, Gustaaf Deconinck-Tack, voorheen molenaar te Deerlijk en later te Heestert, kocht de molen in 1919 aan. Molenmaker van beroep, heeft hij de molen geheel hersteld en kwam er in 1921 ook wonen. In 1931 bewoonde Achiel Demessemaecker het molenerf, maar hij zag meer winst in zijn landbouwuitbating en zag de belangen van de molen over het hoofd. De molen stond lange tijd met één roede, maar in 1932 volgde een herstelling.

In 1936 werd de molen buiten gebruik gesteld. Op 28.12.1938 verkocht Gustaaf Deconinck de boerderij en windmolen aan Achiel Verbrugge (zoon van August Verbrugge en kleinzoon van Jan Verbrugge, mulders op de Keimolen in de Vossenstraat te Ingooigem).

De vlakte voor de molen werd in 1942 als decor gebruikt voor de film "Wenn die Sonne wieder scheint", een Duitse verfilming van Stijn Streuvels "De vlaschaard" uit 1907. 

De regie was in handen van Boleslaw Barlog en de prent kwam in Duitsland uit onder de titel "Wenn die Sonne wieder scheint". In Vlaanderen werd de film echter uitgebracht als "De Vlaschaard". Barlog regisseerde de film voor de Duitse filmmaatschappij Terra, die in 1940 instond voor de anti-semitische film Jud Süß. Dat Streuvels aan de film meewerkte en er in figureerde (terwijl België door nazi-Duitsland werd bezet) maakt(e) de film controversieel.

Pachter Gerard Avet maalde met de elektrische motor in de molen van ca. 1941 tot eind de jaren 1960.

Achiel Verbrugge liet in 1970-'71 herstellingswerken uitvoeren aan kap, roeden, spruiten en staart, met 90%subsidies van de staat, de provincie en de gemeente Tiegem. Achiel Verbrugge, fabrikant van de voeders "Morgenstond" te Tiegem en burgemeester van Tiegem in 1939-1946, overleed op 1 januari 1975. Zijn weduwe (Alice Demuynck) en kinderen verkochten de hofstede en windmolen op 29 oktober 1981 (voor notaris Bultereys) aan Rudy Koch & Hilde Ohier, de huidige eigenaar. De nieuwe eigenaar brak de oude hoevegebouwen af en bouwde er een grote nieuwe villa. Het molendomein werd omheind en aan het zicht  onttrokken. De molen werd in 1985-'86 tot de grond afgebroken en enkele meter verderop herbouwd, met overheidssubsidies.

Technische beschrijving
Witgeschilderde bakstenen grondmolen met sterk konische romp, opengewerkt met segmentboovensters. Gebroken kap met rechte voorwand, bedekt met koperen platen. De roeden zijn halfverdekkerd. Binnenin samengesteld uit benedenverdieping (vroegere olieslagerij), maalzolder (buil), steenzolder (twee koppels maalstenen, grote buil), ijzeren gangwerk en kapzolder (luiwerk en graanreiniger).
Boven de ingang is een steen met "1880", een ander met "1970"; op een balk in de kapzolder "..LEN 1881" (eerste letters zijn bedekt door ijzerwerk); op de wiekenas "1893 E BEYART BEVERE"; op een klauwijzer "HDC" en "1819", op een ander "MDM" en "1819".

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Verriest-Decock Marcel Antonius, olieslager te Tiegem.
- later, erfenis: de kinderen (overlijden van Antonius Marcel Verriest)
- 26.01.1872, deling: Verriest Pieter Jacobus, landbouwer te Tiegem (notaris Reynaert)
- 30.12.1908, erfenis: a) Desutter Justine, handelaarster te Tiegem en b) Desutter Paulina, handelaarster te Tiegem (overlijden van Pieter Verriest)
- 06.01.1910, erfenis: Desutter Justina, zonder beroep te Tiegem (overlijden van Paulina Desutter)
- 19.02.1916, erfenis: de erfgenamen (overlijden van Justina Desutter)
- 06.06.1916, verkoop: a) Desutter Petrus Arnoldus Albert, handelaar te Anzegem, b) Desutter Gaston Florent Hubert Ivon Paul, c) Desutter Maria Theresia Coletta Paulina en d) Desutter Germaine Raphaëla Theresia Melanie (notaris De Keirsschieter)
- 19.06.1919, verkoop: Deconinck-Tack Gustaaf Marius, molenaar te Deerlijk (notaris Demeulemeester)
- 28.12.1938, verkoop: a) Verbrugge-Demuynck Achille, landbouwer te Tiegem, b) Verbrugge Maruice Oscar en c) Verbrugge Magdalena Martha (notaris Demeulemeester)
- 26.02.1967, deling: Verbrugge-Demuynck Achille, nijveraar te Tiegem (notaris Croquison)
- 01.01.1976, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Achielle Verbrugghe)
- 29.10.1981, verkoop: Koch-Ockier Rudi Augustinus, te  Harelbeke (notaris Bultereys)

Lieven DENEWET & Hector VINDEVOGEL

<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Foto: Mark Verbrugge, 03.03.1966 (coll. Luk Verbrugge)

<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Prentkaart jaren 1920 (coll. R. Simons, St.-Huibrechts-Lille)

<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Prentkaart (coll. D. Vandenbulcke, Staden)

<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Prentkaart. Ed. G. Van Cortenbergh, Brussel. Verzameling Ons Molenheem

Bijlagen

Torie Mulders (pseudoniem van Hector Vindevogel), "De windmolens tussen Schelde en Leie, in: Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XXII, 1946-1948, p. 46-107 (p. 100-102)(uitgegeven handschrift uit 1931).
Op den kop van den "Kleinen Berg" staat de Steenen Molen, oliemolen.
In de ligger van de belastingschattingen, dagteekende van 1788, van de grondbelastingen, vind ik:
"Ende den oliemeulen die daarop gesteld is in de maand Augusty 1738 betaald daarboven zettingen volgens conventie met wethouderen van Tieghem gemaekt den 27 April 1737 waarop de Betaelinge heeft begonnen met Pointage van de Augst 1739. - 1 B(under) 3 V(ierendeelen), 0 R(oeden)"
Het stampkot te Tieghem werd gebouwen in 1735 enin 1814 betrokken door Antonius Verriest.
't Was een kort ineengedrongen kot dat met stampen wrochte tot in het jaar 1865. Toen werd een koppel pletsteenen van voor geplaatst, en daar de molen te slap was van bouw, hurkte ze gruwelijk op haren steert.
In 1880 liet Petrus Verriest het houten kot aftrekken en door de schoone nieuwe steenen molen vervangen.
Daar liepen twee koppels pletsteenen met een oliebrood of lijnmeelbuilder, vier heien: voorslag en opwerk.

Beelden uit mijn kinderjaren:
Hoeveel tijd heb ik bij Ivo Debaene en Leo Vanmarcke - de twee stampers - in de molen niet versleten, en mij gewarmd bij de stove, en hun in den weg geloopen terwijl ze van de laêen naar de steenen moesten, en andersom.
Hoe heb ik de heien plof zien stooten op de wegge, en de dikgevulde voorslagzakken zien 't hoopestuiken een slag 't eenegader; en dan de heien zien dansen op de ronkende kop van de spie terwijl van onder d'olie uit de laê in de panne stroelde. En in botte wind, hoe waren de stampers in de were als de molen te zeere liep en dat den tuimelasse de heien snapte, vooraleer z'op de wegge vielen. Ze moesten korten, willens nillens.
Maar in effen were was 't daar leutig voor mij.
'k Stond meest bij d'opslaglaê, bij de stove, 't rook daar zoo heerlijk goed, bijna gelijk heetekoeken bakken, en ik mocht de roerder opsnukken uit het warme meel, en met een handigheid hem eigen trok de stamper zijn stampzakken vol.
De ring schoof weer op de platinen, een nieuw aanlegsel werd opgeleid en ik liet weer de roerder in 't lijnzaadmeel draaien.
De steenen molen staat te winde zooals bijna geen eene: en in den tijd van den burgemeester en later zelfs onder Justine Dezutter was ze altijd flink onderhouden: roegewand en zeilen: en draaien deed ze, al de winden af.
Als ik 's avonds bij vader in de molen (houten Bergmolen te Tiegem) stond, in kleinen wind uit Noord, Oost of Noord-Oosten, dan hoorden wij het gedik, 't jok, 't jok van de heien gemakkelijk tot bij ons.
Omstreeks 1900 was het olieslagen gedaan in de windmolens, en sedert dienden de pletsteenen alleen nog als lijnkoekbrekers. De heien bleven opgetrokken en de stoofplaten lagen te beroesten.
Ivo Debaene was blind geworden, en Leo Vanmarcke kwam weer naar 't stampkot oliebrood breken.
'k Zie nog altijd dien kort geblokten ouden kerel met oogen die pinkelden van levenslustigheid, zeventig jaar oud en meer, in en om de molen zijn werk verrichten.
Op d'asse ging hij toch liever niet meer en daardoor wierd ik nog somwijlen naar Stiene Stampers geroepen om d'asse op te sluiten of 't een of ander karwei aan de molen te verrichten.
Petrus Verriest is gestorven. Na Juffrouw Pauline bleef nog alleen Juffrouw Justien, "Stiene Stampers" over en 't bedrijf ging voort.
De oorlog kwam en 't was uit met draaien.
Siska Stampers, die op de plaatse woonde en getrouwd was met den ontvanger der belastingen, den heer Karel Vermeeren, stierf en acht dagen daarna lei Stiene haar hoofd.
't Gedoe viel in d'handen van de kinders van Pier Dezutter van den Kruisweg te ANseghem.
De molen werd in 1915 in maalmolen veranderd en verpacht aan Gustaaf Derijcke, molenaar die van de "Zwijnsteert" te ANseghem kwam.
Hier is ten gerieve van de menschen menig zak in den duik gemalen gedurennde de oorlogsnachten.
De beschieting heeft fel huis gehouden op de kuip en in het binnenwerk, en in 1919 werd ze verkocht aan Gustaaf Deconinck, die toen mulder was te Deerlijk. Meulemaker van stiel, heeft hij de molen geheel hersteld en ls nieuw opgemonterd en hij is er zelf komen wonen in 1921.
Nu is de molen en de erbij belendende boerenneering bewoond door Achiel Demessemaecker, die meer winste ziet aan zijn landbouwuitbating en de belangen van de molen over het hoofd ziet.
Ze stond lange met één roe en is hersteld in 1932.

-------------------------

Fragmenten uit het dagboek van Frank Lateur (Stijn Streuvels).

14 augustus 1916
Bevel is gekomen dat niemand iets van de opgedane oogst vervreemden mag. Verbod van te dorsen, verbod van te malen - de molens staan paalstil in de wind (ontzeild, - en... verzegeld...)
Molen te Tiegem

Hij is verzegeld - 'k peisde, zegt de molenaar dat z' er de ketens zouden aangelegd hebben, en 't is maar een lintje met twee lakjes - als ze peizen dat ik me daarom zal weerhouden!!! En hij heeft de deur van de molen geopend net alsof er niets in de weg ware geweest.

20 augustus 1916
Niettegenstaande 't verbod... De stenen molen op de heuvel-kop te Tiegem staat te draaien dat 't ruist - van alle kanten reed men er gister met bakten (1) naartoe... het lijkt alsof hij op z'n hoogte de Duitse verordeningen trotseren wil.

21 augustus 1916
Het is gebeurd gelijk 't te vrezen was. De Duitsers zijn in de molen gevallen - terwijl er wel een 70-tal mensen in waren - ze zijn uiteengestoven gelijk de mussen, want velen waren er gekomen, om te malen, van andere gemeenten en hadden geen paspo[o]rt, - iedereen heeft zich trachten te redden door de vlucht, karren, kordewagens (2) en bakten (3) in de brand latend (4) - 't ergste is: dat al de tarwe en de rogge die in de molen was, is aangeslagen en verbeurd... er zijn mensen die heel hun oogstje ineens kwijt zijn. Denk maar wat het te zeggen is in dees omstandigheden.

23 augustus 1916
De mare (5) loopt: dat de mensen die hun bakte (6) in de molen te Tiegem hadden, voorzichtig, met valse sleutels of door een of ander venstergat, naar binnen gedrongen zijn en hun bakte (7) eruit gehaald hebben? En nu staat hij daar de reus, in zijn eenzaamheid op de heuvelkop, onttakeld, de zeilen stakestijf als een overwonnene die in starheid het verloop van de gebeurtenissen afwacht. En de molenaar?...

Bron: Stijn Streuvels, "In oorlogstijd. Het volledige dagboek van de Eerste Wereldoorlog". Orion/B. Gottmer, Brugge/Nijmegen 1979  
-----------
(1) bakte: hoeveelheid graan om één oven brood te bakken
(2) kordewagen: kruiwagen
(3) zie noot 1.
(4) in de brand laten: achterlaten
(5) de mare: het bericht
(6) zie noot 1
(7) zie noot 1
(8) stakestijl: zonder te bewegen

------------------------
Vlaamse Raad - Zitting 1982-1983. Bulletin van Vragen en Antwoorden - Nr. 1 - 3 november 1982, p. 2-3.
1I. VRAGEN VAN DE LEDEN EN ANTWOORDEN VAN DE REGERING
A. Vragen waarop werd geantwoord binnen de reglementaire termijn (R.v.O. art. 65, 3 en 4)
K. POMA, VICE-VOORZITTER VAN DE VLAAMSE EXECUTIEVE, GEMEENSCHAPSMINISTER VAN CULTUUR

Vraag nr. 185 (zitting 1981-1982) van 9 augustus 1982 van de heer F. VANSTEENKISTE
Tiegem - restauratie windmolen Tiegemberg
Te Tiegem, deelgemeente van de gemeente Anzegem, staat bovenop de Tiegemberg een windmolen, type grondzeiler (1880) die thans buiten gebruik is.
Volgens ter plaatse ingewonnen gegevens werd de molen in 1970 gerestaureerd. De kosten van deze restauratie werden door de overheid gedragen. Sinds kort is het terrein rond de molen niet meer voor het publiek toegankelijk. Een sinds meerdere tientallen jaren bestaande toegangsweg werd afgesloten.
In de onmiddellijke omgeving van de molen zijn op dit ogenblik funderingswerken aan de gang.
Op het zelfde terrein staat momenteel een hoevegebouw te verkrotten en naar verluidt zou het de bedoeling zijn naast deze gebouwen een nieuwe constructie op te trekken. Voorbereidingswerken zijn reeds aan de gang.
Graag ontving ik van de geachte Minister omstandigantwoord op de volgende vragen.
1. Wie was in 1970 de opdrachtgever tot de restauratie van de molen en door wie werd de restauratie gefinancierd?
2. Werden er aan de toenmalige eigenaars enige voorwaarden gesteld betreffende de toegankelijkheid voor het publiek en het verdere onderhoud van de molen en het terrein ?
3. Van de huidige eigenaar het terrein en de molen voor het publiek ontoegankelijk isoleren?
4. Werd de molen en de onmiddellijke omgeving als beschermd monument en gebied beschermd?
5. Is het gebied rond de molen opgenomen in een gewestplan en/of een gemeentelijk plan van aanleg.
Zo ja, welke is dan de bestemming van het gebied?
6. Is het toegelaten naast de bestaande verkrotte hoevegebouwen nieuwe constructies op te trekken? Werd er een bouwtoelating gegeven?
7. Bestaan er plannen om de bestaande gebouwen naast de molen vooralsnog te restaureren ?
8. Is de geachte Minister van oordeel dat de gaafheid van het landschap in de omgeving van de molen moet bewaard blijven en welke stappen zal zijn departement ondernemen om daaraan tegemoet te komen?

Antwoord

In antwoord op zijn vraag laat ik het geachte lid hieronder punt voor punt de nodige gegevens geworden:
1. In opdracht van de familie Verbrugge, Tiegem werden tussen 1969 en 1975 restauratiewerken uitgevoerd.
Deze werden gesubsidieerd door het Rijk, de provincie en de gemeente. De eigenaar betaalde zijn aandeel.
2. Er werden aan de toenmalige eigenaars geen voorwaarden gesteld betreffende de toegankelijkheid
voor het publiek. Wat het onderhoud van een bij KB gerangschikt monument betreft, is de eigenaar gebonden aan zijn plicht zoals bepaald in het decreet van 06.03.1976.
3. Er bestaat geen enkele regeling waarbij de huidige eigenaar kan verplicht worden om de molen of het terrein er rond voor het publiek toegankelijk te maken.
4. De molen werd als monument beschermd bij KB van 23.06.1960. Het landschap rond de molen is niet beschermd.
5. Het gebied rond de molen is in het gewestplan Kortrijk opgenomen als parkzone.
6. Er werd bij mijn diensten geen aanvraag voor het optrekken van nieuwe constructies naast de verkrotte hoevegebouwen ingediend. Bijgevolg ben ik niet op de hoogte van enige bestaande bouwtoelating, die door de hiervoor bevoegde instantie zou zijn afgeleverd.
7.8. Ik meen dat de eigenaar de omgeving van de molen dient te herwaarderen. Onze voorkeur gaat uit naar renovatie van de bestaande gebouwen indien dit nog haalbaar is. Bij de RMLZ werd door de eigenaar met het oog op de restauratie van de molen reeds een voorontwerp ingediend.
Aangezien het in de bedoeling ligt om de molen weer regelmatig te laten malen, is het wenselijk, dat alle hoogstammen die de windvang zullen hinderen, uit de omgeving worden verwijderd. Uit een kadastraal onderzoek blijkt echter dat deze hinderende elementen gelegen zijn op aanpalende eigendommen.
Ik heb echter geen rechtstreekse bevoegdheid over de omgeving van de molen. Desgevallend kan een onderzoek ingesteld worden met het oog op een rangschikking als ,, dorpsgezicht ".

Literatuur

Archieven
Agentschap Onroerend Erfgoed (Brugge), archief nr. W/00228

Werken
Torie Mulders (pseudoniem van Hector Vindevogel), "De windmolens tussen Schelde en Leie, in: Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XXII, 1946-1948, p. 46-107 (p. 100-102)(uitgegeven handschrift uit 1931).
De Cock G., Tiegem, parel der Vlaamse Ardennen, Antwerpen, 1970 (Vlaamse Toeristische Bibliotheek, nr. 126).
Vandemeulebroeke G., Van den Dorpe L., Terugblik op Tiegem, Tiegem, 1992.
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 61, 111;
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 120-121 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt", Brugge, 2001, p. 30;
"De Stampersmolen te Tiegem", in: Curiosa, XXXII, 1994, nr. 319, p. 25-26;
E. D(e) K(inderen), "De stenen molen te Tiegem", in: De Belgische Molenaar, LXXIII, 1978, p. 168-170;
Torie Mulders, "Honderd jaar dorpskroniek van Tieghem", Tielt, 1945;
F. Ringoot, "De 'Stampersmolen' te Tiegem", in: Ons Molenheem, jg. 6 (1986), nr. 2 (juni), p. 21-24, ill.
Agentschap RWO West-Vlaanderen, Onroerend Erfgoed (Brugge, Werkhuisstraat 9), archief nr. W/00228.
P. Mattelaer, "Molens van groot-Anzegem", in: 33ste Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring "De Gaverstreke", Waregem, 2005, p. 147-198, ill.
Herman Holemans, "West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 7. Gemeenten S-U", Opwijk, 2003, p. 56-57.
Achiel Verbrugge, "100 jaar geschiedenis uit een eeuwenoud Muldersgeslacht", Tiegem, 1968 (onuitgegeven).
Roel Vande Winkel & Ine Van Linthout, "De vlaschaard 1943: een Vlaams boek in nazi-Duitsland en een Duitse film in bezet België", ill, Uitg. Groeninghe, Kortrijk, 2007, met dvd. 
Stijn Streuvels, "In oorlogstijd. Het volledige dagboek van de Eerste Wereldoorlog". Orion/B. Gottmer, Brugge/Nijmegen 1979.
De Gunsch A. & De Leeuw S. m.m.v. Callens T., Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Anzegem, Deelgemeenten Anzegem, Gijzelbrechtegem, Ingooigem, Kaster, Tiegem en Vichte, Bouwen door de eeuwen, 2006.
Lieven Denewet, "Echt gebeurde VLaamse molenhumor - 9", in: Molenecho's, jg. 30, 2002, 1, p. 57.

Mededelingen
Luk Verbrugge, Berchem (Kluisbergen), 12.08.2008 (jongste zoon van de vroegere eigenaar Achiel Verbrugge).
Maarten Osstyn, Adegem, 10.03.2015.


Laatst bijgewerkt: donderdag 6 oktober 2016
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens