Molenzorg
Tiegem (Anzegem), West-Vlaanderen
Naam

Bergmolen
Stampersmolen

Ligging Meuleberg 2
8573 Tiegem (Anzegem)

50° 49' 1.28" N  3° 27' 36.27" E
kadasterperceel A1232
1,3 km NW van de kerk


toon op kaart
Geo positie 50.816971, 3.462787
Eigenaar Rudy Koch-Ohier
Gebouwd 1735, herbouwd in 1880 en 1986
Type Stenen grondzeiler
Functie Korenmolen
Kenmerken Vroeger een oliemolen
Gevlucht/Rad Gelaste stalen roeden
Inrichting Twee steenkoppels
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
23 juni 1960
Molenaar Geen
Openingstijden Op afspraak
<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden  

Beschrijving / geschiedenis

De Stenen Molen is een stenen korenwindmolen (oorspronkelijk een oliemolen), type stenen grondzeiler, op Tiegemberg, Meuleberg 2, op 1?3 km ten noordwesten van de kerk van Tiegem.

Aanvankelijk werd hier in 1735 een houten oliewindmolen met stampers gebouwd. Deze stampers werden in 1865 vervangen door een koppel pletstenen aan de trapzijde. Aangezien de eerder kleine molenkast ("kort ieneengedrongen kot") te slap gebouwd was, leunde die op de staart ("hurkte ze gruwelijk op haren steert").

We zien hem aangeduid op de Ferrariskaart (ca. 1775) met het bruin symbool van een staakmolen, op de topografische kaart van Vandermaelen (ca. 1850) met de benaming "Stampmolen" en op de kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1860) met het symbool van een staakmolen op teerlingen en met eveneens de benaming "Stamp molen". We vinden hem evenwel niet terug op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1844), terwijl de nabijgelegen Bergmolen wel staat aangeduid.

Antonius Verriest betrok de molen in 1813. De familie Verriest kreeg als bijnaam "Stampers".  Eigenaar in 1834 was olieslager Marcel Antoon Verriest-Decock.

Een anekdote uit de periode 1846-1850 toen Verriest de molen beheerde. Louis Bossuyt was er stampersknecht en hij werd door zijn baas aangesteld om het stampkot te Yveghem (Ijvegem, Ingooigem) te begaan. "Goed en wel baas", zei Louis, "maar zonder wijf of zonder geld, wat kan ik daar gaan uitmeten?... "Ik zorge voor geld en alaam, zoekt gij naar 't ander!" (genoteerd door Hector Vindevogel alias Torie Mulders in "De windmolens tussen Schelde en Leie"). Lang moest de muldersknecht blijkbaar niet zoeken. Hij trok zijn stoute schoenen aan en vroeg de meid van zijn baas ("de muldersmaarte"), nl. Therese Vanderschelden ten huwelijk. De houten oliemolen op de wijk Hulstbos te Ingooigem werd al in 1874 gesloopt.

In opdracht van zijn zoon Pieter Jacobus Verriest werd de staakmolen in 1880 in steen herbouwd, als een stenen oliewindmolen, type grondzeiler. Er waren twee koppels pletstenen of kollergangen, een lijnmeelbuil ("oliebrood of lijnmeelbuilder") en vier heien (voorslag en naslag of "opwerk")

Olieslagers of "stampers" in de periode 1880-1900 waren Ivo Debaene en Leo Vanmarcke. Hector Vindevogel, molenaarszoon op de nabije houten Bergmolen, beter bekend als "Torie Mulders", mocht er in zijn tienerjaren af en toe een handje meehelpen, zoals "de roerder opsnukken uit het warme meel", zoals hij dat zelf schreef in 1931.

Rond 1900 werd het olieslagen opgeheven. Sederdien dienden de pletstenen enkel nog als lijnkoekbrekers. De heien bleven opgetrokken en de stoofplaten lagen te beroesten. Ivo Debaene was blind geworden en Leo Vanmarcke kwam weer naar het stampkot om oliebrood te breken.  Leo Vanmarcke was toen al meer dan 70 jaar geworden en deed soms een beroep op Hector Vindevogel om de as op te sluiten (wiggen in de askop) of om een of ander karwei aan de molen uit te voeren.

Na het overlijden van Pieter Verriest in 1908 kwam de molen toe aan juffrouw Pauline Desutter (+1910) en daarna nog alleen aan juffrouw Justien Dezutter "Stiene Stampers" (+1916). Daarna kwam de eerste wereldoorlog en het was aanvankelijk gedaan met draaien. Francisca Dezutter ("Siska Stampers"), die op Tiegem-plaats woonde en gehuwd was met Karel Vermeeren (ontvanger van de belastingen) stierf in 1916 en acht dagen later overleed ook Justien Dezutter ("Stiene Stampers"). De molen kwam dan in handen van de kinderen van Pieter ("Pier") Dezutter van de Kruisweg te Anzegem, met name Petrus, Gaston, Maria en Germanine Dezutter.

De molen werd in 1915 omgevormd in een korenmolen en verpacht aan molenaar Gustaaf Derijcke, die van molen de "Zwijnsteert" te Anzegem kwam. Gedurende vele oorlogsnachten werd voor de mensen in het geheim gemalen.

De Stampersmolen werd zwaar beschoten en beschadigd in de kuip en in het binnewerk in oktober 1918, Gustaaf Deconinck-Tack, voorheen molenaar te Deerlijk en later te Heestert, kocht de molen in 1919 aan. Molenmaker van beroep, heeft hij de molen geheel hersteld en kwam er in 1921 ook wonen. In 1931 bewoonde Achiel Demessemaecker het molenerf, maar hij zag meer winst in zijn landbouwuitbating en zag de belangen van de molen over het hoofd. De molen stond lange tijd met één roede, maar in 1932 volgde een herstelling.

In 1936 werd de molen buiten gebruik gesteld. Op 28.12.1938 verkocht Gustaaf Deconinck de boerderij en windmolen aan Achiel Verbrugge (zoon van August Verbrugge en kleinzoon van Jan Verbrugge, mulders op de Keimolen in de Vossenstraat te Ingooigem).

De vlakte voor de molen werd in 1942 als decor gebruikt voor de film "Wenn die Sonne wieder scheint", een Duitse verfilming van Stijn Streuvels "De vlaschaard" uit 1907. 

De regie was in handen van Boleslaw Barlog en de prent kwam in Duitsland uit onder de titel "Wenn die Sonne wieder scheint". In Vlaanderen werd de film echter uitgebracht als "De Vlaschaard". Barlog regisseerde de film voor de Duitse filmmaatschappij Terra, die in 1940 instond voor de anti-semitische film Jud Süß. Dat Streuvels aan de film meewerkte en er in figureerde (terwijl België door nazi-Duitsland werd bezet) maakt(e) de film controversieel.

Pachter Gerard Avet maalde met de elektrische motor in de molen van ca. 1941 tot eind de jaren 1960.

Achiel Verbrugge liet in 1970-'71 herstellingswerken uitvoeren aan kap, roeden, spruiten en staart, met 90%subsidies van de staat, de provincie en de gemeente Tiegem. Achiel Verbrugge, fabrikant van de voeders "Morgenstond" te Tiegem en burgemeester van Tiegem in 1939-1946, overleed op 1 januari 1975. Zijn weduwe (Alice Demuynck) en kinderen verkochten de hofstede en windmolen op 29 oktober 1981 (voor notaris Bultereys) aan Rudy Koch & Hilde Ohier, de huidige eigenaar. De nieuwe eigenaar brak de oude hoevegebouwen af en bouwde er een grote nieuwe villa. Het molendomein werd omheind en aan het zicht  onttrokken. De molen werd in 1985-'86 tot de grond afgebroken en enkele meter verderop herbouwd, met overheidssubsidies.

Technische beschrijving
Witgeschilderde bakstenen grondmolen met sterk konische romp, opengewerkt met segmentboovensters. Gebroken kap met rechte voorwand, bedekt met koperen platen. De roeden zijn halfverdekkerd. Binnenin samengesteld uit benedenverdieping (vroegere olieslagerij), maalzolder (buil), steenzolder (twee koppels maalstenen, grote buil), ijzeren gangwerk en kapzolder (luiwerk en graanreiniger).
Boven de ingang is een steen met "1880", een ander met "1970"; op een balk in de kapzolder "..LEN 1881" (eerste letters zijn bedekt door ijzerwerk); op de wiekenas "1893 E BEYART BEVERE"; op een klauwijzer "HDC" en "1819", op een ander "MDM" en "1819".

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Verriest-Decock Marcel Antonius, olieslager te Tiegem.
- later, erfenis: de kinderen (overlijden van Antonius Marcel Verriest)
- 26.01.1872, deling: Verriest Pieter Jacobus, landbouwer te Tiegem (notaris Reynaert)
- 30.12.1908, erfenis: a) Desutter Justine, handelaarster te Tiegem en b) Desutter Paulina, handelaarster te Tiegem (overlijden van Pieter Verriest)
- 06.01.1910, erfenis: Desutter Justina, zonder beroep te Tiegem (overlijden van Paulina Desutter)
- 19.02.1916, erfenis: de erfgenamen (overlijden van Justina Desutter)
- 06.06.1916, verkoop: a) Desutter Petrus Arnoldus Albert, handelaar te Anzegem, b) Desutter Gaston Florent Hubert Ivon Paul, c) Desutter Maria Theresia Coletta Paulina en d) Desutter Germaine Raphaëla Theresia Melanie (notaris De Keirsschieter)
- 19.06.1919, verkoop: Deconinck-Tack Gustaaf Marius, molenaar te Deerlijk (notaris Demeulemeester)
- 28.12.1938, verkoop: a) Verbrugge-Demuynck Achille, landbouwer te Tiegem, b) Verbrugge Maruice Oscar en c) Verbrugge Magdalena Martha (notaris Demeulemeester)
- 26.02.1967, deling: Verbrugge-Demuynck Achille, nijveraar te Tiegem (notaris Croquison)
- 01.01.1976, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Achielle Verbrugghe)
- 29.10.1981, verkoop: Koch-Ockier Rudi Augustinus, te  Harelbeke (notaris Bultereys)

Lieven DENEWET & Hector VINDEVOGEL

<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Foto: Mark Verbrugge, 03.03.1966 (coll. Luk Verbrugge)

<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Prentkaart jaren 1920 (coll. R. Simons, St.-Huibrechts-Lille)

<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Prentkaart (coll. D. Vandenbulcke, Staden)

<p>Bergmolen<br />Stampersmolen</p>

Prentkaart. Ed. G. Van Cortenbergh, Brussel. Verzameling Ons Molenheem

Literatuur

Archieven
Agentschap Onroerend Erfgoed (Brugge), archief nr. W/00228

Werken
Torie Mulders (pseudoniem van Hector Vindevogel), "De windmolens tussen Schelde en Leie, in: Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XXII, 1946-1948, p. 46-107 (p. 100-102)(uitgegeven handschrift uit 1931).
De Cock G., Tiegem, parel der Vlaamse Ardennen, Antwerpen, 1970 (Vlaamse Toeristische Bibliotheek, nr. 126).
Vandemeulebroeke G., Van den Dorpe L., Terugblik op Tiegem, Tiegem, 1992.
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 61, 111;
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 120-121 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt", Brugge, 2001, p. 30;
"De Stampersmolen te Tiegem", in: Curiosa, XXXII, 1994, nr. 319, p. 25-26;
E. D(e) K(inderen), "De stenen molen te Tiegem", in: De Belgische Molenaar, LXXIII, 1978, p. 168-170;
Torie Mulders, "Honderd jaar dorpskroniek van Tieghem", Tielt, 1945;
F. Ringoot, "De 'Stampersmolen' te Tiegem", in: Ons Molenheem, jg. 6 (1986), nr. 2 (juni), p. 21-24, ill.
Agentschap RWO West-Vlaanderen, Onroerend Erfgoed (Brugge, Werkhuisstraat 9), archief nr. W/00228.
P. Mattelaer, "Molens van groot-Anzegem", in: 33ste Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige Kring "De Gaverstreke", Waregem, 2005, p. 147-198, ill.
Herman Holemans, "West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 7. Gemeenten S-U", Opwijk, 2003, p. 56-57.
Achiel Verbrugge, "100 jaar geschiedenis uit een eeuwenoud Muldersgeslacht", Tiegem, 1968 (onuitgegeven).
Roel Vande Winkel & Ine Van Linthout, "De vlaschaard 1943: een Vlaams boek in nazi-Duitsland en een Duitse film in bezet België", ill, Uitg. Groeninghe, Kortrijk, 2007, met dvd. 
Stijn Streuvels, "In oorlogstijd. Het volledige dagboek van de Eerste Wereldoorlog". Orion/B. Gottmer, Brugge/Nijmegen 1979.
De Gunsch A. & De Leeuw S. m.m.v. Callens T., Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Anzegem, Deelgemeenten Anzegem, Gijzelbrechtegem, Ingooigem, Kaster, Tiegem en Vichte, Bouwen door de eeuwen, 2006.
Lieven Denewet, "Echt gebeurde VLaamse molenhumor - 9", in: Molenecho's, jg. 30, 2002, 1, p. 57.

Mededelingen
Luk Verbrugge, Berchem (Kluisbergen), 12.08.2008 (jongste zoon van de vroegere eigenaar Achiel Verbrugge).
Maarten Osstyn, Adegem, 10.03.2015.


Laatst bijgewerkt: donderdag 6 oktober 2016
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens