|
Beschrijving
/ geschiedenis
De stenen molen "Ter Geest en Te Zande" is het sieraard van de gemeente. De molennaam werd gegeven door de heemkundige Leon Defraeye en is samengesteld uit de namen van twee oudere molens. Enerzijds de staakmolen Ter Zande die voor het eerst vermeld werd in 1675 en verdween in 1888, en anderzijds de oliemolen Ter Geest die in 1768 opgericht was. In de volksmond wordt hij ook wel "Klerksken molen" genoemd naar de eigenaar Declercq. Het "bevallig draaiende gebouw", zoals de molen in de dichterlijke taal wel eens wordt genoemd, kijkt sierlijk en statig op de Molenhoek neer. Een monument om trots op te zijn. Daarom is de molen sinds 1986 's nachts verlicht. De molen was vroeger afhankelijk van de aloude heerlijkheid Ter Geest en kent een bewogen voorgeschiedenis. Eertijds stond er een houten staakmolen die in 1800 omwaaide tijdens een hevige orkaan. In 1888 is de molen in brand gevlogen. Het was op Goede Vrijdag. De kinderen Declercq, die sinds het begin van de 19de eeuw eigenaar zijn van de molen, verloren de moed niet en zij bouwden de prachtige stenen windmolen. Aldus dateert de huidige molen "Ter Geest en Te Zande" van 1888. Boven de ijzeren stelling leest men "gebouwd door ACJL Declercq 1888". Het ging om Aloïs, Camiel, Jules en Lucia Declercq. De nieuwe molen werd ingericht als olie- en korenmolen. In 1896 werd een eerste stoommachine geplaatst zodat de molen ook op windstille dagen kon werken. In 1914 werd de stellingmolen met een tweede stoommachine uitgerust. De molen werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar beschadigd, maar was na de nodige herstellingswerken in 1919 opnieuw maalvaardig. In 1964 en 1980-1981 werd hij gerestaureerd door de molenbouwers Peel uit Gistel. De stoommachine, de ketel en de maalstoel in de bijgebouwen werden in 1993 aanvullend beschermd. In 2004 werd de maalderij hersteld en in 2005 volgde de windmolen. Op 15 september 2005 werden de herstelde roeden (geklinknageld, fabr. Verhaeghe - Ruddervoorde, nrs. 1273-1274) weer in de askop geplaatst. De molentechnische werken gebeuren door molenmaker Eric Vanleene uit Ath. De molen is zeer groot en indrukwekkend opgebouwd. Beneden is er een olieslagerij met twee pletwielen die zorgden voor het breken van het lijnzaad. Dan volgt de voorslag in de persen (hydraulische persen, tweedehands uit Olsene en vervaardigd door het constructieatelier Rudolf Velghe uit Gent), het breken van de koeken en de naslag in de persen. Uiteindelijk worden de lijnzaakkoeken gebroken tot lijnmeel. Hogerop vinden wij verschillende zolders: voor de opslag van graan, de maalzolder waar de molenaar meest vertoeft en de steenzolder. Als koren- en oliemolen heeft hij drie koppels stenen en een haverpletter. Daarnaast ook twee pletwielen voor het zaad en de koeken. Bij windstilte werden de tuigen aangedreven door een stoomketel of door een elektrische motor.
Pierre Mattelaer & Lieven Denewet

Foto: Christian Horrie, 07.03.2006

Foto: Lieven Denewet, Hooglede, 23.06.2004

De hyrdraulische pers. Foto: Nico Jurgens (Hoorn), 24.06.1994.

Eén van de twee kollergangen. Foto: Donald Vandenbulcke, 09.12.22006

Toestand jaren 1950. Foto coll. Rob Simons
Bijlagen
MVD, "Gedichtendag", in: Het Nieuwsblad, 29.01.2009. DEERLIJK - Er is vanaf vandaag een gratis poster ter gelegenheid van Gedichtendag. Het René De Clercqgenootschap biedt die gratis aan met een tekening van de molen en passende gedichten. De poster op A3-formaat is te bekomen bij bakker Hanssens, in de bibliotheek, bij de dienst toerisme, Bomeg, Mahieu, Etiket en de molen. (mvd)
Literatuur
L. Denewet & M. De Coster, "Restauratie van molen "Ter Geest en te Zande" te Deerlijk, West-Vlaams Molenblad XX, 2004, 1, p. 21-23. Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 70; Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 180-187 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9); Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt", Brugge, 2001, p. 42; Pierre Mattelaer, "De Deerlijkse Molens", in: Derlike, V, 1982, p. 42-79; Pierre Mattelaer, "De molens van Deerlijk", Deerlijk, 1993, p. 45-54; E. D(e) K(inderen), "De molen Ter Geest te Deerlijk", in: De Belgische Molenaar, LXX, 1975, p. 272-273; G. Depamelaere, "Deerlijkse molens en het landtbouck der prochie van Deerlick", in: Derlike, II, 1979-1980, p. 35-40; P. Nijs, "Molen Ter Geest te Deerlijk", in: De Autotoerist, XXX, 1977, p. 1282; L. Defraeye, "Geschiedenis en Folklore van Deerlijk", Deerlijk, 1952. L. Defraeye, "Deerlijk in oude prentkaarten", Zaltbommel, 1972; L. W(ante), "Deerlijk: molen 'Te Geest en te Zande' ", in: VVIA-Nieuws, Industrieel Erfgoed in Vl. Tijdschr. Vlaamse Vereniging Ind. Archeologie, jg. 5, nr. 29 (1992), blz. 12; N. Verhelst: "Honderd jaar molen ter Geest en te Zande", in: "Derlike", Driemaandelijks tijdschrift van de Heemkring "Dorp en Toren", Deerlijk, jg. 11 (1988-1989), p. 94-96, ill.; Lieven Denewet, "De Molen ter Geest en te Zande in Deerlijk straalt opnieuw", in: West-Vlaams Molenblad, XXI, 2005, nr. 3, p. 119-120. J. De Schepper, "De mooie molen bedreigd. Molenzorg", in: Open Deur, Brussel, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap. Culturele diensten, 10, 1978, p. 101-107, ill. MVD, "Gedichtendag", in: Het Nieuwsblad, 29.01.2009. Marianne Vermeulen, "De molens Te Brande en Te Zande en de heerlijkheid Buusvelt en Winghene", in: Derlike, 1990, 3, p. 67-78.
|