zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen Grijspeerdmolen, Gits (Hooglede)homevorige paginaGits (Hooglede), West-Vlaanderen
Naam Grijspeerdmolen
Ligging Koolskampstraat
8830 Gits (Hooglede)
bij het Dominiek Savio Instituut
toon op kaart
Eigenaar Gemeente Hooglede
Bouwjaar 1771, overgebracht in 1920 en 1980-1982
Type Staakmolen met gesloten voet
Functie Korenmolen
Kenmerken Inscriptie op de vroegere middenlijst over het omvallen van de molen in 1770
Gevlucht/Rad Geklinknageld, ca. 24 meter, wiekverbeteringssysteem Fauël (fokwieken)
Inrichting Twee steenkoppels, buil,
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
27.05.1975 - 10.04.1981
Molenaar Marc Lievens, tel. 051.72.51.83
Openingstijden Elke tweede zondag van april t.e.m. september van 14 tot 17 uur en op afspraak

Foto: Erik Vancompernolle, 22.04.2007  

Beschrijving / geschiedenis

De benaming Grijspeerdmolen is een verbastering van "Grysperre", de heren van Ogierlande. De molen stond oorspronkelijk aan de huidige Grijspeerdstraat, een tweetal km ten noordwesten van de kerk vn Gits. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij door brand vernield. Daarom werd in 1920 vanuit Westkapelle een staakmolen, daterend uit 1771, naar Gits overgebracht.

De originele Grijsperremolen was de molen van Ogierlande, de belangrijkste heerlijkheid van Gits. Reeds in het jaar 1550 werd hij vermeld als molen van de heren van Grijsperre, de oudst gekende heren van Ogierlande. Zij bleven eigenaars van de molen tot aan het einde van de 17de eeuw. In 1709 werd Jan Lamsens de nieuwe eigenaar en in 1729 de erfgenamen van Jos van Sieleghem. Deze laatsten waren duidelijk geen molenaars, want Denijs Vandepitte kwam toen de molen bemalen. Hij was een zoon van Robrecht en kleinzoon van Hendrik Vandepitte, de molenaars op de Ellemolen te Kortemark-Elle. Geboren te Zuienkerke, had hij eerst in Esen gewoond. Uit elk van zijn huwelijken met Pieternelle Verhamme en Pieternelle Malleux won hij telkens één dochter. Hij trouwde een derde maal te Gits met Maria Duvere en overleed er in 1733.

De "Grijsper meulen" staat afgebeeld in het "Manscheep-bouck" (= leenregister) uit 1771-1774 van de heerlijkheid Wijnendale, waaronder Ogierlande ressorteerde (mededeling Guy Dupont).

In 1764 was de Grijsperremolen in handen van Pieter Termote. Laureyns Joye, die we nog in 1808 als molenaar op de Grijsperre terugvinden, verkreeg de molen door erfenis en uitkoop van Termote in 1766. Deze Laureyns Joye was schepen van Ogierlande en lid van een uiterst bekende molenaarsfamilie. Hij was in 1814 geboren als zoon van Albert Joye, molenaar op de Oostmolen te Roeselare. Na de dood van Laureyns Joye, na 1808, tasten we weer een aantal jaren in het duister.

In 1829 was de molen eigendom van de weduwe Van der Espt-Depuydt uit Kortemark. Zij hertrouwde na 1835 met ene Vankemmelbeke en werd herbergierster te Kortemark. In 1851 werd de molen verkocht an Adelaïde Joanna Rottier, grootgrondbezitster uit Brugge en weduwe van Jan van Lede. In 1869 werd haar zoon, de Brugse wijnhandelaar Jan van Lede-Anoul de nieuwe eigenaar. Door de aanleg van de Kortemarkstraat in 1892 werd het erf rond de molen gedeeltelijk onteigend.

Waarschijnlijk zijn gedurende al die jaren de Joye's als molenaars op de molen blijven wonen. Samen met Laureyns vinden we er reeds voor 1800 zijn zoon Karel aan het werk. Hij was geboren in 1773 toen zijn vader reeds 59 jaar oud was en overleed als molenaar van de Grijsperre in 1842. In 1870 waren het nog steeds kinderen uit Karels tweede huwelijk die als molenaars actief waren: Pieter, Isabella en Lodewijk. Zij bleven alle drie ongehuwd maar dezelfde familie bleef verder de molen uitbaten. Bij de Joyes woonde immers in 1870 hun neef Pieter Van Coppenolle, zoon van Jan en Coleta Joye. Hij kwam zijn ooms en tante als molenaar opvolgen tot aan zijn dood in 1897. De familie Joye bleef dus meer dan 130 jaar de molenaar van de Grijsperre. In 1897 werd Karel Van Coppenolle er als mulder opgevolgd door August Ghys.

Eigenaar Jan van Lede junior overleed in 1900 en zijn weduwe in 1905. De kinderen Van Lede verkochten dan de molen aan Jules Van den Berghe-Neyrinck, een molenaar uit Handzame. Hij was er in 1872 geboren en was gehuwd met Eugénie Neyrinck. Van dan af zou er steeds een Van den Berghe eigenaar en molenaar blijven op de Grijsperre. Ze behoren trouwens tot een van de belangrijkste West-Vlaamse molenaarsfamilies. Het was Jules Van den Berghe die in 1913 de molen uitrustte met een motor om ook bij windstilte te kunnen verder malen.

De oude molen brandde af in 1918, slachtoffer van het oorlogsgeweld zoals zovele andere molens in onze provincie. Toen de Duitse troepen in 1918 de aftocht bliezen, sloeg de familie Van den Berghe op de vlucht. Bij hun terugkeer was het onheil geschied. De laatste balken smeulden nog. De familie moest nochtans verder aan de kost zien te komen en een beslissing was al spoedig genomen: in een snel tempo werd er een schuurtje opgetrokken, werd er een stoommachine in geplaatst en er werd een mechanische maalderij met een haverpletter ingericht. Het leek wel of een tijdperk onherroepelijk voorbij was. Blijkbaar zou er ook hier, zoals in vele andere plaatsen, geen koren meer gemalen worden met windkracht.

Jules Van den Berghe was evenwel niet zo gelukkig met het meel van zijn nieuwe inrichting. En gezien hij een windmolenaar was in merg en been, zocht hij gedurende twee jaar heel West-Vlaanderen af, op zoek naar een nieuwe molen. In 1920 had hij eindelijk succes. De staakmolen uit 1771 te Westkapelle bleek ter plaatse geen diensten meer te bewijzen en werd te koop gesteld door Arthur Verburgh (°Ettelgem, 1884 - + Westkapelle 1924), gehuwd met Léonie Vandekerchove. 
Jules Van den Berghe kocht de staakmolen aan, liet hem afbreken en naar Gits overbrengen met de hulp van Achilles Vergote.

Dit gebeurde in een recordtempo van negen weken. Een meevaller leek alvast dat de tramroute in Westkapelle vlak langs de molen liep, zodat de molenstukken rechtstreeks op de tramwagens konden geladen worden. Maar het station dat het dichtst bij Gits lag was in Hooglede, een heel stuk nog van de Grijsperre. Maar ook daarvoor werd snel een oplossing gevonden. Alle boeren van de wijk werden samengeroepen en met paard en kar werd de 32 ton zware molen naar zijn bestemming gebracht.

De roeden vormden het grootste probleem met hun lengte van 23 meter uit één stuk. Het begin van de reis liep gesmeerd maar door de kronkelende straatjes van Torhout volgde het ene probleem het andere op. Het enig geschikte vervoermiddel leek een boomezel te zijn die getrokken werd door muilezels. Maar bij de afdaling van de Gitsberg beleefden ze nog enkele hachelijke momenten. De staak woog duizenden kilo en de muilezels konden het gewicht nauwelijks tegenhouden. Ze slalomden werkelijk naar beneden terwijl de begeleiders het gevaarte enigszins onder controle poogden te houden. Alles bij mekaar duurde de reis met de wieken van Westkapelle naar Gits twee volle dagen. Negen weken na zijn afbraak draaide de molen echter weer en het hoeft niet gezegd dat Jules Vandenberghe de gelukkigste mens ter wereld was.

De molen was in 1920 wel in een recordtempo heropgebouwd, maar veel baat heeft molenaar Vandenberghe met deze snelle reconstructie niet gehad. Het jaar 1920 bracht immers een volledig windstille zomer. Beneden lagen de zakken graan te wachten om gemalen te worden, maar de wind bleef echter uit. De enige oplossing was toen het plaatsen van een gasmotor om de concurrentie met de mechanische maalderijen aan te kunnen. Sindsien was er op de Grijspeerdmolen ook steeds een mechanische maalderij actief.

In 1928 trouwde zoon Leon met een dochter De Volder en werden zij de nieuwe uitbaters van de Grijspeerdmolen. De oude molenaar Jules trok met de rest van zijn familie naar de Kruisstraatmolen van Werken. Ook voor Leon Van den Berghe zou de molen een zorgenkind worden. Twee zwarte jaren werden 1940 en 1942. In 1940 slaagde een zware novemberstorm er bijna in de molen van zijn teerlingen te blazen, terwijl in 1942 zijn vierjarig dochterje door de draaiende molenwieken op slag werd gedood. In 1947 verwierf Leon de naakte eigendom over de molen, terwijl het vruchtgebruik nog in handen van zijn vader bleef. Toen deze laatste in 1948 overleed, nam zijn weduwe het vruchtgebruik over. Pas toen zijn moeder in 1965 overleed werd Leon ten volle eigenaar van zijn molen.

Einde 1964 had Leon echter het werk op de molen overgelaten aan zijn twee zonen Laurent en Jozef. Een derde zoon, Gabriël, was reeds in 1956 gehuwd en eigenaar geworden van de Koutermolen te Kortemark. Aanleding voor het overlaten van zijn molen aan zijn twee zonen was een nieuwe ramp. In december 1964 brak de buitenroede in de askop terwijl de molen aan het werken was. Met de grootste omzichtigheid werd de molen toen stilgelegd en enkele dagen later haalden de molenbouwers Peel uit Gistel de roede uit.

Lange tijd stond de molen er met één roede bij. Daar het herstel van de wieken financieel niet haalbaar was, werd de helft van de molenwal afgegraven en bouwde men begin 1965 vlak naast de molen een mechanische maalderij. Die lag nu zo dicht dat de molen, zelfs na herstel, niet eens meer op de wind kon gekruid worden. Hem verplaatsen bleef de enige mogelijkheid die overbleef.

Dat was meteen ook het einde van de laatste beroepsmatig bemalen windmolen te Gits. Het bedrijf schakelde ook meer en meer over op het mengen van veevoeders en de molen raakte steeds meer ingebouwd tussen de andere bedrijfsgebouwen.

De molen afbreken was ook niet mogelijk, aangezien hij sinds 1943 het voorwerp uitmaakte van een klasseringsdossier, dat uiteindelijk pas in 1975 aanvaard werd!

In 1975 werd de molen door de familie Van den Berghe aan de gemeente Gits afgestaan. De gemeentelijke overheden zijn dan ijverig gaan zoeken naar een plaats waar de molen zou kunnen overgebracht worden en vonden die ten slotte op het Domniek Savio-Instituut. De gemeentelijke fusies vertraagden nog enigszins de overplaatsing, maar in mei 1980 was de kogel dan toch door de kerk en werd de aanbesteding voor de verplaatsing van de molen goedgekeurd.

Op het instituut werd een terrein aangekocht van 800 m², waarop eerst een molenwal van vijf meter hoogte werd aangelegd. De molen werd afgebroken en in 1982 terug opgebouwd door aannemer Verstraete uit Rumbeke, naar een ontwerp van ir.-arch. Walter Snauwaert uit Oostende.

Vele onderdelen waren onbruikbaar geworden en de molen moest voor drie kwart worden vernieuwd. De belangrijkste bewaarde elementen zijn de historische staandaard, de bovenas en de maalstenen. Dit zijn een koppel kunststenen en een koppel natuurstenen. Er werd beslist de kombuis met de buil weg te laten. (De buil bevindt zich nu binnen in de molenkast). De achthoekige onderbouw werd wel opnieuw gebouwd. De grote voorliefde van de familie Van den Berghe voor fokwieken (een wiekverbeteringssysteem bedacht door de Nederlandse ingenieur Fauël) werd hier gerespecteerd.

Dat de molen te Gits er nu nog staat, is ongetwijfeld voor een groot deel te danken aan de familie Van den Berghe. De liefde die drie generaties voor deze molen in het hart droegen, heeft er zeker voor gezorgd dat dit stuk bouwkundig erfgoed tot in onze dagen bewaard is kunnen blijven. Leon Van den Berghe heeft de heropbouw van zijn molen in 1982 niet meer mogen beleven. Hij overleed in 1976. Zijn zonen Laurent en Jozef waren de eerste vrijwillige molenaars op de nieuwe locatie. Ze werden opgevolgd door Marc Lievens uit Gits, die op zaterdag of op zondag de molen laat draaien. Van de negen molens die Gits ooit rijk was, is deze korenmolen de enige overgeblevene.

Merkwaardige inschriften. Op de standaard staat "ANNO 1771" en op de vroegere middenlijst staat ingehakt: "DEN 19 XBER IS DEZE OMGEVALLEN / ENDE DEN 10 MEY 1771 TOT OPRECHTEN / IN T WERCK GELEYT. DEZE MOLEN I NIEUWE / GEMACKT DOOR G. JONGBLOET EN JOANNE ROOMS. HET EERSTE GRAEN GEMALEN / VOOR DEN KEYER JSAAC VAN HOLM", daaronder ondermeer "JOSEPH VAN HOLM", "1823. JONGBLOET". Op de vroegere steenbalk is geschilderd: "DEN YSEREN ASSEKOP / IS INGESTEKEN DEN 9 / AUGUSTUS 1882 DOOR POLYDOOR EN THEODOOR / BOUSSY MOLEMAKERS TE THOUROUT". Deze askop werd gegoten door de Kempense ijzergieterij Van Aerschot uit Herentals. Linksonder van dit opschrift is ingehakt "1755". Op de zijkanten van de meelbak "JOANNES VAN HOLM", "FELIX D / LILLE", "I VAN / HOLM / 1823", [JONG]BLOET 1823". De balkfragmenten met de opschriften op de middenlijst en op de steenbalk zijn uitgezaagd en in de molen geplaatst.

In 2009 voerde molenbouwer Eric Vanleene uit Ath onderhoudswerken uit: nieuwe schalies op het teerlingkot en de molenkap, herschilderen van de molenkast en van de roeden. In 2010 voert hij  nog een tweede fase uit.

Lieven Denewet, Hooglede 


Foto: Donald Vandenbulcke, Staden


Foto: Donald Vandenbulcke, 31.01.2010


Vrijwillig molenaar Marc Lievens. Foto: Robert Van Ryckeghem, 2005


Foto: Eric Vancompernolle, 22.04.2007


Uit: Manscheep-bouck

Bijlagen

1. Jaarlijks aantal asomwentelingen
2006: 31.478

2. Enkele weetjes.
De Grijspeerdmolen van Gits stond centraal in het "Bakelandt"-stripverhaal nr. 6 van H. Leemans en J. Daniël, uitgegeven door J. Hoste in 1979, onder de titel "Het beest van Gits". (mededeling Ronny Van Landschoot, heemkundige, Sijsele)

3. Moderne molenaarsfolklore: "DE WIEKENDE MOLENAARTJES VAN HET TWEEDE"
Op dinsdag 17 november 2007 bezocht het tweede leerjaar van de Gemeentelijke Basisschool van Hooglede de Grijspeerdmolen. De nabijgelegen kinderboerderij Ter Kerst opende in 2005 haar deuren. Het gerenoveerde erf toont ons het belang van de landbouw in onze samenleving.
Vrijwillig molenaar Marc Lievens had vooraf al de vier rode zeilen opengespannen. Eerst was er te weinig wind om te draaien. Maar "wind maken" is toevallig één van onze specialiteiten en een tijdje later draaide de molen toch dapper zijn rondjes. Molenaar Marc en meneer Lieven - zelf ook molenaar - gaven uitleg over de knarsende wielen, de ronkende molenstenen en de zoevende wieken. Het topje van de bovenste wiek blijkt twee maal zo hoog te zijn als onze school!
In de kinderboerderij mochten we met het molenmeel aan de slag. We bakten het niet te bruin, maar wel - met de hulp van een echte kok - heerlijke pannenkoeken. We klutsten en klotsten dat het een lieve lust was. En die lust en onze honger mochten we stillen door te proeven van onze eigen baksels. Aldus konden we malen, kneden, bakken en… proeven van een geslaagde uitstap!

4. AVR, "Erfgoeddag", in: Het Nieuwsblad, 20.04.2007.
HOOGLEDE - Naar aanleiding van de erfgoeddag zet de Grijspeerdmolen in Gits zijn deuren open. Zaterdag is de toegang gratis en zijn er bovendien gidsbeurten om 11uur, 14uur en 16uur. (avr)

5. Persbericht. JD, "Molenhappening in en rond Grijspeerdmolen op zondag 22 april. Wenkende wieken op erfgoeddag", in: De Weekbode, ed. Roeselare, 20.04.2007.
Hooglede-Gits pakt op Erfgoeddag, zondag 22 april, uit met een molenhappening in en rond de Grijspeerdmolen, op Onledemolen in Gits.
De Grijspeerdmolen staat in de Koolskampstraat, nabij het Dominiek Savio Instituut, en zal op zondag 22 april de hele dag gratis toegankelijk zijn van 10 uur tot 12 uur en van 13 uur tot 18 uur. Als de wind het toelaat, zal de molen ook draaien en malen. Er wordt doorlopend uitleg gegeven. Voor groepen gebeurt dit om 11 uur, 14 uur en 16 uur.
Tentoonstelling
In de molenvoet zal een tentoonstelling te zien zijn met allerlei molenmateriaal en foto's van vroegere molens in Hooglede-Gits en West-Vlaanderen. Een cd met Nederlandstalige molenliederen zal te beluisteren zijn. De historie en allerlei wetenswaardigheden over de Grijspeerdmolen worden toegelicht in een infofolder die u gratis wordt aangeboden. Er is mogelijkheid tot aankoop van het molenboek 'Werken met molens', uitgegeven met financiële steun van de Europese Unie.
Verschillende organisaties en personen scharen zich achter dit evenement, zoals het gemeentebestuur van Hooglede met schepen Patrick Denys, bevoegd voor cultuur en toerisme. Ook TERF, de projectvereniging regionaal erfgoed, wordt vertegenwoordigd door Josée Vanslambrouck, die je kan bereiken op het gemeentehuis van Hooglede, tel. 051 20 30 30.
Voor de vriendenkring Grijspeerdmolen krijg je info bij Lieven Denewet, denewet.molens@telenet. be, tel. 051 20 37 78. Lieven Denewet uit Hooglede is eindredacteur van het Vlaams molentijdschrift 'Molenecho's' en van de website www.molenechos.org.
Vrijwillige molenaars
Verder vermelden we nog de medewerkers Gitsenaar Marc Lievens als gediplomeerd vrijwillig molenaar; de gebroeders Laurent, Jozef en Daniël Vandenberghe van de Gitse molenaarsfamilie; en tenslotte molenfotograaf Robert Van Ryckeghem uit Koolkerke.
Molenfotograaf Robert Van Ryckeghem, molenaar Marc Lievens en molenfanaat Lieven Denewet hopen dat ze zondag heel wat geïnteresseerden mogen verwelkomen in de Gitse molen. (JD - foto JD)

6. Persbericht. "Herstel Grijspeerdmolen", in: De Weekbode, 31.10.2008.
Voor het herstel van de molen op Onledemolen krijgt de gemeente een toelage van 80 procent. Burgemeester Jozef Lokere (Samen): "Maar dat kan nog vijf jaar duren. Misschien moeten we eerst een voorlopige oplossing zoeken, want het regent in de molen en volgens de molenaar is dat niet goed...".

Literatuur

Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 75;
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 218-221 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt", Brugge, 2001, p. 59;
A.T. van Biervliet, "De windmolens van Gits", in: Rollariensia, VII, 1975, p. 217-233;
Lieven Denewet, "Windmolens vroeger en nu. Hooglede-Gits", Hooglede, 1979, 55 p.;
J. Vandenberghe, "Weer doorklieven suizende molenwieken de lucht van Gits", in: Molenecho's, XI, 1983, p. 170-174;
A. Van Biervliet, "Gits in oude prentkaarten, waarin afbeeldingen van Finance, Grijspeersmolen, Onledemolen en Stenenmolen", Zaltbommel, 1972;
Lieven Denewet, "Molennieuws uit Gits", in: De Belgische Molenaar & Levende Molens, LXXVII, 1982, nr. 1, p. 10;
Els De Kinderen, "Indrukken uit West-Vlaanderen [Gits, Kuurne, Leisele, Pollinkhove]", in: Levende Molens, jg. 6 (1984), nr. 6, p. 44-46, ill., portr.;
"De Grijsperremolen te Gits", in: Curiosa, september 2003, p. 15-19;
John Verpaalen, "Windmolens in de actualiteit [Gits; Bikschote; Balegem]", in De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 12 (december), p. 264-265, ill.
AVR, "Erfgoeddag", in: Het Nieuwsblad, 20.04.2007.
JD, "Molenhappening in en rond Grijspeerdmolen op zondag 22 april. Wenkende wieken op erfgoeddag", in: De Weekbode, ed. Roeselare, 20.04.2007.
"Herstel Grijspeerdmolen", in: De Weekbode, 31.10.2008, p. 43.
Info Georges A.L. Verburgh (° Westkapelle 1946, prov. Namen), 17.09.2009 - kleinzoon van de laatste molenaar te Westkapelle.


Laatst bijgewerkt: zondag 7 maart 2010
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen

bovenzijde