|
Beschrijving
/ geschiedenis
Benaming, schrijfwijze: hernemuelene 1575, herrentmuelen 1614, Heerenmeulen 1641, herrentmeullene 1771, Loncke's molen 1834, Aardemolen en Allaerts'molen. Noord Heirenthoek. Ligging voor WO I : Op de hoek van de Gentstraat,de Lostraat en de huidige inrit naar de Herentmolen.De molenwal lag rechts van het huidige kapelletje. De huidige molen ligt een weinig verder. De Herentmolen is de enige nog bestaande windmolen in Meulebeke.De vroegste ons bekende vermelding van een "hernemuelene" komt uit 1575: François vander Muelene was er molenaar-eigenaar. Op dit tijdstip draaiden in Meulebeke nog drie andere graanmolens:deze van de Heer van Meulebeke,van de Heer van Bosterhout en van Charles Vandenbussche. Beide landsheren verzetten zich in 1575 tegen de bouw van een vijfde graanwindmolen in Meulebeke, met het argument dat reeds voldoende windmolens aanwezig waren. Op 25 juni 1578 werd aan François Vander Muelene het octrooi verleend om naast zijn molen een rosmolen op te richten,gelegen op "den Herentcautere" ,om ermee alle soorten graan te malen tot ieders gerief. Aan de Watergravie moest jaarlijks een cijns van 16 stuivers betaald worden. Maar inmiddels waren de "troebelen" volop bezig:ook Meulebeke bleef hiervan niet gespaard. Twee van de vier windmolens werden volledig vernield:de "hernemuelene" was één van de molens die rechtop bleef staan en nog hersteld kon worden. We zien hem aangeduid op de kaart van Sanderus (1641),onder de benaming"Heernemolen". De bijbehorende rosmolen was teloorgegaan. Het landboek van Meulebeke uit 1654 vermeldt dat aan de windmolen een stukje land paalt "up de westzijde daer de perdemuellen placht te staene" . Op dat ogenblik behoorde de molen toe aan Jooren De Bruyne. In 1736 was François D'Hondt fs Joannes de pachter-molenaar. Toen vroeg hij een octrooi aan om een windmolen te mogen oprichten te Zeveren bij Deinze,hetgeen hij op 4 juli 1737 bekwam. De oude molen was een staakmolen en behoorde tot klasse 5. Bijna 200 jaar (van omstreeks 1746 tot 1923) was de familie Loncke molenaar of eigenaar van de Herentmolen. In 1834 was Leonard Loncke molenaar te Meulebeke. Hij was ook eigenaar van de Plaatsmolen in Meulebeke en van Ginste Stampkot,de oliewindmolen te Oostrozebeke. In 1886 ontsnapte de molen ei zo na aan een blikseminslag. Die viel immers op de bijbehorende woning. Zeven jaar later verongelukte een molenmaker uit Wakken in de Herentmolen. In de eerste wereldoorlog werd de Herentmolen, toen nog steeds een staakmolen op teerlingen, totaal vernield. Ter vervanging ervan bouwde Jules Caene,in opdracht van Arthur Loncke, in 1920-1922 een weinig verder een staakmolen op torenkot met vliegende gaanderij. Het was evenwel geen volledige nieuwbouw, aangezien de molenkast afkomstig was van Tielt, waar hij in 1791 werd opgericht. In 1927 verkocht Arthur Loncke zijn molen aan de familie Allaert die hem kort daarna kwam bewonen. Tot 1941 diende het torenkot als woonhuis.Daarna werd het gebruikt als opslagplaats. In 1956 werd de molen volledig afgebroken om de gebroken staak te vervangen. De molen uit Tielt was ook te flauw gebouwd. Alleen het torenkot bleef staan en werd nog eens extra versterkt. De molen werd terug opgetrokken, met zowel nieuwe als tweedehandse stukken door molenbouwer Robert Van de Kerckhove uit Ingelmunster. Bij deze heropbouw werden stukken gebruikt, afkomstig uit drie verschillende molens: één roede uit de stene Bearelle-molen van Aarsele, de tweede roede en een askop uit de stenen Termotes molen van Ruddervoorde en tenslotte kwamen de staak, steenbalk en gebinte uit de staakmolen van Vollezele(Brabant). De nieuwe Herentmolen is een zware staakmolen op een torenkot. Op de vliegende gaanderij die vastgemaakt is aan het molenkot, staat de molenaar om de zeilen te spannen. Die gaanderij is te bereiken langs een laddertje vanuit de meelzolder. De voet van het torenkot is 30 meter boven de zeespiegel gelegen. De molen heeft twee verdiepingen : de meelzolder en de steenzolder. Het torenkot heeft twee bouwlagen : gelijkvloers en verdieping. De hoogte van het torenkot is 5,7 meter. Het vloerpeil van de meelzolder ligt 9,15 meter boven de begane grond en is te bereiken langs een steile buitentrap. Het vloerpeil van de steenzolder ligt 3,35 meter hoger. De totale constructie vanaf de begane grond tot aan de nok van het dak van het molenkot is 18 meter. De meelzolder dient als opslagplaats voor graan en meel. Op de steenzolder liggen drie steenkoppels : twee achtermolens met onderaandrijving en een voormolen met bovenaandrijving. Verder is er nog een haverpletter. De wieken hebben een vlucht van 24 meter. In 1972 werd het torenkot omgebouwd tot ontvangstplaats voor bezoekers. Drie jaar later werden nogmaals belangrijke herstellingswerken uitgevoerd door de molenbouwers Peel uit Gistel. Het hekwerk, de vliegende gaanderij, alsook de staart en de kap werden volledig vernieuwd. De molen kreeg ook een grondige schilderbeurt. De Herentmolen is naast de thans gedemonteerde Geluveldmolen de enige nog bestaande torenkotmolen in Vlaanderen, die uiotgerust is met een vliegende gaanderij. De molen werd laatst in 1975 en 2005 gerestaureerd. De molen is opnieuw maalvaardig, maar draait thans (2009) niet meer.
Lieven Denewet

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

Foto: coll. Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille

Foto: Harmannus Noot, 30.04.2006

Foto: Harmannus Noot, 30.04.2006

Prentkaart (ca. 1975), coll. Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille
Bijlagen
1. Jaarlijks aantal asomwentelingen 2006: 119.069 2. Persbericht. Ingrid Castelein, "Herentmolen in glorie hersteld. Restauratie is helemaal achter de rug", in: Het Nieuwsblad, 19.01.2006. MEULEBEKE - De Herentmolen langs de Gentweg werd door de eigenaars, het echtpaar Lieve en Michel Allaert, en met financiële steun van de gemeente Meulebeke, de provincie en het Vlaamse Gewest gerestaureerd. Op de West-Vlaamse Molendag van zondag 11 april kan het publiek met dit uniek monument kennismaken. De restauratie van de molen duurde ruim twee maanden en kostte bijna 50.000 euro. De premie van het Vlaams Gewest bedroeg ruim 23.200 euro en de gemeente Meulebeke leverde een bijdrage van bijna 7.000 euro. De provincie betaalde verder vijftien procent van de werken, waardoor het kostenplaatje voor de eigenaar beperkt bleef tot twintig procent. De Herentmolen kent een lange geschiedenis. ,,De eerste vermeldingen dateren uit 1575'', aldus cultuurverantwoordelijke Veva Baert. ,,Ooit telde Meulebeke zestien molens en de Herentmolen is het oudste bewaard gebleven exemplaar.'' In de loop der eeuwen kreeg de molen veel te verduren. Zo ontsnapte de molen in 1886 nipt aan een blikseminslag, maar tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het bouwwerk toch compleet vernieuwd. Ter vervanging werd een staakmolen op torenkot met vliegende gaanderij opgericht. De familie Loncke, die tot dan tweehonderd jaar molenaar en eigenaar van de Herentmolen was, verkocht de molen in 1927 aan de familie Allaert. Tot 1941 woonden zij in de molen en deed het torenkot dienst als woonhuis, waarna het een opslagplaats werd. Tevreden molenaar Na de restauratiewerken is eigenaar en bewoner Michel Allaert tevreden met het resultaat: ,,Mijn hele leven draait rond deze molen, ik heb er mijn ziel aan verloren. Mijn vader Maurice was molenaar van beroep. Zelf maal ik ook nog graan met de molen, maar enkel als hobby'', aldus Michel Allaert. ,,Wie wil, kan op aanvraag zijn graan laten malen. De molen draait evenwel regelmatig, ook als er niet moet gemalen worden. Dat is goed voor het mechanisme en een draaiende molen oogt bovendien mooi in het landschap.'' De man is echt aan molens verknocht. Zo bouwde hij naast de Herentmolen nog een miniatuurmolen die half zo groot is als de Poelbergmolen van Tielt. Geïnteresseerden kunnen na afspraak op 051- 40.03.67 de molen bezoeken.
3. Persbericht. Luc Bouckhuyt, "Molendagen komen eraan. Herentmolen weer maalvaardig", in: De Weekbode, ed. Tielt, 27.01.2006. Heel wat Heel wat genodigden voor de officiële opening van de Herentmolen, zaterdag 14 januari. De Ridders uit de Orde van de Grote Beer, de voorzitters van diverse culturele verenigingen, burgemeester en schepenen, ze waren er allemaal om dit historisch moment mee te beleven. In haar historisch overzicht beklemtoonde cultuurfunctionaris Veva Baert de belangrijkheid van de Herentmolen als oudste en enig overlevende molen van de 16 wind- en roskammolens die Meulebeke in de loop van de geschiedenis ooit rijk was. Danny Bossuyt, lid van de Provinciale Molenadviesraad, schetste de belangrijkheid van deze historische getuigen en beklemtoonde de bekommernis van de provincie West-Vlaanderen voor het behoud van het molenpatrimonium. Daarna werd door de huidige eigenaar Michel Allaert en molenrestaurateur Winne een rondleiding gegeven in de gerestaureerde molen. Van tandraderen tot de stenen waar de wiekenas in draait, alles werd vakkundig onder handen genomen. Vlaamse Molendag De restauratiewerken kostten 49.611 euro. De premie van het Vlaamse Gewest bedroeg 23.239,93 euro. De gemeente Meulebeke kwam tussen voor 971,97 euro. De provincie betaalde 15 % en de eigenaar 20 %. Op zondag 11 juni is er de West-Vlaamse Molendag waarbij alle molens vrij te bezoeken zijn. Op zondag 30 april is er de Vlaamse Molendag en in 2007 start een nieuwe molenaarscursus waartoe heel wat jongeren zich aangetrokken voelen. We vernamen nog dat er ondertussen in Meulebeke druk gewerkt wordt aan een rosmolen, een privé-initiatief, dat op 1 april (en dat is zeker geen grap) openbaar gemaakt zal worden. Wordt dus zeker vervolgd. V.l.n.r. Michel Allaert, eigenaar van de Herentmolen, met molenrestaurateur de h. Winne en Danny Bossuyt, lid van de provinciale molenadviesraad. (Foto Luc).
4. Sage. Bespookte kapel te Meulebeke Verhaalopbouw: Bij de kapel van Lourdes spookte het. Er liepen altijd hazen en konijntjes rond, die niemand kon vangen. Om middernacht wandelde er een juffrouw die tot bij de molen liep. De wieken van de molen draaiden schuin en er waren vreemd genoeg ook kleine wiekjes. Bron: P. Callens, Leuven, 1968.
Literatuur
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 96; Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 314-315 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9); Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt", Brugge, 2001, p. 158; Genoveva Baert, Lieven Denewet & Gabriël Houthoofd, "De windmolens van Meulebeke", Meulebeke, 1994, p. 13-16; Lieven Denewet, "Rapport. Dertig jaar molenzorg in het Tieltse Molenland", in: Molenecho's, XXXI, 2003, nr. 1, p. 120-145 (L. Smet), "Meulebeke. Herentmolen", in: Molenecho's, III, 1975, p. 35-36; E. D(e) K(inderen), "De Herentmolen te Meulebeke", in: De Belgische Molenaar, LXX, 1975, p. 198-199; Lieven Denewet, "Onderhoudswerken aan de Herentmolen te Meulebeke", in: West-Vlaams Molenblad, XXI, 2005, nr. 4, p. 180-181; Paul Vandepitte & Jaak Billiet, "Tielt en de Molenlandroute: een historisch-toeristische verkenning", Tielt, De Roede van Tielt, 1973, 136 p., ill. J. De Schepper, "De mooie molen bedreigd. Molenzorg", in: Open Deur, Brussel, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap. Culturele diensten, 10, 1978, p. 101-107, ill. Ingrid Castelein, "Herentmolen in glorie hersteld. Restauratie is helemaal achter de rug", in: Het Nieuwsblad, 19.01.2006. Luc Bouckhuyt, "Molendagen komen eraan. Herentmolen weer maalvaardig", in: De Weekbode, ed. Tielt, 27.01.2006.
|