Molenzorg
Meulebeke, West-Vlaanderen
Naam

Herentmolen
Aardemolen

Ligging Gentstraat 307
8760 Meulebeke

wijk Marialoop
3,8 km O v.d. kerk
kadasterperceel C1860h
tot in 1914: C 1861


toon op kaart
Geo positie 50.952770, 3.341629
Eigenaar Lieve Ottevaere, wed. Michel Allaert, Meulebeke
Gebouwd voor 1575 / na 1600 /1920-1922 / 1955-1956
Type Staakmolen op torenkot
Functie Korenmolen
Kenmerken Hoog torenkot, vliegende gaanderij om het gevlucht te bereiken
Gevlucht/Rad Geklinknageld, ca. 24 meter
Inrichting Drie steenkoppels, haverpletter
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
14.04.1944 - 09.02.1946
Molenaar Geen
Openingstijden Op afspraak, tel. 051.40.03.67 (Lieve Ottevaere)
Ten Bruggencatenummer 06714 LL
<p>Herentmolen<br />Aardemolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden  

Beschrijving / geschiedenis

Benaming, schrijfwijze: hernemuelene 1575, herrentmuelen 1614, Heerenmeulen 1641, herrentmeullene 1771, Loncke's molen 1834, Aardemolen en Allaerts'molen.
Noord Heirenthoek.
Ligging voor WO I: Op de hoek van de Gentstraat, de Lostraat en de huidige inrit naar de Herentmolen. De molenwal lag rechts van het huidige kapelletje. De huidige molen ligt een weinig verder. De Herentmolen is de enige nog bestaande windmolen in Meulebeke.De vroegste ons bekende vermelding van een "hernemuelene" komt uit 1575: François vander Muelene was er molenaar-eigenaar. Op dit tijdstip draaiden in Meulebeke nog drie andere graanmolens:deze van de Heer van Meulebeke,van de Heer van Bosterhout en van Charles Vandenbussche. Beide landsheren verzetten zich in 1575 tegen de bouw van een vijfde graanwindmolen in Meulebeke, met het argument dat reeds voldoende windmolens aanwezig waren.

Op 25 juni 1578 werd aan François Vander Muelene het octrooi verleend om naast zijn molen een rosmolen op te richten,gelegen op "den Herentcautere" ,om ermee alle soorten graan te malen tot ieders gerief. Aan de Watergravie moest jaarlijks een cijns van 16 stuivers betaald worden.

Maar inmiddels waren de "troebelen" volop bezig. Ook Meulebeke bleef hiervan niet gespaard. Twee van de vier windmolens werden volledig vernield. De "hernemuelene" was één van de molens die rechtop bleef staan en nog hersteld kon worden. We zien hem aangeduid op de kaart van Sanderus (1641),onder de benaming"Heernemolen". De bijbehorende rosmolen was teloorgegaan. Het landboek van Meulebeke uit 1654 vermeldt dat aan de windmolen een stukje land paalt "up de westzijde daer de perdemuellen placht te staene". Op dat ogenblik behoorde de molen toe aan Jooren De Bruyne. In 1736 was François D'Hondt fs Joannes de pachter-molenaar. Toen vroeg hij een octrooi aan om een windmolen te mogen oprichten te Zeveren bij Deinze, hetgeen hij op 4 juli 1737 bekwam.

Op de Ferrariskaart (1770-1778) wordt de molen "D'herte Meulen", genoemd. Een advertentie voor de verkoop van een omliggende boerderij, verschenen in de "Gazette van Gend" van 20 en 30 maart 1797, vermeldt de benaming "den Heerentmolen".

Bijna 200 jaar (van omstreeks 1746 tot 1923) was de familie Loncke molenaar of eigenaar van de Herentmolen. In 1834 was Leonard Loncke molenaar te Meulebeke. Hij was in 1847 ook eigenaar van de Plaatsmolen in Meulebeke en van Ginste Stampkot, een oliewindmolen te Oostrozebeke, gehucht Ginste. In 1878 werd de molen verworven door de weduwe en de kinderen van Lodewijk Vermeulen-Loncke, olieslager uit Ingelmunster.

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Loncke Amandus, de kinderen
- 29.08.1846, erfenis: Loncke-Vanwambeke Leonardus, molenaar te Meulebeke
- 05.02.1878, deling: Vermeulen-Loncke Louis, de weduwe en de kinderen, olieslagers te Meulebeke (notaris Libbrecht)
- 28.11.1901, verkoop: Lambrecht Leonia, landbouwster te Meulebeke (notaris De Brabandere)
- 04.09.1919, deling: Loncke-Verkerre Arthur, molenaar te Meulebeke (notaris De Brabandere - beschadigde windmolen)
- 01.04.1927, verkoop: Allaert-Vandewiele Henri, landbouwer te Tielt (notaris De Brabandere)
- 02.11.1928, erfenis: de weduwe en de kinderen (overlijden van Henri Allaert)
- 08.10.1948, lic.: Allaert Maurice Gerard (°Heule 24.06.1904 - +Tielt 16.04.1963, gehuwd met Zoé Lefebre), molenaar te Meulebeke (notaris Verkest)
- 16.04.1963, erfenis: de weduwe (Zoé Lefebre) en de kinderen, waaronder Michel (overlijden van Maurice Allaert te Tielt)
- 24.04.1967, erfenis: Allaert-Ottevaere Michel Germain Frans, werkman te Meulebeke (notaris De Brabandere)
- 05.05.2011, erfenis: weduwe (Ottevaere Godelieve) en zoon (Allaert Frank) (overlijden van Michel Allaert)

De molen bleef niet van ongelukken gespaard.
- Op vrijdag 10 september 1886 speelde het negenjarig zoontje van Karel Vandeghinste op de molenwal. Hij kreeg een slag van één van de draaiende wieken en was op slag dood.
- In hetzelfde jaar 1886 ontsnapte de molen ei zo na aan een blikseminslag. Die viel immers op de bijbehorende woning.
- Op 29 augustus 1893 verongelukte molenmaker Johannes Hoste uit Wakken in de Herentmolen. Hij werd in een trog (kruiwagen) naar zijn woonplaats Wakken gebracht...

In de eerste wereldoorlog werd de Herentmolen, toen nog steeds een staakmolen op teerlingen, totaal vernield. Ter vervanging ervan bouwde Jules Caen, in opdracht van Arthur Loncke, in 1920-1922 een weinig verder een staakmolen op torenkot met vliegende gaanderij. Het was evenwel geen volledige nieuwbouw, aangezien de molenkast afkomstig was van de Pietemolen aan de Deken Darraslaan te Tielt. Deze was gebouwd in 1791 als oliemolen en werd in 1828 op een torenkot geplaatst. In 1927 verkocht Arthur Loncke zijn molen aan Maurice Allaert-Lefebre (Heule 1904 - Tielt 1963) die hem kort daarna kwam bewonen. Tot 1943 diende het torenkot als woonhuis, toen voor de molen een nieuwe woning werd gebouwd. Daarna werd het torenkot gebruikt als opslagplaats.

In 1956 werd de molen volledig afgebroken om de gebroken staak te vervangen. De molen uit Tielt was ook te flauw gebouwd. Alleen het torenkot bleef staan en werd nog eens extra versterkt. De molen werd terug opgetrokken, met zowel nieuwe als tweedehandse stukken door molenbouwer Robert Vandekerckhove en zijn helper Oscar Buyck uit Ingelmunster. Bij deze heropbouw werden stukken gebruikt, afkomstig uit (minstens) drie verschillende molens: de molenkast, de staak, steenbalk en gebinte uit Vollezele (Vlaams-Brabant), één roede uit de stenen Bearellemolen van Aarsele, de tweede roede en de askop uit de stenen Termotes molen van Ruddervoorde.

De nieuwe Herentmolen is een zware staakmolen op een torenkot. Op de vliegende gaanderij die vastgemaakt is aan het molenkot, staat de molenaar om de zeilen te spannen. Die gaanderij is te bereiken langs een laddertje vanuit de meelzolder.

De voet van het torenkot is 30 meter boven de zeespiegel gelegen. De molen heeft twee verdiepingen : de meelzolder en de steenzolder. Het torenkot heeft twee bouwlagen : gelijkvloers en verdieping. De hoogte van het torenkot is 5,7 meter. Het vloerpeil van de meelzolder ligt 9,15 meter boven de begane grond en is te bereiken langs een steile buitentrap. Het vloerpeil van de steenzolder ligt 3,35 meter hoger. De totale constructie vanaf de begane grond tot aan de nok van het dak van het molenkot is 18 meter.

De meelzolder dient als opslagplaats voor graan en meel. Op de steenzolder liggen drie steenkoppels : twee achtermolens met onderaandrijving en een voormolen met bovenaandrijving. Verder is er nog een haverpletter. De wieken hebben een vlucht van 24 meter.

In 1972 werd het torenkot omgebouwd tot ontvangstplaats voor bezoekers. Drie jaar later werden nogmaals belangrijke herstellingswerken uitgevoerd door de molenbouwers Peel uit Gistel. Het hekwerk, de vliegende gaanderij, alsook de staart en de kap werden volledig vernieuwd. De molen kreeg ook een grondige schilderbeurt. De Herentmolen is naast de thans gedemonteerde Geluveldmolen de enige nog bestaande torenkotmolen in Vlaanderen, die uiotgerust is met een vliegende gaanderij. De molen werd nogmaals in 2005 gerestaureerd door molenbouwer Wieme Roland & Kris uit Machelen (Zulte), naar een ontwerp van Sabine Okkerse uit Horebeke. De molen is opnieuw maalvaardig.

De laatste beroepsmolenaar (later op vrijwillige basis) was Michel Allaert. Hij was geboren op 11 augustus 1932 in het toen nog bewoonde torenkot van deze staakmolen.
Hij was gehuwd met mevr. Lieve Ottevaere en er is één zoon, Frank Allaert, die nu in Zwevezele woont.
Michel was al enkele jaren ernstig ziek en kon, tot zijn grote spijt, sinds 2007 niet meer draaien met de molen. In de jaren 1970 liet Michel het torenkot inrichten als een gezellige herberg (die al enige tijd dicht is) en in 1983 bouwde hij op zijn erf een maalvaardig schaalmodel (op 1/3) van de Poelbergmolen te Tielt.
Michel overleed thuis op 5 mei 2011 en werd begraven op 11 mei in de parochiekerk van Meulebeke-Marialoop.

Lieven DENEWET

Architecturale en technische beschrijving

Molenerf met kasseibestrating en losse verharding, aan noordzijde afgezet door betonnen muur.
Herentmolen. Staakmolen op torenkot met vliegende gaanderij bereikbaar via een laddertje vanuit de meelzolder. Ruim, witgekalkt bakstenen torenkot van twee bouwlagen, thans voorzien van betonnen versterking voor de kruisplaten, twee I-ijzers die rusten op vier betonnen pijlers tegen de binnenwand. Segmentbogige muuropeningen waarin houtwerk met verticale roedeverdeling in bovenlichten.
Huidige molenkast opgericht in 1956 met recuperatiemateriaal afkomstig van verschillende molens; bewaarde stijlen en regels van de oude voorwand; verticale beschieting op de zij- en voorkant. Mansardevormige gebroken kap met witgeschilderde houten bebording; kap, windveeg en dakuitbouw bedekt met eternitleien. Geklinknageld wiekenkruis met vlucht van ca. 24 m. Meelzolder te bereiken langs zeer lange en steile buitentrap.
Inrichting. Korenmolen met meelzolder via luik verbonden met hangende gaanderij. Steenzolder met drie steenkoppels: voormolen met bovenaandrijving en twee achtermolens met onderaandrijving en moderne kamwielen. Naar verluidt zijn twee maalstoelen afkomstig uit de "Kapellemolen" of "Bals Molen" te Schuiferskapelle (cf. Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Tielt, Schuiferskapelle, Waalbosstraat nr. 3). Haverpletter; builmolen. Op het klauwijzer van de voormolen staat datering "1843".
Ten zuidwesten van de Herentmolen, nieuw molenaarshuis daterend van ca. 1939 ter vervanging van het oude (cf. Buysveldstraat nr. 15). Eenlagige baksteenbouw onder overkragend, gemansardeerd schilddak (mechanische pannen). Dubbelhuis van drie traveeën met muuropeningen onder betonnen lateien; schuiframen.
Ten noordoosten van de molen, maalderij gebouwd in 1922-1923, uitgebreid en verhoogd in het tweede kwart van de 20ste eeuw. Gekoppelde baksteenbouw onder zadeldak met muuropeningen onder betonnen lateien, schuifpoorten en -laaddeuren.
Bijgebouwen in dezelfde bouwtrant ten noord- en westzijde van de molen.
Op achterliggend weiland ten noorden van het molenerf, de z.g. Kleine Herentmolen, gebouwd in 1979-1983 als maalvaardig schaalmodel van een staakmolen met open voet op bakstenen teerlingen. Korenmolen met houten gevlucht van 12 meter; één steenkoppel met diameter van ca. 0,90 m (zie afzonderlijke webpagina).
In voortuin aan zuidzijde van het molenaarshuis, nog kleiner schaalmodel van houten staakmolen met open voet.

<p>Herentmolen<br />Aardemolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Herentmolen<br />Aardemolen</p>

Foto John Verpaalen, jaren 1980 (Prentkaart Stichting Ons Molenheem, Roosendaal)

<p>Herentmolen<br />Aardemolen</p>

Prentkaart (ca. 1975), coll. Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille

<p>Herentmolen<br />Aardemolen</p>

Prentkaart ca. 1960. Verzameling Ons Molenheem

<p>Herentmolen<br />Aardemolen</p>

Foto voor 1943. Verzameling Ons Molenheem

Literatuur

Gedrukte bronnen
"Gazette van Gend", 20 en 30.03 en 03.04.1797 of 30 ventôse, 10 en 14 germinal jaar V (vermelding "den Heerentmolen)

Werken
Gabriël Houthoofd, Lieven Denewet & Genoveva Baert, "De windmolens van Meulebeke", Meulebeke, 1994.
Lieven Denewet, "Onderhoudswerken aan de Herentmolen te Meulebeke", in: West-Vlaams Molenblad, XXI, 2005, nr. 4, p. 180-181.
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 96.
Lieven Denewet, "Rapport. Dertig jaar molenzorg in het Tieltse Molenland", in: Molenecho's, XXXI, 2003, nr. 1, p. 20-45 (22).
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 314-315 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9).
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel 1. Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt", Brugge, 2001, p. 158.
Jacques Lorthiois, "Flandre Occidentale. Meuniers et moulins de West-Flandre", L'Intermédiaire des Généalogistes, n° 170, XXIX, 1974, 2, p. 116-126 (121).
R. Hoste, "De familie Hoste uit West-Vlanderen", Het Laatste Nieuws, bijzonder uitgave nr. 24, 29.04.1988 (p. 3) (over het ongeval van molenmaker Johannes Hoste op de Herentmolen, 29.08.1893).
G. Baert, "Van aubergien, lantsherberghskens en brandewijnhuysen te Meulebeke", in De Roede van Tielt, jg. 18, nr. 4, 1987, p. 91, 96.
Lieven Demedts, "Kroniek van Marialoop", Oostrozebeke, 2000, p. 12-14.
Lieven Denewet & Luc Goeminne, "Molenmakers in Vlaanderen. Het werkboek van Coussée uit Meulebeke", in Molenecho's Vlaams tijdschrift voor molinologie, XXII, nrs. 3-4, 1994, p. 114, 255-257.
Lieven Denewet, "Onderhoudswerken aan de Herentmolen te Meulebeke", in Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse molens, jg. 21, nr. 4, 2005, p. 180-181.
Gaverspad, brochure wandelroutes, Meulebeke, s.d., p. 4.
Herman Holemans, "West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 5. Gemeenten M-O", Rotem, Studiekring Ons Molenheem, 1999.
R. Germonprez, "Het boek van Meulebeke", Meulebeke, 1982, p. 252-253, 256.
Hulstveldepad, brochure wandelroutes, Meulebeke, 1979, p. 8.
F. Maes, "Toponymie van Meulebeke t.e.m. 1700", onuitgegeven licentiaatverhandeling, Universiteit Gent, 1998-1999, p. 45, 61.
"Marialoop-pad, brochure wandelroutes", Meulebeke, s.d., p. 13-14.
(L. Smet), "Meulebeke. Herentmolen", in: Molenecho's, III, 1975, p. 35-36;
E. D(e) K(inderen), "De Herentmolen te Meulebeke", in: De Belgische Molenaar, LXX, 1975, p. 198-199;
Paul Vandepitte & Jaak Billiet, "Tielt en de Molenlandroute: een historisch-toeristische verkenning", Tielt, De Roede van Tielt, 1973, 136 p., ill.
J. De Schepper, "De mooie molen bedreigd. Molenzorg", in: Open Deur, Brussel, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap. Culturele diensten, 10, 1978, p. 101-107, ill.
"Provinciale draaipremie voor ambachtelijke molens. Aantal asomwentelingen van West-Vlaamse molens in 2004-2009", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVI, 2010, 3, p. 115-118.
"Aantal asomwentelingen van West-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 50.
Gonda Callaert m.m.v. B. Boone & S. Moeykens, "Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Meulebeke", Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL38, 2008.
Lieven Denewet, Honderd Bespookte Molens in Vlaanderen. Honderd molensagen van de Kuststreek tot het Maasland, in: Molenecho’s, XX, 1992, nr. 2-3.

Persberichten
Geert De Kockere (tekst) & Lieven Neirinck (foto's), "Daar bij die molen, die mooie molen...", Het Nieuwsblad,  06.06.1984, p. 13;
Ingrid Castelein, "Herentmolen in glorie hersteld. Restauratie is helemaal achter de rug", in: Het Nieuwsblad, 19.01.2006.
Luc Bouckhuyt, "Molendagen komen eraan. Herentmolen weer maalvaardig", in: De Weekbode, ed. Tielt, 27.01.2006.
Luc Bouckhuyt, "Allaerts kapel zwaar gehavend", in: De Weekbode, ed. Tielt, 21.01.2011.
MJT, "Overlijdens. Michel Allaert", in: De Weekbode, ed. Tielt, 13.05.2011.


Laatst bijgewerkt: vrijdag 13 mei 2016
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens