zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen Oostmolen<br />Kleine Molen, Gistelhomevorige paginaGistel, West-Vlaanderen
Naam Oostmolen
Kleine Molen
Ligging Warandestraat 29a
8470 Gistel
toon op kaart
Eigenaar Gemeente Gistel
Bouwjaar Voor 1302, herbouwd na 1488, na 1600, in 1841 en 1979-1982
Type Staakmolen op torenkot
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Volledige ingerichte houten graan- en oliemolen
Gevlucht/Rad Gelaste, verbusselde roeden met remneuzen
Inrichting 2 maalstoelen; olieslagerij met 1 kollergang, 2 vuisters, het persblok en het heiwerk in het torenkot
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument, DSG: dorps- en stadsgezicht,
23.12.1942 / 26.03.1998 / 04.12.2003
Molenaar Benoît Delaere (tel. 059 279237, e-mail: delaere.b@scarlet.be), Nico Mees, Wilfried Meulders, Filip Vandenbulcke, Piet Halewyck
Openingstijden Molensite met bezoekerscentrum van april tot en met oktober: elke zondag 14-18 u.; paas- en zomervakantie: elke dag 13.30 tot 18 u. Dienst voor Toerisme, tel. 059.27.02.17, sport@gistel.be (M. Vansevenant)

Foto: Donald Vandenbulcke, 13.04.2008  

Beschrijving / geschiedenis

De Oostmolen te Gistel staat aan de Warandestraat en dankt zijn naam aan zijn oostelijke ligging ten opzichte van de kerk. Te Gistel wordt hij echter ook de Kleine Molen genoemd. Hij was immers kleiner dan de verdwenen Westmolen, die hier dan ook de Grote Molen werd genoemd. Door zijn dubbele functie van graan- en oliemolen dient de Oostmolen beschouwd te worden als een enig exemplaar onder de staakmolens. Het wiekenkruis is niet alleen een aandrijfbron voor de twee koppels maalstenen in de draaibare molenkast maar ook voor de olieslagerij in het stampkost.

De molen werd reeds vermeld in 1302. Aanvankelijk was het een banmolen, gezien iedere tiende schep graan aan de Heer van Gistel moest worden afgestaan. De molen staat afgebeeld op de kaart van Jacob Van Deventer (ca. 1659-1573) en op de Sanderusgravure (1641). Het huidige molengebouw dateert uit de 18e eeuw en staat op de Ferrariskaart (1770-1778).

In de loop der tijden heeft deze molen het zwaar te verduren gehad. Hij werd een eerste maal platgebrand samen met de Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk en het kasteel in 1488 door de bezettingstroepen van Maximiliaan van Oostenrijk. Een tweede maal vond hij zijn ondergang tijdens de godsdiensttroebelen op het einde van de 16e eeuw.

Oorspronkelijk was de Oostmolen een typische Vlaamse staakmolen die op bakstenen teerlingen was geplaatst. In 1841 werd de oude staakmolen op een torenkot geplaatst door molenbouwer Karel Peel uit Gistel, met de bedoeling er ook een oliemolen in te richten. Daartoe werd de hele korenmolen enkele meter opgetild, de kruisplaten werden versterkt, terwijl de grond met een kleine meter werd uitgediept en van een konische muur werd voorzien. Tevens liet hij de staak doorboren om de olielagerij door het wiekenkruis te kunnen laten aandrijven.

In 1907 kwam de molen in het bezit van Alfred Ronse, een grote molenkenner. Hij drong ook steeds aan op verbetering van onze windmolens, zodat hij er als de kippen bij was, telkens er zich een technische vooruitgang aandiende. In 1933 werd de Oostmolen als eerste in West-Vlaanderen voorzien van het wiekverbeteringssysteem Dekker, waarbij de roeden met aluminiumplaten bekleed werd om een aërodynamisch profiel te bekomen. Dank zij de stroomlijnvleugels van Dekker kon de molen nu veel sneller dan vroeger. In een blauwe steen in de muur van het torenkot kunnen we lezen: "Verdekkerd 'k zal draaien / Hoe weinig 't mag waaien! / Door Z.E.H. Bruyneel P.D. ingewijd / Alfred Ronse, eigenaar / Em. Vanhevel, molenaar / Verhaeghe-Decuyper, wiekenmaker / 22-X-1933."
Een andere verbetering waren de rollagers waarop de hals van de molenas draaide.

Vanaf 1934 werd de molen niet meer gebruikt. Ondanks de goede zorgen van Alfred Ronse en van de molenaars Van Hevel geraakte de molen stilaan in verval. Alfred Ronse overleed in 1962. In 1972 schonken zijn erfgenamen de molen aan de stad Gistel. Een restauratieplan werd opgemaakt. Helaas brandde de molen af in 1977, precies één dag voor de aanbesteding. Tussen 1979 en 1982 werd .de staakmolen volledig heropgebouwd door de Gistelse molenbouwersfamilie Peel o.l.v. ingenieur-architect W. Snauwaert. Het oliestampwerk werd ook hersteld. Er kwam een nieuw houten wiekenkruis, alhoewel voor 1977 al een ijzeren gevlucht aanwezig was. De inhuldiging van de gerestaureerde graan- en olieslagmolen vond plaats op 19 mei 1984.

Naast het roedenprobleem waren er ook een aantal andere restauratiepunten die door molenbouwers, molenaars en molinologen werden afgeraden. De molenaars spreken dan vooral over de populieren beplanking van de molenkast (vroeger was het oregon), de eiken leien op kap en windweeg (men wilde kastanje leien), de te lichte middenlijsten, de houten vang, het niet meer aanbrengen van het met ijzeren staven bezette lantaarnwiel in het torenkot en de ongelukkig gekozen boord van het torenkot (zakken opluien wordt hierdoor bemoeilijkt). De molenaars willden dan ook een andere bedekking aanbrengen op het torenkot en de deuren van het stampkot weer recht plaatsen.

In juni 1999 brak een houten roede af. Gelukkig vielen hierbij geen slachtoffers. In 2006-2007 voerde Adriaens Molenbouw bv een maalvaardige restauratie uit (naar een ontwerp arch. Benoit Delaey uit Brugge; aanbesteding: 30.10.2004). Op 7 november 2006 werd de molenkast van de staak getild om hersteld te worden. Er werd uiteindelijk geopteerd om stalen gelaste roeden aan te brengen, voorzien van het stroomlijnprofiel Van Bussel met remneuzen (geplaatst op 26.09.2007). Op zondag 13 april 2008 werd de Molensite Oostmolen feestelijk ingehuldigd.

De eerste vrijwillig molenaar was Jules Vanhevel (1927-2009), afstammeling van de vroegere beroepsmolenaars. Hij wist zijn molenkennis door te geven aan Benoît Delaere en Nico Mees. In 2009 kwamen er drie vrijwillige molenaars bij: Wilfried Meulders, Filip Vandenbulcke en Piet Halewyck. In het nabijgelegen museum worden regelmatig rondleidingen gegeven, zoals door mevr. Andrea Blontrock, de vrouw van molenmaker op rust Herman Peel.

Technische aspecten van de oliemolen

Oorspronkelijk had deze staakmolen een open voet. De molen was dan ingericht als korenmolen. Later werd de molen uitgebreid met een oliemolen. Hierbij werd de staak opgeschort om een kegelvormig torenkot te metselen. De ruimte waar de oliemolen ingericht is, zit een eindje in de grond. Van de teerlingen is geen spoor meer.
De staak is samengesteld. Daarin loopt een ijzeren spil van boven naar beneden in het torenkot. Onderaan de spil zit een klein rondsel. Deze kan zowel het steenwiel van de kollergang als de nokkenas in werking stellen. Op deze nokkenas zitten vier nokken  Deze lichten de heien die de wiggen in de slagbank aanslaan. Er is een dubbele slagbank: voor de voorslag en de naslag. Op de nokkenas zijn ook drie wielen met riemoverbrenging. Twee banden drijven de roerstokken van de twee vuringen of vuisters aan. Een derde band drijft een lijnkoekpletter aan om lijnkoeken te breken of haver te pletten.

Benoît Delaere, Lieven Denewet, Maarten Osstyn


Foto: Harmannus Noot, 11.10.2008


Voor de roedebreuk van 1999. Foto: Benoît Delaere


Slagbank en fornuis in het torenkot. Foto: Harmannus Noot, 11.10.2008


Foto: Archief Gazet van Antwerpen (anno 1955)


Prentkaart van voor 1933. Coll. Rob Simons, Sint-Huibrechts-Lille.

Bijlagen

1. Het project "Oostmolensite"
Inleiding
De stad is eigenaar, ingevolge aankoop jegens de familie Ronse, van de gronden langs de Warandestraat, waarop de Oostmolen en de molenhoeve met schuur staan. Dit eigendom paalt aan het domein Ter Elst, door de stad aangekocht jegens de familie Vanhenckxthoven, waar de bibliotheek gevestigd is. Samen vormen deze eigendommen een groene long van 13.350 m² groot binnen de stadskern. Hopelijke slagen we er ooit in om deze omgeving via het park van de familie Rosseel en de Bruidstraat te verbinden met het stadspark rond de kerk. De stad wil de omgeving van de Oostmolen en de bibliotheek bestemmen als een ruimte met een toeristische, recreatieve en educatieve functie. Het moet vooral ook een plaats zijn waar de Gistelnaar in eigen stad tot rust kan komen. Om deze functies te verwezenlijken wordt de bestaande infrastructuur gerestaureerd en opnieuw ingericht.
1. De Oostmolen
Op 26 juni 1999, bij windstil weer, brak plots één houten wiek van de Oostmolen af. Om veiligheids-redenen werd daarna ook de wiek in het verlengde van de afgebroken wiek verwijderd. De sinds 1942 als monument geklasseerde Oostmolen staat er al die tijd troosteloos bij. Het restauratiedossier heeft jaren aangesleept. Terwijl mensen uit de praktijk, zoals molenaar en molenbouwer, opteerden voor lichtere metalen wieken, bleef Monumenten en Landschappen kiezen voor houten wieken. De restauratie van de volledige molen (met houten wieken) werd onlangs toegewezen aan de Nederlandse molenbouwer Adriaens. De werken zullen € 282.414 kosten en worden voor 80 procent gesubsidieerd door het Vlaamse Gewest.Hopelijk worden enkele administratieve beslissingen nu vlug genomen zodat met de werken kan gestart worden en de molen klaar is begin 2006. Deze unieke molen, waarmee zowel lijnzaadolie als meel wordt geproduceerd, zal dan opnieuw draaien en binnenin kunnen bezichtigd worden.
2. Het Molenmuseum
Aan het projectbureau Monument in Ontwikkeling uit Nieuwpoort heeft de stad de opdracht gegeven om in het gebouwtje voor de molen en in de oliekelder en molenzolder naast de molenhoeve een bezoekerscentrum in te richten. In dit centrum zal de bezoeker geïnformeerd worden over:
- de geschiedenis en de mechaniek van de Oostmolen
- de molenbouwer Alfred Ronse, de molenaarsfamilie Vanhevel, de molenbouwers Peel, de restauratiewerken aan de Oostmolen en de molenhoeve
- de verdwenen molens in Gistel
- het rijke molenpatrimonium in West-Vlaanderen
Dit project wordt geraamd op € 115.000 . De stad kon zowel Europese als provinciale subsidies verwerven voor een totaal bedrag van € 72.600.
3. De Molenhoeve
Na aankoop van de molenhoeve in 1998 heeft de stad de klassering als monument aangevraagd van deze hoeve en de bijhorende schuur. De bescherming van de molenhoeve gebeurde al in 1997 maar de schuur werd pas in 2004 beschermd. Deze klassering als monument is uiteraard belangrijk om overheidssubsidies te ontvangen voor de restauratie van deze gebouwen. Deze subsidies bedragen 80 procent van de ruwbouwwerken, die € 353.987 bedragen en momenteel uitgevoerd worden door de firma Beke uit Moerbrugge. De werken zullen wellicht in het najaar beëindigd zijn. Elektriciteit, sanitair, verwarming en aanleg van de omgeving worden geraamd op € 122.689. De stad opteerde ervoor om de molenhoeve een voor het publiek toegankelijke functie te geven. Het gebouw zal door de stad in concessie worden gegeven voor de uitbating van een horecazaak (herberg, tearoom, bistro). In de onmiddellijke omgeving zullen terrassen worden aangelegd en zal er speelgelegenheid zijn voor de kinderen. Er wordt ook een milieu-educatief project uitgewerkt. Zo zal het vuile water, afkomstig van de uitbating van de horecazaak, gezuiverd worden via een plaatselijk rietveld.
4. Parkeergelegenheid
Omdat er langs de Warande- straat niet geparkeerd kan worden heeft de stad een terrein aan de overzijde van de molenhoeve kunnen verwerven jegens het OCMW. Op dit terrein zal een parking aangelegd worden voor de bezoekers van de molen en de molenhoeve. Deze parking zal uiteraard klaar zijn tegen de opening van de molensite midden 2006.
5. De Molenschuur
De restauratie van de geklasseerde molenschuur zal vermoedelijk pas in 2007 kunnen gebeuren. Momenteel denkt het stadsbestuur nog na over de bestemming van deze schuur. Meer en meer wordt gedacht om de schuur in te richten als een volwaardig inrijpunt op het provinciaal fietsroutenetwerk. De schuur zou dan een uitvalbasis zijn zowel voor de geoefende fietser op doortocht in de streek als voor de recreatieve fietser die in de omgeving wil rondtoeren. In de schuur zouden voorzieningen zijn om te overnachten, om fietsen te huren en te herstellen. Ook een klein museum dat herinnert aan onze grote Gistelse wielrenners Johan Museeuw, Sylvère en Romain Maes, behoort tot de mogelijkheden.
De evolutie van de uitwerking van de Oostmolensite evolueert gunstig. De werken aan de molenhoeve naderen het einde. Twee films (Peel - Ronse) werden door regisseur P. Houwen reeds ingeblikt. Het dossier voor de restauratie van het bezoekerscentrum is reeds bij de bevoegde minister. Straks keurt de gemeenteraad het ontwerp voor het bezoekerscentrum goed. Het concessiecontract voor de hoeve is bijna klaar. Een dossier voor de geklasseerde schuur is reeds overgemaakt aan Monumentenzorg. Een voorstel van fietsinrijpunt (21 logieseenheden en een tentoonstellingsruimte) wordt met alle partners besproken op donderdag 27 oktober. Tenslotte wordt vanaf maart 2006 de molen gerestaureerd. Aan de firma Idee Productions werd de opdracht gegeven om de volledige restauratie te filmen.

2. Herman Peel, "De roedenkwestie van de Oostmolen te Gistel. Beweringen en feiten bij een interview".
In het kader van haar licentiaatsverhandeling over de Evolutie in de zorg voor windmolens in (West)-Vlaanderen heeft Fanny Delaey een interview met de heer Hilbrand De Vuyst, inspecteur van Monumenten en Landschappen, Vakgebied Industrieel Erfgoed (29 oktober 2003), gepubliceerd in Molenecho’s, januari – juni 2005.
De Gistelse Oostmolen is volgens de inspecteur het enige dossier dat aanleiding geeft tot wrijvingen tussen de verschillende partijen. Dit enige feit vraagt toch een verklaring en een beetje toelichting over het waarom van de wrijvingen. Helaas geen woord, alleen doodse stilte.
De inspecteur heeft het over het huidige dossier dat aansleept sinds 1999. Ook het eerste dossier van deze molen was oorzaak van grote wrijvingen.
In Gistel zat men in 1975 echt niet te wachten op de plotse knowhow van moleninspecteurs en architecten zonder molenervaring, om de Oostmolen, een unieke torenkotmolen, te restaureren. Met de kennis van wijlen Alfred Ronse, de eerste molinoloog van België en van de molenmakers, sinds zes generaties, hadden we kennis en ervaring genoeg. Op de reeds lang bestaande ijzeren roeden heeft A. Ronse in 1933 een verdekkering laten aanbrengen wegens de slechte windvang.
Oorzaak van de latente wrijving was de botsing tussen theorie en praktijk. Volgens de beleidsnota was dit ijzeren molenkruis niet authentiek noch traditioneel en moest het vervangen worden door een antiek houten kruis.
Niettegenstaande de vele bezwaren uit de praktijk aanvaardde het toenmalig gemeentebestuur een houten kruis om de subsidies niet te verliezen. De voorspellingen werden helaas bevestigd met regelmatige herstellingen aan het 24,50 m lange houten gevlucht tot gevolg. In 1990 werd - gelukkig tijdig - een breukinzet van de binnenroede opgemerkt, vermoedelijk door een onhandig vangmanoeuvre; de roede werd versterkt met een U-profiel. Op 26 juni 1999, in de voormiddag, was het “Roefeldag” met spelende kinderen rond de molen. De plotse breuk van de buitenpestel, tijdens de middag, met een vallend moleneinde, veroorzaakte bijna een tragisch gebeuren. De schrik voor een houten molen-kruis zat en zit er dik in bij het gemeentebestuur.
De huidige wrijvingen spitsen zich hoofdzakelijk opnieuw toe op de keuze van het molenkruis.
Als adviseur, door de gemeente toegevoegd bij de architect voor het molentechnisch aspect, was en is mijn advies als volgt:
“Een ijzeren molenkruis met fokwieken, voorzien van hydraulisch gedempte regelkleppen” is de beste oplossing, wegens:
- de zeer slechte windvang van de Oostmolen
- de vroeger reeds toegepaste wiekverbeteringen
- de startproblemen met de oliemolen
- de grotere trekkracht, zeker bij weinig wind.
De oliemolen start vol belast met de vier ton zware pletstenen op een zaadbed en deze vragen veel wind en zeil. Bij ruimende wind draaien ze te snel en moet gekort worden met opnieuw startproblemen. Bij krimpende winden zijn het als vliegwielen en drijven ze de molen aan met extra sleet op de tandwielen.
De fokwieken, met centrifugaal geregelde remkleppen, beperken voor een groot deel dit probleem, en bij storm kunnen de remkleppen dwars geplaatst worden en geven een bijkomende veiligheid.

De enige opmerking van het “Vakgebied Industrieel Erfgoed” betreffende de keuze van het molenkruis beperkte zich tot volgende bewering:
“Een kollergang heeft minder vermogen nodig om te starten dan een steenkoppel om graan te malen. Dit heeft uiteraard te maken met de wrijvingscoëfficiënt tussen de lopers en het doods-bed”. Wordt hiermee de rollende wrijving bedoeld van de pletstenen vergeleken met de vlakke wrijving van de maalstenen? Wat het ook zij, maalstenen starten uitgelicht en in feite in vrijloop.
Verder wordt gewezen op het belang van een gelijkmatig draaiende beweging van de pletstenen en gelijkmatig vermogen van de heien.
Het is een feit dat fokwieken het best een gelijkmatig draaiende beweging geven aan het molenkruis en aan het draaiende werk, door het automatisch openen en sluiten van de regelklep-pen. Het Vakgebied Industrieel Erfgoed verklaart ook dat verbeterde wieksystemen toegepast (in Gistel) tijdens het interbellum bewaard moeten blijven.
In Gistel werden ze echter (na de brand van 1977) weggerestaureerd.
Aan een verknoeide molenbiotoop waar een molen nog nauwelijks kan draaien (zoals in Gistel) kan het Vakgebied weinig verhelpen.
Inderdaad, niet aan de biotoop, wel aan de molen.
Een inspecteur spreekt zich uit tegen gelaste roeden, want ze zouden noch historisch, noch traditioneel, noch duurzaam zijn. Zijn collega deed houten roeden ontwikkelen (met hulp van een studiebu-reau zonder molenpraktijk) die noch historisch, noch traditioneel noch streekeigen zijn. Die worden gemaakt van tropisch hout, versterkt met inox staven, epoxyharsen en gelijmd en een hekwerk met lapscheden. Deze houten roeden in één stuk gelijken bijna op gelaste roeden en hebben in de verste verte geen overeenkomst met de traditionele en historische pestelroeden en zijn extra zwaar.
Dergelijk houten gevlucht wordt nu te pas en te onpas opgedrongen aan de moleneigenaars. Dit is geen beleidslijn maar willekeur.
Het loflied dat de inspecteur aanheft over klinkwerk tegenover laswerk klopt ook niet met de feiten. We hadden en hebben wel kennis van klinkwerk, want we zijn ermee opgegroeid. De eerste ijzeren vijzel voor de poldermolen Sint-Karel in De Moeren werd door mijn vader ge-maakt en geklonken! Het prijsvoordeel van las-werk kennen we uit eigen ervaring, en dat is de reden van de algemene toepassing ervan.
Het verschil tussen geklonken en gelaste roeden werd het best verwoord in het uitstekend artikel “Roedebreuk” van P. Martens in het tijdschrift Levende Molens, oktober 2005. Het is volledig in overeenstemming met mijn ervaring en ik kan daar enkel nog één tip aan toevoegen: een lasser moet steeds zorgen voor krimpvrij laswerk. Dit betekent dat de volgorde van de lasnaden zoveel mogelijk de krimpspanningen neutraliseert, wat belangrijk is bij lange constructies zoals molenroeden.
Het monotoon boren van gaten en kloppen van klinknagels vraagt veel minder handvaardigheid dan laswerk en de gloeiend hete klinknagels verschroeien alle beschermingslagen tussen de platen en zijn oorzaak van condens en roestvorming. Een andere bewering stelt: “Het smidsvuur is terug van weggeweest”.
Wij hebben meer dan honderd taatsen en taatspotten hersteld en gemaakt, ontladen en gehard, scherphamers uitgeslagen en getemperd. Het is een feit dat dit niet kan in een kachel en spaar ons van een koude smid.
In 1959 hebben we het vlaszwingelmolentje te Heule hersteld, door bemiddeling van Marcel Braet en zo gered van een totaal verval. Het zwin-gelkotje werd hersteld, een nieuwe trap, gebint en molenkruis in bilinga. Na 35 jaar was dit houten kruis nog in prima staat, mooi recht en niet getorst.
Tijdens de restauratie van 1994 werd alles weggerestaureerd en het authentiek zwingelmolentje werd tot in de grond gesloopt. Alles werd nieuw-bouw, met een eiken gevlucht waarvan een pestel na enkele jaren reeds vervangen moest worden.
Dit was nu eens een voorbeeld uit de praktijk van de degelijkheid van bilinga maar de toenmalige inspecteur had daar geen waardering voor, want het was geen streekeigen houtsoort. Maar wanneer enkele jaren later een studiebureau bilinga aanbeveelt voor een nieuw soort houten roeden, wordt dit op slag “het van de” en moet het gebruikt worden. Inderdaad de wetten van God en de administratie zijn ondoorgrondelijk.
Op 14 oktober 2004 was er een gezamenlijk bezoek, van alle betrokken partijen, aan de windmolen te Wannegem-Lede met zijn nieuw concept van een houten bilinga molenkruis. Wij stelden: “Hier is een zee van wind; in Gistel, helaas, een zee van bomen en gebouwen. Een soortgelijk gevlucht zal daar een slecht resultaat geven.” Zijn antwoord was: “Op een genomen beslissing wordt niet teruggekomen.”
Genomen beslissing? Waar? Wanneer? Waarom? Door wie? Bij een gezamenlijk gesprek? Bij inspraak? Zeker niet met de mensen uit de praktijk, want die worden beschouwd als spek en bonen en hebben amper knowhow. Wel met een studiebureau, want “die heeft kennis en ervaring” en hun voorstel wordt aanvaard en moet uitgevoerd worden.
Dergelijke eenzijdige beslissing van de Vakgroep Industrieel Erfgoed geeft, behalve wrijving, helaas ook extra kosten en risico’s. Deze soort zware houten roeden, opgevuld met epoxyharsen, geeft een starre constructie en mist de noodzakelijke elasticiteit met alle risico’s van dien bij het vangen en breuk bij een fout manoeuvre. Dit wordt een moeilijke opdracht voor vrijwillige molenaars, want beroepsmolenaars hadden al problemen genoeg met een houten gevlucht. De geschiedenis herhaalt zich.
Opnieuw wordt Gistel een houten molenkruis opgedrongen, tegen wil en dank, en dat omwille van de subsidies.
Uit: Molenecho's, Vlaams Tijdschrift voor Molinologie, XXXIV, 2006, nr. 1. De auteur is molenbouwer op rust.

3. Persbericht. "Torenkot van Oostmolen wordt gerestaureerd", in: Het Nieuwsblad, 09.11.2006.
Het torenkot van de Oostmolen in de Warandestraat wordt momenteel gerestaureerd. Daartoe werd het bovenste gedeelte dinsdag van de molen gelicht en op de begane grond geplaatst. De molen wordt, samen met de omgeving, onder handen genomen om een nieuwe toeristische trekpleister te worden. ,,We willen de site uitbouwen tot een bezoekerscentrum. Er komt een interactief museum en een fietsinrijpunt, en de molenhoeve wordt omgebouwd tot cafetaria. Ook de molen zelf wordt volledig gerestaureerd en in ere hersteld'', zegt schepen van Monumentenzorg Michel Bullynck (N-VA).
De Oostmolen is al sinds 1942 als monument geklasseerd, de molenhoeve sinds 1997, en de schuur sinds 2004. De molen draait al sinds 1999 niet meer, nadat één van de houten wieken afbrak door een storm. De restauratie van de volledige molen met houten wieken zal zo'n 280.000 euro kosten en wordt voor 80 procent gesubsidieerd door het Vlaamse Gewest.
Normaal wordt het torenkot in maart 2007 opnieuw op de Oostmolen geplaatst. De inrichting van de cafetaria en het museum moet nog eind dit jaar of begin volgend jaar afgerond zijn. Dan worden ook de omgevingswerken aangevat. Er komen onder meer terrassen, een speelplein en beplanting.

4. Persbericht. DJI, "Gistel - Oostmolen krijgt dit jaar wieken", in: Het Nieuwsblad, 28.03.2007.
Het Gistelse stadsbestuur maakt zich sterk dat het dossier van de wieken aan de Oostmolen nog dit jaar opgelost geraakt. Al jaren is er met Monumenten en Landschappen en de molenbouwer uit Nederland discussie uit welk materiaal de wieken moeten bestaan. Burgemeester Bart Halewyck (CD&V) kaartte enkele weken geleden het moeilijke dossier nog aan bij Vlaams minister-president Yves Leterme (CD&V) toen die een bezoek bracht aan het administratief centrum. ,,Gistel mag niet gekend staan als dorp met molens zonder wieken'', zei burgemeester Halewyck.
Het gesprek met Leterme blijkt vruchten af te werpen. ,,Er komt schot in de zaak. De discussie beperkt zich nog tot houten of ijzeren wieken'', zegt de burgemeester. ,,De beslissing ligt in handen van Monumenten en Landschappen, maar we hebben recent enkele goede gesprekken gehad. We denken dat er heel binnenkort een oplossing uit de bus kan komen. Het is onze bedoeling dat de wieken terug aan de molen hangen tegen eind september.''

5. Persbericht. DJI, "IJzeren wieken", in: Het Nieuwsblad, 15.09.2007.
GISTEL - De Oostmolen in de Warandestraat krijgt op 24 september zijn langverwachte nieuwe wieken. De ijzeren wieken zullen eerst twee weken proefdraaien. (dji)

6. Persbericht. Dominique Jauquet, "'Molen maakt site af'. Gerestaureerde Oostmolen wordt zondag ingewijd", in: Het Nieuwsblad, 12.04.2008. 
GISTEL - De gerestaureerde Oostmolen wordt zondag officieel ingewijd met een volksfeest. De site wordt stilaan een van de trekpleisters in Gistel. De laatste fase van de herinrichting, de restauratie van de molenschuur, start nog deze lente.
Eind september vorig jaar werden de nieuwe ijzeren wieken geplaatst op de Oostmolen, waardoor de graan- en oliemolen er dertig jaar na de brand en acht jaar nadat een houten binnenroede het begaf, er opnieuw uitziet als vanouds. Zondagmorgen wordt de gerestaureerde Oostmolen officieel ingewijd, gevolgd door een volksfeest in de namiddag met gratis optredens van de Gistelse Blaaskapelle, de dansgroep Hovelingen-Vikingen en de Zeelse Vlegeldorsers.
De Oostmolensite wordt stilaan een van de trekpleisters van de Godelievestad. Naast de gerestaureerde Oostmolen is er het bezoekerscentrum, waar men alle informatie kan vinden over de rijke molengeschiedenis van de stad Gistel, en nog deze lente start de restauratie van de molenschuur, wat meteen de laatste fase is van de inrichting van de molensite. Het is de bedoeling om in de beschermde schuur in samenwerking met de vzw Gestella een archief- en documentatiecentrum in te richten.
Davy Buffel en Kaat Lingier, die vorig jaar in juni de horecazaak De Molenhoeve openden, weten wat de troeven zijn van het domein. 'Het is hier rustig en de Oostmolen heeft een enorme geschiedenis. Nu de wieken er weer zijn, is de molen natuurlijk ook minder bloot', zegt Davy. De Molenhoeve richt zich met 44 binnenplaatsen, een feestzaal voor veertig personen en een terras met 140 plaatsen op jonge gezinnen, wandelaars en fietsers. 'We hebben het terras uitgebreid voor de festiviteiten zondag. We zijn open sinds juni en de zaak draait heel goed. Velen zeggen dat de zomer slecht was, maar doordat de zon vaak wegbleef, gingen veel mensen naar hier in plaats van naar de zee', zegt Davy Buffel. 

7. Persbericht. AN, "Gistel neemt deel aan Monumentenstrijd van de Vlaamse Regering. Valt renovatie molensite in de prijzen?" in: Krant Van West-Vlaanderen editie Zeewacht - 25-08-2006.
Monumentenstrijd is een wedstrijd waarbij alle Vlamingen kunnen helpen beslissen welk waardevol historisch Vlaams gebouw extra centen krijgt voor restauratie en herbestemming. Het is een initiatief van de Vlaamse Regering.
Het lijdt geen twijfel dat het project voor de herstelling van de Oostmolen en de inrichting van de molensite best in aanmerking zou kunnen komen om een (geld)prijs weg te kapen in een dergelijke wedstrijd. De molensite vormt een open ruimte in de Gistelse stadskern. Samen met het stadspark rond de O.L.V. Kerk en de bibliotheek vormt de site een groene long in de stad. De uitbouw van die zone betekent een duidelijke meerwaarde voor de stadskern.
Het stadsbestuur diende dan ook een aanvraagformulier in om deel te nemen aan de Monumentenstrijd. Maar deelnemen betekent uiteraard nog helemaal niet winnen.
Daarvoor moeten heel wat hindernissen genomen worden.
Het verkiezingstraject van Monumentenstrijd is een combinatie van een professioneel gefundeerde selectie en een grote populariteitspoll. Minister Van Mechelen is niet te beroerd om de vergelijking te maken met de wedstrijd van vorig jaar om De Grootste Belg te kiezen.
Stemmen
Eind deze maand zal Gistel weten of het molensiteproject behoort tot de 25 projecten die weerhouden werden.
Indien dat het geval is, dan kan er via sms, televoting en bezoek aan de website van Monumentenstrijd gestemd worden. En dan is het aan de Gistelnaars om ervoor te zorgen dat 'hun' project behoort tot de tien beste. Hoe de zaak verder verloopt, dat zal duidelijk gemaakt worden in een tv-show op Canvas.
Banmolen.
Het erfgoed erfgoed dat Gistel voorstelt bestaat dus uit de site Oostmolen. De molen is al vermeld in 1302. Het was een banmolen. Dat betekent dat iedere tiende schep graan aan de Heer van Ghistel moest worden afgestaan.
De Oostmolen was een typische Vlaamse staakmolen. In 1841 werd hij door de plaatselijke molenbouwer Karel Peel op een torenkot geplaatst om er zo een oliemolen of stampkot van te maken. Burgemeester Alfred Ronse, eigenaar van de molen, liet in 1933 de molenwieken verdekkeren, een procédé om de wind op een bepaalde manier op te vangen.
De familie familie Ronse schonk in 1975 de molen aan de stad. De molen brandde in 1979 helemaal uit. De omstandigheden werden nooit opgehelderd. De wederopbouw werd voltooid met een groot feest in 1984. Na een wiekbreuk in 1989 staat de molen er verweesd bij. Naar het schijnt is de herstelling nog slechts een kwestie van maanden.
Beschermd dorpsgezicht
De hele hele molensite is een beschermd dorpszicht. Vanwege het feit dat de site een ankerpunt wordt in het recreatief fietsroutenetwerk van het Brugse Ommeland, zal de opgeknapte molenhoeve als cafetaria uitgebaat worden en de molenschuur zal dienst doen als inrijpunt in dit fietsnetwerk.

8. DJI, "Molenaar Jules Vanhevel overleden", in: Het Nieuwsblad, 11.02.2009.
GISTEL - Gistelnaar Juul Vanhevel is op 7 februari op 81-jarige leeftijd overleden. Jules stond bekend als vrijwillig molenaar van de Gistelse Oostmolen. Jules werd geboren op 24 juni 1927 en toonde al heel vlug interesse voor het beroep van molenaar van zijn vader Oscar, grootvader Emiel en overgrootvader August. Jules heeft zijn hele leven lang gestreden voor het (voort)bestaan van de Oostmolen. Hij was bij de renovatiedossiers betrokken en hij heeft talloze bezoekers op de molen ontvangen en rondgeleid. Hoogtepunten waren onder meer het bezoek van koningin Fabiola in 1986 en de inhuldiging van de vernieuwde Oostmolen op 13 april vorig jaar. Juul was een gelukkig man, want de Oostmolen kreeg toen de metalen wieken waarvoor hij zo lang had geijverd. (dji)

9. LBB, "Gistel. Nieuwe molenaars voor Oostmolen", in: Het Laatste Nieuws, 05.12.2009, p. 41.
De Oostmolen in de Warandestraat heeft drie nieuwe vrijwillige molenaars. Ze volgden alle drie een twee jaar durende cursus met 100 uur stage. Een groot deel van de stage brachten ze in Gistel door samen met Nico Mees n Benoît Delaere diehen de knepenvanhet vak aanleerden. De drie nieuwe molenaars zijn Wilfried Meulders, Filip Vandenbulcke en Piet Halewyck.
Die laatste woont in de molenaarswoning in Klemskerke. "We zijn begonnen als vrijwillige molenaar omeens iets anders te doen. We zitten allemaal met een midlifecrisis", lacht Piet. "Professioneel zijn we met iets helemaal anders bezig. Ik ben verzekeringsagent, de molen is een manier om terug met authentieke dingen bezig te zijn. Ik heb stage gevolgd in een stenen molen, een houtstaakmolen en een watermolen. Hier in Gistel ben ik blijven plakken. Het zijn vooral Benoît en Nico die de molen op zondagmiddag doen draaien", aldus Piet.

10. Dominique Jauquet, "Gistel verwelkomt molenaars", Het Nieuwsblad, 05.12.2009.
OOSTENDE - De gemeente Gistel heeft met Benoît Delaere, Nico Mees, Piet Halewyck, Wilfried Meulders, en Filip Vandenbulcke voortaan vijf molenaars. Drie nieuwe molenaars volgden een stage in de Oostmolen en slaagden voor het praktijkexamen. dji

11. "Avondje aan de Oostmolen", in: De Zeewacht, 15.01.2010.
GISTEL. Twee jaar geleden begonnen Filiep Vandenbulcke, Wilfried Meulders en Piet Halewyck aan de opleiding vrijwillige molenaar. Zij hebben hun cursus succesvol afgerond. Samen met Benoît Delaere en Nico Mees beschikt Gistel nu over vijf volwaardige vrijwillige molenaars.
Tijdens de cursus kwamen aspecten als techniek van een molen, geschiedenis en onderhoud uitgebreid aan bod. Ookhet aspect veiligheid en verantwoordelijkheid werd sterk benadrukt. Daarbij hoort onder meer de werking van de "vang", of rem van de molen. De nieuwe molenaars hebben ook 100 uur stage achter de rug. Een groot deel daarvan werd op de Oostmolen volbracht. Dat gebeurde samen met Nico Mees enmeet begeleider Benoît Delaere.
Op zaterdag 16 januari vanaf 18 uur draaien de Gistelse molenaars het nieuwe jaar feestelijk in. Zij nodigen iedereen uit om een kijkje te komen nemen en zorgen tevens voor een jeneverbar.
Het stadsbestuur ontving de vrijwillige stadsmolenaars. We herkennen v.l.n.r. schepenen Emmanuel Gryspeert en Michel Vincke, raadsleden Redgy Tulpin en Noël Cordier, OCMW-voorzitter Luc Ghyselbrecht, schepenen Erwin De Clercq en Gilbert Beirens, toerismeambtenaar Marc Vansevenant, molenaars Wilfried Meulders, Nico Mees en Filiep Vandenbulcke, schepen Annie Cool, molenaars Benoît Delaere en Piet Halewyck en burgemeester Bart Halewyck. (Foto AN).

12. AN, "Benoît Delaere is vrijwillige molenaar. "Oostmolen heeft veel troeven", in: De Zeewacht, 05.20.2010.
Gistel. Al van kindsbeen af heeft Benoît Delaere een grote belangstelling voor alles wat met windmolens te maken heeft. Als 18-jarige behaalde hij al het brevet van molenaar.
Van huis uit heeft Benoît Delaere de liefde voor de molens niet echt meegekregen. Of er moet terug gegaan worden naar zijn overgrootvader aan moeders zijde. Die was schrijnwerker, maar had ook een mechanische molen waarmee hij graan kon malen.
"Ik tekende in de kleuterklas al molens. En bij voorkeur dan nog de Meerlaanmolen. En mijn grootvader maakte voor mij een miniatuurmolen, die trouwens nog in de tuin staat", vertelt Benoît, een van de vijf vrijwillige stadsmolenaars die ervoor zorgen dat de Oostmolen een echte toeristische trekpleister is. Onder meer omdat de molen van april tot oktober elke zondag draait.
Ludieke avond
Over de mogelijkheden op toeristisch vlak van de Oostmolen is Benoît zeer enthousiast. Hij ziet bijvoorbeeld het organiseren van een vertelavond over molens, een thema-avond met de molen als centraal thema, een heus molenfeest en het avonddraaien. Bij dit laatste item verwijst hij naar de recente activiteit waarbij ter gelegenheid van het nieuwe jaar een ludieke avond met borrelbar werd georganiseerd. Maar de weergoden gooiden roet in het eten. " Toch was er een meer dan bevredigende opkomst", blikt onze molenaar terug. De molen leeft bij de mensen van Gistel en omstreken. Zoveel is zeker.
Maar wat houdt de taak van de molenaar zo allemaal in ? "Je moet veel met de molen bezig zijn. Het is geen vrijblijvend gegeven. En ja, veiligheid is geen ijdel woord. Weten hoe je de molen moet plaatsen bijvoorbeeld als er storm op komst is", legt Benoît Delaere uit. Die aandacht voor veiligheid leerde hij van Juul Vanhevel die zowat zijn voorbeeld geweest is. "Ik was amper 11 of 12 jaar toen ik ter gelegenheid van de Open Monumentendag bij Juul op de molen was", herinnert hij zich bijzonder goed. Toeristen
Naast het veiligheidsaspect moet de molenaar oog hebben voor het toeristisch aspect. De toerist verlangt een woordje uitleg over de werking van de molen. Vervolgens moet de molenaar instaan voor het algemeen onderhoud van de molen. "Vorig jaar heb ik bijvoorbeeld alle bouten die het latwerk van de wieken bijeen houden moeten aanspannen", aldus nog Benoît. En het eigenlijke malen, toch het hoofddoel van een windmolen ? Wat in de lijn van de verwachtingen ligt : "Dat gebeurt niet zo vaak meer", besluit de molenaar. 

"Varia", in: De Zeewacht, 09.04.2010.
In het kader van de festiviteiten rond 15 jaar Ter Elst organiseert de biblotheek op donderdag 15 april om 14 uur een causerie over de turbulente geschiedenis van de Oostmolen. De uiteenzetting wordt verzorgd door Andrea Blontrock. Aansluitend is er een bezoek aan de nabij gelegen molen. De toegangsprijs bedraagt 2 euro.

Yvan Naesen, "Stad koopt na Oostmolen ook kleine Meerlaanmolen. Oostmolen draait na zeven jaar weer", Het Nieuwsblad, 28.04.2005.
GISTEL - De stad Gistel heeft een tweede molen aangekocht. Voor een symbolische euro werd de 72 jaar oude Meerlaanmolen op het eind van de Warandestraat verworven. De restauratie van het staakmolentje dat ooit elektriciteit opwekte, zal pas kunnen starten, nadat de Oostmolensite, verderop de Warandestraat afgewerkt is. Daar zal de Oostmolen na zeven jaar weer wieken en komen er musea, niet allen over molens, maar ook over de Gistelse wielergoden.
Op 26 juni, nadat de kinderen op Roefeldag 's morgens nog rond de molen actief waren, brak bij windstil weer plots een houten wiek van de Oostmolen in de Gistelse Warandestraat af. De al sedert 1942 geklasseerde molen staat er sindsdien troosteloos stil bij. Jarenlang sleepten de discussies rond het soort wieken en de centen aan.
Zopas werd de restauratie dan eindelijk toegewezen aan de Nederlandse molenbouwer Adriaens. En ook dat stuitte weer op verzet daar Adriaens de enige kandidaat was om voor 282.414 euro de molen te herstellen.
De unieke molen, die zowel lijnzaadolie als meel produceert, moet begin volgend jaar weer draaien. Naast de restauratie van de molen zorgt het projectbureau Monument in Ontwikkeling uit Nieuwpoort om in het gebouwtje voor de molen, in de oliekelder en de molenzolder een bezoekerscentrum in te richten.
Mechaniek
In dat centrum zal de bezoeker geïnformeerd worden over geschiedenis en de mechaniek van de Oostmolen, molenbouwer Alfred Ronse, molenaarsfamilie Vanhevel, de molenbouwers Peel en de restauratiewerken aan de molen en molenhoeve alsook het verdwenen molenpatrimonium uit Gistel.
De molenhoeve wordt voor het publiek toegankelijk.
Daarin komt een herberg, tearoom of bistro met terrassen, een speelgelegenheid voor de kinderen. De molenschuur zal pas tegen 2007 klaar zijn. Daarin komt de basis voor het West-Vlaams fietsroutenetwerk. In de schuur komen voorzieningen voor overnachting van fietsers, een fietsenverhuur en -herstelling. Een klein museum zal de nagedachtenis versterken aan de Gistelse wielerhelden Johan Museeuw en Sylvère en Romain Maes. Aan de overzijde van het molendomein kon de stad een terrein verwerven voor de aanleg van een parking.

Literatuur

Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 74;
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 200-205 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne", Brugge, 2005, p. 97-98;
Omer Kyndt, Gistel - volwaardige molengemeente", in: Bachten de Kupe, XXVI, 1984, p. 77-80;
"De Oostmolen te Gistel", in: Molenecho's, XII, 1985, p. 289-290;
Omer Titeca, "Enkele bladzijden uit de geschiedenis van de Kleine Molen of Oostmolen te Gistel", in: VVF Krantje Gistel, IX, 1986-1987, p. 28-36 en 47-58;
C. Devyt & L. Denewet, "Ons pleidooi voor metalen molenroeden te Gistel", in: Molenecho's, XXVII, 1999, nr. 3, p. 118-119;
B. Delaere & J. Vanhevel, "De Gistelse molen(roeden)kwestie - episode 2", in: Molenecho's, XXX, 2002, nr. 2, p. 80;
J. Vanhevel, "Perikelen in verband met de voorgenomen herstellingswerken" (molen Gistel), in: Molenecho's, II, 1974, p. 59-61;
E. D(e) K(inderen), "De Oostmolen te Gistel", in: De Belgische Molenaar, LXXI, 1976, p. 167;
E. D(e) K(inderen), "De Oostmolen te Gistel herrezen", in: De Belgische Molenaar, LXXVI, 1981, p. 275;
Lieven Denewet, "Nu enkel nog de restauratie. De molensite van Gistel drievoudig beschermd!", in: Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens, XIX, 2003, nr. 2, p. 71-72;
H. Van Averbeke: "De Oostmolen te Gistel (prov. West-Vlaanderen). (Portret van een draaiende molen)", in: Natuur- en Stedeschoon, jg. 54 (1985), nr.1 (jan.-febr.), p. 30-31, ill.;
"De Oostmolen te Gistel", in: Ons Molenheem, 1982, nr. 2 (21 juni), p. 11-13, ill.;
Els De Kinderen, "De Oostmolen te Gistel plechtig ingehuldigd", in: Levende Molens, jg. 6 (1984), nr. 6, p.43-44, ill.;
"De Oostmolen of Kleine Molen te Gistel", in: Curiosa, sept. 2001, p. 27-30;
Els De Kinderen, "Enkele belangrijke restauraties nader bekeken [Arendonk: Toremansmolen; Meerhout: Prinskensmolen; Gistel: Oostmolen; Zingem: Meuleke 't Dal]", in: Levende Molens, jg. 4 (1981), nr. 20 (22 oktober), p. 274-275, ill.;
Els De kinderen, "De Oostmolen te Gistel gerestaureerd", in De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 7 (juli), p. 145-146, ill.;
Bouwkroniek, 27 augustus 2004, p. 67, 129;
M. Vansevenant, "De geschiedenis van de Oostmolen te Gistel", in: West-Vlaams Molenblad, XXII, 2006, nr. 3, p. 154-156;
"Torenkot van Oostmolen wordt gerestaureerd", in: Het Nieuwsblad, 09.11.2006.
DJI, "Gistel - Oostmolen krijgt dit jaar wieken", Het Nieuwsblad, 28.03.2007.
J. De Schepper, "De mooie molen bedreigd. Molenzorg", in: Open Deur, Brussel, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap. Culturele diensten, 10, 1978, p. 101-107, ill.
Herman Peel, "De roedenkwestie van de Oostmolen van Gistel", in: Gestella Krantje, Gistel, Heemkring Gestella, nr. juli 2006.
DJI, "IJzeren wieken", in: Het Nieuwsblad, 15.09.2007.
DJI, "Gistel - Oostmolen krijgt dit jaar wieken", in: Het Nieuwsblad, 28.03.2007.
"Torenkot van Oostmolen wordt gerestaureerd", in: Het Nieuwsblad, 09.11.2006.
Dominique Jauquet, "'Molen maakt site af'. Gerestaureerde Oostmolen wordt zondag ingewijd", in: Het Nieuwsblad, 12.04.2008.
Lieven Denewet, "Twee herstelde Vlaamse staakmolens ingehuldigd", in: Molenecho's, XXXVI, 2008, 2, p. 64-67.
AN, "Gistel neemt deel aan Monumentenstrijd van de Vlaamse Regering. Valt renovatie molensite in de prijzen?" in: Krant Van West-Vlaanderen editie Zeewacht - 25-08-2006.
DJI, "Molenaar Jules Vanhevel overleden", in: Het Nieuwsblad, 11.02.2009.
LBB, "Gistel. Nieuwe molenaars voor Oostmolen", in: Het Laatste Nieuws, 05.12.2009, p. 41.
Dominique Jauquet, "Gistel verwelkomt molenaars", Het Nieuwsblad, 05.12.2009.
"Avondje aan de Oostmolen", in: De Zeewacht, 15.01.2010.
AN, "Benoît Delaere is vrijwillige molenaar. "Oostmolen heeft veel troeven", in: De Zeewacht, 05.20.2010.
"Varia", in: De Zeewacht, 09.04.2010.
Yvan Naesen, "Stad koopt na Oostmolen ook kleine Meerlaanmolen. Oostmolen draait na zeven jaar weer", Het Nieuwsblad, 28.04.2005.


Laatst bijgewerkt: dinsdag 20 april 2010
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen

bovenzijde