|
Beschrijving
/ geschiedenis
De Wullepitmolen aan de Molenstraat te Zarren is één van de vier windmolens die Groot-Kortemark thans nog telt. Hij dankt zijn naam aan de molenaarsfamilie Wullepit die de molen tusen 1805 en 1949 haast ononderbroken uitbaatte. Hij staat op een molenberg en is mooi gelegen op een interfluviale rug en de windvang is uit alle richtingen nog vrij optimaal.
De Wullepitmolen is de oudste molen van Zarren en dankt zijn naam aan de molenaarsfamilie Wullepit die vanaf 1805 eigenaar-uitbater van de molen was. De molen werd rond 1639 opgetrokken en bleef tot 1779 de enige windmolen van Zarren. Hij overleefde de eerste jaren van WO-1, maar eind 1917 was hij niet meer te zien op spionage-luchtfoto's. In 1923 werd hij vervangen door de Hoge Dijkmolen uit Zerkegem (bij Jabbeke) die daar in 1623 werd gebouwd. De overbrenging uit Zerkegem gebeurde door tussenkomst van Alfred Ronse. Typisch aan de uit Zerkegem overgebrachte molen na de eerste wereldoorlog was het ontbreken van korte berriebalken, waardoor de graanzolder met 25 cm uitgediept werd.
De molen bezit nog de oude staak uit het bouwjaar 1623 met mooie voluteversiering onderaan. De molen is in Zarren altijd een korenmolen geweest, maar moet vroeger in Zerkegem ook een oliemolen zij geweest aangezien de staak doorboord is.
De molen zelf bleef in werking tot 1949 en werd in windstille perioden en na 1949 vervangen door een mechanische maalderij die zich in een, nu verdwenen, bijgebouwtje bevond. Na 1949 ging het bergaf met de molen: in 1969 brak een buitenwiek af, in 1976 de tegenoverliggende, in 1972 werd de lekke eikenschaliën dakbedekking vervangen door asfaltpapier. In 1972 overleed de laatste molenaar Arthur Wullepit. De toenmalige gemeente Zarren verwierf de molen het jaar voordien voor één symbolische frank met de belofte deze te restaureren. De molen geraakte beschermd als monument in 1973. De herstellingen lieten echter lang op zich wachten.
In de jaren 1970 was de molenberg een moelijk te overbruggen hindernis tijdens de jaarlijkse cyclocross. Politieke verwikkelingen voerden het restauratiedossier af en er werden na de fusie met de Gemeente Kortemark in 1976 pogingen ondernomen om de molen te verkopen aan Bokrijk en zelfs te deklasseren. De Provincie West-Vlaanderen kon dit echter voorkomen. In 1982 werd de gemeente verplicht onderschorings- en dichtingswerken uit te voeren en de resterende wieken uit te halen, wat uitgevoerd werd door de molenbouwers Peel uit Gistel.
Toch takelde de molen nadien zienderogen af, zodat een groep molenliefhebbers met als stuwende kracht oud-Zarrenaar Jos Demarée in het voorjaar van 1991 de Wullepitmolen vzw oprichtten met de bedoeling de molen te redden. In het najaar van 1991 mocht de Wullepitmolen vzw, met materiële steun van de gemeente, instandhoudingswerken uitvoeren aan de molen. Door toedoen van deze vzw kon bekomen worden dat de molen in 1994 door de Provincie West-Vlaanderen (weerom voor één symbolische frank) van de gemeente Kortemark aangekocht werd met de bedoeling deze ter plaatse te restaureren. In april 1996 werd de molen gedemonteerd als eerste fase van de restauratie en in op 1 september 1998 startte de firma Peel uit Gistel met de definitieve fase: meteen de laatste grote restauratie die deze firma uitvoerde. De oude staak kon behouden blijven. In juni 2000, ongeveer 50 jaar na zijn laatste 'professionele' draaidag, waren de restauratiewerken ten einde en werd de molen officieel opengesteld voor het publiek.
De Wullepitmolen en de nabije Couchezmolen vormen een in België uniek molenlandschap, met een werkende stenen molen en staakmolen op nauwelijks één kilometer van elkaar en in elkaars zicht.
Sedertdien draait een vijftal vrijwillige molenaars van de Wullepitmolen vzw minstens elke 1ste zondag van de maand van 14-18 u. van april t/m september met de Wullepitmolen (bij voldoende wind ook de vierde zondag) en op speciale molendagen 10-18u.
Jos Demarée & Lieven Denewet

Foto: Tijl Vereenooghe, 25.03.2007

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

Als ruïne in 1981. Foto: M.F. Boogerd.

Als ruïne in 1977. Links het verdwenen maalderijgebouwtje. Foto coll. Geert Vanhercke, Bredene

De chirojongens van Staden op fietstocht, 1955 (coll. Donald Vandenbulcke, Staden)
Bijlagen
1. Aantal asomwentelingen. 2000: 30.760 2001: 41.980 2002: 56.860 2003: 48.557 2004: 40.107 2005: 61.074 2006: 42.213 2007: 30.188
2. Toespraak bij de Opening Wullepitmolen te Zarren, door Gerrit Defreyne, gedeputeerde voor cultuur, 13.06.2000. Vandaag is het niet alleen een grote dag voor Zarren en de Zarrenaren. Het is ook een belangrijke dag voor het molenbestand in West-Vlaanderen en voor het provinciaal molenbeleid in het bijzonder. Zoals u weet, zijn er in onze provincie niet minder dan vijftig gerestaureerde windmolens in bedrijf. Op gezette tijdstippen zijn zij ook toegankelijk voor het publiek. De jongste in de rij gerestaureerde en bezoekbare molens is deze Wullepitmolen, die na een lange periode van verval eindelijk terug in al zijn glorie in het landschap verrijst. De Wullepitmolen werd zes jaar geleden door het provinciebestuur aangekocht, met het doel hem te restaureren. De eigenlijke restauratie begon pas goed anderhalf jaar geleden. Maar voorafgaand aan de restauratie diende eerst een diagnose van de molen gemaakt. Uit die diagnose zou trouwens blijken dat de staat van verval zó vergevorderd was, dat slechts weinig onderdelen herbruikbaar waren. Vervolgens diende een restauratiedossier opgemaakt. Er moesten ook subsidies aangevraagd worden bij de Vlaamse overheid. Dit alles nam de nodige tijd in beslag, wat verklaart waarom het bijna zes jaar geduurd heeft vooraleer de operatie helemaal voltooid was. Dat alles is nu tot een goed einde gebracht en het is niet zonder trots dat ik u namens het provinciebestuur het resultaat mag voorstellen. Ik doe dit tegelijk met enige schroom. Ik moet u namelijk bekennen dat ik in een vorig leven, toen ik actief was in de Kortemarkse politiek, niet geloofde in de wederopstanding van de Wullepitmolen. De molen was sinds 1971 eigendom van de gemeente Zarren-Werken en toen deze gemeente door fusie bij Kortemark werd opgenomen, kwam de molen als een soort bruidsschat mee. Het was een wat vergiftigd geschenk, want de toestand ervan was toen al zorgwekkend. Een restauratie kon bij het toenmalige gemeentebestuur dan ook zeker niet op algehele instemming rekenen. Men gaf terecht of ten onrechte prioriteit aan andere zaken. Dat kwam de Wullepitmolen uiteraard niet ten goede. Ik wil hier dus niet de pluim op mijn hoed steken, maar wel hulde brengen aan hen die wél in de toekomst van de Wullepitmolen geloofden en uiteindelijk voor zijn heropstanding gezorgd hebben. In de eerste plaats is dat de v.z.w. Wullepitmolen en zijn onvermoeibare voorzitter Jos Demarée. Deze laatste was al in zijn studententijd begeesterd door de molen, en begaan met de redding ervan. Samen met enkele gelijkgestemden in de gemeente is hij onverdroten blijven ijveren voor de restauratie. Zij zijn het, die uiteindelijk het provinciebestuur ervan hebben kunnen overtuigen de molen te verwerven. De eigenlijke redder is het provinciebestuur, die in het kader van het provinciaal molenbeleid tot aankoop en restauratie overging. De aankoop vergde geen speciale financiële inspanning: de gemeente Kortemark was maar wat blij de molen voor een symbolische frank over te kunnen laten. De restauratie kostte wel iets meer: zon 15 miljoen frank. Hier dient evenwel onmiddellijk aan toegevoegd dat de Vlaamse Gemeenschap 60% van dat bedrag subsidieert, omdat de Wullepitmolen een beschermd monument is. Met de Wullepitmolen is de provincie West-Vlaanderen niet aan haar proefstuk toe. De provincie kent al een lange traditie in het behoud van het molenpatrimonium. Het begon bijna dertig jaar geleden, meer bepaald in 1971, met de aankoop van de Schellemolen in Damme. Deze stenen bovenkruier werd in 1975-1977 gerestaureerd en is sindsdien voor het publiek toegankelijk. Daarna volgden de Koutermolen in Harelbeke, de Markeymolen in Lo-Reninge en de Steenakkermolen in Langemark-Poelkapelle. Als buitenbeentje kwam daar in 1976 ook nog de rosmolen van Sint-Michiels bij, in het provinciaal domein van het Tillegembos. De provincie West-Vlaanderen is dus de trotse en toegewijde eigenaar van zes molens. Deze zijn alle maalvaardig en toegankelijk voor bezoek. Een dergelijk molenbestand vergt ook regelmatig onderhoud. Op de provinciale begroting voor het jaar 2000 is hiervoor 4,5 miljoen frank voorzien. Daarnaast ondersteunt de provincie ook nog op andere wijzen het West-Vlaamse molenbestand. Zo zijn er de draaipremies, die jaarlijks aan de vrijwillige molenaars toegekend worden a rato van het aantal asomwentelingen. De Werkgroep West-Vlaamse Molens kan op logistieke en financiële steun rekenen, onder meer voor het inrichten van molenaarscursussen. Ook de jaarlijkse West-Vlaamse molendag, die straks op zondag 18 juni weer plaatsvindt, wordt georganiseerd met de steun van de provincie. Tenslotte betaalt de provincie nog haar wettelijk aandeel in de restauratiepremies van beschermde molens die eigendom zijn van particulieren, verenigingen of gemeentebesturen. Met deze consequent doorgezette en gediversificeerde molenpolitiek profileert West-Vlaanderen zich duidelijk als een molenprovincie. Zowel in Vlaanderen als in West-Europa neemt zij daarmee een koppositie in. De pas voltooide restauratie van de Wullepitmolen is een nieuwe en belangrijke stap ter versteviging van deze koppositie. Ik dank U.
Literatuur
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 120; Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 262-263 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9); Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 141; Sylveer Vanoverschelde, "De molens te Zarren", in: Jaarboek heemkundige kring "Crekel Beke" Kortemark, 1990, p. 141-172; Jos Demarée. "Eerste fase restauratie Wullepitmolen te Zarren van start", in: Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens, XII, 1996, p. 10-11; Jos Demarée, Ann De Smyter & Saskia Vanhove, "Wullepitmolen", Kortemark, s.d.; Marc Ryckaert, "Wullepitmolen maalt weer", in: In de Steigers", VII, 2000, p. 3-4; J. Demarée, "Fotoreportage. Heropbouw van de Wullepitmolen te Zarren", in: Molenecho's, XXVII, 1999, nr. 1, p. 15-16; J. Demarée, "De Zarrense Wullepitmolen maalt als 6de West-Vlaamse provinciemolen", in: Molenecho's, XXVIII, 2000, nr. 2, p. 70-72; J. Demarée, "Onderhoudswerken uitgevoerd aan de Wullepitmolen te Zarren", in: Molenecho's, XIX, 1991, p. 186-188; E. D(e) K(inderen), "De Lindemolen te Zarren", in: De Belgische Molenaar, LXXI, 1976, p. 282-283; Christiaan Debusschere, "Molengemeente Kortemark", Kortemark, Molen Magazine, 2003, 260 p.; R. Brackx, "Daar bij die Kortemarkse molen... Waar het verleden triestig kraakt...", in: De Weekbode, jg. 39 (1985), nr. 27 (5 juli), 597/2, ill.; "De Lindemolen of Wullepits molen te Zarren", in: Curiosa, maart 1995, p. 24-26; John Verpaalen, "Windmolens in de actualiteit [Langemark; Geluveld; Zarren-Werken; Merkem; Komen; Diest; Tessenderlo]", in De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 11 (november), p. 236 en 245, ill.
|