Molenzorg
Zarren (Kortemark), West-Vlaanderen
Naam

Wullepitmolen
Lindemolen

Ligging Molenstraat
8610 Zarren (Kortemark)

Zarren-Linde
800 m Z v.d. kerk
kadasterperceel C406


toon op kaart
Geo positie 51.014187, 2.960733
Eigenaar Provincie West-Vlaanderen; overdracht in 2017: Gemeente Kortemark
Gebouwd voor 1639 / 1923 / 1999-2000
Type Staakmolen met gesloten voet
Functie Korenmolen
Kenmerken Hoog teerlingkot, op molenwal
Gevlucht/Rad Gelaste ijzeren roeden, 24 meter
Inrichting Twee steenkoppels, haverpletter
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
13.06.1973
Molenaar Leden van de vzw Wullepitmolen
Openingstijden Van april t/m september, minstens elke 1ste zondag van de maand, 14-18 u. (bij voldoende wind ook de 4de zondag); op molendagen 10-18 u., gratis toegang
<p>Wullepitmolen<br />Lindemolen</p>

Foto: Jos Demarée, Sint-Andries  

Beschrijving / geschiedenis

De Wullepitmolen is een houten korenwindmolen, type staakmolen op torenkot, aan de Molenstraat te Zarren. Hij staat op een molenberg en is mooi gelegen op een interfluviale rug op de rand van de Zarrevallei, een uitloper van de zeer laag gelegen broekagie. Na warme windstille zomerdagen kon hij soms tegen de avond een poosje de koele westelijke luchtstroom benutten, die vanuit de koele zee het IJzerbekken instroomde en inschoof onder de opwaarts stijgende warme lucht van het binnenland. Van deze luchtstroom, hier "de luwte" genoemd, werd ook gretig gebruik gemaakt door de toenmalige zeilvaartuigen op de Handzamevaart en de Zarre. Ook nu is de windvang uit alle richtingen nog vrij optimaal.

Hij is één van de vier windmolens die Groot-Kortemark thans nog telt.

De Wullepitmolen dankt zijn naam aan de molenaarsfamilie Wullepit die de molen tusen 1805 en 1949 haast ononderbroken uitbaatte.

De molen staat aangeduid op de Ommeloper van ca. 1645, opgemaakt door landmeter Louis de Bersaques een "Ommeloper" in verband met de tiendenheffing door de Sint-Maartensabdij van Doornik.

De Wullepitmolen is de oudste molen van Zarren en werd voor 1639 gebouwd. Dan werden voor het eerst taxatiegelden betaald voor het uitbaten van een korenwindmolen. De molen werd door de "ommestelling" aangeslagen ter waarde van de opbrengst uit acht gemeten land. Zo betaalden Joos en Jan Bruynooghe "op 't apperent ghewin van hunne meulne tot acht ghemete de somme van 64 pond en 10 schellinghen per jaere". De uitbating gebeurde samen met hun oom Adriaen tot 1658, jaar van diens overlijden. Daarna maalden ze alleen verder, zeker tot 1690. Beiden huwden ze te Zarren. Joos huwde in 1638 met Joosynken Hemeryck die twee dochtertjes ter wereld bracht, Joanna en Joosynken. Jan Bruynooghe trouwde dertien jaar later met Agnes Devos, maar bleef zonder kinderen.

Vanaf 1704 ot 1711 was Judocua Hillewaere, weduwe van JohanVande Steene (haar tweede man) de molenuitbaatster? Ze overleed te Zarren op 3 september 1711. De molen werd nog vijf jaar verder uitgebaat door Roger Missiaen, de oudste zoon uit haar eerste huwelijk met Antoon Missiaen, overleden te Zarren op 27 april 1681. Roger Missiaen stierf te Zaren in 1737, 68 jaar oud, twintig jaar na het verlaten van de molen. In 1717 kwam Johannes Biervliet op de Lindemolen. Hij huwde in hetzelfde jaar te Zarren met Petronella Brabant die hem drie kinderren schonk: in 1718 een zoon, Johan, en daarna nog twee dochtertjes die allebei als kind stierven. Zeven jaar na hun huwelijk hertrouwde Jan Biervliet met Maria Hosten en verliet Zarren.

Vanaf 1725 woonde bijna vijftig jaar lang dezelfde molenaar op de Lindemolen: Nicolaas Decoodt.
Alle latere molenaars op de Lindemolen, tot in de 20ste eeuw, waren verwanten van deze Nico Decoodt. Hij was de uitbater en tevens de eigenaar was van de molen, Nicolaas huwde driemaal en had uit deze 3 huwelijken samen 9 kinderen, waarvan er maar vier de volwassen leeftijd bereikten. Drie ervan zouden nog een rol spelen in dit molenaarsverhaal. Nicolaas Decoodt duikt voor het eerst op te Zarren in 1725 bij zijn huwelijk met de achttienjarige Isabella Dewilde en werd dan meteen molenaar. Ze hadden zes kinderen, maar vier ervan stierven vroegtijdig. Na 14 jaar huwelijk stierf zijn vrouw in 1739, 32 jaar oud. Een jaar later trouwde Nicolaas met de vijfendertigjarige Veronica Quinten. Ze schonk hem één zoon. Een half jaar na de geboorte van haar zoon, overleed ook zij. Haar zoontje Pieter zou amper veertien jaar worden. Ruim drie jaar na het verlies van zijn tweede vrouw trouwde hij met de bijna veertigjarige Maria-Catherina Van den Berghe. Ze kregen nog twee kinderen: Anna-Theresia Decoodt in 1746 en vier jaar later Bartholomeus-Emmannuel Decoodt.

Nicolaas Decoodt speelde een vooraanstaande rol in het maatschappelijk gebeuren van die tijd. Veelvuldig zien we hem als getuige bij huwelijken. Niettegenstaande zijn familiale tegenslagen, ging het hem, als enige molenaar te Zarren, financieel goed. Hij wist zijn bezit aanzienlijk uit te breiden (het molenaarserf met landerijen die tot 1974 één waren met de molen, stammen uit deze periode) en kon zich voortdurend een molenaarsknecht veroorloven. In 1748 hield hij Nikolaas Coudyser als hulp in de molen.

Nicolaas Decoodt stierf in 1771, vierenzeventig jaar oud. Zijn oudste dochter Isabella was getrouwd met Jacobus Ghyselen, een molenaarszoon uit Woumen. Ze bleven na hun huwelijk bij Nicolaas inwonen. Jacobus was zijn schoonvader heel die tijd behulpzaam geweest in de molen en op de boerderij. Hij bleef zodoende de aangewezen opvolger. Dertien jaar zal hij de molen begaan. Wegens ziekte liet hij een jaar voor zijn overlijden de molen in 1784 over aan zijn schoonbroer Jacob Maesenaere, oliestamper op een rossekot (ros- of paardenmolen) bij de kerk te Zaren. Het jaar daarop trouwde zijn oudste dochter, Monica Maesenaere, met Jan Baptist Jonckheere en de pasgehuwden namen de uitbating van de molen over. Nog iets over Jacob Ghyselen, die eind 1785 overleed. In de vooroorlogse molen die einde 1917 vernield werd, stond ingekapt: "Ten einde van Jacob Gijsselinnck en Carolina Decoodt 1784". De weduwe Ghyselen hertrouwde drie jaar later met de buurman Pieter Tommelein.

Jan Baptist Jonckheere kreeg het moeilijker dan zijn voorgangers. Hij kreeg de mededinging van de tweede molen te Zarren, de Gaainestmolen (1779) en enkele jaren later van een derde molen, de Oostbosmolen (1800-1801). Jacobus Ghyselen en Jan Baptist Jonckheere waren pachters en tevens mede-eigenaars. De molen en de andere goederen vann Nicolaas Decoodt bleven tot dusver gemeenschappelijk familiebezit, maar ieder kind-erfgenaam, of de kinderen ervan, kregen gelegenheid tot pacht van de molen voor tenminste negen jaar.

In 1805 was het de beurt aan een andere familietak. De jongste dochter uit het eerste huwelijk van Nicolaas Decoodt was nu aan de beurt. Ze was getrouwd met Ferdinand Van Overbeke, landbouwer te Klerken, enn had een zoon en twee dochters. Een dochter van haar, Anna Theresia, trouwde in 1805 met Pieter Jozef Wullepit, molenaarszoon van een molen langs  de "Diksmudestraete" te Woumen, en namen de Lindemolen over. Bij een molennpacht werd steeds een onderscheid gemaakt tussen het staande en het gaande of roerende werk. Alle kosten voor het staande werk (de niet-draaiende delen) waren ten laste van de eigenaar. Het roerende werk daarentegen werd geschat door twee molendeskundigen (molenmakers), respectievelijk aangesteld door de "afgaande" en de "opkomende" pachter. De onderhoudslast hiervan was geheel ten laste van de pachters. Het was een algemene regel die rechtshistorisch bepaald was. Het deelde dan ook de verantwoordelijkheid voor het bekostigen vann het onderhoud en de herstellingen van het "staande'" en het "roerende werk". Veelal bedroeg het aandeel van het draaiende werk 40% van de totale waarde.

Op 4 oktober 1805 werd door Livinus Druant, zaakwaarnemer en toenmalige "maire" of burgemeester van Zarren, het volgende neergepend: "Den onderschreven Joannes Baptist De Jonckheere, molenaere tot Zarren, bekent bij desen ontfangen te hebben van Pieter Wullepit de somme van twee hondert seven en tsestig ponden vijf schellingen ses groote courant in voldoeninge van de prijsie der draeyende werken in den molen en rosecot van den Zarrenlynde molen. Gedaen thienden vendémiaire veerthienste jaer door de molenmaekers Joannes Waerenborg en Louis Klinkemaillie ten overgeven van denselven De Jonckheere en ten aenveerden van Pieter Willepit.
Actum binnen Zarren den derthienden vendémiaire veerthienste jaer.
als present (get.:) Jan  Bapt. de Jonckheere
(get.:) L. Druant

Voor het eerst wordt bij deze molen gesproken over een "rossekot". Het was een houten buitenrosmolen om graan te malen.

In 1817, na het overlijden van de laatste schoonzoon en ruim 45 jaar na het overlijden van Nicolaas Decoodt, werden de molen enn de landerijen met erf - nnog onnverdeeld familiebezit - openbaar verkocht. De pachter-medeverkoper Pieter Wullepit kocht een groot deel van de goederen enn werd nu eigenaar vann: "Een koornmolen met molenwal staende tot Zarren, zuyd van de kerke enn noord bij Zarren-Linde. Voorts een rossekot staende op de volgende koop. Beyde ten gebruyke der koopers aan wie toebehooren de draeyende en roerende werken van diere".

Na meer dan dertig jaar de molen te heben bemalen, liet Pieter WUllepit in 1838 "De Coornwijjndmolen met rossekot en woonhuys" over aan zijn enige zoon Carolus voor de "principale pachtsom van honderd francs van het geheele bij jaere".

Karel Wullepit was indtzelfde jaar 1838 getrouwd met Carolina Willaert. Benevens molenaar en landbouwer voelde hij zich ook geroepen de gemeentebelangenn te behartigen. Al vanaf 1846 werd hij verkozen tot gemeenteraadslid, maar in de oppositie... Met het verstrijken van de jaren keerden de kansen en werd Carolus WUllepit zelfs burgemeester vanaf 1860 tot 1872.

Toen Karel Wullepit in 1883 stierf, liet hij vier kinderen na: drie zonen en een dochter. Zijn oudste zoon, August Wullepit, huwde met de molenaarsdochter Maria-Louise Vandamme van de Gaainestmolen. De dochter Eugenie bleef ook in de "branche" en huwde met een bakker te Boezinge. De beide jongste zonen Bruno en Pieter bemaalden verder de Lindemolen. Bruno bleef vrijgezel en Pieter huwde na de dood van zijn vader met Julie Couchez, de zus van de molenaar op de (nog bestaande, hoge stenen) Couchezmolen te Zarren. Bruno, de vrijgezel en hulp in de molen, werd verlamd en stierf in 1911, maar Pieter had toen al de hulp van zijn twee zonen Arthur en Omer. Maar de beste tijden waren ook toen voor dit gemaal al voorbij en de molen was dringend aan herstelling toe.

Karel Wullepit-Willaert schreef op de achterkant van een (nog bestaand) schilderij van de molen:
'tHarnas zei: tikke likke krak
Wanneer ik vele graantjes brak ...
Daar stond ik aan de lichte,
Als 'k dit liedeken dichtte.
Zijn zoon Pieter Wullepit-Couchez schreef er bij: Verwoest; Oorlog 1914 - 1918.

Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914 werd Arthur, de molenaar, gemobiliseerd. De molen enn zijn bewoners overleefden de woelige oktoberdagen van 1914. De eerste jaren van de bezetting kon Pieter met zijn zoon Omer de molen verder begaan, maar alleen met verplichte hulp en toezicht van Duitse militairen-molenaars. Met de algemene ontruiming van Zarren in juli 1917 werd de famiie Wullepit naar Poeke (O.-Vl.) geëvacueerd. Bij haar terugkeer in november 1918 vond ze haar molen totaal vernield.

De molen was einde 1917 niet meer te zien op spionage-luchtfoto's. De molen werd waarschijnlijk door een zware artillerievoltreffer geraakt.

Met de brokstukken kon onmogelijk een nieue molen gebouwd worden. Molenaars in hart en nieren, dachten de Wullepits zonder molen geen bestaan te vinden. Terwijl bij anderen de puinen van de vernielde molens voorgoed werden opgeruimd, besloten zij tot de vervanging van hun verwoeste molen, te meer daar hun zoon Arthur, als zwaar verminkte - hij verloor een been - uit de oorlog was teruggekeerd. Ander werk zou hij moeilijk aankunnen.

Door tussenkomst van Alfred Ronse, een molendeskundige uti Gistel die na de eerste wereldoorlog ijverde voor de heroprichting van windmolens, werd in 1923 te Zerkegem een bestaande staakmolen aangekocht. Hij behoorde toe aan de weduwe Maes, de moeder van de latere "Ronde van Frankrijk-winnaar" Romain Maes, uit Zerkegem. Deze molen werd aldaar in 1623 gebouwd (zie: Zerkegem, Hogedijkmolen).
Voerman Jules Coulier uit Houthulst bracht met paarden en wagen het gevaarte over. Molenbouwer Jules Lievens uit Zwevezele zette de molen op dezelfde molenwal van de vernielde voorganger. Typisch aan de uit Zerkegem overgebrachte molen was het ontbreken van korte berriebalken, waardoor de graanzolder met 25 cm uitgediept werd. De herbouwde molen bezat nog de oude staak uit het bouwjaar 1623 met mooie voluteversiering onderaan. De molen is in Zarren altijd een korenmolen geweest, maar was in Zerkegem ook een oliemolen, hetgeen de doorboorde staak of standaard getuigde.

Na de dood van Pieter Wullepit bleven zijn zoon Arthur en Omer het molenbedrijf trouw. Arthur Wullepit, die - zoals gemeld - erg gewond terugkwam uit de eerste wereldoorlog (met een verloren been) werd door zijn familie geholpen om als invalide molenaar aan het werk te kunnen op de herbouwde molen. Ondertussen was reeds een mechanische maalderij bij de molenwal gebouwd om in windstille perioden toch de klanten te gerieven. Een dieselmotor zorgde voor de aandrijving van twee koppels stenen en een haverpletter. Naast hun maalderij en boerderij hielden ze er ook nog een moderne kuikenbroederij op na. Hun trots bleef echter hun molen. Het mocht niet baten. Enkele jaren na de tweede wereldoorlog werd de industriële concurrentie zo hevig, dat in 1949 de windmolen stilgelegd werd, te meer daar de molen aan ernstige herstelling toe was. Alleen de bijhorende maalderij met dieselaandrijving bleef nog enkele jaren in bedrijf.

Arthur Wullepit, die ongehuwd bleef en de eigenlijke molenaar was, overleed in 1972. Zijn broer Omer Wullepit was meer de landbouwer. Hij was geboren te Zarren in 1892 en was gehuwd met Germaine Vanpeteghem. Hij overleed in februari 1980 op 88-jarige leeftijd. De Weekbode betitelde op 22 februari 1980: "Zarrens laatste molenaar is met zijn graan naar den Here".

Reeds tijdens de tweede wereldoorlog ondernam de familie Wullepit stappen om hun molen "geklasseerd" te krijgen. Als gevolg van deze poging ontvingen ze van het gemeentebestuur van Zarren op 25 november 1943 een boodschap dat "de heer secretaris-generaal van het Ministerie van Openbaar Onderwijs er toe beslist heeft gevolg te geven aan het voorstel tot klasseering van uw windmolen". Het beschermingsbesluit zou evenwel pas 30 jaar later tot stand komen!

Na 1949 ging het bergaf met de molen: in 1969 brak een buitenwiek af, in 1976 de tegenoverliggende, In de jaren 1970 was de molenberg een moeilijk te overbruggen hindernis tijdens de jaarlijkse cyclocross.

De toenmalige gemeente Zarren verwierf de molen in 1971 voor één symbolische frank met de belofte deze te restaureren. Veligheidshalve liet zij de lekke eikenschaliën dakbedekking in 1972 vervangen door asfaltpapier om verdere waterinspijpeling te voorkomen. De molen geraakte beschermd als monument op 13 juni 1973. Een lastenboek met bestek en plannen werd opgemaakt: het voorontwerp werd op 25 november 1974 eenparig en principieel aanvaard.

Een plotse ommekeer in het gemeentelijjk politiek beleid bracht in 1975 een nieuwe meerderheid tot stand die zich verzette tegen de voorgestelde restauratiewerken, omdat de molen volgens hen amper genoeg was om afgebroken te worden. Een plotse restauratie was dus de inzet van lang niet verheven debatten in de gemeenteraad geworden. Het politiek lawaai rond de molen blonk eerder uit door woorden dan door daden.

De provinciale Rijksdienst voor Monumenten en Landschappen (voorloper van het huidige Agentschap Onroerend Erfgoed) was een andere mening toegedaan en achtte de herstellingswerken toch haalbaar, mits enkele wijzigingen. Dit dossier, waarvan de restauratiekosten geraamd werden op 1.712.000 frank, werd op 21 september 1976 toch goedgekeurd. Vooraleer het toch uitvoering tot komen, kwam er de fusie van Zarren-Werken met Kortemark.

In 1979 gaf de gemeenteraad van Kortemark (met 13 ja tegen 10 neen) de toestemming om de molen over te brengen naar het Openluchtmuseum te Bokrijk. De West-Vlaamse Provinciale Molencommissie was hiervoor echter niet te vinden. De gemeente Kortemark werd in 1982 verplicht om dringende instandhoudingswerken uit te voeren, hetgeen een half miljoen frank kostte. De gebroeders Herman en Guido Peel, molenmakers uit Gistel, voerden de volgende werken uit: stutten met dubbele schoren onder de hoekstijlen, de molenkast versterken en dichtmaken met plastiek, het dak van de onderbouw voorlopig afdekken en de restanten van de wieken wegnemen. Ook werden de muren van het maalderijgebouwtje ernaast goed gestut. Dit gebouwtje werd evenwel door een storm in februari 1984 vernield en later afgebroken.

Deze dringende instandhoudingswerken leidden wederom niet tot een definitieve restauratie, waarvan de kostprijs steeds hoger opliep: ruim 12 miljoen frank om hem wederom "maalvaardig" te herstellen.

In de raadszitting van juli 1987 werd besloten om de procedure in te zetten tot het deklasseren van de molen of de bescherming op te heffen. Een jaar later wilde de gemeente de molen afstaan aan de stad Brugge, met het oog op overbrenging naar de Brugse stadsvesten. Maar de stad Brugge had meer belangstelling voor de driezolder-staakmolen van Werken, die in 1989 door de gemeente Kortemark aangekocht werd. Rond 1990 wilde de gemeente Kortemark de Wullepitmolen nog steeds van de hand doen. Ze wilde liever de drie andere windmolens van Groot-Koremark laten herstellen en was zelfs bereid om financieel meer tussen te komen, eennmaal "bevrijd" van de last van de Wullepitmolen.

Ondertussen takelde de Wullepitmolen nadien zienderogen af, zodat een groep molenliefhebbers met als stuwende kracht oud-Zarrenaar Jos Demarée in het voorjaar van 1991 de Wullepitmolen vzw oprichtten met de bedoeling de molen te redden. In het najaar van 1991 mocht de Wullepitmolen vzw, met materiële steun van de gemeente, instandhoudingswerken uitvoeren aan de molen.
Door toedoen van deze vzw kon bekomen worden dat de molen in 1994 door de Provincie West-Vlaanderen (weerom voor één symbolische frank) van de gemeente Kortemark aangekocht werd met de bedoeling deze ter plaatse te restaureren. In april 1996 werd de molen gedemonteerd als eerste fase van de restauratie en in op 1 september 1998 startte de firma Peel uit Gistel met de definitieve fase: meteen de laatste grote restauratie die deze firma uitvoerde. De oude staak kon behouden blijven.
In juni 2000, ongeveer 50 jaar na zijn laatste 'professionele' draaidag, waren de restauratiewerken ten einde en werd de molen officieel opengesteld voor het publiek.

De Wullepitmolen en de nabije Couchezmolen vormen een in België uniek molenlandschap, met een werkende stenen molen en staakmolen op nauwelijks één kilometer van elkaar en in elkaars zicht.

Sedertdien draait een vijftal vrijwillige molenaars van de Wullepitmolen vzw  minstens elke 1ste zondag van de maand van 14-18 u. van april tot en met september met de Wullepitmolen (bij voldoende wind ook de vierde zondag) en op speciale molendagen 10-18u.

De bestendige deputatie van de provincie West-Vlaanderen keurde op 2 maart 2017 de ontwerpovereenkomst goed voor de overdracht van de Wullepitmolen naar de gemeente Kortemark. Eén van de bepalingen is dat de geplande komende restauratie (met een mogelijke vervanging van de steenbalk die door klopkever aangetast zou zijn) geheel door de provincie wordt gedragen. Een beheersplan werd opgemaakt door Frank Becuwe van het erfgoedprojectbureau “Monument in Ontwikkeling” bvba uit Nieuwpoort.

Op donderdag 1 juni 2017 keurde de provincieraad de verkoop van de Wullepitmolen in Kortemark goed. Na onderzoek blijkt dat er hoogdringende werken uitgevoerd moeten worden aan de molen, met een kostenplaatje van zo’n 400.000 euro inclusief btw, zonder rekening te houden met eventuele specifieke eisen of bijkomende kosten van Onroerend Erfgoed. Door het nieuwe decreet Onroerend Erfgoed is er voor de Provincie echter geen recht meer op enige subsidiëring bij renovatie van de molen. Om de molen te behouden als erfgoed en in functie van het verkrijgen van maximale steun van de Vlaamse overheid bij restauratie van de molen, wordt gekozen voor een verkoop aan de gemeente Kortemark aan een symbolische euro. Een flankerende overeenkomst voorziet dat de Provincie nog een eenmalige tussenkomst van maximum 80.000 euro voorziet (20 % van de kosten).

Kosteloze overdracht is mogelijk op voorwaarde dat de gemeente Kortemark instaat voor de renovatie, herstellingen en het verdere onderhoud van de molen. Bij de ondertekening van de akte zal de Provincie een eerste schijf van 90 % van de toelage betalen aan de gemeente Kortemark. De gemeente voorziet een molenbeheerplan voor alle molens op haar grondgebied. Ze verbindt zich er eveneens toe om binnen de zes maanden na goedkeuring van het molenbeheerplan, door het gemeentebestuur en Onroerend Erfgoed, een restauratiedossier op te starten. Het saldo van de toelage, 8.000 euro, zal door de Provincie betaald worden na het voorleggen van de nodige bewijsstukken. In 2017 en 2018 werkt de Provincie nog de restauratiewerken af, zodat deze molen eind 2018 opnieuw maalvaardig is.

Eigenaars na 1810:
- 1810, eigenaar: Wullepit-Van Overbeke Petrus, molenaar te Zarren
- 29.01.1842, erfenis: de weduwe en de kinderen (kinderen: a) Wullepit Charles Louis, molenaar te Zarren en b) Wullepit Caroline, zonder beroep te Zarren) (overlijden van Petrus Wullepit)
- 23.04.1849, verkoop: Wullepit Charles Louis, molenaar te Zarren (overlijden van Caroline Wullepit)
- 1883, erfenis: de erfgenamen (overlijden van Charles Louis Wullepit)
- 23.10.1883, deling: Wullepit-Couchez Pieter, molenaar te Zarren (notaris Proot)
- na 1919, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Couchez van Pieter Wullepit)
- 16.06.1973, erfenis: a) Wullepit Omer Sylveer, zonder beroep te Zarren en b) Wullepit Rachel Marie, zonder beroep te Zarren
- 19.02.1974, verkoop: Gemeente Zarren-Werken (notaris Stéphane Maere uit Diksmuide - "bouwvallige molen", voor één symbolische frank)
- 01.01.1977, administratief: Gemeente Kortemark
- 1994, verkoop: Provincie West-Vlaanderen (voor één symbolische frank)
- 2017,  verkoop: Gemeente Kortemark (voor één symbolische euro)

Sylvère VANOVERSCHELDE, Jos DEMAREE, Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

<p>Wullepitmolen<br />Lindemolen</p>

Foto: Tijl Vereenooghe, 25.03.2007

<p>Wullepitmolen<br />Lindemolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Wullepitmolen<br />Lindemolen</p>

Als ruïne in 1981. Foto: M.F. Boogerd.

<p>Wullepitmolen<br />Lindemolen</p>

Als ruïne in 1977. Links het verdwenen maalderijgebouwtje. Foto coll. Geert Vanhercke, Bredene

<p>Wullepitmolen<br />Lindemolen</p>

De chirojongens van Staden op fietstocht, 1955 (coll. Donald Vandenbulcke, Staden)

Bijlagen

Aantal asomwentelingen.
2000: 30.760
2001: 41.980
2002: 56.860
2003: 48.557
2004: 40.107
2005: 61.074
2006: 42.213
2007: 30.188
2008: 28.256
2009: 29.107
2010: 33.145
2011: 40.199
2012: 22.197
(totaal 2000-2012: 504.643)

Intekendatum: nov. 2002
Molen: Zarren (Kortemark, W.-Vl.), Wullepitmolen - staakmolen op torenkot
Bouwheer & ontwerper: Provincie West-Vlaanderen, Dienst Contracten, Overheidsopdrachten en Patrimonium, Brugge
Opdracht: Herstel stormschade: vervangen gebroken kruisplaatsleutel, rechtzetten molenkast
Plaats aanbesteding: Provinciehuis Abdijbeke, Abdijbekestraat 9, 8200 Brugge
Toewijzing: Thomaes Molenbouw nv, Roeselare
------------------------------------
Toespraak bij de Opening Wullepitmolen te Zarren, door Gerrit Defreyne, gedeputeerde voor cultuur, 13.06.2000.

Vandaag is het niet alleen een grote dag voor Zarren en de Zarrenaren. Het is ook een belangrijke dag voor het molenbestand in West-Vlaanderen en voor het provinciaal molenbeleid in het bijzonder. Zoals u weet, zijn er in onze provincie niet minder dan vijftig gerestaureerde windmolens in bedrijf. Op gezette tijdstippen zijn zij ook toegankelijk voor het publiek. De jongste in de rij gerestaureerde en bezoekbare molens is deze Wullepitmolen, die na een lange periode van verval eindelijk terug in al zijn glorie in het landschap verrijst. De Wullepitmolen werd zes jaar geleden door het provinciebestuur aangekocht, met het doel hem te restaureren. De eigenlijke restauratie begon pas goed anderhalf jaar geleden. Maar voorafgaand aan de restauratie diende eerst een diagnose van de molen gemaakt. Uit die diagnose zou trouwens blijken dat de staat van verval zó vergevorderd was, dat slechts weinig onderdelen herbruikbaar waren. Vervolgens diende een restauratiedossier opgemaakt. Er moesten ook subsidies aangevraagd worden bij de Vlaamse overheid. Dit alles nam de nodige tijd in beslag, wat verklaart waarom het bijna zes jaar geduurd heeft vooraleer de operatie helemaal voltooid was.

Dat alles is nu tot een goed einde gebracht en het is niet zonder trots dat ik u namens het provinciebestuur het resultaat mag voorstellen. Ik doe dit tegelijk met enige schroom. Ik moet u namelijk bekennen dat ik in een vorig leven, toen ik actief was in de Kortemarkse politiek, niet geloofde in de wederopstanding van de Wullepitmolen. De molen was sinds 1971 eigendom van de gemeente Zarren-Werken en toen deze gemeente door fusie bij Kortemark werd opgenomen, kwam de molen als een soort bruidsschat mee. Het was een wat vergiftigd geschenk, want de toestand ervan was toen al zorgwekkend. Een restauratie kon bij het toenmalige gemeentebestuur dan ook zeker niet op algehele instemming rekenen. Men gaf terecht of ten onrechte prioriteit aan andere zaken. Dat kwam de Wullepitmolen uiteraard niet ten goede.

Ik wil hier dus niet de pluim op mijn hoed steken, maar wel hulde brengen aan hen die wél in de toekomst van de Wullepitmolen geloofden en uiteindelijk voor zijn heropstanding gezorgd hebben. In de eerste plaats is dat de v.z.w. Wullepitmolen en zijn onvermoeibare voorzitter Jos Demarée. Deze laatste was al in zijn studententijd begeesterd door de molen, en begaan met de redding ervan. Samen met enkele gelijkgestemden in de gemeente is hij onverdroten blijven ijveren voor de restauratie. Zij zijn het, die uiteindelijk het provinciebestuur ervan hebben kunnen overtuigen de molen te verwerven.

De eigenlijke redder is het provinciebestuur, die in het kader van het provinciaal molenbeleid tot aankoop en restauratie overging. De aankoop vergde geen speciale financiële inspanning: de gemeente Kortemark was maar wat blij de molen voor een symbolische frank over te kunnen laten. De restauratie kostte wel iets meer: zon 15 miljoen frank. Hier dient evenwel onmiddellijk aan toegevoegd dat de Vlaamse Gemeenschap 60% van dat bedrag subsidieert, omdat de Wullepitmolen een beschermd monument is.

Met de Wullepitmolen is de provincie West-Vlaanderen niet aan haar proefstuk toe. De provincie kent al een lange traditie in het behoud van het molenpatrimonium. Het begon bijna dertig jaar geleden, meer bepaald in 1971, met de aankoop van de Schellemolen in Damme. Deze stenen bovenkruier werd in 1975-1977 gerestaureerd en is sindsdien voor het publiek toegankelijk. Daarna volgden de Koutermolen in Harelbeke, de Markeymolen in Lo-Reninge en de Steenakkermolen in Langemark-Poelkapelle. Als buitenbeentje kwam daar in 1976 ook nog de rosmolen van Sint-Michiels bij, in het provinciaal domein van het Tillegembos. De provincie West-Vlaanderen is dus de trotse en toegewijde eigenaar van zes molens. Deze zijn alle maalvaardig en toegankelijk voor bezoek. Een dergelijk molenbestand vergt ook regelmatig onderhoud. Op de provinciale begroting voor het jaar 2000 is hiervoor 4,5 miljoen frank voorzien.

Daarnaast ondersteunt de provincie ook nog op andere wijzen het West-Vlaamse molenbestand. Zo zijn er de draaipremies, die jaarlijks aan de vrijwillige molenaars toegekend worden a rato van het aantal asomwentelingen. De Werkgroep West-Vlaamse Molens kan op logistieke en financiële steun rekenen, onder meer voor het inrichten van molenaarscursussen. Ook de jaarlijkse West-Vlaamse molendag, die straks op zondag 18 juni weer plaatsvindt, wordt georganiseerd met de steun van de provincie. Tenslotte betaalt de provincie nog haar wettelijk aandeel in de restauratiepremies van beschermde molens die eigendom zijn van particulieren, verenigingen of gemeentebesturen. Met deze consequent doorgezette en gediversificeerde molenpolitiek profileert West-Vlaanderen zich duidelijk als een molenprovincie. Zowel in Vlaanderen als in West-Europa neemt zij daarmee een koppositie in. De pas voltooide restauratie van de Wullepitmolen is een nieuwe en belangrijke stap ter versteviging van deze koppositie.
Ik dank U.
----------------------------
DUH, "Dienst toerisme pakt uit met Molendag", Het Nieuwsblad, 03.06.2011.
Kortemark - Kortemark, ooit een gemeente met 27 molens, stelt op zondag 5 juni de Wullepitmolen en de Couchezmolen in Zarren open voor het grote publiek. Er wordt door molenaars doorlopend uitleg gegeven en bij voldoende wind wordt er eveneens gemalen. In de Couchezmolen kunnen bezoekers bovendien genieten van een gratis jenevertje of proeven van de plaatselijke molenkoekjes. Naast een bezoek aan het molenmuseum is er een toeristische infostand en kinderanimatie. Bovendien krijgt iedere vijftigste bezoeker een gratis kruikje molenjenever aangeboden. De Molendag gaat van start om 10.00u en eindigt om 18.00u. Meer info vind je bij de Dienst Toerisme op 0476214436 of via toerisme@ kortemark.be.

DUH, "Kortemarkse Molendag op zondag 2 juni. Molens bezoeken op Kortemarkse Molendag", Het Nieuwsblad dig., 01.06.2013.
Kortemark - Kortemark, ooit een gemeente met 27 molens, stelt op zondag 2 juni tussen 10u en 18u de Wullepitmolen, de Kruisstraatmolen en de Couchezmolen open voor het grote publiek. Er wordt door de molenaars doorlopend uitleg gegeven. Bij voldoende wind wordt er eveneens gemalen.
Bij de Couchezmolen zijn er bovendien tal van activiteiten. Bij één van de geplande activiteiten kunnen bezoekers leren hoe een brood gebakken wordt. Het proces van tarwe tot brood kan dus aan den lijve ondervonden worden.
Daarnaast is er ook nog kindergrime, een toeristische infostand en kan er ook genoten worden van een gratis jenevertje. Tevens kan men de lekkere Kortemarkse molenkoekjes proeven. Iedere 50ste bezoeker krijgt bovendien uit de handen van de molenaar een gratis kruikje échte molenjenever aangeboden. Kinderen die de mooie gekleurde tekening afgeven in de Couchezmolen krijgen er een leuke verrassing. De tekeningen staan op de website www.kortemark.be, rubriek ‘Toerisme Nieuws’. Meer info is te vinden via 051 56 61 08 of via toerisme @ kortemark.be

"Vier molens in de kijker op Molendag", Krant Van West-Vlaanderen editie Torhout, 27.05.2016. Kortemark / Zarren / Werken - De Nationale Molendag vindt plaats op zondag 29 mei, maar in Kortemark stellen ze hun molens tentoon op zondag 5 juni. Rond de molens zijn er tal van activiteiten en dit jaar kan je ook  voor het eerst sinds jaren  bij de Koutermolen in Kortemark een kijkje nemen.

DUH, "786 bezoekers op geslaagde Molendag", Het Nieuwsblad, 14.06.2016.
Foto's: K
Kortemark Op zondag 5 juni ging, naar jaarlijkse gewoonte, de jaarlijkse molendag door in Kortemark. Met 786 bezoekers werd het bezoekersrecord gebroken. Dit jaar waren alle vier molens die Kortemark rijk is toegankelijk voor het publiek. De Kruisstraatmolen in Werken, de Koutermolen in Kortemark, de Couchezmolen in Zarren en de Wullepitmolen in Zarren openden hun deuren. Iedereen kon de molens bezoeken en kreeg er een woordje uitleg van de molenaar.
Bovendien konden bezoekers bij de verschillende molens proeven van Kortemarkse streekproducten zoals molenjenever, molenkoekjes, pralines met molenlogo, everzwijnworst, krekemeersje, molenbrood en rillette. Ook de Kortemarkse streekbieren Levir, Meubelmaekerke, Sarne, Weretha en Hapkin konden geproefd worden.
Eva Vanhuyse: “De kinderen konden deelnemen aan een tekenwedstrijd. In ruil voor hun tekening kregen ze een mooi geschenkje. Er ging ook een workshop ‘molentjes maken’ door. Verder was er  kindergrime en een Poëtisch Kapsalon voor de kleintjes. We mochten heel wat nieuwsgierigen verwelkomen aan onze molens en met 786 bezoekers braken we een heus record. Bij de Couchezmolen ontving iedere 50ste bezoeker een fles molenjenever.
Ook werd er een tombola georganiseerd waarbij de bezoekers bij elke molen een stempel konden verzamelen. De hoofdprijs was een mooie vintagefiets t.w.v. 750 euro, geschonken door het gemeentebestuur. Marcel Vangheluwe uit Kortemark werd de gelukkige winnaar van de fiets.

------------------

Deputatie van de provincie West-Vlaanderen dd. 22/10/2015 
Lijst besluiten
37. Gebouwen 45762 - 0347/2015/003/GEB00 - Volmacht verlenen aan de gemeente Kortemark tot opmaak van een beheerplan voor de Wullepitmolen te Zarren Beslissing: Goedgekeurd 

Deputatie van de provincie West-Vlaanderen dd. 02.03.2017.
34. COOP 58693 - 0347/2016/001/COOP55/LP - Goedkeuring verlenen aan de ontwerpovereenkomsten betreffende de overdracht van de Wullepitmolen te Kortemark. Beslissing: Goedgekeurd 

-----------------

Jos Remaut, "Herbeleef de provincieraad: Provincie verkoopt Wullepitmolen in Zarren", kw.knack.be/west-vlaanderen, 01.06.2017.
De molen zal terug worden verkocht aan de gemeente Kortemark, die tot 1994 de eigenaar was. Hij werd toen verkocht omdat een grondige renovatie van zowat 250.000 euro zich opdrong. Nu zijn er opnieuw grote en zelfs hoogdringende werken nodig aan de molen. Ze zullen naar schatting 400.000 euro kosten. Maar omdat de provincies op vandaag geen subsidies meer kunnen krijgen voor de renovatie van hun onroerend erfgoed, zal Kortemark de molen nu terugkopen voor één symbolische euro.
Weinig opmerkingen over verkoop Wullepitmolen
Enkel Alex Colpaert van Groen heeft een korte tussenkomst: "We zijn niet tegen de verkoop van de molen aan de gemeente, maar we hebben wel bedenkingen bij het feit dat de eerste schijf van 90 % van de toelage meteen al aan de gemeente Kortemark wordt overgemaakt, zonder bewijsstukken."
Gedeputeerde Bart Naeyaert (CD&V): "Er is daar inderdaad heel veel over en weer over gepraat, maar laat ons misschien maar beter stoppen met discussiëren over de kostprijs van die restauratie."

"Provincie West-Vlaanderen en gemeente Kortemark sluiten overeenkomst over beheer Wullepitmolen (Kortemark)", west-vlaanderen.be (01.06.2017)
Op donderdag 1 juni keurde de provincieraad de verkoop van de Wullepitmolen in Kortemark goed.
Na onderzoek blijkt dat er hoogdringende werken uitgevoerd moeten worden aan de molen, met een kostenplaatje van zo’n 400.000 euro inclusief btw, zonder rekening te houden met eventuele specifieke eisen of bijkomende kosten van Onroerend Erfgoed. Door het nieuwe decreet Onroerend Erfgoed is er voor de Provincie echter geen recht meer op enige subsidiëring bij renovatie van de molen.
Om de molen te behouden als erfgoed en in functie van het verkrijgen van maximale steun van de Vlaamse overheid bij restauratie van de molen, wordt gekozen voor een verkoop aan de gemeente Kortemark aan een symbolische euro. Een flankerende overeenkomst voorziet dat de Provincie nog een eenmalige tussenkomst van maximum 80.000 euro voorziet (20 % van de kosten).
Kosteloze overdracht
Kosteloze overdracht is mogelijk op voorwaarde dat de gemeente Kortemark instaat voor de renovatie, herstellingen en het verdere onderhoud van de molen. Bij de ondertekening van de akte zal de Provincie een eerste schijf van 90 % van de toelage betalen aan de gemeente Kortemark.
De gemeente voorziet een molenbeheerplan voor alle molens op haar grondgebied. Ze verbindt zich er eveneens toe om binnen de zes maanden na goedkeuring van het molenbeheerplan, door het gemeentebestuur en Onroerend Erfgoed, een restauratiedossier op te starten.
Het saldo van de toelage, 8.000 euro, zal door de Provincie betaald worden na het voorleggen van de nodige bewijsstukken.
Historiek Wullepitmolen
De Wullepitmolen werd eigendom van de Provincie in 1994, na aankoop aan de gemeente Kortemark voor een symbolische frank.
Sinds 1994 werden verschillende werken uitgevoerd, onder andere onderhouds- en herstellingswerken aan de omheining, de toegangspoort en de trap, herstellingswerken aan het metselwerk of na stormschade, het aanbrengen van accentverlichting buiten, enz.
Daarnaast vond tussen 1998 en 2000 een grootschalige renovatie plaats. De totale kostprijs van deze renovatie bedroeg 247.579,47 euro exclusief btw.
Provinciale molens
Naast de Wullepitmolen in Kortemark is de Provincie West-Vlaanderen ook eigenaar van de rosmolen bij het kasteel Tillegem in Sint-Andries Brugge, de Schellemolen in Damme, de Koutermolen in Harelbeke, de Steenakkermolen in Langemark en de Markeymolen in Pollinkhove. Ook het Molentje Decroos in Eggewaartskapelle draait onder provinciaal beheer.
Daarnaast heeft de Provincie ook de Sint-Karelsmolen in Veurne in erfpacht. In 2017 en 2018 werkt de Provincie nog de restauratiewerken af, zodat deze molen eind 2018 opnieuw maalvaardig is.
Meer info
kabinet gedeputeerde voor infrastructuur voor de Provincie West-Vlaanderen, Bart Naeyaert lieven. louwagie @ west-vlaanderen.be of 050 40
gedeputeerde voor milieu, landschap en natuur voor de Provincie West-Vlaanderen, Guido Decorte
guido. decorte@west-vlaanderen. be of 050 40 31 52 of 0474 53 21 82

SVR, "Zarren. Provincie verkoopt Wullepitmolen aan gemeente voor 1 euro", Het Laatste Nieuws, 03.06.2017.
Het  provinciebestuur verkoopt de Wullepitmolen in Zarren aan de gemeente Kortemark voor één symbolische euro, om reden van openbaar nut. Daarbij krijgt de gemeente ook nog eens een (eenmalige) subsidie van 80.000 euro voor herstellingswerken aan de molen. De gemeente is nu van plan een molenbeheerplan op te stellen zodat ook voor het verdere onderhoud van de molen subsidies kunnen aangevraagd worden. Wie de Wullepitmolen wil ontdekken, kan er trouwens op Molendag morgen terecht. Een molenaar geeft er dan een woordje uitleg aan het publiek, terwijl er ook echt gemalen wordt (bij voldoende wind). Iedere vijftigste bezoeker krijgt er bovendien een gratis kruikje molenjenever. Ook de Kruisstraatmolen en de Couchezmolen zijn morgen open voor het grote publiek.

BFR, “Kortemark koopt Wullepitmolen voor slechts één enkele euro”, Het Nieuwsblad, 24.05.2017.
Dankzij subsidies kan de molen nu gerestaureerd worden. Foto: bfr Kortemark / Zarren - De gemeente Kortemark heeft de Wullepitmolen gekocht. Daarvoor betaalde het een euro aan de provincie. Met subsidies wordt de molen nu gerenoveerd. Op grondgebied Kortemark staan er vier molens. Met de Kruisstraatmolen in Werken had de gemeente al een exemplaar, met de Wullepitmolen in Zarren komt er daar nu nog een molen bij. De provincie, die de ...

SVR, "Veel interesse voor molens en ambachten", Het Laatste Nieuws, 06.06.2017.
De jaarlijkse Molendag in Kortemark was een schot in de roos. Zowel de Kruisstraatmolen, de Couchezmolen als de Wullepitmolen openden zondag de deuren voor het publiek.
Tijdens deze editie van de Molendag stond de Wullepitmolen in Zarren centraal. Die werd onlangs opnieuw eigendom van de gemeente Kortemark. Een molenaar gaf er een woordje uitleg, terwijl de wieken van de molen draaiden. Aan de voet van de molen waren er demonstraties van (andere) ambachtslieden, zoals een hoefsmid of een pottenbakker. Voorts waren er proevertjes, kruikjes echte molenjenever en molenkoekjes te verkrijgen aan de toog buiten.

"Restauratie Wullepitmolen in Zarren" (west-vlaanderen.be/mediahaven.com)
Tussen 1998 en 2000 werd de Wullepitmolen in Zarren gerestaureerd met middelen van het provinciebestuur door de firma Peel.
Extra info
Rechten
Vrij te gebruiken voor provinciale publicaties tenzij anders vermeld. In beperkte resolutie gedownload of afgeprint vrij en kosteloos bruikbaar voor niet-commerciële doeleinden, mits vermelding bron © Provincie West-Vlaanderen - naam auteur.
Datum inhoud 06-09-2000
Auteurs: Carlos Van Craeynest, Hans Dobbelaere
Rechtenhouder © Provinciebestuur West-Vlaanderenn - Wenst u dit beeld in hoge resolutie te bekomen en/of te publiceren, neem dan contact op met het Provinciebestuur via mediadatabank @ west-vlaanderen.be
Bestandsnaam: Restauratie Wullepitmolen (1)-0.MP4
Toegevoegd op: 22-10-2016
Adres: Molenstraat 30, 8610 Kortemark, België
Categorieën: Erfgoed, Gebouwen, Mensen, Video
Trefwoorden: 14/10/1999, 17de eeuw, 1998, askop, atelier, brasem, Couchez, drukketel, erfgoedproject, Focus, hijskraan, houtorm, journaal, kap, kruien, kruilier, kruisplaat, luiwerk, meel, molen, molenaarsatelier, molenaarsgeslecht, molenas, molenkast, molenstaak, Peel, proefopstelling, restauratie, rode, schedelat, staak, staakmolen, standaard, steenbalk, steekband, stenen molen, teerling, teerlingkot, Tony Van den Bosch, tv, vorkheftruck, wiek, Wullepitmolen, Zarren
Beeldformaat 1920 x 1080 px
Mediatype video

Literatuur

Archiefbronnen
Rijksarchief Brugge, Brugse Vrije, nr. 6584. Taxatiegelden (transporten en ommestellingen) Zarren, anno 1639.
Rijksarchief Brugge, Brugse Vrije, nr. 6585 (taxatiegelden Zarren, anno 1658)
Rijksarchief Brugge, Brugse Vrije, nr. 6587 (anno 1711)
Rijksarchief Brugge, Brugse Vrije, nr. 6588 (anno 1716)
Rijksarchief Brugge, Parochieregisters Zarren, 1617 tot 1796.
Rijksarchief Brugge, Volkstelling 1748.

Literatuur
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 120;
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 262-263 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9);
Herman Holemans, "West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 8. Gemeenten V-Z , Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2005.
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 141;
Sylveer Vanoverschelde, "De molens te Zarren", in: Jaarboek heemkundige kring "Crekel Beke" Kortemark, 1990, p. 141-172;
J. Demarée, T. Denoo, A. Desmytter, W. Messeyne, S. Vanhove, "Couchezmolen, molenmuseum, leidraad", Kortemark, s.d.
Jos Demarée. "Eerste fase restauratie Wullepitmolen te Zarren van start", in: Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens, XII, 1996, p. 10-11;
Jos Demarée, Ann De Smyter & Saskia Vanhove, "Wullepitmolen", Kortemark, s.d.;
Lieven Denewet, "Zarren: het einde van de Wullepitmolen?", in: Molenecho's, XV, 1987, 5-6, p. 212-213.
(L. Smet), Zarren-Werken - "Wullepitmolen", in: Molenecho's, II, 1974, 12, p. 93.
(L. Smet), Zarren - "Wullepitmolen", in: Molenecho's, III, 1975, 9, p. 68.
(L. Smet), Zarren - Wullepitmolen", in: Molenecho's, VII, 1979, 8, p. 61-62.
Lieven Denewet, "25 Vlaamse molenmakers uit 1832", Molenecho's, XVII, 1989, 4, p. 173-175.
Marc Ryckaert, "Wullepitmolen maalt weer", in: In de Steigers", VII, 2000, p. 3-4;
Herman Holemans, "West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 8. Gemeenten V-Z , Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2005.
J. Demarée, "Fotoreportage. Heropbouw van de Wullepitmolen te Zarren", in: Molenecho's, XXVII, 1999, nr. 1, p. 15-16;
J. Demarée, "De Zarrense Wullepitmolen maalt als 6de West-Vlaamse provinciemolen", in: Molenecho's, XXVIII, 2000, nr. 2, p. 70-72;
J. Demarée, "Onderhoudswerken uitgevoerd aan de Wullepitmolen te Zarren", in: Molenecho's, XIX, 1991, p. 186-188;
E. D(e) K(inderen), "De Lindemolen te Zarren", in: De Belgische Molenaar, LXXI, 1976, p. 282-283;
Christiaan Debusschere, "Molengemeente Kortemark", Kortemark, Molen Magazine, 2003, 260 p.;
"De Lindemolen of Wullepits molen te Zarren", in: Curiosa, maart 1995, p. 24-26;
John Verpaalen, "Windmolens in de actualiteit [Langemark; Geluveld; Zarren-Werken; Merkem; Komen; Diest; Tessenderlo]", in De Belgische Molenaar en Levende Molens, jg. 77 (1982), nr. 11 (november), p. 236 en 245, ill.
"Provinciale draaipremie voor ambachtelijke molens. Aantal asomwentelingen van West-Vlaamse molens in 2004-2009", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVI, 2010, 3, p. 115-118.
"Aantal asomwentelingen van West-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 50.
http:// users.telenet.be/zarren
Video "Restauratie Wullepitmolen in Zarren" (west-vlaanderen.be/mediahaven.com)

Mailbericht
Jan Goeminne ("De Tekstzetter"), Kortemark, 10.02.2015.

Persberichten
R. Brackx, "Daar bij die Kortemarkse molen... Waar het verleden triestig kraakt...", in: De Weekbode, jg. 39 (1985), nr. 27 (5 juli), 597/2, ill.;
DUH, "Dienst toerisme pakt uit met Molendag", Het Nieuwsblad, 03.06.2011.
DUH, "Kortemarkse Molendag op zondag 2 juni. Molens bezoeken op Kortemarkse Molendag", Het Nieuwsblad dig., 01.06.2013.
"Vier molens in de kijker op Molendag", Krant Van West-Vlaanderen editie Torhout, 27.05.2016.
DUH, "786 bezoekers op geslaagde Molendag", Het Nieuwsblad, 14.06.2016.
Jos Remaut, "Herbeleef de provincieraad: Provincie verkoopt Wullepitmolen in Zarren", kw.knack.be/provincieraad, 01.06.2017.
"Provincie West-Vlaanderen en gemeente Kortemark sluiten overeenkomst over beheer Wullepitmolen (Kortemark)", west-vlaanderen.be (01.06.2017)
BFR, “Kortemark koopt Wullepitmolen voor slechts één enkele euro”, Het Nieuwsblad, 24.05.2017.
SVR, "Zarren. Provincie verkoopt Wullepitmolen aan gemeente voor 1 euro", Het Laatste Nieuws, 03.06.2017.
SVR, "Veel interesse voor molens en ambachten", Het Laatste Nieuws, 06.06.2017.


Laatst bijgewerkt: dinsdag 6 juni 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens