Molenzorg
Brugge, West-Vlaanderen
Naam

Sint-Janshuismolen
Sint-Janshuysmolen
Bakkersmolen (vroeger)
Sint-Aubertusmolen (vroeger)

Ligging Kruisvest 3
8000 Brugge

De tweede molen vanaf de Kruispoort
einde Rolweg
kadasterperceel A226


toon op kaart
Geo positie 51.215439, 3.238117
Eigenaar Gemeente Brugge
Gebouwd 1298 / ca. 1560 / 1770
Type Staakmolen met open voet
Functie Korenmolen
Kenmerken Natuurstenen teerlingen
Gevlucht/Rad Gelaste stalen roeden, ca. 24 meter
Inrichting Twee steenkoppels
Toestand Maalvaardig
Bescherming DSG: dorps- en stadsgezicht,
14.04.1944 / 28.05.1962 / 20.01.2016
Molenaar Alain Debusscher, Miguel Ryde
Openingstijden Open van 1 mei t.e.m. 30 september, van dinsdag tot zondag, van 9.30 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 17.00 uur (tickets tot een half uur voor sluiting); in april enkel tijdens het weekend; groepen na afspraak (tel. 050 448764, Museum voor Volkskunde)
Ten Bruggencatenummer 03335
Internet bron

Sint-Janshuismolen
Sint-Janshuysmolen
Bakkersmolen (vroeger)
Sint-Aubertusmolen (vroeger)

<p>Sint-Janshuismolen<br />Sint-Janshuysmolen<br />Bakkersmolen (vroeger)<br />Sint-Aubertusmolen (vroeger)</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden  

Beschrijving / geschiedenis

De Sint-Janshuysmolen is een houten korenwindmolen, type tweezolder-staakmolen met openvoet, op de Kruisvest (de tweede molen vanuit de Kruispoort), op het uiteinde van de Rolweg. De molen staat tegenover "het Schottershof van de Handboge". Het molenhuis of de molenaarswoning stond aan de noordzijde van de Rolweg.  

De molennaam verwijst naar het Sint-Janshospitaal. Nochtans was dat hospitaal niet in het bezit van de molen, maar het kreeg wel de landcijns op deze molen. De andere benamingen, Sint-Aubertusmolen en Bakkersmolen, verwijzen naar de periode toen de molen in het bezit van het bakkersgilde was (zie hierna).

De molenwal werd al aangelegd in 1297-98. Dan werden 7 molenbergen ("mota molendini") afgevoerd naar aanleiding van de aanleg van de nieuwe stadsomwalling. Zeven nieuwe molenbergen werden opgeworpen, waaronder de mote bij de Rolweg, waarop de huidige Sint-Janshuismolen staat.

Een stadsrekening van 1343 maakt melding van de Sint-Janshuysmolen. Door de molen kon een bres in de vesting gelocaliseerd worden.

Jacob de Buerchgrave, zoon van heer Jacob, gaf in 1367 ten behoeve van het Sint-Janshospitaal, een eeuwige en erfelijke cijns op een molenwal en al hetgeen er aan beide zijden toebehoorde. Deze wal was gelegen bij de Riemstraat of de huidige Rolweg.

Bakker Zegher van Crubeke en zijn vrouw Lysebette bezetten in 1379 op de "Sint-Janshuusmolen", de molenwal en alles dat er toebehoorde, een jaarlijkse landcijns en zelfs een erfelijke en eeuwige cijns, opnieuw ten behoeve van het Sint-Janshospitaal.

Diederic de Cleerc, eigenaar van de molen, ontving in 1405 18 pond van het Sint-Janshospitaal. Ieder jaar kreeg deze instelling 10 schellingen meer dan de overeengekomen som van de landcijns, zodat het te veel geïnde teruggegeven moest worden.

In een akte van 1563 staat gemeld dat de molen onlangs volledig werd herbouwd.

De staakmolen staat afgebeeld op de plannen van Marcus Gerards (1562) en Jacob van Deventer (1558-1575) als de tweede molen tussen de Kruispoort en de Dampoort.

In het register van het Sint-Janszestendeel (vanaf 1580) wordt de Sint-Janshuismolen beschreven als "De muelen ghenaemt Sint-Janshuys, staende thenden de Langhe Rollewech". 

Van Pieter van Zeebrouck d'oude, eigenaar in 1580, ging de molen in 1594 over naar zijn zoon Pieter van Zeebrouck de jonge. Bij deze overgang wordt de molen beschreven als zijnde ‘onlangs vernieuwd’. In 1628 is de eigendom voor de helft aan Jacques Hanecaert, voor de andere helft aan Lieven Devenyn.

In 1744 waaide de molen om. Zesentwintig bakkers van het Brugse bakkersambacht kochten de wal aan op 24 oktober 1769 en bouwden in 1770 de huidige molen, vandaar ook de (thans buiten gebruik geraakte) benamingen Sint-Aubertusmolen en Bakkersmolen.

We zien hem aangduid op de Ferrariskaart (ca. 1775) met het bruin symbool van een staakmolen en op de topografische kaart van Ph. Vandermaelen (ca. 1850).

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Vanconkelberg Louis, bakker te Brugge
- 25.02.1843, verkoop: Van Hardenberg-De Meulenaere, bakker te Brugge (notaris Jacqué)
- 23.08.1873, verkoop: Gevaert Franciscus en consoorten, bakker te Brugge (notaris Termote)
- 1914, verkoop: Brugge, de Stad

De stad kocht de Sint-Janshuismolen op 3 april 1914 voor 5000 frank aan van Henri Gevaert en de erfgenamen van Frans, Cathérine en Marie Gevaert. Frans Gevaert was werkelijk de laatste nog actieve windmolenaar te Brugge. Hij woonde op de hoek van de Carmers- en Peterseliestraat, waar hij ook herberg “Sint-Sebastiaan” openhield, en verhuisde later naar de Rolweg. Maar zijn maalbedrijf ging blijkbaar teloor.
Aanvankelijk wilde de stad de molen slopen, net zoals ze dat 40 à 50 jaar voordien zoveel keren gedaan had. Nadien zag men de waarde in en bleven de Sint-Janshuismolen  en de (in 1911 heropgerichte) Bonne Chiere op de Kruisvest staan. Beide molens bleven echter stilstaan en gingen geleidelijk hun verval tegemoet.

Een eerste restauratie in 1939, onder impuls van molenkenner Alfred Ronse uit Gistel, bleef onafgewerkt vanwege de dreigende oorlog. De ijzeren steenbalk (gemaakt door de firma Verhaeghe-Decuyper uit Ruddervoorde) en de met ijzer versterkte steenlijsten, de dekkerlager en regulateurs getuigen nog van die periode. Het was de bedoeling om de molen toen als productiemolen in bedrijf te nemen. Daarom werd ook wiekverbeteringssysteem Dekker voorzien, maar dat werd niet uitgevoerd. Wel werden de houten roeden vervangen door geklinknagelde ijzeren roeden.

In 1957 werd de Sint-Janshuismolen door molenmaker Robert Van de Kerkhove uit Ingelmunster binnen en buiten weer gangbaar gesteld (nieuwe staart, papen en loopschoren). Omdat de verdekkering er niet meer zal opgelegd worden, werden er weer windplanken gestoken en werden de zomen verlegd. Er zijn nu twee binnenzomen, zodat weer een oud kruis te zien is. Er werden kostelijke eiken schaliën gelegd op het berd van de kap en van de windweeg.

Pas op 28 maart  1964 werd de molen werd weer in gebruik gesteld, na 50 jaar stilstand.  Het was de eerste keer in ons land dat een molen na jarenlange stilstand voor cultureel-toeristische redenen en op permanente basis weer in werking werd gesteld.
Burgemeester Pierre Vandamme lichtte de vang, in het bijzijn van o.m. de vier West-Vlaamse molenmakers (Robert Vandekerckhove uit Ingelmunster, Omer Vandenbussche uit Ruiselede, Guido en Herman Peel uit Gistel). juffrouw Ronse uit Gistel (dochter van Alfred Ronse uit Gistel die twee jaar voordien overleden was), de Nederlandse molenexpert I.J. de Kramer  en verschillende molenaars.
De realisatie kwam tot stand dank zij de stuwkracht van schepen Fernand Traen, molinoloog Christian Devyt, burgemeester Pierre Vandamme, hoofdingenieur Boxstael en molenliefhebber Christian van de Walle de Ghelcke uit Assebroek (neef van Alfred Ronse).

Molenaar Maurice Vienne van de Hoge Seinemolen te Beveren-aan-de-IJzer, die te Brugge was komen wonen, werd bereid gevonden de molen tijdens de weekends en op feestdagen in het zomerseizoen te laten draaien. (In 1967 werd hij opgevolgd door Jozef De Waele). De stad Brugge had aanvaard de kosten te dragen. De graanhandel S.V. Handelsvereniging (met ridder van Outryve d’Ydewalle en de Schietere de Lophem) werd bereid gevonden al het nodige graan dat de molen kon malen ter beschikking te stellen.
Christian van de Walle de Ghelcke en Christian Devyt klopten vele keren aan bij het stadsbestuur en vroegen raad aan talrijke molenaars. Zo kon Chr. Devyt de zeilen bekomen van Joseph Markey uit Pollinkhove, die zijn staakmolen aan de Lobrug in 1962 had stilgelegd. Ook keek  Devyt uit naar een toekomstige molenaar. Hij polste o.m. bij molenaar Michel Allaert van de Herentmolen te Meuelbeke. De eerste vrijwillige molenaar werd uiteindelijk Maurice Vienne, oud-molenaar van de Hoge Seinemolen te Beveren-aan-de-IJzer. Zijn opvolgers waren Jozef De Waele (van 1967 tot 1993), Felix Laroy (1993-2012) Marcel Neirinck (1993-heden), Alain Debusscher en Miguel Ryde (2016-heden).

De gebroeders Herman en Guido Peel, molenbouwers uit Gistel, plaatsten in 1968 nieuwe gelaste roeden.

In 2001 gebeurden belangrijke onderhoudswerken, waarbij de kruisplaten, de teerlingblokken, de schoren, de staart en het hekwerk van de roeden werden vervangen en de molenkast een nieuwe beplanking kreeg. De gelaste roeden werden gedemonteerd om hersteld en herschilderd te worden. Eind maart 2017 bracht Molenbouw Wieme Roland & Kris bvba uit Machelen (Zulte) een nieuwe buitentrap aan.

De molen heeft op de molenas 2 kamwielen voor de aandrijving van elk steenkoppel en een kammenluiwerk. De bandvang wordt bediend met behulp van een evenaar.

In de lente en de zomer wordt de molen dagelijks (behalve op maandag) door vele, vooral buitenlandse, toeristen bezocht.

De molen werd op 14 april 1944 beschermd als monument. De molensite werd beschermd als landschap op 28 mei 1962 en als deel van de Brugse geplantsoeneerde stadsomwalling als stadsgezicht op 20.01.2016.

Lieven DENEWET & G. VAN NIEUWENHUYSE

<p>Sint-Janshuismolen<br />Sint-Janshuysmolen<br />Bakkersmolen (vroeger)<br />Sint-Aubertusmolen (vroeger)</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, 04.07.2011

<p>Sint-Janshuismolen<br />Sint-Janshuysmolen<br />Bakkersmolen (vroeger)<br />Sint-Aubertusmolen (vroeger)</p>

Links de Sint-Janshuismolen, rechts de Bonne Chiere. Foto: Frans Van Bruaene, 11.06.2006

<p>Sint-Janshuismolen<br />Sint-Janshuysmolen<br />Bakkersmolen (vroeger)<br />Sint-Aubertusmolen (vroeger)</p>

Prentkaart voor 1914. Links de Sint-Janshuismolen, rechts de Bonne Chiere. Verzameling Ons Molenheem

<p>Sint-Janshuismolen<br />Sint-Janshuysmolen<br />Bakkersmolen (vroeger)<br />Sint-Aubertusmolen (vroeger)</p>

IJzeren steenlijst (Foto: Hans de Kroon)

<p>Sint-Janshuismolen<br />Sint-Janshuysmolen<br />Bakkersmolen (vroeger)<br />Sint-Aubertusmolen (vroeger)</p>

Rollen onder de aspin. Foto: Denis Van Cronenburg, 08.08.2010

Literatuur

Archieven

Stadsarchief Brugge, Stadsrekening 1297-98, f° 14, post 20 (uitgave C. Wijffels, p. 563, regel 11)
Stadsarchief Brugge, Stadsrekening 1343-44, f° 71v°, post 8.
Stadsarchief Brugge, Registers van de Zestendelen, Sint-Donaeszestendeel, 18e wijk, f° 700 (1580-1796)
Archief van de Potterie, Charters van de Potterie, nr. 371 (1367)
Archief van de Potterie, Charters van de Potterie, nr. 390 (1379)
Archief van de Potterie, Charters van de Potterie, nr. 455 (1405)

Uitgegeven bronnen

L. Gilliodts-Van Severen, "Les registres des "Zestendeelen" ou la cadastre de la ville de Bruges de l'année 1580". Brugge 1894, p. 81.
C. Wijffels & J. De Smet, "De Rekeningen van de stad Brugge, eerste deel, (1280-1319); eerste stuk: 1280-1302", Brussel, 1965; tweede stuk: Indices, Brussel, 1971.
Gazette van Gent, 14 en 17 juli 1788 (verpachting)

Werken

K. De Flou, Woordenboek der Toponymie van westelijk Vlaanderen, Vlaamsch Artesië, het Land van den Hoek, de graafschappen Guînes en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu, Brugge, 1914-1938.
Lieven Denewet, "Dubbel jubileum (100 & 50 jaar) voor de Sint-Janshuismolen te Brugge!", Molenecho's, jg. 42, 2014, nr. 2.
Herman Holemans, Westvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 1. Gemeenten A-B, Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1993.
Guillaume Michiels, Iconografie der stad Brugge, III, Brugge, 1968.
Jaak A. Rau & Jan D'hondt, Een eeuw Brugge. Deel 1: 1800-1900, Brugge, Marc Vande Wiele, 2001 (hoofdstuk De windmolens in het 19de eeuws Brugge, p. 207-219).
J.A. Rau & J. D’hondt, "De Brugse parochies. 2. Het leven in Sint-Salvator, Sint-Jacobs, Sint-Gillis", Brugge, 1988, p. 10, 19.
Marc Ryckaert, Historische Stedenatlas van België, Brussel, 1991.
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966.
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 142 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9).
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel II. De fusiegemeente Brugge", Brugge, 2003.
Chr. Devyt, "De Sint-Janshuismolen op de Kruisvest te Brugge, 1770-1970", Brugge, 1970.
G. van Nieuwenhuyse, "De windmolens van de Kruisvest te Brugge, 1580-1650", in: Biekorf, LXXI, 1970, p. 210-214.
A. Vandewalle, "De molens te Brugge in 1778", in: Biekorf, LXXVI, 1975-1976, p. 90-92.
L. Denewet, "Brugge (wordt) Vlaamse molenstad bij uitstek!", in: Molenecho's, XXV, 1997, nr. 2, p. 65.
C. Devyt, "De Kruisvest-molenschans", in: Brugge die Scone, XIX, 1998, nr. 1, p. 4-5.
Fanny Delaey, "Evolutie in de zorg voor windmolens in (West-)Vlaanderen", in: Molenecho's, XXXIII, 2005, nr. 1, p. 1-123.
J. De Waele, "Technische gegevens over de 3 stadsmolens te Brugge", in: Molenecho's, X, 1982, p. 169-172.
M. Ryckaert, "Binnenstedelijk onroerend bezit van het St-Janshospirtaal te Brugge tijdens het Ancien Régime", in: "800 jaar St-Janshospitaal Brugge, Catalogus van de tentoonstelling, 1188-1976", Brugge, 1976, dl. 1, p. 91-101.
A. Vandewalle, "Archivalia betreffende het Sint-Janshospitaal en de medische corporaties te Brugge", in: 800 jaar Sint-Janshospitaal. Catalogus van de tentoonstelling, 1188-1976", Brugge,dl. 1, p. 31-40..
E.I. Strubbe, "Van de eerste naar de tweede omwalling van Brugge", in: Handelingen van de "Société d'Emulation" te Brugge, dl. C, 1963, p. 271-300.
A. Duclos, "Bruges. Histoire et souvenir", Brugge, 1910.
J. De Smet, "De evolutie van het Brugse stadsgebied", in: Handelingen van de Société d'Emulation te Brugge, dl. X? 1963, p. 90-99.
J. De Smet, "Vorming en verdwijning van de paallanden van de stad Brugge", in: Brugse Ommeland, dl. 1, 1961, p. 3-8.
J. De Smet, "Het bevolkingscijfer van de grote Vlaamse steden in de Middeleeuwen", in: Ad Harenas. Gedenkboek van de jubelviering St-Lodewijkscollege te Brugge", 1960, p. 87-94.
E. D(e) K(inderen), "De molens van Brugge", in: De Belgische Molenaar, LXXII, 1977, p. 130-131.
I. De Kramer, "De Schellemolen te Brugge", in: De Belgische Molenaar, LIX, 1964, p. 198.
H.L.N., "De molens aan de Sint-Kruispoort (Brugge)", in: Natuur- en Stedenschoon, XVI, 1937, p.27; J. De Waele, "25 jaar openstelling van de Sint-Janshuysmolen te Brugge", in: " 't Schrijverke", Maandblad van de Kulturele Kring Sinte Anna, Brugge, jg. 19 (1989-1990), nr. 1-3, p. 13-16.
"Brugse Molenfeesten [Ter gelegenheid van 15 jaar werking]", in: Levende Molens, jg. 2, 1979, nr. 17 (7 september), p. 218, ill.
"Molenfeesten te Brugge", in: Levende Molens, jg. 2, 1979, nr. 19 (7 oktober 1979), p. 256, ill.
Pierre Mattelaer & Lieven Denewet, Guido Gezelle en de molens, Molenecho's, XXVII, 1999, 1.
Christian Devyt, "De Kruisvest molenschans", Bruge die Scone, 1998, 1, p. 4.
Mailbericht John Verpaalen, Roosendaal, 09.03.2015.

Persberichten

Tine Hens, "Is een molen hip? Vijf ,,Brugse beroepen'' doorgelicht", De Standaard, 08.01.2002.
TLB, "'Hek van kant' blijft rond molens", in: Het Nieuwsblad, 13.07.2010.
Koen Theuns, "Drie Brugse molens staan op programma van loopwedstrijd. Lopers passeren 40-ton zware molen tijdens Urban Trail", Het Nieuwsblad, 06.07.2013.
SVK, “Sint-Janshuismolen al een eeuw in Brugse handen”, Brugsch Handelsblad, 25.04.2014.
BHT, "Sint-Janshuismolen 100 jaar in Brugse handen", Het Laatste Nieuws, 17.04.2014.
RSO, "Actiecomité wil zitbanken aan Kruisvest omdraaien", Het Nieuwsblad, 03.05.2014.


Laatst bijgewerkt: zondag 19 november 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens