|
Beschrijving
/ geschiedenis
De Zuid-Abdijmolen werd gebouwd op de aloude "meulewalle" waar Karel Loppens na de Eerste Wereldoorlog de grondvesten van de vroegere molen terugvond. Hij schreef hierover "Nous avons retrouvé l'emplacement du moulin du Nord. Une petite d'une encore appelée, 'de kleine meulewalle' se trouvait au nord de l'ancienne Abbaye. Nous y avons découvert les fondations de l'ancien moulin, construite en briques de grandes dimensions: longeur 28 à 29 cent. - largeur 14 cent. Epaisser 8 cent." Na de Tweede Wereldoorlog duidde burgemeester Jaak Van Buggenhout de plaats aan, waar volgens het schilderij van Pieter Pourbus, gewijd aan de abdij van Ten Duinen, eertijds de Noord- en Zuidmolens hadden gestaan. De Zuidmolen stond wel degelijk op het duin dat in de volksmond "meulewal" of "doornover" werd genoemd. Toen werd beslist dat de Zuid-Abdijmolen zou herrijzen. Hiertoe werd door het gemeentebestuur uitgekeken naar een passende molen. Deze werd gevonden te Houtem-Veurne en stamde uit 1773, wat bleek uit een jaartal in de teerlingen, en noemde daar de Lootvoetmolen. Op zondag 20 februari 1910 brandde de molen af. De brand ontstond op de steenzolder zodat we denken dat de molen "door de vang" gegaan is. We vermoeden dat de Oostmolen van Houtem, gebouwd voor 1775 en in het bezit van Nathalie Vermeersch (gebouw) en het Bureel van Weldadigheid van Wulveringem (de grond) ter vervanging overgebracht werd. De laatste molenaar was Sylvain Lootvoet die op 12 maart 1942 in zijn molen gedood werd bij een vliegtuigaanval door geallieerde vliegtuigen. De molen werd afgebroken in 1951-52. Gerard Delporte bracht de molenonderdelen naar Koksijde over, ze werden overdag door de molenbouwer geladen en tijdens de nacht naar Koksijde overgebracht met behulp van een stokoude vrachtwagen van de gemeentelijke diensten. In drie zulke tochten was het grootste deel van de molen, die 45 à 50.000 kg woog en wieken bezat met een lengte van 12 meter, overgebracht. De kleinere voorwerpen werden dan verder afgehaald door de gemeentelijke vrachtwagens. de heropbouw te Koksijde duurde een vol jaar. Daartoe werd molenbouwer Henri Lejeune uit Westvleteren aangesproken. Deze riep op zijn beurt de hulp in van zijn neef Julien uit Brielen. Bij de heropbouw werd de kombuis naast de trap niet teruggeplaatst. Op 19 april 1954 (Pasen) werd de molen ingehuldigd door het gemeentebestuur en voor de toeristen opengesteld. Het was Henri Deman (uit Koksijde) die aan de heropbouw had meegewerkt, en die als eerste de molen in werking stelde. De bliksem teisterde de molen in juli 1958. De schade werd hersteld door molenbouwer Robert Van de Kerckhove uit Ingelmunster (hij herstelde een steekband, een meesterband, de lange en korte berriebalk, een nieuwe loper voor de achtermolen, en verstevigde de molenstaak door het aanbrengen van ijzeren banden). Storm en wind lieten de molen niet ongemoeid. Tussen mei en november 1969 werd de molen andermaal hersteld door de Gistelse molenbouwer Peel. (Toen werd de voorbalk verstevigd, de plaatvang hersteld, de vangvlegel in de molenkap verhoogd en herbroekt. De pinnenbalk ontving een nieuwe steun, het maneberd werd ook vernieuwd terwijl de baansteen heropgespannen werd. Het molenkarkas werd eveneens versterkt door het aanbrengen van spanstaven en wortels. Het gebint en de windweeg kregen ook een beurt. Begin 1974 restaureerde men de molen opnieuw. Op 15 oktober 1974 werd de molen, onder impuls van de pas opgerichte Rijksdienst voor Monumenten- en Landschapszorg, bij koninklijk besluit een beschermd monument . Na nieuwe restauratiewerken in 1974 was de enige vorm van uitbating van de molen het toegankelijk stellen voor het publiek. Daarbij werden de bezoekers ontvangen door Robert Lootvoet die de nodige uitleg verschafte. Door de lange stilstand van de molen was het noodzakelijk om een aantal nieuwe verbeteringen aan te brengen zodat deze opnieuw maalvaardig werd. Op 17 december 1981 werden nieuwe restauratiewerken toegewezen aan L. Verstraete uit Rumbeke. Op 1 september ving de restauratie aan (vervangen van rotte middenzoom en buitenzoom in de wieken, het vernieuwen van de zeilen en het verbeteren van de vangwerking. Nieuwe gebreken kwamen echter te voorschijn, na een onderzoek verricht door ingenieur Snauwaert. Opdracht werd dan gegeven tot de volledige ontmanteling, totale kostprijs: 14 miljoen Belgische frank. De as met de twee bovenwielen bleef bewaard. Er kwamen een nieuwe standaard, steenbalk, wieken en een vang. De kap met gebogen spanten is een kopie van de molenkap van Avekapelle. De hoge ligging van het balkon ten opzichte van de kast wijst er op dat het hier om een driezolder gaat. Sedert 1989 fungeert Patrick Geryl, gediplomeerd molenaar als gids bij uw bezoek aan de molen. De molen is vandaag uitgerust met alle toebehoren en kan men er weer graan malen, ongeveer 150 kg per uur. Het gemalen meel wordt op een culinaire manier verwerkt en aangeboden aan de toeristen door twee plaatselijke bakkers. Het silhouet van de Zuid-Abdijmolen is een integrerend deel geworden van de gemeente Koksijde en niet te vergeten van de abdij Ten Duinen. Van bij de aanvang bracht dit oud-ambachtelijk gewrocht een kunstzinnige verrijking van het natuurgebied "Noordduinen". Een houten windmolen is een verantwoord, gaaf en oud streekeigen voorwerp, dat in een toeristische streek heel wat belangstelling wekt. Op Open Monumentendag 2004 werd gevierd dat de molen vijftig jaar in Koksijde bestaat. In het nabijgelegen Abdijmuseum werd een molententoonstelling gehouden. In 2005 kreeg de molen een eigen website: www.zuidabdijmolen.be. In Koksijde zijn er geen dode momenten "tussen twee dossiers": de molen wordt continu in werking en in goede staat gehouden door de gemeente en in het bijzonder door molenaar Patrick Geryl. Op 27 mei 2009 werd een nieuwe buitentrap - naar het model van de vorige - geplaatst door molenmaker Ronny Demol uit Reninge en de molenaar.
Harry van Royen & Lieven Denewet
Inscripties in de molen Op het vangwiel: "In ,t jaer 1848 Killem, Joannes Morlion heeft gemakt dit wiel, door order van Dizerey Ingelaere geboortig ende zijne huysvrouwe Mary Therezia Sapeljer". Op de stekers: "A. Boudry" - op het klauwijzer 1846; op de vang 1901, 1909; op de windpul: 1907; op de middenlijst: "Leo Vanneste 1871, Decorte 1923, 1927, T.E. Zoete 1777, Zoete 1850, P. Jannsoone 1908, Eghoyvaert den 5 mey 1824, M. Decorte 1923, J. demuys 1898"; op het voorziel: "Maelstae... Hene ... 1878"; op de steenbalk: "vandenberghe"; op de kruisbalk welke diende voor de staart: "Zoete Houthem den 23 july 1853".

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

Molenaar Patrick Geryl. Foto: Lambert J. Denerette

Toestand in 1993. Foto Lambert J. Derenette

Sneeuwlandschap. Foto: Patrick Algrain, Koksijde

Foto: Patrick Algrain, Koksijde
Bijlagen
Persbericht. Marc Maes, "Zoals de Zuid-Abdijmolen zijn er maar acht ter wereld", in: Het Nieuwsblad, 03.08.2007 Woensdag werd Liesbeth Gellinck uit Oostkamp door molenaar Patrick Geryl in de Zuid-Abdijmolen als 100.000ste bezoeker verwelkomd. Patrick Geryl is de enige fulltime molenaar in ons land. De Zuid-Abdijmolen behoort tot het terrein van het Abdijmuseum Ten Duinen. De molen stond vroeger in Houtem. Molenaar Sylvain Lootvoet werd op 12 maart 1942 door Engelse soldaten per vergissing in zijn molen doodgeschoten. Ze dachten dat er Duitsers in zaten. De familie wilde van de nare herinnering af en verkocht de molen in 1951 aan Koksijde voor 12.000 frank. Die liet hem restaureren voor 350.000 euro. Zeventien jaar geleden werd schrijnwerker Patrick Geryl als fulltime molenaar aangesteld. 'Ik ben de enige fulltime molenaar van het hele land', zegt hij. 'De molen is een open staakmolen op vier witte blokken of teerlingen. Een driezoldermolen ook. Dat wil zeggen dat hij drie verdiepingen heeft: de hel, de meelzolder en de steenzolder. Er zijn maar een acht zulke molens in heel de wereld.' Dagelijks draaien Patrick Geryl doet zijn molen tussen april en september dagelijks draaien. 'Malen kan echter alleen als er voldoende wind is. Er moet minstens vier Beaufort zijn', zegt hij. 'Ik lever nog meel aan twee plaatselijke bakkers. Zij bakken er bruin brood mee - de zemelen zitten nog in mijn tarwe- en Duinenkoekjes.' Molenaar Geryl ontvangt jaarlijks zo'n 7.000 tot 8.000 bezoekers. Liesbeth Gellinck was woensdag de 100.000ste. De Zuid-Abdijmolen is elke dag open van 1 april tot eind september van 10 tot 12 (ook op zaterdag) en van 15 tot 17 uur (ook op zondag).
Houtem, Lootvoetmolen, 20.02.1910. Afgebrand. Zondag avond, 20 dezer, rond 10 uren, heeft een geweldige brand den graanmolen der familie Lootvoet gansch in asch gelegd. De brand is ontstaan op de tweede verdieping, doch de oorzaak is niet gekend. Om de gebouwen te vrijwaren, is men verplicht geweest den brandenden molen om te trekken. Er bestaat verzekering. De Veurnaar, 02.03.1910, p. 2
Literatuur
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 86; Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 254-257 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9); Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 130: Bert Bijnens, "De windmolente Koksijde", in: Ons Heem, III, 1961, p. 84-87; Bert Bijnens, "De Abdijmolen te Koksijde", in: Bachten de Kupe, XV, 1973, p. 34-41; "De houten windmolen te Houtem (Veurne)", in: Natuur- en Stedenschoon, XXVI, 1953, p. 147-148; "Koksijde, molengemeente", in: Molenecho's, XIII, 1985, p. 102-103; Jozef Ameeuw, "Molens van Veurne-Ambacht", Koksijde, De Klaproos, 2004, p. 79-82, 95-97; "Molen overgebracht uit Houtem", in: Het Nieuws van den Dag, 5 juli 1953; R. en L., "Molenberichten Koksijde", in: De Belgische Molenaar, LIV, 1959, p. 63; Els De kinderen, "West-Vlaanderen. Een bezoek aan de Westhoek [ Koksijde, Zuid-Abdijmolen - Merkem, Beukelaremolen - Oost-Vleteren, Meestermolen - de Moeren, Sint-Gustaafmolen]", in: Levende Molens, jg. 8 (1986), nr. 9, p. 66-68, ill.; CJK., "Zuidabdijmolen [te Koksijde] maalt na 42 jaar opnieuw graan", in: Het Wekelijks Nieuws, Kust, jg. 81 (1984), nr. 37 (28 sept.), p. 10, ill. Bert Bijnens, "Van een dolle molenaar", in: Bachten de Kupe, XVI, 1974, p. 92-95. [Betreft Lodewijk Vandamme, molenaar in Koksijde] Marc Maes, "Zoals de Zuid-Abdijmolen zijn er maar acht ter wereld", in: Het Nieuwsblad, 03.08.2007. De Veurnaar (krant), 02.03.1910, p. 2.
|