Molenzorg
Kortemark, West-Vlaanderen
<p>Koutermolen</p>
Foto: Eric Plovyt, Ursel, 14.05.2014
Naam

Koutermolen

Ligging Koutermolenstraat 7
8610 Kortemark

1,2 km NW v.d. kerk
51° 1' 59.64" N
  3° 1' 47.98" E
kadasterperceel A475


toon op kaart
Geo positie 51.033222, 3.030155
Eigenaar Gabriël Vandenberghe-Verlinde
Gebouwd voor 1410 / 1875 (op torenkot)
Type Staakmolen op torenkot
Functie Korenmolen
Kenmerken Vroeger ook oliemolen
Gevlucht/Rad Geklinknagelde roeden, fokwieken
Inrichting Twee steenkoppels, haverpletter, overbrenging naar mechanische maalderij
Toestand Herstel nodig
Bescherming M: monument,
14.04.1944
Molenaar Geen
Openingstijden Niet toegankelijk
Ten Bruggencatenummer 03352

Beschrijving / geschiedenis

De Koutermolen is een staakmolen op torenkot aan de noordzijde van de Koutermolensntraat (nr. 7), op 1,2 kilometer ten norodwesten van de kerk van Kortemark.
De molen is gelegen op een kouter, een interfluviale rug tussen de Krekelbeek en de Waterhoenbeek. Vermits de Koutermolen de eerste en oudst benoemde banmolen is van het Ambacht Kortemark, is men geneigd zijn ontstaan te koppelen aan het molenrecht dat door graaf Gwijde van Dampierre in 1281 of kort daarna werd afgestaan aan Colard van Bavidam.
Deze hypothese wordt ondersteund door een schepenakte van 27 september 1295 in het zogenaamde 'dossier Weale' van de Engels-Brugse kunstkenner William H.J. Weale (1832-1917) die erop wijst dat de familie Bavidam gronden bezat op de "Coutere" in de onmiddellijke omgeving van de huidige Koutermolen. Deze akte maakt echter geen melding van een molen, net zomin als een charter van 20 april 1364 waarin de eigendommen van de familie worden vermeld.

De naam "Koutermolen" duikt voor het eerst in 1438 op: "noordoost vander Coutermeulen in een jeghenoote dat men heet ter Noortbeke".

Later vinden we de Koutermolen vermeld op de Grote Kaart van het Brugse Vrije van Pieter Pourbus  (1561-1571), gekopieerd door Pieter Claeissens (1601), weergave als houten staakmolen met naastliggende woning, de naamgeving "Coutre meulen" op de kaart wijst op het belang van de molen.

In 1667 en 1680 zijn er eveneens meldingen van de "Coutermeulen" in de ommeloper van Kortemark, evenals in de leenheerlijke rechten en inkomsten van Wijnendale in 1701.

Uit pachtakten uit het begin van de 18de eeuw blijkt dat de productie niet zo groot was gezien op korte afstand nog drie andere molens actief waren: de "Markhovemolen", de "Ellemolen" en de "Huilaertmolen". Aanduiding van de staakmolen met achterliggend erf met twee parallelle gebouwen op de Ferrarriskaart (1770-1778). Op het klauwijzer van het voorwiel staat vandaag nog de inscriptie: "I. CLARYSSE" en "1789".

Na de Franse revolutie werden de bewoners zelf eigenaar van de Koutermolen. Door de afschaffing van de heerlijke rechten en het aanslaan van de goederen eind 18de eeuw werd de Koutermolen verkocht aan een zekere Alexander Delbeke. In het "rekwest" van 1818 (een vragenlijst van de gouverneur van West-Vlaanderen, ingevuld door het gemeentebestuur van Kortemark) werd gesteld dat "als de wind gaat liggen, hij (de Koutermolen) dan door paarden wordt bewogen" wat duidt op de aanwezigheid van een rosmolen.

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaaar: Dewulf Pieter, de weduwe, molenarin te Kortemark
- ca. 1850, mutatie: Deneweth Felix, molenaar te Kortemark (verhuisde in 1856 naar de USA)
- 29.05.1856, verkoop: Messeyne-Vogels Clement, de weduwe, molenarin te Kortemark (notaris Dieryckx - oliewindmolen)
- 23.07.1876, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Vogels van Clement Messeyne)
- 06.08.1919, verkoop: Verlinde-Vandenberghe Henri, de weduwe, molenarin te Kortemark (notaris Dewulf)
- 18.10.1924, erfenis: de kinderen (overlijden van de weduwe Vandenberghe van Henri Verlinde)
- 29.01.1926, afstand: Verlinde Charles Louis Remi (°Gits 27.06.1888, +Torhout 11.02.1967, gehuwd met Alice Verhoest, molenaar te Kortemark (notaris Tommelein)
- 21.12.1954, deling: Verlinde Georgette Josephe Prudence, landbouwster te Kortemark (notaris Tommelein)
- 1956, huwelijk: Vandenberghe-Verlinde Gabriël Joris, molenaar te Kortemark

De molen is aangeduid op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1844) als staakmolen met achtergelegen erf met L-vormige opstelling. Rond het midden van de 19de eeuw zijn er veel eigenaarswissels, dit wordt in verband gebracht met de zware crisisjaren (mislukte aardappel- en graanteelten, werkloosheid en hongersnood, typhus en cholera) in de periode 1845-1850. Rond 1850 vestigde molenaarszoon Felix Deneweth-Dewulf zich als molenaar van de Koutermolen (ingegrifte naam "DENEWETH" in een balk), maar in 1856 vertrok het gezin naar Amerika. 

In 1875 worden de vier teerlingen van de toenmalige staakmolen met open voet vervangen door een torenkot, gemetseld door molenmaker Catrysse uit Koekelare. Hierin wordt de olieslagerij ondergebracht. In dat jaar werd ook een magazijn voor de olieslagerij en de schuur achter het woonhuis gebouwd. In deze periode werd de molenwal opengewerkt met een gewelfde tunnel. In 1905 werd de "Koutermolen" verpacht aan het gezin Verlinde, voorheen pachters van de "Bescheewegemolen".

Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtte de Duitse bezetter in de molen een telefooncentrale in. Op de hoeve logeerden Duitse soldaten. Tot 1917 maalde de molen haver voor de Duitse bezetter (voer voor de paarden). Bij hun terugkeer na de oorlog trof de familie Verlinde de molen weliswaar "deerlijk doorschoten" maar nog rechtopstaand aan. De Duitsers hadden alle houtwerk van het 'stampkot' gesloopt voor brandhout.
De grote ouderdom van de molen blijkt ook uit de ligging van de staak ver uit het midden. Dat dateert uit de tijd dat de molen nog slechts van één steenkoppel voorzien was. In de 17e of 18e eeuw kwam er een tweede koppel bij.

Voor 1818 was er al een rosmolen bijgekomen om ook op windstille dagen te kunnen malen. Tot in 1870-'75 was de molen een staakmolen op teerlingen. Dan werden deze teerlingen vervangen door een gemetseld torenkot (stenen onderbouw), om er een olieslagerij of stampkot in onder te brengen. Dat werk werd uitgevoerd de molenmakers Catrysse uit Koekelare.

In de eerste wereldoorlog werd de molen erg beschoten. Hij moest dan ook na de oorlog gestut worden. De "Koutermolen" overleefde als enige van de talrijke molens van Kortemark de Eerste Wereldoorlog. In 1919 werd het woonhuis, de molen, het erf en de gebouwen verkocht aan de weduwe van molenaar Verlinde. Met de schadevergoeding voor oorlogsschade (ca. 1921) voor het stampkot werd in het vroegere magazijn van de olieslagerij een mechanische maalderij ingericht. Dit moest de molenaar in staat stellen om bij windstilte toch verder te malen. De aandrijving gebeurde door middel van een National-benzinemotor, geleverd door het bekende constructieatelier Doom-Mahieu (Ieper). De molen was in de jaren 1920 opnieuw in werking. In de jaren 1920 worden de houten pestelroeden vervangen door stalen roeden van de firma Verhaeghe (Ruddervoorde, Oostkamp).
Op 14 april 1944 werd de "Koutermolen" beschermd als monument. In 1956 werd naast de molen een mechanische maalderij gebouwd en werd de windmolen stilgelegd. De maalderij kon echter via overbrenging met een stang wel met de wind aangedreven worden.

De laatste grote restauratie werd uitgevoerd in 1963-1967 door de molenbouwers Peel uit Gistel, op initiatief van eigenaar-molenaar Gabriël Vandenberghe.  De taak werd uitgevoerd door de gebroeders Herman en Guido Peel uit Gistel. Het buitenhoutwerk werd bijna geheel vernieuwd, want alle hout wat slecht. De kap werd volledig nieuw gebouwd. Het is een echte torrekotmolen, met dubbele kruisplaten en doorboorde staak.  Bij dit type dragen alle schoren op de zetel.  Van al deze molens zakte na zekere tijd, wanneer de zwaluwstaarten versleten, de staak door de zetel. Hier echter niet, waaruit moet besloten worden dat hier ook de schoren in de staak verwerkt werden. Omdat de molen nu een 5000 kg meer zal dragen, werden vier bijkomende schoren tussen de andere gevoegd: van boven dragend in gaten die reeds in de staak waren van vroeger (wat bewijst dat dit vroeger een teerlingmolen was), en van onder met bouten vast op dwarsblokken tussen de kruiplaten. In dit torrekot, vroeger stampkot, werd nu een tussenzolder gelegd.

De molen zou weer in bedrijf genomen worden en men dacht er zelfs aan de windkracht te gebruiken in de daarnaastliggende maalderij.  Het vangwiel dat er werd ingestoken kwam van Tessenderlo, het voorwiel uit Nederland (stellingmolen van Numansdorp; verkocht door molenmaker Dirkse uit Mijnsheerenland). De kap en de beplanking van de molenkast werden vernieuwd. De huidige asbestcementleien van de windweeg en de kap dateren uit deze periode. Er werden fokwieken aangebracht, voorzien van zelfregelende kleppen.De spil doorheen de doorboorde staak kon vanuit het torenkot de mechanische maalderij in het naastgelegen maalderijgebouw aandrijven. Niettemin werd nog weinig met de wind gemalen, maar vooral met de motor.

In de jaren 1970 werd de maalderij uitgebreid met een elektrische installatie voor mengvoeders. Van de windmolen werd in de jaren 1980 een restauratiebestek opgemaakt door ir.-arch. Walter Snauwaert uit Oostende (°Ingelmunster 1928 - +Oostende 2011), maar het kwam niet tot uitvoering. De molen geraakte geleidelijk in verval, alhoewel de molenkast goed bewaard bleef.

Samen met de aanpalende mechanische maalderij met unieke dieselmotor en verschillende maalkoppels, pletters en brekers vormt dit een uniek ambachtelijk archeologisch te bewaren geheel. Het mooie torenkot is bereikbaar met een rondbogige toegang door de molenberg en heeft zelfs een verdieping.
Hoewel het binnenwerk van de molen nog vrij intact is, dringen zich grote - vooral uitwendige - herstellingen op.

Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

Technische beschrijving van de molen en maalderij

Staakmolen op torenkot gelegen op een 'berg'.
Witgeschilderd torenkot van ca. 1875 (rode baksteen, voorheen niet witgeschilderd cf. oude foto), rondbogige deuropeningen (één dichtgemetseld) en vensteropeningen, laatst genoemde met ijzeren roedeverdeling, waaiervormig in het bovengedeelte. Op regelmatige afstand ringen in het metselwerk ingewerkt. Acht kruisplaten met telkens een steekband naar de zetel. De staak is doorboord in 1875 in functie van de olieslagerij. De stenen van de voormalige olieslagerij (kollergang) in het torenkot staan buiten opgesteld voor het voormalige magazijn.
Molenkast met verticale beplanking op voor- en zijwegen (ronde kijkgaten), asbestcementleien op windweeg en mansardekap; windhaantje. Gelaste wieken met een vlucht van 23,80 meter. Tot 1965 half verdekkerd, daarna installatie van fokwieken. De staak ligt ver uit het midden, wat er op wijst dat er oorspronkelijk slechts één steenkoppel voorzien was. Naar verluidt kwam er in de 17de of 18de eeuw een tweede koppel bij. Meelzolder met haverpletter. Steenzolder met twee steenkoppels en liftsysteem voor haverpletter en maalkoppels. Voorwiel (63 kammen) en vangwiel (80 kammen) met een tweede gang (70 kammen). De tweede gang zorgt voor de aandrijving van een ijzeren kamwiel dat bevestigd is op een ijzeren spil die doorheen de staak naar de olieslagerij in het torenkot gaat. Voorwiel afkomstig van Mijnherenland (Nederland) en vangwiel van Tessenderlo. Op het klauwijzer van het voorwiel inscriptie "I. CLARYSSE" en "1789". Trap en staart met bewaard ijzeren kruisysteem.
De begraasde 'berg' is ten noordoosten toegankelijk via een gewelfde bakstenen tunnel. Getoogde poort onder dubbele rollaag. Dubbele poort, deels met bewaard oud hang- en sluitwerk. Voor de poort molensteen in de grond. Bakstenen trap naar de molen tegen de achtergevel van het magazijn aangebouwd.
Tunnel: vrij lang bakstenen tongewelf, leidend naar de bakstenen ruimte of kelderverdieping onder het torenkot. De ijzeren spil doorheen de staak komt uit in deze kelder en is voorzien van een overbrengingssysteem. Op dit wiel functioneerde de kollergang van de olieslagerij in de kelderverdieping van het torenkot (voor het laatst in gebruik in 1914 en niet meer aanwezig, de stenen zijn buiten bewaard). Eveneens overbrengingssysteem met stang naar de maalderij van 1956.

Het magazijn van de olieslagerij van ca. 1875, na de Eerste Wereldoorlog in gebruik genomen als maalderij (nu opslagruimte), is ten oosten tegen de molenberg aangebouwd. Laag, verankerd roodbakstenen gebouw onder zadeldak (rode Vlaamse pannen), markerende laadvensters onder zinken zadeldaken. De achtergevel is ingebed in de berg. Rondbogige muuropeningen onder rollaag en getoogde muuropeningen onder strek van rodere baksteen. Bewaard houtwerk van luiken, deuren en getraliede vensters met grote roedeverdeling.

Mechanische maalderij Vandenberghe van 1956.
De teloorgang van de kleine tarwemaalderij tijdens het interbellum, leidt in 1956 tot de oprichting van een nieuwe mechanische maalderij die zich in het bijzonder richt op de productie van veevoer. Roodbakstenen gebouw van twee bouwlagen onder zadeldak (golfplaten). Rechthoekige muuropeningen met betonnen vensters met roedeverdeling. Centrale travee met poort en laadvenster met hijssysteem, oplopend in puntgevel. Voorts hoge rechthoekige poorten, onder meer schuifpoorten.

Conform de overheidsreglementering wordt de mechanische krachtbron, een Deutz-dieselmotor, geplaatst in een van de maalafdeling afgescheiden ruimte. Behalve met deze motor is de machinekamer vandaag nog ingevuld met een voorraadvat diesel voor één dag, een compressor en twee waterpompen.
De maalderij zelf is uitgerust met een koekenpers van de belangrijke Belgische machinebouwer Leon Michel-Simonis (L.M.S.) uit Jupille (nabij Luik), een bonenbreker, een haverpletter, twee maalstoelen (met onderaandrijving), een builmolen en een zakkenlift. Van de twee maalstoelen met gemeenschappelijke galg is één uitgerust met een koppel Jaspers-kunstmaalstenen voor het malen van gerst en rogge (tot veevoeder). De tweede maalstoel heeft een koppel Engelse stenen voor het vermalen van tarwe (tot tarwebloem voor menselijke consumptie). Het aandrijfwerk is nog volledig aanwezig. Op de zolderverdieping van de maalderij bevinden zich een graanreiniger en een silovormige mengelaar met opzakopening op het gelijkvloerse niveau. Deze mengelaar wordt aangedreven door een elektromotor, terwijl de graanreiniger gelinkt is aan het transmissiesysteem dat met de Deutz-motor correspondeert. Naar de interne verhandeling van het maalgoed verwijzen nog een vijs voor het horizontale transport en een jacobsladder (elevator) voor het verticale vervoer.

In de jaren 1970 wordt een annex speciaal ten behoeve van de veevoederproductie uitgerust met een elektrisch aangedreven automatische Velosifter-drooginstallatie (cf. markerend torenvolume), gebouwd door de firma Robert Allegaert (Lichtervelde). De aan de weegput gelieerde Dema-elevator is eveneens van West-Vlaamse makelij, meer bepaald van de transporttoestellenproducent M. Dewagtere (Hooglede). Verder is nog een lintmenger, een hamermolen met filterkamer en een weegtoestel van de Torhoutse weegtoestellenfabrikant Robbe aanwezig.
Bewaarde Daf-vrachtwagen met silo voor het vervoer van veevoeders, cf. opschrift "VOEDERS VANDENBERGHE KORTEMARK".

<p>Koutermolen</p>

Foto: Arthur De Wit, Koekelare

<p>Koutermolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, 25.05.2013

<p>Koutermolen</p>

De laatste beroepsmolenaar Gabriël Vandenberghe. Foto: Harmannus Noot, 2006

<p>Koutermolen</p>

Aquarel door de Duitse soldaat Pfennigwerth in 1916, druk Vistaprint (coll. Ton Meesters, Breda; uitg. als prentkaart in 2005 en als duostamp postzegel in 2006 door Stichting Levende Molens, Breda)

<p>Koutermolen</p>

Foto Jean Massart (Etterbeek, 1865-1925), ca. 1907 (identificatie: Jos Demarée, Sint-Andries)

Bijlagen

"Kortemark, dorp vol troeven en... molens", De Weekbode, 27.06.2014.
Met zijn 55 vierkante kilometer is Kortemark, het geografisch middelpunt van West-Vlaanderen, een van de grootste gemeenten in de regio. Die enorme oppervlakte brengt dan ook hel wat moois met zich mee. Het dorp, dat vooral bekendheid geniet door de steenbakkerij en de voormalige boruwerij, staat ook bekend voor zijn molens. Waar dat er vroeger 27 waren, telt Kortemark er nu nog vier.

"Vier molens in de kijker op Molendag", Krant Van West-Vlaanderen editie Torhout, 27.05.2016.
Kortemark / Zarren / Werken - De Nationale Molendag vindt plaats op zondag 29 mei, maar in Kortemark stellen ze hun molens tentoon op zondag 5 juni. Rond de molens zijn er tal van activiteiten en dit jaar kan je ook  voor het eerst sinds jaren  bij de Koutermolen in Kortemark een kijkje nemen.

DUH, "786 bezoekers op geslaagde Molendag", Het Nieuwsblad, 14.06.2016.
Foto's: K
Kortemark - Op zondag 5 juni ging, naar jaarlijkse gewoonte, de jaarlijkse molendag door in Kortemark. Met 786 bezoekers werd het bezoekersrecord gebroken. Dit jaar waren alle vier molens die Kortemark rijk is toegankelijk voor het publiek. De Kruisstraatmolen in Werken, de Koutermolen in Kortemark, de Couchezmolen in Zarren en de Wullepitmolen in Zarren openden hun deuren. Iedereen kon de molens bezoeken en kreeg er een woordje uitleg van de molenaar.
Bovendien konden bezoekers bij de verschillende molens proeven van Kortemarkse streekproducten zoals molenjenever, molenkoekjes, pralines met molenlogo, everzwijnworst, krekemeersje, molenbrood en rillette. Ook de Kortemarkse streekbieren Levir, Meubelmaekerke, Sarne, Weretha en Hapkin konden geproefd worden.
Eva Vanhuyse: “De kinderen konden deelnemen aan een tekenwedstrijd. In ruil voor hun tekening kregen ze een mooi geschenkje. Er ging ook een workshop ‘molentjes maken’ door. Verder was er  kindergrime en een Poëtisch Kapsalon voor de kleintjes. We mochten heel wat nieuwsgierigen verwelkomen aan onze molens en met 786 bezoekers braken we een heus record. Bij de Couchezmolen ontving iedere 50ste bezoeker een fles molenjenever.  Ook werd er een tombola georganiseerd waarbij de bezoekers bij elke molen een stempel konden verzamelen.
De hoofdprijs was een mooie vintagefiets t.w.v. 750 euro, geschonken door het gemeentebestuur. Marcel Vangheluwe uit Kortemark werd de gelukkige winnaar van de fiets.

Literatuur

Archieven
Archief Cultuurbibliotheek Brugge, nr. 5. Ommeloper van het ambacht Kortemark door Joannes Lobberecht, gezworen landmeter van ’t Brugse Vrije en deel door Guillaume Pasman en François Lobberecht, eveneens
gezworen landmeters, opgemaakt op verzoek van de baljuw, burgemeesters en schepenen van
het Ambacht Kortemark bij resolutie van 31 augustus 1679. 3 reg. (ongefol.) 1680.
Register 1 bevat de art. 1 -17; reg. 2 de art. 18-27 en reg. 3 de art. 18-27. Er steekt ook een
uittreksel in van de ommeloper van Hooglede (s.d.).

Werken
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 88.
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 258-259 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9).
Lorthiois Jacques, "Flandre Occidentale. Meuniers et moulins de West-Flandre", L'Intermédiaire des Généalogistes, n° 170, XXIX, 1974, 2, p. 116-126 (120).
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 138.
J. Demarée, T. Denoo, A. Desmytter, W. Messeyne, S. Vanhove, "Couchezmolen, molenmuseum, leidraad", Kortemark, s.d.
Marcel Werbrouck, "Van molens en molenaarsgeslachten: acht eeuwen molengeschiedenis te Kortemark", in: Jaarboek Heemkundige kring "Crekel Beke" Kortemark, 1990, p. 61-126.
Christiaan Debusschere, "Molengemeente Kortemark", Kortemark, MolenMagazine, 2003, 260 p.
Chr. Devyt, Onze windmolens in 1964, Biekorf, 1964.
Herman Holemans, West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1980, Deel IV, Gemeenten K-L, Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1997.
Els De Kinderen, "Kortemark en zijn windmolens. Een praatje met molenaar Gabriël Vanden Berghe", in: De Molenaar (NL), CV, 2002, nr. 4 (1 april), p. 30.
Ir. A. Monthaye, "De Koutermolen te Kortemark", in: Ons Heem, jg. XX, 1966, nr. 1 (Louwmaand), p. 24.
P. Vanneste, S. Baert, S. Creyf, "Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Kortemark, Deel I: Deelgemeente Kortemark en Handzame, Deel II: Deelgemeenten Werken en Zarren, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL42".

Persberichten
F. Boschvogel, "De Koutermolen te Kortemark", in: De oude Thouroutenaar, 1 augustus 1969;
R. Brackx, "Daar bij die Kortemarkse molen... Waar het verleden triestig kraakt...", in: De Weekbode, jg. 39 (1985), nr. 27 (5 juli), 597/2, ill.
"Kortemark, dorp vol troeven en... molens", De Weekbode, 27.06.2014.
"Vier molens in de kijker op Molendag", Krant Van West-Vlaanderen editie Torhout, 27.05.2016.
DUH, "786 bezoekers op geslaagde Molendag", Het Nieuwsblad, 14.06.2016.


Laatst bijgewerkt: woensdag 1 maart 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens