Molenzorg
Pollinkhove (Lo-Reninge), West-Vlaanderen
<p>Markeymolen</p>
Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 22.09.2009
Naam

Markeymolen

Ligging Lobrug 6
8647 Pollinkhove (Lo-Reninge)

ten westen van de Lovaart
50° 58' 47.52" N  2° 44' 29.38" E


toon op kaart
Geo positie 50.981579, 2.742174
Eigenaar Provincie West-Vlaanderen
Gebouwd 1797
Type Staakmolen met gesloten voet
Functie Korenmolen
Kenmerken Vroeger ook oliemolen, driezolder, geschilderde kast
Gevlucht/Rad Geklinknageld, ca. 25 meter
Inrichting Drie steenkoppels, buil
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
01.04.1949
Molenaar Ronny Demol, Reninge, tel. 057.40.09.56
Openingstijden Op zondag in juli en augustus van 15 tot 19 uur; op molendagen; groepen na afspraak. Info: Provincie West-Vlaanderen, Dienst Gebouwen, 8200 Sint-Andries (tel. 050 40 72 22)
Ten Bruggencatenummer 01391 BIS

Beschrijving / geschiedenis

Naam

Markeymolen (naar de molenaar vanaf 1919), Becuwemolen-II (naar de vorige molenaars; “II” ter onderscheid van de andere Becuwemolen)

Type / technische kenmerken
Driezolder-staakmolen, die zeer goed gelijkt op de verdwenen Tempelaremolen van Reninge (wellicht dezelfde molenmaker).
Geplaatst op een lage, kunstmatige terp.
De teerlingen werden rond 1927 in een zestien-kantige bakstenen voet opgenomen, doorbroken door vier rechthoekige deuropeningen en afgedekt met houten leien.
Groen geschilderde verticale beschieting aan voor- en zijkant, oorspronkelijk eikenhouten leien op de windweeg en de kap (in 1955 eternietschaliën, in 1993 cederhouten schaliën). Zadeldak. De eerste zolder is van een zware roostering voorzien om de druk uitgeoefend door de stampers en de stamperpotten te kunnen weerstaan. Het stampkot bevond zich in de onderste zolder (met balkon onder de trap). Nu is daar een buil geplaatst. Die wordt aangedreven door een ijzeren kamwiel (met houten kammen) dat op de lange spil van de achtermolen gemonteerd is. Op de maalzolder stond vroeger ook een haverpletter (nog kamwiel gemonteerd op het voorwiel). Stofzuiger gemonteerd op 2 meelbakken
Op de steenzolder komen drie maalstoelen voor: twee rechtsdraaiende naast elkaar vóór de wind-weeg die werken via onderaandrijving (met een spoorwiel en twee kamwielen) en een links-draaiende aan de voorweeg. Het vangwiel telt 48 kammen en drijft een kamwiel van 19 kammen aan; het voorwiel heeft 48 kammen en drijft een kamwiel van 12 kammen aan. Houten vang, sabel en vangtrommel. IJzeren vangbalk.
Metalen standaard (1955), gemaakt van 4 zware hoekijzers waartussen 4 U-vormige profielen; op de buil- en maalzolder is de staak omgeven door een ronde stalen bekleding.
Gelaste molenroeden (Peel, Gistel – nr. 127 en 128) uit november 1992, voorheen geklinknagelde ijzeren roeden (Verhaeghe, Ruddervoorde, uit 1909), voorheen houten pestelroeden. Het is één van de zeldzame West-Vlaamse staakmolens waarvan de kast geschilderd is.

Functie
Aanvankelijk koren- en oliemolen, later enkel korenmolen.

Oprichting

De molen werd gebouwd in 1797 door molenmaker Jan Frans Verhaeghe (inscriptie in het vangwiel), op cijnsgrond van Emmanuel Willaey-Hoenraet uit Veurne.

Eigenaars en molenaars

De eerste eigenaar was Filip Ignace Butaye, die ook de naburige Becuwemolen had laten bouwen. Hij was gehuwd met Isabella Coleta Hoenraet. De weduwe hertrouwde met Veurnenaar Emmanuel Willaey die vóór 1808 overleed. De goederen kwamen toe aan de kinderen uit de twee huwelijken: Philippus Augustinus Willaey (pastoor te Zande en later te Poperinge, †1858), Sophie Colette Willaey (dienstmeid bij haar broer), Eugenie Butaye († 1850), Julie Butaeye (1786-1855, gehuwd met molenaar Frans Blanckaert uit Leisele, 1775-1836), Bernard Louis Butaye (militair te Antwerpen en later te Rijsel) en Charles Louis Butaye. Laatstgenoemde, gehuwd met Maria Theresia Floor, was notarisklerk te Veurne maar zou later als “koopman” te Lo zelf de molen in uitbating nemen. Wel had hij molenaars in dienst: F. Maeckelberghe in 1821, C.F. Messiaen in 1829 en I.F. Christiaen in 1835.
In 1853 werd de kerkfabriek Sint-Bartholomeus van Pollinkhove eigenaar van de grond en alle opeenvolgende molenaars bleven erfpachter.

In 1856 verkocht Charles-Louis Butaye de molen aan Charles-Louis Becuwe (1811-1867). Al sinds zijn huwelijk in 1840 met Christine Vanexem (†1891) was hij pachter. Hij was de zoon van Roeland Becuwe, molenaar op de nabije Becuwe-molen. De eigendom omvatte de molen, een huis, een tweetal “landgebouwen”, tuin en weide, alles samen 3300 m². Charles-Louis Becuwe werd bijgestaan en opgevolgd door zijn zonen Eduard Becuwe (1844-1903; hij bleef vrijgezel) en Désiré (1852-1902), die in 1904 alleen eigenaar werd. De erfpacht van 99 jaar, ingegaan op 1.10.1849, was nog steeds van kracht. Zijn weduwe Sidonie Vanbecelaere hertrouwde in 1903 met Emiel Debusschere, afkomstig van de Beukelaremolen te Merkem. Zij en de kinderen Arseen (Pollinkhove 1891-Brugge 1992) en Godelieve Becuwe (°1897) verkochten de eigendom in 1919 voor 14000 frank aan Joseph Markey. De genoemde Arseen Becuwe, gehuwd met Paula Musschoot, vierde op 27 november 1991 in het rustoord Jerusalem te Brugge zijn 100ste verjaardag!

Deze Joseph Markey (Nieuwkapelle 1887 – Hoogstade 1975), die in 1913 te Pollinkhove huwde met Emma Vermote (Pollinkhove 1886 – Reninge 1965), zou de laatste beroepsmolenaar worden. Hij maalde van 1919 tot 1962 op de Markeymolen. Omwille van de oorlog moest de familie Markey in oktober 1914 hun eigen Olifantmolen aan de IJzerdijk te Nieuwkapelle verlaten. Jules Moerman (Reninge 1873 – Lo 1944) werkte er als molenaarsgast. Zijn specialiteit was het scherpen van molenstenen, waarin hij werd opgevolgd door zijn zoon Michel Moerman (Lo, 1908-1970). De zes kinderen van Joseph Markey verkochten de vervallen molen in 1980 aan het provinciebestuur van West-Vlaanderen. Bovendien schonk de kerkfabriek Sint-Bartholomeus van Pollinkhove de grond in 1980 aan het provinciebestuur, zodat de eenheid van eigendom hersteld werd.

Feiten en gebeurtenissen

Vele inschriften. Op de plooien van het vangwiel: IAN FRANS VERHAEGHE ANNO en op ieder hoekstuk (zwee) een cijfer, die het jaartal 1797 vormen; op weegband: PF MAECELBERGHE 1802; op middenlijst: P.F. MAECKELBERGHE 1821 (met zinnebeeldige ruiten, harten en een levensboom), C.F. MESSIAEN 1829, EDUARD BECUWE POLLINCHOVE 1862, ARSEEN BECUWE POLLINKHOVE 1904, PHILIPS R. 1911, JOS MARKEY 1919; op moerstijl JB DE VO[S] 182. (een molenmaker); op weegband IF CHRISTIAEN 1835; andere weegband JULES MOERMAN 1904.

De kadasterdiensten rangschikten de molen in 1834 als windkoren- en oliemolen 2de klas en begrootten hem op 286 frank.

Bij de gebroeders Eduard en Désiré Becuwe (periode 1867-1919) was er een duidelijke taakverdeling: Eduard maalde en Désiré ketste of dreef (met paard en kar graan ophalen bij de boeren en het meel terugbrengen). Met het scheploon als vergoeding konden ze hun varkens kweken. Plaatselijke slagers konden zich bij de gebroeders Becuwe bevoorraden en de rest werd op de markt te Alveringem verkocht.

De Becuwes waren ook “halve boeren”: naast hun varkens hadden ze ook één of twee koeien, twee jaarlingen, twee hectaren akkerland en een hectare grasland. De gebroeders Becuwe leefden echter niet lang: de paarden van Désiré stopten vanzelf bij iedere herberg en de “kortendrank” deed de rest. Désiré overleed toen hij amper 50 was in 1902 en Eduard sukkelde met de gevreesde molenaarszieke “stoflong” en overleefde zijn broer nauwelijks zeven maanden.

Tussen 1865 en 1870 werd de Lovaart verbreed en rechtgetrokken. Het molenhuis met bijgebouw moest afgebroken worden en werd vervangen door een nieuw molenhuis. Deze werd op zijn beurt in 2004 door een nieuwe woning vervangen.

De houten molenroeden werden in 1909 vervangen door ijzeren roeden, geleverd door Hipp. Verhaeghe-De Cuyper uit Ruddervoorde.

Tijdens de moeilijke oorlogsjaren 1914-’18 en pal bij het front, liet Emiel Debusschere de wieken nooit stilvallen. Verscholen voor het vijandelijk geschut achter de bebouwing en de puinen van Lo zou de molen het oorlogsgeweld bijna ongehavend overleven.

Joseph Markey, eigenaar sinds 1919, liet vele onderhoudswerken uitvoeren: plaatsing van een nieuwe hoed op de staak (waarbij de molenkast gehesen werd), vernieuwing van de houten beplanking in 1937 en het aanbrengen van een nieuwe trap in 1949. Tijdens de tweede wereldoorlog heeft Joseph Markey honderden mensen geholpen: hij maalde graan, terwijl Duitse wachten op nog geen 100 meter afstand aan de Lobrug stonden. Op 30 mei 1940 dropte een Engels vliegtuig een bom op de Lobrug, maar de molen bleef ongedeerd.

De molen doorstond ook de storm van 14 november 1940, die fataal was voor o.m. de Elzendammemolen. Na enkele weken ondervond Joseph Markey echter dat de staak gekraakt was. Smid Urbain Vandenbussche uit Lo kon de staak herstellen. Hij verbond twee ijzeren banden gloeiend heet rond de staak en begoot het daarna met koud water, zodat alles in elkaar kromp.

Op 01.04.1949 werd de molen beschermd als monument. In 1955 onderging de molen een restauratie met steun van de Belgische staat, de provincie West-Vlaanderen en de gemeente Pollinkhove. De molenmakers Henri Lejeune uit Westvleteren (Westvleteren, 1892-1965) en Machard Declerck uit Handzame plaatsten in mei 1955 een metalen standaard, wat vrij uitzonderlijk is. Hierbij werd de molen opgeschoord en werd de binnenroede weggenomen. Deze standaard van 7,90 meter lengte werd geleverd door de firma Verhaeghe uit Ruddervoorde voor 45.000 frank. Het was de laatste ijzeren standaard die Verhaeghe geleverd had.

Joseph Markey legde het malen stil in 1962, hij was toen 75 jaar. Hij wilde nog een lift plaatsen om de last van de 30 treden hoge trap niet meer te moeten doen. Zijn kinderen konden hem overtuigen dit niet te doen en ermee te stoppen. Hij was dan al 60 jaar in het molenaarsvak! Vanaf 1970 verbleef hij in het rusthuis Clep te Hoogstade, waar hij in 1975 overleed. Eén van de zonen, Michel Markey, trok in 1938 naar Frankrijk waar hij de Steen-meulen van Terdeghem overnam van Jerôme Vienne. Zoon Joseph Markey heeft deze molen onlangs uitgebouwd tot een toeristisch centrum.

De stilstaande molen begon geleidelijk af te takelen. De kinderen Markey wilden de molen overdragen aan de gemeente Lo-Reninge, maar de gemeente besliste daar niet op in te gaan. Wel zette de toenmalige burgemeester Joseph Heindrycx de nodige stappen om de molen te laten aankopen door de provincie West-Vlaanderen, wat gebeurde in 1980. Na enkele kleinere werken in 1983, liet de provincie in 1992-‘93 de nodige restauratiewerken uitvoeren door Molenbouw H. & G. Peel bvba uit Gistel. Eén van de werknemers was Ronny Demol uit Reninge, nu werkzaam bij Thomaes Molenbouw nv uit Beveren-Roeselare. Op 10 juli 2003 werd de Markeymolen feestelijk ingehuldigd.

Huidige toestand Maalvaardig. De molen wordt goed onderhouden door de provincie West-Vlaanderen. Nog in juni-juli 2006 kreeg de molen een nieuwe schilderbeurt (door Vandenbriele bvba uit Boezinge). Ronny Demol uit Reninge, voorheen molenmaker bij de firma Thomaes Molenbouw nv uit Beveren-Roeselare en thans bij Peusens bvba uit Merelbeke, draait er als vrijwillige molenaar. De molen is op zondagnamiddag in juli en augustus geopend.

Lieven DENEWET, Hooglede

Info: Provincie West-Vlaanderen, Dienst Gebouwen, Klaas Van Belleghem, Abdijbekestraat 9, 8200 Sint-Andries (tel. 050 40 71 74 - 0499 56 59 04
 

<p>Markeymolen</p>

Foto: Harmannus Noot, 01.05.2006

<p>Markeymolen</p>

Foto uit 1897 (coll. Gilbert Deraedt, Leidschendam)

<p>Markeymolen</p>

Tafereel uit de tweede wereldoorlog (coll. Gilbert Deraedt, Leidschendam)

<p>Markeymolen</p>

Prentkaart weduwe B. Ghyssaert, ca. 1900 (coll. D. Vandenbulcke, Staden)

<p>Markeymolen</p>

Prentkaart Nels, jaren 1920. Verzameling Ons Molenheem

Literatuur

Lieven Denewet, "Van drijvers of ketsers - Molen te Lo-Reninge, Molenecho's - Vlaams tijdschrift voor Molinologie XXXIV, 2006, 2, p. 61-164.
Archieven
Afdeling ROHM West-Vlaanderen te Brugge, Cel Monumenten en Landschappen, Archief, nr. 670.
Privaat archief Lieven Denewet, Hooglede.
Rijksarchief Brugge, Bevolkingsregisters 1814-1816 - Pollinkhove (uitgave: VVF-Brugge, dl. XXV, 1987, p. 105). Gedrukte bronnen en kaarten
Atlas der Buurtwegen – Pollinkhove (1843)
Gemeente Pollinchove. Oorspronkelijke Kadastrale Legger… (a.w.)
Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden (Ferraris), ca. 1775.
Kadastrale kaart van Pollinkhove door P.C. Popp, 1840. Onuitgegeven studies
R. ANNOOT, De Molens in het Westland, Ieper, 1950…, p. 18-19. Literatuur
M. BECUWE, Het molenaarsgeslacht Becuwe, 1982.
M. BECUWE, Markeymolen te Lo-Reninge, Brugge, Provinciebestuur, [1990, folder].
J. CORNILLY, Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 148.
S. DEBAEKE, "Terugblik Lo, Pollinkhove, Reninge, Noordschote", Veurne, 1992, p. 70;
De houten windmolen te Lo wordt eindelijk gerestaureerd. De Provincie West-Vlaanderen kan goed molennieuws mededelen. Persbericht Provincie West-Vlaanderen, 1991/848, Brugge, 17 mei 1991.
De houten windmolen van Lo wordt eindelijk gerestaureerd, Het Wekelijks Nieuws, 31.05.1991, p. 11.
J. DEMAREE, Eeuweling-molenaar herontdekt te Brugge, Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens, VII, 1991, 4, p. 149.
J. DEMAREE, Eeuweling-molenaar Arseen Becuwe overleden, Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens, VIII, 1992, 1, p. 19.
L. DENEWET, De toename van het aantal steenkoppels in staakmolens: tot zes in die van Capelle-la-Grande (Frans-Vl.), Molenecho’s, XIV, 1986, 2, p. 86-92.
L. DENEWET, "Van drijvers of ketsers. Molens te Lo-Reninge", Molenecho's, 34ste jg., 2006, nr. 2, p. 59-165.
L. DENEWET, De voortrekkersrol van West-Vlaanderen. Twee provinciale windmolens ingehuldigd, Molenecho's, XXI, 1993, 3, p. 113.
L. DENEWET, Onze felicitaties voor… [Arseen Becuwe, 100 jaar], Molenecho’s, XIX, 1991, 4, p. 175.
L. DEVLIEGHER De molens in West-Vlaanderen, Tielt/Weesp, 1984, p. 297-301 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9).
C.. DEVYT, Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965, Brugge, 1966, p. 100.
F.D.L., “Driezoldermolen” van Lo wordt gerestaureerd, Het Wekelijks Nieuws, 17.01.1992, p. 6.
F.D.L., Molen heeft weer wieken, Het Wekelijks Nieuws, 18.12.1992, p. 10. F.D.L., Tweede restauratiefase voor molen, Het Wekelijks Nieuws, 18.09.1992, p. 19.
L. GOEMINNE, I.J. DE KRAMER & F.D.M. WEEMAES, De ontwikkeling van de ijzeren en stalen molenroeden in Nederland en België – II, in: Molenecho’s, XIII, 1985, 5, p. 217-227.
A.R. GOUSSEY, Molensteenscherper Michel Moerman overleden, Bachten de Kupe, XIII, 1971, 3, p. 61-62.
G.P., Oudstrijder werd honderd [Arseen Becuwe], Brugsch Handelsblad, 29.11.1991.
H. HOLEMANS, West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1980, Kinrooi, VI, p. 22-23. Lorthiois Jacques, "Flandre Occidentale. Meuniers et moulins de West-Flandre", L'Intermédiaire des Généalogistes, n° 170, XXIX, 1974, 2, p. 116-126 (122).
J. MAES, De onbekende molens (Vlaamse windmolens, 47), De Belgische Molenaar, 22.10.1965, p. 318-319.
M.M.A., Lose Markeymolen moet in 1992 bedrijfsklaar zijn, Het Nieuwsblad, 06.06.1991, p. 12.
M.M.A., Markeymolen Lo heeft nieuw kleedje, Het Nieuwsblad, 17.12.1992, p. 10.
M.M.A., Markeymolen Lo wordt eindelijk gerestaureerd, Het Nieuwsblad, 30.08.1990, p. 10.
M.M.A., Pollinkhoofse Markeymolen in de steigers, Het Nieuwsblad, 19.12.1991, p. 14.
P.C.L., Markeys molen bij de Lobrug, Het Wekelijks Nieuws, 06.04 .1983; Molenecho's, XII, 1984, 2, p. 154-155).
H. PEEL, De driezolder koren-oliemolens in Vlaanderen, Molenecho’s, XIV, 1986, 2, p. 73-87.
H. PEEL, Gelaste ijzeren molenroeden: ontstaan en constructie, Molenecho’s, XXX, 2002, 2, p. 90-97.
S.K., Driezoldertrapmolen Lo nog altijd in de steigers, Het Volk, 23.09.1992, p. 21.
A. THEUNINCK, Staakmolens met een ijzeren standaard in Vlaanderen (1904-heden), Molenecho's, XVIII, 1990, 1, p. 40-44. L. VANMASSENHOVE, De geschiedenis van Pollinkhove vanaf MCM tot en met MCMLII, [Pollinkhove],1952, p. 17.
P. VANNESTE & H. MISSIAEN, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie West-Vlaanderen. Gemeente Lo-Reninge bestaande uit deelgemeenten Lo, Noordschote, Pollinkhove en Reninge", Brussel, 2005, p. 152.
VBJB, Markeymolen eindelijk aan restauratie toe, Het Laatste Nieuws, 28.05.1991, p. 14.
F. WEEMAES, Werken aan de standerdmolen, Molenecho’s, XXV, 1997, 4, p. 203-211; XXVI, 1998, 1, p. 45-51.
H. DECLERCK, Afstammelingen van Jacques Markey, Oostnieuwkerke, 2005.
"Provinciale draaipremie voor ambachtelijke molens. Aantal asomwentelingen van West-Vlaamse molens in 2004-2009", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVI, 2010, 3, p. 115-118.
"Aantal asomwentelingen van West-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 50.

Persberichten
Windmolen in Lo wordt gerestaureerd, Het Volk, 28.05.1991, p. 23.


Laatst bijgewerkt: zaterdag 13 augustus 2016
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens