Molenzorg
Sint-Pieters-op-den-Dijk (Brugge), West-Vl...
Naam

Zandwegemolen

Ligging Oude Oostendse Steenweg 91
8000 Sint-Pieters-op-den-Dijk (Brugge)

Sint-Pieters
51° 13' 32.79" N
  3° 11' 36.24" E


toon op kaart
Geo positie 51.225868, 3.193780
Eigenaar Zandwegemolen bvba (familie Commeyne)
Gebouwd 1860
Type Stenen stellingmolen
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Zeer hoge romp
Gevlucht/Rad Geklinknagelde roeden (2005), vlucht 26,40 meter
Inrichting Kollergang op het gelijkvloers, drie maalstoelen
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
27.10.1982
Molenaar Marc Commeyne, Ann Commeyne
Openingstijden Elke zondag geleide bezoeken via de aanpalende herberg om 15 en 17 uur. Bezoeken ook op andere dagen na afspraak (tel. 050 315858, fax 050 315944, e-mail: info@zandwegemolen.be). Jaarlijkse vakantie: 2de-3de week juli
Internet bron

Zandwegemolen

<p>Zandwegemolen</p>

Foto: Frans van Unen, Eindhoven, 13.10.2005  

Beschrijving / geschiedenis

De oudst bekende molen van Sint-Pieters bij Brugge verschijnt in 1368. Die maalde niet alleen graan, maar plette ook oliehoudende zaden. De "Oliemolen A" stond op de heerlijkheid het Sijseelse, bij het knooppunt van de Zandweg en de Poelweg A, 500 meter ten noordwesten van Schipstale. De molen is in de 15de eeuw verdwenen.
De "Oliemolen B" bestond reeds in 1398: "de zydelinghe te stoppene tusschen der olyemuelnen ende Lippins Brunen". Die molen bevond zich in het ambacht Zuienkerke, op de westzijde van de Lisseweegse Watergang, even ten noorden van de Zeven Eiken Brug. De molen is vermoedelijk ca. 1500 in onbruik geraakt.
De Sint-Hubrechtsmolen stond net binnen het Sijseelse, langs de Molenweg B. Die kan beschouwd worden als de opvolger van de Oliemolen A, die 1 km zuidelijker gestaan had. De Sint-Hubrechtsmolen verschijnt in 1456, en is in de troebelen op het einde van de 16e eeuw tenondergegeaan.
In de rustige periode omstreeks 1610 begon men in de meeste parochies weer molens op te richten. De opvolger van de Sint-Hubrechtsmolen was de Zandwegmolen A. Die werd gebouwd op een perceel van Sint-Donaas, even ten oosten van de Zandweg (= Oostendse Steenweg): vermeld in 1693 als "Zandtweghe meulen".

In de Gazette van Gend van 19 februari 1781 verscheen de volgende verkoopsadvertentie: "Sint-Pieters-op-den-Dijk. Overslag van eenen schoonen koornwindmolen, genaemd Zandwegemolen".

Eén van de pachters-molenaars was Jacobus-Franciscus Cattoor, zoon van Lieven en van Joanna Vermeir. Hij werd op 29.8.1773 te Dudzele gedoopt. Zijn peter was Frans De Knock, zijn meter Kathelijne Vanden Bussche. Hij ging op de Grote Dorpsmolen van Dudzele werken bij Jacob Pauwaert en werd verliefd op de molenaarsdochter Martha-Victoria Pauwaert, die zijn vrouw werd. Hij ging zich te Knokke vestigen, waar hij het molenaarsbedrijf uitoefende en er tot in 1828 verbleef. Daar werden zijn dertien kinderen geboren.

Van Knokke verplaatste hij zijn werkterrein naar St-Pieters-op-de-Dijk, waarschijnlijk op de "Zandwegemolen". Hij overleed op 27.12.1842. Zijn echtgenote was daar reeds op 6.12.1830 gestorven.

Uit zijn huwelijk met Martha Pauwaert werden de volgende kinderen geboren:
Martha, geboren te Knokke op 27.8.1806. Peter: haar oom Bernardus Cattoor; meter: tante Anna Pauwaert.
Theresia, geboren te Knokke op 1.10.1807 en er op 10.5.1811 overleden. Peter: een Baervoets; meter: grootmoeder Martha De Bruyckere. Ten huize had zij reeds de nooddoop ontvangen van Petronella Quintens.
Joanna-Victoria, geboren te Knokke op 4.1.1809. Peter: nonkel Franciscus, alias Bernardus Cattoor; meter: Theresia Geyle. Op 2.7.1833 trad zij te Sint-Pieters-op-de-Dijk in het huwelijk met Jacobus-Petrus Bruselle, zoon van Jacob en van Anna Van Hove. Zij overleed te Varsenare op 1.9.1836.
Livinus-Jacobus, geboren te Knokke op 20.10.1810 en overleden te St-Pieters op 22.5.1829. Peter: nonkel Corneel Pauwaert; meter: tante Francisca Cattoor.
Franciscus, die volgt.
Jacobus-Bernardus, °Knokke op 10.7.1815. Peter: Nonkel Vitalis Pauwaert,; meter: tante Isabella Cattoor.
Justina, °Knokke op 11.1.1817.
Joannes-Franciscus, °Knokke p 10.9.1818.
Constantinus, °Knokke op 26.12.1819.
Ludovicus, °Knokke op 23.9.1821.
Joseph, °Knokke op 25.9.1823.
Rosalie, °Knokke op 25.5.1825.
Theresia, geboren te Knokke 12.8.1827 en er overleden 8.3.1828.

Franciscus Cattoor, zoon van Jacobus en van Martha Pauwaert, werd te Knokke geboren op 14 februari 1814. Hij deed zijn legerdienst bij de kurassiers die te Brugge in garnizoen lagen. Aldaar kreeg hij kennis met Maria-Theresia Maes, de dochter van Maximiliaan en van Marie Laforce, een kantwerkstertje dat hij tot vrouw nam. Tijdens zijn huwelijk deed zich voor Franciscus een erristige moeilijkheid voor. Zijn met Maria Maes wettelijk aangegaan huwelijk scheen in feite wettelijk ongeldig te zijn. Zijn echtgenote immers kreeg op een goede morgen bericht om zich voor de militieraad (de toenmalige loting) aan te bieden. Hij was met een vrouw van het mannelijk geslacht gehuwd. Hoe kon dit nu? Heel eenvouclig: de geboorteakte van Maria Maes vermeldde “kind van het mannelijk geslacht" een lapsus die bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge op 6 augustus 1845 werd rechtgezet. Alzo was en bleef Franciscus wettelijk getrouwd.

Franciscus Cattoor woonde in de Bidderstraat nr. 30, (E 14/15) en oefende het beroep uit van werkman molenaar. Met een ezeltje trok hij dagelijks naar Sint-Pieters om er zijn beroep uit te oefenen voor een karig loon plus een half-stenenbrood in natura. Franciscus Cattoor overleed op 15 december 1869. Zijn vrouw stierf op 9 juli 1886 en liet acht kinderen na.

Met de dood van Franciscus Cattoor eindigt hier een meer dan acht generaties oude molenaarstraditie. Vier van de vijf zonen, Jacobus-Leopold, Adolf, Alfons en Gustaaf, hadden het beroep van rijtuigschilder gekozen; de vijfde en jongste van allen Theofiel, ging in het drukkersbedrijf zijn kost verdienen. Van de drie dochters van Franciscus was de oudste, Prudentia, getrouwd met een met een metselaar; de tweede, Anna, is jong gestorven; de derde, Romanie, overleed als jongedcohter op 92-jarige leeftijd. De nazaten van deze generatie vindt men thans te Brugge, Sint-Andnies, Mechelen en Brussel.

In 1860 richtte Louis Matthys een stenen graan- en oliewindmolen op naast de Zandwegherberg, ongeveer tegenover de Zandwegmolen A. De molen werd verkocht op 11 april 1878 aan Jacques De Langhe, die hem in september 1883 opnieuw heeft verkocht aan Isidoor Matthys, handelaar te Sint-Pieters-op-den-Dijk. Op 14 juli 1894 werd door het gemeentebestuur van Sint-Pieters aan Isidoor Matthys een nieuwe 30-jarige vergunning voor de uitbating van de molen verleend en bij de archiefstukken van deze vergunning werd een inplantingsschets van de molen en de bijgebouwen teruggevonden, echter zonder verdere technische bouwinformatie over de molen zelf.

Op 16 juli 1865, rond 23 uur, was er blikseminslag op de roeden en veroorzaakte ook nog andere beschadiging.

Na het overlijden van Isidoor Matthys (29-10-1901) en zijn echtgenote Nathalie Van Hove ( 08-07-1904) kwam de molen in het bezit van de familie Constantinus Van Hove - Amelie Mermuys die als vaste molenaar voor hun Zandwegemolen Jules Caene in dienst namen. Na het overlijden van Constantinus Van Hove op 30 juni 1923, werd de molen in huur genomen door Jules Caene en op verzoek van zijn echtgenote Marie Louise De Brabander werd op 23 augustus 1923 een prezie opgemaakt van al het roerende en draaiende werk van de Zandwegemolen door August Peel. Deze prezie geeft ons een zeer goed overzicht van de uitrusting van de molen in 1923 en vormde dan ook de basis voor de uitwerking van het restauratiedossier.

In 1932, in volle crisistijd, werd de molen grondig opgeknapt met o.a. een vernieuwde kap, een nieuw kruiwerk, drie koppels nieuwe stenen, waarvan één met een diameter van 1,8 m, een nieuwe windpulm, een banesteen, een nieuwe staartbalk en een kruiketting van 44 m. Ook werd er een nieuwe binnenroede geplaatst en werd de buitenroede hersteld. Volgens deze gegevens werd er in 1939 ook nog een nieuwe metalen standaard met een totale lengte van ca. 20 m geplaatst, die werd samengesteld uit zes stukken en één ontkoppeling. Als bovenste stuk werd een zwaar staakijzer met de vermelding SABBE 1866 gebruikt.

Op donderdag 7 september 1944 draaide de molen toen rond 15 u een zeer hevige wind opkwam en Jules Caene de molen niet kon vangen. Toen hij trachtte het kruis te kruien, werd de kap uit de zetel gelicht, versmeet het kruis zich en brak de askop in drie stukken. Bij het neervallen van het gevlucht werd een deel van de stelling meegesleurd. Om na dit ongeval, net na de bevrijding, toch verder te kunnen malen werd door Jules Caene opdracht gegeven om de molen van een noodkap te voorzien en een dieselmotor op te stellen op het gelijkvloers waarmee verder werd gemalen tot het begin van de jaren zestig.

Gerard Stevens kocht de molen op 3 oktober 1969 aan. Hij richtte hem in als bar en trok rond de molen een restaurant en feestzaal op, waardoor de Zandwegemolen op 25 juli 1970 officieel een horeca-uitbating werd.

De molen werd op 27 oktober 1982 bij ministrieel besluit beschermd als monument. In 1985-1986 gaf de toenmalige eigenaar Marc Vermeersch de opdracht aan architect Paul Goethals uit Brugge (1933-2011) voor het uitwerken van een project voor de maalvaardige restauratie van de Zandwegemolen. Dit project werd in de voorbereidende fase echter stopgezet. Wel werd in 1986 de romp hervoegd.

Op 27 april 1995 kocht de familie Commeyne uit Roeselare de molen en horecazaak aan, waarbij de uitbating werd toevertrouwd aan Johan Commeyne. Zij lieten in 2003-2005 een zeer grondige maalvaardige restauratie uitvoeren. De molenromp werd hersteld door aannemer Arthur Vandendorpe uit Sint-Michiels, terwijl de molenbouwers Roland en Kris Wieme het molentechnisch werk op zich namen. Op 10 november 2004 werd de nieuwe kap en staart geplaatst. De nieuwe geklinknagelde roeden, aangebracht op 23 maart 2005, hebben een vlucht van niet minder dan 26,40 meter! De inhuldiging van de maalvaardige molen voltrok onder grote belangstelling op 30 april / 1 mei 2005.

Marc COMMEYNE & Lieven DENEWET

<p>Zandwegemolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Zandwegemolen</p>

Plaatsing molenkap op 10.11.2004. Foto: Chr. Debusschere

<p>Zandwegemolen</p>

Foto: Christiaan Debusschere, Kortemark, 2001

<p>Zandwegemolen</p>

Foto voor 1944. Verzameling Ons Molenheem

<p>Zandwegemolen</p>

De kollergang. Foto: Herman Vanhoutte, Wevelgem

Bijlagen

Gazette van Brugge en der provincie West-Vlaenderen,  72ste jaargang, nr. 84, maandag 17 juli 1865, p. 2, kol. 3.
Blikseminslag, nacht van 16 op 17 juli 1865
"Dezen nacht, omtrent den 12 ure en dan voorts het overig van den nacht, is eenen zwaren donder, vergezeld door vervaerlyke hemellichten, over onze stad en omliggende plaetsen uitgeborsten, tusschen in dat eenen weldoenden regen onze hovingen en landen, door eene droogte van omtrent dry maenden verdort is komen besproeijen. Wy hebben niet vernomen dat het onweder eenige schade in onze stad aengericht heeft, maer men heeft ons verhaeld dat de bliksem, een der moleneinden van den olie- en graenmolen, behoorende den heer Matthys, olieslager en koopman te S. Pieters, gehuchtte Zandweghe, heeft bereikt en verder nog andere schade aen den molen heeft toegebragt, alsook een peerd in eene weide te Dudzeele, heeft doogeslagen."

Jaarlijks aantal asomwentelingen:

2004:          0
2005: 267.000
2006: 312.604
2007: 231.479
2008: 201.197
2009: 151.296
2010:   62.215
2011:

Intekendatum: 12.03.2003, 17 u.
Molen: Brugge - Sint-Pieters (W.-Vl.), Zandwege-molen - stenen stellingmolen met kollergang
Bouwheer: Zandwegemolen bvba (familie Commeyne
Ontwerper:  Arch.  Jan  Debuyck,  Wevelgem;  ir. Marc Commeyne, Roeselare
Opdracht:  Aanvraag  tot  deelneming  aan  de  beperkte aanbesteding voor de maalvaardige restauratie
perceel 1: ruwbouwwerken (herstel en afwerking molenkuip, inclusief inlegnissen en plaatsing volgens richtlijnen molenbouwer van de door hem geleverde moer- en draagbalken; o/cat. D24, kl. 2
perceel 2: schrijnwerken (ramen, deuren, brandwerende vloer en wand)
perceel 3: molentechnische werken (demontage, levering en begeleiding plaatsing moer- en draagbalken, plaatsing kinderbalken en gewone zoldervloeren, opbouw gaanderij, molengedeelte [gaande en staande werk + hulpwerktuigen], loopvloer en wand toegang bezoekers); o/cat. D23, kl. 2
perceel 4: bliksembeveiliging (installatie bliksemafleider); o/cat. T2, kl. 2
perceel 5: droge blusleiding
perceel 6: molentrappen
perceel 7: elektrische installatie en rookdetectie
perceel 8: schilderwerken (gekaleite buiten- en binnenkant molenkuip); samen 400 kalenderdagen
Plaats aanbesteding: Restaurant Zandwegemolen, Oude Oostendse Steenweg 91 te 8000 Brugge
Toewijzing:
Perceel 1: nv Vandendorpe Arthur, Sint-Michiels, €114.381,66
perceel 2: A 2 Z Renovatie, Zedelgem, €15.105
perceel 3: Molenbouw Wieme, Zulte, €584.485,38  
perceel 4: Helebliz, Moerkerke, €2.337,69  
perceel 5: De Bosscher Raoul, Gent, €4.919
perceel 6: Adriaens Molenbouw bv, Weert, €14.135
perceel 7: BES (Brugse Elektro Service), €8.807,93
perceel 8: nv Vandendorpe Arthur, Sint-Michiels, €18.447,13 (bedragen excl. BTW)

--------------------------------------------

Bouwhistorische nota van de Zandwegemolen, opgesteld ten behoeve van het restauratiedossier. (Belangrijke opmerking: de molen is thans wederom compleet ingericht en maalvaardig).

1. MOLENKUIP

De Zandwegemolen is een stenen stellingmolen met een rechtlijnige conische kuip en twee versnijdingen van ½ steen, één ter hoogte van de graanzolder en één ter hoogte van de meelzolder. De kuip met een hoogte van 22,10 m vanaf het maaiveld en een binnendiameter onderaan van 8,25 m is daarmee één van de hoogste molens van West-vlaanderen. Opm: Bij de inrichting van het gelijkvloers, behorend bij de horecazaak, werd het vloerniveau binnen de molen verhoogd met ca. 35 cm t.o.v. het vloerniveau van het vroegere woonhuis van Jules CAENE naast de molen. De dorpel hiervan, met hoogte van 15 cm is nu nog aanwezig, waardoor de totale hoogte van de stenen kuip tot het maaiveld op 22,10 m komt (t.o.v. een huidige binnenhoogte van 21,60m). H totaal kuip 22,10 m = 21,60 m + 0,35 m + 0,15 m.

In de molen zelf zijn geen referenties terug te vinden van het bouwjaar, doch de bouwaanvraag ingediend door Louis MATTHYS op het einde van 1859, met een officiële publikatie aan de bevolking op 1 januari 1860 en de goedkeuring ervan op 7 februari 1860 door de gemeenteraad van Sint-Pieters-op-den-Dijk, zijn thans nog bewaard in de stadsarchieven van stad Brugge. De bouwplannen en/of bouwgegevens zelf zijn echter verdwenen.

De molen heeft een halfzolder, die zich op 3,5 m boven de huidige vloer bevindt. Daarboven bevinden zich nog zes hogere zolders, nl. de graanzolder, de meelzolder, de steenzolder, de hijszolder, de luizolder en de kapzolder, waarbij de graanzolder op 3,5 m boven de halfzolder ligt. Onderaan is de binnendiameter 8,25 m met een buitendiameter van 9,75 m. De muren zijn beneden ca. 75 cm dik (3½ steen). Bovenaan is de binnendiameter 4,6 m en hebben de muren een dikte van ca. 45 cm (2 stenen) waardoor de buitendiameter ± 5,5 m wordt. De bakstenen (Boomse klampstenen) hebben een formaat van ca. 21 x 10 x 5 cm (10 lagen = 60 cm).Op het niveau van de meelzolder, dit is op een hoogte van 10 m boven de huidige vloer of 10,5 m boven het vroegere maaiveld, bevond zich de houten stelling die thans volledig verdwenen is.

Sedert het ongeval van 7 september 1944, waarbij de volledige molenkap door een orkaan werd afgerukt en neervallend ook de stelling heeft meegesleurd, werd de kuip afgedekt met een noodkap en werden de deuren op de meelzolder naar de stelling afgesloten (De deuropening aan de noordoostkant werd dichtgemaakt met een houten paneel en deze aan de zuidwestkant werd dichtgemetseld). Alle onderdelen van de molenkap met gevlucht, molenas, vangwiel en vangsysteem, kruisysteem met spruiten, schoren, staart met kruihaspel, alsook de volledige stelling zijn verdwenen.

2. GELIJKVLOERS

Op het gelijkvloers, nu deel van de horecazaak, staat de oorspronkelijke kollergang er nog met een doodsbed en een koppel pletterstenen van ca. 1,8 m diameter en de bijbehorende standaard met kamwiel en inschakel-mechanisme. Het onderste gedeelte van de centrale koningsspil en de lantaarn voor de aandrijving van de kollergang, alsook het taatslager op de nog aanwezige doch verschoven balk voor het dragen van de centrale koningsspil zijn verdwenen. Rechts van de grote ingang was vroeger tegen de muur een grote scheluwen molentrap gebouwd om naar de graanzolder te gaan. Momenteel is alleen het gedeelte van deze trap boven de halfzolder nog aanwezig. Verder werd aan de rechterkant van de hoofdingang een venster dicht gemetseld en werd aan de noordwestkant de kleine toegangsdeur tot venster omgebouwd.

3. HALFZOLDER

Op een hoogte van 3,5 m boven de huidige vloer bevindt zich nu de halfzolder, gedragen door een zware moerbalk in de noord-zuidrichting en kinderbalken naar de voorkant (oostkant). In principe beslaat deze zolder slechts 1/3 van de totale doorsnede. Hij is thans toegankelijk via een bijgeplaatste open metalen trap. De ijzeren trapleuning behorend bij deze trap loopt verder door langs de open halfzolder als balustrade. Op deze halfzolder bevindt zich aan de zuid-oostkant een buitendeur die toegang geeft tot het plat dak boven het restaurantgedeelte. Aan de N-O-kant is het bovenste gedeelte van de oude scheluwen trap om naar de graanzolder te gaan nog aanwezig. Deze trap is echter zeer sterk vermolmd a.g.v. aantasting door houtborende insekten en is niet meer veilig om te betreden.

4. GRAANZOLDER

Deze zolder met een binnendiameter van ca. 6,9 m bevindt zich op 3,5 m boven de halfzolder en dit is dus 7 m boven het gelijkvloers. Op de graanzolder bevinden zich drie zware balken. Twee moerbalken voor het dragen van de kinderbalken van de meelzolder en één zware balk voor het ondersteunen van de horizontale metalen aandrijfas met een conisch kamwiel met 19 kammen waarmee vroeger de koningsspil, via een daarop centraal gemonteerd conisch kamwiel met 73 kammen, werd aangedreven door de stoommachine / locomobiel en later door de dieselmotor en waarmee ook de opgestelde hulpwerktuigen werden aangedreven. Deze balken zijn allen in zeer slechte staat en op diverse plaatsen reeds gestut.

Op deze graanzolder zijn er twee rondboog raamopeningen (zuidoostkant en noordwestkant) met een afmeting (dagmaat) van ca. 1,40 x 0,8 m, die nu wind- en regendicht zijn gemaakt met een glas en/of kunststofplaat.

Boven het trapgat van deze zoldervloer bevindt zich tegen de muur aan de noordoostkant een scheluwen trap om naar de meelzolder te gaan die 3,0 m hoger ligt. Deze trap is ook in zeer slechte staat en niet meer veilig om te betreden.

5. MEELZOLDER

De meelzolder met een binnendiameter van ca 6,6 m die 3,0 m boven de graanzolder is gelegen komt daarmee op een hoogte van 10 m boven de huidige gelijkvloer en dat is dus 10,5 m boven het vroegere maaiveld. Aan de zoldering van de meelzolder zijn de pasbruggen bevestigd van de drie steenkoppels alsook de bijbehorende meelgoten en meelbakken.

Twee meelgoten zijn opgesteld tegen de muur (zuidwestkant en noordkant) en één centraal naast de koningsspil.De deuren naar de vroegere stelling bevinden zich aan de noordoost- en zuidwestkant. Deze aan de noordoostkant is met een houten paneel afgesloten en deze aan de zuidwestkant is dichtgemetseld. Op deze zolder bevinden zich ook twee rondboog raamopeningen (zuidkant en noordkant) die eveneens wind- en regendicht zijn gemaakt. Van op de meelzolder kan men zich met een scheluwen trap, die opgesteld is juist boven het trapgat, naar de steenzolder begeven.

6. STEENZOLDER

Deze zolder met een binnendiameter van ca. 6,0 m bevindt zich op 3,0 m boven de meelzolder (dit is dus 13 m boven de huidige gelijkvloer). Op de steenzolder is op de centrale metalen koningsspil een groot sterrewiel met 50 kammen gemonteerd voor het aandrijven van de drie steenkoppels. De twee steenkoppels opgesteld aan de zuid- en noordkant zijn voorzien van een Franse steen met respectievelijk een diameter van 1,8 m en 1,5 m. Aan de westkant is ook nog een 3de steenkoppel, met een grauwe monoliet basaltsteen en een diameter van 1,4 m aanwezig. De bijbehorende lantaarnen (2) en kamwiel (1) voor de aandrijving zijn sterk vermolmd. De volledige steenkuipen met bijbehorende onderdelen zijn nog aanwezig doch sterk aangetast en vermolmd. Er staat verder nog een restant van een vroegere Franse samengestelde molensteen zonder ballast met een dikte van ± 10 cm en diameter ± 1,8 m, in zeer dubieuze toestand op de doorgezakte vloer tegen de muur aan de noord kant. Op de steenzolder zijn nog twee galgen aanwezig met:" Draadspindel en bijbehorende moer en sleutel " Twee paar beugels (voor twee verschillende steendiameters) waarvan echter de bijbehorende pennen en rondellen zijn verdwenen. Op deze zolder zijn er vier halfboog-raamopeningen die thans ook wind- en regendicht zijn gemaakt.Op de steenzolder is de centrale metalen koningsspil, die met een glijkussen op zijn plaats wordt gehouden, op ± 30 cm boven de vloer en tussen de meelkisten, voorzien van een zware viertakt ontkoppelunit. Van op de steenzolder kan men met een scheluwen trap, die tegen de muur boven het trapgat is aangebracht en in slechte toestand verkeert, de hijszolder bereiken die 3 m hoger is gelegen.

7. HIJSZOLDER

De hijszolder met een binnendiameter van 5,5 m bevindt zich op 3 m boven het vloerniveau van de steenzolder (dit is 16 m boven de huidige gelijkvloer). Op de hijszolder staat nog een verplaatsbare, sterk vermolmde en gebroken windas voor het uitnemen van de klauwijzers.

8. LUIZOLDER

Deze zolder met een binnendiameter van 5,2 m bevindt zich op 2,1 m boven de hijszolder (dit is 18,1 m boven de huidige gelijkvloer).Op de luizolder is nog een vrij volledig riem-sleepluiwerk aanwezig dat bestaat uit een systeem met twee boven elkaar geplaatste riemschijven. Beide riemschijven met een diameter van ca. 65 cm zijn verbonden met een lederen riem die in rust niet is aangespannen. De onderste houten riemschijf (drijfwiel) is bevestigd op een houten as voorzien van een poppenwiel met 16 poppen dat permanent meedraait in een kroonwiel met 27 kammen dat bevestigd is op de centrale koningsspil. De tweede riemschijf in metaal is bevestigd op een daarboven liggende houten as (dit is de luias waarop ook het klauwwiel is bevestigd) en dat los kan draaien bij niet ingeschakelde toestand. Het luien zelf gebeurt door de draagbalk (lagerbalk) van de luias aan de kant van de riemschijf op te tillen waardoor de loshangende riem opgetrokken wordt en zich aanspant tegen het drijfwiel en zodoende de luias doet meedraaien. Het optillen van de draagbalk gebeurt via een hefboom (wipstok) en een commandokoord.

9. KAPZOLDER

Na het verdwijnen van de kap zijn hier op de kapzolder alleen nog de sterk aangetaste vaste berriebalken van de zetel aanwezig. Daar deze in het verleden te zwak bleken te zijn voor het dragen van de kap werd vroeger (juiste datum niet bekend) een ondersteuning aangebracht met behulp van een zwaar en versterkt ijzeren I-profiel, met een afmeting van 30 x 12,5 cm, in de noord-zuidrichting. Om een steunpunt te bekomen voor deze ijzeren draagbalk werd aan de zuidkant het venster van de kapzolder voor ¾ dichtgemetseld.

Op het uiteinde van de vier balken, die sterk verrot zijn, staan nog acht sterk verweerde muurstijlen die verbonden zijn aan de onderring. Deze sterk aangetaste onderring met doorgeroeste metalen loopband rust op de enigszins uitgebrokkelde kroon van de molenkuip.

De molenkuip zelf is afgedekt met een noodkap die gemonteerd is op de onderring en bedekt is met een roofinglaag. In deze noodkap zijn twee luiken aangebracht die de toegang tot het dak mogelijk maken en waarvan Monumentenwacht Vlaanderen regelmatig gebruik maakt bij hun inspectie.

10. KONINGSSPIL

De huidige metalen koningsspil, die in 1939 werd gemonteerd (info Chr. Devyt), is een zware ijzeren as met een diameter van ±10 cm, bestaande uit zes delen en vijf koppelingen. De bovenste koppeling bevindt zich op de hijszolder en is een beweegbare klauwkoppeling terwijl onderaan op het niveau van de halfzolder er nog een halve flenskoppeling te zien is.

Op de graanzolder is er ook een flenskoppeling aanwezig waaraan het conisch kamwiel is vastgemaakt dat in verbinding staat met een horizontale transmissie-as. Van het bovenste deel van de koningsspil, dat vermoedelijk bestond uit twee stukken, ontbreekt het stuk waarop het karbonkelwiel (de wieg) gemonteerd was en dat met zijn top in een ijzerbalk draaide. Het onderste stuk van dit bovenste deel, dat nu nog aanwezig is, is eigenlijk een groot en zeer zwaar aandrijfijzer waarop nu nog een kroonwiel gemonteerd is waarmee de lui werd aangedreven. Dat aandrijfijzer draagt de inscriptie "Sabbe 1866".Op de hijszolder zit dit aandrijfijzer in een klauwkop die op het lagere asgedeelte gemonteerd is en zodoende een beweegbare verbinding maakt, waardoor elke zijdelingse belasting op de centrale as, die kan ontstaan bij het verkruien van de kap en het draaien van het gevlucht, wordt opgevangen.Onderaan de koningspil, waaraan de lantaarn was bevestigd voor de aandrijving van de kollergang, is er een flens waaraan een extra asstuk heeft gezeten dat rustte in een taatspot, gemonteerd op een zware draagbalk die de koningsspil droeg. Deze taatspot en het onderste deel van de koningsspil alsook de lantaarn zijn verdwenen.Op de graan-, meel-, steen- en hijszolder zijn op vloerniveau glijkussens gemonteerd die de koningsspil centraal gepositioneerd houden. Deze glij-centreerkussens zijn voorzien van schroef-vetpotten.

Persbericht. A.V., "Radioamateur Louis Vanhoucke neemt deel aan Belgian Mill Award Contest. "We kunnen levens redden", in: Krant Van West-Vlaanderen editie Zeewacht - 03-09-2010.
Vlissegem. De radioamateurs Louis Vanhoucke uit Vlissegem en Carmen Verhelle uit Brugge beschikken over allerlei zendapparatuur. Net zoals de drie vorige jaren nemen ze in september deel aan het Belgian Mill Award (BMA) Contest. Daarvoor zullen ze verschillende zenders, meetinstrumenten en apparaten in de Zandwegemolen in Brugge plaatsen.
Radioamateur Louis Vanhoucke opereert onder de codenaam ON4AQB, Carmen Verhelle onder ON4CKL/P. Louis Vanhoucke is al 23 jaar gepassioneerd bezig is met radio- en tv-zenders en geeft ook les aan radioamateurs. Carmen is al elf jaar actief. In het wereldje is het al codes wat de klok slaat. Voor een buitenstaander niet altijd gemakkelijk te begrijpen. De gebruikte roepnaam voor de molen is ON4CKL/P WIM 8060. Dat is het homologatienummer. Molens zonder homologatienummer komen niet in aanmerking.
Hoog en droog
Deelnemen aan het windmolencontest vraagt een intensieve voorbereiding, zo blijkt. "We zijn dan ook ontzettend blij dat molenaar Marc Commeyne ons begeleidt bij het plaatsen van de antenne op de wiek", klinkt het enthousiast bij Louis en Carmen. "De molenaar zorgt er om te beginnen voor dat een wiek op een paar centimeter nauwkeurig ter hoogte van de leuning van de gaanderij blijft stilstaan. De minste beweging kan fataal zijn voor de dure antenne en de wiek." Dank zij de hoogte van de antenne kunnen ze, in VHF, de meeste provincies bereiken, alsook Engeland, Frankrijk en Nederland. De wedstrijden zijn ook bedoeld om de radioapparatuur te testen.
Morse
Maar de belangrijkste doelstelling is: zoveel mogelijk radioverbindingen te maken tussen Belgische molens. Een contact met een molen brengt tien punten op, Belgische radioamateurs brengen drie punten op en buitenlandse amateurs een punt. De contacten tijdens de wedstrijd gaan in morse, spraak, telex, televisie en tientallen digitale modes, de voorlopers van het latere internet. Carmen en Louis deden al mee aan enkele internationale contesten. Ze moeten dan uren aan een stuk morse ontcijferen en ook antwoorden in morse, meestal rond 25 tot 30 woorden per minuut. Ze behaalden in clubverband al de eerste plaats.
Louis Vanhoucke geeft sedert 1987 opleiding voor radioamateurs. Hij weet dus alles van zowel de theorie, morse en de praktijk. Naast radioamateuren fysicus is Louis ook zanger, dichter, en behoeder van speciale kippen. Met die kippen paradeert hij met flair rond in de Haan.
Redders in nood
De opleiding als radioamateur is niet mals. Elektriciteit, elektronica, digitale techniek, zendtechniek, antennetechniek en morse staan op het programma en, bovenal de Belgische wetgeving voor het bezitten en gebruiken van zendapparatuur. Zowel theoretisch al praktisch moet de cursist slagen. Zowel Carmen als Louis beschikken over een radioamateurvergunning klasse A (hoogste klasse). Niet iedereen beseft dat, maar in tijden van rampen kunnen de radioamateurs worden ingeschakeld. Ze kunnen de communicatie verzekeren daar waar alle andere communicatiemiddelen uitgevallen zijn. Daarom doen ze regelmatig oefeningen met noodsimulaties. De uitzendingen gebeuren op vooraf bepaalde frequenties. Het zijn zeker geen spelletjes. De deelnemers worden strikt gecontroleerd door verschillende organisaties over heel de wereld. "Het aantal woorden dat je seinde in een oproep, wordt geteld. De tekst wordt genoteerd. Zo krijg je kort na elk bericht een mail van ergens op aarde met je uitgezonden bericht en het aantal woorden. Deze procedures worden gevolgd om valse noodoproepen uit te filteren", besluit Carmen.
Ook de Hubertmolen in Wenduine zou dit jaar voor het eerst worden gebruikt voor deze wedstrijd.
Carmen Verhelle en Louis Vanhoucke (links) samen met molenaar Marc Commeyne bij een wiek van De Zandwegemolen. (Foto AV).

TVH, "Zandwegemolen als nieuw", in: Brugsch Handelsblad, 03.06.2011.
Johan Commeyne (43) en Veerle Desoete (40) hebben De Zandwegemolen aan de Oude Oostendse Steenweg 91-93 grondig vernieuwd. "De Zandwegemolen bestaat al dertig jaar. Wij baten het restaurant en de feestzaal sinds 1995 uit. We hebben allebei hotelschool gevolgd : Veerle in Oostende, ik in Koksijde", vertelt Johan. "In 2003 kregen we groen licht voor de restauratie van de molen en een bouwvergunning voor het horecagedeelte. Het was onze ambitie om de molen te restaureren tot maalvaardige molen en het horecagedeelte aan te passen aan de noden van deze tijd en aan de strenge normen van het Voedselagentschap."
"Het voorgebouw werd in 2003 gerenoveerd, er is een cafeetje in geïnstalleerd. Het restaurant aan de straatzijde is in 2004 vernieuwd met aanpalend de uitbreiding van de zaal. De molen werd maalvaardig gerestaureerd in 2003-2005. De huidige vernieuwingsfase is de realisatie van een nieuwe restaurantzijde aan de kant van de tuin met een zongericht terras van 120 vierkante meter. We hebben ook een volledig nieuwe keukenruimte gebouwd. Volgend seizoen komt er nog een dierenpark. Dank zij die uitbreiding beschikken wij nu over verschillende ruimten die als restaurant en als feestzaal kunnen dienen. Wij zijn gespecialiseerd in huwelijks- en personeelsfeesten, allerhande banketten, rouwmaaltijden en bustoerisme."

"vtbKultuur bezoekt Zandwegemolen", Brugsch Handelsblad, 31.01.2014.
Naar aanleiding van het jaarthema ‘Vlaamse cultuur’ bezoekt vtbKultuur op vrijdag 21 februari de Zandwegemolen in Brugge. Na het bezoek aan de molen volgt er een molenaarsbuffet. Leden betalen 20 euro, niet-leden 24 euro (brood, buffet, twee drankjes en koffie inbegrepen). Inschrijven voor 15 februari door overschrijving op rek. nr. BE30 0688 9829 6011. Men wordt verwacht om 18.30 uur in de Oude Oostendse Steenweg 91-93 in Brugge. (BC)

Literatuur

Archieven
Provinciaal Archief Brugge, Hinderlijke bedrijven, A3/A5/A7-GB/2000-52-g (maalderij, 1946)

Gedrukte bronnen
Gazette van Gend, 19.02.1781.
Gazette van Brugge en der provincie West-Vlaenderen, 17.07.1865 (jg. 72, nr. 84), p. 2, kol. 3.

Werken
K. De Flou, Woordenboek der Toponymie van westelijk Vlaanderen, Vlaamsch Artesië, het Land van den Hoek, de graafschappen Guînes en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu, Brugge, 1914-1938.
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9. 
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel II".
M. Coornaert, "De topografie, de geschiedenis en de toponimie van St.-Pieters-op-de-Dijk tot 1899", Brugge, 1972.
M. Coornaert, Een overzicht van de molens in het Noordvrije, in: Liber Amicorum René De Keyser, Speciale uitgave, Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago, 1985, p. 43-78.
M. Commeyne, "De Zandwegemolen werd opnieuw een stellingmolen!", in: West-Vlaams Molenblad, XX, 2004, nr. 2, p. 65-66;
M. Commeyne & Chr. Debusschere, "Opbouw en plaatsing van de kap van de Zandwegemolen", in: West-Vlaams Molenblad, XX, 2004, p. 4, p. 179-183;
Marc Commeyne, "De Zandwegemolen van Sint-Pieters-Brugge doorliep de weg van raming tot gunning", in: Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens, XIX, 2003, nr. 2, p. 73-75;
Johan Ballegeer, "Molens in de Zwinstreek", in: Rond de Poldertorens, 47ste jg., 2005, nr. 2, p. 39-75;
H. De Vuyst, "Hout werkt", in: M&L, Monumenten, Landschappen & archeologie, tweemaandelijks tijdschrift van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel jg. 24, nr. 4, p.-8-21, ill.
J.P. Esther, "Beschermde moumenten in Brugge: de Zandwegemolen", Brugs Ommeland, 1988, nr. 4, p. 239.
Maurits Coornaert, "De windmolens in de parochie Sint-Pieters-op-de-Dijk", in: Brugs Ommeland, 1984, 1, p. 15
Esther J.P., "Beschermde monumenten in Brugge: de Zandwegemolen", Brugs Ommeland 1988 4 239.
"Provinciale draaipremie voor ambachtelijke molens. Aantal asomwentelingen van West-Vlaamse molens in 2004-2009", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVI, 2010, 3, p. 115-118.
"Aantal asomwentelingen van West-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 50.

Persberichten
A.V., "Radioamateur Louis Vanhoucke neemt deel aan Belgian Mill Award Contest. "We kunnen levens redden", in: Krant Van West-Vlaanderen editie Zeewacht - 03-09-2010.
TVH, "Zandwegemolen als nieuw", in: Brugsch Handelsblad, 03.06.2011.
"vtbKultuur bezoekt Zandwegemolen", Brugsch Handelsblad, 31.01.2014.


Laatst bijgewerkt: zondag 26 februari 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens