Molenzorg
Sint-Pieters-op-den-Dijk (Brugge), West-Vl...
Naam

Zandwegemolen

Ligging Oude Oostendse Steenweg 91
8000 Sint-Pieters-op-den-Dijk (Brugge)

Sint-Pieters
51° 13' 32.79" N
  3° 11' 36.24" E


toon op kaart
Geo positie 51.225868, 3.193780
Eigenaar Zandwegemolen bvba (familie Commeyne)
Gebouwd 1860
Type Stenen stellingmolen
Functie Koren- en oliemolen
Kenmerken Zeer hoge romp
Gevlucht/Rad Geklinknagelde roeden (2005), vlucht 26,40 meter
Inrichting Kollergang op het gelijkvloers, drie maalstoelen
Toestand Maalvaardig
Bescherming M: monument,
27.10.1982
Molenaar Marc Commeyne, Ann Commeyne
Openingstijden Elke zondag geleide bezoeken via de aanpalende herberg om 15 en 17 uur. Bezoeken ook op andere dagen na afspraak (tel. 050 315858, fax 050 315944, e-mail: info@zandwegemolen.be). Jaarlijkse vakantie: 2de-3de week juli
Internet bron

Zandwegemolen

<p>Zandwegemolen</p>

Foto: Frans van Unen, Eindhoven, 13.10.2005  

Beschrijving / geschiedenis

De oudst bekende molen van Sint-Pieters bij Brugge verschijnt in 1368. Die maalde niet alleen graan, maar plette ook oliehoudende zaden. De "Oliemolen A" stond op de heerlijkheid het Sijseelse, bij het knooppunt van de Zandweg en de Poelweg A, 500 meter ten noordwesten van Schipstale. De molen is in de 15de eeuw verdwenen.
De "Oliemolen B" bestond reeds in 1398: "de zydelinghe te stoppene tusschen der olyemuelnen ende Lippins Brunen". Die molen bevond zich in het ambacht Zuienkerke, op de westzijde van de Lisseweegse Watergang, even ten noorden van de Zeven Eiken Brug. De molen is vermoedelijk ca. 1500 in onbruik geraakt.
De Sint-Hubrechtsmolen stond net binnen het Sijseelse, langs de Molenweg B. Die kan beschouwd worden als de opvolger van de Oliemolen A, die 1 km zuidelijker gestaan had. De Sint-Hubrechtsmolen verschijnt in 1456, en is in de troebelen op het einde van de 16e eeuw tenondergegeaan.
In de rustige periode omstreeks 1610 begon men in de meeste parochies weer molens op te richten. De opvolger van de Sint-Hubrechtsmolen was de Zandwegmolen A. Die werd gebouwd op een perceel van Sint-Donaas, even ten oosten van de Zandweg (= Oostendse Steenweg): vermeld in 1693 als "Zandtweghe meulen".

In de Gazette van Gend van 19 februari 1781 verscheen de volgende verkoopsadvertentie: "Sint-Pieters-op-den-Dijk. Overslag van eenen schoonen koornwindmolen, genaemd Zandwegemolen".

Eén van de pachters-molenaars was Jacobus-Franciscus Cattoor, zoon van Lieven en van Joanna Vermeir. Hij werd op 29.8.1773 te Dudzele gedoopt. Zijn peter was Frans De Knock, zijn meter Kathelijne Vanden Bussche. Hij ging op de Grote Dorpsmolen van Dudzele werken bij Jacob Pauwaert en werd verliefd op de molenaarsdochter Martha-Victoria Pauwaert, die zijn vrouw werd. Hij ging zich te Knokke vestigen, waar hij het molenaarsbedrijf uitoefende en er tot in 1828 verbleef. Daar werden zijn dertien kinderen geboren.

Van Knokke verplaatste hij zijn werkterrein naar St-Pieters-op-de-Dijk, waarschijnlijk op de "Zandwegemolen". Hij overleed op 27.12.1842. Zijn echtgenote was daar reeds op 6.12.1830 gestorven.

Uit zijn huwelijk met Martha Pauwaert werden de volgende kinderen geboren:
Martha, geboren te Knokke op 27.8.1806. Peter: haar oom Bernardus Cattoor; meter: tante Anna Pauwaert.
Theresia, geboren te Knokke op 1.10.1807 en er op 10.5.1811 overleden. Peter: een Baervoets; meter: grootmoeder Martha De Bruyckere. Ten huize had zij reeds de nooddoop ontvangen van Petronella Quintens.
Joanna-Victoria, geboren te Knokke op 4.1.1809. Peter: nonkel Franciscus, alias Bernardus Cattoor; meter: Theresia Geyle. Op 2.7.1833 trad zij te Sint-Pieters-op-de-Dijk in het huwelijk met Jacobus-Petrus Bruselle, zoon van Jacob en van Anna Van Hove. Zij overleed te Varsenare op 1.9.1836.
Livinus-Jacobus, geboren te Knokke op 20.10.1810 en overleden te St-Pieters op 22.5.1829. Peter: nonkel Corneel Pauwaert; meter: tante Francisca Cattoor.
Franciscus, die volgt.
Jacobus-Bernardus, °Knokke op 10.7.1815. Peter: Nonkel Vitalis Pauwaert,; meter: tante Isabella Cattoor.
Justina, °Knokke op 11.1.1817.
Joannes-Franciscus, °Knokke p 10.9.1818.
Constantinus, °Knokke op 26.12.1819.
Ludovicus, °Knokke op 23.9.1821.
Joseph, °Knokke op 25.9.1823.
Rosalie, °Knokke op 25.5.1825.
Theresia, geboren te Knokke 12.8.1827 en er overleden 8.3.1828.

Franciscus Cattoor, zoon van Jacobus en van Martha Pauwaert, werd te Knokke geboren op 14 februari 1814. Hij deed zijn legerdienst bij de kurassiers die te Brugge in garnizoen lagen. Aldaar kreeg hij kennis met Maria-Theresia Maes, de dochter van Maximiliaan en van Marie Laforce, een kantwerkstertje dat hij tot vrouw nam. Tijdens zijn huwelijk deed zich voor Franciscus een erristige moeilijkheid voor. Zijn met Maria Maes wettelijk aangegaan huwelijk scheen in feite wettelijk ongeldig te zijn. Zijn echtgenote immers kreeg op een goede morgen bericht om zich voor de militieraad (de toenmalige loting) aan te bieden. Hij was met een vrouw van het mannelijk geslacht gehuwd. Hoe kon dit nu? Heel eenvouclig: de geboorteakte van Maria Maes vermeldde “kind van het mannelijk geslacht" een lapsus die bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge op 6 augustus 1845 werd rechtgezet. Alzo was en bleef Franciscus wettelijk getrouwd.

Franciscus Cattoor woonde in de Bidderstraat nr. 30, (E 14/15) en oefende het beroep uit van werkman molenaar. Met een ezeltje trok hij dagelijks naar Sint-Pieters om er zijn beroep uit te oefenen voor een karig loon plus een half-stenenbrood in natura. Franciscus Cattoor overleed op 15 december 1869. Zijn vrouw stierf op 9 juli 1886 en liet acht kinderen na.

Met de dood van Franciscus Cattoor eindigt hier een meer dan acht generaties oude molenaarstraditie. Vier van de vijf zonen, Jacobus-Leopold, Adolf, Alfons en Gustaaf, hadden het beroep van rijtuigschilder gekozen; de vijfde en jongste van allen Theofiel, ging in het drukkersbedrijf zijn kost verdienen. Van de drie dochters van Franciscus was de oudste, Prudentia, getrouwd met een met een metselaar; de tweede, Anna, is jong gestorven; de derde, Romanie, overleed als jongedcohter op 92-jarige leeftijd. De nazaten van deze generatie vindt men thans te Brugge, Sint-Andnies, Mechelen en Brussel.

In 1860 richtte Louis Matthys een stenen graan- en oliewindmolen op naast de Zandwegherberg, ongeveer tegenover de Zandwegmolen A. De molen werd verkocht op 11 april 1878 aan Jacques De Langhe, die hem in september 1883 opnieuw heeft verkocht aan Isidoor Matthys, handelaar te Sint-Pieters-op-den-Dijk. Op 14 juli 1894 werd door het gemeentebestuur van Sint-Pieters aan Isidoor Matthys een nieuwe 30-jarige vergunning voor de uitbating van de molen verleend en bij de archiefstukken van deze vergunning werd een inplantingsschets van de molen en de bijgebouwen teruggevonden, echter zonder verdere technische bouwinformatie over de molen zelf.

Op 16 juli 1865, rond 23 uur, was er blikseminslag op de roeden en veroorzaakte ook nog andere beschadiging.

Na het overlijden van Isidoor Matthys (29-10-1901) en zijn echtgenote Nathalie Van Hove ( 08-07-1904) kwam de molen in het bezit van de familie Constantinus Van Hove - Amelie Mermuys die als vaste molenaar voor hun Zandwegemolen Jules Caene in dienst namen. Na het overlijden van Constantinus Van Hove op 30 juni 1923, werd de molen in huur genomen door Jules Caene en op verzoek van zijn echtgenote Marie Louise De Brabander werd op 23 augustus 1923 een prezie opgemaakt van al het roerende en draaiende werk van de Zandwegemolen door August Peel. Deze prezie geeft ons een zeer goed overzicht van de uitrusting van de molen in 1923 en vormde dan ook de basis voor de uitwerking van het restauratiedossier.

In 1932, in volle crisistijd, werd de molen grondig opgeknapt met o.a. een vernieuwde kap, een nieuw kruiwerk, drie koppels nieuwe stenen, waarvan één met een diameter van 1,8 m, een nieuwe windpulm, een banesteen, een nieuwe staartbalk en een kruiketting van 44 m. Ook werd er een nieuwe binnenroede geplaatst en werd de buitenroede hersteld. Volgens deze gegevens werd er in 1939 ook nog een nieuwe metalen standaard met een totale lengte van ca. 20 m geplaatst, die werd samengesteld uit zes stukken en één ontkoppeling. Als bovenste stuk werd een zwaar staakijzer met de vermelding SABBE 1866 gebruikt.

Op donderdag 7 september 1944 draaide de molen toen rond 15 u een zeer hevige wind opkwam en Jules Caene de molen niet kon vangen. Toen hij trachtte het kruis te kruien, werd de kap uit de zetel gelicht, versmeet het kruis zich en brak de askop in drie stukken. Bij het neervallen van het gevlucht werd een deel van de stelling meegesleurd. Om na dit ongeval, net na de bevrijding, toch verder te kunnen malen werd door Jules Caene opdracht gegeven om de molen van een noodkap te voorzien en een dieselmotor op te stellen op het gelijkvloers waarmee verder werd gemalen tot het begin van de jaren zestig.

Gerard Stevens kocht de molen op 3 oktober 1969 aan. Hij richtte hem in als bar en trok rond de molen een restaurant en feestzaal op, waardoor de Zandwegemolen op 25 juli 1970 officieel een horeca-uitbating werd.

De molen werd op 27 oktober 1982 bij ministrieel besluit beschermd als monument. In 1985-1986 gaf de toenmalige eigenaar Marc Vermeersch de opdracht aan architect Paul Goethals uit Brugge (1933-2011) voor het uitwerken van een project voor de maalvaardige restauratie van de Zandwegemolen. Dit project werd in de voorbereidende fase echter stopgezet. Wel werd in 1986 de romp hervoegd.

Op 27 april 1995 kocht de familie Commeyne uit Roeselare de molen en horecazaak aan, waarbij de uitbating werd toevertrouwd aan Johan Commeyne. Zij lieten in 2003-2005 een zeer grondige maalvaardige restauratie uitvoeren. De molenromp werd hersteld door aannemer Arthur Vandendorpe uit Sint-Michiels, terwijl de molenbouwers Roland en Kris Wieme het molentechnisch werk op zich namen. Op 10 november 2004 werd de nieuwe kap en staart geplaatst. De nieuwe geklinknagelde roeden, aangebracht op 23 maart 2005, hebben een vlucht van niet minder dan 26,40 meter! De inhuldiging van de maalvaardige molen voltrok onder grote belangstelling op 30 april / 1 mei 2005.

Marc COMMEYNE & Lieven DENEWET

<p>Zandwegemolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

<p>Zandwegemolen</p>

Plaatsing molenkap op 10.11.2004. Foto: Chr. Debusschere

<p>Zandwegemolen</p>

Foto: Christiaan Debusschere, Kortemark, 2001

<p>Zandwegemolen</p>

Foto voor 1944. Verzameling Ons Molenheem

<p>Zandwegemolen</p>

De kollergang. Foto: Herman Vanhoutte, Wevelgem

Literatuur

Archieven
Provinciaal Archief Brugge, Hinderlijke bedrijven, A3/A5/A7-GB/2000-52-g (maalderij, 1946)

Gedrukte bronnen
Gazette van Gend, 19.02.1781.
Gazette van Brugge en der provincie West-Vlaenderen, 17.07.1865 (jg. 72, nr. 84), p. 2, kol. 3.

Werken
K. De Flou, Woordenboek der Toponymie van westelijk Vlaanderen, Vlaamsch Artesië, het Land van den Hoek, de graafschappen Guînes en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu, Brugge, 1914-1938.
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9. 
Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel II".
M. Coornaert, "De topografie, de geschiedenis en de toponimie van St.-Pieters-op-de-Dijk tot 1899", Brugge, 1972.
M. Coornaert, Een overzicht van de molens in het Noordvrije, in: Liber Amicorum René De Keyser, Speciale uitgave, Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago, 1985, p. 43-78.
M. Commeyne, "De Zandwegemolen werd opnieuw een stellingmolen!", in: West-Vlaams Molenblad, XX, 2004, nr. 2, p. 65-66;
M. Commeyne & Chr. Debusschere, "Opbouw en plaatsing van de kap van de Zandwegemolen", in: West-Vlaams Molenblad, XX, 2004, p. 4, p. 179-183;
Marc Commeyne, "De Zandwegemolen van Sint-Pieters-Brugge doorliep de weg van raming tot gunning", in: Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens, XIX, 2003, nr. 2, p. 73-75;
Johan Ballegeer, "Molens in de Zwinstreek", in: Rond de Poldertorens, 47ste jg., 2005, nr. 2, p. 39-75;
H. De Vuyst, "Hout werkt", in: M&L, Monumenten, Landschappen & archeologie, tweemaandelijks tijdschrift van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel jg. 24, nr. 4, p.-8-21, ill.
J.P. Esther, "Beschermde moumenten in Brugge: de Zandwegemolen", Brugs Ommeland, 1988, nr. 4, p. 239.
Maurits Coornaert, "De windmolens in de parochie Sint-Pieters-op-de-Dijk", in: Brugs Ommeland, 1984, 1, p. 15
Esther J.P., "Beschermde monumenten in Brugge: de Zandwegemolen", Brugs Ommeland 1988 4 239.
"Provinciale draaipremie voor ambachtelijke molens. Aantal asomwentelingen van West-Vlaamse molens in 2004-2009", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVI, 2010, 3, p. 115-118.
"Aantal asomwentelingen van West-Vlaamse molens in 2010", in: /West-/Vlaams Molenblad, XXVII, 2011, 1, p. 50.

Persberichten
A.V., "Radioamateur Louis Vanhoucke neemt deel aan Belgian Mill Award Contest. "We kunnen levens redden", in: Krant Van West-Vlaanderen editie Zeewacht - 03-09-2010.
TVH, "Zandwegemolen als nieuw", in: Brugsch Handelsblad, 03.06.2011.
"vtbKultuur bezoekt Zandwegemolen", Brugsch Handelsblad, 31.01.2014.


Laatst bijgewerkt: zondag 26 februari 2017
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens