|
Beschrijving
/ geschiedenis
De Dorpsmolen van Oostkerke werd voor het eerst vermeld in 1336 en 1459 en was eigendom van de heren van Oostkerke. Daarom heette de molen in 1481 "myns heeren van sint Joris muelne". (Jan de Baenst was immers Heer van Oostkerke en Sint-Joris-ten-Distel). Pieter Pourbus tekende de staakmolen op zijn kaart van het Brugse Vrije in 1571. Tijdens de 80-jarige oorlog (1568-1648) werd hij vernield. Tegen het einde van de oorlog werd de houten staakmolen herbouwd (in 1643 om precies te zijn). Volgens Vander Maelen heette de Dorpsmolen in 1846 "Carline Molen". Die naam was ontleend aan de toenmalige molenarin. In de nacht van 26 op 27 januari 1875 sloeg de bliksem in. In minder dan twee uren tijd was de molen geheel afgebrand. Onmiddelijk daarna werd de huidige stenen grondzeiler gebouwd op de terp waar de vorige molen stond. Eén molenijzer dateert nog van 1643 en in de molenkap stond destijds het jaartal 1874. In 1924 werd hij buiten bedrijf gesteld. Dit gebeurde nadat het negenjarig zoontje van de toenmalige molenaar gegrepen werd door de draaiende wieken. Een (nu verdwenen) arduinen gedenksteen met opschrift "+R.T. (René t'Hooft) 1924" herinnerde aan deze droevige gebeurtenis. Na deze gebeurtenis maalde t'Hooft niet meer met de windmolen. In 1960 werd er in het dorp een molencomité opgericht dat de eerste herstellingen aan de molen deed en er mede voor zorgde dat het gebouw in 1964 werd beschermd als monument. In 1970-73 liet de nieuwe eigenaar (de heer Frank De Craeke - De Reyghere, die de molen in 1969 kocht) hem volledig restaureren. De molenmakers Peel uit Gistel herstelden de romp en de kap en plaatsten een nieuw gelast gevlucht. In 1992 werd de molen weer maalvaardig gemaakt door molenbouwer Roland Wieme uit Deinze, waarbij een nieuwe molenas werd geplaatst. In 2004 werden nieuwe onderhoudswerken uitgevoerd en werd ook het vroegere maalderijgebouw naast de molen gerenoveerd. Let ook op de vriesgans die boven op de kap staat. De molen staat net buiten de dorpskom van Oostkerke en is toegankelijk voor het publiek.
Lieven Denewet

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

Het gerenoveerd gebouwtje van de mechanische maalderij naast de molen. Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 20.07.2006

Foto: Frans Van Bruaene, 11.06.2006

Foto: Frans Van Bruaene, 11.06.2006

Toestand voor 1960. Foto coll. Thomas Piens, Zingem
Bijlagen
1. Jaarlijks aantal asomwentelingen 2006: 19.770
2. Persbericht. "Zelfs koningin Elisabeth wou molen bewaard zien", in: Het Nieuwsblad, 29.08.2007. De trotse eigenaar Frank De Craeke heeft zijn hart verpand aan de dorpsmolen. 'De renovatie en de aanvraag hiervoor heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Maar ik heb door de restauratie heel wat sympathie gekregen van de Oostkerkenaars.' Als je de weg langs het Schipdonk- en Leopoldkanaal verlaat en richting Oostkerke rijdt, valt het op dat je de dorpsmolen niet direct kunt bespeuren. 'Het molenlandschap van Oostkerke wordt geschonden door een onoordeelkundige aanleg van beplanting door een privé-eigenaar', vertelt Frank De Craeke. 'Het is jammer dat een rij struiken een typisch Vlaams landschap aan het oog onttrekt.' Het stelt meteen de toon van het gesprek: de trotse eigenaar van de dorpsmolen heeft er zijn hart aan verpand. Op weg naar de molen kan je bovendien vaststellen dat Oostkerke in 1974 niet voor niets tot mooiste dorp van West-Vlaanderen werd gekozen en lange tijd in de running was om de titel van mooiste dorp van Vlaanderen weg te kapen. Molen in verval De dorpsmolen werd voor de eerste keer vermeld in 1336 en was eigendom van de heren van Oostkerke. In 1875 vernietigde de bliksem de toenmalige houten staakmolen en bouwde men de huidige stenen grondzeiler op de terp waar de vorige molen stond. 'In 1924 stelde de laatste beroepsmolenaar Jules Thooft de molen buiten bedrijf', vertelt Frank. 'Dat gebeurde nadat zijn negenjarig zoontje door de draaiende wieken werd gegrepen. Tot op de dag van vandaag leg ik er steeds de nadruk op dat een molen geen speelgoed is en gevaarlijk kan zijn. Opletten is steeds de boodschap.' 'In 1962 richtte men in het dorp een plaatselijk molencomité op dat enkele instandhoudingswerken uitvoerde en ervoor zorgde dat het in 1964 als monument werd beschermd. In 1969 las ik in de plaatselijke pers dat de ruïne van de molen in Oostkerke openbaar zou worden verkocht en ik slaagde erin om het te verwerven. De renovatie en de aanvraag hiervoor heeft echter heel wat voeten in de aarde gehad. Mijn eerste opzet was om de molen te schilderen en de wieken af te doen. Ik had helemaal nog niet stilgestaan bij een eventuele subsidieaanvraag.' 'Opvallend was echter dat de dienst Monumenten en Landschappen mij zelf contacteerde om aan te dringen op restauratie. Blijkbaar bevatte het dossier - de molen was sinds 1964 een beschermd monument - heel wat brieven van mensen die zich beklaagden over de slechte staat van de molen. Ze nodigden mij uit om hierover eens te komen praten en ik trok richting Brussel.' Brief van koningin 'Daar is trouwens een leuke anekdote aan verbonden. Toen ik daar aankwam, luisterde iedereen in spanning naar het verslag van de Ronde van Frankrijk op de radio en men gaf mij het dossier met de vraag om het eerst zelf eens te bekijken. Zelfs koningin Elizabeth had een brief geschreven met het verzoek ervoor te zorgen dat de molen gerestaureerd zou worden. Jammer dat ik daar destijds geen kopie van kon bemachtigen.' 'De mensen van de dienst lichtten mij in over de aanzienlijke renovatiesubsidies en ik liet een bestek opmaken dat bij ministerieel besluit werd goedgekeurd. Alleen de toenmalige burgemeester van Oostkerke lag wat dwars omdat hij ook een deel moest ophoesten. Een bezoek aan de provinciegouverneur streek echter ook die plooien glad en ik kon de gouverneur er zelfs van overtuigen om de gemeenten Knokke en Zwevegem te verzoeken molens op hun grondgebied aan te kopen, wat ook gebeurde.' Bevolking tevreden In de periode tussen 1970 en 1973 voerde Frank ingrijpende werken uit die de prachtige molen zijn oorspronkelijke luister terugbezorgde en in 1983 was hij opnieuw maalvaardig. 'Ik heb hiervoor heel wat sympathie gekregen van de Oostkerkenaars. De mensen waren duidelijk tevreden dat de ruïne van de oude molen hersteld was. Samen met mijn zoon Frederik zorg ik ervoor dat men van april tot september iedere eerste zondag van de maand de werking ervan kan komen bekijken. Dat kan voor groepen trouwens het hele jaar volgens afspraak op het nummer 050-31.66.56.'
Literatuur
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 98; Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 172-175 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9); Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 65; Luc Devliegher, "De Zwinstreek", Tielt/Utrecht, 1970, p. 169; R. De Keyser, "Zo was Oostkerke", Oostkerke, 1976; E. Matthys, "In Damme werden de molens 'in rouw gezet' ", in: Ons Heem, 46, 1992, nr. 1, blz. 40; E. Matthijs, "De molen van Oostkerke maalt weer", in: Ons Heem, 46, 1992, nr. 1, blz. 37-38; Frank De Craeke, "Werken aan de Dorpsmolen te Oostkerke (Damme)", in: Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens, XIX, 2003, nr. 2, p. 69-70; R. De Keyser: "De Dorpsmolen van Oostkerke", in: Rond de Poldertorens. Handelingen van de Kring voor Heemkunde en Geschiedenis "Sint-Guthago" voor de Ambachten van Dudzele, Oostkerke, Lissewege en Moerkerke, Driemaandelijks tijdschrift, Oostkerke, jg. 27 (1985), p. 145-187, ill.; Johan Ballegeer, "Molens in de Zwinstreek", in: Rond de Poldertorens, 47ste jg., 2005, nr. 2, p. 39-75; Jos De Smet, "Inboedel van een molenaar van Oostkerke", in: Rond de Poldertorens, I, p. 8. Anton Simplan, "Molenbouw. Het staande werk van de bovenkruiers", Zutphen, De Walburg Pers, 1975, p. 67, 75, 453, 455. "Zelfs koningin Elisabeth wou molen bewaard zien". Het Nieuwsblad, 29.08.2007. René De Keyser, "Bekende molenaars sedert 1602", Rond de Poldertorens, 27ste jg., nr. 4, p. 166. René De Keyser, "De familie de Baenst en de ruzie over de molen", in: Rond de Poldermolens, 27ste jg., nr. 4, p. 158. René De Keyser, "De molen van de herenfamilie van oostkerke", in: Rond de Poldertorens, 27ste jg., nr. 4, p. 150. René De Keyser, "De molenwal terug aan één eigenaar", in: Rond de Poldertorens, 27ste jg., nr. 4, p. 163.
|