|
Beschrijving
/ geschiedenis
De molen werd gebouwd op een ietwat verheven weide. Naast de molen was vroeger een visrijke vijver. Deze werd in de jaren 1930-1940 opgevuld. De familie Vanderbrigghe-Depottere liet hem bouwen in het jaar 1804 door Louis Bogaert, molenmaker van Alveringem. Op een balk op de steenzolder lezen we het opschrift: "Dezen molen is gemaekt door Louis Bogaert in t'jaer 1804". Na in het bezit te zijn geweest van verscheidene generaties van de familie Vanderbrigghe, werd de molen in het jaar 1920 verkocht aan de familie Martin uit Brussel. De molen werd wel verder door molenaar Remi Vanderbrigghe uitgebaat. Later kwam de molen in het bezit van de familie Depottere uit Waasten. Door erfenis werd hij eigendom van de familie De Boeck - Depottere om tenslotte, eveneens door erfenis eigendom te worden van Mevrouw Genoveva De Boeck uit Wezenbeek-Oppem. De molen bleef in werking tot in 1960. De laatste molenaar was Rafael Blanckaert. In 1972 verleende het Gemeentebestuur van Leisele gunstig advies aan de Commissie van Monumenten en Landschappen om de Stalijzermolen als monument te klasseren. Toen kwam de molen plots in belangstelling te staan. Een maand later deed het gerucht de ronde dat de molen was verkocht aan het openluchtmuseum te Bokrijk. Het Gemeentebestuur was echter niet akkoord met een en ander. De verkoper was pastoor Vercruyse uit Assebrouck. Deze beweerde de molen voor een achttal jaren te hebben gekocht aan Mevrouw Genoveva De Boeck. Het Gemeentebestuur van Leisele onder het bewind van burgemeester Vandenberghe bleef echter niet bij de pakken zitten. Er werd dadelijk vastgesteld dat deze verkoop niet werd geregistreerd, zodat volgens alle wettelijke besluiten, Mevrouw De Boeck nog steeds de eigenares van de molen was. Bovendien had de verkoop pas plaats gevonden nadat er een klasseringsaanvraag was ingediend, zodat er van een geldige verkoop geen sprake kon zijn. Door al deze geruchten was de bevolking in verzet gekomen tegen het voorgenomen weghalen van de molen. Inderdaad, hem wegnemen zou een schending van het landschap en de prachtige omgeving met het schilderachtige molenhuis geweest zijn. Ondertussen had het Gemeentebestuur van Groot-Leisele, onder impuls van toenmalig gemeentesecretaris R. Lansweert, alles in het werk gesteld om de klassering te bespoedigen. Deze pogingen werden met sukses bekroond. Op 5 september 1973 werd de molen beschermd als monument. De eerste slag was thuisgehaald. Maar dit was nog maar een begin. De molen, die ondertussen in verval was geraakt, moest gered worden. Het Gemeentebestuur besloot de molen zelf aan te kopen en te restaureren. Dit was een goed initiatief, teneinde de molen ter plaatse te behouden en van de ondergang te redden. De koop werd afgesloten in oktober 1974. Door al deze gebeurtenissen kwam onze molen destijds meermaals in de pers. Dikwijls moest men vaststellen dat deze molen vernoemd werd als zijnde de Kerselaarmolen. Dit is echter niet juist. In een handschrift, in het bezit van de familie Vanderbrigghe, van wie één der voorouders de eerste eigenaar van de molen was, wordt de molen beschreven en genaamd : de Stalijzermolen. Hij staat trouwens ook in de onmiddellijke nabijheid van de Stalijzerhoeve. In mei 1976 werd de Stalijzermolen voorlopig afgedekt om verdere schade te beperken, in afwachting van de kredieten, nodig voor de volledige herstelling. Deze kredieten kwamen er en een eerste restauratie werd in 1979-1981 uitgevoerd. De molen werd weggevoerd naar het atelier van Cottenier te Aalbeke en grotendeels vernieuwd. Deze restauratie werd echter niet correct uitgevoerd. Zelfs met bijkomende herstellingen in 1985, was de molen nog niet maalvaardig. De molen bleef een dood monument. Molenaar Maurice Dewilde van Gyverinckhove gaf met open monumenten- en molendagen uitleg over de werking van de molen, maar de molen heeft nooit gedraaid. Tot het gemeentebestuur van Groot-Alveringem de beslissing nam tot een tweede restauratie. Deze startte in 1995 en werd uitgevoerd door molenbouwer Peel uit Gistel. Deze restauratiewerken bleken wel een succes te zijn want de molen was terug in goede staat en maalvaardig met één koppel stenen. Burgemeester Quaghebeur had ondertussen gemeentewerker Rik Verhaeghe gevraagd om molenaar van deze molen te worden en hiervoor de nodige theroretische en praktische proeven te volgen. Ook Leiselenaar Philip Comeyne was danig in de molen geïnteresseerd en had het idee molenaarscursussen te volgen. Begin 1996 beslisten Rik Verhaeghe en Philip Comeyne tot oprichting van de molenaarsvereniging VZW Stalijzermolen Leisele. In september 2004 werd, samen met de actieve Werkgroep West-Vlaamse Molens vzw, het 200-jarig bestaan van de molen gevierd. In de zomer van 2009 voerde Thomaes Molenbouw nv onderhoudsweren uit: nieuwe schalies op de kap en het luikapje, nieuwe teerlingplanken en -blokken uit azobé. De gemeente Alveringem had in haar begroting 2009 27.100 euro ingeschreven voor deze werken, waarvoor een onderhoudspremie van de Vlaamse Overheid bekomen werd. In 2010 worden andere dringende onderhoudswerken uitgevoerd (o.a. aan de molenvoet), geraamd op 72.600 euro
Philip Comeyne & Lieven Denewet

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden

Foto: Christiaan Debusschere, Kortemark

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 19.05.2007

Oude prentkaart (coll. Wouter Peerlings, Molenbeersel)

De molenvoet. Foto: Geert Vanhercke, Bredene, 08.08.2006
Bijlagen
Jaarlijks aantal asomwentelingen 2006: 58.854
MMA, "Stalijzermolen", Het Nieuwsblad, 15.10.2008. ALVERINGEM - De gemeente heeft in de begroting 27.100 euro ingeschreven voor de restauratie van de Stalijzermolen in Leisele. De werken, zegt de burgemeester, zullen binnenkort aanvangen.
MMA. "Gemeenteraad. Stalijzermolen", Het Nieuwsblad, 24.03.2010. ALVERINGEM - De gemeenteraad van Alveringem komt samen op donderdag 25 maart om 20 uur. Op de agenda staan onder meer een reglement voor het opmaken van een leegstandsregister en onderhoudswerken aan de Stalijzermolen in Leisele.
Dagorde gemeenteraad Alveringem, donderdag 25 maart 2010 om 20 uur. Patrimonium Gemeente. 4. Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze voor de opdracht "Onderhoudwerken aan de Stalijzermolen" (onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking - € 72.600,00).
"Uit de raad", Het Wekelijks Nieuws, 01.01.2010. In het budget 2010 is 2.000 euro voorzien voor resterende herstellingswerken aan de Stalijzermolen van Leisele. Hersteller en conservator van het beschermde monument Rik Verhaeghe meldden het college echter dat nog bijkomende en dringende werken aan de orde zijn. Er zal nu een bijkomend dossier worden opgemaakt.
Literatuur
Chr. Devyt, "Westvlaamse windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966, p. 91; Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 106-107 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9); Jeroen Cornilly, "Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel III. Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 37; Albrecht Cossey, "Geschiedenis van Leisele", Zingem, 1977, p. 147-150; Jozef Ameeuw, "Molens van Veurne-Ambacht", Koksijde, De Klaproos, 2004, p. 111-116; Els De Kinderen, "Indrukken uit West-Vlaanderen [Gits, Kuurne, Leisele, Pollinkhove]", in: Levende Molens, jg. 6 (1984), nr. 6, p. 44-46, ill., portr. MMA, "Stalijzermolen", Het Nieuwsblad, 15.10.2008. MMA. "Gemeenteraad. Stalijzermolen", Het Nieuwsblad, 24.03.2010. "Uit de raad", Het Wekelijks Nieuws, 01.01.2010.
|