Molenzorg
Achel (Hamont-Achel), Limburg
Naam

De Tomp
Torenmolen
Stenen Windmolen

Ligging Tomperweg
3930 Achel (Hamont-Achel)

51° 16' 0.68" N  5° 29' 49.99" E


toon op kaart
Geo positie 51.268318, 5.496557
Eigenaar Privaat
Gebouwd ca. 1420
Type Stenen grondzeiler
Functie Korenmolen
Kenmerken Cilindrische torenmolen
Gevlucht/Rad Verwijderd (houten roeden)
Inrichting Verwijderd
Toestand Gerenoveerd als toren met molenvreemde kap
Bescherming M: monument, L: landschap,
24.09.1947
Molenaar Geen
Openingstijden Niet toegankelijk
<p>De Tomp<br />Torenmolen<br />Stenen Windmolen</p>

Foto: Lieven Denewet, Hooglede  

Beschrijving / geschiedenis

De Achelse Tomp is de romp van een stenen windmolen. Lange tijd werd gedacht dat de Tomp van Achel de overgebleven toren was van een burcht. Hernieuwd onderzoek (1991-2002) wijst uit dat de vroegere middeleeuwse tomp-ruïne, in de jaren 1967-1968 gerestaureerd als mottetoren, oorspronkelijk een stenen windmolen was; in vaktermen een torenmolen. 

Hij dateert van kort voor 1424.

De familie van Grevenbroek, ontstaan uit een bastaardtak van de op dat moment zeer bekende adellijke familie van Arckel en sinds 1380 "heren van Grevenbroek", verhuisden de molenactiviteiten in de richting van hun slot, het vroegere "huijs van Boxtel". Na de belegering van Grevenbroek door de prins-bisschoppelijke legers in 1401 en de verwoesting van het Slot van Grevenbroek en de burcht van Hamont, werd de heerlijkheid in 1405 overgedragen aan ridder Jan van Grevenbroek. In dat jaar trouwde hij met Elisabeth Dickbier, oudste dochter van een rijke brouwer uit 's Hertogenbosch, die ook heer was van Mierlo en Megen. Ze kregen samen drie zonen. Toen de oudste zoon, Robrecht, na het overlijden van zijn vader, op achttienjarige leeftijd de heerlijkheid overnam, waren er een windmolen en een olieslagmolen (in 1465 vernoemd als liggende in een beemd) bijgekomen. De windmolen is geïdentificeerd als de stenen windmolen, de "Tomp". Volgens bouwhistorici & bouwkundigen dateert de toren uit de eerste helft van de 15de eeuw. Robrecht zou trouwen met Joanna van Arendael, dochter van de heer van Well( bij Venlo). De jongere broer van Robrecht, namelijk Hendrick, studeerde aan de universiteit van Keulen en trouwde later met Catharina van Kersbeke, een telg van de familie die ondermeer Betekom bij Aarschot bezat. Opvallend is dat zowel Well als Betekom een torenmolen hadden.

De water- en windmolen waren banmolens waardoor de ingezetenen van Grevenbroek verplicht waren op deze molens te laten malen. De molenaar mocht 1/24ste deel vanh et aangevoerde graan als maalloon scheppen. Met zijn inkomsten betaalde hij een enorm hoge jaarlijkse pacht, een pacht die hoger lag dan de gezamenlijke pacht van alle cijnshoeven van Grevenbroek samen.

De molen wordt vernoemd in de akte van verheffing van het jaar 1446 door Robert van Grevenbroek.

Eén van de molenaarszonen getuigde bij een twist over het gebruik van de molens dat "hij en wolde hier op die steenen moelen geen ley breecken" (hij wou niet meer malen op de stenen molen van Grevenbroek) en dat hij nog liever in Budel zijn meel ging kopen en het daar gaan malen (Gichten Grevenbroek, nr 19, folio 12, 17 juni 1513).

De rentmeester vernoemde de molen in 1586 in een verslag verzonden aan de kanunnik Willem van Elderen, voorzitter van de rekenkamer van de prinsbisschop van Luik.

In 1596 waaide de stenen molen van Grevenbroek kapot: "Item als de wintmoelen was ontstucken geweijt" (Schepentekst uit de rekeningen van de heerlijkheid Grevenbroek uit de periode 1596-1597). In 1598 werd de molen weer hersteld en kwam een molenmeester uit het torenmolengebied, namelijk Jan Reyners van Velden alias Goch, woonachtig te Helmond, een nieuwe standaard in de molen plaatsen.

Voor 1630 werd hij echter buiten gebruik genomen en vervangen door een standerdmolen op een andere plaats in Achel (zie: Achel, WIndmolen aan de Waag). De Tomp verviel tot een ruïne, maar de molenaar bleef er vlakbij in een hoevecomplex wonen.

Vanaf de 19de eeuw werd de Tomp het centrum van een romantisch domein in eigendom van diverse adellijke families. In deze tijd ontstond de legende van de kasteeltoren van Grevenbroek. Ooit beweerde men dat de Tomp gebouwd was tegen de invallen van de Vikingen! De Tomp werd reeds in 1947 als monument beschermd en is thans de bekendste plek van Hamont-Achel. De Tomp ligt vandaag de dag in een prachtig natuurgebied, aan de mooie Warmbeek.

Er zijn verschillende verklaringen voor het woord ‘Tomp’, dat pas in de loop van de 19de eeuw in documenten verschijnt. Een eerste is het ietwat vernederlandste dialectwoord ‘teump’ en dat betekent niets meer of minder dan ‘spits’ of ‘punt ’. Enkele andere verklaringen zijn ‘driehoekig veld’ of ‘diepe poel’ (Tümpel) , zoals gelijkaardige oude benamingen uit Nederlands Limburg en Duitsland doen vermoeden.

De Tomp van Grevenbroek rijst eenzaam en geheimzinnig op uit het laaggelegen drassige en bosrijke natuurgebied. Het woord Tomp is het ietwat vernederlandste dialectwoord 'teump' en dat betekent niets meer of minder dan 'spits' of 'punt'. De molentoren is nu gelegen in een bos (beschermd landschap), maar is helaas niet te bezoeken.
 
Guido TIJSKENS, Luc VAN DE SIJPE & Lieven DENEWET

<p>De Tomp<br />Torenmolen<br />Stenen Windmolen</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, 25.04.2010

<p>De Tomp<br />Torenmolen<br />Stenen Windmolen</p>

De oorspronkelijke maalzolder van de molen, met de haard en links daarvan een kaarsnis. Rechts de gereconstrueerde deuropening. Foto: Nico Jurgens, Hoorn.

<p>De Tomp<br />Torenmolen<br />Stenen Windmolen</p>

Foto: Frans Van Bruaene, Laakdal, 26.03.2007

<p>De Tomp<br />Torenmolen<br />Stenen Windmolen</p>

Foto: Frans van Unen, 01.03.2009

<p>De Tomp<br />Torenmolen<br />Stenen Windmolen</p>

Voor de restauratie van 1968

Aanvullende informatie

De traditionele (foutieve) visie op de Tomp als een middeleeuwse torenburcht.

Torenburcht door Willem van Boxtel opgericht begin 14e eeuw. Zetel van de Heerlijkheid Achel-Hamont-Sint-Huibrechts-Lille, huys van Boxtel. Begin 15e eeuw werd deze primitieve burcht vervangen door de moderne grote burch van Grevenbroek. Toren, grachten, pallisade en woning werden gerestaureerd in 1968.

René Winters schreef over de torenburcht: De Achelse middeleeuwse toren de Tomp is geen schans- of verdedigingstoren maar een zeer zeldzame torenmolen. Dat beweert het bestuur van de geschied- en heemkundige kring De Goede Stede uit Hamont. In hun speurtocht naar de oorsprong van Hamont-Achels meest bekende monument gingen enkele kringleden op zoek naar soortgelijke middeleeuwse bouwwerken. Ze kwamen terecht bij de ruïne van de ronde toren van het kasteel van Well in Nederlands-Limburg. Het dorp ligt een 15-tal kilometer boven Venlo en was vroeger een strategische oversteekplaats van de Maas. Het is opmerkelijk dat de bakstenen toren, in de volksmond Draketoren genoemd, tal van gelijkenissen vertoont met de Tomp in Achel. Er is zelfs een historisch-genealogische connectie tussen Achel en Well.
Tot in de zestiger jaren was de ruïne van de Tomp een mysterieus gebouw van middeleeuwse oorsprong binnen de heerlijkheid Grevenbroek. De heerlijkheid omvatte de dorpen Achel, Sint-Huibrechts-Lille en de stad Hamont.
Volgens secretaris Luc Van de Sijpe van De Goede Stede Hamont moet men teruggaan naar de oorspronkelijke toestand van de cilindrische stenen toren van Well om van een kopie te kunnen spreken. Van de Sijpe: «In eerste instantie werden we door een aantal aanpassingen misleid. De toren van Well werd verhoogd tijdens verbouwingen aan het naburige kasteel. De toren kreeg ook een overwelfde kelder die van buitenaf bereikbaar werd. Boven deze overwelving werd rond heel de toren grond gestort.

Na opzoekingswerk in de zestiger jaren kwam de Achelse priester Adriaan Claassen tot het besluit dat de Tomp een torenburcht was. Een noodtoren waarin bij gevaar de heer met zijn gevolg toevlucht kon nemen. Claassen stelde dat de Tomp een van de weinige bewaarde voorbeelden was van primitieve burchtvormen. In de jaren '67-'68 werd de toren gerestaureerd. Het restauratiedossier kreeg in januari '64 een gunstig advies van de toenmalige Commissie van Monumenten. Adriaan Claassen ontving in '71 de Pro Civitate-prijs voor de restauratie van de Achelse Tomp.
----------------
Sage.
Twee boswachters die van Achel naar Hamont wandelden, gingen tijdens een onweer schuilen in de Tomp (1). Bij het betreden van het kasteel hoorden de mannen een vrouw roepen. In het kasteel spookte het. Sommigen beweerden dat een mentaal gestoorde vrouw er haar intrek had genomen.
Bron: D. Truyen, Leuven, 1946

-------------

We bezochten de Tomp gister. Na een kleine zwerftocht doorheen Achel, uiteindelijk gevonden midden een mooi natuurgebied. Wonderlijk hoe het er lag. Ik was ook op zoek naar jeugdherinneringen, die ik ooit deelde met Dhr A.Cleassen,omdat ik menig archeologisch potje voor hem heb zitten plakken in de Maasmechelen. Tot mijn grote verbijstering en diepe teleurstelling werden we van het terrein verwijderd door een aantal jonge mannen, nadat we onze zoektocht naar de Tomp eindelijk hadden bereikt. Meneer, het is priveterrein en de poort werd voor onze neus gesloten, geen discussie mogelijk. Terwijl niets en nergens een aanduiding stond dat we ons op priveterrein bevonden. Integendeel door openbaar gemeenschapsgelden ging ik er vanuit dat dit monument was gerestaureerd en ook voor publiek toegankelijk bezoekbaar was, waar we dan tenminste recht op hadden. Want alle bordjes waren officiele aanduidingen naar de Tomp. Allemaal onduidelijk en misleidende informatie. Mijn herinneringen niet gevoed en ook mijn recht op historische voeding. Wat een ontgoocheling en ik was weer een desillusie rijker, wat niet had gehoeven. Kan daar nou eens wat aan gedaan worden, want de boosheid ontstaan door afwijzing is er nog.
Gepost door: Toon ORY | 25-06-12 (tomp. skynetblogs. be)

 

Literatuur

Gichten Grevenbroek, nr. 19, folio 12, 17 juni 1513.
L. van Sijpe, "Millenniumboek Hamont-Achel", Hamont-Achel, Geschied- en Heemkundige Kring : “De Goede Stede Hamont” 1999.
A. Claassen, "De Achelse Tomp", Het Oude Land van Loon, XXIII, 1968, p. 203-233; overdruk in de reeks: Archaeologica belgica, 110 - Brussel, Nationale dienst voor opgravingen, 1969;
J. Van Overstraeten, "De molens te Aartselaar, Achel en Adegem", in: Toerisme, XXIII, 1944, p. 114-115;
M. Bussels, "De molens van Grevenbroek", in: Limburg, XXIII, 1941-'42, p. 128-135;
M. Bussels, "Over den molen van Grevenbroek", in: Het Oude Land van Loon, I, 1946, p. 65;
A. Claassen, "Het molenhuis bij de Achelse Tomp. Bakermat van de familie Nagelmackers", in: De Woonstede door de eeuwen heen, 1970, p. 44-47;
A. Claassen, "Achel in oude prentkaarten", Zaltbommel, 1972;
R. Van Lent, "De molens van Grevenbroek in het Graafschap Loon", in: Verzamelde Opstellen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Hasselt, V, 1929, p. 89-99.
Info Grevenbroekmuseum, in het Simonshuis (Achel). Daar is ook heel wat aardewerk te zien dat in de gracht rond de Tomp werd opgegraven.
Info Documentatiecentrum Dr. Bussels terecht (Wal 18 Hamont)

Persberichten
KVH, "Tomp", in: Het Nieuwsblad, 10.01.2008.


Laatst bijgewerkt: zaterdag 24 maart 2018
Stuur uw teksten over deze molen Stuur een (nieuwe) foto van deze molen  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <?=$naam?>, <?=$plaats?>homevorige paginaNaar Verdwenen Molens