De Gebruggemolen was een olie- en korenwatermolen op de Bos- of Oeterbeek, die vroeger de Grotebeek werd genoemd. Hij werd voor het eerst vermeld in 1446.
Vele jaren was er ruzie tussen de Gebruggemolen en de Neermolen omwille van de watertoevoer en de stuwrechten.
De Bestendige Deputatie van de provincie Limburg keurde op 14 juni 1848 de vastgestelde pegelhoogte van 0,700 meter goed. De toenmalige eigenaar was Jan Gielen.
Rond 1900 was de graanmolen met de bijbehorende woning en hoeve in het bezit van de familie Cuppens.
Het was een zgn. dubbelmolen, met een molengebouw (en waterrad) op elke over. Terwijl het ene onderslagrad steeds van hout bleef, was het andere van metaal.
In 1953 volgde de sloop, na jarenlang verval. Zo vertoonde het bakstenen gebouw grote scheuren en helde hij sterk over naar de waterkant. Enkel het sluiswerk blijft nog over.
Lieven Denewet
Lieven Denewet, "Inventaris van de Limburgse watermolens met hun pegelhoogtes (1846-1849)", Molenecho's, 39, 2011, nr. 2
Herman Holemans & Werner Smet, "Limburgse watermolens. Kadastergegevens: 1844-1980", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1985, p. 54-55;
G. Mersch, in: "Maaseik. Ontstaan en groei van een grensstad", Antwerpen, 1994, p. 161-168.
J. Plusquin, "Bespreking van enkele oude hoeven in Neeroeteren", Hasselt, 1984-'85.
P.J. Maas, "Geschiedenis van Neeroeteren", Roeselare, 1905-1906;
"Op weg naar de watermolens in het Oeterdal", Neeroeteren, V.V.V. Oeterdal, s.d.;
H. Heymans, "Watermolens te Neeroeteren", in: "Industrieel erfgoed", Driemaandelijks tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Indsutriële Archeologie vzw, II, 1984, nr. 6, blz. 15-18, ill.
H. Cuppens & W. Smet, "Limburgse watermolens. Molens op de Aabeek-Bosbeek en Itterbeek", St.-Niklaas, 1980.
Leo Cuppens-Nelissen, Jaak Cuppens-Cuppens & Everd Cuppens-Schreurs, Ten Huize van Jaak & Helena Cuppens-Nies, VI, 2004, nr. 1-2, p. 183.

Verzameling Ons Molenheem

Verzameling Ons Molenheem