Molenzorg
Guigoven (Kortessem), Limburg

Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

Molen van Guigoven
Guigovenmolen

Ligging
Guigoven
3723 Guigoven (Kortessem)

op de Mombeek
kadasterperceel A254


toon op kaart
Type
Onderslag watermolen
Functie
Korenmolen
Gebouwd
voor 1096
Verdwenen
1856, sloop
Beschrijving / geschiedenis

De Molen van Guigoven was een korenwatermolen op de Mombeek.

In 980 schrijft Heriger, de latere abt van de abdij van Lobbes over het bestaan van Guodenghove, dit wijst er op dat Guigoven in die tijd reeds een dorp (villa) was met enkele boerderijen.

In 1096 schenkt Ida van Boulogne, met de bijstand van haar zoon hertog Godfried IV van Bouillon en met toestemming van haar andere zonen, onder bepaalde voorwaarden een aantal allodia (eigengeërfde, niet leenroerige goederen) aan het altaar van de heilige Amor te Munsterbilzen. Deze goederen en inkomsten waren afkomstig van een aantal dorpen waaronder Riemst, Gellik, Bilzen, Eigenbilzen, Repen en Gudenchouen (Guigoven).

Voor wat dit laatste dorp betreft waren dat twee boerderijen, waarvan de ene bewerkt en de andere braakliggend was en de helft van de molen. Daarbij schonk Ida van Boulogne nog twee cijnzen: een jaarlijkse cijns van 5 denieren op de kerk en een jaarlijkse cijns van 3 denieren op de molen ("de ecclesia V denarii et III denarii de molendino").
Deze orkonde levert niet alleenhet bewijs voor het bestaan van een molen te Guigoven. Het is tevens het eerste en tegelijkertijd oudste docuemnt waarin sprake is van een molen op het g rondgebied van de huidige fusiegemeente Kortessem.

De oudste Loonse oorkonde in het Diets dateert van 15 augustus 1277. Het is een h uurcontract opgemaakt door de schout en de schepenen van Guigoven. Uit het document blijkt dat Godeverd, pastoor te Neeritter, en Diederik, pastoor te Guigoven, een overeenkomst volgens landrecht afsloten betreffende een eigendom gelegen te Gudenchoven (Guigoven). Tersprake  komen een huis, een berg (de molenberg?), het water (de Mombeek?) en een brug.

Of deze brug vereenzelvigd kan worden met de latere "molen brugge" die in de periode 1640-1643 opduikt, is niet duidelijk. Onder niet nader genoemde omstandigheden werd de brug beschadigd en in stukken gereden. Zo wordt tussen 1A640 en  1643 het onderwerp van heel wat discussie en een aanslepend proces voor de  schepenbank van de justitie Guigoven.

In 1469 behoorde de molen toe aan de feodale goederen van de plaatselijke heer. De heerlijkheid Guigoven met inbegrip van de molen was achtereenvolgens in handen van Oda van Guigoven, echtgenote van Gwijde van Gelinden; Marie van Gelinden, echtgenote van Arnold Reys van Repen; Anne van Repen, echtgenote van Hendrik Surlet; tenslotte van de familie Printhagen. Kort na 1600 was Guigoven en de molen in het bezit van Marie de Cortenbach en François Theodore de Blanckart. Op de gevel van het molenhuis was een steen aangebracht met de naam Blanckart-Bocholt, hun wapenschilden en het jaartal 1662. De laatste bezitter van de heerlijkheid werd baron Charles Alexandre de Blanckart in 1793.

We zien de watermolen aangeduid op de Ferrariskaart van ca. 1775.

 De Bestendige Deputatie van de provincie Limburg keurde op 30 juni 1847 de vastgestelde pegelhoogte van 1,079 meter goed. De toenmalige eigenaar was baron Joseph de Blanchart.

Eigenaars na 1840:
- voor 1844, eigenaar: de Blanchart baron Joseph, en consoorten, rentenier te Horion-Hozémont
- 1849, deling: de Blanchart Joseph, rentenier te Horion-Hozémont, later te Otterfeld.

De watermolen werd reeds in 1856 geheel afgebroken. Het woonhuis, in de volksmond steeds het molenhuis genoemd, bleef nog ruim 100 jaar overeind. Nadat de laatste bewoners ervan wegtrokken werd het stenen gebouwtje volledig aan de tand des tijds en aan de steeds wisselende krachten van de natuur overgeleverd. In 1966 werd wat er nog van restte volledig met de grond gelijkgemaakt.

Daniël BOGAERTS, Eddy VALGAERTS & Lieven DENEWET

Bijlagen

Verhaal van de "Witte dame"

De omgeving van de Guigovenmolen was ook het decor van meerdere volksverhalen. Tot voor enkele decennia werd op lange wintersavonden menige legende verteld. Franciscus Raets (+1920) uit Opleeuw was zo'n rasechte verteller. Als jongeman werkte hij als knecht op de kasteelhoeve "Rood K asteel" te Guigoven. Hij kende de plaatselijke situatie allerbest. Zo vertelde hij meermaals over zijn ontmoeting met een witte juffrouw nabij dat Rood Kasteel en de molen van Guigoven. Op een avond naar de hoeve terukerend, zag hij plots een juffrouw bij de beek. In haar lang wit zijden kleed dat aan de molenbrug over de beek was gekomen, was de witte juffrouw even plots verdwenen als ze was verschenen.
Ook andere bronnen maken melding van deze zwijgende dame. Zij zou zich eveneens vertoond hebben naast de beek tussen het Rood Kasteel enCoresmolen.
De volksverhalen ove witte juffrouwen zijn legio in onze streken. Deze dames worden steeds geassocieerd met een waterrijk brongebied. Zij zi jn te herleiden tot mythologische elfennkoninginnen, zoals wij bijvoorbeeld Sneeuwwitje kennen.

Literatuur

Daniël Bogaerts & Eddy Valgaerts, "Kortessem, een rijk molenverleden", Kortessem, Gemeentebestuur, 1990, 232 p. (p. 73, 76, 77)
Daniël Bogaerts e.a., "Kortessem. 50 historische getuigen", (Tongeren), (1986), p. 18-19, ill.
Lieven Denewet, "Inventaris van de Limburgse watermolens met hun pegelhoogtes (1846-1849)", Molenecho's, 39, 2011, nr. 2
Herman Holemans & Werner Smet, "Limburgse watermolens. Kadastergegevens: 1844-1980", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem, 1985, p. 28.
Mailbericht Eduard Swinnen, 14.04.2014.


Stuur uw teksten over deze molen  |  Stuur een (nieuwe) foto van deze molen
Laatst bijgewerkt: zondag 26 juli 2015

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens