Molenzorg
Zoersel, Antwerpen

Prentkaart edit. L. Bogaerts, 1911. Verzameling Ons Molenheem
Algemeen
Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

Kievitmolen

Ligging
Kruisstraat
2980 Zoersel

tussen Westmallebaan en Molenheide
Kievit
kadasterperceel A 449


toon op kaart
Type
Staakmolen
Functie
Korenmolen
Gebouwd
tussen 1240 en 1260 / voor 1610
Verdwenen
1606, storm / 1922 - 22 september, sloop
Beschrijving / geschiedenis

De Kievitmolen was een houten korenwindmolen op de huidige rotonde in de Kruisstraat, een dwarsstraat tussen de Westmallebaan en de Molenheide (Kievitheide).

De standaardmolen werd opgericht tussen 1240 en 1260. Vermeld in 1374. In hevige processen eisten zowel de Meier als de Abt van de Sint-Bernardsabdij van Hemiksem het maalrecht voor zich op. In 1446 kwam de genoemde abdij volledig in het bezit van de molen.

Na zijn vernieling door een storm in 1606 volgde de heropgebouw.

Onder de 17de-eeuwse molenaars was er Jan Van Lishout die huwde met Catharina Somers. Er kwamen 6 kinderen. Na zijn overlijden zette "de weduwe Lishout" het bedrijf verder. Ze huwde dan met Cornelius Lambrechts waarbij zij nog twee zonen kreeg. Na het overlijden van Cornelius in 1692 zette "de weduwe Lambrechts" het bedrijf nog altijd verder.

Molenaar Lambertus Lambrechts, zoon van Cornelius, huwde op 1 april 1728 te Viersel met Joanna Bertels. Zij kregen twee zonen die het molenbedrijf niet verder zetten. Na het overlijden van Lambertus in 1749 te Zoersel was het weer "de weduwe Lambrechts" die verder maalde. Joanna huwde een tweede maal met Michael Josephus Huypens die na het overlijden van Joanna in 1774 de Zoerselse molenaar bleef, ook na zijn tweede huwelijk met Joanna Gijsels.

De Sint-Bernardusabdij was in de 18de eeuw nog steeds de eigenaar van de molen. Deze abdij had een refugie aan de Handschoenmarkt te Antwerpen, op welke gronden later het Bisschoppelijk Paleis gebouwd werd. De paters namen steeds een Antwerpse notaris om hun molenakten te notuleren.

In een akte van 18 januari 1728 wordt de overgang tussen de huurders-molenaars Jan Vloebergh en Lambrecht Lambrechts geregeld.
"den 18 januari 1728
Compareerde den Eerw.heere Bartholomeus van Rijsingen proviseur der Abdije van SInte Bernaerts ter eenre, ende Jan Vloebergh tegenwoordigh molder tot Soersel ter andere sijden, welcke comparanten seijden ende verclaerden tsaemen veraccordeert ende getransigeert te sijn in der manieren naervolgende te weten dat den voors. Jan Vloebergh ende sijne familie tegens halff meert eerstcomende van dese jaere 1728 sal verhuysen ende den molen der voors. Abdije sal laten aende toecomende huerelinck Lambrecht Lambrechts volgens sijne conditie,...
Actum t'Antwerpen present Franciscus de Bruyn en Jan Intgroenewout als getuygen
(get.) Fr. Bart. Van Rijsingen, Jan Vloebergh, Jac. de Bruyn".

Het testament van Joanna Bertels, gelegatiseerd bij notaris Carolus Cattaneo, geeft ons uitsluitsel over de mokenaarsopvolging na 1750:
"In de naem ons Heere Jesu Christi Amen
kont kennelijck t zij die dese openbaere instrumente van testamente sullen sien ofte hooren lesen dat op deden desen twelsten dagh van de maendt February duysent seven hondert sevenen vijftigh voor mij Carolus Cattaneo openbaere notaris (...) sijn gecompareert in propre persoonen den eersamen Josephus Huypens molder van sijnen stiel, ende d eerbaere Joanna Bertels sijne wettighe huysvrouwe gehuysche binne de prochie ende heerelijckheyt van Zoersel mij notaris ende beyde getuygen wel bekend beyde gaende ende staende hun verstand sinnen ende memorie over alles machtigh (...) als van haer eygen ende propre goederen ende hij soo verre die testatrisse quam te overleyden voor den testateur soo is den uyttersten willen soo van den testateur als testatrisse dat alle hunne goederen soo meubel als immeubel waer ofte tot wat plaetse die gelegen mochten sijn sullen commen ende sussederen op den testateur ende beyde haere sone v(er)werckt in haer eerste hauwelijck met wijlen Lambertus Lamberechts der voor een derde paert denaninerende sij testatrisse in dien gevallen den selve haeren voorgenomende man ende beyde hare sone als haere universelle erffgenaemen pleno jure et institutionis (...)
Aldaer gedaen ende gepasseert binnen Zoersel ten huyse van de testateuren ten daege maende ende jaere voors(chreven)."

Ook het testament van Lambertus Lambrechts junior bleef bewaard. Daarin komt een belangrijke aanwijzing voor over de begraafplaats van zijn vader Lambertus:
"In naem ons Heere Jesu Christi Amen
Kont kennelijk sij die dese openbaere instrumente sullen sien ofte hooren lesen dat op heden desen 14 mei 1753 voor mij Carolus Cattaneo (...)
den eersamen Lambert Lamberechts ingesetene van Zoersel ende d'eerbaere Maria Philippina Seberechts sijne wettighe huysvrouw mijn notaris ende beyde getuygen seer wel bekent (...)
en hunne doode lichamen ter geweyder aerde in de kercke van Ziersel onder den sarck ofte plaetse alwaer hunne ouders begraven sijn (...)". In de Sint-Elisabethkerk van Zoersel ligt nog de grafsteen (nr. 26) van Lambertus Lambrechts. De ingebeitelde tekst is volledig weggesleten, maar het medaillon met de afbeelding van een standaardmolen is nog goed zichtbaar.

De molen staat aangeduid op de Ferrariskaart (ca. 1775) met het bruin symbool van een standaardmolen., onder de benaming "Moulin de Soersel". Op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1844), de topografische kaart van Vandermaelen (ca. 1850) en de kadasterkaart van P.C. Popp (ca. 1860) vinden we telkens de benamng "Moulin de Zoersel".

De molen en het molenhuis werden aangeslagen tijdens Franse Revolutie en verkocht in 1797.

Kadastrale beschrijvingen:
- 1811: "Cette commune possède deux moulins à vent, l'un à grains et l'autre à huile. Ils consistent l'un et l'autre en une petite baraque de bois tournant sur un pivot; celui pour grains sera évalué par comparaison avec ceux des communes voisines déjà cadastrées (il est exploité par le propriétaire lui-même), brut à f. 600 et net à f. 400. Le moulin à huile, aussi exploité par le propriétaire est si peu occupé, quoi qu'il soit le seul dans plusieurs communes voisines qu'il ne peut avoir qu'une très faible évaluation, elle sera fixée brut à f. 1112 et net f. 75".
- 1831: "houten standermolen, hebbende twee paar steenen welke niet gelijktijdig worden gebruikt, hij staet wel te winde en in de nabijheid van het dorp, is onverhuurd".

Eigenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Van Nueten-Beirens Michaël, de weduwe en kinderen, molenaars te Zoersel
- 13.01.1848, erfenis: de kinderen: a) Van Nueten Joseph, molenaar te Zoersel, b) Van Nueten Marie Thérèse, te Zoersel, c) Van Nueten Carolina, landbouwster te Zoersel (notaris Van Nueten)
- 20.08.1882, erfenis: a) Van Nueten Petrus, b) Van Nueten Louis en c) Van Nueten François, de kinderen (Louis, Joseph, Pierre Victor, Caroline en hortense) (overlijden van Marie Thérèse Van Nueten)
- 17.09.1883, deling: Van Nueten-Remeysen Jozef, molenaarsgast te Zoersel
- 07.111905, verkoop: Ceulemans-Fransen Louis Eduard, landbouwer te Schilde (notaris De Grooff)
- 18.05.1920, verkoop: Ceulemans-Peeters Henri Louis, molenaar te Zoersel (notaris De Grooff)

De molen werd in 1921 voor afbraak verkocht en op 22 september 1922 gesloopt. Op de grondvesten van de molen werd in 1945 "Het Kruis der Bevrijding" opgericht.

De basis van de teerlingen bestaat nog en wordt als molenherinnering (met een infobord) in stand gehouden midden op de rotonde van de Kruisstraat.

Het oorspronkelijk molenhuis lag iets ten noorden van het huidig gebouw, op het gehucht "De Kievit" en kwam slechts in 1543 in het bezit van de abdij. Het oud molenhuis werd in 1790 gesloopt en vervangen door het huidig gebouw (Westmallebaan 62). Het zogenaamde "Molenhuis" is een hoeve met losstaande bestanddelen, uit 1790, met verbouwingen in de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw. Het is gelegen op enige afstand van de straat, tussen de verkaveling Kleine Landeigendom "De Kievit" van circa 1970 met alleenstaande landhuisjes. Het Molenhuis is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed.

Lieven DENEWET, Hugo LAMBRECHTS-AUGUSTIJNS &  Herman HOLEMANS

Bouwkundige beschrijving van het Molenhuis (Linda Wylleman, Agentschap Onroerdend Erfgoed)

Het Molenhuis bestaat uit een rechthoekig woonstalhuis (niet evenwijdig aan de straat) uit 1790, een  rechthoekige langsschuur aan de zuidoostzijde en een bakhuis (19de of begin 20ste eeuw) aan de oostzijde. Aan de westzijde van het woonstalhuis een aantal linden en overblijfsel dennenbos en weiland aan de oostzijde.
Woonstalhuis met westelijke voorgevel van negen traveeën - woonhuis van vijf traveeën - en één bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen), jaartal 1790 in bovenlicht en gevelsteen naast deur met vermelding "BWD Provisor 1790".
Verankerde baksteenbouw op gecementeerde plint, enkele hoekblokken van zandsteen, getrapte en bepleisterde fries onder daklijst. Deurtravee verhoogd met rechthoekig laadluik onder zadeldak. Beluikte rechthoekige vensters met arduinen dorpels, ontlastingsbogen. Rechthoekige deuren met bovenlicht en arduinen dorpels. Westeljike deur met fraaie ijzeren roedenverdeling en datering in bovenlicht.
Stallinggedeelte met gedichte en gewijzigde rechthoekige muuropeningen. Rechthoekige bakstenen langsschuur onder zadeldak (Vlaamse pannen) met aanbouwsels onder meer wagenhuis bij noord- en zuidgevels.
Rechthoekige poorten met houten lateien. Deels origineel gebint. Rechthoekig bakhuis onder zadeldak (Vlaamse pannen) met vierkant aanbouwsel onder zadeldak (Vlaamse pannen) bij de zuidgevel. In de 20ste eeuw verbouwd tot kleine woning. Rechthoekige en getoogde munropeningen met houten lateien.

Bijlagen

Molensage

Den awe meulder van Zoersel, dië had ne knecht. Ze waren ies aan ’t malen en der stak ’n kat heure poet duer ’n gat in de muur van de meulen. De  knecht kapte heure poet af. En hij had de vinger met den trawring en alles aan van de vra vann de meulder in z’n hand. En da zen gien leuges!
(Omzetting in het Algemeen Nederlands)
De oude mulder van Zoersel had een knecht. Ze waren iets aan het malen en een kat stak haar poot door een gat in de molenmuur. De knecht kapte haar poot af. En hij had de vinger - met de trouwring en alles aan - van de muldersvrouw in zijn hand. En dat zijn geen leugens!

Toelichtingen

a. Zegspersoon: Augustien Juliaan Lenaerts, °Olen, 17.08.1899, landbouwer, Voorne 76, Zoersel (1964).
b. Bron: H. Daras, Onderzoek naar de sagenmotieven in het hart van de Antwerpse Kempen, Leuven, 1964 (licentiaatsverhandeling), deel 2, p. 259.
c. Sagenmotief: toverwereld - heksen - heksendieren: kat - herkenning na verwonding.

Literatuur


Archieven
Stadsarchief Antwerpen, Notariaat De Bruyn, nr. 71, f° 6 (18 januari 1728)
Stadsarchief Antwerpen, Notariaat Carolus Cattaneo, nr. 451 en nr. 452. Leenboek der Heerlijckheyt van Westmalle ende Soersele (testamenten, 12 februari 1757, 14 mei 1753).
Rijksarchief Antwerpen, Pachtboek van de hoeven, molens, landerijen ende huisen des closters-van St Bernaers geegen onder ... Soersel.

Werken
Hugo Lambrechts-Augustijns, "De Molenaars Lambrechts", Wijnegem, Homunculus, 1997, p. 91-95.
Dossier: het molenhuis en omgeving, Heemkundige Kring Zoersel, januari 1980 (onuitgegeven).
Heemkunde: het molenhuis te Zoersel (Milieukrant, v.z.w. Hart van de Kempen, zomernr. 1977, p. 26-28).
L. Peeters & J. Bolckmans, De Molen (van Zoersel), Oudheid en Kunst (Algemeen tijdschrift voor Kempische geschiedenis uitgegeven door de Geschied- en Oudheidkundige kring voor Brecht en omstreken), jg. XLII, 1959, afl. 1-3, p. 59-115.
Plomteux G., Steyaert R. & Wylleman L.  Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 10N3 (Ru-Z), Brussel - Gent, 1985.
H. Holemans & P.J. Lemmens, Molens van de Voorkempen en van Groot-Antwerpen, Nieuwkerken, Ten Bos, 1983, p. 25-26.
"De St.Elisabethkerk van Zoersel: grondplan met de ligging van de zerken, beschrijving van de teksten op de verschillende grafzerken. (Aangezien er geen tekst staat op zerk nr. 26, de molenaarszerk, is deze niet vermeld in de beschrijving).
Luc Goemine, "De oudste windmolenvermelding inde Antwerpse Kempen", Molenecho's, jg. 12, 1984, p. 350-351.
V.V.F. Merksem (kopie van documenten in privé-bezit), "De molenboeken van Zoersel". Een soort boekhouding van wie wat liet malen, de kostprijs en een aantekening van betaling. Met een index op alle voorkomende famiienamen: deel 1 (1762-1797), 182 p.; deel 2 (1819-1847), 129 p.; deel 3 (1832-1840), 33 p.; deel 4 (1800-1907), 126 p.; deel 5 (1864-1884), 96 p.
Herman Holemans, "Wind- en watermolens van de provincie Antwerpen. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 3. Gemeenten P-Z", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2011, p. 66.
Lieven Denewet, "Honderd bespookte molens in Vlaanderen. Een verzameling molensagen van de kuststreek tot het Maasland", Molenecho's, XX, 1992, nr. 2-3.
Heemkundige Kring Zoersel, "Zoersel historisch. Onder de wieken van Zoerselse molens (3). Halse molens en de grens tussen... Frankrijk en Duitsland!", in: De Grootste Gemene Deler van de gemeente Halle-St. Antonius-Zoersel (uitg. Gemeentebestuur Zoersel), V, 1987, nr. 6, p. 10-11.
Herman Holemans, "Wind- en watermolens van de provincie Antwerpen. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 3. Gemeenten P-Z", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2011, p. 64.

<p>Kievitmolen</p>

Prentkaart ed. L. Bogaerts (coll. A. Smeyers, Alsemberg)

<p>Kievitmolen</p>

Prentkaart edit. L. Bogaerts, 1911. Verzameling D. Vandenbulcke, Staden

<p>Kievitmolen</p>

Het Molenhuis. Foto: 29.10.1979.

<p>Kievitmolen</p>

Het Molenhuis. Foto: 29.10.1979.


Stuur uw teksten over deze molen  |  Stuur een (nieuwe) foto van deze molen
Laatst bijgewerkt: zondag 23 april 2017

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens