Molenzorg
Genk, Limburg

Prentkaart ed. B. Delée, Hasselt. Verzameling Ons Molenheem
Algemeen
Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

Molen Vaes
Oude Molen

Ligging
Schabartstraat 7
3600 Genk

noordzijde (zijde Windmolenstraat)
hoek met Berglaan en Hoogstraat
Stichelsberg
kadasterperceel I 1101/l


toon op kaart
Type
Staakmolen
Functie
Korenmolen
Gebouwd
1870
Verdwenen
1910, overgebracht naar Zonhoven (Molen van Evers)
Beschrijving / geschiedenis

De Molen Vaes of Oude Molen was een houten korenwindmolen aan de noordzijde van de huidige Schabartstraat (huisnummer 7, zijde Windmolenstraat), op de hoek met de Berglaan en de Hoogstraat, op de Stichelsberg. 

Bouwheer was Jan Renier Theunissen, brouwer te Genk. Hij was geboren te Opglabbeek op 12 juli 1814 als zoon van Tilman Theunissen, molenaar te Opglabbeek (1793-1858) en Anna Maria Janssen (Opglabbeek, 1792-1852) en overleed te Genk op 5 juli 1876. Hij huwde te Genk op 11 oktober 1841 met Anna Maria Remans, geboren te Genk op 18 mei 1817 en er overleden op 22 december 1895.

De windmolen werd uitgebaat door Arnold Vaes. Hij was de zoon van Arnold en Ida Slangen en huwde te Genk op 9 november 1839 met Anna Maria Vancraybex. Zij was de dochter van Peter en Anna Maria Olaerts. Bij zijn huwelijk noteerde men "molder" als beroep. Hij werd op 13 april 1807 geboren te Zutendaal en zij werd op 31 december 1801 geboren te Genk. Zij overleed al op 24 februari 1870 en hij als vijfenzeventigjarige op 30 maart 1883. Het gezin woonde in het "Dorp" en volgens de bevolkingsregisters was hij in 1846 molenaar, in 1857 graanmolenaar en in 1880 landbouwer en weduwnaar.

Aangezien Arnold Vaes bij zijn huwelijk als "molder" vermeld staat, was hij molenaarsknecht bij de pachter Augustinus Geurts van de watermolen "Dorpsmolen" te Genk. Toen was het gebruikelijk dat het gemeentebestuur via een notaris de watermolen voor zes jaar liet verpachten aan de meestbiedende, dit steeds voor een termijn die begon op 24 juni, het feest van Sint-Jan. Arnod Vaes pachtte zelf de watermolen in 1846 tot 1868 en van 1873 tot 1877, toen hij zijn pacht vervroegd opzegde (zie meer onder Genk, Dorpsmolen).

Arnold Vaes kreeg op 28 februari 1868 de toestemming van de Bestendige Deputatie van de provincie Limburg om op het grondstuk "Schramblook" achter de kerk een windmolen te bouwen. Dit perceel had het kadasternummer Sectie I, nr. 1101/l en 1102/a, gelegen aan de weg van Zutendaal (nu Schabartstraat) voor 24 meter en 31 meter aan de "servitude" of erfdienstbaarheid (nu Windmolenstraat). De diepte was links 94,50 meter en rechts 98 meter. Tevens moest de inplanting gebeuren op 35 meter van de openbare weg. Op 24 augustus 1868 ondertekende Arnold de bouwmachtiging en op 2 september het kantonnaal akkoord.

Volgens het kadasteruittreksel staat de windmolen ingeplant in 1870, dus waren de bouwwerken eind 1869 of begin 1870 voltooid.

Vanuit de Schabartstraat stond de molen in het midden van de aslijn, links op 31 meter en rechts op 39 meter, terwijl het grondstuk daar 26,40 meter breed was. Op deze as links 12,90 meter en rechts 13,50 meter. Nadien werd de diepte van het perceel nog in twee verdeeld.

Martinus Vaes zou zijn vader Arnold opvolgen. Martinus was geboren op 1 februari 1843 en huwde op 1 mei 1867 met Maria Theresia Theunissen, dochter van Jan Renier, landbouwer-brouwer, en Anna Maria Remans. Zij werd geboren op 15 juni 1844 en overleed op 5 februari 1907, terwijl hij al overleden was op 4 februari 1901. Hun gezin was gezegend met acht kinderen. Martinus Vaes was eerst molenaarsgast op de Dorpsmolen (watermolen) en werd pas na zijn huwelijk in 1867 als molenaar genoteerd. Hij verwierf de windmolen bij gift van zijn schoonvader Jan Renier Theunissen in 1872. Het jonge gezin woonde eerst bij de ouders in. Volgens de belastingsrollen betaalde vader Arnold in 1874 nog alles voor de windmolen. Vanaf 1875 betaalde zoon Martinus zijn belastingen, 26,11 frank, zelf. In 1877 woonde hij "Dorp, 67" naast of vlak bij zijn ouders. Hij gaf een resem activiteiten op aan de belastingen: tapper, winkelier, korenwindmolen en beurtelings "moutmeulen" en als koopman in bloem. Hij betaalde 26,11 frank in 1877 en voor 1878 en 1879 telkens 36,55 frank. Voor de jaren 1900 en 1901 kan men over een recessie spreken. Hij moest toen voor de windmolen 9 frank betalen, als koopman van meel 3,56 frank en als tapper 3,40 frank, een totaal van 18,96 frank.

Na het overlijden van Martinus Vaes in 1901 baatte zoon Jan Renier de molen nog tijdelijk uit. Hij was geboren te Genk op 1 november 1869 en huwde op 3 november 1898 met Maria Elisabeth Klinckers, geboren op 6 april 1865. Het koppel bleef kinderloos. Hij stond in de bevolkingsregisters ingeschreven als landbouwer. De weduwe Vaes-Theunissen betaalde in 1902 enkel belastingen als herbergierster en voor één zoon als "halve " landbouwer en in 1903 enkel voor herbergierster en drie zonen als landbouwer.

Joannes Bijnens-Vanheusden uit Bilzen was er huurder-molenaar in 1903 en 1904. Hij betaalde voor beide jaren telkens 21,34 frank grondbelasting. Voor dezelfde periode was er ook te Terboekt nog een andere "molder", Pieter Vancraybex-Coninx, samen met zoon Jan.

Midden 1904 werd de molen verhuurd aan Joannes Henricus Lenskens, geboren te Meeuwen op 2 november 1879. Hij was ongehuwd, kwam van Beek bij Bree (Waterkant 10), werd te Genk ingeschreven op 1 juli 1904 waar hij zich vestigde in de Hoogstraat 21. Hij betaalde in 1905 en 1905 telkens als belastingen: voor de windgraanmolen  450 frank, voor meelverkoop 9 frank en voor diverse zaken 2,48 frank. Lang hield hij het n iet vol. HIj verliet Genk al op 19 april 1906 om zich in SInt-Truiden te vestigen.

Moeder Vaes-Theunissen overleed op 5 februari 1907 op 62-jarige leeftijd. Een klein jaar later, op 23 januari 1908, voltrok notaris Barthels te Munsterbilzen voor de zeven kinderen de deling en verkoop van de goederen (registratie te Bilzen op 3 februari 1908). De familie was goed bemiddeld, aangezien de deling bestond uit twaalf loten. Lot 1 was: "Eene windgraanmolen met huisje en bouwland gestaan en gelegen ter plaetse 'Schramblook' Sectie I, nummers 1102B - 1102A en 1102B groot zamen dertien aren zestig centiaren". Lot 2 was een bos van 13 are 60 centiare, gelegen Veld Sectie C, nr. 614D en 614B. Deze eerste twee loten bleven onverkocht, maar de tien andere loten bos, hooiland en bouwland gingen vlot van de hand.

De windmolen geraakte dus niet verkocht op 23 januari 1908. Nadien volgde toch een akkoord en verkoop. Volgens het kadaster werd de molen te Zonhoven ingeschreven en genoteerd in 1911 als "opbouw graanmolen". Pieter Jan Evers-Vaes was de nieuwe eigenaar van de windmolen die volgens de dan uitgevoerde opmeting een doormeter van 6,80 meter had.

De afbraak te Genk en opbouw te Zonhoven in 1910 werd uitgevoerd door molenmaker Theodoor Janssen en ingeplant op het grondstuk  "Klapstraat, Sie D.789B en C" te Zonhoven, alwaar hij in 1935 werd gesloopt.

De molen was dus al verdwenen toen een windhoos Genk op 12 mei 1912 trof, waarbij de kerktoren neerviel en honderden bomen ontworteld werden. 

De molenaarswoning stond niet naast de windmolen. Het huis van de "windmoller" stond in het centrum van Genk en werd rond 1848 gebouwd at de Stationstraat werd aangelegd. Dat huis werd omwille van de nabijheid van de nieuwe hotels uit de jaren 1960 omgevormd tot een bijgevoegd restaurant en hotel en kreeg de benaming "Hotel de la Poste", café-restaurant.

Zie verder onder: Zonhoven, Molen van Evers

Lucien BOGERS

Literatuur

Archieven
Gemeentearchief Genk
Notariële akten
Diensten van het kadaster te Hasselt.

Werken
Lucien Bogers, "De windmolen en de molenaarsfamilie Vaes", Heidebloemke, jg. 57, 1998, 1, p. 18-23.
A. Remans, "Molens van Genk", in: Heidebloemke, XXI, 1961, p. 62-63 en XXII, 1962, p. 62-63, 75-83, 102-112 en 153-158.
A. Remans, "Molengeschiedenis", in: Heidebloemke, XXIV, 1964, p. 193-205.
H. Holemans & W. Smet, "Limburgse windmolens in heden en verleden", Nieuwkerken, Ten Bos / Studiekring Ons Molenheem, 1981.
J. De Keersmaecker & P.J. Lemmens, K"empische windmolens", Antwerpen, 1973.
"De windmolen van Genk verplaatst naar Zonhoven (1907)", in: Heidebloemke, XXV, 1965, p. 230-232.
(Herman Holemans), "De windmolen van Genk verplaatst naar Zonhoven", Heidebloemke, jg. 25, 1965, p. 230-232.
H. Holemans, Tweemaal verplaatste windmolens, III, in: Ons Heem, XXII, 1968, p. 234-235.
A. Remans, "Ken je het verleden van Genk? Molens te Genk", in: Heidebloemke, XXXII, 1973, p. 57-63.
H. Melis, "Zonhoven", s.l.n.d.
M. Swillen, "Zonhoven in oude prentkaarten", Zaltbommel, 1972.
Mathieu Meeuwissen, "Nog over de storm van 1912", Heidebloemke, jg. 58, 1999, nr. 3, p. 109-110.
Mathieu Driesen, "De brouwerij Driessen-Theunissen in Genk", Heidebloemke, jg. 57, 1988, 1, p. 12-17.
Mathieu Meeuwissen, "'t Kan verkeren, de Molenberg", Heidebloemke, jg. 67, 1998, p. 24-26.

Mailberichten
John Verpaalen, Roosendaal, 29.08.2016.

<p>Molen Vaes<br>Oude Molen</p>

Prentkaart uitg. te Brussel. Verzameling Ons Molenheem

<p>Molen Vaes<br>Oude Molen</p>

Prentkaart druk. Smeets Broeders, Mechelen-aan-de-Maas

<p>Molen Vaes<br>Oude Molen</p>

Prentkaart ed. Maison Stulens, Genk. Verzameling Ons Molenheem

<p>Molen Vaes<br>Oude Molen</p>

Prentkaart Nels (coll. D. Vandenbulcke, Staden)

<p>Molen Vaes<br>Oude Molen</p>

Verzameling Ons Molenheem


Stuur uw teksten over deze molen  |  Stuur een (nieuwe) foto van deze molen
Laatst bijgewerkt: dinsdag 30 augustus 2016

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens