Molenzorg
Antwerpen, Antwerpen

Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

De Sinte Elisabeth
Gasthuismolen - III

Ligging
Dambruggestraat 215
2000 Antwerpen

westzijde
hoek met Vliegenstraat
Stuivenberg
kadasterperceel  E209


toon op kaart
Type
Staakmolen
Functie
Korenmolen
Gebouwd
1664
Verdwenen
1851, sloop
Beschrijving / geschiedenis

De tweede Sinte Elisabethmolen of Gasthuismolen was een houten korenwindmolen op Stuivenberg aan de westzijde van de Dambruggestraat (ter hoogte van het huisnummer 215), op de noordelijke hoek met de Vliegenstraat op het kadasterperceel E209.

De standaardmolen werd er opgericht in 1664.

In het Falcon Cleyn Caertboeck in 1693. zien we de molen aan "de Gasthuismeulenwegh". vandaar de tweede benaming. Op de kaart van J.C. van Lyere (1698) vinden we dan weer de benaming "Sinte-Elisabeth". We zien hem ook aangeduid op de Ferrariskaart (ca. 1775) met het bruin symbool van een standaardmolen en in de Atlas der Buurtwegen (1840).

Vanaf 1717 was Dominicus Lambrechts (°Antwerpen 18.09.1675), gehuwd in 1706 met Maria Francisca Jansens, er molenaar. Voorheen was hij in het bezit van andere Antwerpse molens: de helft van de Tuimelaar (er molenaar van 1698 tot 1717) en de helft van de Heyblomme of het Helleken. In 1707 was Dominicus ook ingeschreven als meelpelder.

Uit de rekeningen van de eigenaar, het Sint-Elisabethgasthuis, blijkt dat Dominicus reeds in 1709 daar geen onbekende was. In die periode was zijn zus Maria Lambrechts de baanzuster van het gasthuis. In die functie verzorgde ze de contacten met de buitenwereld. In februari 1709 verkocht de zuster boekweit uit de tienden van Wuustwezel aan Dominicus Lambrechts. In 1718 stopten deze transacties met Dominicus, maar vanaf die periode was hij de molenaar van het gasthuis geworden.

In het onderzoek dat de Heren Wethouders der stad Antwerpen in 1761 stelden naar de pitanties van het hospitaal, kwam de schenking van de molen natuurlijk ter sprake, met verwijzing naar de oorkonde van 1284.

De tekst komt hierop neer: "No 7 hebbende een windmolen op St. Willibrordsveld, anno 1664 uit de grond nieuw opgebouwd, zoals de schrijvers hebben weergegeven. Maar in de verkrijgbrief in dato 1284 de vijfde dag (dit is een donderdag, nota vertaler) na het feest van de Zalige Remigius worden volgende woorden gevonden: Walter van Duffel kanunnik van Antwerpen draagt in een zuivere gift over aan het Gasthuis van Antwerpen een windmolen gelegen in het Antwerps Veld met toebehoren wat deze molen gemeenschappelijk heeft met gemeld gasthuis en opgetrokken in gemeenscahppelijke uitbreiding met dezelfde. Evident bewijs dat deze voornoemde gehele molen aan het gasthuis toebehoort.

De resultaten van dit onderzoek zullen van zulkdanig belang geweest zijn dat Hare Majesteit Maria Theresia in 1769 een reglement uitvaardigt om de geschillen tussen de Stad Antwerpen en het hospitaal op te lossen. Uit deze documenten weten we dus dat de molen in 1664 volledig herbouwd is.

De St. Elisabethakte wordt ook vermeld in een artikel van L. Goeminne in Molenecho's. Hij situeert de molen op de Meir. Als we dezelfde kaart van Floris Prims opnieuw ter hand nemen, merken we dat dit een logische situatie is. In de 13de eeuw, de periode van de molenschenking, lag de "Meire" buiten de toenmalige stadswallen, met de "Meirbrug" als doorgang.
De heuvel aan de Meire (8 m) was even hoog als de Stuivenberg en dus uitstekend gelegen om een molen op te plaatsen. Pas later, als de Spaanse vestingen gebouwd worden, zal de Meir haar gunstige molenligging verliezen, en een nieuw molenterrein ontstaat: het St. Willibrordusveld met de Stuivenberg als hoogste punt.

Nu terug naar onze Dominicus Lambrechts. Hij is getrouwd te Antwerpen St. Willibrodrus in 1706 met Maria Francisca Jansens. De familie Jansens is een gekende molenaarsfamilie op het St. Willibrordusveld. Van Dominicus kennen we slechts twee zonen.

Na het overlijden van Dominicus  in 1731 komt de ware muldersaard van zijn weduwe naar voor, want zij zet het bedrijf op de St. Elisabethmolen verder, na een tijdje met behulp van haar zoon Joannes Franciscus.
Joannes Franciscus trouwde weer met een dochter uit een gekende maaldersfamilie, nl. Maria De Rijck. In de gewone omgang zal deze molenaar "Frans" genoemd zijn; verschillende documenten gebruiken de tweede voornaam. Hij werd deken van het Maaldersambacht van Antwerpen. Frans was betrokken bij de verschillende leningen die het Maaldersambacht aangaat ten behoeve van de windmolen op het Kiel.

Heeft Frans financiële problemen gehad in de jaren 1758-'60 of profiteerde hij van de situatie dat moeder-overste en de rentmeester van het gasthuis in dispuut lagen met de Stad Antwerpen? Moeder-overste waakte echter nauwgezet over haar boekhouding:

"Wij borgemeester, schepenen ende raedt der stadt Antwerpen maken kondt dat voor ons quam mr. Petrus Josephus Gabriel Steencruys nots. alhier als onwederroepelijck gemaghtight ende geconstitueert van Joannes Franciscus Lambrechts mr maelder alhier volgens letteren van procuratie uit eynde van seckere notariale afrekeninge op 13 feby. 1761 voor den nots. Peeter Huybrechts present getuygen tusschen d'Eerw. moeder ende priorinne van s. Elisabeth gasthuys ende hem constituant gepasseert, geinsereert, waer van den teneur alhier de verbo ad verbum is volgende ende luydt aldus

Afrekeninge tusschen d'eerw. suster Isabella Andriessens moeder ende priorinne van Sinte Elisabethe gasthuys alhier ende Joannes Franciscus Lambrechts mr maelder alhier als huerder vanden molen genaemt Ste Elisabeth aen den voorschreven gasthuyse competerende Den voors. huerder heeft sijne huere a rato van 300 guldens 's jaers voldaen tot St Jan 1756 en noch op rekeninge van't jaer 1757 de somme van 50 guldens dus voor 't restant van 't selve jaer f 250-
Ende voorts voor de jaeren 1758 1759 en 1760 zijnde drij jaeren tot ende met Sint Jan lestleden de somme van ..... 900 -; (samen) gl 1150 -
Op heden den 13 febry. 1761 voor mij Peeter Huybrechts opoenbaer not(ari)s ... compareerde Sr Joannes Frans Lambrechts deken van het maelders ambacht alhier, huerder vanden voors. Molen, ende bekende bij desen deughdelijck schuldigh te zijn aen de voorn. moeder van Ste Elisabethe gasthuys alhier over huer  van den voors. molen gerekent tot St Jan 1760 eene som(me) van 1150 guldens die hij comparant aen de moeder van den voors. gasthuyse ter maninge belooft op te leggen ende te betalen ...
assigneren aende voors. eerw. moeder van maendelijckx op het maelaccijs dezer stadt uyt 's comparants maelloon te ontfangen eene somme van 37 gls,. 10 stvs. courant ende dit soo lang ende tot ... zal hebben aenbetaelt immers soo lange als de voorn. Eerw. moeder op dese manier tevreden zal wesen ...
ter presentie van den Eerw. hre. Petrus van den Brande priester ende Adrianus Verhoven als getuygen
decima quarta february 1761"

De zoon van Joannes Franciscus, Philippus Joannes, bleef op de St. Elisabethmolen, zodat we mogen stellen dat gedurende zowat 100 jaar deze molen door dezelfde familie in gebruik was.

"Joannes Fran(ciscu)s Lambrechts deken van het maelders ambacht alhier ende Maria de Rijck sijne huysvr(ouw)e ingesetene van Ste Willebordts en verclaerde bij dese o(m)me en mits de so(m)me van 600 guldens over gelaten geced(eer)t en(de) getransp(orteer)t te hebben aen Philippus Joannes Lambrechts, hunnen zone, alle en jegelij(cken) de draeyende wercken van en op de molen Ste Elisabeth gestaen buyten deser stads Roode Poorte
(Get.) J F Lambrechts, P J Lambrechts, Thanmerck van Maria De Rijck verclaerende niet te connen schrijven
Decima 5 febr. 1772".

In het rekeningenboek van het gasthuis vinden we ruim 20 jaar lang: "Eenen wintmolen in huer bij Philip Lambrechts onder St Willeborts voor 300 gl sjaers". Vlijtig werd hierin vanaf Kerstmis 1776 tot 1797 deze jaarpacht genoteerd.

In 1797 werden de rekeningen afgesloten door het Compmissariaat van de Franse Republiek. In die periode werden de meeste kerkelijke goederen openbaar vekrocht en het Antwerps gasthuis werd een burgerlijk ziekenhuis.

In de volgende generatie kunnen we nog drie molenaars Lambrechts vinden: Joseph Philip Jan, Peter Joseph en hun kozijn Jan Frans. Nog in de rekeningen van het St. Elisabethgasthuis was het volgende te vinden:

N° 49 Un Moulin a vent siuté a Anvers s 5 nr 82
Fermier Joseph Lambrechts de Borgerhout par Adjudication publique du 20 9bre 1806 pour six ans a commencer au 13 Mars 1807 moyennant le prix annuel de f 771 payable six semaines aprés l'echeance."
Opvolgers waren:
"Fermier Jean Portecarero par Adjudication publique du 24 Xbre 1812...
Fermier François Claes ...

Bij het tweede huwelijk van Joseph Philip, met Joanna Pauwels, waren de huwelijksgetuigen:
"Philippus Joanne Lambrechts 61 j molenaar vader, Petrus Lambrechts 28 j molenaar broeder, Franciscus Vilavris 33 j molenaar en Antonius Van Hylen 33 j molenaar."
We vernemen dat zijn broer Peter Joseph ook molenaar was.
Hun kozijn Joannes Franciscus was gehuwd met Maria Theresia Ruttens, afkomstig uit Leuven. Hij was werkzaam op een windmolen gelegen op Dambrugge (kadasterperceel A 11) te Antwerpen.

Volgens de dwanglijst van 1794 maalde de molen voor de Republiek.

De molen staat aangeduid in het Album van De Rijck (1812) en in de Atlas der Buurtwegen (1840).

Eigenaar rond 1830 was het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen van Antwerpen.

De standaardmolen werd in 1851 gesloopt.

Hugo LAMBRECHTS-AUGUSTIJNS

Bijlagen

Rijksarchief Anderlecht, Tolkamer Brussel, nr. 17
Duplicaet (zegel: 4 S / 1733) (Get.) Navez
Den ondergeschreven Greffier sijns t'Keijsers ende Catholique Majesteijts hoofft Tholcamere binnen Brussele, verclaert hoe dat hem kennelijck is, dat alwaer is staende eenighe wintmolens op wat plaetse het selve soude mogen wesen, ende volgens de coustumen, placcaerten, ende ordonnantien altijdt is geobserveert geweest dat om te hebben den wint om alsoo te doen draeijen de selve wintmolens van vier canten geoctroijeert bij permissie offte octrij moeten hunnen wint houden ten minsten van veertigh Roeden in sijn viercant, offte meer, gelijck den wint can vatten, alles in conformiteijt van sijne Majesteijts ordonnantien, t'selve tot meerder securiteijt geploghen sijnde int'stellen van over eenighe jaeren sekeren saeghmolen, tusschen het Fleurgat ende het Langenvelt alwaer sijne Majeesteijt selffs om te hebben den wint, soo heeft affgecapt bij sijne ordre, de opgaende boomen als het schaerhaut, t'ghene oock moet stadtgrijpen, in de gestelde wintmolens, soo van den quartiere van Anwerpen als alomme elders, alwaer de selve sijn gestelt, hebbende dienvolgende onder andere ten versoecke van S(ieu)r Dominicus Lambreghts, wesende besitter van sekeren wintmolen competerende die Moeder ende andere conventualen der Godtshuijs der stadt Antwerpen buijten de Roode Poorte dese t'allen tijde te verificeren ende bij acten, ende vonnissen, te verificeren des noodt sijnde. Actum Brussele den 15. Meij 1731.
(Get.) François Hyacinthe Martinez

Literatuur

Archieven
Archief OCMW Antwerpen, EG 157, Register van de renten, pachten van hoeven en landen, competerende Ste Elisabetten Gasthuyse binnen dese stadte Ant(wer)pen, beginnende den 1 ste febr. 1709, f° 162: verkochte graenen.
Archief OCMW Antwerpen, St. Elisabethgasthuis, LC 1808-1926.
Stadsarchief Antwerpen, Schepenregisters Antwerpen, SR 1212, f° 5v°
Stadsarchief Antwerpen, Schepenregisters Antwerpen, SR 1248, f° 215r°
Stadsarchief Antwerpen, Kerkelijk Archief, K 2149, St. Elisabethgasthuis.
Stadsarchief Antwerpen, Kerkelijk Archief, K 2152, Rekeningen St. Elisabethgasthuis, f° 73.
Stadsarchief Antwerpen, Falcon Cleyn Caertboeck, 3 oktober 1693.
Stadsarchief Antwerpen, Privelegekamer, nr. 116. Atlas met kadastrale plattegrionden van de Antwerpse 'stadsbuitenijen' opgesteld door landmeter J.C. Van Lyere in 1698. [fac-similés met vergelijking: Prims-Dierckx, Antw. 1933].
Stadsarchief Antwerpen, Trésorie. Portefeuille - P35, Album De Ryck, 1812

Werken
F. Prims, Antwerpiensia - XII, Antwerpen, 1938, p. 12.
J. Van den Nieuwenhuizen, "Oorkondenboek van het Sint Elisabethhospitaal te Antwerpen (1228-1355), Brussel, 1976 (Kon. Commissie voor Geschiedenis).
F. Prims, "Het cartulariujm van O.L.V. Kapittel te Antwerpen", Bijdragen tot de Geschiedenis, XVII, 1926, p. 306.
F.H. Merens & K.L. Torfs, "Geschiedenis van Antwerpen sedert de stichting der stad tot onze tijden" - I, Antwerpen, 1845, p. 539.
Georges Kockelberg, "Historische molenvermeldingen in en om Antwerpen. Een blik op de 1000-jarige geschiedenis der Antwerpse molens", Antwerpen, 1986;
Herman Holemans & P.J. Lemmens, "Molens van de Voorkempen en van Groot-Antwerpen", Nieuwkerken, 1983.
Herman Holemans, "Provincie Antwerpen - Volledig overzicht van bestaande & verdwenen wind- water- & rosmolens", Kinrooi, Studiekring "Ons Molenheem", 1986, p. 10.
H. Lambrechts-Augustijns, "Bijdrage tot de studie van het maaldersambacht te Antwerpen. Molenaars Lambrechts op het Antwerpse Sint-Willibrordusveld", Molenecho's, XXIII, 1995, 4, p. 222-230.
G.K. Kockelberg, "Molens der Vlaamse Steden. Antwerpen", Kinrooi, Ons Molenheem, 1994.
Luc Goeminne, "Twee oude windmolenvermedldingen in het Antwerpse: Wuustwezel, circa 1260 en Antwerpen, circa 1280", Molenecho's, X, 1982, 5, p. 198-199.
Herman Holemans, "Wind- en watermolens van de provincie Antwerpen. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 1. Gemeenten A-G", Opwijk, Studiekring "Ons Molenheem", 2009, p. 13.


Stuur uw teksten over deze molen  |  Stuur een (nieuwe) foto van deze molen
Laatst bijgewerkt: maandag 3 april 2017

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens