Molenzorg
Antwerpen, Antwerpen

Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

Pelmolen Schepens

Ligging

2000 Antwerpen
toon op kaart
Type
Binnenrosmolen
Functie
Pelmolen
Beschrijving / geschiedenis

Jan Schepens uit Antwerpen bekwam rond 1720 van de keizer octrooi bekomen om een pelrosmolen op te richten,om ermede te pellen gerst, haver en boekweit, mits betaling van 12 fl 's jaars. In 1724 miek hij een nieuw request op, waarin hij niet aarzelde te wijzen op de voordelen die de bevolking genoten had sinds het oprichten van zijn molen daar, naar hij beweerde, voorheen geen gerst en haver te Antwerpen werden gepeld en deze produkten uit vreemde landen, nl. uit Holland moesten worden ingevoerd(16).

Schepens vroeg en bekwam (29 oct. 1724) voor zijn pelmolen het alleenrecht voor Antwerpen, en wel omdat ‘d'autres particuliers’ met handmolens gerst, haver en boekweit pelden en daarom geen rechten betaalden. Eenmaal het monopolie bekomen, wordt de pelmolen verhandeld: Schepens verkoopt hem in 1725 aan Jan Vloeberghs, het volgend jaar gaat hij over naar Petronella Tax, weduwe Jan Ceulemans, die met pellen alleen flauwe zaken doet en in 1728 de Rekenkamer verzocht haar toe te laten na het pellen ook ‘tot blom de boeckwey’ te mogen malen.

Het molenaarsambacht en de stadsregering waren nu eensgezind om tegen Petronella Tax op te treden. Ze betoogden dat de pelmolen in feite overbodig was daar te Ancwerpen niet minder dan 56 ‘pelders’ woonden ‘hebbende alle daertoe besondere schelmolens in hunne huysen’. Het ‘peigoedt’ van die schelmolens (handmolens) werd gemalen op de watermolens van de stad, die er dan ook de inkomsten van had. De ‘meilpelders’, zoals men ze noemde, betaalden jaarlijks 8 gulden voor de busse van de molenaars. Van een generaliteyt of vereniging van pelders is er te Antwerpen geen sprake.

Opmerkelijk is dat de gepelde boekweit te Antwerpen werd gemalen op de stadswatermolens én op een windmolen die daartoe speciaal was ingericht. Te Brugge mocht in 1700 de Kattemolen daartoe niet ingericht worden (zie Brugge, Kattemolen)

Uit een ander geding van 1728 te Antwerpen blijkt dat, behalve de watermolens, zeer weinig andere molens waren die het pelgoed van de ‘meilpelders’ konden malen.

Literatuur

Stadsarchief Antwerpen, Maalders-Meelpelders, nr. 4065
C. Devyt, "De generaliteit van de gort-en boekweitmaalders te Brugge", Biekorf, jg. 65, 1964, p. 374-384.


Stuur uw teksten over deze molen  |  Stuur een (nieuwe) foto van deze molen
Laatst bijgewerkt: zondag 13 juli 2014

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens