Molenzorg
Eigenbilzen (Bilzen), Limburg

Collectie
Verdwenen Belgische Molens
Naam

Rosmolen van Klein Hommelen
Rosmolen van Hougaerts

Ligging
Fietenstraat 66
3740 Eigenbilzen (Bilzen)

hoek met Kattestraat
kadasterperceel C302


toon op kaart
Type
Binnenrosmolen
Functie
Korenmolen
Gebouwd
tussen 1828 en 1842
Verdwenen
1847, sloop
Beschrijving / geschiedenis

De Rosmolen van Hougaerts was een graanrosmolen op de hoek van de Fieten- en de Kattestraat, op het kadasterperceel C302.

De rosmolen werd opgericht opgericht tusssen 1820-1828 (oprichting hoeve) en 1842 (vermelding in kadaster).

De rosmolen werd opgetrokken door Sebastiaen Hougaerts, bouwheer van de hoeve in 1820-1828. Hij was een tijdje ook schepen van Eigenbilzen.

Kadastrale beschrijving uit 1842: klein stenen gebouw, met één paar stenen (kollergang), weinig bedrijvig, kadastraal inkomen: 24 florijnen.

Eigenaars:
- 1820-1828 (oprichting hoeve): Hougaerts Sebastiaen, landbouwer te Eigenbilzen
- 1844: Hougaerts Sebastiaan, landbouwer
- 1845: de kinderen.

Reeds in 1847 werd de rosmolen gesloopt.

Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

Bijlagen

Over de hoeve Klein Hommelen  (Frieda Schlusmans, Agentschap Onroerend Erfgoed)

Zogenaamde hoeve "Klein Hommelen", daterend van 1820-1828 door Sebastiaen Hougaerts, landbouwer en een tijdlang schepen van Eigenbilzen. Het erf kon niet bezocht worden. In de Atlas van de Buurtwegen (1845) aangeduid als een gesloten hoeve. Van deze gebouwen resten slechts het woonhuis en het poortgebouw met aansluitende stal, de overige gebouwen, onder meer de dwarsschuur achteraan het erf, verdwenen. Hierdoor is het geheel thans U-vormig is, met de gesloten zijde naar de straat gericht. Bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen).

Woonhuis ten noorden van het erf (nok loodrecht op de straat). De zichtbare gevels vertonen een laat-classicistische ordonnantie met rechthoekige vensters, beluikt in de zijgevel, in een vlakke kalkstenen omlijsting; de bovenvensters van de zijgevel zijn getoogd in een bakstenen omlijsting met kalkstenen lekdrempel. Tussen deze vensters bevindt zich een gevelsteen met opschrift SA (?)/1820. Zijgevels met aandaken en muurvlechtingen.

De aansluitende vleugel aan straatzijde omvat het poortgebouw en stallen. De inrijpoort is een brede korfboogpoort van baksteen met kalkstenen aanzet van de posten, imposten en sluitsteen, laatstgenoemde met opschrift: ANNO/1828/SM VH. Links van de poort bevindt zich een voetgangersdoorgang in een getoogde bakstenen omlijsting.

Achteraan het erf, ten oosten, stond in de jaren 1980 nog de dwarsschuur: een verstening van de oorspronkelijke vakwerkbouw waarvan twee gebintstijlen restten. Tussen dit gebouw en de westelijke stalvleugel bevond zich de waterput.

De hoeve is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed.

Literatuur

Herman Holemans & Werner Smet, "Rosmolens in Limburg vanaf 1844", Nieuwkerken, [1982], p. 6 (Studiekring Ons Molenheem - Studie nr. 2).
Schlusmans F., Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kantons Bilzen - Maasmechelen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14N3, Brussel - Turnhout, 1996.


Stuur uw teksten over deze molen  |  Stuur een (nieuwe) foto van deze molen
Laatst bijgewerkt: zondag 5 april 2015

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in database zoek op provincie Stuur een algemene e-mail over molens vorige pagina Home pagina Naar bestaande molens