Molenzorg
navigatie Sint-Anna-Pede (Dilbeek), Vlaams-Brabant
Foto van <p>Molen van Sint-Anna-Pede</p>, Sint-Anna-Pede (Dilbeek), Foto: Niels Wennekes | Database Belgische molens © Foto: Niels Wennekes

Molen van Sint-Anna-Pede

Poverstraat 4-6
1701 Sint-Anna-Pede (Dilbeek)
Privaat
1776
Bovenslag watermolen
Oliemolen
Later korenmolen. Bakstenen, gedeeltelijk gewit gebouw
Bovenslagrad (verwijderd)
Verwijderd
Thans woning. Waterloop verlegd
---,
Niet beschermd
Geen
Niet toegankelijk

Beschrijving / geschiedenis

Op 21 maart 1776 werd aan de Graaf van Lalaing octrooi verleend voor de bouw van een wateroliemolen. Hoe het ongenoegen van een Dilbeekse brandewijnstoker leidde tot de bouw van de watermolen van St-Anna-Pede.

7 juli 1774, een mooie zomerdag. Anthonius Coenraets, een vooraanstaand pachter en inwoner van Dilbeek, is het warme en droge zomerweer van de laatste maanden hartstikke beu. Als brouwer en brandewijnstoker ziet hij het écht niet meer zitten en weet geen raad meer waar zijn vele zakken graan en mout te laten malen. De zaken gaan écht niet goed. De twee nabijgelegen molens, zijnde de windmolen op de Molenberg te Dilbeek en de watermolen van St-Gertrudis-Pede, staan er werkloos bij wegens het windstille en droge weer. In drie maanden tijd was er geen windje of druppel regen te bespeuren.

Zijn ongenoegen wil hij laten neerpennen in een notariële akte en overmaken aan de Raad van Brabant. Hiertoe nodigt hij op voornoemde dag notaris Philippe Jozef De Cuyper uit te zijnen huize. Deze laatste als openbaer notaris geadmitteert bij den souverijnen Raede van Brabant en residerende binnen de parochie van Ste Mertens Bodeghem (sinds 1770) zou hem beslist kunnen helpen.
Anthonius Coenraets laat noteren dat hij sonder inductie, simulatie ofte persuasie van iemanden dan werkelijk in faveur der waerheyd bekend ende verklaert waerachtig te wesen dat het van zijn goede kennisse (dus uit goede bron) is dat soo de innewoonders van Sinte Anna Pede onder Itterbeke als de andere aengelegen waer van hij declarant eenen is, grootelijckx benoodigt zijn in het doen maelen van hunne graenen ende maut ende dat ter oorsaeke dat de twee molens daer naest bij gelegen als voor eerst den genen van Dielbeke wesende eenen windmolen van teyd tot teyd den wind ontbrekende, dese inwoonders niet behoorelijck konnen gerieft worden als ook niet op den molen van Sinte Geertruyde Pede wesende eenen watermolen den welken het water door het jaar ten minsten ten teyde van drij maenden is ontbrekende….Hij verklaart verder dat door het feit dat sijne graenen ende maut niet te konnen gemalen krijgen soo het stoken van genever als het brauwen heeft moeten uytstellen hy daerdoor schaede heeft geleden. Bovendien vertelt hij ook dat hij den gepasseerden winter genoodsaekt is geweest van sijn graen ende maut van de molen van Dielbeke weg te haelen ende naer distante (ver afgelegen) molens te vervoeren, om sijnen stiel op sijnen teyde te konnen vervoorderen.

En dan komt onze brandewijnstoker op de proppen met dé oplossing om te verhelpen aan bovengenoemd ‘mankement’ tot welzijn van de inwoners van St-Anna-Pede en omliggende: bouw een nieuwe watermolen op de Molenbeek….De moeyelijckheyd kan opgelost worden ...bij middel van eenen watermolen den welken seer gevoegelijck ende tot groot profeyt der innewoonders zaude konnen gebauwt worden onder het voorseyde Ste Anna Pede op de Molenbeke komende van Sinte Geertruyde Pede op de goederen van den heere Grave de Lalaing. Dat men op desen te stellen molen het geheele jaer sonder interruptie zaude konnen malen ter oorsake dat den voorseyde heere grave tot die beke handenieren?eene merkelijcke quantiteyt waters uyt levende sourcen ende aeders in menigvuldigheyd op sijne goederen uytspringende ende dat sig met de voorseyde Molenbeke noch vervoegen verscheyde grachten veel waters dragende.

Met dit ‘doorslaggevende’ argument eindigt brouwer Coenraets, tevens schepen in Dilbeek, sijne declaratie gevende voor redenen van wetenschappe dat alles wat hij liet neerschrijven niets anders is dan de puere waerheyd. Hij is zelfs bereid dit des aensocht zijnde, voor alle heeren, Hoven, wetthen ende gerichten met solemnelen eede te zullen bevestigen. Twee getuigen zijn medeondertekenaars van deze akte, nl. Judocus Walravens en Judocus Van Lierde. Over deze getuigen vond ik nog het volgende. Judocus Walravens was een telg uit het voorname geslacht dat een landbouwbedrijf met brouwerij (camme) uitbaatte te Bodegem in de Grote Sijpestraat (de vroegere Walravenshoeve). Judocus Van Lierde was de zoon van Jan en Anna Maria Steppe. Hij werd geboren te Dilbeek op 15.2.1748 en huwde een eerste maal te Itterbeek op 11.9.1777 met Maria Anna Renders en een tweede maal op 9.1.1781 met Maria Anna Francisca Van der Elst te Wambeek. Uitgerekend deze Judocus, die optrad als getuige bij voornoemde akte, werd de molenaar op de nieuwe molen van St-Anna-Pede en bleef dit tot aan zijn dood op 15.11.1803. Petrus (° Itterbeek, 7.1.1787), een zoon uit zijn tweede huwelijk, werd in 1814 burgemeester van Dilbeek en was er van 1818 tot 1834 schepen. Graag voeg ik hier nog aan toe, dat ondergetekende langs moederszijde, verwant is met deze familie Van Lierde.

Het verder verloop leert ons dat aan Coenraets’verzoek zeer vlug een gunstig gevolg werd gegeven. Brouwers en molenaars hadden toentertijd nog een ‘dikke vinger in de pap’. Aan de Graaf van Lalaing werd reeds op 21 maart 1776, dus nog geen twee jaar later, een octrooi verleend tot het exploiteren van een bovenslag watermolen op de Pedebeek te St-Anna-Pede. Naast een graanmolen zou het oorspronkelijk ook een olieslagmolen zijn geweest.
Amper vier maanden na het verlenen van het octrooi, zijnde op 13 juli 1776, moest onze Bodegemse notaris gewapend met ganzepen en papier al optrekken naar St-Anna-Pede. Daar diende er een afwateringsprobleem te worden opgelost tussen brouwer Hendrick Verheyleweghen en voornoemde graaf. Het begin van de notariële akte maakt ons duidelijk wat er eigenlijk aan de hand was: Alsoo den heere graeve van Lalaing, ter causen van den afloop van ’t waeter, gaende uyt sijne vijvers ende loopende naer sijnen nieuwen waetermolen binnen dit gehuchte van Ste Anna Pede, noodigh hadde t’selve te laeten afcomen langhst henen een deel van sekere weyde, genaemt den verloren cost, competerende aen Hendrick Verheyleweghen pachter ende brouwer binnen t’selve gehuchte woonachtigh, soo heeft den selven Hendrick Verheyleweghen toegestaen ende aen den gemelden heere graeve geaccordeert, t’selve waeter te laeten loopen langhst deselve weyde, ende ten dien effecte te mogen verdiepen den gracht tusschen deselve weyde ende de straete gelegen.

En voor wat hoort wat. Als tegenprestatie zal den heere graeve t’sijnen laste nemen geheel het onderhout van d’helft der gemelde straete, soo verre den selven waeterloop van sijne waeters is loopende.
Dit arrangement werd gedaan voor den eeuwighen daeghe sonder van wedersijden daer aen te connen iet veranderen…dit alles onder het reciproque garrand ende belofte als naer rechte. Deze akte werd namens de graaf van Lalaing ondertekend door zijn secretaris Peeter Caudrelier, daartoe speciaal gemachtigd, en medeondertekend door de getuigen Jacobus Verdeyen en Judocus Van Lierde, die ook reeds als getuige optrad bij vorige akte.
Nu haast 250 jaar later, is er over deze watermolen van St-Anna-Pede, zo goed als niets terug te vinden in de geschriften. Het binnenwerk is verdwenen. En van de oorspronkelijke gebouwen (zie ook de Popp-kaart sectie C de nrs. 388, 389, 390, 391 en 392) in de huidige Poverstraat nrs 4-6 is ook bijzonder weinig overgebleven.
Sic transit gloria mundi.

Thans is de watermolen ingericht als woning. Het rad en het binnenwerk zijn verdwenen en de waterloop is verlegd.

Edgard VAN DROOGENBROECK

Archieven
Algemeen Rijksarchief Brussel, Financiële Raad, nr. 1903 (oprichting, octrooi van 21.03.1776).
Rijksarchief Beveren, Notariaat Vlaams-Brabant, notaris De Cuyper, nrs. 19989 p.8251 tot 8254 en 19990 p. 7913 en 7914.

Werken
Herman Holemans, "Kadastergegevens: 1835-1985. Brabantse wind- en watermolens. Deel 3: arrondissement Halle-Vilvoorde (M-Z)", Kinrooi, Studiekring Ons Molenheem", 1992;
M.A. Duwaerts e.a., "De molens in Brabant", Brussel, Dienst voor Geschiedkundige en Folkloristische Opzoekingen van de Provincie Brabant, 1961.
Edgard Van Droogenbroeck, "Watermolen van Sint-Anna-Pede", in: Nieuwsbrief, Molenvereniging van het Pajottenland vzw, jg. 3, 2011, nr. 1 (10 mei 2011), p.1-3, ill en in: Vlaamse Molens, V, nr. 4.
Vermeulen S. (red.), Verdwenen Dilbeekse molens, Monumentenmap uitgegeven door het gemeentebestuur van Dilbeek naar aanleiding van Open Monumentendag op zondag 12 september 2010, Dilbeek, 2010.

Overige foto's

transparant

<p>Molen van Sint-Anna-Pede</p>

Foto: Donald Vandenbulcke, Staden, 29.05.2010

<p>Molen van Sint-Anna-Pede</p>

De omgelegde beek. Foto: Niels Wennekes


Laatst bijgewerkt: maandag 10 juli 2017
Stuur uw teksten over deze molen
Stuur uw foto's van deze molen
  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <p>Molen van Sint-Anna-Pede</p>, Sint-Anna-Pede (Dilbeek)homevorige paginaNaar Verdwenen Molens