Molenzorg
navigatie Houtave (Zuienkerke), West-Vlaanderen
Foto van <p>Westmolen<br />Molen Ramman</p>, Houtave (Zuienkerke), Foto ca. 1950, K.I.K. - Koninklijk Instituut van het Kunstpatrimonium, Brussel. | Database Belgische molens
© Foto ca. 1950, K.I.K. - Koninklijk Instituut van het Kunstpatrimonium, Brussel.

Westmolen
Molen Ramman

Oostendse Steenweg 83
8377 Houtave (Zuienkerke)

noordzijde
600 m NW v.d. kerk
kadasterperceel C3881

voor 1737 / tussen 1805 en 1820 (overgebracht van elders te Houtave)
1981 - 10 juli, verplaatst naar Wannegem-Lede
Staakmolen met open voet
Korenmolen

Beschrijving / geschiedenis

De Westmolen of "Molen Ramman" was een houten graanwindmolen aan de noordzijde van de Oostendse Steenweg, aan de zijde van de  Noord-Ede, ter hoogte van het Nieuwzwin met aan de oostzijde het thans verbouwd molenhuis (nr. 83).

De molen stond oorsponkelijk aan de oostzijde van Westernieuwweg Zuid (nr. 8), op de hoek van de dreef die leidt naar de hoeve "het Vijverhof" (nr. 14), en tegenover de Voetweg.

De Westernieuwweg was, net als de ermee parallel verlopende Oosternieuwweg, één van de eerste polderwegen waarvan het tracé teruggaat op een oude middeleeuwse trekroute waarbij schaapskuddes in de nieuwe polders worden uitgestuurd naar hoger gelegen delen om de schorren te beweiden. Eerste vermelding reeds in 1310 en op dat moment gelegen in het z.g. "Maerlan(d)t" of "Mallant" (matland), een toenmalig uitgestrekt gebied gelegen boven de Meetkerkse Moeren en ten noorden van de kerk van Houtave, met het gehucht "Strooienhaan" als middenpunt.

Op de kaart van P. Pourbus (1561-1571) wordt aan de oostzijde van de weg ter hoogte van de vroegere dreef die leidt naar de hoeve "Vijverhof" (nr. 14) een houten windmolen (staakmolen) aangeduid met molenwal en molenhuis.  Deze voormalige dubbel omwalde hoeve, ook gekend als "Tempeliershof" of "Waterhof" bestaat uit een opper- en neerhof en heeft een geschiedenis die teruggaat tot in de middleeuwen. De hoeve maakt deel uit van het beschermde dorpsgezicht van 19 januari 1993.

Deze molen vond zijn ondergang in de Troebelen op het einde van de 16de eeuw of met het Beleg van Oostende (1601-1604). De heroprichting vond plaats voor 1737 (over de 17de eeuw zijn er geen gegevens beschikbaar). We zien de molen afgebeeld op de figuratieve kaart van het Vijverhof uit 1764 en op de Ferrariskaart van ca. 1771 als een staakmolen op teerlingen, met op de oosterzijde - nog voor het Vijverhof - het molenhuis, dat nog bestaat maar sterk verbouwd is (huisnummers 10-12).

De sierlijke inscriptie op de staak "1796" verwijst naar een vernieuwing.

De molen komt ook nog voor op het perceelplan van de gemeente Houtave uit 1805, maar niet meer op het primitief kadasterplan van Houtave uit 1830. Tussen 1805 en 1820 werd de molen verplaatst naar de Oostendse Steenweg, alwaar hij tot 1981 bestond.

De laatste molenaar op de oude standplaats, die tevens instond voor de overbrenging naar de Oostendse Steenweg, was Martinus Nyssen. Hij geboren te Helden (NL) op 9 januari 1745 als zoon van Henricus Nijssen en Johanna Janssen, en overleden te Houtave (B) op 28 januari 1820. Hij huwde eerst met Maria Vereecke te Houtave in 1791 en later met Johanna (Theresia) De Kimpe (°Sint-Pieters-op-de-Dijk 3 september 1774- +1829). Zijn naam stond geschilderd op het voorwiel als "1813 - Martinus Joannes Nyssens". Ook de namen van zijn knechten waren op dat wiel geschilderd: Jacobus Vendels (1809), Angelus Rotsaert (1811), Johannes Everaert (gekomen op 14 feburari 1814).

We vinden de molen op zijn nieuwe standplaats o.a. aangeduid op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1844) en de kaart P. Vander Maelen (ca. 1850).

Eigenaars:
- na 1791: Martinus Nijssen (Nyssen), molenaar, geboren te Helden (NL) op 9 januari 1745 als zoon van Henricus Nijssen en Johanna Janssen en overleden te Houtave op 28 januari 1820.
Hij huwde eerst met Maria Vereecke te Houtave in 1791 en later met Johanna (Theresia) (De) Kimpe (°Sint-Pieters-op-de-Dijk 3 september 1774- +1829)
- 28.01.1820, erfenis: Nyssens-De Kimpe Martinus, de weduwe en kinderen (kinderen = a) Nyssens Joseph, molenaar te Oudenburg, b) Nyssens François, landbouwer te Houtave, c) Nyssens Thérèse, echtgenote Tilman Joseph, landbouwer te Uitkerke, d) Nyssens Victoire, echtgenote Vandenberghe Felix, landbouwer te Meetkerke en e) Nyssens Colette, echtgenote Vanhollebeke Pierre, landbouwer te Sint-Andries)
- 02.02.1839, verkoop: Nyssens-Kempynck Johannes Baptista, molenaar te Houtave (notaris Vancaillie). Joannes Baptista Nyssen, molenaar, was geboren te Houtave op 13 januari 1810 als zoon van Martinus Nyssen en Johanna Theresia De Kimpe. Hij huwde op 6 februari 1839 met Anna Theresia Kempynck
- 18.07.1874, verkoop: Vanhouttte-Dalle Jan, molenaar te Houtave (notaris Van Elslande)
- 18.05.1895, verkoop: Ramman-Laga Eduard, molenaar te Houtave (notaris Vanderhofstat)
- 20.04.1925, erfenis: en de kinderen (overlijden van vrouw Laga)
- 07.09.1926, deling: Ramman Eduard, molenaar te Houtave (notaris Tanger)
- 21.09.1931, erfenis: de kinderen (overlijden van Eduard Ramman)
- 22.10.1931, afstand: Ramman Victor Phillippin, molenaar te Houtave (notaris Tanger)
Ramman Edward, °Roksem 31.07.1864 - Houtave 29.09.1931, gehuwd met Laga Leonie
Ramman Victor, °Houtave 08.07.1896, +Brugge 28.06.1958 (zoon van Edward Ramman en Leonie Laga).
- 28.06.1958, erfenis: Schaepdryver-Ramman Camile, zonder beroep te Houtave (overlijden van Victor Ramman)
- 17.02.1960, erfenis: de weduwe (overlijden van Camile Schaepdryver)
- 14.04.1964, verkoop: de Crombrugghe de Looringhe - van Caloen de Brusseghem Jacques Raoul Firmin, rechter te Varsenare (notaris Van Hoestenberghe)
- 1981, verkoop als gebouw, zonder de grond: Vanhoe Etienne, Wannegem-Lede

Ondanks het feit dat de molenaar op het einde van de 19de eeuw in landelijke gebieden nog zeer winstgevend was, ging eigenaar-molenaar Jan Vanhoutte-Dalle failliet omdat hij alles verbraste. Zo werd de molen in 1895 verkocht aan Eduard Ramman. Hij werd geboren te Roksem en was het jongste kind uit een gezin van 17 kinderen. Zijn vader was eigenaar van een windmolen te Roksem. Hij trad in het huwelijk met Leonie Laga, een molenaardochter, eveneens uit Roksem.

Op zondagmorgen 13 december 1908 kwam de 15-jarige Jozef Ramman, zoon van Eduard, naar de molen van zijn vader om hem in de wind te steken. Boven de molentrap gekomen, gleed hij uit en viel naar beneden. Toen men hem hielp opstaan, werd vastgesteld dat zijn been gebroken was. 

Eduard Ramman oefende het molenaarsberoep uit tot 1931. Dan werd hij opgevolgd door zijn zoon Victor.

In zijn beginjaren was de molen nog erg winstgevend. Tot in 1904 was het systeem"de 11de kilogram voor de molenaar" van kracht. Toch vond Victor Rammann dat het een zwaar beroep was. Als er wind was, werd er gemalen, dag en nacht, zondag en weekdag. Verpozen bestond niet! Helaas echter, door het bouwen van maalderijen, geraakten de windmolens voorbijgestreefd. In de jaren 1950 maalde hij nog enkele uren per week.

Victor Ramman verklaarde dat hij met het eerste koppel, met een doomede van 1?80 m, bij standvastige windsterkte gemakkelijk tot 400 kg per uur kon malen en met het tweede koppel, met een doormeter van 130 meter, tot 300 kg per uur.

De molen kreeg af en toe blikseminslagen te verwerken:
- In 1904, toen Eduard Ramman (vader van Victor) molenaar was, sloeg de bliksem in en werd de staak onderaan in 4 stukken gespleten.
- In 1935 sloeg de bliksem twee wieken af
- in 1949 sloeg de bliksem  weer in en werd Victor Ramman er vreseijk door verbrand.

Andere beschadigingen:
- tijdens eeen storm in 1941 werd de molen beschadigd.
- tussen 1 en 2 mei 1944, tijdens de oorlog, viel er een bom op een tiental meter naast de molen. Door de schok werd het voorste gedeelte weggerukt en het dak verplaatst.

Telkens volgde er herstel. De molenn werd op 14 april 1944 beschermd als monument bij Besluit van Secretaris-Generaal Nyns.

Molenaar Victor Ramman maalde tot aan zijn overlijden in 1958. Hierop trad verval in.

Baron Jacques Raoul de Crombrugghe de Looringhe-van Caloen de Brusseghem, rechter uit Varsenare, kocht de molen in 1964 aan met de hoop hem te kunnen overbrengen naar De Haan. Dat lukte niet. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen had daar bezwaar tegen.

Op 16 november 1974 verwijderden de molenbouwers Herman en Guido Peel uit Gistel het wiekenkruis (houten pestelroeden) en schoorden de molenkast onder de vier hoekstijlen.

De molen werd, zonder de grond, begin 1981 verkocht aan molenliefebber Etienne Van Hoe uit Wannegem-Lede. Hij bekwam op 18 februari 1981 een principiële toestemming van staatssecretaris Rika De Backer. Het ging enkel nog maar om het in gang stellen van de procedure voor het uitvaardigen van het daartoe nodige Koninklijk Besluit, omdat het om een beschermd monument ging. Het was dus nog geen toestemming tot verplaatsing. Eigenaar Van Hoe achtte dit blijkbaar slechts als een onbeduidende formaliteit, want hij besliste meteen op te treden. Zo verscheen hij met molenbouwer Walter Mariman uit Zele, een tiental arbeiders, een kraan van 65 ton en drie opleggers, op dinsdagmorgen 9 maart 1981 om 9 uur in Houtave. Er werd meteen begonnen met het ontmantelen van de molen. Maar dit kwam ter ore van de Zuienkerkse gemeenteraadsleden Meuleman en Van Besien. Zij alarmeerden ie de West-Vlaamse provinciale diensten. Ook inspecteur Jo De Schepper, belast met molenzorg bij de toenmalige Rijksdienst voor Monumenten en Landschapszorg (voorloper van het huidige Agentschap Onroerend Erfgoed) werd  in de arm genomen. De politie werd er bijgehaald en zo verscheen de plaatselijke veldwachter Joël De Cloedt ten tonele.

Er werd druk getelefoneerd met de topambtenaren te Brussel. Vrederechter Paul Bauters uit Etterbeek (Brussel), die ter plaatse aanwezig was als lid van de provinciale Oost-Vlaamse molencommissie, poogde te bemiddelen en maakte gebruik van zijn functies om het transport naar Wannegem-Lede toch te laten doorgaan. Niets mocht baten. De ambtenaren konden hun zegen niet geven en de veldwachter was zeker niet te vermurwen. Rond 15 uur was de molen helemaal ontmanteld en dan pas gingen de poppen aan het dansen, want Etienne Van Hoe zette door. Hij kon maar niet aanvaarden, dat hem wel de toelating werd verleend om de molen te ontmantelen, maar niet om hem weg te voeren.
De reden lag in het feit dat het monument in verval was en dus wel mocht ontmanteld worden om het te beschermen en later wellicht te restaureren... al dan niet ter plaatse.
Er werd aanstalten gemaakt om de molenkast op één van de opleggers neer te leggen. De veldwachter sprong echter op het voertuig, terwijl het gevaarte boven zijn hoofd bengelde. Omdat geen gevolg werd gegeven de werken te staken, trok hij zijn dienstrevolver en vuurde tweemaal in de lucht, waarbij een schot de molenkast raakte. Daarna gaf hij, met het wapen in de hand, het bevel aan de kraanman om de molenkast weer op de grond te zetten. De geschrokken arbeider zag dat het menens was en deed wat hem gevraagd werd. Dit gebeuren vormt de verklaring van de bijnaam "Schietsjampettermolen", voorkomend uit de spottende benaming "de molen van de Schietchampetter" die door de genoemde Paul Bauters werd gelanceerd.
Uiteraard was de "molenoorlog" van Houtave nog niet achter de rug. De toenmalige rijkswacht (voorloper van de huidige federale politie) werd ter versterking geroepen en vermits er schoten vielen, werd ook het parket gewaarschuwd. Alle betrokkenen werden verhoord. Ondertussen bleek dat het provinciebestuur van West-Vlaanderen toen ook beslangstelling had voor de molen en deze in extemis eveneens zou willen kopen. Wel wat laat...

De Bestendige Deputatie van de provincie West-Vlaanderen nam op 2 juli 1981 het besluit de molen te onteigenen. Op advies van de genoemde Paul Bauters, tevens vrederechter, leidde eigenaar Etienne Van Hoe de zaak voor de rechtbank van Brussel. In kortgeding verleende deze rechtbank op 10 juli 1981 aan de eigenaar de toelating om de molenonderdelen voorlopig in veiligheid te brengen in Kruishoutem. Nog dezelfde avond werd de molen weggehaald, alhoewel er geen slopingsvergunning was en het Koninkljik Besluit van 14 april 1944, dat de molen beschermd als monument, niet gewijzigd op opgeheven was.
De officële toelatingen werden pas achteraf verleend: op 15 december 1982 (wijziging beschermingsbesluit van 14 april 1944 en aanwijzing op de nieuwe lokatie) en op 4 mei 1983.
Inmiddels was de molenkast al op het nieuwe gebinte te Wannegem-Lede geplaatst.
De Provincie West-Vlaanderen vroeg aan de Raad van State de vernietiging van deze twee besluiten. Op 6 februari 1984 beval de Correctionele Rechtbank te Brugge het herstel van de molen ter plaatse, met name te Houtave. De molen bleef evenwel te Wannegem-Lede staan. De restauratie aldaar, uitgevoerd door molenmaker Walter Mariman, geraakte pas in 1987 voltooid.

In Houtave resteren enkel nog de vier verbrokkelde teerlingen. Ze werden op 5 oktober 2009 vastgesteld als bouwkundig erfgoed.

Technische beschrijving (Luc Devliegher, 1981)
Verticale beschieting op voor- en zijkanten.
Teerpapier tegen de windweeg en op het dak.
Gebroken kap.
Houten pestelroeden. Vlucht: ca. 21,50 m
Maalzolder: haverpletter
Steenzolder: 2 maalstoelen: molenstenen met diameter van 1,80 en 1,30 m
Vangwiel: 48 kammen > schijfloop
Vangwiel: 50 kammen > schijfloop
Houten vang

Inschriften (genoteerd door B.H. in de jaren 1950 en door Luc Devliegher op 15.03.1981, toen de molen gedemonteerd lag)
- op een klauwijzer (op 4 zijden) "FDM / ANNO / 1771 (hartje)"
- op de standaard: "1796"
- op het voorwiel stond geschilderd:
"1813 - Martinus Johannes Nyssens"
"JOANNES EVERAERT / IS HIER OP HOUTEAVE KOOMEN / WOONEN DEN 21 FEBRU 1814" (hij was een knecht van Martinus Johannes Nyssens)
Angelus Rotsaert, anno 1811
Jacobus Vendels, anno 1809
Carolus Lievens, anno 10 oktober 1846
Frederic Devos, anno 1837
In de wand: "Livinus Van den Berghe, 4 mei 1865" (knecht van Van Houtte)

Zie ook:
Houtave, Maerlandmolen
Wannegem-Lede (Kruishoutem), Houtavemolen

Lieven DENEWET & Herman HOLEMANS

Archieven
Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, Primitief kadasterplan, Houtave, sectie C, 2de blad (circa 1830).
Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 207: Mutatieschetsen, Zuienkerke, 1986/503.
Rijksarchief Brugge, Kaarten en Plannen Mestdagh, nummer 525: figuratieve kaart met een hoeve en landerijen (1764, kopie uit 1800).
Rijksarchief Brugge, Kaarten en Plannen Mestdagh, nummer 881: figuratieve kaart van een hoeve (18de eeuw).
Rijksarchief Brugge, Kaarten en Plannen Mestdagh, nummer 2099a: perceelplan van de gemeente (23/08/1805).
Rijksarchief Brugge, Kaarten en Plannen Mestdagh, nr. 511a: perceelplan van de gemeente (19de eeuw).
Rijksarchief Brugge, Ommelopers Peper, nummer 42: Ommeloper van de vollanden van de watering van Blankenberge, gemaakt door Antheunis Schoonmakere en François van der Poorte (1554, aanvullingen tot in 1829), 15de cohier, s.f.

Gedrukte bronnen
Gazette van Brugge en van de provincie West-Vlaanderen, 19 december 1908 (jg. 115, nr. 152), p. 2, kol. 1 (val van molentrap). 

Werken
Boussemaere J. & Logier F., Non nobis, Domine, ... of de Tempeliers in onze streken, in Heemstede, 2.2, 1997, p. 90-91.
Cumps K., De Tempeliers in Vlaanderen, Tielt, 1976, p. 388-390.
Cafmeyer M., Zo was het leven in Houtave, in Biekorf, 66.7, 1965, p. 299.
Callaert G. & Hooft E. m.m.v. Snauwaert L., Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Zuienkerke, Deelgemeenten Zuienkerke, Houthave, Meetkerke en Nieuwmunster,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL13, 2002.
Boussemaere Joël, "De twintigste eeuw en zijn gebouwen. De Westmolen van Houtave",  Heemstede, VI, 2001, 3, p. 402-403.
E. Dotselaere, "Molens in de aktualiteit. Houtave. Westmolen", in: Molenecho's, IX, 1981, 3, p. 22 (Overdruk uit: Het Laatste Nieuws, 11 maart 1981);
Omer Kyndt, "Nostalgische terugblik op Westkerke-Roksem", Het Streekboek, 1995, p. 71 (foto van de molenaarsfamilie Ramman aan de voet van de molen).
Luc Devliegher, "De molens in West-Vlaanderen", Tielt/Weesp, 1984, p. 422-423 (Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, 9).
C. Devyt, "Westvlaamse Windmolens. Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965", Brugge, 1966.
R. Houtave, "Houtave", Oekene, 1986, p. 34-35.
A. L(owyck), "De Maerlandmolen te Houtave", Ons Heem, XXX, 1976, 5, p. 176.
Jacques Lorthiois, "Flandre Occidentale. Meuniers et moulins de West-Flandre", L'Intermédiaire des Généalogistes, n° 170, XXIX, 1974, 2, p. 116-126 (119).

Na zijn overbrenging naar Wannegem-Ledegem
Paul Bauters, "Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen", Gent, Provinciebestuur, 1985;
Paul Bauters, "Oostvlaams molenbestand 1986", Gent, 1986 (Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen. Bijdragen, nieuwe reeks, 25);
E. D(e) K(inderen), "De molen van Houtave overgebracht naar Wannegem-Lede", in: De Belgische Molenaar, LXXVI, 1981, p. 205-206;
(Paul Bauters), "De molen van de schietsjampetter", in: De Belgische Molenaar, LXXVI, 1981, p. 95-96;
Julien Vandeputte, "De molens van het arrondissement Oudenaarde uit hun geschiedenis", Oudenaarde, 1974, p. 202-204;
Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. Derde aflevering. De arrondissementen Oudenaarde en Sint-Niklaas", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XVI, 1962, 2 (Gent, 1963)
Els De Kinderen, "Onze mening aangaande de omstreden molen van 'Houtave-Wannegem-Lede' ", in: Levende Molens, jg. 6 (1984) nr. 3, p. 1;
H. De Vuyst, "Hout werkt", in: M&L, Monumenten, Landschappen & archeologie, tweemaandelijks tijdschrift van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel jg. 24, nr. 4, p. 8-21, ill.;
Oscar Dhondt, "De molens te Wannegem-Lede en omgeving", in: Jaarboek 2004, een uitgave van Heem- en Geschiedkundige Kring Hultheim, Kruishoutem, p. 187 e.v., ill.;
"In memoriam Amand Fauconnier", in: Levende Molens, 28ste jg., 2006, nr. 6, p. 63.
H. Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 8. Gemeenten U-Z", Opwijk, Studiekring "Ons Molenheem", Opwijk, 2008.
Lieven Denewet, "Exotische houten roeden voor de Houtavemole van Wannegem-Lede", Molenecho's, XXXI, 2003, nr. 4, p. 276.

Persberichten
V.H., "De trots van Houthave. Windmolen die nog dagelijks koren maalt", (jaren 1950, voor 1958)
Da., "Westmolen van Houtave staat nu... op krukken", in: Het Nieuwsblad, 16 oktober 1973.
S. Bellens, "De molenoorlog in Zuienkerke", in: Panorama, 17 mei 1981
Emiel Dotselaere, Kleine oorlog te Houtave. Schoten om Westmolen".Het Laatste Nieuws, 11 maart 1981, p. 1, 6.
Paul Darragas, "Schietsjampettermolen torent weer over Wannegem-Lede. Nieuwe wieken uit tropische houtsoort moeten breuken vermijden", in: Het Nieuwsblad, 18.12.2003.
P. D(arragas), "Schietsjampettermolen", in: Het Nieuwsblad, 19.12.2007.

Overige foto's

transparant

<p>Westmolen<br />Molen Ramman</p>

Foto: jaren 1960 (coll. R. Van Ryckeghem, Sint-Andries)

<p>Westmolen<br />Molen Ramman</p>

Foto Gustaaf Van Damme, 1973 � Stichting Levende Molens te Roosendaal

<p>Westmolen<br />Molen Ramman</p>

Foto ca.1980. Verzameling Ons Molenheem

<p>Westmolen<br />Molen Ramman</p>

Foto J. Verpaalen, ca. 1985 (uitg. als prentkaart Stichting Levende Molens, Roosendaal, 1988)

<p>Westmolen<br />Molen Ramman</p>

De nog resterende teerlingen. Foto: Denis Van Cronenburg, 19.06.2010


Laatst bijgewerkt: zaterdag 9 oktober 2021
Stuur uw teksten over deze molen
Stuur uw foto's van deze molen
  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <p>Westmolen<br />Molen Ramman</p>, Houtave (Zuienkerke)homevorige paginaNaar Verdwenen Molens