Molenzorg
navigatie Staden, West-Vlaanderen
Foto van <p>Keiaardmolen<br />Keyaertmolen<br />Kayaardmolen<br />Kayaartmolen</p>, Staden, Prentkaart 1910 (coll. Donald Vandenbulcke, Staden) | Database Belgische molens
© Prentkaart 1910 (coll. Donald Vandenbulcke, Staden)

Keiaardmolen
Keyaertmolen
Kayaardmolen
Kayaartmolen

Kleine Veldstraat 65
8840 Staden

westzijde
dicht bij Westrozebeke
kadasterperceel B nr. 1026

toon op kaart
1633-1677 / 1766
1914 - 29 oktober: zwaar beschadigd / 1916 - juni, omgetrokken
Staakmolen met gesloten voet
Korenmolen, oliemolen

Beschrijving / geschiedenis

De Keiaardmolen of Kayaardmolen was een houten korenwindmolen aan de westzijde van de Kleine Veldstraat (nr. 65) waar nu het bedrijf Agro Debeuckelaere (zaakvoerder: Joost Debeuckelaere-Vandenbulcke) gevestigd is, op de hoek waar de burelen zijn. De staakmolen stond op het hoogste punt van Staden, op 3,5 km ten zuidwesten van de kerk van Staden, dicht bij de grens met Westrozebeke.

Op 7 november 1633 kreeg Charles Vandermeersch de toelating van Jacques de Noyelle, hoofd van de Rekenkamer te Brussel maar ook heer van Staden en Westrozebeke, een nieuwe windmolen op de "Cayersberch" te Staden. De molenaar moest jaarlijks 3 gulden cijns betalen. Het octrooi werd in naam van de vorst gezegeld door Jacques de Noyelles, die behoorde tot dezelfde familie die ook de Loomolen en de Bergmolen van Staden in leen uitgaf.

Door de vrijwel permanente oorlogstoestand gebeurde de effectieve oprichting pas in 1677 (" 't geen om oorlog en slechten tijd maar uitgevoerd en wordt in 1677"). 

De familie Vermeersch huisde en werkte meer dan een eeuw met de molen, tot in 1746. Toen verviel de eigendom aan twee onmondige wezen. De molen had nood aan kostelijke herstellingswerken: onder meer moest een nieuwe staak ingestoken worden. De voogden van de jonge wezen Vermeersch (o.m. van Eliza de Wachter) vonden beter het gedoe aan den man te brengen.

Adriaan De Jonckheere, zoon van Cornelius, kocht het erf met molen, huis en 10 gemeten land, in juni 1746 voor de som van 800 pond groten. Deze som stemde toen overeen met 16.000 goudfranken van voor 1914. Jacob Hyacinth, zoon van Adriaan, volgde zijn vader op. Het nochtans vredesvolle Oostenrijks tijdperk was voor het bedrijf niet gunstig, want de niet geringe schuld die op de molen woog kon zelfs op de tijd van een mensenleven niet afbetaald worden.

Vanwege zijn hoge en strategische ligging, wordt de molen op vele kaarten prominent met zijn benaming weergegeven:
- Fricxkaart (1712): ""Crayartsberg M."
- Nicolaes Visscher, "Flandriae Comitatus Pars Media Comprehendens Castellaniam Yprensem, Cortracensem, Aldenardsem", Amsterdam, Petrus Schenk Junior, (tussen 1715 en 1730): "Krayaertsberg Molen"
- Reinier & Josua Otten, "Comitatus Flandriae Universe in Ditiones Peculiares Distinctae Tabula Nova & Accuratissima", Amsterdam, R & I. Otten, (tussen 1725 en 1750): "Crayaertsberg molen"
- Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, opgenomen op initiatief van graaf de Ferraris (ca. 1775): "Cayaert bergh Molen", met het bruin symbool van een staakmolen
- Atlas der Buurtwegen, gemeente Staden: "Kaeyaert Molen"
- Philippe Vandermaelen, (Topografische kaart, ca. 1850): "Kayaert Molen"
- P.C. Popp, "Atlas cadastral de la commune de Staden", (ca. 1860): zonder benaming.

Joseph Vanderhaeghen kreeg op 1 februari 1766 de toestemming voor de heropbouw van de graan- en oliewindmolen, op een perceel dat in het westen grensde aan de kleine straat van de plaats van Staden naar de "Caeyaertsbergh".  Tegen de oprichting werd enkel een bezwaarschrift ingediend door 3 molenaars uit Staden: Marinus Vandeputte, Pieter de Witte en Pieter Mestdagh. De Stadense molenmaker Jacobus Cornelius Decadt voerde dat werk uit.

In de tweede helft van de 18de eeuw was een zekere Tommelier, geboren in 1740 in Oostnieuwkerke, er lange tijd huurder-molenaar.

Adriaan De Jonckheere had een zoon Jacobus Hyacintus. Deze had een aantal dochters, gehuwd met onder andere een Grillet, een Bouckaert, en een Vande Putte.

Jacobus had ook vijf zonen. Petrus Jacobus, de jongste, bleef als mulder thuis. Zijn vier broers werden ingelijfd in het leger van Napoleon. Ze trokken heel Europa door, van Parijs naar Spanje, van den Edro tot op de Beresina in Rusland. Drie van hen sneuvelden. Eén overleed in een ziekenhuis in Kristiania of Oslo, hoofdstad van Noorwegen. Hij was ingelijfd in het legerkorps van maarschalk Bernadotte. Deze Franse militair moest de linkerflank van Napoleon beschermen tegen de Zweden en Noren tijdens zijn doortocht naar Moskou. Bernadottes leger werd echter in acht maanden tijd uitgedund van 400.000 naar 80.000 man.

De twee overgebleven zonen waren Karel en Pieter Jacobus.

De oudste overlevende zoon Karel de Jonckheere, huwde in Westrozebeke. Henri de Jonckheere vermeldt over hem: “(...) en bracht voort: De Jonckheere Smeet Joannes, landbouwer; De Jonckheere - De Gandt, Wagenmaker en De Jonckheere - 3 Koopman.”

Het is niet duidelijk wat Henri hier bedoelde. Een mogelijkheid is dat Joannes, landbouwer, zoon van Karel, trouwde met een Smeets. Een andere zoon, zonder naam, had als beroep wagenmaker en trouwde met ene De Gandt. De derde zoon, ook zonder naam, trouwde met een vrouw met de naam Koopman, ofwel was zijn beroep koopman. De “3” is ongetwijfeld een tikfout (Henri de Jonckheere stelde het document op toen hij 84 was!).

Zoals vaak had Pieter Jacobus de Jonckheere een gewone roepnaam, alsook een officiële naam: Petrus. Pieter was geboren in 1782 en bleef op de molen wonen die 35 jaar eerder in het bezit van zijn grootvader gekomen was. Hij huwde met Barbara Cecillia Bogaert bij wie hij 3 zonen kreeg en 5 dochters. In 1834 was hij nog steeds de eigenaar-molenaar.

Zijn zonen waren Clement, Amand (°1818) en Louis (°2 mei 1827), vader van o.a. Elise. Amand was eerst getrouwd met Louise Decock, bij wie hij twee zonen kreeg: Jules en Cyrille. Bij zijn tweede vrouw Rosalie Octavie Bondue (°1836) uit Zonnebeke, krijg hij nog vier kinderen: Henri (29 februari 1876), Camiel, Marie en Amandie. Henri is 40 jaar dienstdoend burgemeester geweest van Staden.

Deze Amand De Jonckheere-Bondue kocht de molen in 1867 (acte notaris Verlez, 11.02.1867). Bij zijn overlijden op 18.04.1891 erfden zijn weduwe en kinderen. Op 10 maart 1892 kwam de molen toe aan molenaar Cyriel Clement De Jonckheere, zoon van de eerste vrouw van Amandus De Jonckheere (acte notaris Lauwers). 
Op 9 juni 1892 werd de molen opnieuw verkocht aan zijn stiefmoeder, Rosalie Octavie Bondue, weduwe van Amandus De Jonckheere, landbouwster (notaris Parret).

Amandus Petrus' zoon volgde zijn vader op en hij zelf liet zijn bedrijf na aan zijn zonen Henri en Kamiel die in 1891 als zelfstandige mulders samen de molen uitbaatten.

Bij de doortocht van de Duitsers werd de molen beschoten op 19 oktober 1914, maar de beschadigde kast bleef nog overeind staan. Nog in 1914 werden de De Jonckheeres door het Frans legerbeheer gedwongen huis en erf te verlaten om op vreemde bodem een onderkomen te zoeken. Ze zijn gedurende den oorlog gebleven in Saint-Béhaire-lez-Blos in Loire et Cher.

Tot in 1916 diende de molen als uitkijkpost voor de Duitsers.  Ze hadden diep onder de dam een "Zentrale" ingericht. In het ondergronds bouwwerk kwamen de telefoonleidingen samen en er waren 17 verschillende batterijen opgesteld. Onder de molenwal en het hof was op 12 meter diepte een gang gehouwen. Deze gang was 135 meter lang, 1,80 m. hoog en 1,20 m. breed.
Hij bezat 4 uitgangen met elk 32 treden.
Aan de ene zijde van die gang waren 8 kamers en langs de andere 7. Ze maten elk ongeveer 4 op 5 meter en hadden dezelfde gewelfhoogte als de gang. Die kamers waren als slaapgelegenheid ingericht. Drinkwater was er ook voorhanden. Hier ligt de grondwaterlaag - kwelm - op 14 meter, dus in de 12 meter diepe oorlogskrocht was het water op 2 meter te bereiken. De plaats was goed gekozen om als uitkostpost te dienen. Van op de molen die boven alles uitstak kon men alles overzien: van de zee in het noorden, de heuvels in het Heuvelland en Frans-Vlaanderen in het westen, de heuvels aan de Schelde in het zuiden en ten oosten het platteland.

De Duitsers aanzagen de molen echter als een mikpunt van de geallieerde artillerie. De gehavende molenkast werd in juni 1916 omgetrokken. Dan werd een dertigtal Russische krijgsgevangenen naar de Keiaart gestuurd om er de windmolen omver te trekken. Een zwaar lang touw werd aan de molen geboden, maar hoe de mannen ook uit alle macht trokken, de molen wilde niet omvallen. Eindelijk kwamen zij op de gedachte een kruisplaat  door te zagen en de molen kantelde dan bijna vanzelf om. 

De windmolen werd niet herbouwd. Wel werd in de jaren 1920 een mechanische maalderij met gasmotor opgetrokken die Henri De Jonckheere (zoon van Amandus en Rosalie Bondue) tot kort na de tweede wereldoorlog in werking hield.

Er bestaan een aantal Duitse oorlogsfoto's die het geraamte van de molenkast tonen, soms met het onderschrift "Mühle Tindenberg (Mai 1915)". In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, hebben deze foto's geen betrekking op de Tiendenbergmolen, maar wel op de naburige Kayaardmolen te Staden

Lieven DENEWET, Donald VANDENBULCKE & Vincent VANBIERVLIET

Archieven
Algemeen Rijksarchief Gent, Financiële Raad, nr. 1875 (heroprichting, 01.02.1766)

Uitgegeven bronnen & kaarten
- Fricxkaart (1712)
- Nicolaes Visscher, "Flandriae Comitatus Pars Media Comprehendens Castellaniam Yprensem, Cortracensem, Aldenardsem", Amsterdam, Petrus Schenk Junior, (tussen 1715 en 1730)
- Reinier & Josua Otten, "Comitatus Flandriae Universe in Ditiones Peculiares Distinctae Tabula Nova & Accuratissima", Amsterdam, R & I. Otten, (tussen 1725 en 1750)
- Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, opgenomen op initiatief van graaf de Ferraris (ca. 1775)
- Atlas der Buurtwegen, gemeente Staden
- Philippe Vandermaelen, (Topografische kaart, ca. 1850)
- P.C. Popp, "Atlas cadastral de la commune de Staden",

Werken
K. De Ceuninck, "Staden, Eertijds en Hedendaags", 1872 (met weergave van een Nederlandstalig afschrift uit 1677 van het octrooi uit 1633 op p. 260).
A. Van Gheluwe, "Staden door de Eeuwen heen", 1945.
D. Vandecandelaere, "Staden. Beelden uit het Verleden", 1987.
Paul Billiet, "Staden 1914-1918. De frontstreek Poelkapelle-Langemark-Houthulst", Langemark, 1963.
Paul Billiet, "Staden, het hart van West-Vlaanderen. Bloemlezing van de geschiedenis van Vlaanderen", s.l., 1974;
Jozef Cornette, "Onze oudste windmolens", in: Het Gebied van Staden, 1992, p. 74-88.
Herman Holemans, "West-Vlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 7. Gemeenten S-U", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2003.
Jozef Maes, "Verdwenen molens te Staden", in: De Belgische Molenaar, 22.07.1974.
Jozef Maes, "De Kayaaart te Staden en 't Molenmakersgesalcht Decadt", De Belgische Molenaar, 07.03.1961, 07.06.1961.
Jef Ameeuw, "Daar bij die molen.. Verdwenen molens te Staden. Joyes molen / Keiaardemolen", in: Gidsenkring, Mandeldalnummer, dec. 1979.
Donald Vandecandelaere,
Donald Vandenbulcke, "De Verdwenen Molens van Staden", Staden, 2010 (onuitgegeven)
Alidor Vangheluwe, "Staden door de Eeuwen Heen", (1945).
Torie Mulders, "De Kaaiaardmolen te Staden", Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XXIV, 19550-1951, p. 161-166.
D. Vandecandelaere, "Staden. Beelden uit het Verleden", 1987.

Iconografie
Prentkaart uit 1914 (coll. D. Vandenbulcke, Staden)
Schilderij van de Keiaardmolen door Alidor Lamote (Staden, Heemkundig museum)
Natuurgetrouwe pentekening door Jules Leroy (coll. Donald Vandenbulcke, Staden)

Mailberichten
- X. Les., "De Kayaartmolen (Staden)", aan L. Denewet, 31.12.2014.
- Vincent Vanbiervliet, 02.11.2016.
- Godfried Dejonckheere, 25.02.2021 (kleinzoon van de laatste molenaar).

Persberichten

- D.T.I., "Famiie Dejonckheere kwam bijeen", Het Volk (regio Roeselare-Izegem-Tielt), 09.02.1990, p. 22.

Websites

- http:// www. beeldbankstaden.be (auteur: Donald Vandenbulcke)
- http:// www. vandenbulcke-stamboom.be (auteur: Donald Vandenbulcke)
- http:// www. vanbiervliet.org (auteur: Vincent Vanbiervliet)

Overige foto's

transparant

<p>Keiaardmolen<br />Keyaertmolen<br />Kayaardmolen<br />Kayaartmolen</p>

Als grote fotokaart bij de molenaarsfamilie (coll. Debeuckelaere, Staden)

<p>Keiaardmolen<br />Keyaertmolen<br />Kayaardmolen<br />Kayaartmolen</p>

Duitse oorlogsfoto, 1915 (coll. Donald Vandenbulcke, Staden)

<p>Keiaardmolen<br />Keyaertmolen<br />Kayaardmolen<br />Kayaartmolen</p>

M?hle Tindenberg (Mai 1915), in Duits geillustreerd oorlogsboek, jaren 1920 (coll. Andr´┐Ż Beeckaert)

<p>Keiaardmolen<br />Keyaertmolen<br />Kayaardmolen<br />Kayaartmolen</p>

Dutise oorlogsfoto, 1915 (coll. Ton Meesters, Breda - uitg. als prentkaart in 2014 door Stichting Levende Molens, Roosendaal)

<p>Keiaardmolen<br />Keyaertmolen<br />Kayaardmolen<br />Kayaartmolen</p>

Duitse oorlogsfoto, 1915, met op keerzijde: M?hle bei Westroosebeke


Laatst bijgewerkt: dinsdag 12 oktober 2021
Stuur uw teksten over deze molen
Stuur uw foto's van deze molen
  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <p>Keiaardmolen<br />Keyaertmolen<br />Kayaardmolen<br />Kayaartmolen</p>, Stadenhomevorige paginaNaar Verdwenen Molens