Molenzorg
navigatie Sint-Amands (Puurs-Sint-Amands), Antwerpen
Foto van <p>Stenen Molen<br />Scheldemolen(s)<br />Keurmolen</p>, Sint-Amands (Puurs-Sint-Amands), Schilderij van Romain Steppe, 1859-1927 (olie op doek, private collectie) | Database Belgische molens
© Schilderij van Romain Steppe, 1859-1927 (olie op doek, private collectie)

Stenen Molen
Scheldemolen(s)
Keurmolen

Emile Verhaerenstraat 7
2890 Sint-Amands (Puurs-Sint-Amands)

oostzijde
hoek met Stenenmolenlaan
kadasterperceel A6

toon op kaart
ca. 1780
1880, onttakeld / 1939, sloop romp
Stenen stellingmolen
Korenmolen

Beschrijving / geschiedenis

De Scheldemolen was een stenen korenwindmolen, type stellingmolen, gelegen aan de oostzijde van de Emile Verhaerenstraat (de "steenweg van Bornhem naar Sint-Amands") nr. 7, op de hoek met de Stenenmolenlaan, nabij de Ham aan de Schelde (een beschutte los- en laadplaats, waar vroeger geen kaaigeld moest worden betaald).

Men gaat ervan uit dat door de gestadige groei van de bevoling, de houten windmolen op de Kouter (Molendreef) niet meer vo lstond om in te staan voor de meelbehoeften van de dorpelingen.

Op 17 mei 1774 diende Pieter Joannes Rollier, inwoner van Sint-Amands, een aanvraag in bij de Rekenkamer om voor de bouw  van een windmolen op de "Kuer". Hij was baljuw geweest. Hij was in 1772 "grote gelande" geworden en van 1779 tot de Franse Republiek was hij een aantal keren burgemeester. Hij was tevens de vader van Emmanuel Rollier en Petronella Rosalinda Rollier, latere echtgenote van Daniël Servaes, de zoon van Engelbertus Servaes, molenaar op de Koutermolen.

De heer van Sint-Amands, hertog Duras, prins van Bournonville, tekende verzet aan op grond dat het windrecht hem toebehoorde. Vervolgens werd de hertog verzocht te bewijzen dat dit windrecht hem toebehoorde. De hertog beriep zich op de veertigjarige verjaring, nadat gebleken was dat de door hem voorgelegde stukken geen bewijs aanbrachten en geen titel uitmaakten.  Het windrecht behoorde de hertog niet toe.

Wat de verkrijging door verjaring betreft. Gezien het windrecht een regaliarecht is, in het bijzonder een regalia minora, behoorde dit tot het staatsrecht en derhalve niet vatbaar voor verjaring. Pieter-Jan Rollier heeft de inspanningen tot het bekomen van het octrooi niet verder gezet. De aanvraag werd hernomen door de nieuwe heer van Sint-Amands, burggraaf Adriaan de Walckiers. Opvallen is:
1. De nieuwe heer richtte zijn aanvraag langs de bevoegde administratieve kanalen aan de Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia, als zijnde gravin van Vlaanderen. Met andere woorden, de nieuwe heer maakte geen aanspraak op het bezit van het windrecht, dat blijkbaar geen deel uitmaakte en geen deel kon uitmakenjin aankoop, alhoewel de al bestaande Koutermolen wel besloten is in de aankoop van de heerlijkheid met haar twee lonen.
2. Voor de oprichting en  uitbating van de nieuwe Kuermolen dient burggraaf de Walckiers jaarlijks twee  hoeden (=374 liter) tarwe te betalen aan de Rekenkamer. Dit toont nogmaals aan dat de heer van Sint-Amands betaling verschuldigd is voor de uitbating van het windrecht dat hijzelf niet bezat.

In deze bundel van 71 bladzijden met uitzetting van de standpunten van beide partijen, komt o.m. een belangwekkend getuigenis voor. De leden van de Wet van Sint-Amands, ondervraagd door raadsheer procureur-generaal van Hare Majesteit in Vlaanderen, de Causmaeker, over het nut een nieuwe molen op te richten op de Keur, delen mee dat er bij de grenzen van het dorp twee molens waren, waar de bevolking van Sint-Amands kon gaan malen. Het betrof de molen van Mariekerke, Land van Bornem en de molen van Oppuurs, Brabant.

In dezelfde bundel verklaarde burgraaf de Walckiers, heer van Sint-Amands, niet over het banrecht te beschikken, maar wel over recht van vrije maalderij, d.w.z. dat niemand in zijn molens mocht malen dan de molenaar of diegenen  die van de heer de nodige toelating hadden verkregen. Als bewijsstuk  werd gewoon  een cijnsboek voorgelegd: de aldaar voorkomende namen zijn pachters van het maalrecht verpacht door de heer in de 18de eeuw. Genoemde procureur-generaal stede vast dat voor deze bewering geen enkele titel kon worden voorgelegd, maar weerhield wel de verkregen verjaring. Het windrecht daarentegen was een onverjaarbaar regaliarecht van de graaf van Vlaanderen.

Het octrooi werd uiteindelijk verleend op 23 december 1776 aan Pieter-Jan Rollier.

De nieuwe "Scheldemolen" werd gebouwd door burggraaf de Walckiers in 1776-1780. Vanaf dan noemde de houten molen op de kouter de “Koutermolen”. Baron De Walckiers was de laatste heer van Sint-Amands en wist als zakenman handig in te spelen op de mogelijkheden die de vrijheerlijke rechten van Sint-Amands nog boden: in- en uitvoeren vrij van tolrechten. Daarnaast had hij als heer het stapelrecht en het maalrecht. Als plaats om de molen te bouwen koos hij de nabijheid van “De Ham” achter de kerk en kon op die manier ook het monopolie op het laden en lossen van de kaaiboeren omzeilen. Het wapenschild van burggraaf Walckiers was ingemetseld in de voorgevel van het maalderijgebouw.

De nieuwe molen had buitengewone afmetingen en bevatte hoogstwaarschijnlijk meerdere maalgangen. Hiermee kon de baron niet alleen in de meelbehoeften van het volk voorzien, het liet hem tevens toe bloem uit te voeren en de plaatselijke brouwerijen te voorzien in hun moutbehoeften.

We zien de molen nog niet aangeduid op de Ferrariskaart, die rond 1775 of kort voor de oprichting werd opgesteld. We zien hem wel op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1842) onder de benaming "Steenmolen", opde topografische kaart van Vandermaelen (ca. 1850) als "den Steene M(ole)n" en op de kadastrale kaart van P.C. Popp (ca. 1860) als "Steenmolen".

Kadastrale beschrijvingen:
- 1821: "Il existe dans la commune deux moulins à vent non loués que servent à moudre des grains, le premier qui est construit en briques et situé au centre de la commune est le plus achalandé, il recevra l'évaluation brute de f. 900 et net de f. 600. Celui situé B435 est totalement construit en bois et se trouve en bon état, son évaluation sera fixée à fr. 675 et net à fr. 450."
- 1832: "in steen gebouwd en wel bij het dorp gelegen, hij  heeft drij paar stenen welke niet gelijktijdig kunnen gebezigd worden". De opgave dat de drie steenkoppels niet gelijktijdig konden werken, werd om fiscale redenen gemeld.

Met de inval van de Fransen in 1792 nam Daniël Servaes de Scheldemolen over van burggraaf de Walckiers. Daniël Servaes was geboren te Sint-Amands op 12 maart 1758 als zoon van Engelbertus Servaes (°Willebroek 1712 - + Sint-Amands 20.02.1792) en van Anna Catharina Staes (°Lebbeke ca. 1726 - +Sint-Amands 19.03.1810). De genoemde Engelbertus was molenaar op de Koutermolen te Sint-Amands. Hierdoor werden de twee windmolens van Sint-Amands uitgebaat door de gebroeders Servaes. 

Daniël Servaes huwde met Maria Josine Eeman (dochter van Ange Eeman en Joanna Catharina Staes). Zij overleed kinderloos te Meire. Daniël hertrouwde op 48-jarige leeftijd te Sint-Amands op 26 januari 1807 met Petronella Rosalinda Rollier, op dat moment 35 jaar oud. Zo werd hij de schoonbroer van Emmanuel Rollier. Uit het tweede huwelijk werden 4 kinderen geboren: Judocus Franciscus, geboren te Sint-Amands op 31 oktober 1807, maar twee dagen later al overleden. Nadien volgden nog twee kinderen die de geboorte niet overleefden, respectievelijk op 2 april 1809 en 22 juli 1810, het eerste gedoopt door de vroedvrouw en het tweede gedoopt tijdens een "chirurgische bevalling". Op 16 maart 1813 werd Petrus Desiderius geboren te Sint-Amands.

Vader Daniël Servaes overleed te Sint-Amands op woensdag 26 april 1820 op 62-jarige leeftijd. Zijn vrouw Petronella Rollier overleed in 1843. Hun enige nog levende zoon, de genoemde Petrus Desiderius, erfde dan de Scheldemolen. Hij werd ook schepen in Sint-Amands in 1855. Hij trad in het huwelijk met Julia Constantia Van den Bossche uit Asse en uit hun huwelijk werden 10 kinderen geboren. Zij overleed op 22 november 1871.

Het was het derde kind, Daniël Emanuel Constantinus (aldus kleinzoon van Daniël Servaes sr.), geboren te Sint-Amands op 17 april 1842, die de Scheldemolen verder zou uitbaten (verkoop op 5 oktober 1879, akte notaris Peeters). Hij huwde op 37-jarige leeftijd te Niel op 11 oktober 1879 met Isabella Eugenia Verbeeck, op dat ogenblik 33 jaar oud. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: Maria Eugenia Constantia en Leopoldus Emanuel Desiderius. Daniël Emanuel was fabrikant in bloem en bouwde in 1880 de stoommaalderij met de monumentale schouw van de Scheldemolen. In deze schouw was een arduinen steenplaat ingemetseld waarop te lezen stond: "E. Servaes-Verbeeck 1880". Ook andere molens van Sint-Amands werden met een stoommachine uitgerust: de boekweitrosmolen van Jan Martin Collier en de graanrosmolen van Louis Heymans in de Borgstraat. Daniël Servaes overleed in 1917.

In 1880, zo'n honderd jaar na zijn oprichting, werd de Stenen Molen onttakeld. In een kadasterdocument van 1885 staat te lezen: "Moulin à vent démonté et hors usage. Il ne s'y retrouvent que les débris de bois et de briques, provenant de la démolition des ailes et meules".

Het maalderijgebouw, zoals ze circa 1880 bestond, was een rechthoekig bakstenen gebouw onder aangepast, afgewolfd zadeldak en met ingebouwde fabrieksschoorsteen. Lijstgevels met bakstenen kordons, sierankers, boogfries en arduinen gevelsteen met wapenschild; zijgevel met overkapt bovenvenster van voormalige takel. Inwendige constructie met houten vloeren op ijzeren I-balken en gietijzeren kolommen.

De windmolen zelf werd in 1880 ontmanteld. In een kadasterdocument van 1885 staat te lezen: "Moulin à vent démonté et hors usage. Il ne s'y trouvent que les débris de bois et de briques provenant de la démoliton des ailes et meules". De onttakelde romp bleef overeind tot 1939 en werd, bij de bouw van bijkomende betonnen betonnen graansilo's bij de uitbreiding van de Scheldemolens, gedeeltelijk afgebroken. Bij latere uitbreiding in 1968 werden de nog aanwezige grondvesten opgeruimd voor de aanleg van een graanontvangststortput en de opbouw van metalen graansilo's. Hierbij werd vastgesteld dat de "Kuermolen" aan de basis een diameter had van 16 meter wat doet besluiten dat een molen van meer dan gewone afmetingen was.

Drie jaar na het overlijden van de enige zoon van Daniel Emmanuel Servaes werd de molen in 1909 overgenomen door Carolus Van den Bossche en Cie van Opdorp, waar ze een industriële molen, olieslagerij en meststoffenhandel uitbaatte. Tussen Servaes en Van den Bossche baatte een zekere De Becker het bedrijf zeer kortstondig uit.

Op de wereldtentoonstelling van 1910 te Brussel bestelde Karel Van den Bossche sr. de op dat ogenblik  meest moderne Seckwalsenstoelen en plansichters (vlakzeven). De technische uitrusting werd onder Fideel en Henri Van den Bossche nauwlettend bijgestuurd. (1928: betonnen graansilo's; 1932 nieuwe walsenstoelen en plansichters; 1939: betonnen graansilo's met mechanische graandosering, graankuiserij; 1950: omvorming van elevatormolen tot pneumatische molen, als eerste in België; 1954: pneumatische graankuiserij). In 1950 werd de stoomkrachtcentrale vervangen door een elektrische en een graanzuiger volgde de graanlosinrichting met kabelbaan en drie loskuipen, op.

De Scheldemolens werd in 1932 een naamloze maatschappij (n.v.)

Deze aanpassing van de technische uitrusting werd ook daarna opgevolgd onder Karel Van den Bossche jr. (1977: verhoging van de maalcapaciteit; 1980: bloemopslagsilo's; 1991: verhoging maalcapaciteit, nieuwe plansichters, nieuwe filters, computergecontroleerd maalsysteem, computergestuurde bloemmengsilo's).

In het oude bedrijfsgebouw bevond zich vanaf 1977 het Centrum voor Molinologie of Molenmuseum, officieel geopend op 31 mei 1980 (van 1997 tot eind 2015 in de Kerkstraat nr. 3 en sinds 2016 in de Molendreef 45 te Sint-Amands) en sinds 1989 tevens zetel van de vereniging Molenzorg Vlaanderen vzw.

De maalderij werd overgenomen door de nv Gandamolens uit Gent, die de maalactiviteit eind 1995 staakte. Toen werd er per 24 uur 200.000 kg tarwe vermalen en was het bedrijf het zevende grootste maalbedrijf van het land. Het gebouw werd later afgebroken en vervangen door het huidige appartementenblok "residentie Scheldemolens". Naast deze benaming herinneren ook de straatnaam "Stenenmolenlaan", het molenmonument aan "Den Ham" en het molenmuseum in de Molendreef 45 nog aan de windmolen en de maalderij.

Zie ook: Sint-Amands, Koutermolen.

Karel VAN DEN BOSSCHE & Marc PEELMAN

Archieven
Algemeen Rijksarchief Brussel, Financiële Raad, nr. 1904 (oprichtingsbundel 1774)
Kadasterarchief, Mutaties Sint-Amands, schetsen, 1880/1, 1881/1, 1911/1, 1934/1.
Privaat archief Karel Van den Bossche, Sint-Amands
Archief van de Vereniging voor Heemkunde in Vlaams-Brabant vzw (o.m. molendocumentatie van Jozef De Keersmaecker)

Werken
A.J. Hallez, "Bijdragen tot de Geschiedenis van Sint-Amands-op-Schelde", Sint-Amands, 1937.
Y. Hertsens, "Geschiedenis van Sint-Amands", St.-Amands, 1987.
M. Peelman, "Sint-Amands 1775-1800. Situering van het laatste kwartaal van de 18e eeuw". Heemkundig Jaarboek. Uitgave van de Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant V.Z.W., jg. XXVIII-IXXX, 1993-1994, p. 112-140.
J. Verbesselt, "Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw". Dl. 8, Tussen Zenne, Schelde en Rupel, Pittem, 1968.
S. De Sadeleer, H. Kennes, G. Plomteux & R. Steyaert, "Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Mechelen, Kanton Puurs, Klein Brabant, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 13N3", Brussel - Turnhout, 1995.
Lieven Denewet, "Het Molenmuseum van Sint-Amands: na brand opnieuw opengesteld", Molenecho's,XIX, nr. 4, okt.-dec. 1991, p. 176-178.
Herman Holemans & P.J. Lemmens, "Molens van Klein-Brabant, Mechelen en de Rupelstreek", Nieuwkerken, 1987, p. 81.
H. Holemans, "Wind- en watermolens van de provincie Antwerpen. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 3. Gemeenten P-Z", Opwijk, Studiekring Ons Molenheem, 2011, p. 32.
Karel Van den Bossche, "Ontdek de molen", Sint-Amands, 1980.
Marc Peelman, "De molens te Sint-Amands", in: "Klein-Brabants Molenboek". Jaarboek van de Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant vzw, 44e jg., 2009, p. 221-232.
Karel Van den Bossche, "De twee Sint-Amandse windmolens", in: "Klein-Brabants Molenboek". Jaarboek van de Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant vzw, 44e jg., 2009, p. 244-247.
P. Lemmens, "Molenoverzicht uit het arrondissement Mechelen van 1830 tot heden", Borgerhout, 1963.

Overige foto's

transparant

<p>Stenen Molen<br />Scheldemolen(s)<br />Keurmolen</p>

Schilderij van Romain Steppe. Moulin � vent au bord de l'Escaut (olie op doek, 40x50 cm, private collectie)

<p>Stenen Molen<br />Scheldemolen(s)<br />Keurmolen</p>

Schilderij van Romain Steppe, Molen in winters Schelde landschap (olie op doek, private collectie)

<p>Stenen Molen<br />Scheldemolen(s)<br />Keurmolen</p>

De latere en thans verdwenen mechanische maalderij. Foto 1993.

<p>Stenen Molen<br />Scheldemolen(s)<br />Keurmolen</p>

Verzameling Ons Molenheem

<p>Stenen Molen<br />Scheldemolen(s)<br />Keurmolen</p>

Verzameling Ons Molenheem


Laatst bijgewerkt: zondag 6 oktober 2019
Stuur uw teksten over deze molen
Stuur uw foto's van deze molen
  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <p>Stenen Molen<br />Scheldemolen(s)<br />Keurmolen</p>, Sint-Amands (Puurs-Sint-Amands)homevorige paginaNaar Verdwenen Molens