Molenzorg
navigatie Gent, Oost-Vlaanderen
Foto van <p>Rode Roe-molen<br />Roderoemolen<br />Het Rodehoedje<br />Roode Roe<br />Rode Molen<br />Rode Koker<br />Rode Coccere</p>, Gent, Tekening Paul Vitzthumb, 1785. Stadsarchief Gent, Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten, inv.nr. SCMS_1153 (12,1 x 17,6 cm).  | Database Belgische molens
© Tekening Paul Vitzthumb, 1785. Stadsarchief Gent, Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten, inv.nr. SCMS_1153 (12,1 x 17,6 cm).

Rode Roe-molen
Roderoemolen
Het Rodehoedje
Roode Roe
Rode Molen
Rode Koker
Rode Coccere

Bijlokevest 149
9000 Gent

zuidwestzijde
tegenover de Roderoestraat
1,3 km ZW v.h. centrum
kadasterperceel E575

toon op kaart
voor 1366 / voor 1555
1857, verplaatst naar Kruiningen (NL)
Staakmolen met open voet
Korenmolen, oliemolen

Beschrijving / geschiedenis

De Rode Roe-molen was een staakmolen aan de zuidwestzijde van de Bijlokevest (nr. 149), tegenover de Roderoestraat. In de 19de eeuw heette de Roderoestraat duidelijk “rue du moulin”.

De vroegste vermeldingen:
- 1366: van eenre coren molen heet de rode meullen te galghen berghe (Stadsarchief Gent, 330/4, 21 r°)
- 1422: den roeden coker wal te galghenberghe (Stadsarchief Gent, 330/17, 323 r°)
- 1485: den roeden kokere … teckerghem (Stadsarchief Gent, 301/58, 2, 61 r°).
- 1555: "van eender oliewintmuelene ghenaempt de rooroede … buten der waelpoorte" (Stadsarchief Gent, reeks 301/107, 2, 79 v°).

Het “stick lants”, waarop de molen stond, kende men vanouds als de Rode Cockerwal. Andere benamingen zijn Roode Meulen, Roode Coccere. In de zestiende eeuw wordt de molen door een bastion van de vestingsgracht omsloten. Naast deze “stampmeulen” (oliemolen) stond er zoals we in een akte van 1617 lezen, “een oliehuuseken ende den waterput streckende naer den wal ende de haeghe”.

In 1366 was de molen een graanmolen, terwijl hij van voor 1555 tot in 1695 een oliemolen was. In 1695 vroeg molenaar Jan De Nockere de toestemming aan het stadsbestuur van Gent om zijn oliemolen o de Bijlokevest om te bouwen tot een graanmolen. De schepenen keurden deze aanvraag goed.

Rond 1730 was deze molen eigendom van Matheus Van Hecke en zijn echtgenote Françoise Blommaert, tevoren weduwe van Jan De Nockere. Hun erfgenamen, te weten Gillis Van Hecke, zoon van Matheus, en François De Nockere, dochter van Jan, weduwe van Hendrik Legiers, verkochten de molen bij akte van notaris Jacques Antone 't Servrancx te Gent van 23 november 1740 aan Philippe Van Truyen en Lieven De Cuypere, beide inwoners van Gent. Bij akte van 15 mei 1743 van dezelfde notaris 't Servrancx droeg Livijne Van den Kerckhove, weduwe van Philippe Van Truyen, de onverdeelde helft in de molen over aan meester-molenaar Lieven De Cuypere, die zodoende de enige eigenaar werd. Bij akte van notaris Jan Rijckaert te Gent van 15 mei 1748 heeft Lieven De Cuypere de Roderoe-molen, die op dat ogenblik voor de helft in huur werd gebruikt door Thomas Scheere, verkocht aan molenaar François Hooghstoel, zoon van Pieter.

In 1750 verloor Francis Hoogstoel, suppoost van de nering van de mulders, een deel van de oprijweg naar zijn molen. Hiervoor werd hij vergoed.

De volgende eigenaar werd molenaar Livinus De Vroe, die de molen van François Hooghstoel aankocht bij akte van notaris Philippe Wieme te Gent van 17 februari 1756.

Livinus De Vroe verkocht de Roderoe-molen bij akte van notaris Guillaume Vander Eeken te Gent van 3 juli 1766 aan Antonius De Ronne.

Antonius De Ronne was geboren te Sint-Denijs-Westrem op 1 mei 1733 en werd in het Gents poortersboek ingeschreven op 29 maart 1758. Hij trouwde te Gent op 2 februari 1760 met Joanna Theresia Van de Kerckhove, geboren te Tielt op 19 april 1727. Op het ogenblik van zijn overlijden te Gent op 7 februari 1798 was hij samen met molenaar Joannes De Clercq, weduwnaar van Joanna Francisca Van Gansberghe (+Gent, 13 juni 1774) onverdeelde eigenaar, ieder voor de helft, van zowel de Roderoe-molen als van de Koolmolen aan de Heilig-Bloedstraat.

In een navolgende akte van dezelfde notaris Philippus Wieme te Gent van 26 oktober 1770 droeg Antonius De Ronne de onverdeelde helft van de Roderoe-molen over aan Joannes De Clercq.

In 1779 vroeg meester-molenaar De Ronne de toestemming aan het Gentse stadsbestuur om tegen de molenberg aan "de corps de guarde" een paardenstal te bouwen volgens het bijgevoegd model. Op het plan (25 cm breed, met pen en lavis, schaal 22,25 cm = 45 cm) zien we dat gebouwtje getekend. De schepenen keurden het goed.

Na het overlijden van Antonius De Ronne op 7 februari 1798 besloten zijn weduwe en drie zonen enerzijds en Joannes De Clercq en zijn kinderen anderzijds uit onverdeeldheid te treden. Bij akte van notaris Francies Constantin d'Haese te Ledeberg van 27 september 1800 werd de Koolmolen toebedeeld aan de consoorten De Clercq. De Rode Roe-molen werd toebedeeld aan de weduwe De Ronne en haar drie zonen mits het betalen van een opleg van 635,03 Franse frank aan de consoorten De Clercq. Joanna Theresia Van de Kerckhove, weduwe De Ronne, overleed te Gent op 28 maart 1802.

Deze drie zonen van Antonius De Ronne en Joanna Theresia Van de Kerckhove waren: Petrus Marinus (°Gent , 30 juli 1761), zijnde de vader van Carolus Ludovicus De Ronne, Lucas Nicolaus (° Gent, 6 december 1763) en Joannes Josephus De Ronne (° Gent, 26 oktober 1769). Bij de verdeling van de nalatenschap van Antonius De Ronne tussen zijn erfgenamen onderling werd de Roderoe-molen toegewezen aan de tweede zoon, Lucas Nicolaus De Ronne. Deze verkocht echter bij akte van notaris De Coninck te Gent van 12 maart 1804 de onverdeelde helft van de molen aan Josephus Van Den Bossche, eveneens molenaar te Gent. De andere helft, die hij nog bezat, verkocht hij bij akte van notaris Charles LeBegue te Gent van 19 januaari 1805 aan zijn oudste broer Petrus Marinus De Ronne. Bij onderhandse akte van 23 februari 1810, geregistreerd te Gent op 12 mei 1810, verkocht Petrus Marinus De Ronne zijn onverdeelde helft ook aan Josephus Van Den  Bossche, die zodoende de enige eigenaar van de Roderoe-molen werd. Na zijn overlijden te Gent op 30 december 1835, bleef deze molen op de Bijlokevest eigendom van de familie Van Den Bossche tot hij in 1857 werd gesloopt (zie hierna).

Tot de nalatenschap van Antonius De Ronne behoorden ook vier onderscheiden huizen in de Twaalfkamersstraat in Ekkergem , die hij bij akte van notaris Laurentius Albert Wallez te Gent van 19 augustus 1782 had aangekocht. De aankoop gebeurde jegens Judocus Michiels en Maria Jacoba Michiels, kinderen van molenaar Joannes Michiels (° Gent, 5 april 1688 - + Gent, 13 december 1773) en zijn echtgenote Petronilla Lippens (° Gent, 22 februari 1699 - + Gent, 22 januari 1780). Het betreft dezelfde akte, waarbij ook de Koolmolen werd aangekocht. Na zijn overlijden werden deze huizen bij akte van notaris Dominique Raman te Gent van 8 februari 1802 door zijn weduwe en twee van zijn zonen ook verkocht aan de oudste zoon Petrus Marinus De Ronne, meester-molenaar te Gent.

Waarom heeft meester-molenaar Petrus Marinus De Ronne de Roderoe-molen verkocht? Wellicht omdat, terwijl zijn vader nog leefde, hij zich al de (helft van de) eigendom van een andere molen had aangeschaft en daar zijn bedrijvigheid had ingericht. Deze investering had hij echter niet alleen gedaan.

Zijn vader Antonius De Ronne had een jongere broer, Joannes Baptiste De Ronne, geboren te Afsnee op 5 februari 1742. Op 21 mei 1764 werd ook hij in het Gentse poortersboek ingeschreven als molenaarsknecht van Isabella Joanna Cornier, weduwe van Thomaes Scheere (°Oostakker, 15 maart 1716 - + Gent, 6 juni 1753). Thomas Scheere werd op 16 april 1743 in het Gents poortersboek ingeschreven als knecht van meester-molenaar Livinus De Cuypere. Hij was op het ogenblik van zijn overlijden eigenaar van de molen "de Onrust" gelegen buiten de Brugsepoort. Joannes Baptiste De Ronne trouwde te Gent op 20 juni 1767 met de oudste dochter des huizes, Maria Anna Jacoba Scheere. Zij overleed echter te Gent op 20 juli 1769, na de geboorte van hun zoon Josephus Henricus De Ronne (°Gent, 26 juni 1769). Uit de opgemaakte staat van goed blijkt dat Joannes Baptiste De Ronne op dat ogenblik de helft van de korenwindmolen "de Onrust" als pachter gebruikte. Op 22 februari 1770 hertrouwde Joannes Baptiste De Ronne te Gent met Constancia Kesteloot. Uit dit tweede huwelijk werden drie kinderen geboren.

In 1786 besloten Joannes Baptiste De Ronne en Petrus Marinus De Ronne - oom en neef - de handen in elkaar te slaan om een eigen molen voor gemeenschappelijk gebruik te verwerven. In het kader van een gedwongen openbare verkoop ten laste van molenaar Ambrosius Van Watteghem kochten zij bij letteren van decreet uitgegeven door de schepenen van de keure van de stad Gent op 20 december 1786, ieder voor de onverdeelde helft, een korenwindmolen met de berg, op- en afrede en het woonhuis, stallingen en erdere afhankelijkheden, gelegen in de parochie van Sint-Martens-Ekkergem op Einde Were, vanouds genaamd de Vestmolen (zie verder onder: Gent, Vestmolen).

Eigenaars-molenaars na 1830:
- voor 1834, eigenaar: Van den Bossche Joseph, molenaar te Gent
- 30.12.1834, erfenis: a) Van den Bossche Louis, b) Van den Bossche Eugénie, c) Van den Bossche Marie, d) Van den Bossche Emerance, e) Van den Bossche Clémence, f) Van den Bossche Colette en g) Van den Bossche Charles (overlijden van Joseph Van den Bossche)
- 1850, erfenis: de weduwe en de kinderen

Deze molen op de Bijlokevest werd in 1857 gesloopt en overgebracht naar Kruiningen in Zeeland waar hij de naam „De Hoed" droeg. In 1989 verhuisde hij naar het nabijgelegen Waarde.

Van deze molen bestaan een paar tekeningen, respectievelijk van 1785 en van 1799 van de hand van Paul Vitzthumb (Brussel,1751-1838). Hij heeft daags na het opstijgen van de luchtballon van Blanchard op de Coupure een tekening gemaakt, gedateerd 20 november 1785. Het bijschrift luidt: Pul6 Vitz. fecit - 20 9bre 1785 - Moulin sur la Couppure, dit Roode Roe, à Gand.Blanchard monte avec son Balon. Op de tekening, bewaard in de Universiteit Gent, ziet men links de opstijgende ballon en in het midden de Rode Roemolen en enkele huisjes.

Lieven DENEWET & Bart VEECKMANS

Archieven
Stadsarchief Gent, Reeks 301 (Jaarregisters van de Keure), 58, 2, 61 r°; 107, 2, 79 v°.
Stadsarchief Gent, Reeks 330 (Wezenboeken), 4, 21 r°; 17, 323 r°.
Stadsarchief Gent, Reeks 535/29-3 (toestemming omvorming van olie- tot graanmolen, 1695)
Stadsarchief Gent, Reeks 535-29-2 (toestemming tot bouwen van een pardenstal tegen de molenwal, 1779)
UGent Universiteitsbibliotheek Kaartenzaal - Vliegendebladen
Rijksarchief Gent, Notariaat 1, nr. 1164. Akte van notaris Jacques Antone 't Servrancx te Gent, 23 november 1740.
Rijksarchief Gent, Notariaat 1, nr. 1611. Akte van notaris Jacques Antone 't Servrancx te Gent, 15 mei 1743.
Rijksarchief Gent, Notariaat 1, nr. 946. Akte van notaris Jan Rijckaert te Gent, 15 mei 1748.
Rijksarchief Gent, Notariaat 1, nr. 1611. AKte van notaris Philippe Wieme te Gent, 17 februari 1756.
Rijksarchief Gent, Notariaat 1, nr. 1303. Akte van notaris Guillaume Vander Eeken te Gent, 3 juli 1766.
Rijksarchief Gent, Notariaat 1, nr. 1305. Akte van notaris Guillaume Vander Eeken te Gent, 26 oktober 1770.
Rijksarchief Gent, Notariaat 639, nr. 433. Akte van notaris Laurentius Albertus Wallez te Gent, 19 augustus 1782.
Rijksarchief Gent, F758, nr. 1609-14. Akte van notaris Francies Constantin d'Haese te Ledeberg, 27 september 1800. De overschrijving ter hypotheken dateert van 2 mei 1803.
Rijksarchief Gent, Notariaat 639, nr. 124. Akte van notaris De Coninck te Gent, 12 maart 1804.
Rijksarchief Gent, Notariaat 648, nr. 147. Akte vn notaris LeBegue te Gent, 19 januari 1805.
Rijksarchief Gent, F414, nr. 6. Onderhandse akte van 23 februari 1810, geregistreerd te Gent op 12 mei 1810.
Rijksarchief Gent, Notariaat 639, nr. 433. Akte van notaris Laurentius Albert Wallez te Gent, 19 augustus 1782. De aankoop gebeurde jegens Judocus Michiels en Maria Jacoba Michiesl. Het betreft dezelde akte, waarbij ook de Koolmolen werd aangekocht.
Rijksarchief Gent, Notariaat 1, nr. 622, nr. 157. Akte van notaris Dominique Raman te Gent, 8 februari 1802.

Werken
Luc Van Durme, "Inventaris van de namen van de middeleeuwse Gentse windmolens", Molenecho's, XL, 2012, 1, p. 28-36.
Luc Van Durme, "Klapwiekend vrouwvolk in het middeleeuwse Gent", in: "Voor Magda: artikelen voor Magda Devos bij haar afscheid van de Universiteit Gent", Gent, Academia Press, 2010, p. 705-718.
Bart Veeckmans, "De brouwerij Colle en zijn voorgangers in de Veerstraat", Heemkundige Kring Dronghine (Drongen), Jaarboek 36 (2017), p. 117-216.
Noël Kerckhaert, "Oude Oostvlaamse huisnamen", Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oost-Vlaanderen, nrs 4, 16, 21, 32, 34, 37 (1977, 1981,1983,1990,1991,1993)
Paul Huys, "Over de naamgeving van windmolens. Volkskunde in Vlaanderen. Huldeboek Renaat van der Linden". Brugge, 1984.
Herman Van Duysse, "Geborduurde wapenschilden van de nering der molenaars", Ghendtsche Tydingen, jg. 2004, 1, p. 27-28.
Luc Goeminne, "Windmolens te Gent in de 14de-17de eeuw", Ghendtsche Tydingen, jg. 2015, nr. 4-5.
Paul Huys, "Molen en molenaar te kijk gesteld. Molinologische opstellen II", Gent, 1996.
T. Meesters, Van de Rode Roemolen naar „De Hoed", De Windmolen, nr. 62, nov. 1990, p. 14-18.
"Inventaris van de wind- en watermolens in de provincie Oost-Vlaanderen naar gegevens van het Archief van het Kadaster. De arrondissementen Eeklo en Gent", in: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, XV, 1961, 2 (Gent, 1962).
Herman Holemans, "Oostvlaamse wind- en watermolens. Kadastergegevens 1835-1990. Deel 3. Gemeenten G-H-I", Rotem, Studiekring Ons Molenheem, 2000.
"Duizend jaar Ekkergem", Gent, 1974.
"De Coupure in Gent. Scheiding en verbinding", Gent, Academia Press, 2009.
Paul Huys, "Molens in veelvoudig perspektief",  Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oost-Vlaanderen nr 36, 1993.
Ton Meesters, "Belgische windmolens in Nederland", Molenecho's, XIX, 1991, 3, p. 127-129 (Speciaal themanummer 5).
L. De Wilde, "Onze Windmolens" (waarin: "2. De windmolens te Gent"), De Belgische Molenaar, 48ste jg., nr. 13/14, 5 juni 1953, s.p.
J. Winnepenninckx, "Rond het graven van de Coupure te Gent", p. 115-151 (125).

Overige foto's

transparant

<p>Rode Roe-molen<br />Roderoemolen<br />Het Rodehoedje<br />Roode Roe<br />Rode Molen<br />Rode Koker<br />Rode Coccere</p>

Stadsarchief Gent, Reeks 535-29-2 (ontwerptekening paardenstal tegen de molenwal, 1779)


Laatst bijgewerkt: zaterdag 19 februari 2022
Stuur uw teksten over deze molen
Stuur uw foto's van deze molen
  

 

De inhoud van deze pagina's is niet printbaar.

zoek in databasezoek op provincieStuur een e-mail over molen <p>Rode Roe-molen<br />Roderoemolen<br />Het Rodehoedje<br />Roode Roe<br />Rode Molen<br />Rode Koker<br />Rode Coccere</p>, Genthomevorige paginaNaar Verdwenen Molens